CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Toelichting strategische investeringsprojecten.pdf

gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: *: VOORJAARSBRIEF 2026 EN FINANCIEEL MEERJARENBEELD 2027-20307.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “collegebrief”: 6 20

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026

Toelichting strategische investeringsprojecten Inleiding ................................................................................................................................................... 2 1. Nieuw muziekcentrum ........................................................................................................................ 2 2. Gebiedsontwikkeling Vitaliteitscampus en sportcentrum Kardinge ..................................................... 3 3. Martiniplaza.......................................................................................................................................... 5 4. Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ........................................................................................... 6 5. Warmtenet ........................................................................................................................................... 7 6. Energiepark Meerstad Noord .............................................................................................................. 8 7. Gebiedsontwikkeling Suikerzijde ......................................................................................................... 9 8. Gebiedsontwikkeling Stationsgebied ................................................................................................ 10 9.

Gebiedsontwikkeling Meerstad ......................................................................................................... 11 10. Oeververbinding Oosterhamrikzone ................................................................................................ 12 11. Masterplan sportvoorzieningen ....................................................................................................... 13 12. Bovenwijkse infrastructuur .............................................................................................................. 15 13. Wijkposten beheer en onderhoud ................................................................................................... 16 14. Hortus Biologisch centrum (nieuw in SIA) ....................................................................................... 17

1

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 Inleiding In de afgelopen jaren hebben we de systematiek van de strategische investeringsagenda (SIA) ontwikkeld en doorontwikkeld. De SIA maakt nu deel uit van de P&C cyclus. Net als vorig jaar geven we u gelijktijdig met de voorjaarsbrief de meest actuele stand van zaken van projecten die op deze agenda staan. Het aantal projecten is aan de hand van een aantal criteria, genoemd in de Voorjaarsbrief, teruggebracht om zo de SIA beheersbaar te houden. In dit overzicht vindt u voor 14 projecten een inhoudelijke toelichting op hoofdlijnen. Voor ieder project vindt op een later moment daadwerkelijke besluitvorming plaats. In de begroting nemen we een financiële reservering op voor de strategische investeringsprojecten waarbij op korte termijn een investeringsbesluit wordt verwacht. In deze toelichting geven we per project, naast een algemene toelichting, een eerste beeld van de benodigde reservering. In de begroting 2027 doen we een voorstel voor aanpassing van de financiële reservering van de SIA.

1. Nieuw muziekcentrum Op 7 mei 2026 zijn de uitkomsten van het onderzoek naar De Nieuwe Oosterpoort en de Grote Popzaal gepresenteerd (collegebrief nr. 113960-2026). Dit naar aanleiding van het besluit van uw raad in september 2025 tot renovatie van de Oosterpoort en een locatiebesluit voor de Grote Popzaal in het stationsgebied. Dit besluit kwam voort uit eerdere conclusies dat een integraal muziekcentrum in het stationsgebied niet binnen het financieel kader paste en meerdere grote risico’s kende. Op basis van de uitkomsten van het op 7 mei gepresenteerde onderzoek blijkt een aantal verwachte positieve effecten van de splitsing maar ook een aantal redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten. De financiële doorrekening van de splitsingsvariant leidt tot een substantiële overschrijding van het bestaande financiële kader. In de brief staat toegelicht dat de voordelen van splitsing, namelijk vereenvoudigen van de bouwopgave in het stationsgebied en daarmee reductie van risico’s en complexiteit, gecombineerd met het duurzaam en circulair behoud van de bestaande Oosterpoort, niet op wegen tegen de toename van langjarige investerings- en exploitatiekosten. Tijdens de verkenning is een kansrijk alternatief ontdekt, de ‘alles onder één dak renovatie’ op de huidige locatie.

Dit komt door nieuwe invalshoeken die niet eerder aan de orde zijn geweest en een aantal essentiële omslagen in het denken. Omdat de ‘alles onder één dak’ renovatie op de huidige locatie geen onderdeel uitmaakte van de opdracht van uw raad en zich gaandeweg het onderzoek naar de splitsingsvariant ‘toonde’, is er geen gedetailleerd ontwerp uitgewerkt. De variant is wel ruimtelijk functioneel getoetst, op faseerbaarheid en maakbaarheid getest en doorgerekend op kengetallen. Tijdens een beeldvormende sessie worden de mogelijkheden en kansen van de verkende ‘alles onder één dak renovatie’ met uw raad besproken en worden de mogelijke vervolgstappen doorgenomen.

Financiële reservering SIA Voorlopig gaan we uit van de benodigde middelen zoals opgenomen in de begroting 2025, waarbij rekening wordt gehouden met opening van een nieuw muziekcentrum in 2035. We onderzoeken de mogelijkheid om de in de meerjarenbegroting opgenomen financiële reservering voor de vervanging van het muziekcentrum (oplopend tot 6 miljoen euro vanaf 2029) vanaf 2030 te indexeren voor loon- en prijsstijgingen om het budget waardevast te houden. We komen hier bij de begroting 2027 op terug. Naast de middelen voor een nieuw muziekcentrum houden we rekening met aanvullende investeringen / onderhoudskosten die nodig zijn om de Oosterpoort tot de opening van een nieuw muziekcentrum in stand te houden. Deze kosten zijn geactualiseerd en vallen door hogere onderhoudskosten hoger uit dan de raming voor de begroting 2026.

2

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 2. Gebiedsontwikkeling Vitaliteitscampus en sportcentrum Kardinge In het afgelopen jaar is hard gewerkt aan het herijken van de opgaves voor de nieuwbouw van het sportcentrum op Kardinge en de integrale gebiedsontwikkeling van de Vitaliteitscampus. Dit zien wij als twee onlosmakelijke onderdelen. Als gevolg van de staat van het huidige Sportcentrum Kardinge en de bestaande installaties moeten we op korte termijn aan de slag met de nieuwbouw van Sportcentrum Kardinge. Parallel aan het proces van de Vitaliteitscampus (gebiedsontwikkeling) heeft uw raad eind 2025 een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld voor het verder uitwerken van de voorkeursvariant voor het sportcentrum. Daarnaast werken we aan voorbereidende stappen en onderzoeken voor het stedenbouwkundig plan voor de vitaliteitscampus met daarin de kavel voor het nieuwe sportcentrum. Sportcentrum In de financiële reservering voor de SIA – opgenomen in de gemeentebegroting 2026 – is rekening gehouden met een investeringssom tussen de 225 en 250 miljoen euro voor het sportcentrum. Op basis van het in ontwikkeling zijnde Programma van Eisen (PvE) en het Ruimtelijke Functioneel Ontwerp (RFO) werken we momenteel aan een herijking van de financiële uitgangspunten voor het sportcentrum. Hieruit komt naar voren dat er sprake is van een kostenverhoging ten opzichte van de raming van vorig jaar.

