Bijlage 4 Voorjaarsbrief Bijna onontkoombare knelpunten begroting 2025.pdf
Tekst van het document
Bijlage 4: Bijna onontkoombare knelpunten begroting 2025 Voor het opstellen van de begroting 2025 heeft een ambtelijke inventarisatie van de bijna onontkoombare knelpunten plaatsgevonden. Met de voorjaarsbrief leggen we deze voor aan de raad. B ijna onont koombar e knelpunt en 1 Bodeminformatiebeheer 2 Vervangen elektrische voorzieningen Vismarkt 3 Vervangingsinvesteringen en groot onderhoud 4 Onderhoud openbare ruimte- kosten sociaal werkgeverschap 5 Formatie digitale toegankelijkheid 6 Formatie milieubeleid 7 Verhuizing Algemene Fiets Afhandel Centrale (AFAC) 8 Omgevingswet Omgevingswet 9 Basisbanen: loonontwikkeling & externe bijdragen 10 Formatie en uitvoeringsbudget afspraakbanen (inclusief overhead) 11 Vervanging sleutelfunctionarissen Opvangen binnen meerjarenbegroting Werk&Participatie 12 Bijzondere bijstand 13 Individuele inkomenstoeslag 14 Studietoeslag 15 Jeugdzorg 16 Maatschappelijk opvang en vrouwenopvang 17 Huiselijk geweld 18 Openlucht zwembad Ten Boer 19 Monument slavernijverleden 20 Inkomsten begroting Sport050 21 Verandering rijksbeleid SPUK Sport 22 Actualisatie knelpunt SBR-kunstgrasvelden (sanering)
s/i i s s s i s s s i i s s s s s s s s s s i s s i i
Actualisatie knelpunt SBR-kunstgrasvelden (vervanging) 23 Niet realiseren taakstellingen ICT (standaardisatie, rationalisatie en en onderhoud) s 24 Licentiekosten M365 i Tot aal bijna onont koombar e knelpunt en
2025 -260
2026
2027
2028
-166 -272
-166 -419
-166 -998 -471
-55 -129 -113 -1.984 -605 -361
-55 -129 -113 -2.009 -605
-129 -113 -2.109
-129 -113 -2.109
-182
-182
-109 -182
-750 -200 -925 -3.000 -1.050 -600 -80 -200 -230 -134
-750 -200 -925 -3.000 -1.350 -600 -80
-750 -200 -925 -3.000 -1.750 -700 -80
-217 -182 182 -750 -200 -925 -3.000 -2.650 -800 -80
-230 -134
-230 -134
-1.415 -368 - 12.754
-1.415 -368 - 12.583
-1.415
-1.415
- 12.396
- 14.542
-113
-230 -134 -155
15
Programma 1: Economie en Ruimte 1. Bodeminformatie op orde en toekomstbestendig Het bodeminformatiesysteem wordt gebruikt om initiatiefnemers van nieuwe ontwikkelingen en belanghebbenden over de aanwezigheid van bodemverontreiniging te informeren. In 2023 is geconstateerd dat het bodeminformatiesysteem kwalitatief niet meer op orde is. Volgens de Wet Basisregistratie Ondergrond zijn overheidsinstanties verplicht om de bodemgegevens volgens landelijk richtlijnen aan te leveren aan de landelijke basisregistratie. Om hieraan te kunnen voldoen is herstelwerk nodig. Daarnaast dient het bodeminformatiesysteem Omgevingswetproof te zijn, voor een goede informatievoorziening naar derden en om de gemeentelijke taken op het gebied van grondverzet en bodemsanering goed uit te kunnen voeren. Voor het toekomstbestendig maken van het bodeminformatiesysteem is 260 duizend euro in 2025 nodig. 2. Vervangen elektrische- en watervoorzieningen Vismarkt De elektrische voorzieningen voor de markt zijn afgeschreven en voldoen niet meer aan de wettelijke eisen. Voor de vervanging sluiten we aan bij het toegepaste systeem op de Grote Markt. Ook de watervoorzieningen voor de markt moeten worden aangepast. De investeringskosten hiervoor worden geraamd op 2,3 miljoen euro. Voor de jaarlijkse kapitaallasten is een budget van 166 duizend euro vanaf 2026 nodig.
