CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota toekomst HH.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 21 april 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Huishoudelijke Hulp - toekomstige opzet (collegebrief 31-3-2021) + Initiatiefvoorstel Onze huishoudelijke Zorg (SP, 1-2-2021)12.689 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toekomst Huishoudelijke Hulp Groningen Datum maart 2021

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 3 2 Historisch perspectief ........................................................................................................................... 4 2.1 Organisatie en inrichting ............................................................................................................... 4 2.2 Ontwikkeling aantallen gebruikers en kosten (2016 – heden)...................................................... 5 2.3 Tevredenheid gebruikers............................................................................................................... 9 3 Huidige situatie................................................................................................................................... 11 4 Opgaven en ontwikkelingen ............................................................................................................... 13 4.1 Transformatie opgave HH in het sociaal domein ........................................................................ 13 4.2

Onderzoek organisatie huishoudelijke hulp .......................................................................... 13

4.3 Landelijke discussie over gevolgen abonnementstarief.............................................................. 14 4.4 Toekomstige ontwikkelingen ...................................................................................................... 14 5 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 18 5.1 Inhoudelijke aandachtspunten .................................................................................................... 18 5.2 Mogelijkheden die (deels) verkend zijn en afvallen .................................................................... 18 5.3 Mogelijkheden ............................................................................................................................. 19 5.3.1 Open house of selectie van aanbieders ............................................................................... 20 5.3.2 Bekostigingsvorm: inspanningsbekostiging of populatiebekostiging .................................. 22 5.3.3 Hoogte tarief ........................................................................................................................ 24 5.3.4 Toegang: WIJ Groningen of aanbieders ...............................................................................

25 5.3.5 Leveringsvorm: in natura, Pgb of informeel Pgb met bemiddeling ..................................... 27 5.3.6 Soort hulp: huishoudelijke hulp zelf of herstelgerichte hulp ............................................... 29 5.3.7 Financiële draagkracht ......................................................................................................... 31 5.3.8 CAO schoonmaak of VVT ...................................................................................................... 32 5.4 Varianten ..................................................................................................................................... 33

2

1 Inleiding In het eerste kwartaal van 2019 werd het rapport opgeleverd van het haalbaarheidsonderzoek over de organisatie van de huishoudelijke hulp in de gemeente Groningen. Uit het rapport blijkt dat de bestaande opzet en gebiedsgerichte contractering met een selectie van aanbieders de beste opties zijn. Op 7 mei 2019 volgde de bespreking van het rapport met de gemeente raad. Naar aanleiding daarvan werd besloten om eind 2020 verder te spreken met de raad in de brede context met eerste bevindingen met de gebiedsgerichte aanbesteding Wmo en het cliënttevredenheidsonderzoek. Vanwege de corona uitbraak werd het cliënttevredenheidsonderzoek later opgeleverd dan gepland en is de verdere bespreking ook opgeschoven naar april 2021. Voor deze bespreking is deze notitie geschreven. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de opzet van de HH vanaf het moment dat de gemeente daar verantwoordelijk voor werd met alle ontwikkelingen die plaats vonden. Hoofdstuk 3 geeft een beknopt beeld van de huidige opzet. Vervolgens volgen in hoofdstuk 4 de toekomstige opgaven en ontwikkelingen. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de toekomstige situatie. Daarin worden een aantal mogelijke toekomstige varianten geschetst.

3

2 Historisch perspectief 2.1 Organisatie en inrichting Vanaf 2007 werd de huishoudelijke hulp overgeheveld van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Daarmee verschoof de verantwoordelijkheid van het Rijk naar gemeenten. De gemeente Groningen heeft er vanaf het begin voor gekozen huishoudelijke hulp in te kopen. Daarmee zag de gemeente af van het zelf uitvoeren van deze dienstverlening.

Lang hanteerde de gemeente bij de organisatie en inrichting van de dienstverlening de volgende onderverdeling: - hulp bij het huishouden 1 (HH-1); - hulp bij het huishouden 2 (HH-2). Beide omvatten de schoonmaak van het huis, wasverzorging en de verzorging van maaltijden. Het verschil tussen beide was dat bij HH-2 de regie van het huishouden gedeeltelijk of volledig werd overgenomen. Periode vanaf 2015 Met de invoering van de Wmo 2015 werd een korting van 32% op de HH doorgevoerd door het Rijk. Deze korting was voor de gemeente aanleiding om de opzet van de HH te veranderen. Groningen koos voor de omvorming van HH1 en de wasverzorging in de vorm van een algemene voorziening. Deze veranderingen werden gefaseerd ingevoerd. - 2015 was een overgangsjaar: o HH1 en HH2 bleven als maatwerkvoorziening; o wasverzorging werd een algemene voorziening met een tarief bijdrage. - In 2016 volgden de volgende veranderingen: o HH1 werd een algemene voorziening van 2,5 uur HH per week met een tarief bijdrage. Daarbij gold een in een hoogte toenemende tarief bijdrage naar gelang het inkomen voor de onderstaande inkomensgroepen ▪ inkomens tot 120% sociaal minimum ▪ inkomens vanaf 120% tot 130% sociaal minimum ▪ inkomens vanaf 130% sociaal o HH bleef als maatwerkvoorziening bestaan voor mensen die niet zelf hun hulp/huishouden konden regelen en voor mensen met veel en/of complexe zorg.