Deze toename wordt met name veroorzaakt door een hogere raming voor loon- en prijsstijgingen, bouw- en installatiekosten, bijkomende kosten en faseringskosten. In de komende periode onderzoeken we hoe deze kostenstijging kan worden beperkt en/of kan worden opgevangen. En wat het effect is op de structurele last vanaf 2033. De effecten verwerken we in de begroting 2027. Gebiedsontwikkeling Vitaliteitscampus Op basis van het ruimtelijk functioneel onderzoek (RFO) voor het sportcentrum ontstaat ook een duidelijkere afbakening van het plot voor de gebiedsontwikkeling. Deze nadere gebiedsafbakening hebben we, samen met de financiële ontkoppeling ten opzichte van het sportcentrum (zie hiervoor), verwerkt in de grondexploitatie. Dit betekent dat de financiële aspecten van het nieuwe sportcentrum nu volledig losgekoppeld zijn van de grondexploitatie. De aan het sportcentrum gerelateerde kosten (o.a. sloop en bouw- en woonrijp maken) kunnen hierdoor meerjarig afgeschreven worden. Ander gevolg is dat de grondexploitatie een minder groot (incidenteel) verlies laat zien. Ook heeft het RFO de wederzijdse relaties en raakvlakken tussen de realisatie van het nieuwe sportcentrum en de ontwikkeling van het gebied concreter in beeld gebracht. Een gefaseerde aanpak lijkt in de praktijk vrijwel onontkoombaar: terwijl het sportcentrum open is, wordt een nieuw sportcentrum gebouwd.

Als dat gereed is, ontstaat ruimte voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling. De gebiedsontwikkeling start vanaf 2032 na realisatie van het nieuwe sportcentrum. Hierdoor ontstaat tevens de mogelijkheid om een aantal belangrijke onderdelen, die nu nog niet (volledig) bekend zijn maar wel grote invloed kunnen hebben het stedenbouwkundig plan, nader te onderzoeken en in de planvorming te betrekken. Het gaat bijvoorbeeld om de omvang en vorm van de toekomstige parkeeroplossing, het toekomstige onderwijsprogramma en het daadwerkelijke ontwerp van het sportcentrum. In de GREX zijn de afbakening ten opzichte van het sportcentrum en de latere start verwerkt. Het verwachte negatieve saldo van de GREX ten opzichte van vorig jaar is hierdoor verkleind. Vorig jaar hielden we nog rekening met een tekort van circa 21 miljoen euro in 2025. Op dit moment houden we rekening met een tekort van 7,5 miljoen euro in 2032. Het negatieve saldo van de GREX zal bij vaststelling, verwacht in 2032, moeten worden opgevangen.

Financiële reservering SIA De structurele financiële opgave neemt naar verwachting toe ten opzichte van vorig jaar. Er wordt momenteel nader onderzoek gedaan naar het optimaliseren van de investerings- en exploitatieraming van het sportcentrum. Ook binnen de gebiedsontwikkeling wordt een aantal financiële optimalisaties verkend. Hierbij worden ook de andere onderdelen die verband houden met de toekomstige ontwikkelingen op Kardinge betrokken; de bovenplanse investeringen, parkeerexploitatie en investeringen voor maatschappelijk vastgoed 3

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 (onderwijsaccommodatie voor voortgezet onderwijs). De uitkomsten van de optimalisaties worden betrokken bij de begroting 2027. De verdere uitwerking van de gebiedsontwikkeling inclusief het parkeren kan betekenen dat op termijn aanvullende middelen benodigd zijn.

4

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 3. Martiniplaza Martiniplaza heeft een aanbod van theater, topsport, congres en events en is goed voor jaarlijks 500.000 bezoekers en een spin-off van 40 miljoen euro voor stad en regio. Het gebouw, waarvan belangrijke delen dateren uit eind jaren ’60, voldoet technisch en functioneel niet meer. Ter overbrugging naar nieuwbouw zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor Martiniplaza. Daarbij wordt uitgegaan van instandhouding tot en met 2035. Het realiseren van een nieuwe Martiniplaza is een grote opgave met een lange doorlooptijd. Om in 2035 een nieuwe Martiniplaza op te kunnen leveren is het belangrijk dat een adequate projectstructuur wordt ingericht en geen tijd wordt verloren. In de financiële reservering in de begroting 2026 zijn de benodigde middelen voor de instandhouding van Martiniplaza tot en met 2034 opgenomen (raadsvoorstel juli 2025 58559-2025). De realisatie van een nieuwe Martiniplaza kost vanaf 2036 naar verwachting tussen de 275 en 300 miljoen euro (exclusief btw en parkeren). Dit leidt tot een fors hogere structurele bijdrage (indicatie 15 miljoen euro hoger). Het uiteindelijke programma (aantal hallen en functionaliteit), het gebouwarrangement (één of meerdere gebouwen, gestapeld of enkellaags) en de logistiek zijn sterk bepalend voor de uiteindelijke investeringssom en de langjarige gebouwexploitatie.

In de SIA houden we rekening met een tijdshorizon tot en met 2035. De extra structurele lasten van Martiniplaza vallen hier net buiten (vanaf 2036). Aangezien het om een groot structureel bedrag gaat, is het een overweging om hier op tijd voor te gaan sparen, bijvoorbeeld vanaf 2031. Hieruit kunnen voorbereidingskosten worden betaald en middelen die nog niet nodig zijn kunnen worden gespaard ter dekking van de investering (en verlagen van de structurele lasten).

Financiële reservering SIA Voorlopig houden we rekening met een structurele reservering van 2 miljoen euro cumulatief per jaar vanaf 2031. Hiermee wordt een tot en met 2035 10 miljoen euro gereserveerd.

5

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 4. Verduurzaming maatschappelijk vastgoed Het maatschappelijk vastgoed van de gemeente Groningen heeft een gemiddelde leeftijd van meer dan 40 jaar. De leeftijd van de vastgoedvoorraad brengt voor de toekomst een grote verduurzaming- en moderniseringsopgave met zich mee. De panden met een maatschappelijke bestemming en zonder programma zijn opgenomen in de strategie verduurzaming en modernisering gebouwvoorraad bij de Routekaart Maatschappelijke Verduurzaming. (Zie collegebrief 311821-2025). De genoemde vernieuwing- en moderniseringsopgaven zijn gelet op de gebouwleeftijd, de dynamiek van de achterliggende (beleids-)programma’s en veranderende gebruikers(wensen) noodzakelijk en leiden tot grote financiële opgaven voor de toekomst. Voor vernieuwing en modernisering wordt niet structureel gespaard binnen de gemeente. De gereserveerde middelen voor beheer en onderhoud zijn gericht op instandhouding en beheer en onderhoud ‘as is’. De leeftijd van de vastgoedportefeuille levert spanning op in relatie tot hedendaagse eisen qua functionaliteit en bedrijfsvoering. Daarnaast leidt de leeftijd van de panden tot kwetsbaarheid in relatie tot veranderende regelgeving. Gezien de omvang van de opgave in relatie tot de beschikbare middelen en capaciteit zal het naar verwachting een lange periode vergen om de panden te upgraden.