Programma 2: Leefomgeving en Veiligheid 3. Vervangingsinvesteringen en groot onderhoud voorzieningen openbare ruimte Een aantal voorzieningen in de openbare ruimte is versleten en moet de komende jaren worden vervangen en/of er moet groot onderhoud worden gepleegd. Het gaat bijvoorbeeld om bruggen, openbare verlichtingskabels, speeltoestellen, verhardingen, bomen en oeverbeschoeiingen. Het reguliere onderhoudsbudget is niet toereikend voor dekking van de kapitaallasten die met deze investeringen zijn gemoeid. Sinds 2012 werken we met een meerjareninvesteringenplan (MJIP) voor vervangingen en aanvullend groot onderhoud. Dat plan wordt periodiek geactualiseerd. Begin 2023 heeft de raad het nieuwe MJIP (10 jaar) vastgesteld. Hierbij is geen rekening gehouden met loon- en prijs-, en renteontwikkelingen. We hebben de benodigde middelen geactualiseerd met de loon-, prijs-, en renteontwikkelingen van de afgelopen en komende jaren. Dit leidt tot een verhoging van het benodigd budget van 113 duizend euro in 2025, 272 duizend euro in 2026, 419 duizend euro in 2027 en 998 duizend euro vanaf 2028. 4. Onderhoud openbare ruimte- kosten sociaal werkgeverschap Medewerkers in de sociale werkvoorziening worden ingezet voor het onderhoud van de stad. Doordat instroom in de sociale werkvoorziening sinds 2015 niet meer mogelijk is, stijgen de kosten die gemoeid zijn met sociaal werkgeverschap.
De afgelopen jaren zijn er circa 80 medewerkers uitgestroomd. De meerkosten voor het beheer en onderhoud zijn tot en met 2027 gedekt. De uitstroom zal de komende jaren doorgaan. Invulling van deze plekken met andere mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt leidt tot hogere salaris- en begeleidingskosten. Dit leidt tot structurele meerkosten van 380 duizend euro vanaf 2028. De begeleiding van medewerkers in de sociale werkvoorziening wordt gedekt uit ontvangen subsidies. Dit geldt niet voor de begeleiding/ ondersteuning van de medewerkers met een afspraakbaan en reguliere medewerkers. De formatie-uitbreiding van 10,1 fte leidt daarom ook tot een verhoging van de overhead van 91 duizend euro vanaf 2028. 5. Formatie digitale Toegankelijkheid Met de Wet voor digitale toegankelijkheid zijn we verplicht websites en apps toegankelijk te maken en houden. We dienen de Digitale toegankelijkheid net als Privacy en Security te verankeren in de organisatie. Dit vraagt een tijdelijke formatie uitbreiding van 0,5 fte in 2025 en 2026. De kosten hiervan zijn 40 duizend euro in 2025 en 2026. De formatie-uitbreiding van 0,5 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 15 duizend euro in 2025 en 2026.