Bij de inkoop voor de periode vanaf 2016 werd de HH gezamenlijk met de Wmo-begeleiding ingekocht. Daarbij werd de maatwerkvoorziening HH gecombineerd met lichte individuele begeleiding tot het product ‘lichte individuele ondersteuning’. De gedachte was dat de hulpen in de huishouding lichte begeleiding als post sorteren en eenvoudige administratie mee konden nemen. In de praktijk pakte dat anders uit. De aanbieders HH boden er geen begeleiding op andere leefgebieden bij. De aanbieders die in het verleden de lichte begeleiding gaven leverden nu deze ondersteuning met huishoudelijke hulp erbij. Dit gebeurde met de bestaande krachten die hoger geschoold waren dan voor de voorziening vereist was. Periode vanaf 2019 Voor de periode vanaf 2019 werd de huishoudelijke hulp opnieuw ingekocht. Deze keer apart van de Wmo-begeleiding. Begeleiding en HH werden ontkoppeld. Het product ‘lichte individuele ondersteuning’ verdween. 4

Vanaf 1 januari 2019 voerde het Rijk het abonnementstarief in. Dit had als gevolg dat inwoners per 2019 een maximale eigen bijdrage betalen voor alle Wmo- voorzieningen ongeacht hun inkomen en vermogen (in 2020 € 19,00 per vier weken). De maatregel was vanaf 2019 van toepassing op alle maatwerkvoorzieningen en per 1 januari 2020 ook op de algemene voorzieningen waarbij sprake is van een ‘structurele hulpverleningsrelatie’. Dit is het geval bij HH. Rekening houdend met een toenemend beroep op de Wmo door mensen die het voorheen zelf oplosten (mensen met midden-of hogere inkomens) heeft de raad besloten om de algemene voorziening Huishoudelijke Hulp per 1-1-2020 af te schaffen en vanaf 1-1-2020 alle HH in de vorm van een maatwerkvoorziening te verstrekken. Daarbij wordt de volgende ‘oude’ indeling gehanteerd: - hulp bij het huishouden 1 (HH-1) voor inwoners met regie; - hulp bij het huishouden 2 (HH-2) voor inwoners zonder regie. Wat betreft de wasverzorging geldt dat vanaf 1-1-2020 alleen inwoners met een maatwerkvoorziening HH hiervoor in aanmerking komen. Met de afschaffing van de algemene voorziening HH werd tegelijkertijd de opzet voor HH van de gemeenten Haren, Ten Boer en Groningen gelijk getrokken. Vanaf de herindeling per 2019 verschilde deze voor de drie voormalige gemeenten.

2.2 Ontwikkeling aantallen gebruikers en kosten (2016 – heden) Dit advies gaat over de inkoop van huishoudelijke hulp. In deze paragraaf wordt dan ook de ontwikkeling beschreven van aantallen, kosten en tarieven huishoudelijke hulp in natura (ZIN). Aantallen Onderstaand het gemiddeld aantal gebruikers in de jaren 2016 t/m 2020. Onder het kopje Toelichting is aangegeven welke producten er in dat jaar geboden werden, wat voor soort bijdrage de inwoner daarvoor moest betalen en wanneer de gemeentelijke herindeling plaatsvond.

Jaar

Gemiddeld aantal Toelichting gebruikers

2007 t/m 2015

HH1 en HH2 met CAK eigen bijdrage

2016

3.150

Algemene voorziening met tariefbijdrage (voorheen HH1) Maatwerk Lichte begeleiding (voorheen HH2) met CAK eigen bijdrage

2017

3.350

Idem

2018

3.550

Idem

2019

4.300

Algemene voorziening met tariefbijdrage Maatwerk HH met CAK abonnementstarief Gemeentelijke herindeling (toename met gebruikers Haren en Ten Boer)

2020

4.500

Alle mensen met algemene voorziening kregen o.b.v. keukentafelgesprek ofwel maatwerk, ofwel geen Wmo HH meer In 2020 alleen nog HH1 en HH2 met CAK abonnementstarief (verwachte uitkomst)

Tabel / grafiek 1

5

Deze ontwikkeling is ook goed zichtbaar in onderstaande grafiek.