Intussen kan het noodzakelijk worden om (gedeeltelijk) te vernieuwen c.q. te upgraden vanwege gewijzigde gebruikerseisen en of wettelijke eisen. Voor de actualisatie van de SIA 2027 is met behulp van bureau Arcadis een fasering gemaakt voor de aanpak van de verduurzaming en modernisering van panden. Het uitgangspunt hierbij is dat voor 2050 alle panden voldoen aan de voorgeschreven normen. In de financiële reservering wordt rekening gehouden met de benodigde middelen voor panden die op korte termijn aangepakt moeten worden. Hierbij hebben we onderscheid gemaakt tussen panden die in verschillende fasen zitten: ▪ Start van panden waarbij de verwachte besluitvorming voor het opstellen van een Schetsontwerp (SO), Voorlopig Ontwerp (VO) en of definitief ontwerp (DO) ligt in de periode 2026-2027 en start uitvoering in de periode 2028 en verder.

Hiervoor zijn geen aanvullende incidentele middelen voor voorbereiding nodig; ▪ Panden waarbij het de voorbereiding (uitvoeren van onderzoeken, haalbaarheidsstudies, locatiestudie, opstellen programma van eisen) ligt in de periode 2026-2027 en de verwachte besluitvorming voor het opstellen van een Schetsontwerp (SO), Voorlopig Ontwerp (VO) en of definitief ontwerp (DO) ligt in de periode 2028-2029; ▪ Panden waarbij de start van de voorbereiding (uitvoeren van onderzoeken, haalbaarheidsstudies, locatiestudie, opstellen programma van eisen) ligt in de periode 2028-2029.Hiervoor worden vooralsnog alleen de incidentele voorbereidingskosten opgenomen. Dekking van deze incidentele kosten komt ten laste van de reserve sparen voor de toekomst

Financiële reservering SIA Voorlopig houden we rekening met panden waarvoor op kortere termijn plannen worden voorbereid en uitgevoerd. Benodigde middelen lopen hard op vanaf 2031. Bij het bepalen van de benodigde middelen is kritisch naar de uitvoeringsplanning gekeken. De totale voorbereidingskosten in de jaren 2026-2029 worden nu ingeschat op 3,9 miljoen euro. De totale structurele kapitaallasten lopen op naar 10 miljoen euro vanaf 2034.

6

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 5. Warmtenet Warmtestad speelt als publiek warmtebedrijf een belangrijke rol bij de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities (bijdrage CO2-reductie van het warmtespoor). Met de aanleg van een nieuwe warmteinfrastructuur (warmtenetten en collectieve WKO-systemen) geeft WarmteStad vorm aan de energie- en warmtetransitie van de stad. Een maatschappelijke opgave die behalve qua duurzaamheid ook impact heeft op het sociaal-economische beleid (via de tarieven) en bij de wijkvernieuwing en (her)inrichting van de openbare ruimte. Dit laatste speelt met name in de noordwestelijke stadswijken (Paddepoel, Selwerd, Vinkhuizen en Kostverloren). De aanleg van het warmtenet bestaat uit de volgende fasen: ▪ Fase 1 heeft betrekking op de aansluiting van 10.600 woningequivalenten (weq) (raadsbesluit 2019). ▪ Fase 2a gaat over 5000 weq (raadsbesluit 2023). ▪ Voor fase 2b wordt een verkenning uitgevoerd van de mogelijkheden voor groei met 12.000 weq. WarmteStad is een zelfstandig publiek warmtebedrijf dat zorgt voor productie, transport en levering van duurzame warmte en/of koude voor woningen en utiliteiten in de gemeente. WarmteStad is in 2017 gestart met de aanleg van het warmtenet in Noordwest. Sinds oktober 2025 is de gemeente 100% eigenaar van WarmteStad. WarmteStad heeft de activiteiten ondergebracht in vier werkmaatschappijen.

Dit zijn Warmtenet Noordwest BV, Warmtetransport Noordwest BV, WKO Europapark BV en NDEA BV. Inmiddels zijn er ruim 7.650 woningequivalenten (weq) aangesloten op het hoofdwarmtenet en zijn er vier WKOsystemen operationeel. In 2026 zal het aantal woningequivalenten naar verwachting uitkomen op 10.600. Daarmee is fase 1 van het warmtenet Noordwest voltooid. De volgende fase 2a is gestart. Een investeringsbesluit hiervoor is in 2023 genomen. Tot en met 2028 worden in fase 2a 5.000 woningequivalenten aangesloten. Onderzoek voor een volgende fase 2b loopt. Besluitvorming hierover zal in 2026 of 2027 aan de orde komen. Fase 2b zou nog eens 12.000 woningequivalenten kunnen toevoegen. In 2026 zullen nieuwe afspraken gemaakt worden met corporaties voor toekomstige aansluitingen. Hierover zijn afspraken opgenomen in de prestatieafspraken. Ook moet in de eerste helft van 2026 nieuwe bankfinanciering tot stand komen voor het warmtenet Noordwest. Met de overname van de aandelen WarmteStad van het Waterbedrijf is de gemeente 100% eigenaar geworden van WarmteStad. Voor het kunnen doorgroeien van WarmteStad wordt een verkenning gedaan naar nieuwe publieke aandeelhouders die mee willen investeren in WarmteStad. Rond de zomer van 2026 wordt besluitvorming hierover verwacht. Voor de realisatie door Warmtestad is het nodig eigen vermogen beschikbaar te stellen aan Warmtestad.

Voor de gemeente ontstaan hierdoor structurele rentelasten. In de financiële reservering begroting 2026 hebben we de benodigde middelen opgenomen om fase 1 en 2a te kunnen realiseren (raadsvoorstel 195800-2025). Daarnaast is in de begroting 2026 al rekening gehouden met de overname van de aandelen van het Waterbedrijf (raadsvoorstel 253994-2025).

Financiële reservering SIA Voorlopig houden we rekening met de benodigde middelen voor fase 1 en 2a. In totaal dienen we tot en met 2030 hiervoor 64,5 miljoen eigen vermogen beschikbaar te stellen De benodigde structurele middelen ter dekking van de rentelasten hebben we vooralsnog opgenomen in de financiële reservering. Scenario 2b heeft betrekking op de aansluiting van 12.000 woning-equivalenten. Scenario 2b kunnen we niet alleen uitvoeren. Daarvoor is de omvang (en de risico’s) te groot). Daarvoor voeren we een verkenning uit naar nieuwe publieke aandeelhouders. In de financiële reservering houden we geen rekening met fase 2b. Er wordt momenteel gesproken met een landelijke publiek partij (EBN) om een aandeel in Warmtestad te nemen. Als deze partij medeaandeelhouder wordt verlaagd dit de structurele last voor de gemeente. Hiermee is nog geen rekening gehouden.

