Bijlage 4 gala-gezond-en-actief-leven-akkoord.pdf
Tekst van het document
23 In de SPUK wordt dit plan van aanpak genoemd.
•
VNG stimuleert dat de onderdelen van de ketenaanpak die door het Zorginstituut als ‘niet zijnde Zvw’ zijn geduid en/of als ‘sociaal/publiek domein’ zijn geadviseerd, door gemeenten bij de diverse professionals/instanties worden ingekocht. Landelijke dekking is het uitgangspunt. • Zorgverzekeraars en gemeenten hebben een gezamenlijke inspanningsverplichting om ervoor te zorgen dat er voldoende aanbod beschikbaar is om in te kopen (bijv. door benutting van bepaalde (zorg)professionals). In de inkoopcontracten wordt naar elkaar verwezen en deze sluiten op elkaar aan. Hierin zijn afspraken opgenomen over de samenwerking tussen de diverse zorgprofessionals. Tijdpad: vanaf 1-4-2023 (voor 2023 en/of 2024) 12. Opname in polisvoorwaarden Zvw 2024 Zorgverzekeraars nemen de onderdelen van de ketenaanpakken die vallen onder de Zvw op in de polisvoorwaarden 2024. Tijdpad: 12 november 2023 13. Ketenaanbod toegankelijk • Uitgangspunt is om te komen tot landelijk dekkend toegankelijk ketenaanbod voor alle mensen uit de doelgroep. Om hiertoe te komen worden de 5 ketenaanpakken in elke gemeente ingericht. Dit betekent niet dat elke gemeente daadwerkelijk zelf ketenaanbod moet hebben binnen de gemeentelijke grenzen. Afspraken, op regionaal niveau, met (buur)gemeenten hierover volstaan.
• Er is sprake van toegankelijkheid van het ketenaanbod als risico’s vroegtijdig worden gesignaleerd en inwoners op tijd een passend (domeinoverstijgend) aanbod krijgen. Als er sprake is van een zorgbehoefte wordt de inwoner op de juiste plek binnen de keten geholpen (zo nodig wordt naar de juiste professional doorverwezen) en krijgt hij een adequaat (domeinoverstijgend) (zorg)aanbod waar direct of binnen redelijke termijn gebruik van kan worden gemaakt. • Idealiter is hiervan uiterlijk 1 januari 2024 sprake. VNG, ZN en VWS onderschrijven dat dit geen realistische streefdatum is. De uitrol per regio en per gemeente zal verschillen in de tijd. • Afgesproken wordt dat uiterlijk op 1 januari 2024 in elke regio wel wordt gestart met de inrichting van de ketenaanpak in zoveel mogelijk gemeenten. • Per ketenaanpak verschilt het tijdpad naar volledige toegankelijkheid binnen de regio. Over de fasering in de tijd worden in de implementatietrajecten onder leiding van VWS afspraken gemaakt. Dit voorstel wordt tijdens een bestuurlijk overleg geagendeerd. • Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht voor de onderdelen van de ketenaanpak die te verzekeren zorg betreffen. Zorgverzekeraars spannen zich, in samenwerking met gemeenten, maximaal in om tijdens deze fasering te voldoen aan de zorgplicht. De NZa houdt bij het toezicht hierop rekening met bovenstaande afspraken. Tijdpad: 1 januari 2024
14. Monitoring • Conform afspraak in het IZA financiert VWS de landelijke en regionale monitoring van de invoering en het effect van de inzet op de domeinoverstijgende ketenaanpakken. In 2023 wordt de monitoring verder vormgegeven, mede op basis van diverse bestaande monitors. De inhoud van de ketenaanpak specifieke monitors, worden in gezamenlijkheid vastgesteld. • VWS zorgt ervoor dat opdrachten aan het RIVM geïntegreerd en samengevoegd zijn en dat er per ketenaanpak zoveel mogelijk uniform wordt gemonitord om administratieve lasten te voorkomen. Ook wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande datastromen en monitors. • Gemeenten en zorgverzekeraars (via Vektis) leveren hiervoor de benodigde gegevens aan. Hiervoor wordt ook het bestaande venster op de samenwerking benut. Tijdpad: heden – tot uiterlijk 2028
Ketenaanpakspecifieke afspraken In aanvulling op bovenstaande algemene randvoorwaarden en criteria maken gemeenten, zorgverzekeraars en VWS de volgende specifieke afspraken. Gecombineerde leefstijlinterventie • Zorgverzekeraars zullen de komende jaren de mogelijkheid verkennen (bijvoorbeeld met pilots of koploper gemeenten) om in de zorgpolissen meer medisch specialisten of de bedrijfsarts op te nemen als verwijzer naar de verschillende GLI-programma’s. Hierbij is van belang dat de verwijzer voldoende tijd heeft voor het doen van een goede verwijzing en voldoende zicht heeft op de situatie van de persoon. • VWS stelt in 2022 en 2023 budget beschikbaar voor communicatie over de GLI om bekendheid van de GLI-programma’s onder huisartsen en andere verwijzers te vergroten en om de bereidheid van mensen met overgewicht om deel te nemen aan een GLI te stimuleren. • De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor coördinatiekosten om de ketenaanpak in te richten, met tenminste zorgverzekeraars en relevante (zorg)professionals.
Aanpak overgewicht en obesitas kinderen • Bij het opzetten van een ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas wordt als uitgangspunt gehanteerd Het Landelijk Model Ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas.24 • Voor een goed werkende ketenaanpak dient er minimaal aanbod te zijn in de volgende categorieën: schuldhulpverlening, opvoedondersteuning, sport- en beweeg aanbod, activiteiten op het gebied van gezonde voeding en activiteiten op sociaal-emotionele ontwikkeling.
24 https://assets-us-01.kc-usercontent.com/d8b6f1f5-816c-005b-1dc1-e363dd7ce9a5/a3efa086-7ee8-4e06-b5c9-18992dfb6bff/Landelijk_model_digitaal_tcm235-928414.pdf GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord | 33
•
•
•
• •
Over de rol van het RIVM bij de beoordeling van de varianten van de kinder-GLI (een vast programma of een GLI op maat), wordt door VWS, in samenspraak met ZN, RIVM en ZINL, uiterlijk 1 februari 2023 een besluit genomen. Zorgverzekeraars maken voor 1 maart 2023 samen met de beroepsgroepen afspraken over het waarborgen van de kwaliteit van de centrale zorgverlener (voor zover verzekerde zorg), de kinder-GLI en zorgprofessionals die de kinder-GLI kunnen aanbieden. Dit gaat in elk geval om kwaliteitseisen. ZN heeft hierbij een stimulerende rol. De Rijksoverheid financiert de landelijke organisatie Kind naar Gezonder Gewicht (onderdeel van JOGG). Gemeenten kunnen hier terecht voor kennis en ondersteuning bij de implementatie van de ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas. Bij het proces tot het komen van samenwerkingsafspraken wordt in ieder geval de JGZ betrokken. De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor: − inzet van gemeentelijke functionarissen (al dan niet via opdracht) voor de uitvoering van het Landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas; − lokale monitoring en evaluatie.
Bij de monitoring kan gebruik gemaakt worden van de indicatorenset voor de aanpak Kind naar Gezonder Gewicht (onderdeel van JOGG) die ontwikkeld is door het RIVM;25 − voor een goed werkende ketenaanpak kan het zijn dat er aanvullende leefstijlinterventies nodig zijn die buiten de vergoeding van de Zvw vallen. In dat geval zorgt de gemeente voor de beschikbaarheid van passend aanbod. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de databank Loket Gezond Leven.