Ontwikkeling aantal gebruikers HH met ZIN HH 5.500 5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500

1-1-2021

1-10-2020

1-7-2020

1-4-2020

1-1-2020

1-10-2019

1-7-2019

1-4-2019

1-1-2019

1-10-2018

1-7-2018

1-4-2018

1-1-2018

1-10-2017

1-7-2017

1-4-2017

1-1-2017

1-10-2016

1-7-2016

1-4-2016

1-1-2016

2.000

Tabel / grafiek 2

Duiding van de ontwikkeling in aantallen In de jaren 2016, 2017 en 2018 liep het gemiddelde aantal huishoudens die huishoudelijke hulp hadden op van 3.150 naar 3.350 naar 3.550. Een stijging met ca. 200 per jaar. In 2019 was het gemiddelde aantal 4.300. Een stijging met 750 huishoudens. Hiervan wordt echter ca. 550 verklaard door de gemeentelijke herindeling. De rest van de stijging (ca. 200) is nog in lijn met de stijging in de eerdere jaren. Die stijging in de jaren t/m 2019 is nog het resultaat geweest van (dubbele) vergrijzing en van de het feit dat voor de algemene voorziening slechts een lichte toets plaatsvond in plaats van een indicatie op basis van een keukentafelgesprek. Vanaf 2019 kwam er het abonnementstarief, maar dat gold nog niet voor de algemene voorziening. In 2019 was er dan ook nauwelijks groei die het gevolg was van invoering van het abonnementstarief. In 2020 zal het gemiddelde aantal waarschijnlijk uitkomen rond de 4.500 à 4.550. Ten opzichte van 2019 is dat wederom een stijging met ca. 200. Je zou kunnen denken dat het effect van invoering van het abonnementstarief dus wel meevalt. Dat is echter niet het geval; deze stijging is namelijk het resultaat van meerdere ontwikkelingen: - Alle inwoners die in 2019 nog een algemene voorziening hadden op basis van een lichte toets, kregen vanaf 2020 hun hulp in de vorm van maatwerk.

In de loop van 2020 vonden keukentafelgesprekken plaats met die inwoners en werd beoordeeld of zij ook recht hadden op maatwerk. Als dit niet het geval was, werd de voorziening beëindigd. Het is niet altijd duidelijk wat de reden voor beëindiging was, maar los van redenen van verhuizing of overlijden, is in 2020 bij ca. 300 huishoudens de voorziening geëindigd. Omdat dit vaak pas in de loop van het jaar gebeurde, is het gemiddelde aantal hierdoor met ca. 200 gedaald. - Als die uitstroom niet had plaatsgevonden, zou het gemiddelde aantal huishoudens met huishoudelijke hulp dus niet met 200 maar met ca. 400 gestegen zijn. Deze stijging heeft niet langer te maken met het feit dat voor algemene voorziening slechts een lichte toets gold.

6

Hij zal deels het gevolg geweest zijn van toenemende vergrijzing, maar voor een groot deel toch toe te wijzen zijn geweest aan het feit dat in 2020 het abonnementstarief voor alle vormen van huishoudelijke hulp is gaan gelden. Kosten De kosten worden door allerlei factoren bepaald. Hoeveel mensen hebben een ZIN HH indicatie, welk indicatieprotocol wordt gevolgd, wat is de urenomvang van de indicaties, hoeveel uren worden er daadwerkelijk geleverd, wat is het inkoopbeleid, wat voor soort voorzieningen zijn er, wat zijn de tarieven van de geboden voorzieningen, wat is het bijdrage beleid, betaalt de burger een tariefbijdrage aan de aanbieder, hoeveel inwoners heeft de gemeente etc. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de kosten te zien. Er zijn twee kolommen opgenomen, namelijk de netto en de bruto kosten. In de jaren dat een algemene voorziening verstrekt werd (2016-2019), betaalden burgers een tariefbijdrage per uur aan de aanbieder. De aanbieders brachten het resterende tarief in rekening bij de gemeente, dit netto bedrag kwam in de jaarrekeningen. Maar om een goede vergelijking te maken tussen de opeenvolgende jaren, is het beter om de bruto kosten met elkaar te vergelijken.

Kosten HH ZIN

Totale netto kosten (in 2016-2018 bij algemene voorziening incl. tariefbijdrage)

Totale bruto kosten (in 2016-2018 bij algemene voorziening excl. tariefbijdrage, dus kosten van de zorg)

2015

€ 10.900.000

€ 10.900.000

Alleen maatwerk

2016

€ 8.900.000

€ 9.400.000

2017

€ 8.900.000

€ 9.600.000

2018

€ 9.800.000

€ 10.600.000

2019

€ 11.700.000

€ 12.700.000

Maatwerk en Algemene voorziening. De kosten van de algemene voorziening zijn in de linker kolom netto, dus er is al rekening gehouden met de tariefbijdrage van de inwoner aan de aanbieder. In de rechterkolom zijn deze kosten bruto, dus daar is de tariefbijdrage nog niet op in mindering gebracht, het zijn de kosten van de zorg zelf.