7

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 6. Energiepark Meerstad Noord Met de (door)ontwikkeling van het Energiepark Meerstad Noord zetten we een belangrijke stap richting een CO2 neutrale gemeente. Dit natuurinclusieve energiepark bestaat uit een zonnepark (220 MWp), batterijopslag (50 MW) en een stroomaansluiting op het landelijke stroomnet van TenneT. Het park draagt niet alleen bij aan klimaatdoelen, maar biedt ook een oplossing voor de toenemende netcongestie in de regio. Het Energiepark Meerstad Noord wordt gefaseerd ontwikkeld: ▪ Fase 1 (2028): 60 MWp zonne-energie en 15 MW batterijopslag ▪ Fase 2 (2030): uitbreiding tot 220 MWp zonne-energie en 50 MW batterijopslag ▪ Fase 3 & 4: herinvesteringen in batterijopslag (15 MW en 35 MW) De investeringsmomenten in het Energiepark zijn gebaseerd op de planning van TenneT van beschikbare netcapaciteit. Dit maakt realisatie van fase 1 mogelijk in 2028 en in 2030 de uitbreiding naar het volledige energiepark. De herinvesteringen in fase 3 en 4 vindt plaats na 15 jaar. Dit is het einde van de economische levensduur van de batterijen fase 1 en 2. Zonnepark Met het totaal van 220 MWp, ca 300.000 zonnepanelen, heeft het zonnepark voldoende energie-opwek-capaciteit voor het stroomverbruik van circa 80.000 huishoudens per jaar in de gemeente Groningen en levert daarmee een besparing ca. 75.000 Ton CO2 uitstoot per jaar op.

Op basis van beschikbare aansluitcapaciteit op het stroomnet van TenneT wordt er in 2 fasen aangesloten op het stroomnet. In 2028 wordt ca. 60MWp gerealiseerd (fase 1) en in 2030 wordt dit met ca. 160 MWp aangevuld waarvan ca. 120 MWp door de gemeente Groningen. De overige ca. 40 MWp wordt gebouwd door de private deelnemers en energiecoöperatie, Collectief Duurzaam Lageland (CDL). Batterij Opslag Naast zonne-energie omvat het park ook grootschalige batterijopslag (totaal 50 MW), verdeeld over twee fasen. In fase 1 wordt 15 MW gebouwd en in fase 2, 35 MW. De opslag van energie is een belangrijke toevoeging voor het rendement van het energiepark doordat er steeds vaker sprake is van lage en negatieve stroomprijzen door een overschot aan energie in het landelijke stroomnet. Netaansluiting/TenneT De netaansluiting TenneT bestaat uit een aansluiting op het stroomnet van TenneT (een klantstation) en een privaat netstation. Dit netstation is nodig om het zonnepark en energieopslag aan te sluiten op het stroomnet. Deze infrastructuur maakt toekomstige ontwikkelingen mogelijk en draagt bij aan het versterken van het elektriciteitsnet in de regio. Uw raad heeft eind 2025 besloten over de gebiedsontwikkeling Energiepark Meerstad Noord (264472-2025).

Daarbij heeft uw raad het investeringsbedrag van fase 1 en het privaat netstation vastgesteld en hiervoor aanvullend 39,0 miljoen eigen vermogen beschikbaar te stellen aan de GEB Holding BV (door middel van een extra agiostorting). De structurele rentelasten zijn ten laste van de financiële reservering voor de SIA uit de begroting 2026 gebracht. De investeringen worden gedaan door het Gemeentelijk Energiebedrijf (verder GEB). Gemeente stelt eigen vermogen beschikbaar. Dit leidt tot structurele rentelasten bij de gemeente. Hier gaan de kosten voor de baten uit. Op basis van de huidige businesscases kunnen op de langere termijn de (cumulatieve) kapitaallasten worden terugverdiend.

Financiële reservering SIA Uw raad heeft met de besluitvorming over de gebiedsontwikkeling Energiepark Meerstad Noord (264472-2025) ook krediet beschikbaar gesteld voor het realiseren van een netstation. Hiermee is dus ook al een stap voor fase 2 gezet. Voorlopig houden we daarom rekening met de rentelasten van de benodigde investeringen voor fase 1 en fase 2 (totaal bijna 150 miljoen in de jaren 2025-2031). In de financiële reservering in de begroting 2026 hielden we ook al rekening met de benodigde investeringen voor fase 1 en 2 (op basis van de beschikbare gegevens van dat moment). Een deel van de benodigde middelen is al beschikbaar gesteld bij besluitvorming over de gebiedsontwikkeling (688.000 euro uit de financiële reservering SIA 2026). Deze is als beschikbare dekking meegenomen en komt niet meer terug in de financiële reservering voor de SIA 2027.

8

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 7. Gebiedsontwikkeling Suikerzijde De Suikerzijde beslaat een gebied van circa 160 hectare. Er worden zo’n 5.000 woningen gebouwd. De Infrastructuur die kan worden toegerekend aan de gebiedsontwikkeling is meegenomen in de grondexploitatie. De investeringen in bovenwijkse infrastructuur moeten buiten de grondexploitatie worden gedekt. In de begroting zijn de bovenwijkse investeringen reeds opgenomen, die nodig zijn voor aanleg van Suikerzijde. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van een station. Dit betreft investeringen in de aanleg van een OV knoop, de aanleg van een station, de verdubbeling van het spoor en de onderdoorgang bij het spoor. Het station Suikerzijde is bedoeld om de woningen in de Westflank een volwaardige OV-verbinding te geven. Ook dient het station voor de bereikbaarheid van de toekomstige MBO-campus op de Suikerzijde. Momenteel bevindt het project zich in de verkenningsfase waarin ProRail, in samenwerking met de ingenieurs van RailXpert, werkt aan een kansrijke oplossing voor het inpassen van het station. Zowel in de infra en dienstregeling als in de stationsomgeving. Deze fase wordt opgevolgd door de planning- en studiefase, aanbestedingsfase en de aanlegfase.

Er wordt gekoerst op een opening van het station eind 2033 zodat de bewoners en bezoekers van De Suikerzijde zo snel mogelijk gebruik kunnen maken van de treinen en bussen die dan halteren op de OV hub. In 2035 volgt de nieuwe concessie regionaal spoorvervoer Fryslân en Groningen, waarin station Suikerzijde opgenomen wordt. Team RailXpert heeft in 2025 een eerste kostenraming van het station opgesteld. Er zijn op dit moment nog heel veel onzekerheden. De nieuwe ramingen laten zien dat de kosten voor station en spoormaatregelen rond de 200 miljoen euro uitkomen. Hiervoor is 73,3 miljoen euro subsidie vanuit het Rijk beschikbaar. Er resteert dan nog een 129,4 miljoen euro (+ beheer en onderhoud). Hiervoor staan de gemeente en de provincie Groningen aan de lat. Als uitgangspunt voor de SIA is genomen dat de gemeente niet bijdraagt aan spoormaatregelen, maar alleen aan het station zelf. Voor de SIA gaan we vooralsnog uit van een investering van 100 miljoen euro voor alleen het stationsgedeelte van station Suikerzijde. Het Rijk en provincie staan dan aan de lat voor de benodigde 100 miljoen euro aan spoormaatregelen.