Welzijn op recept • Welzijn op recept wordt ruim opgevat. Het betreft een werkwijze om mensen met psychosociale klachten te helpen door de samenwerking tussen huisarts, eerstelijns zorgverlener, welzijn en het sociaal domein. Hiermee wordt Welzijn op Recept breder opgevat dan het huidige concept Welzijn op Recept. • Er bestaat geen duiding van Welzijn op Recept door het Zorginstituut. Het door VWS gefinancierde bestaande integrale inkoopadvies Welzijn op Recept (https://welzijnoprecept.nl/integraal-inkoopadvies-welzijn-op-recept/) dient als handreiking en is richtinggevend voor de samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en zorgverzekeraars. • ZN verzoekt het Zorginstituut om een duiding. • De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor: − het welzijnsaanbod in de wijk verder te versterken zodat het aanbod o.a. met het oog op de groep mensen die met het verder scheiden van wonen en zorg thuis blijft wonen, het opstarten van WOR-
25 Visscher, K., Vroling, H., Spijkerman, A. (2022). Ontwikkeling indicatorenset Kind naar Gezonder Gewicht: een Delphi-studie.
34 | GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord
− −
trajecten in gemeenten waar dit nu nog niet gebeurt en het inkopen van WOR-trajecten; het aanbod van de onderdelen van de ketenaanpak die geen Zvw-zorg betreffen; coördinatiekosten om de ketenaanpak binnen de gemeente in te richten, met tenminste zorgverzekeraars en relevante (zorg)professionals.
Valpreventie • De ketenaanpak is een aanpak gericht op thuiswonende ouderen van 65 jaar of ouder met een verhoogd valrisico die bestaat uit; − opsporing (risico-inschatting); − screening (valanalyse); − inzet van erkende beweeginterventie zoals op loketgezondleven.nl van het RIVM, zo nodig aangevuld met medicatiebewaking, aanpak visus problemen, aanpak van voetproblemen en schoeisel, aanpassingen huis en omgeving, voedingsinterventie, educatieve interventies, psychologische interventies, medische behandeling van onderliggende ziektes en; actieve begeleiding en doorverwijzing naar structureel beweegaanbod. • Per 2023 krijgt jaarlijks 14% van alle thuiswonende ouderen (65+) een risico-inschatting. Per 2023 volgt jaarlijks 3% van alle thuiswonende ouderen (65+), waarbij verhoogd valrisico is vastgesteld, een erkende valpreventieve beweeginterventie. Dit betreft landelijke percentages. Deze inzet is noodzakelijk om de potentiële besparingen, onder andere binnen de Zvw, te kunnen realiseren. Dit is ook de minimale inzet om te komen tot minder meer druk op de zorg, waaronder SEH-bezoeken naar aanleiding van een val. • Voor gemeenten zijn al per 2023 via de SPUK-middelen beschikbaar om de onderdelen die vallen binnen de gemeentelijke domeinen (zoals een valrisico-inschatting en een valpreventieve beweeginterventie) aan te bieden en de ketenaanpak met zorgverzekeraars op te zetten.
• Gezien de kortingen die per 2023 worden toegepast binnen de Zvw en Wlz, en een deel van de potentiële besparingen daadwerkelijk te kunnen realiseren, vragen gemeenten die een SPUK aanvragen, in elk geval middelen aan voor valpreventie. • De valrisico-inschatting zal in 2023 door zorgverzekeraars vergoed kunnen worden als onderdeel van bestaande consulten, bijvoorbeeld door wijkverpleging of de huisarts. De organisatie van valpreventie is nog niet overal gerealiseerd, dus de inzet zal beperkt zijn en op het moment voornamelijk voor die mensen met indicatie in de zorg om medicalisering van preventie te voorkomen. • De valanalyse kan in 2023 door zorgverzekeraars vergoed worden voor zover deze wordt uitgevoerd door zorgprofessionals die volgens ZIN de competenties hebben om dit te doen en gedeclareerd worden onder reeds bestaande prestatiecodes. De organisatie van valpreventie is nog niet overal gerealiseerd, dus de inzet zal beperkt zijn en op het moment voornamelijk voor die
•
•
•
•
mensen met indicatie in de zorg om medicalisering van preventie te voorkomen. Zorgverzekeraars kopen voor 2024 erkende valpreventieve beweeginterventies in voor ouderen die hiervoor in aanmerking komen. Zorgverzekeraars komen uiterlijk met de betrokken beroepsgroepen tot afspraken over welke beroeps groepen onder welke voorwaarden de valanalyse kunnen uitvoeren. Dit kan vervolgens worden opgenomen in het inkoopbeleid voor 2024. In opdracht van VWS ondersteunt VeiligheidNL samen met het RIVM gemeenten met kennis over hoe de effectieve ketenaanpak kan worden vormgegeven. De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor: − het aanbod van de onderdelen van de ketenaanpak die thuis horen in sociaal/publiek domein: • het opsporen van ouderen en het vaststellen van de valrisico van deze groep; • het equiperen en voorlichten van de mantel zorgers bij het opsporen en ondersteunen van ouderen met een verhoogd valrisico; • het aanbieden van erkende beweeginterventies zoals op loketgezondleven.nl van het RIVM; • het gedeeltelijk compenseren van ouderen die een woningaanpassing nodig hebben. − coördinatiekosten om de ketenaanpak binnen de gemeente in te richten, met tenminste zorgverzekeraars en relevante (zorg)professionals.
Naast de ketenaanpak valpreventie is er ook ruimte voor het aanbieden van daarop aansluitende beweegactiviteiten voor 65-plussers die geen verhoogd valrisico hebben en het aanbieden van andere door het RIVM erkende valpreventieprogramma’s. Kansrijke start • In paragraaf 3A is aangegeven welke rol gemeenten, zorgverzekeraars en VWS op zich nemen bij de ketenaanpak kansrijke start.
GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord | 35
4 Wat is nodig om de resultaten te kunnen halen?
36 | GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord
In dit hoofdstuk gaan we in op de zaken die nodig zijn om de doelen te kunnen bereiken: A. Financiën B. Regionale en lokale samenwerking C. Agenda en dialoog Health in all policies D. Kennisinfrastructuur E. Monitoring F Ondersteuningsprogramma G. Governance
•
• • • • • •
4A Financiën De financiering van gemeenten op het thema gezondheids bevordering is nu ten dele afhankelijk van tijdelijke, niet-structurele, middelen. De tijdelijkheid van financiering bemoeilijkt het integraal, domeinoverstijgend werken en ontmoedigt het werken aan doelen die slechts op langere termijn te behalen zijn. Juist een integrale, langetermijn aanpak is nodig om resultaat te kunnen behalen bij het verkleinen van gezondheidsachterstanden. Voor de afspraken die opgenomen zijn in het GALA is gekozen om de financiering van verschillende (bestaande en nieuwe) programma’s en aanpakken waarover afspraken zijn gemaakt, te bundelen in één specifieke uitkering (SPUK). Dit betreft het financiële arrangement waarmee de gemeenten geoormerkt geld kunnen aanvragen. In de SPUK worden in elk geval 15 bestaande en nieuwe interventies en aanpakken gebundeld. Voor 2023 kunnen gemeenten met een eenvoudige aanvraag middelen ontvangen. Voor de periode 2024 – 2026 dient een plan van aanpak te worden opgesteld waaruit blijkt dat de verschillende interventies en aanpakken hun plek hebben in een samenhangende, integrale blik op het bevorderen van de (positieve) gezondheid van de inwoners. De verdeling van de SPUK-middelen over gemeenten wordt gebaseerd op inwonertal en het aantal inwoners met gezondheidsachterstanden (gebaseerd op inkomensniveau en opleidingsniveau).
Gemeenten worden zodoende in staat gesteld om met prioriteit in te zetten op de inwoners, buurten en wijken waar sprake is van achterstanden. Achterstanden die een nadelige impact hebben op de (ervaren) gezondheid.
de (samenhang tussen) de doelen en de afgesproken acties in het GALA. Met speciale aandacht voor de vraag hoe de (wijken met) mensen met gezondheids achterstanden te bereiken; de verbinding met lokale aanpak in het sociale en fysieke domein; samenwerkingsafspraken binnen de regionale preventie-infrastructuur met zorgverzekeraars en zorgpartijen; samenwerkingsafspraken met lokale partijen (binnen een preventie- en of sportakkoord waar dit aan de orde is); de verbinding met de lokale nota gezondheidsbeleid; de inzet van de advies- en kennisfunctie van de GGD; de betrokkenheid van bewoners en bewonersinitiatieven.