6. Formatie milieubeleid Met de intrede van de Omgevingswet is het thema externe veiligheid gemoderniseerd. Dat betekent een nieuwe aanpak van groepsrisico, een inventarisatie van risicovolle bedrijven, activiteiten en kwetsbare gebouwen, en ook een database waarin alle informatie over externe veiligheid verzameld wordt. Deze ontwikkeling vraagt ook om lokaal beleid en duidelijke kaders vanuit externe veiligheid voor een goede (veilige) ruimtelijke ontwikkeling. Dit is een wettelijke taak. Daarnaast vraagt de Omgevingswet om een meer integrale benadering van ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij spelen milieuthema’s een rol die op dit moment niet zijn belegd, zoals luchtkwaliteit, licht en geur. Een uitbreiding van de beleidscapaciteit is nodig om te zorgen voor een betere verbinding tussen beleid en uitvoering. Hiervoor is 100 duizend euro nodig vanaf 2025. De formatie-uitbreiding van 1,0 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 29 duizend euro vanaf 2025. 7. Verhuizing Algemene Fiets Afhandel Centrale (AFAC) Sinds 2011 is het fietsdepot voor fietsen (AFAC) gevestigd aan de Travertijnstraat. Jaarlijks belanden er circa 7.900 verkeerd of te lang gestalde fietsen in de AFAC. Er zijn altijd 1.000 tot 1.200 fietsen op het terrein aanwezig en dit zal naar verwachting de komende jaren zeker niet afnemen.
Er wordt rekening gehouden met een toekomstige capaciteitsbehoefte van 1.800 fietsen. Vanwege de herontwikkeling van de Travertijnstraat moet naar een nieuwe locatie worden uitgekeken. Voor de investering en de jaarlijkse exploitatiekosten verwachten we een extra budget van 113 duizend structureel vanaf 2025 nodig te hebben. 8. Omgevingswet De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zijn op 1 januari 2024 in werking getreden. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft invloed op de werkzaamheden binnen de gemeente. Uit landelijk onderzoek is gebleken dat de investeringen in de implementatie hoger zijn dan oorspronkelijk aangenomen en zich waarschijnlijk niet terugverdienen. We hebben onderzoek laten uitvoeren naar de structurele financiële effecten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, onder begeleiding van een extern deskundige. Het onderzoek laat zien dat de werkwijze bij de Omgevingswet, met meer interactie aan de voorkant van processen, een structurele investering in de organisatie vraagt. Het is wettelijk verplicht voor 2032 één omgevingsplan te hebben gerealiseerd.
Voor de opbouw van het omgevingsplan, het beheer van het omgevingsplan, de ICT-kosten, het procesgericht werken aan en met de omgevingsvisie, het maken van ruimtelijke onderbouwingen, het faciliteren van het vergunningverleningsproces en andere juridische werkzaamheden is de komende jaren circa 1,5 miljoen euro per jaar nodig vanaf 2025. De formatie-uitbreiding van 17,3 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 502 duizend euro vanaf 2025. Voor de toename van juridische werkzaamheden is in 2025 en 2026 460 duizend euro nodig. De formatie-uitbreiding van 5 fte leidt tot een verhoging van de overhead van 145 duizend euro in 2025 en 2026. Een deel van de formatiekosten (3,0 fte structureel en 5,0 fte voor 2025 en 2026) kan gedekt door een legesverhoging. Dit leidt tot een toename van de legestarieven. Door toerekening van de incidentele kosten in 2025 en 2026 zullen de tarieven in de komende jaren meer variëren.
Programma 3: Vitaal en Sociaal 9. Basisbanen: loonontwikkeling & externe bijdragen Met een basisbaan creëren we werkgelegenheid voor inwoners voor wie een betaalde baan niet haalbaar is. In de begroting 2023 hebben we middelen beschikbaar gesteld om het aantal basisbanen uit te breiden naar 250. De groei van het aantal gerealiseerde basisbanen verloopt als verwacht en in 2026 verwachten we de 250e basisbaan te realiseren. Op financieel vlak zien we bij de basisbaan twee ontwikkelingen. Ten eerste was de verwachting dat de basisbanen vanaf 2024 onder de CAO aan de slag zouden vallen. Door de onzekerheid over de looptijd van deze CAO zijn de basisbanen nog niet naar deze CAO overgebracht. In de tussentijd is de CAO WSW van toepassing. Dit leidt tot hogere loonkosten.