Financiële reservering SIA Vanuit de gebiedsbegroting Suikerzijde is er 37,5 miljoen euro beschikbaar. Voor de resterende 62,5 miljoen euro dient nog dekking te worden gevonden. Indien deze voor rekening van de gemeente komen, leidt dit tot een structurele last voor de gemeente van 2,8 miljoen euro vanaf 2033.

9

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 8. Gebiedsontwikkeling Stationsgebied Het stationsgebied betreft de gebiedsontwikkeling tussen het Emmaviaduct, de Parkweg, de Hereweg en de Stationsweg. De nieuwe stadswijk Spoorkwartier is het meest prominente onderdeel (inclusief Glaudé). In dit gebied zijn drie investeringsprojecten in voorbereiding, namelijk: 1) De sloop van het stadsbalkon en herinrichting van het Stationsplein 2) De aanleg Tulaplein (zuidplein) en 3) De aanpak van de Stationsweg. Op 13 januari 2026 is de realisatiestrategie stationsgebied 2026-2030 vastgesteld. Daarin staat de aanpak van het stationsgebied uitgebreid beschreven. In 2026 wordt een start gemaakt met de planvorming voor herontwikkeling van de Glaudé locatie; start uitvoering omstreeks 2028. De bedragen in de SIA zijn geactualiseerd ten opzichte van de SIA begroting 2026. Bij realisatiebesluiten in de komende jaren, dienen ook de benodigde structurele kapitaallasten in de financiële reservering te worden meegenomen. De volgende besluiten worden verwacht: ▪ 2026: vaststellen grondexploitatie spoorkwartier en uitvoeringskrediet; ▪ 2026: Uitvoeringskrediet Zuidplein; ▪ 2026: Uitvoeringskrediet aanleg tijdelijke fietsenstalling en aanpassing fietsstructuur; ▪ 2026: Voorbereidingskrediet herontwikkeling Glaudélocatie. We houden rekening met een tekort bij de gebiedsontwikkeling.

De grondexploitatie wordt geactualiseerd. Als bij het vaststellen van de grondexploitatie een tekort resteert, moet hiervoor een voorziening worden getroffen. Vooralsnog houden we rekening met een tekort van 25 miljoen euro bij de gebiedsontwikkeling en 2 miljoen bij de herontwikkeling van Glaudé. Het verwachte tekort op de grondexploitatie en Glaudé nemen we mee bij de incidentele opgave voor de SIA. Dekking van deze incidentele kosten komt ten laste van de reserve sparen voor de toekomst.

Financiële reservering SIA Voorlopig houden we rekening met een investering in het Zuidplein en investeringen Noordplein fase 1 en 2. De bijbehorende structurele kapitaallasten worden meegenomen in de financiële reservering. We verwachten in 2026 een uitvoeringskrediet aan uw raad voor te leggen voor het Zuidplein.

10

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 9. Gebiedsontwikkeling Meerstad Het Masterplan Meerstad uit 2005 is geactualiseerd. Uw raad heeft de Agenda van de Toekomst Meerstad in 2022 vastgesteld als basis voor de verdere uitwerking. De meest in het oog springende wijzigingen zijn de concentratie van nieuwe woon- en werkgebieden ‘te gast’ in het afleesbare landschap, het koesteren van waardevolle natuur, een meer gevarieerd woonaanbod, kleinere voorzieningenclusters op loop- en fietsafstand en de realisatie van het energielandschap in Meerstad-Noord. Op 29 november 2023 heeft duw raad een voorkeursmodel voor de verdere uitwerking van Meerstad vastgesteld. Een belangrijke wijziging betreft een omslag naar meer woningen in het betaalbare segment (sociale huurwoningen, middenhuur en gesubsidieerde en betaalbare koopwoningen). In de financiële reservering bij de begroting 2026 is rekening gehouden met een incidenteel tekort van 10 miljoen euro en een structureel budget voor de overheveling van bovenwijkse voorzieningen (45 miljoen euro) en de grondwaarde van Meerstad Noord (32 miljoen euro) naar de gemeente. Met de besluitvorming over Meerstad Noord in december 2025 is invulling gegeven aan de grondwaarde. Dit onderdeel kan daarom in de SIA vervallen. Bij de vaststelling van het voorkeursscenario werd uitgegaan van een exploitatietekort van 20 miljoen euro.

Daarbij werd uitgegaan dat de helft (10 miljoen) het tekort binnen de grondexploitatie kan worden opgelost. De ambities zoals opgenomen in de Agenda voor de Toekomst en het voorkeursscenario hebben grote financiële consequenties. Het effect van de Agenda voor de Toekomst is op de gebiedsontwikkeling wordt momenteel nader uitgewerkt. Daarbij kijken we ook naar de keuzemogelijkheden binnen de gebiedsontwikkeling. We verwachten om medio 2026 een aantal mogelijke scenario’s te kunnen voorleggen. Dan hebben we zicht op het tekort en hoe we hiermee kunnen omgaan. Daarbij speelt dat de gebiedsontwikkeling Meerstad een hoge boekwaarde kent. Dit leidt tot hoge rentelasten en een grote gevoeligheid voor renteschommelingen. Daarom zou het wenselijk zijn de boekwaarde te verlagen. Bij de uitwerking van het voorkeursscenario worden de mogelijkheden om de boekwaarde over een langere periode omlaag te kunnen brengen onderzocht.

Financiële reservering SIA Voorlopig houden we rekening met: ▪ De overheveling van 45 miljoen euro aan bovenwijkse voorzieningen; ▪ de overdracht van het Woldmeer (88,5 miljoen euro) ▪ de overdracht van Harksteder Broeklanden (27,9 miljoen euro). De overdracht van de bovenstaande onderdelen leiden voor de gemeente tot kapitaallasten oplopend tot 5,5 miljoen euro structureel. Het tekort bij de grondexploitatie (dat niet op een andere manier kan worden opgevangen) hebben we vooralsnog op 10 miljoen euro laten staan. Hier hielden we ook rekening mee in de begroting 2026.