De brede SPUK bundelt de middelen rondom programma’s en interventies met overlappende doelstellingen. Gemeenten kunnen zodoende een integrale aanpak ontwikkelen, waarin de doelstellingen van de programma’s en interventies in samenhang worden georganiseerd. Alle gemeenten kunnen een aanvraag doen voor (onderdelen van) de SPUK. Voor sommige bestaande regelingen en programma’s betekent dit een wijziging van het type uitkering, namelijk van een decentralisatie-uitkering naar een specifieke uitkering. De SPUK wordt begin 2023 gepubliceerd. Naar verwachting zullen de afspraken over het IZA-budget voor gemeenten tot een wijziging van de SPUK leiden begin 2023, omdat deze middelen daar in worden opgenomen. Door het aanvragen van de middelen voor een onderdeel binnen de SPUK committeert de aanvragende gemeente zich eraan om de verstrekte middelen in te zetten voor de in het GALA opgenomen activiteiten ten behoeve van de afgesproken doelen. Dit geldt alleen voor de onderdelen die de gemeenten heeft aangevraagd. De gemeenten zullen niet worden afgerekend op de outcome van deze inspanningen, omdat het behalen van deze outcome van veel factoren afhankelijk is, die veelal ook buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen. Er wordt gemonitord op het al dan niet behalen van de beoogde resultaten die zijn afgesproken.
Op basis van de monitoring vindt ook het gesprek plaats welke interventies of aanpakken succesvol zijn en welke niet. In de SPUK worden de volgende onderdelen en budgetten opgenomen. Tevens is aangegeven welke middelen structureel zijn. De bedragen zijn afgerond. Voor de exacte bedragen wordt verwezen naar de SPUK.
Voor het opstellen van een plan van aanpak dienen in elk geval de volgende elementen opgenomen te zijn:
GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord | 37
2023
2024
2025
2026
Struct.
1. Sportakkoord
13,0
13,0
13,0
10,0
10,0
2. BRC 26
89,3
89,3
89,3
86,3
86,3
Totaal Sport & Bewegen
102,3
102,3
102,3
96,3
96,3
3. Terugdringen Gezondheidsachterstanden (voorheen via DU GIDS) 27
20,0
20,0
20,0
20,0
20,0
4. Kansrijke Start
20,0
20,0
48,9
48,9
15,0
16,0
16,0
5. Mentale Gezondheid 29
7,0
5,0
5,0
6. Aanpak overgewicht en obesitas
17,5
17,5
17,5
7. Valpreventie 30
51,4
47,4
47,4
8. Leefomgeving
10,0
10,0
10,0
9. Opgroeien in een Kansrijke Omgeving & Vroegsignalering
2,5
2,5
2,5
10. Wijkaanpak sociale basis, inclusief stimuleren woonvormen
36,4
35,9
35,9
26,9
11. Mantelzorg (Respijtzorg)
10,0
10,0
10,0
9,0
12. Een tegen Eenzaamheid (lokale coalities)
10,0
10,0
8,0
13. Welzijn op Recept (WOR)
5,5
9,5
11,5
13,5
185,3
183,8
183,8
138,3
14. Versterken kennisfunctie GGD’en
2,5
2,5
2,5
15. Coördinatiekosten regionale aanpak preventie
8,9
7,3
7,3
Totaal algemeen thema
11,4
9,8
9,8
-
IZA-middelen (150 miljoen, deze worden naar verwachting later aan de
150,0
150,0
150,0
150 ,0
150,0
Totaal Brede SPUK (inclusief IZA)
449,0
445,9
445,9
3384,66
-
Perspectief na 2026 26 27 28 30 Met de SPUK kunnen gemeenten voor de periode 2023 – 2026 middelen aanvragen voor de afgesproken acties. Het grootste deel van de SPUK-middelen betreft structureel budget. Maar dat geldt niet voor alle onderdelen. Zo is voor de aanpak voor obesitas, mentale gezondheid, eenzaamheid en Welzijn op Recept na 2025 geen geoormerkt geld voor gemeenten beschikbaar. VNG en VWS gaan in 2024 met elkaar in overleg om te bepalen wat het wegvallen van middelen betekent voor de in gang gezette beweging. Deze actie is opgenomen in paragraaf G van dit hoofdstuk.
4B Regionale en lokale samenwerking
28
Alcoholproblematiek (10 en 11 samengevoegd)
Totaal Gezondheid en Sociale Basis
9,0
97,9
(omzien naar elkaar) alles tot aan maatwerk/WMO
spuk toegevoegd)
26 De reeks bestaat uit middelen afkomstig van de ministeries VWS, OCW en SZW. 27 Gidsgelden werden voorheen verdeeld over 150 gemeenten en worden nu obv verdeelsleutel (inwoneraantallen, inkomensniveau en opleidingsniveau (proxy voor gezondheidsachterstanden)) verdeeld over alle gemeenten. NB deze verdeelsleutel geldt voor alle middelen in de SPUK. 28 De KS middelen startte in 2019 met 3 mln en waren in 2020 en 2021 4,7 mln. Dit besloeg niet alle gemeenten, maar circa 275 gemeenten. In 2022 is totaal 14 mln. ter beschikking gesteld via mei-, september- en decembercirculaire. 29 Er zijn in 2022 reeds extra middelen (1,1 miljoen) voor mentale gezondheid aan gemeenten beschikbaar gesteld. 30 Vanaf 2023 wordt er in het Gemeentefonds per jaar 10 miljoen gekort op de Wmo-uitgaven, oplopend tot 20 miljoen structureel vanaf 2031 (Startnota Kabinet Rutte-IV, Kamerstuk 35 925, nr. 143).
38 | GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord
Domeinoverstijgend en integraal werken Gemeenten zijn op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) primair verantwoordelijk voor publieke gezondheids zorg, inclusief gezondheidsbevordering. Gezondheidsproblemen hebben echter niet altijd hun oorzaak in het gezondheidsdomein, maar kunnen op hele andere terreinen liggen, zoals bestaanszekerheid, werksituatie en leefomstandigheden. Dit betekent dat ook de antwoorden op gezondheidsvragen in deze domeinen gevonden kunnen worden. Goed gezondheidsbeleid vraagt om een integrale benadering en domeinoverstijgende samenwerking. Dit betekent dat de samenhang met activiteiten die gemeenten vanuit andere wetten ondernemen (o.a. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet) goed geregeld moet zijn.
Werksituatie Goede, betaalbare en begrijpelijke zorg
Sociaal netwerk, kennis en vaardigheden
19
7
10
Achterliggende oorzaken van verschillen in ervaren gezondheid in %
35
Bestaanszekerheid
29 Leefomstandigheden
Afbeelding | zie ter illustratie bovenstaand plaatje, ontwikkeld door kennisinstituut Pharos.
Regionale preventie-infrastructuur Samenwerking is ingewikkeld en komt niet altijd vanzelf sprekend tot stand. Of het nu binnen of tussen gemeenten is, of met zorgverzekeraars. Hetzelfde geldt overigens ook voor de samenwerking tussen (zorg)professionals. Dit bemoeilijkt landelijke implementatie en opschaling van erkende, én kansrijke, interventies over de domeinen heen. In het IZA is afgesproken dat er per 1 januari 2025 een preventie-infrastructuur tot stand moet komen, waarbinnen op basis van een regiobeeld en regioplan structureel wordt samengewerkt en doorverwezen om tot een integraal aanbod te komen. Regionaal samenwerken bevordert de efficiëntie en slagkracht en ondersteuning van veel, met name kleinere, gemeenten en vergemakkelijkt het maken van afspraken met vaak regionaal of landelijk werkende organisaties, zoals de zorgverzekeraars. Daarbij is het belangrijk dat er een wisselwerking is tussen regionale en lokale plannen en activiteiten. Veel regionale samenwerking rondom publieke gezondheidszorg en gezondheidsbevordering vindt momenteel al plaats langs de lijn van de GGD-regio’s. De GGD’en hebben een goede uitgangspositie om te adviseren over bovengemeentelijke samenwerking en partijen aan elkaar te verbinden. Ook kunnen de GGD’en adviseren en ondersteunen in het vertalen van regionale plannen naar de lokale gemeentelijke praktijk.