2020

€ 13.900.000

€ 13.900.000

Toelichting

Alleen maatwerk

Tabel / grafiek 3

7

Ontwikkeling totale kosten ZIN HH € 15.000.000 € 14.000.000 € 13.000.000 € 12.000.000 € 11.000.000 € 10.000.000 € 9.000.000 € 8.000.000 € 7.000.000 € 6.000.000 2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totale netto kosten (in 2016-2018 bij algemene voorziening incl. tariefbijdrage) Totale bruto kosten (in 2016-2018 bij algemene voorziening excl. tariefbijdrage, dus kosten van de zorg) Tabel / grafiek 4

Tarieven De kosten worden sterk beïnvloed door de uurtarieven van de geboden voorziening. In Tabel 1 is te zien welke soorten voorzieningen we in de loop van de jaren hebben aangeboden. Afgezien van wat nuanceverschillen, kunnen we al die soorten onder de noemer HH1 en HH2 onderbrengen: de algemene voorziening is HH1, lichte begeleiding is HH2 en het maatwerk in 2019 is HH2. Vanaf 2020 is er maatwerk HH1 en maatwerk HH2. De ontwikkeling van de uurtarieven voor ‘HH1 en HH2’ is te zien in onderstaande grafiek.

Ontwikkeling uurtarieven HH1 en HH2 (bij meer tarieven in een jaar: gewogen gemiddelde) € 32,00 € 30,00 € 28,00 € 26,00 € 24,00 € 22,00 € 20,00 € 18,00 2015

2016

2017

2018

Uurtarief HH1

2019

2020

2021

Uurtarief HH2

Tabel / grafiek 5

Algemene Maatregel van Bestuur Reële Tarieven De Wmo verplicht de gemeenteraad tot het stellen van regels voor een goede verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van een voorziening. Sinds 2017 is de AMvB 'reële prijs Wmo 2015' van kracht. Hierin wordt geregeld hoe een reële kostprijs moet worden vastgesteld. 8

Gemeenten waren verplicht die AMvB te gebruiken na die inwerkingtredingsdatum bij de eerstvolgende te sluiten contracten (dus nog niet bij lopende aanbestedingen of contracten). Over het algemeen heeft die AMvB geleid tot hogere tarieven, niet alleen in Groningen, maar bij veel gemeenten. De AMvB heeft er ook toe geleid dat de tarieven voor HH1 en HH2 dicht bij elkaar zijn komen te liggen. 2.3 Tevredenheid gebruikers In het najaar van 2020 is een alternatief ervaringsonderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn via interviews de ervaringen opgehaald van gebruikers van de Wmo begeleiding en HH. Bij het onderdeel HH is gevraagd naar de ervaringen van gebruikers van HH die: 1. voor 2020 een algemene voorziening voor HH ontvingen en voor wie een herindicatie heeft plaatsgevonden vanaf 2020 (7 mensen). 2. voor 2020 een maatwerkvoorziening HH ontvingen en voor wie een herindicatie heeft plaatsgevonden vanaf 2020 (7 mensen). 3. enkel vanaf 2020 een voorziening voor HH ontvingen (7 mensen). Tevredenheid over hulp Bijna alle gebruikers zijn tevreden over de HH. De meeste mensen hebben een goede klik met de hulp. Een deel geeft aan dat ze het op prijs stellen dat de hulp een pauze neemt en dan met hen een kopje koffie of theedrinkt. Hier wordt met de indicatiestelling overigens ruimte voor gegeven.

Van de groep gebruikers die voor 2020 een algemene voorziening of maatwerkvoorziening hadden, hebben enkele mensen negatieve ervaringen. Zij zijn niet te spreken over de kwaliteit van de hulp of vinden het jammer dat er veel wisseling in de hulp is of vinden de communicatie en planning vanuit de aanbieder niet altijd toereikend. Van de groep gebruikers die vanaf 2020 een voorziening HH heeft, merkt één persoon op dat de tijd voor de hulp te beperkt is. Belangrijk bij huishoudelijke hulp De gebruikers vinden het belangrijk dat hun huis goed wordt schoongemaakt. Daarnaast zijn een vaste, zelfstandig werkende hulp en een goede klik hebben met de hulp van belang. Kiezen van een aanbieder Een deel van de gebruikers stelt het op prijs zelf de aanbieder te mogen kiezen. Een aantal heeft bewust voor een bepaalde organisatie gekozen. Een groter deel vond het echter lastig om te kiezen. Aanvraag en herindicatie Van de groep nieuwe gebruikers, die sinds 2020 een voorziening HH hebben, is iedereen positief over het aanvraagproces. De gebruikers die voor 2020 al een algemene of maatwerkvoorziening hadden, is ook goed te spreken over de aanvraag. Wel geeft iemand aan dat het herindicatieproces vaak vrij lang duurt. Over het herindicatieproces zijn een aantal mensen uit de groep die voor 2020 al een maatwerkvoorziening had minder positief. Vooral omdat het hen stress geeft.