11

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 10. Oeververbinding Oosterhamrikzone De Oosterhamrikzone is het hart van de Kardinge-as en sluit aan op de groei van de binnenstad, de Healthy-Aging Campus en de Vitaliteitscampus Kardinge. Het totale en integrale pakket van ontwikkeling, infrastructuur en openbare ruimte is beschreven in het “Toekomstbeeld Oosterhamrikzone”. Het project Oosterhamrikzone beoogt de zone rondom het Oosterhamrikkanaal te ontwikkelen en transformeren van oude industrie naar een nieuw en groen stadsdeel waarin de leefkwaliteit weer voorop staat. Daarin staan drie opgaven centraal: woningbouw, mobiliteit en de herinrichting van de openbare ruimte. In totaal worden 2.000 woningen aan het gebied toegevoegd, waarvan er inmiddels ongeveer 1.000 zijn gerealiseerd. Voor de realisatie van nog eens 1.000 woningen, om de bereikbaarheid van het oostelijke gedeelte van de stad voor de lange termijn te kunnen waarborgen en om de verbinding met het Ommeland te verstevigen zijn mobiliteitsingrepen noodzakelijk. Een nieuwe oeververbinding over het Van Starkenborghkanaal voor voetgangers, fietsers en auto’s naast het huidige openbaar busvervoer is daarvoor van groot belang. In opdracht van uw raad (2021) is voor het gebied een integraal plan en ontwerp opgesteld.

Het Toekomstbeeld en de uitwerking daarvan in een Kaderstellend ontwerp mobiliteit en openbare ruimte Oosterhamrikzone zijn door uw raad in september 2025 vastgesteld (194019-2025). Dit beschrijft de stip op de horizon en de langjarige ontwikkeling van het gebied. Hiermee zijn zowel de ambities en programma, als de vertaling op schetsontwerpniveau voor ontwikkeling en openbare ruimte vastgelegd. Er zijn goede mogelijkheden voor een gefaseerde ontwikkeling van het gebied en realisatie van maatregelen. Een cruciale deelopgave is een nieuwe oeververbinding voor alle modaliteiten. Het Rijk wilde in 2022 na een gezamenlijk MIRT-Onderzoek niet verder met de volgende onderzoeksfase naar de vervanging van de huidige Busbaanbrug, een MIRT-Verkenning, vanwege het ontbreken van zicht op een volledige financiële dekking van de investering voor een nieuwe oeververbinding. De vaststelling van het kaderstellend ontwerp geeft nu de bredere ontwikkelmogelijkheden rondom een nieuwe oeververbinding. Met het uitwerken van een financieringsstrategie creëren we een gezamenlijke projectbasis met het Rijk, provincie en andere partners en geven we inzicht in de faseringsmogelijkheden, de te doorlopen processtappen en de financieringsbehoefte, uitgezet in de tijd. Het Kaderstellend ontwerp heeft onder andere opgeleverd dat een separate fietsbrug een eerstvolgende stap en van grote waarde kan zijn.

Daarom starten we een verkenning daarnaar. Gelet op het nu nog ontbreken van (zicht op) financiële middelen, ook bij het Rijk, houden we voor de korte termijn nog geen rekening met een realisatiebesluit over de oeververbinding en over de andere investeringen in de openbare ruimte, maar koersen wel op een investeringsbesluit over een fietsbrug. We houden er rekening mee dat de gehele gebiedsontwikkeling nog minimaal 20 jaar in beslag zal nemen. De complete aanpak voor de (her)ontwikkeling en transformatie van de Oosterhamrikzone omvat een maatregelenpakket voor bovenplanse infrastructuur, mobiliteit en herinrichting van de openbare ruimte met een omvang van 224 miljoen euro (prijspeil 1 januari 2026). Op hoofdlijnen omvat dat: ▪ het verplaatsen van de gehele huidige busbaan naar een nieuwe route (16,7 miljoen euro); ▪ het aanleggen van een nieuwe fiets- en autoverbinding (38 miljoen euro); ▪ een fietsbrug (20,5 miljoen miljoen); ▪ een tweede oeververbinding (brug of aquaduct) voor bus/autoverkeer over het Van Starkenborghkanaal (86,6 miljoen euro); ▪ de herinrichting van de openbare ruimte (16,9 en 40,1 miljoen euro). Dit betreft onder andere openbare ruimte, groen, leefkwaliteit en de (her)inrichting van pleinen met winkels en voorzieningen (Wielewaalplein en Oosterhamrikplein); ▪ Herinrichting Oosterhamrikkade zuidzijde (5,2 miljoen euro).

Gelet op het nu nog ontbreken van (zicht op) financiële middelen bij Rijk, gemeente en provincie wordt ervan uitgegaan dat grootschalige investeringsbeslissingen en kredietverlening niet op korte termijn kunnen worden genomen. Gekoerst wordt op beschikbaarheid van middelen vanaf de collegeperiode 2030 – 2034 en een investeringsbesluit over een fietsbrug in de periode daarvoor. Na een periode voor planuitwerking, planologische procedures en aanbesteding verwachten we dat voor de oeververbinding realisatie mogelijk is in de periode 2035 – 2037 en ingebruikname vanaf 2038 bij voldoende beschikbare middelen. Bij voldoende zekerheid over deze oeververbinding kan de aanleg van een nieuwe busroute en auto/fietsroute en herinrichting van openbare ruimte al eerder starten, daarvoor zien we een periode van 2030 tot en met 2035.

Financiële reservering SIA Vooralsnog houden we geen rekening met de oeververbinding. De herinrichting van de Oosterhamrikkade zuidzijde staat op zichzelf en kan al eerder plaatsvinden, namelijk realisatie in 2027/2028. Hiervoor zijn de middelen beschikbaar. 12

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 11. Masterplan sportvoorzieningen De sportdeelname staat onder druk en er is een aantal uitdagingen ten aanzien van de sportvoorzieningen. De gemeente Groningen groeit en de vraag naar sport- en beweegvoorzieningen groeit mee. Daarnaast verandert de behoefte van inwoners aan sportvoorzieningen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de opkomst van padel, 3x3 basketbal en het steeds meer sporten in de openbare ruimte. In mei 2024 is het ambitiedocument van het ‘Masterplan (door)ontwikkeling sportvoorzieningen 2037’ door uw raad vastgesteld (87197-2024). In het ambitiedocument zijn de referentienormen en uitgangspunten voor de uitbreiding, vervanging, verbetering en verduurzaming van onze sportvoorzieningen uitgewerkt. De uitvoeringsagenda is het tweede deel van het ‘Masterplan (door)ontwikkeling sportvoorzieningen’. In de uitvoeringsagenda kijken we integraal en in samenhang naar alle opgaven voor de (door)ontwikkeling van onze sportvoorzieningen. Daarbij kunnen we over een lange periode een impuls geven aan de sport- en beweegvoorzieningen voor de komende 15 jaren (en verder). In juni 2025 hebben we uw raad gevraagd wensen en bedenkingen te geven op het Ontwerp Uitvoeringsagenda Masterplan (door)ontwikkeling Sportvoorzieningen (hierna: Uitvoeringsagenda - 164154-2025).