Door de bestaande kennis van het netwerk en de gemeentelijke domeinen kan geadviseerd en ondersteund worden in het verbinden van beleidsdomeinen en het vormen van integrale aanpakken. Hierbij gaat het over randvoorwaarden voor duurzame samenwerking maar ook op inhoud over interventies en de kennis en ervaringen daaromtrent. De GGD-regio’s komen in grote lijnen overeen met de zorgkantoorregio’s. De zorgkantoorregio’s zijn leidend voor de regiobeelden en -plannen die conform afspraken in het IZA worden opgesteld. Daar waar de regio’s verschillen, gaan partijen om tafel om te voorkomen dat er incongruentie ontstaat.
Individueel maatwerk Op individueel niveau wordt bepaald hoe zorg en ondersteuning op maat geleverd kan worden. Ieder individu en iedere hulpvraag kan immers weer anders zijn. Daarom zijn er (zorg)professionals nodig die boven de afzonderlijke ketenaanpakken, in samenspraak met de ontvangende cliënt of patiënt, kunnen bepalen welk probleem het eerst een oplossing nodig heeft en hoe losse interventies aan elkaar geknoopt kunnen worden tot een sluitende keten op individueel niveau. Hiervoor zijn er schakels nodig binnen de gemeenten op wijkniveau, bekostigd vanuit de gemeente dan wel de zorgverzekeraar. Een voorbeeld hiervan is de centrale zorgverlener binnen de aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen. In paragraaf 3G, onderdeel I, is opgenomen aan welke randvoorwaarden en criteria moet zijn voldaan om te kunnen spreken van een regionale preventie-infrastructuur. Tevens zijn taken en verantwoordelijkheden opgenomen.
4C Agenda en dialoog Health in all policies In de inleiding van het GALA is uiteengezet dat de gezondheid van mensen door veel determinanten wordt beïnvloed. Persoonsgebonden factoren zoals bloeddruk of cholesterol; leefstijl en gewoonten zoals voeding, roken, stress; en leef-, woon- en werkomstandigheden. In de acties die horen bij
GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord | 39
de gezondheidsdoelen over het verminderen van gezondheidsachterstanden en een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, is opgenomen dat VWS het belang van gezondheid agendeert bij andere departementen. Dit heeft als doel dat het belang van gezondheid en de consequenties voor gezondheid van bepaalde beleidskeuzes bekend zijn en worden meegewogen. In deze paragraaf wordt nader toegelicht wat VWS zelf doet aan flankerend beleid en welke acties worden genomen om gezondheid te agenderen bij andere departementen. Flankerend beleid vanuit VWS Het is een gezamenlijk belang om gezond gedrag te stimuleren van alle Nederlanders. Het Rijk neemt hiertoe waar mogelijk effectieve landelijke maatregelen. Om het gedeeld belang dat kinderen in een rookvrije en nicotinevrije omgeving kunnen opgroeien te stimuleren voert het Rijk een breed pakket van tabaksontmoedigingsmaatregelen door, waaronder de accijnsverhoging op rookwaren zodat een pakje sigaretten € 10,- kost in 2024, zoals afgesproken in het Regeerakkoord. Ook zal het aantal verkooppunten van rookwaren verder worden verminderd en wordt een verhoging van de huidige leeftijdsgrens voor de koop van tabaksproducten naar 21 jaar onderzocht. Het Rijk en een brede coalitie van partijen zetten daarnaast in op het stoppen met roken te stimuleren.
Zo wordt een Taskforce Stoppen met Roken opgericht die aan de slag gaat om meer mensen die roken te motiveren een stoppoging te doen. De verleiding tot ongezond eten en drinken is in de fysieke en online omgeving overvloedig aanwezig. Dit wordt ook wel een ‘obesogene leefomgeving’ genoemd. De dagelijkse voedselomgeving moet gezonder. In het Regeerakkoord is afgesproken dat het Rijk de belasting op niet-alcoholische (fris)dranken zal verhogen. Per 2024 wordt de verbruiksbelasting op niet-alcoholische (fris)dranken verhoogd. Dit geldt ook voor het laagste tarief voor bier zodat de accijns over bier niet minder is dan over fris. Mineraalwaters worden uitgezonderd van deze belasting. Verder is in het Regeerakkoord afgesproken dat wordt verkend hoe we op termijn een suikerbelasting kunnen invoeren en de btw op groente en fruit naar 0% kunnen verlagen. Daarnaast maakt het Rijk bindende afspraken met de industrie over gezondere voedingsmiddelen. Om de dagelijkse voedselomgeving gezonder te maken, neemt VWS maatregelen in de voedselomgeving. VWS zal een bevoegdheid creëren voor gemeenten voor het weren van ongezonde voedselaanbieders. Ook werkt VWS aan wetgeving tegen kindermarketing van ongezonde voedingsmiddelen en wettelijke normen voor levensmiddelen (zoals een maximum zout- of suikergehalte).
Wat betreft alcohol onderschatten we de gevolgen en risico’s van alcoholgebruik voor onszelf én voor onze kinderen.
40 | GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord
We delen het belang dat verandering nodig is. VWS verkent daarom hoe de ongezonde keuze voor alcohol moeilijker gemaakt kan worden om de doelen om problematisch alcoholgebruik terug te dringen, zoals geformuleerd in het Nationaal Preventieakkoord, dichterbij te brengen. VWS zet programma’s die reeds zijn ingezet, bijvoorbeeld Opgroeien in een Kansrijke Omgeving en Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcoholgebruik voort. Agenda en dialoog Health in all policies Het ministerie van VWS is bij diverse dossiers van andere departementen actief betrokken om (de consequenties op) gezondheid in beeld te brengen en onderdeel te maken van de besluitvorming. In het kader hieronder zijn voorbeelden van deze betrokkenheid opgenomen. Een bredere blik op gezondheid en het bevorderen van gezondheid zijn nodig. Een belangrijke behoefte is dát er duidelijkheid komt over wanneer de overheid wel of niet moet kiezen voor de implementatie/invoering van een gezondheids-/ preventiemaatregel bijvoorbeeld in de Zorgverzekeringswet, een bevolkingsonderzoek of vaccinatieprogramma.
De staatsecretaris heeft aan het kennisplatform Preventie31, een onafhankelijk platform met experts uit beleid, onderzoek en praktijk die eerder hebben geadviseerd over kennisontwikkeling op het thema preventie, gevraagd een advies uit te brengen hoe de brede kosten en baten van preventie en de budgettaire effecten voor de Rijksbegroting meegenomen kunnen worden in de besluitvorming. Daarbij zal ook nader gevraagd worden in te gaan op het gebruik van de uitkomstmaat QALY (extra levensjaar in goede gezondheid). In aanvulling op de acties die zijn opgenomen over het agenderen van gezondheid bij andere departementen in de paragrafen over het terugdringen van gezondheidsachterstanden en de inrichting van een fysieke gezonde leefomgeving, zijn de volgende acties geformuleerd: Acties VWS • VWS neemt het initiatief om te komen tot een samenhangende agenda om gezondheid op diverse beleids terreinen te agenderen en tot een integrale afweging te komen van beleidskeuzes waarin gezondheid wordt meegenomen. VWS zal dit in overleg met de Stuurgroep Impact op gezondheid vorm geven. • VWS organiseert met gemeenten rondetafelgesprekken over een dergelijke agenda. • VWS vraagt het kennisplatform Preventie om een advies uit te brengen over de het meenemen van de brede kosten en baten van preventie en de budgettaire effecten voor de Rijksbegroting.
• VWS creëert een bevoegdheid voor gemeenten voor het weren van ongezonde voedselaanbieders. • VWS werkt aan wetgeving tegen kindermarketing van ongezonde voedingsmiddelen en wettelijke normen voor levensmiddelen (zoals een maximum zout- of suikergehalte).