9

Veranderingen in 2020 Slechts een enkele gebruiker is zich bewust van nieuwe regels rondom de HH. Voor bijna iedereen zijn er geen wijzigingen geweest in het aantal uren of in de huishoudelijke hulp zelf. Enkele gebruikers vertellen dat ze zijn gekort op het aantal uren. De één heeft hier geen problemen mee, omdat de hulp nog steeds alles kan schoonmaken binnen de geïndiceerde tijd. De ander vindt het vervelend, juist omdat er nu te weinig tijd is om alle klussen in huis aan te pakken.

10

3 Huidige situatie Bij de HH is sprake van een open house constructie. Daarbij zijn geen aanbieders geselecteerd. De gemeente sluit overeenkomsten af met alle aanbieders die voldoen aan de voorwaarden van de gemeente en die de HH willen leveren tegen het vastgestelde tarief. Er is daarbij geen garantie voor afname bij de aanbieders. De inwoners kunnen kiezen uit één van de gecontracteerde aanbieders. Contracten en tussentijdse toetreding Momenteel zijn met 17 aanbieders overeenkomsten afgesloten. De overeenkomsten kennen een duur van één jaar en bevatten een optie tot het verlengen van één jaar. Dit kan de gemeente Groningen jaarlijks doen, zonder maximum. Huidige aanbieders hoeven op deze manier niet elk jaar in te schrijven. Wel kunnen nieuwe aanbieders zich melden op een vast moment per jaar om toe te treden. Volumes Het grootste deel ( 80%) van de gebruikers is verdeeld over 4 aanbieders. Een groot deel van de andere aanbieders heeft een beperkt aantal gebruikers. De gemeente garandeert geen volumes aan de aanbieders. De inwoners hebben de keuzevrijheid om een aanbieder te kiezen. In de afgelopen jaren zijn twee nieuwe aanbieders toegetreden. De keuzevrijheid maakt het voor de nieuw toegetreden aanbieders lastig om volume te verkrijgen.

Aanbieder AtHomeFirst Stichting ZINN Wijkzorg Comfort BV De Nieuwe Zorg Thuis MIEP B.V. Beter Thuis Wonen Thuiszorg Martinizorg Aardema Thuiszorg Axxicom Thuishulp BV NNCZ Allerzorg Emile Thuiszorg B.V. BiOns St Residentie Buitenzorg Tzorg Thuiszorg Gezellig Buurtdiensten Totaal aantal gebruikers op 1-10-2020: 4.617

11

Contractmanagement De gemeente is structureel in overleg met de aanbieders over het nakomen van de afspraken uit de overeenkomsten en ontwikkelingen binnen de WMO. Sturingsinstrumenten die daarbij worden gebruikt zijn: - periodiek voortgangsoverleg; - uitvoering van het verantwoordingsprotocol; - aandacht voor de centrale klachtenregistratie. Het voortgangsoverleg wordt op strategisch, tactisch en operationeel niveau gevoerd. Deze drie niveaus van overleg worden niet voor alle aanbieders georganiseerd en kennen daarbij ook een andere frequentie. Dit is afhankelijk van de omzetwaarde van de betreffende aanbieder. De insteek is dat de gemeente aandacht heeft voor het opbouwen van een partnership met die aanbieder(s) die van groot belang is voor de gemeente voor een goede continuïteit van de gecontracteerde dienstverlening. In de verschillende overleggen wordt gesproken over de gezamenlijke bewaking van de kwaliteit van de uitvoering van de dienstverlening, ontwikkelingen in het kader van het berichtenverkeer, landelijke ontwikkelingen, en de voortgang van de ontwikkelpunten.

12

4 Opgaven en ontwikkelingen 4.1 Transformatie opgave HH in het sociaal domein De visie van de gemeente op het sociaal domein is dat alle inwoners meedoen en er toe doen. Daarom ondersteunen we inwoners als dat nodig is bij hun zelfredzaamheid, zodat ze aan de samenleving kunnen participeren. Daarmee geeft de gemeente uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Daarbij is de gemeente in de eerste plaats gericht op de sociale basis. Dit betekent het versterken van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van inwoners met gebruikmaking van omgevingshulpbronnen (fysieke en tastbare voorzieningen). Als ondersteuning nodig is doen we dat zoveel mogelijk dicht bij de eigen dagelijkse leefomgeving met optimale inzet van de eigen kracht en mogelijkheden van bewoners en hun netwerk. De ondersteuning is daarbij zo licht mogelijk als kan en zo zwaar als moet. Dit betekent dat we inwoners zoveel mogelijk gebruik laten maken van algemene voorzieningen waar ze vrij naar toe kunnen. Pas als dat nodig is zetten we een maatwerkvoorziening in.