Daarnaast zijn we er bij de invoering van de basisbanen van uitgegaan dat partijen (in de wijken) een financiële bijdrage zouden leveren aan de uitvoering van het werk. De bijdragen van externe partijen zijn echter nog zeer beperkt. Voor het bepalen van de bijna onontkoombare knelpunten gaan we er voor de basisbaan vanuit dat de kosten van de basisbanen die eind 2024 zijn gerealiseerd niet meer te beïnvloeden zijn. Deze financiële ontwikkelingen leiden dan tot een knelpunt van 361 duizend euro in 2025. Bij een verdere uitbreiding van het aantal basisbanen na 2024 nemen de kosten verder toe. 10. Formatie en uitvoeringsbudget afspraakbanen Inwoners met een afspraakbaan hebben recht op persoonlijke ondersteuning van de gemeente bij het vinden en behouden van werk. Een vorm van die persoonlijke ondersteuning is de inzet van een jobcoach. Wij zijn juridisch verplicht de jobcoaching aan te bieden als de werknemer zonder die ondersteuning het werk niet goed kan uitvoeren. Het doel is dat de werknemer uiteindelijk zonder extra begeleiding op de werkplek zijn werk goed kan uitvoeren. We krijgen van het Rijk voor 3 jaar financiering voor jobcoaching. Sinds 2023 worden de middelen voor de afspraakbanen toegevoegd aan de algemene uitkering. Hierdoor wordt de groei van deze doelgroep niet langer automatisch toegevoegd aan het budget.
Tot en met 2026 is de volumegroei meegenomen in het beschikbare budget. Vanaf 2027 moet de groei nog afzonderlijk worden toegevoegd aan het budget. Het gaat om 109 duizend euro in 2027 en 217 duizend euro vanaf 2028. 11. Vervanging sleutelfunctionarissen In het beschutte bedrijf worden circa 35 sleutelfuncties ingevuld door SW-medewerkers. Doordat de oude sociale werkvoorziening wordt afgebouwd en de nieuwe instroom minder potentieel bevat zullen deze functies op termijn op een andere manier moeten worden ingevuld. In vorige begrotingen zijn hiervoor ook al aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Bij het instroomportaal werken 2 SW-medewerkers die in 2025 met pensioen gaan en ambtelijk vervangen moeten worden. In totaal bedragen we de extra kosten 182 duizend euro structureel vanaf 2025. Vanaf 2028 kunnen de extra kosten worden opgevangen binnen de beschikbare middelen voor Werk en Participatie. 12. Bijzondere Bijstand We verwachten vanaf 2025 een structureel tekort op het budget voor bijzondere bijstand van 750 duizend euro. Dit tekort wordt veroorzaakt door een toename op alle onderdelen van de bijzondere bijstand maar vooral bij de kredietverstrekking aan statushouders. Deze toename komt doordat er meer statushouders worden gehuisvest in Groningen. De toename op de overige regelingen komt voort uit meer bekendheid van de regelingen.
Als gevolg van recente uitspraken van de rechter hebben inwoners die bij beschermingsbewind kiezen voor een commerciële bewindvoerder, weer recht op bijzondere bijstand. We kunnen nu nog niet inschatten wat dit betekent voor de kosten. Bij het bepalen van het structurele tekort is hiermee nog geen rekening gehouden. 13. Individuele inkomenstoeslag We verwachten vanaf 2025 een structureel tekort op de individuele inkomenstoeslag van 200 duizend euro. Dit tekort wordt veroorzaakt door een stijging van de normbedragen. Dit heeft te maken met de verhoging van het wettelijk minimumloon, die ook doorwerkt naar de hoogte van de bijstandsuitkeringen. De bedragen voor de individuele inkomenstoeslag zijn hiervan afgeleid. 14. Studietoeslag Studenten die door een medische beperking niet kunnen bijverdienen naast hun studie kunnen studietoeslag aanvragen indien zij voldoen aan de voorwaarden. De uitgaven zijn in de afgelopen jaren toegenomen en stijgen nog steeds. De stijging wordt veroorzaakt door hogere normbedragen en meer studenten met mentale problemen. We zien geen mogelijke maatregelen om bij te sturen op de uitgaven. We houden rekening met een structureel tekort vanaf 2025 van 925 duizend euro.
