Bijlage 5 Detail 1 - Gezondheid.pdf
Tekst van het document
De maximale werpafstand bij bladbreuk is afhankelijk van het type turbine en wordt onder andere bepaald door de diameter van de turbine, het rotortoerental en de ashoogte. 2. De PR = 10-5 per jaar contour is gelijk aan de halve rotordiameter. Windklassen Windturbines kunnen worden goedgekeurd voor verschillende windklassen. De internationale standaardisatie van het IEC (International Electrotechnical Commission) is het meest gangbaar. De IEC-windklassen weerspiegelen het ontwerp van de installaties voor gebieden met veel of weinig wind. Windturbines voor hogere windklassen worden blootgesteld aan minder wind, terwijl die met lagere windklassen hogere windsnelheden te verduren krijgen. Met andere woorden: windturbines die blootgesteld worden aan een hoge windbelasting behoren tot een lagere windklasse. De referentiewaarden behorend bij een windklasse (zie Tabel a) specificeren een gemiddelde windsnelheid op ashoogte en een extreme waarde, die statistisch slechts eenmaal in de vijftig jaar voorkomt voor de duur van tien minuten. Tabel a. IEC windklasse IEC Windklasse
I
II
III
IV
50-jarigeextreemwaarde
50,0 m/s
42,5 m/s
37,5 m/s
30,0 m/s
Gemiddelde windsnelheid
10,0 m/s
8,5 m/s
7,5 m/s
6,0 m/s
Pagina 54 van 58
RIVM Rapport 200000001
In Nederland worden drie windklassen onderscheiden. Het windklimaat in het binnenland is in overeenstemming met windklasse 3 (ook wel IEC-klasse 3 genoemd). Het windklimaat op zee en op grote hoogte aan de kust komt overeen met windklasse 1 (IEC-klasse 1). Turbines in het binnenland hebben over het algemeen een grotere diameter, een grotere ashoogte en een lager nominaal toerental. Afstanden Het Handboek Risicozonering Windturbines geeft generieke waarden voor de 10-6 per jaar en 10-5 per jaar contour. Deze waarden worden gegeven voor turbines in de windklassen IEC1 en IEC2, wat overeenkomt met hoge en gemiddelde windsnelheid (zie Tabel b en c). Tabel b. IEC1 Afstand (m) veiligheidscontouren en maximale werpafstand bij bladbreuk Turbine type
WT1000
WT2000
WT3000
WT4000
WT5000
Vermogen
1000
2000
3000
4000
5000
(kW) Ashoogte
60
80
80
100
90
120
90
120
100
120
(m) PR=10-5
32
32
45
45
55
55
63
63
71
71
PR=10-6 /
131
143
158
170
176
193
186
204
202
214
389
406
457
473
507
531
543
568
585
602
max. werpafstand bij nominaal toerental max. werpafstand bij overtoeren
Tabel c. IEC2 Afstand (m) veiligheidscontouren en maximale werpafstand bij bladbreuk Turbine type Vermogen (kW) Ashoogte (m)
WT1000
WT2000
WT3000
WT4000
1000
2000
3000
4000
WT5000 5000
60
80
80
100
90
120
90
120
100
PR=10-5
35
35
49
49
60
60
70
70
78
120 78
PR=10-6 /
142
155
175
187
198
216
213
231
233
245
430
447
519
536
588
613
641
667
699
716
max.werpafstand bij nominaal toerental max. werpafstand bij overtoeren
Begrippen Toerental: Omwentelingssnelheid van de rotor. nominaal: omwentelingssnelheid waarbij het nominale vermogen wordt geleverd; overtoeren: omwentelingssnelheid die hoger ligt dan het nominale toerental.
Pagina 55 van 58
RIVM Rapport 200000001
Vermogen: het elektrisch vermogen dat door de windturbine aan het elektriciteitsnet wordt geleverd. nominaal: een door de fabrikant gespecificeerde maximale waarde voor het elektrisch vermogen dat de turbine langdurig aan het net kan leveren; maximaal: hoeveelheid vermogen die kortstondig aan het elektriciteitsnet geleverd kan worden.