Op dit moment geven we daar als gemeente vorm aan door bij de toegang tot HH: - van inwoners te verlangen dat zij zoveel mogelijk gebruik maken van huisgenoten (gebruikelijke hulp) en hun netwerk; - wanneer huisgenoten er toe in staat zijn en het huishouden nog moeten leren wordt tijdelijk een huishoudelijke hulp ingezet om te leren huishoudelijk werk uit te voeren zodat het huishouden weer zelfredzaam wordt; - inwoners te verwijzen naar voorliggende voorzieningen. Met name bij de onderdelen wasverzorging en boodschappen zijn er alternatieven als was- en strijkservice, (vrijwillige) boodschappenservices, maaltijdservices, kant en klaar maaltijden en initiatieven als thuisgekookt; - het opzeggen door inwoners van hun particuliere hulp, omdat de Wmo hulp goedkoper is als grond voor afwijzing van HH te hanteren. Ook wel een afwijzing op grond van voorzienbaarheid. De redenatie is dat de inwoner zichzelf bewust in een positie brengt waarin zij / hij niet meer zelfredzaam is. Met enige goede wil kan dit worden vergeleken met het zonder overleg met de gemeente verhuizen van een geschikte woning naar een niet geschikte woning. Over dit laatste is jurisprudentie en de rechter accepteert in dat geval een afwijzing door de gemeente.

4.2 Onderzoek organisatie huishoudelijke hulp Op 31 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Groningen het initiatiefvoorstel ‘Onze thuiszorg: van concurrentie naar samenwerking’ aangenomen. Met het aannemen van het initiatiefvoorstel heeft de gemeenteraad besloten om een haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren naar de verschillende mogelijkheden om HH te organiseren. N.a.v. dit voorstel zijn de volgende varianten onderzocht: -

werknemerscoöperatie; personeelsstichting; gemeentelijke thuiszorgorganisatie; gebiedsgericht contracteren. 13

De varianten zijn onderzocht vanuit verschillende perspectieven; vanuit de cliënt, de werknemer, de zorgaanbieder, financiën, de implementatietijd en -kosten, en de governance. Conclusie van het onderzoek is ‘dat de inrichting van HH in de variant ‘gebiedsgericht contracteren’ als enige variant overall toegevoegde waarde oplevert en zeker ook ten opzichte van de huidige inrichting van HH in de gemeente Groningen’. 4.3 Landelijke discussie over gevolgen abonnementstarief Gemeenten hebben vanaf het begin aangegeven grote financiële en sturingsrisico’s te zien bij de invoering van het abonnementstarief per 2019. Desondanks is voor invoering gekozen, met de afspraak dat de effecten worden gemonitord. Bij aantoonbaar effect met doorwerking in extra kosten voor gemeenten, zouden Rijk en gemeenten met elkaar om tafel gaan om daartoe passende vervolgafspraken te maken. Een tweede landelijke monitorrapportage bevestigt de nadelige effecten van de invoering van het abonnementstarief met een trendbreuk in het gebruik van huishoudelijke hulp, in het bijzonder in de hogere inkomstengroepen (tot wel 80%). De minister heeft in het bestuurlijk overleg tussen VNG en het ministerie van VWS in oktober 2020 aangegeven gemeenten niet verder te willen compenseren dan de € 143 miljoen die aan het gemeentefonds is toegevoegd. De kostenstijging bij gemeenten wordt hiermee niet gedekt.

De minister verwijst naar de ‘afspraak’ die met gemeenten is gemaakt over co-financiering vanuit het accres. Een afspraak die eenzijdig is gemaakt en waar de VNG zich tegen heeft verzet. De VNG heeft aangeven dat de grens is bereikt. Als met het huidige Kabinet niet tot een oplossing wordt gekomen (voor de periode 2019-2021) ziet de VNG zich genoodzaakt stappen te zetten om de uitgaven te beheersen. De VNG heeft gemeenten opgeroepen hiertoe maatregelen te treffen waarmee het voor gemeenten mogelijk wordt de Wmo zorg te richten op de kwetsbare bewoners die deze zorg nodig hebben. De voorgestelde maatregelen zijn: financiële draagkracht betrekken in het onderzoek, invoeren van een uren-plafond en een wachtlijst, voorzienbaarheid en eigen kracht bevorderen. De voorzienbaarheid wordt in 2021 ingevoerd in Groningen (zie 4.3). De overige maatregelen zijn in hoofdstuk 5 opgenomen. 4.4 Toekomstige ontwikkelingen Langer thuis Ouderen wonen langer thuis. Deze ontwikkeling is ingezet door het rijksbeleid waarbij het aantal verzorgingstehuizen (bejaardentehuizen) met een integraal aanbod van wonen, welzijn en zorg is teruggebracht. Zolang inwoners thuis wonen, en geen gebruik maken van de ‘thuispakketten’ van de Wet langdurige zorg, blijft de gemeente verantwoordelijk voor de HH.