15. Jeugdzorg De meerjarenraming voor de jeugdzorgkosten is geactualiseerd op basis van de gerealiseerde ontwikkelingen in 2023, nieuwe ontwikkelingen en een bijstelling op basis van loon- en prijsontwikkelingen. In 2023 zijn de jeugdzorgkosten sterk toegenomen door zwaardere problematiek en een stijging van de gemiddelde kosten per cliënt. Een belangrijk deel hiervan ontstaat bij de bij dagbesteding / dagbehandeling. Een deel van de hogere kosten in 2023 is al verwerkt in de begroting 2024. De rest nemen we mee bij de begroting 2025. Ook nieuwe ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen leiden tot hogere kosten. Zo leiden bijvoorbeeld de nieuwe contracten met gecertificeerde instellingen tot hogere zorgkosten. Op basis van deze ontwikkelingen verwachten we een structureel tekort van 3 miljoen euro vanaf 2025. Hierbij hebben we geen rekening gehouden met volumegroei, enerzijds omdat deze groei lastig te voorspellen is, anderzijds om we voor deze groei compensatie van het Rijk verwachten. Ook verwachten we dat de inzet op preventie een positief effect heeft op de omvang van de zorgkosten. In de meerjarenraming gaan we ervan uit dat lopende taakstellingen worden gerealiseerd. De belangrijkste taakstelling komt voort uit de landelijke hervormingsagenda.
In 2026 moeten we een besparing op de jeugdzorgkosten realiseren van 8,9 miljoen euro, vanaf 2027 loopt deze op naar 9,8 miljoen euro. De komende jaren vindt nadere invulling van de maatregelen vanuit de hervormingsagenda plaats, we moeten nauwgezet blijven monitoren in hoeverre onze taakstellingen daadwerkelijk haalbaar zijn. Het risico van niet volledig realiseren is groot. 16. Maatschappelijke opvang/vrouwenopvang (MO/VO) De kosten voor maatschappelijke opvang / vrouwenopvang nemen toe door een toenemende verblijfsduur en een lagere uitstroom binnen de opvang. Daarnaast zijn de budgetten tot op heden niet geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkelingen, omdat loon- en prijsstijgingen opgevangen konden worden binnen de beschikbare budgetten. Gezien de toenemende kosten bij de maatschappelijke opvang is dat niet langer mogelijk. Er wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn om de kosten naar beneden te brengen. Vermoedelijk zal dat in 2025 nog niet tot kostenbesparing leiden. Vooralsnog houden we rekening met een tekort in 2025 van 1,05 miljoen euro, oplopend naar 2,65 miljoen euro in 2028. 17. Huiselijk Geweld Binnen de centrumregeling worden de voorzieningen voor Huiselijk Geweld (HG) georganiseerd voor alle inwoners van de Groninger gemeenten. In de begroting liggen de structurele kosten boven de structurele inkomsten.
Tot en met 2024 kan het tekort nog worden opgevangen met incidentele overschotten uit het verleden. Vanaf 2025 is dit niet langer mogelijk. Daarnaast zijn voor Veilig Thuis Groningen (VTG) de minimaal noodzakelijke kosten opgenomen in de begroting. VTG stelt een analyse op over wat er nodig is om de wachtlijsten weg te werken en de bedrijfsvoering sterker te maken. Verwacht wordt dat dit zal leiden tot hogere kosten. Vooralsnog houden we rekening met een tekort van 600 duizend euro in 2025, oplopend tot 800 duizend euro in 2028. 18. Openlucht zwembad Ten Boer Het openlucht zwembad in Ten Boer wordt geëxploiteerd door een stichting. Het eigendom van het zwembad ligt bij de gemeente. De huidige exploitatiesubsidie is onvoldoende om voldoende onderhoud te plegen, duurzaamheidsmaatregelen te treffen en het zwembad te exploiteren. Verwacht wordt dan ook dat de gemeente een grotere rol moet gaan spelen om het zwembad toekomstbestendig te houden, dan wel in het leveren van expertise of ondersteuning in onderhoud/personeel, dan wel in het verlenen van een hogere exploitatiesubsidie. We verwachten dat de kosten vanaf 2025 met 80 duizend euro structureel zullen toenemen. 19. Monument slavernijverleden Bij de begroting 2023 is er 150 duizend euro beschikbaar gesteld voor de totstandkoming van het monument slavernijverleden. Deze middelen zijn in 2023 niet uitgegeven.