31 Kennisagenda Preventie: aanbevelingen voor gezonde leefstijl - ZonMw
Voorbeelden van agenderen van gezondheid op andere beleidsterreinen. •
•
•
• •
•
•
•
De staatssecretaris van VWS geeft als coördinerend bewindspersoon uitvoering aan de landelijke aanpak ‘Mentale Gezondheid: van ons allemaal’ samen met 3 departementen en 7 bewindspersonen. Dit heeft tot doel om mentale gezondheid mee te nemen op school, op de werkvloer, online en in het armoedebeleid. Ook wordt cultuur ingezet om mentale gezondheid te verbeteren en mentale gezondheid bespreekbaar te maken. Samen met OCW zet VWS met het programma ‘Welbevinden op school’ in op het bespreekbaar maken van mentale gezondheid op scholen van primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). OCW werkt met de sectorraden en de VNG aan de opgave uit het IBO Onderwijs-huisvesting, waar het verbeteren van het binnenklimaat in school gebouwen een belangrijk onderdeel van is. Met OCW en SZW werkt VWS samen aan gezonde school maaltijden. Voor de inzet op bewegen werkt VWS samen met diverse departementen zoals BZK, IenW, SZW en OCW. Een concreet voorbeeld hiervan is de samenwerking met IenW op het gebied van fietsstimulering via het programma Kies de fiets. Samen met de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen kijkt VWS hoe we, mede in het kader van de ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’, regio’s kunnen ondersteunen met, waar nodig een stevige infrastructuur tussen de eerstelijn en het bredere sociaal domein.
De minister van VWS verkent in de uitwerking van het I|A wat er vanuit het zorgdomein nodig is om dit te organiseren en zorgverleners te faciliteren op praktijkniveau. Er lopen verschillende acties, o.a. het Project ‘Financiën in de Spreekkamer’ waar huisartsenpraktijken worden ondersteund bij het signaleren en bespreekbaar maken van geldzorgen en het warm overdragen van patiënten naar schuldhulpverlening. Met Binnenlandse Zaken werkt VWS aan de Stedelijke Vernieuwingsagenda BZK en het programma Veiligheid en Leefbaarheid waar in de meest kwetsbare gebieden wordt ingezet op integraal beleid en waar VWS een bijdrage levert vanuit gezondheidsperspectief. De gezondheidssector is één van de door EZK aangewezen topsectoren. Via Health ~ Holland wordt de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de wetenschap gestimuleerd en innovatie ondersteund.
•
•
•
•
VWS is ook partij bij thema’s in het fysieke domein om de gezondheid via de fysieke leefomgeving positief te beïnvloeden. Het ministerie van VWS heeft inmiddels een vaste plek aan tafel bij de Raad voor de fysieke leefomgeving, waar kabinetsbesluiten op het gebied van de fysieke leefomgeving worden voorbereid. In het kader van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft VWS het programma Groene en Gezonde Leefomgeving opgezet, samen met collega’s van BZK, IenW en LNV. Met dat programma wil de staatssecretaris overheden betere instrumenten geven om afwegingen te kunnen maken en projecten te stimuleren voor verbetering van de gezonde leefomgeving. VWS en I&W verkennen samen hoe de relatie tussen gezondheid en mobilteit kan worden versterkt. Een aantal andere belangrijke nationale beleidsontwikkelingen waar VWS op aan sluit zijn: provinciale uitvraag, ruimtelijke ordeningsbrief (voorheen 100-dagenbrief), invoering Omgevingswet, NOVI/NOVEX, Groen in de stad, Nationale Woon en Bouw Agenda, Verstedelijkingsstrategie, Nationaal Programma Landelijk Gebied, Citydeals, klimaatadaptatie en biodiversiteit/natuur-inclusief werken.
4D Kennisinfrastructuur Data helpen om inzicht te krijgen in de gezondheidssituatie in wijken en regio’s en het voedt de dialoog zodat gemeenten en zorgverzekeraars het juiste kunnen doen en de impact van hun inzet ook kunnen meten. Een stevige kennisbasis is belangrijk om nu en in de toekomst goed onderbouwde keuzes te kunnen maken over te nemen interventies en hierin bij te kunnen sturen. De kennisdeling over het gebruik van data en de inzet van erkende interventies en (integrale) aanpakken kan beter. Op dit moment is deze kennis versnipperd (over onderwerpen en over geografische niveaus) en zijn er veel verschillende partijen actief. De huidige kennisinfrastructuur, waarin de samenwerking en uitwisseling van bestaande kennis tussen gemeenten, de GGD en het RIVM (Centrum Gezond Leven) belangrijke
GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord | 41
schakels vormen, verdient versterking. Dit is nodig om bestuurders interventies en aanpakken aan te kunnen reiken die passen bij, of op maat te maken zijn, voor hun lokale situatie. Een integrale aanpak bestaat uit een samenhangend aanbod van (bij voorkeur) erkende interventies, beleid en maatregelen. De komende jaren wordt beoogd de kennisinfrastructuur te versterken zodat de landelijke kennisontwikkeling en kennisdeling beter ten dienste staat van lokale behoeften en lokale ervaringen beter worden meegenomen bij het (door)ontwikkelen van interventies en aanpakken. Het RIVM Gezond Leven heeft een taak in het bundelen, delen en doorontwikkelen van kennis over effectieve aanpakken en interventies. Op het Loket Gezond Leven32 van het RIVM is veel en brede informatie te vinden over erkende interventies voor gezondheidsbevordering en over hoe gezondheidsbevordering samenhangend toe te passen is in de lokale praktijk. Het RIVM schakelt nauw met verschillende landelijke kennisinstellingen die vanuit hun eigen expertise bijdragen aan het bevorderen van gezondheid en preventie, afhankelijk van thema, setting of doelgroep (zoals voeding, sport en bewegen, mensen met gezondheidsachterstanden en mentale gezondheid).
Denk aan kennispartijen als Trimbos, het Voedingscentrum, JOGG, Pharos, Rutgers, Veiligheid NL, kenniscentrum Sport en Bewegen, Movisie, NJC, NJI en Academische werkplaatsen publieke gezondheid (AWPG). De GGD’en hebben van oudsher een belangrijke rol in de dataverzameling en het verschaffen van inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, als ook in de advisering over zinvolle gezondheidsbevorderende interventies. Deze taken zijn vastgelegd in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Concreet kan de GGD bijvoorbeeld ingezet worden voor de volgende taken: • het in kaart brengen van de (gezondheids)situatie, via dataverzameling en verbinding met data uit andere domeinen; • het bieden van ondersteuning bij het stellen van lokale beleids- en gezondheidsdoelen en het kiezen van gepaste interventies om deze te behalen; • het monitoren van de voortgang van beleid en aanpak met (erkende) interventies voor de verschillende thema’s, het onderzoeken van de effectiviteit van de (erkende) interventies of landelijke aanpakken in de lokale context en terugkoppeling van deze informatie/kennis naar het landelijk niveau (RIVM); • advisering over bovengemeentelijke samenwerkings afspraken in de regioplannen.
32 https://www.loketgezondleven.nl/
42 | GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord
Er ligt een logische link tussen gemeenten, GGD en het RIVM. De kennis van de GGD wordt gevoed door de ervaringen van gemeenten bij de implementatie van interventies, en door interactie met het RIVM en andere landelijke kennispartijen. De ervaringen van gemeenten kunnen worden meegenomen bij het doorontwikkelen van interventies en in de landelijke kennisprogrammering. Het gaat hierbij niet alleen om ervaringen en kennis over de interventies zelf, maar ook over de randvoorwaarden om deze duurzaam in te zetten, bijvoorbeeld bestuurlijke borging, financiering, draagvlak en governance in bredere zin. Acties VWS • VWS faciliteert dat ontwikkelde kennis over Gezond en Actief leven via de bestaande structuur van het RIVM Gezond Leven wordt verzameld, geïntegreerd en verspreid, en de geïntegreerde kennis terecht komt bij GGD’en en gemeenten. Daarbij gaat het zowel om wetenschappelijke kennis als praktijk- en ervaringskennis, zodat gemeenten en GGD’en met praktijkgerichte kennis preventief kunnen werken aan gezondheid van inwoners; • VWS werkt samen met VNG en gemeenten om landelijke en regionale samenhang tussen verschillende programma’s aan te brengen en versnippering tegen te gaan. Kennispartners en kennisgebruikers weten bij wie ze waarvoor terecht kunnen.