In november 2025 heeft het college de Uitvoeringsagenda vastgesteld en uw raad hierover geïnformeerd (3789721-2025). In de uitvoeringsagenda hebben we de fasering van alle opgaven in zogenoemde ‘tranches’ uitgewerkt. In deze tranches geven we per cluster van vier jaren aan hoeveel (en welke) opgaven idealiter gerealiseerd worden, om daarmee het juiste tempo te halen om alle genoemde opgaven uit de uitvoeringsagenda tijdig te realiseren. In 2028 herijken wij de onderliggende opgaven van de uitvoeringsagenda in het licht van de situatie op dat moment en bepalen we concreter de fasering van de opgaven voor de tranches na 2032. Dit proces herhalen wij iedere vier jaar. De investeringen die in de uitvoeringsagenda worden opgenomen zijn: ▪ Uitbreiding buitensport: sportparken en sportvelden; ▪ Uitbreiding binnensport: sporthallen en/of sportzalen; ▪ Uitbreiding sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte, inclusief Urban Sport voorzieningen; ▪ Vervanging, verbetering en verduurzaming binnen-, en buitensportvoorzieningen, zwemvoorzieningen en sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte (incl. Urban Sport); ▪ Kwalitatieve ontwikkeling overig sportvastgoed (clubhuizen, kantines, kleedkamers, etc.) In de Uitvoeringsagenda staan alle projecten gefaseerd weergegeven tot en met 2040. In totaal gaat het om ongeveer 80 projecten in deze 15 jaar.

Deze meerjarige en integrale uitvoeringsagenda maakt dat we een totaalbeeld hebben van alle projecten voor de (door)ontwikkeling van onze sportvoorzieningen en door de onderlinge relaties tussen de projecten ook integraal kunnen sturen op een optimale uitvoering. Ten opzichte van de begroting 2026 zijn er op hoofdlijnen vier elementen die zorgen voor mutaties: 1. Er zijn drie nieuwe investeringen toegevoegd: a. Toevoeging van een sporthal in de Eems; b. Toevoeging van een tweede tijdelijke sporthal; c. Toevoeging van een sportzaal aan de westkant van de stad. 2. De bestaande investeringen vallen duurder uit als gevolg van verwachte prijsstijgingen. 3. De omvang van de verwachte investeringen is geactualiseerd. Zo is bij de doorontwikkeling van sportpark Eems gebleken dat de omvang van het aantal kleedkamers en de afmeting van het clubhuis te klein is om het sportpark goed te laten functioneren. 4. De fasering van de investeringen is herijkt. Daarbij is rekening gehouden met de relatie met investeringen in onderwijshuisvesting (Gro Up) en de ontwikkelingen in De Eems, Meerstad, Suikerzijde en de Nieuwe Held. Daarnaast is de realisatie van de Urban Sports Hub naar voren gehaald (naar 2030).

Financiële reservering SIA In de financiële reservering in de begroting 2026 hielden we al rekening met het masterplan sportvoorziening. Voor het bepalen van de benodigde financiële reservering voor de begroting 2027 is gekeken naar: ▪ investeringsprojecten die in de jaren 2026-2029 van voorbereiding naar uitvoering gaan ▪ investeringsprojecten die in 2026-2029 worden voorbereid en die vanaf 2029 in uitvoering gaan Jaarlijks is sprake van voorbereidingskosten voor de lopende projecten (kosten voor programma- en projectmanagement. Deze kosten zijn niet direct toe te rekenen aan specifieke investeringen in sportvoorzieningen. Deze kosten liggen jaarlijks rond de 1 miljoen euro (bandbreedte 0,7 – 1,3 miljoen euro). Voor het bepalen van de financiële reservering houden we alleen rekening met de voorbereidingskosten in de jaren 2026-2031.

13

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 Bij bepaling van de benodigde reservering is rekening gehouden met inzet van de in de gemeentebegroting 2023 opgenomen extra beleidsmiddelen voor ‘uitbreiding buitensport’ (oplopend tot 411 duizend euro vanaf 2026). De investeringsprojecten uit het masterplan waarvoor een realisatiebesluit is genomen (en waarvoor de middelen uit de financiële reservering zijn overgeheveld) worden niet meer opgenomen in het masterplan sportvoorzieningen.

14

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 12. Bovenwijkse infrastructuur In 2025 is gestart met de bouw in Suikerzijde, staat de eerste ontwikkelaar/bouwer van Stadshavens in de startblokken en worden voorbereidingen getroffen voor woningbouw van de Eems (Meerstad). Daarnaast zijn ook voor het Stationsgebied, De Nieuwe Held en de Travertijnstraat planologische procedures, grondexploitaties en verkooptenders in voorbereiding. Op langere termijn zullen ook gebieden als Europapark Zuid, en de bedrijventerreinen aan de Oostkant van de stad (o.a. Driebond) vragen om (gedeeltelijke) transformatie. De investering in bovenwijkse/regionale voorzieningen (infrastructuur en inrichting openbare ruimte) die nodig zijn voor deze gebiedsontwikkelingen, kunnen niet (geheel) binnen de gebiedsontwikkelingen worden opgevangen. Vooralsnog kunnen we hiervoor het beschikbare budget voor bovenwijkse infrastructuur inzetten. In de begroting 2023 is een oplopend structureel budget beschikbaar gesteld voor investeringen in bovenwijkse voorzieningen. Het budget loopt op tot 2 miljoen euro structureel vanaf 2026. De voor bovenwijkse voorzieningen benodigde middelen zal het beschikbare budget van 2 miljoen euro overschrijden. Hiervoor zullen aanvullende middelen gereserveerd moeten worden. In het kader van de nota kostenverhaal en subsidieaanvragen bij o.a.

het ministerie van BZK is inzichtelijk gemaakt dat de investeringen een omvang kennen van afgerond 1,5 miljard euro. De omvang hiervan is dusdanig groot dat de gemeente aanvullende middelen zal moeten reserveren om de woon, werk- en leefomgeving te kunnen realiseren. Op basis van de investeringslijst is het mogelijk om in beeld te brengen welke bovenwijkse voorzieningen de komende coalitieperiode tot 2030 noodzakelijk zijn voor het mogelijk maken van de gebiedsontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen). Veel plannen zijn in voorbereiding en zullen in 2026 t/m 2028 om besluitvorming van de gemeenteraad vragen. In die jaren zal uw raad dan ook om kredietbesluiten worden gevraagd. Het gaat om een veelvoud aan projecten en investeringen die vaak via verschillende bronnen worden gefinancierd (Rijk, provincie, programmabudgetten, SIF, SIA, grexen, marktpartijen/kostenverhaal), maar waarvoor aanvullende middelen/co-financiering nodig zijn/is. Onderstaand is een niet limitatief overzicht van projecten waarvoor de komende jaren voorstellen worden verwacht.