Meer alleenstaanden Tussen 1947 en 2017 is het aantal mensen dat alleen woont, de zogenaamde alleenstaanden, gegroeid van 5 naar 22 procent van alle meerderjarige Nederlanders. En de komende drie decennia zet die trend zich voort: de bevolkingsprognose van het CBS voorziet dat er in 2047 bijna 1 op de 4 volwassen inwoners alleenstaand zal zijn. Het is niet altijd zo dat alleenstaanden geen partnerrelaties hebben. Meer dan 1 op de 5 heeft een lat-relatie. Van de lattende vijftigplussers willen 4 op de 10 op termijn trouwen of samenwonen. De meerderheid wil dus alleen blijven wonen. 14

Ook zijn niet alle alleenstaanden zonder partner op zoek naar een relatie. Terwijl onder de twintigers vrijwel iedereen wel een relatie wil zit minder dan de helft van de alleenstaande vijftigplussers daarop te wachten. Het aantal alleenstaande ouderen (65-plus) neemt tussen 2003 en 2030 het sterkst toe, van 0,7 miljoen in 2003 tot 1,3 miljoen in 2030. Het zijn de mannen en vrouwen die alleen achter blijven na het overlijden van hun partner. Voor de HH betekent dit dat er steeds minder een beroep gedaan kan worden op de zogenaamde gebruikelijke hulp (huisgenoten). Minder mantelzorgers Het aantal beschikbare mantelzorgers zal in de toekomst minder worden. Dit komt doordat deze jongere leeftijdsgroep de komende jaren verhoudingsgewijs afneemt en ouderen vaker kinderloos zijn. Groei 75+ De gemeente Groningen is zowel in absolute als in relatieve zin aan het vergrijzen. Hierbij is sprake van een ‘dubbele vergrijzing’; de groep ouderen neemt toe, daarnaast wordt de groep ouderen zelf ook steeds ouder. Met name de groepen 75-79 jarigen en 80-84 jarigen zullen de komende jaren flink gaan groeien.

Op basis van de bevolkingsprognoses uit 2020 (betrekking hebbend op de nieuwe gemeente) wordt duidelijk dat het aantal 75 jarigen en ouder in de komende 20 jaar van 14.000 naar ruim 24.000 personen zal stijgen (deze groep wordt daarmee uiteindelijk in 2039 zelfs groter dan de groep 65 tot en met 74 jarigen). Met het toenemen van de leeftijd neemt de kwetsbaarheid toe en daarmee het beroep op ondersteuning. Gemeente Groningen | Bevolkingsprognoses ontwikkeling 2019-'39, aantallen naar leeftijdsgroepen

75 eo 65-74 50-64 35-49 27-34 23-26

2039

18-22

2019

13-17 4-12 0-3 0

10.000

20.000

30.000

Aantal personen per leeftijdsgroep (2019-'39)

Bron: Bevolkingsprognoses 2019-‘39 (OIS Groningen; 2020)

15

40.000

50.000

Gemeente Groningen | Bevolkingsprognoses ontwikkeling 2019-'39, percentages naar leeftijdsgroepen

75 eo 65-74 50-64 35-49 27-34 23-26

2039

18-22

2019

13-17 4-12 0-3 0%

5%

10%

15%

20%

25%

Aandeel personen per leeftijdsgroep op de totale populatie (2019-'39)

Bron: Bevolkingsprognoses 2019-‘39 (OIS Groningen; 2020)

Wanneer de ontwikkeling van het aantal burgers dat HH gebruikt vanaf 2021 gelijk oploopt met die van de (voor HH-gebruik) relevante populatie, dan is de groei in de komende jaren als onderstaand. Groei van het aantal burgers dat HH gebruikt, indien deze gelijk oploopt met de relevante populatiegroei jaar

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

groei relevante populatie in %

2,6%

2,9%

2,5%

2,2%

2,0%

1,9%

2,0%

2,1%

2,0%

1,8%

groei aantal inwoners met HH

124

266

392

507

615

720

831

947

1.059

1.165

In de onderstaande grafiek is dit in de grafiek geplaatst waarin ook de historische gegevens te zien zijn.

Ontwikkeling aantal inwoners met ZIN HH bij groei vanaf 2021 conform groei relevente populatie

1-8-2030

1-1-2030

1-6-2029

1-11-2028

1-4-2028

1-9-2027

1-2-2027

1-7-2026

1-12-2025

1-5-2025

1-10-2024

1-3-2024

1-8-2023

1-1-2023

1-6-2022

1-11-2021

1-4-2021

1-9-2020

1-2-2020

1-7-2019

1-12-2018

1-5-2018

1-10-2017

1-3-2017

1-8-2016

1-1-2016

6.500 6.000 5.500 5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000

Na-ijl effect van aanzuigende werking abonnementstarief In de 4.3 is geschetst welke landelijke discussie op dit moment speelt over de omvang van de effecten van het abonnementstarief (groei door aanzuigende werking), en compensatie daarvan door het rijk.