Pagina 56 van 58
RIVM Rapport 200000001
Bijlage 2: Zoekstrategie Legenda OvidSP zoekcommando's tw zoeken in titel of abstract ti alleen in titel zoeken / gezocht als trefwoord (MeSH) *trefwoord/ gezocht als belangrijkste trefwoord (major MeSH) hw gezocht als woord in trefwoordenveld /ae invalshoek bij trefwoord, in dit geval adverse effects exp gezocht als trefwoord inclusief onderliggende trefwoorden fs gezocht in trefwoordenveld als subheading bij trefwoorden ? 1 of geen teken adj4 tussen zoekwoorden mogen maximaal3 andere woorden staan lg taal pt publikatietype rn gezocht in CAS-nr veld (kan als CAS-nummer of als naam) * truncatieteken: stam word + alle mogelijke uitgangen Scopus-zoekstrategie (voor de overzichtelijkheid een harde return tussen de belangrijkste delen van de zoekstrategie gezet): ((((TITLE((wind-turbine*) OR (wind-farm*) OR (wind-park*) OR (wind-power) OR (wind-energy)) OR TITLE((low-frequency-noise*) OR (low-frequencysound*) OR infrasound OR (infrasonic- noise*) OR (infrasonic-sounds) OR (infrasonic-frequencies) OR (low-frequency-threshold) OR (noise* W/4 (lowfrequenc*))) OR KEY((wind-turbine*) OR (wind-farm*) OR (wind-park*) OR (wind-power) OR (wind-energy)) OR KEY((low-frequency-noise*) OR (lowfrequency-sound*) OR infrasound OR (infrasonic- noise*) OR (infrasonicsounds) OR (infrasonic-frequencies) OR (low-frequency-threshold) OR (noise* W/4 (low-frequenc*))) OR (TITLE-ABS-KEY(turbine-noise*)
AND KEY(wind)) OR (KEY((power-plants) OR (energy-generating-sources) OR (electric-powersupplies)) AND KEY(wind)))) AND (TITLE(impact OR perception* OR perceive* OR health* OR (well-being) OR (quality-of-life)) OR TITLE(annoyance OR annoying OR annoyed OR aversion OR stress OR complaints OR distress OR disturbance OR (adversely-affected) OR concerns OR worries OR (noise-problems) OR (noise-perception) OR (noisereception) OR (noise-sensitivity) OR (sensitivity W/3 noise*) OR (soundpressure-level*) OR (sleep-disturbance*) OR (sleep-quality) OR (cognitiveperformance) OR emotion* OR anxiet* OR (social barrier*) OR (socialacceptance) OR (popular-opinion*) OR (public-resistance) OR (living W/4 vicinity) OR (living W/4 proximity) OR (residing W/4 vicinity) OR (residing W/4 proximity) OR (living-close) OR (living-near) OR residents OR neighbors OR neighbours OR soundscape OR landscape OR (visual-annoyance) OR (visualinterference) OR (visual-perception) OR (visual-impact) OR (visual-preferences) OR (visual-assessment) OR (visual-effects) OR (perceptual-attribute*) OR (effects W/4 population) OR (dose-response-relationship*) OR (exposureresponse-relationship*) OR (dose-response) OR (exposure-response) OR (human-response) OR (health-effects) OR (health-aspects) OR (healthoutcome*)))) AND NOT ((KEY(animals) AND NOT KEY(humans)))) AND (LANGUAGE(english OR dutch OR german OR french) AND
PUBYEAR > 2008)
Pagina 57 van 58
RIVM Rapport 200000001
Bijlage 3:
Geluid: cumulatie en achtergrondgeluid
Als het geluid getoetst wordt aan de genoemde normen wordt geen rekening gehouden met het al aanwezige geluid (achtergrondgeluid). Natuurlijk zal dat wel invloed kunnen hebben: als er al veel geluid is, zal het erbij komende geluid van windturbines voor een deel van de tijd helemaal niet hoorbaar kunnen zijn. Op andere tijdstippen kunnen beide bronnen hoorbaar zijn, hetgeen extra hinder geeft. Aangezien zowel de andere bronnen als het windturbinegeluid in de tijd fluctueren, is dit een behoorlijk complexe situatie en is het resultaat moeilijk te beoordelen. In de methode die is neergelegd in art. 110f van de Wet Geluidhinder wordt het windturbinegeluid, met eventueel nog andere belangrijke bronnen (treinen en industrie) omgerekend naar een geluidniveau van wegverkeer dat even hinderlijk is als elke bron apart, waarna deze bij elkaar worden opgeteld. Dat gebeurt niet door simpele rekenkundige, maar door een logaritmische of energetische optelling. Uit die optelling blijkt of dat meer hinder oplevert dan dezelfde berekening zonder windturbines: het verschil geeft de extra hinder door het windturbinegeluid. Deze methode is niet geheel volmaakt, maar er is geen betere voorhanden en hij geeft wel inzicht in het extra effect van windturbines.
Het optellen van alle geluiden geeft een gemiddeld beeld zonder duidelijkheid over wat er gebeurt bij verschillende omstandigheden en op verschillende tijden. Een andere methode is het meten van het achtergrondgeluid en het gemeten niveau te vergelijken met het berekende geluidniveau van windturbines. Dit laat zien of en in welke mate het windturbinegeluid luider is dan het bestaande geluid. Ook deze methode is zeker niet volmaakt. Zo is het meten van achtergrondniveaus zeer moeilijk: door de vaak zeer lage niveaus is het technisch een lastige klus; vaak sta je windgeruis te meten. In gebieden met lage achtergrondniveaus is deze methode dan ook niet te gebruiken. In de stad Utrecht is onlangs voor deze methode gekozen, omdat het duidelijk was dat in deze stedelijke omgeving veel achtergrondgeluid was.
Pagina 58 van 58
Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven www.rivm.nl