In 2023 is besloten om 2 monumenten op te richten die verwijzen naar zowel het WIC- als het VOC verleden. De inrichting van dit proces vindt plaats in 2024. De verwachting is dat de realisatie van de monumenten uiteindelijk in 2025 plaats vindt. Vooralsnog houden we rekening met een benodigd budget van 200 duizend euro.
20. Inkomsten begroting sport050 Na een analyse is gebleken dat de begroting van de inkomsten Sport050 structureel te hoog zijn begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door te hoge begrote inkomsten zwemwater, ijs en gymzalen. Het is nodig de inkomsten structureel naar beneden bij te stellen met 230 duizend euro vanaf 2025. 21. Verandering rijksbeleid SPUK Sport Vanaf 2019 kunnen gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen geen betaalde BTW meer in aftrek brengen. Gemeenten kunnen een uitkering aanvragen ter compensatie van het btw-nadeel. Deze regeling zou tot en met 2023 lopen, maar wordt verlengd tot en met 2025. In de concept-regeling is een aantal wijzigingen doorgevoerd die een negatief financieel effect hebben. We houden rekening met een nadeel van 134 duizend euro vanaf 2025. 22. Actualisatie knelpunt SBR-kunstgrasvelden (sanering en vervanging) Bij vervanging van kunstgras kiezen we, vanuit milieuoverweging, voor non-infill kunstgrasvelden. De oude SBR velden worden gesaneerd als ze vervangen moeten worden. De (gefaseerde) vervanging leidt tot meerkosten. De onder- en bovenlaag van de oude SBR velden moet opgeruimd worden. Daarnaast zijn non-infill kunstgrasvelden duurder. Deels is voor de hogere kosten al dekking in de begroting. De meerkosten zijn 15 duizend euro in 2027 en 155 duizend euro in 2028.
Programma 4: Dienstverlening en bestuur 23. Taakstellingen standaardisatie & rationalisatie en onderhoud We gingen ervan uit dat we bij de outsourcing van ICT besparingen konden realiseren door rationalisatie en standaardisatie van applicaties en door lagere kosten voor onderhoudscontracten. Inmiddels hebben nieuwe afspraken met Fujitsu gemaakt over het terugnemen van werkzaamheden door de gemeente en het gefaseerd afbouwen van het contract. Daarnaast hebben we een nieuwe strategie bepaald voor welke taken we zelf uitvoeren en welke taken we geclusterd aan de markt willen overlaten. De financiële effecten daarvan kunnen we nu nog niet inschatten. We gaan er wel vanuit dat we de hierboven genoemde taakstellingen zoals opgenomen in de begroting niet kunnen realiseren. In totaal gaat het om 1,4 miljoen euro structureel vanaf 2025. 24. Licentiekosten M365 Het goed archiveren en toegankelijk maken van informatie is van belang voor een goede en efficiënte dienstverlening aan inwoners. Daarbij voldoen we op dit moment niet aan de wettelijke eisen van informatiebeheer. Dit kan ook problemen opleveren met de Wet Open Overheid (WOO). De WOO stelt eisen aan informatie die openbaar gemaakt moet worden. Om te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen zijn aanvullende middelen nodig. Het gaat om 368 duizend euro in 2025 en 2026.
De kosten vanaf 2027 worden meegenomen in de aanbesteding van de nieuwe (digitale) werkplek.