• VWS bevordert dat relevant lokaal ontwikkelde praktijken ervaringskennis van gemeenten landelijk beschikbaar komt en verrijkt kan worden met wetenschappelijke kennis, en stimuleert ook doorontwikkeling om gezondheid en preventie verder te bevorderen. • VWS zet zich in om de rol- en taakverdeling van kennisorganisaties, ook ten opzichte van elkaar, te verduidelijken en te faciliteren. Dat vormt de basis voor goede samenwerking met respect voor elkaars kennis, expertise en positie. • VWS geeft ZonMw opdracht om bij de programmering van onderzoek, onder de vlag van het zevende preventieprogramma, aandacht te besteden aan de kennisbehoeften van gemeenten en kennis door te ontwikkelen. Acties gemeenten • Gemeenten maken gebruik van lokale– en regionaal afgestemde – data over de gezondheidssituatie om keuzes te onderbouwen, en schakelen hiervoor (desgewenst) de GGD in. • Gemeenten zorgen voor een stevig opdrachtgeverschap naar de GGD over onderbouwing en totstandkoming aanpakken. • Gemeenten gebruiken - in samenwerking met de GGD - landelijke beschikbare kennis via het RIVM Gezond Leven over integraal werken, planmatig werken en (erkende) interventies of aanpakken en de landelijke kennis op de verschillende thema’s van de thematische kennisinstellingen.
• Gemeenten brengen in samenwerking met GGD’en hun ervaringen met toepassen van interventies en aanpakken terug naar landelijk niveau.
• •
4E Ondersteunings programma De VNG richt, met de VSG en een deel van bovengenoemde partijen, een ondersteuningsteam in dat laagdrempelig benaderbaar is voor gemeenten. Dit moet fungeren als een centraal punt en vraagbaak voor gemeenten voor het GALA en de SPUK. Dit is een vergelijkbare rol als die het ‘ondersteuningsteam Lokale Preventieakkoorden’ van de VNG nu heeft en in 2022 afloopt. Functies van het ondersteuningsteam zijn onder andere: • ondersteunen van gemeenten bij het doen van een aanvraag voor de Specifieke uitkering (SPUK); • organiseren van ondersteuning (b.v. kennis, goede voorbeelden, verdiepende bijeenkomsten), om gemeenten te helpen bij het opstellen van het – in de SPUK gevraagde – plan van aanpak voor de jaren 2024 t/m 2026; • het voorzitten van de kerngroep om plannen op de voorwaarden uit de SPUK te beoordelen; • in kaart brengen van knelpunten en actuele ontwikkelingen en hierop acteren; • bijdragen aan de organisatie van regionale kennisnetwerken (waar daar behoefte aan is). De VNG kan deze rol niet alleen vervullen. De VNG moet vooral goed kunnen doorverwijzen en er is een nauwe samenwerking nodig met de regionale GGD’en, het RIVM en de landelijke kennisinstituten en ondersteuningsorganisaties. Denk aan AiG, Pharos, Kenniscentrum Sport en Bewegen, NOC/NSF, Trimbos, Veiligheid NL, NCJ, NJI, Movisie, MIND, LKCA, JOGG.
Het ondersteuningsteam kan helpen bij het opzetten van regionale netwerken, voor zover deze nog niet bestaan en er behoefte is aan ondersteuning. Voor de lange termijn beogen we dat één van de partijen in de regio, bijvoorbeeld de GGD, die rol als brugfunctie en trekker op kennis en advisering gaat vervullen. Acties VWS • VWS werkt samen met het ondersteuningsteam en aangesloten kennisinstellingen en ondersteuningspartijen aan een heldere rolverdeling en goede samenwerking tussen de organisaties op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Onderdeel daarvan is het opbouwen van een regionaal netwerk van expertise om lokaal te ondersteunen en het maken van afspraken om de toegang tot kennis en ondersteuning op maat in de wijk te ontsluiten.
VWS is opdrachtgever en financier van het ondersteuningsteam van de VNG. VWS is opdrachtgever en financier van de landelijke kennisinstituten en ondersteuningsorganisaties.
Acties gemeenten • Gemeenten maken heldere afspraken over de totstandkoming van integrale aanpakken/programma’s. • Gemeenten benutten het tijdelijke integrale ondersteu ningsaanbod voor de implementatie van GALA/SPUK thema’s. • Gemeenten nemen deel aan regionale netwerken waarin kennis- en ondersteuningspartijen (afhankelijk van gezondheidsthema) zitten, zoals JOGG, Pharos, etc.
4F Monitoring Landelijke, regionale en lokale monitoring is essentieel om te kunnen bepalen in hoeverre de afspraken in dit akkoord in de lokale en regionale praktijk worden uitgevoerd en welk effect ze sorteren. Er is behoefte aan inzicht in: • de ontwikkelingen op het gebied van regionale samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten op het gebied van gezondheid en preventie, zowel qua structuur als qua ketenaanpakken waarover afspraken worden gemaakt; • de lokale, regionale en landelijke gezondheidseffecten van de aanpakken, als ook op het dwarsdoorsnijdende thema gezondheidsachterstanden. De uitkomsten op basis van de monitoring kunnen bijdragen aan het maken van goed onderbouwde keuzes op lokaal (en regionaal) niveau en om bij te sturen waar nodig. Op dit moment zijn er al diverse monitors ontwikkeld welke relevant zijn voor het GALA en de SPUK. Zo is er onder andere de gemeentezorgspiegel, die gemeenten en zorgverzekeraars benutten bij de regionale samenwerkingsagenda’s, de landelijke monitoring van de gecombineerde leefstijl interventie bij overgewicht en obesitas van volwassenen en de monitor van de aanpak kansrijke start. Ook de opbrengsten van de JOGG-aanpak en van het preventieakkoord worden gemonitord. Het streven is voor alle programma’s vallend onder de SPUK monitoring in te richten. Deze monitoring kan er per programma anders uitzien.
Er is echter meer stroomlijning en uniformering in de monitoring nodig, en aandacht voor dwarsdoorsnijdende thema’s als gezondheidsachterstanden. Daarvoor wordt op drie vlakken ingezet.
GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord | 43
1. Gemeentelijke inzet De monitoring van de verschillende programma’s die onder de specifieke uitkering worden gefinancierd wordt zodanig ingericht dat de gegevensverstrekking door gemeenten zo min mogelijk lasten met zich meebrengt en data vanuit de verschillende programma’s, waar relevant, op elkaar aansluiten. Bij monitoring wordt ook rekening gehouden met onder andere het kunnen vergelijken met eerdere jaren (bij bestaande programma’s) en kunnen verantwoorden dat (politieke en bestuurlijke) toezeggingen gestand worden gedaan. Gemeenten leveren monitoringsgegevens aan conform de voorwaarden van de specifieke uitkering bewegen, gezondheidsbevordering en sociaal domein. VWS geeft het RIVM opdracht om in samenwerking met de GGD’en en het Mulier Instituut te adviseren hoe bestaande en nieuw te ontwikkelen monitors voor de verschillende deelprogramma’s het beste op elkaar kunnen aansluiten. VWS vraagt tevens advies over het monitoren van bijdragen van GALA en SPUK aan overkoepelende doelen van meer integraal beleid (zoals gezondheidsachterstanden) en domeinoverstijgende samenwerking op lokaal of regionaal niveau. Een belangrijk aandachtspunt is om beschikbare kennis en ervaringen van gemeenten en GGD’en zo goed mogelijk te benutten. 2.