▪ De Nieuwe Held: hoofdontsluiting, wijkpark en vogel/hazen/natuurcompensatie: 30 miljoen euro ▪ Helpman-Noord: herinrichting infrastructuur: 5 miljoen euro ▪ Reitdiepswaard: actieve ontwikkeling BBB-zone, leefkwaliteit openbaar gebied: 5 miljoen euro ▪ Parkeerhub Zernike, 1e fase: 10 miljoen euro ▪ Parkeerhub Corpus den Hoorn: 10 miljoen euro ▪ Hunzezone 1e fase: 20 miljoen euro Een belangrijk deel van de inmiddels beschikbare investeringsruimte (op basis van de beschikbare 2 miljoen euro structureel) is voorzien voor de ontwikkeling van bovenwijkse voorzieningen van De Nieuwe Held. De resterende middelen zijn onvoldoende voor dekking van de investering in bovenwijkse voorzieningen in de komende coalitieperiode. Op basis van bovenstaand overzicht houden we vooralsnog rekening met een totale investering van 80 miljoen euro. De kapitaallasten hiervan lopen op naar 3,6 miljoen euro. Dit is 1,6 miljoen euro structureel meer dan het beschikbare budget.

Financiële reservering SIA Voorlopig houden we rekening met de benodigde aanvulling van 1,6 miljoen euro structureel (vanaf 2030).

15

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 13. Wijkposten beheer en onderhoud Voor het beheer van de openbare ruimte hebben we wijkposten nodig van waaruit het dagelijks beheer van groen, schoon en grijs wordt georganiseerd. De huidige huisvestingssituatie van de wijkposten van Stadsbeheer sluit niet goed meer aan op de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in de gemeente en de beoogde bedrijfsvoering van Stadsbeheer. Daarnaast zijn de wijkposten sterk gedateerd en passen de wijkposten niet goed meer in de omgeving. Voor de wijkposten van Stadbeheer is een visie opgesteld. Kernpunt van de visie wijkposten zijn vier robuuste wijkposten van waaruit Stadsbeheer en de medewerkers van iederz gezamenlijk opereren. Wijkpost Zuid wordt in de revitalisering van de Duinkerkenstraat meegenomen maar voor West en Haren en indirect Oost en Oude wijken moeten nog concrete stappen worden gezet. Voor Oost en Oude wijken gaan we kijken naar een alternatieve locatie. Hiervoor is het Oostersluisterrein van de provincie Groningen strategisch aangekocht. Het terrein zal begin 2027 beschikbaar komen. Dit verkennen we verder door een plan uit te werken om op deze locatie beide wijkposten samen te voegen. De ruimte die daardoor vrijkomt aan de Electronstraat kan dan gebruikt worden voor wijkpost West. De oude boerderij in park Selwerd kan dan vrijkomen.

We gaan in 2026 hiervoor een plan maken inclusief bestek zodat we in 2027 met de aanpak kunnen beginnen. De huidige wijkpost Haren ligt in een woonwijk en de plek is daardoor minder geschikt als wijkpost. Daar komt bij dat er op korte termijn veel (groot) onderhoud nodig is en de meeste gebouwen gedateerd en inefficiënt zijn. Een alternatieve locatie verdient onze voorkeur. We zullen tot 1 januari 2028 de mogelijkheden voor een alternatieve locatie verkennen. Mochten er geen alternatieven zijn gevonden, dan overwegen we nieuwbouw op de huidige locatie. Door hogere eisen die worden gesteld vanuit de gemeente aan duurzaam bouwen is de berekening van de wijkposten aangepast.

Financiële reservering SIA Voor de investering in de wijkposten West, Oude Wijken en Oost en voor wijkpost Haren zijn aanvullende middelen nodig. Deze nemen we mee bij het bepalen van de financiële reservering voor de begroting 2027.

16

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 14. Hortus Biologisch centrum (nieuw in SIA) Sinds januari 2023 is de gemeente Groningen eigenaar van de Hortus en het voormalig Biologisch centrum in Haren, een gebied met grote ecologische, cultuurhistorische en maatschappelijke waarden. De gemeente wil het gebied toekomstbestendig maken. Op 2 december 2025 hebben we kennis genomen van het werkboek “Toekomstperspectief Hortus – Biologisch centrum Haren" en hebben we ingestemd met het daarin opgenomen wensbeeld als uitgangspunt voor verdere planontwikkeling. In 2026 zal gestart worden met het opstellen van een gebiedsgericht omgevingsprogramma. De planontwikkeling en -uitvoering zal gefaseerd worden aangepakt en zal meerdere jaren (t/m 2037) in beslag nemen. Voor de SIA is een (zeer voorlopige) planning gemaakt. Het project kent relatief weinig investeringen. Het overgrote deel van de te maken kosten betreffen incidentele lasten. Voor de kosten (en negatieve grondopbrengsten) die onderdeel worden van de exploitatieopzet voor het Biologisch centrum is in het jaar van opening van de exploitatieopzet (voorlopig is dit op 2027 gezet) een verliesvoorziening noodzakelijk. In dit stadium is de berekening dusdanig indicatief dat nog niet is gerekend met rente en indexering. Daarnaast is in de eerste jaren sprake van incidentele exploitatielasten.

In totaal ramen we de incidentele lasten in de eerste jaren op circa 45 miljoen euro.

Financiële reservering SIA Gezien de financiële opgave van de gemeente is het noodzakelijk om voor het project Hortus - Biologisch centrum de mogelijkheden voor financiële optimalisatie van de plannen te onderzoeken. Daarbij zouden naast de uitwerking van het wensbeeld de financiële variant behoud van de bestaande situatie en, voor zover mogelijk, een kostenneutrale variant mogelijkerwijs ook een terugvaloptie kunnen zijn. Het onderzoek naar financiële optimalisatie maakt onderdeel uit van de vervolgstappen voor de planontwikkeling van het gebied. De plankosten voor deze onderzoeksfase zijn gedekt. De benodigde middelen voor een vervolgfase zijn afhankelijk van de variant die wordt gekozen. Voor een vervolgfase zijn op dit moment geen middelen beschikbaar.

17

Bijlage 4 - Voorjaarsbrief 2026 Bijlage: investeringsprojecten die niet meer in de SIA worden opgenomen

Museum aan de A Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Gebiedsontwikkeling Stadshavens Bereikbaarheid Westflank Ringweg Hoogkerk Fietsparkeren binnenstad Uitvoering mobiliteitsvisie Gemeentelijk ontwikkelbedrijf Broedplaatsen Meerjarenvervangingsplan openbare ruimte Groninger water- en rioleringsplan Wijkvernieuwing

Hierover is een realisatiebesluit genomen. Betreft een wettelijke verplichting, hier zijn weinig keuzes mogelijk. Betreft een beperkte investering in bovenwijkse voorzieningen De maatregelen uit de ontwikkelagenda Westflank zijn gedekt Vooralsnog geen zicht op dekking / uitvoering. De investeringen in stallingen zijn gedekt. Exploitatielasten komen terug bij exploitatie parkeren. Betreft uitvoeringsprogramma van kleinere verkeersprojecten Dit is geen grote investeringsopgave. Benodigd structureel budget wordt betrokken bij opstellen begroting. Dit betreft een beperkte investering. Binnen het vervangingsplan zijn beperkt keuzes mogelijk. Investeringen worden gedekt uit de tarieven. Daarnaast zijn beperkt keuzes mogelijk. Betreft programma van kleinere projecten

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5423/documents/93825