Bijlage 4 Besluit hoofdlijnennotitie Staat van Groningen.pdf
Tekst van het document
BIJLAGE 5 HOOFDLIJNENNOTITIE STAAT VAN GRONINGEN Voortraject De startnotitie over de hoofdelementen voor het wetsvoorstel Bestuurlijk Overleg Groningen 20 december 2023 Ministeriële Commissie Groningen 16 januari 2024 Regioberaad i.o. Presentatie Staat van Groningen 12 maart 2024 Bijeenkomst met staatssecretaris 20 maart 2024 De ontwerp-hoofdlijnennotitie Ministeriële Commissie Groningen 16 april 2024 Bestuurlijk Overleg Groningen 18 april 2024
1. Hoofdlijnennotitie 1.1 Algemeen De hoofdlijnennotitie bevat de uitwerking van de Groningenwet voor het onderdeel 'Staat van Groningen' - maatregel 1 Nij Begun. Zij bevat de toelichting en de onderdelen van de Groningenwet 'ten aanzien van generatielange betrokkenheid en Staat van Groningen'. Het is een weergave van de inhoud van de ontwerpwet. Het gaat om de hoofdlijnen, de precieze uitwerking en de details komen in de ontwerpwet. 1.2 Cyclus Staat van Groningen Uit de hoofdlijnennotitie blijkt dat de volgende jaarlijkse cyclus ontstaat: vierde dinsdag in april: Staat van Groningen naar parlement De verantwoordelijke bewindspersoon zendt de Staat van Groningen naar het parlement. mei: overleg Een vertegenwoordiging van het kabinet overlegt over de Staat van Groningen met vertegenwoordigers van de lokale en regionale overheden. De verantwoordelijke bewindspersoon voert het overleg met (vertegenwoordigers van) bewoners, maatschappelijke organisaties en samenwerkingspartners. juni: verantwoording Het kabinet zendt de reactie op de Staat van Groningen aan het parlement, doet zo nodig voorstellen voor bijstelling en betrekt daarbij het resultaat van het overleg. voor het zomerreces Debat tussen de verantwoordelijke bewindspersoon en de Tweede Kamer.
najaar: voortgangsoverleg De verantwoordelijke bewindspersoon voert overleg met de vertegenwoordigers van de regionale bestuurders en maatschappelijke organisaties over de voortgang. 1.3 Samenvatting van de hoofdlijnen Hierna volgt een overzicht van de onderdelen met een korte beschrijving daarvan. A Hoofddoelststellingen met betrekking tot schadeherstel, versterking, verduurzaming en brede
welvaart Alleen de hoofddoelstellingen liggen vast in de wet. Ze zijn de basis voor de Staat van Groningen. De hoofddoelstellingen zijn als volgt geformuleerd: Het beleid heeft als doel: a. het op ruimhartige wijze afhandelen van aanvragen om schadevergoeding zoals bedoeld in de Tijdelijke wet Groningen; b. het realiseren van veiligheid voor alle inwoners van het aardbevingsgebied, zoals bedoeld in artikel 13ba van de Tijdelijke wet Groningen;1 c. bijdragen aan het isoleren van woningen in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo zodat de [Standaard voor woningisolatie] wordt bereikt in 2035; d. bijdragen aan de ontwikkeling van brede welvaart in de gemeenten in de provincie Groningen, de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo zodat ten minste het landelijk gemiddelde wordt bereikt in 2055. Voor schadeafhandeling en versterking zijn de doelen absoluut, koste wat kost, zo lang het nodig is. Voor verduurzaming en brede welvaart zijn de doelstellingen niet absoluut, vanwege de afhankelijkheid van externe factoren en partijen en het raakvlak met wettelijke taken van gemeenten en anderen. De doelstellingen dienen voor de politieke controle en niet de juridische controle.
Dit betekent dat voor wat betreft deze hoofddoelstellingen het kabinet alleen aan de Tweede Kamer verantwoording verschuldigd is en dat naleving ervan niet door een rechter kan worden afgedwongen. B Omschrijving en inhoud monitoring Dit betreft de feitelijke Staat van Groningen: de jaarlijkse monitor tot in ieder geval 2055. Het gaat om kwantitatieve en kwalitatieve resultaten in onderlinge samenhang. Een onafhankelijke partij of consortium levert de Staat van Groningen op. C Verzending aan volksvertegenwoordiging De Minister (staatssecretaris) stuurt de Staat van Groningen jaarlijks op de vierde dinsdag van april aan de Eerste en Tweede Kamer. D Uitvoeringsagenda's en indicatoren Rijk en regio stellen in beginsel vijfjaarlijks de uitvoeringsagenda's op om de hoofddoelstellingen te bereiken. Bewoners en maatschappelijke organisaties adviseren bij de totstandkoming van de agenda's. In de uitvoeringsagenda's staan tactische, operationele, concrete en meetbare doelen en ze bevatten de indicatoren op basis waarvan de Staat van Groningen rapporteert over het behalen van de tactische doelstellingen. De Ministerraad stelt de indicatoren vast omdat het kabinet politiek aangesproken wordt. De uitvoeringsagenda's hebben geen betrekking op de wettelijke taken van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en de Nationaal Coördinator Groningen (NCG).
E Overleg Onze Minister neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad. 1 In artikel 13ba van de Tijdelijke wet Groningen staat:
De bewindspersoon voert elk jaar overleg met een vertegenwoordiging van bestuurders. In dit overleg wordt onder meer besproken in hoeverre de resultaten bijdragen aan het doel en of bijstelling van beleid of uitvoeringsagenda's nodig is. De bewindspersoon overlegt ook met maatschappelijke organisaties en bewoners. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert over aspecten van veiligheid. F Reactie De bewindspersoon voorziet de Staat van Groningen zo snel mogelijk van een reactie waarbij de resultaten van het overleg worden betrokken. G Bijstelling van het beleid Indien de Staat van Groningen en het overleg daartoe aanleiding geven, bevordert de bewindspersoon bijstelling. Dat kan de uitvoeringsagenda's betreffen en ook de verantwoordelijkheid van andere bewindspersonen. Het gaat om een resultaatsverplichting die het hele kabinet betreft. Uit de hoofdlijnennotitie blijkt dat 'resultaatsverplichting' in de context moet worden gezien van de politieke verbondenheid om de erkende ereschuld in te lossen. H Financiële bepalingen Het Rijk neemt jaarlijks een bedrag op in het wetsvoorstel voor het vaststellen van de begrotingsstaten voor de generatielange betrokkenheid voor verduurzaming en sociale- en economische ontwikkeling. Voor schadeherstel en versterking geldt koste-wat-kost, zo lang het duurt.
Er is gezocht naar een formulering die enerzijds recht doet aan Nij Begun (jaarlijks € 250 miljoen voor sociale investeringen, verduurzaming en economische kansen) en anderzijds aan het budgetrecht van de Kamer. Voor schadeherstel en versterking geldt geen financieel limiet.