Ontwikkelingen regionale samenwerking Op dit moment gebruiken zorgverzekeraars en gemeenten het ‘Venster op de samenwerking’ om inzicht te geven in de regionale samenwerking binnen de regionale werkstructuur. Dit venster biedt op dit moment onvoldoende informatie over de verschillende regionale aanpakken, welke ketenaanpakken afspraken zijn gemaakt en de vorderingen per regio. Om effectieve beleidsmiddelen in te kunnen zetten, moet deze monitoring worden verbeterd in samenwerking met gemeenten. VWS geeft het RIVM daarom de opdracht om een landelijke monitoring uit te voeren, in samenwerking met ZN en VNG. Hierbij wordt de informatie uit het bestaande venster benut en de verbinding gezocht met andere (ketenaanpak specifieke) monitors van het RIVM. Uitgangspunt is dat de monitoring dienend moet zijn aan de regio’s. Nadere afspraken hierover staan in paragraaf 3G. 3. Gezondheidseffecten van aanpakken Gemeenten en zorgverzekeraars kunnen gezamenlijk afspraken maken over de lokale en regionale monitoring van gezondheidseffecten. Gemeenten hebben zelf een verantwoordelijkheid in het monitoren van hun beleid, programma’s of aanpakken. Door in te zetten op lerende evaluaties, het monitoren van doelen en effecten van interventies, en het intensiever benutten van beschikbare data en ervaringskennis kunnen gemeenten hun lokale of regionale beleid of aanpak bijsturen waar nodig.
De GGD’en kunnen vanuit hun kennisfunctie hierbij een rol spelen. Er zijn immers al veel gezondheidsdata lokaal en regionaal beschikbaar, naast de gegevens die ook beschikbaar zijn bij gemeenten zelf. Op regionaal niveau gebruiken zorgverzekeraars en
44 | GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord
gemeenten bijvoorbeeld de gemeentezorgspiegel om het inzicht in de gezondheidssituatie in wijken en regio’s te vergroten. Deze kan nog beter worden benut voor de monitoring van de voortgang van aanpakken en verbonden worden aan andere data. Bij dit alles zijn verschillende partijen betrokken op landelijk, regionaal en lokaal niveau zoals: ZonMw, het RIVM, het NIVEL, academische werkplaatsen, GGD’en, gemeenten en Vektis. De effectiviteit van de aanpakken die deels verzekerde zorg betreffen is al door het Zorginstituut vastgesteld. Daarom komt er geen nieuwe landelijke monitoring op gezondheidseffecten van de diverse ketenaanpakken in opdracht van VWS. Uitzondering is de bestaande landelijke monitoring van de gecombineerde leefstijlinterventie bij obesitas en overgewicht van volwassenen, die als eerste specifieke monitor, de effectiviteit wel meet. De gezondheids effecten hiervan zijn pas na enkele jaren zichtbaar. Acties VWS • VWS vraagt advies aan het RIVM, GGD’en en het Mulier Instituut over het monitoren van het GALA en de SPUK op zowel overkoepelende als beleidsinhoudelijke doelen van programma’s of aanpakken, en de toepassing in de praktijk van ketenaanpakken. Dit advies wordt in Q2 2023 opgeleverd. • VWS stuurt op het efficiënt en kwalitatief inrichten van monitoring en het aanleveren van gegevens door gemeenten.
Acties gemeenten • Gemeenten verstrekken gegevens over de programma’s conform de voorwaarden van de specifieke uitkering bewegen, gezondheidsbevordering en sociaal domein. • Gemeenten delen hun ervaringen over bijvoorbeeld lokale en regionale samenwerkingen rond gezondheid en preventie. • Gemeenten spannen zich in voor monitoring van hun beleid en integrale aanpak van de thema’s in de SPUK, leren hiervan en sturen bij op basis van de bevindingen.
4G Governance Het GALA heeft tot doel om gezamenlijk in te zetten op de beweging naar passende ondersteuning met meer focus op gezondheid in een gezonde leefomgeving. De zogenaamde beweging naar de voorkant. De doelen in het GALA geven richting aan die beweging. De concrete afspraken over de resultaten hebben tot oogmerk om bij te dragen aan het behalen van de gezondheidsdoelen. Naast de impact van de
gestelde doelen en acties, is het ook belangrijk om de uitvoerbaarheid van het GALA en het daarmee samenhangende financiële arrangement (de brede SPUK) de komende jaren onderwerp te laten zijn van het gesprek tussen het ministerie van VWS, het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en de VNG. Inclusief de manier waarop dit in beeld wordt gebracht voor de midtermreview in 2024. Het is belangrijk dat partijen ook in de uitwerking van de afspraken blijven samenwerken, elkaar houden aan de afspraken en zicht houden op de doelen. Het monitoren van de uitvoering van de acties en het bereiken van de gezondheidsdoelen is hiervoor essentieel, evenals het gesprek hierover. Dit geldt temeer daar er sprake is van verschillende verantwoordelijkheden en wettelijke verplichtingen van partijen. Waar de verantwoording van de resultaatsverplichtingen van VWS en VNG onderdeel is van het politieke bestel waar de Kamer en gemeenteraad toezicht op houden, hebben zorgverzekeraars een wettelijke zorgplicht waar de NZa op toeziet. Om hier voldoende balans in aan te brengen komen VWS, ZN en VNG met dit akkoord tot afspraken met resultaatverplichtingen, die bijdragen aan het gezamenlijk behalen van de doelen en het nakomen van verplichtingen. We houden elkaar scherp op het nakomen van de resultaatsverplichtingen waar het GALA voor gesloten wordt.
Daarnaast biedt de SPUK de zekerheid dat het budget geoormerkt is en vindt monitoring plaats op de besteding van middelen. Deze monitoring op resultaten biedt ook zicht op de inzet van gemeenten. Voor 2026 zal een voorstel worden uitgewerkt voor het opnemen van taken en bevoegdheden in weten regelgeving. Deze optie is zowel in het licht van de balans van plichten als in het licht van structurele financiering voor de periode na de SPUK, de moeite waard om te verkennen.
•
•
•
•
•
in het Bestuurlijk Overleg wordt de voortgang van de acties besproken, inclusief eventuele knelpunten of blokkades en mogelijke oplossingen; de uitvoering van de SPUK wordt gemonitord en besproken. Er wordt tijdig afgesproken of de middelen in de SPUK die structureel beschikbaar zijn, na 2025 worden ondergebracht in een (volgende) SPUK of dat een andere financieringsconstructie de voorkeur verdient. Een belangrijk aspect hierbij is de mogelijkheid om een integraal gezondheidsbeleid te kunnen voeren; VNG en VWS gaan in 2024 met elkaar in overleg om te bepalen wat het wegvallen van middelen in de SPUK na 2025 betekent voor de in gang gezette beweging en het halen van de doelen uit het GALA; voor 2026 wordt door VWS in samenwerking met VNG en ZN een voorstel uitgewerkt hoe taken en bevoegdheden in wet en regelgeving kunnen worden verankerd, in het licht van de balans van plichten van zorgverzekeraars en gemeenten en tegen de achtergrond van de wens van gemeenten om structurele financiering via het Gemeentefonds te laten verlopen. Het ministerie van BZK wordt hier ook bij betrokken; VWS, BZK en VNG spreken in de eerste helft van 2023 door over de uitvoerbaarheid van het GALA en het daarmee samenhangende financiële arrangement. Dit gesprek wordt gevoerd binnen de context van de uitvoeringstoets Decentrale Overheden.
Hierbij wordt ook besproken hoe dit onderwerp wordt meegenomen in een midterm review in 2024 (aansluitend op de midterm review van het IZA). In de midterm review wordt ook meegenomen hoe de implementatie van keten aanpakken, zoals die op overgewicht of valpreventie, in de lokale praktijk verloopt.
Om de partijen die niet ondertekenen maar wel betrokken en relevant zijn voor de beweging op gezondheid en preventie in brede zin, aangesloten te houden, worden in ieder geval de volgende activiteiten voorzien: • op regionale schaal worden netwerkbijeenkomsten georganiseerd waar, afhankelijk van het thema, relevante kennis- en uitvoeringspartijen voor worden uitgenodigd; • op landelijke schaal wordt jaarlijks een GALA bijeenkomst georganiseerd waar goede voorbeelden uit de regio en blokkades worden besproken. Hierbij wordt wel bezien, in samenspraak met betrokken partijen, in hoeverre een dergelijke bijeenkomst toegevoegd waarde heeft ten opzichte van andere landelijke congressen waar gezondheid centraal staat; • in de ketenaanpakken zijn partijen die noodzakelijk zijn voor de implementatie van de ketenaanpak betrokken. VWS, gemeenten en zorgverzekeraars spreken het volgende af: • er vindt een aantal malen per jaar een Bestuurlijk Overleg plaats waarin de bewindspersonen van VWS, de delegatie van wethouders van de VNG en bestuurders van ZN spreken over de uitvoering van het GALA;
GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord | 45
Bijlagen
46 | GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord
Bijlage 1 Samenhang GALA met andere trajecten Samenhang met het IZA In het IZA (p. 80) is de volgende passage opgenomen, waaraan navolging wordt gegeven in het GALA: “Gemeenten zijn – gezien hun brede verantwoordelijkheid in het sociale en preventieve domein – goed in staat om passende en integrale ondersteuning en zorg te bieden aan of organiseren voor (kwetsbare) mensen. Het gaat dan om beleid en aanpakken op diverse onderwerpen; denk aan gezondheidsachterstanden, mentale gezondheid, aandacht voor leefstijl in een gezonde leefomgeving, de sociale basis (o.a. vrijwilligerswerk, mantelzorgondersteuning en de aanpak van eenzaamheid) en maatwerkvoorzieningen in de ondersteuning van zelfredzaamheid. Met name voor ouderen (en hun mantelzorgers) is de rol van gemeenten op het terrein van volkshuisvesting belangrijk. Dit alles in combinatie met beleidsvorming en maatregelen in het bredere sociaal domein (o.a. bestaanszekerheid en opvoedondersteuning/ jeugdhulp). Daarmee kunnen gemeenten een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen of uitstellen dat mensen ziek worden, vereenzamen of mentale klachten ontwikkelen, en het beperken van de instroom in (duurdere) zorgvoorzieningen, waaronder de curatieve GGZ.
Om deze beweging naar de voorkant kracht bij te zetten maken VWS en gemeenten afspraken in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) over gezondheidsdoelen en de inzet hierop.” Tevens zijn in het IZA afspraken opgenomen ten aanzien van regionale samenwerking, een regionale preventieinfrastructuur en de inrichting van effectieve ketenaanpakken over de domeinen (Zvw, Wpg, Wmo en Jeugdwet) heen. Deze afspraken zijn zowel op gemeenten als zorgverzekeraars van toepassing en vormen de basis voor de regionale samenwerking die op het terrein van gezond leven en preventie nodig is. Een aantal van deze afspraken behoeft nadere uitwerking, zodat we over en weer weten wat we van elkaar mogen verwachten, waar we elkaar op kunnen aanspreken en gezamenlijk tot een goed werkprogramma voor de komende jaren kunnen komen. In het IZA is afgesproken dat deze uitwerking uiterlijk 15 december 2022 gereed is.
Samenhang WOZO Het programma Wonen, Ondersteunen en Zorg voor Ouderen (WOZO) zet zich in op de brede maatschappelijk beweging gericht op een omslag in de organisatie van ondersteuning en zorg die zich aanpast op de veranderde voorkeuren van ouderen en daarmee de financiële en personele houdbaarheid bevordert. Om te bevorderen dat ouderen in de toekomst langer zelfstandig kunnen blijven wonen op een plek waar ze zich thuis voelen, erkennen de samenwerkingspartners een ontwikkeling die al gaande is maar waarbij de vrijblijvendheid nu voorbij is. De norm wordt: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Het realiseren van deze norm zal de inspanning van vele partijen en meerdere
jaren vergen. Ouderen willen zo lang mogelijk regie houden en thuis blijven wonen. Dit willen partijen goed organiseren en ze willen inspelen op de verdergaande veranderingen in de toekomst. Vitaal ouder worden is de eerste actielijn en belangrijke pijler van het WOZO programma en richt zich op het bevorderen van gezondheid en de zelfredzaamheid van ouderen. WOZO streeft o.a. de volgende doelen na met deze actielijn: • ouderen zijn in staat om zelf de regie te hebben en leiden met hun netwerk hun leven, passend bij hun cultuur en gewoontes; • nadenken over en voorbereiden op ‘ouder worden’ wordt een vanzelfsprekend onderdeel van het leven; • ouderen kunnen terugvallen op een voldoende groot netwerk omdat het tijdig gelukt is hier -met ondersteuning – in te investeren. Dit leidt onder andere tot meer veerkracht, meer levensgeluk en minder eenzaamheid; • we kijken naar elkaar en iedereen pakt hierin een verantwoordelijkheid: van buren en naasten tot de overheid en private partijen (= samenredzaamheid); • de leefomgeving is ingericht met de belangrijkste omgevingskwaliteiten voor senioren, zoals toegankelijkheid, bereikbaarheid, nabijheid van voorzieningen, kwaliteit leefomgeving en beweegvriendelijk en ontmoeting; • meer informatie en detail worden weergegeven in WOZO.
Samenhang met het Nationaal Preventieakkoord De doelen van het Nationaal Preventieakkoord op roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik worden voortgezet en er wordt toegewerkt naar een Gezonde Generatie in 2040. Hierbij wordt de aanpak verbreed met mentale gezondheid en komt er een extra impuls voor sport en bewegen. Er wordt geïnvesteerd in het intensiveren en uitbreiden van effectieve maatregelen en acties om de doelen dichterbij te brengen. In dit kader heeft het RIVM eerder geconstateerd dat extra inzet nodig is om deze doelen te bereiken. Hierbij is afgesproken dat er ook extra aandacht is voor het verminderen van gezondheidsverschillen en voortbouwen op de lokale preventieakkoorden.
Samenhang met het Sportakkoord II In het Sportakkoord zijn afspraken gemaakt over de ambities, doelen en resultaten op het gebied van Sport en bewegen. Deze afspraken zijn gemaakt tussen het Rijk (VWS), VSG/ VNG, NOC*NSF en POS (Platform Ondernemende Sportaanbieders). Het Sportakkoord II bouwt voort op de afspraken uit het Sportakkoord 2018-2022. De SPUK is het financieel arrangement voor het thema Sport, bewegen en cultuur. Het gaat in het Sportakkoord II om afspraken tussen de vier strategische partners over de gestelde ambities zoals in de Kamerbrief (Top)sportbeleid 2022 en verder, Kamerstuk 30234-304. Deze ambities zijn: het behouden en versterken van de vitale sport- en beweegsector, het bevorderen van kansengelijkheid voor deelname aan sport – en beweegactiviteiten, het bevorderen van bewegen in het dagelijks
GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord | 47
leven en het vergroten van de maatschappelijke waarde van Topsport. Het is van belang om op onderdelen integraal te werken met ander domeinen zoals Sociaal domein, Jeugd, Zorg, Preventie. Zo zijn buurtsport- en cultuurcoaches inzetbaar om met sport- en bewegen te werken aan valpreventie en wordt de samenwerking tussen de gestelde ambities, doelen en netwerken lokaal vanuit de lokale sportakkoorden en preventieakkoorden gestimuleerd en gefaciliteerd door de SPUK en vastgelegd in het GALA en het Sportakkoord II.
Samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd Met de Hervormingsagenda jeugd wordt een aantal ingrijpende hervormingen in het stelsel van de jeugdzorg door gevoerd om een aantal hardnekkige knelpunten aan te pakken. Om de hulp aan kinderen en gezinnen te verbeteren is het nodig te investeren in de veerkracht van alle kinderen en hun ouders en het versterken van het normale leven. Waarbij een omslag nodig is van een individueel beroep op gespecialiseerde zorg naar inzet vanuit laagdrempelige preventieve en collectieve basisvoorzieningen. Kinderen komen dan niet meer in de jeugdhulp terecht voor problemen die aanvankelijk bij het gewone opvoeden en opgroeien horen. Daarnaast komen kinderen nu in de jeugdhulp terecht vanwege gezondheids- of sociale problemen van de ouders. Dit vraagt om domeinoverstijgende oplossingen. De ambitie en doelstellingen uit dit GALA om de preventieketen te versterken en gezondheid en sociaal domein beter te verbinden dragen hier in belangrijke mate aan bij.