16

Vanuit verschillende onderzoeksbureaus wordt gerapporteerd over deze effecten. Over het algemeen wordt vooral groei van de aantallen gebruikers van HH gezien. In een CBS onderzoek wordt vermeld dat in de eerste helft van 2020 is het aantal gebruikers voor alle gemeenten samen 16% hoger is dan in de eerste helft van 2019. In de 2e monitor abonnementstarief van Significant steeg het aantal inwoners met HH in 2019 met 13 %. Binnen de NDSD (waarin alle grote 100.000+gemeenten en aantal regiogemeenten in de nabijheid daarvan vertegenwoordigd zijn) is door 17 gemeenten zelf een quick scan uitgevoerd. Er was een grote variatie te zien, maar de gemiddelde groei was 7 % in 2019 t.o.v. 2018, en 9 % in de eerste maanden van 2020 t.o.v. 2019. Daarin is al gecorrigeerd voor populatiegroei. Bij al die rapportages moet de kanttekening geplaatst worden dat de geschetste groei niet alleen door invoering van het abonnementstarief komt. Ook de in deze paragraaf genoemde ontwikkelingen (langer thuis wonen, populatiegroei, druk op de mantelzorg) dragen bij aan de groei. Daarnaast is er soms nieuw beleid doorgevoerd, vaak met het doel de groei juist te temperen, de algemene voorziening HH is niet altijd meegeteld in 2019 en soms speelt de gemeentelijke herindeling nog een rol.

Ieder onderzoek laat andere uitkomsten zien (mogelijk doordat ze andere bronnen gebruiken) en corrigeert voor andere factoren, maar de bottom line is dat het HH gebruik sinds de invoering van het abonnementstarief fors stijgt. En dat de stijging groter is naarmate de inkomens hoger zijn. In Groningen is de groei pas begonnen in 2020. Dat heeft ermee te maken dat in Groningen de meeste mensen in 2019 nog instroomden in de algemene voorziening, en daarvoor gold toen nog het systeem van tariefbijdrage per uur. In 2020 hebben in Groningen veel beleidswijzigingen plaatsgevonden (algemene voorziening afgeschaft, keukentafelgesprek met iedereen die voorheen een algemene voorziening had, nieuw indicatieprotocol, abonnementstarief gold voor iedereen). Sommige ontwikkeling leidden tot minder klanten, andere tot meer. Onze inschatting is dat in 2020 het abonnentstarief geleid heeft tot 14 % groei (dit is exclusief de stijging door relevante populatiegroei en de daling door een strengere poort). Zie ook 2.2. Het is nu natuurlijk de vraag wat de mogelijk nog toenemende bekendheid met het fenomeen abonnementstarief nog voor effect heeft op de toekomstige aantallen. Maar wat zal de omvang ervan zijn? De stijging in Groningen in 2020 was mogelijk zo hoog omdat het effect ‘van de gedurende 2 jaren gestegen bekendheid’ misschien wel in één jaar gerealiseerd is.

Welk na-ijl effect zal er nog zijn? Zal het nog fors na-ijlen of zal het juist snel afvlakken? Welke toekomstige ontwikkelingen zijn in het ijkpunt verwerkt? In 5.3 worden verschillende inkoopvarianten en mogelijke maatregelen uitgewerkt. Als ijkpunt voor de berekening van het mogelijke financiële effect van die varianten en maatregelen, is gekozen voor het in 2021 verwachte aantal burgers dat HH gebruikt waarbij: - geen groei vanwege langer thuis wonen is opgenomen - geen groei vanwege meer alleenstaanden is opgenomen - geen groei vanwege druk op mantelzorg is opgenomen - wel groei vanwege groei van de voor HH relevante populatie is opgenomen - geen groei door na-ijl van aanzuigende werking abonnementstarief is opgenomen.

17

5 Toekomstige situatie 5.1 Inhoudelijke aandachtspunten Rekening houdend met de opgaven en ontwikkelingen is de grote vraag hoe we de HH toekomst bestendig organiseren. De prognoses van de groei van het aantal 75 jarigen en ouder (4.4) maken duidelijk dat de druk op de HH fors toeneemt. Mogelijk komt daar bovenop de groei vanwege langer thuis wonen, de toename van het aantal alleenstaanden, de afname van het aantal mantelzorgers en na-ijl effecten van de invoering van het abonnementstarief. Dit betekent een toename van het gebruik van HH en daardoor een toename van de kosten. Of deze extra kosten gedekt worden door meer budget van het Rijk is onduidelijk. Verwachting is dat de inkomsten vanuit het Rijk niet in gelijke mate zullen meegroeien. De groei van de vraag naar ondersteuning zet in toenemende mate de financiële mogelijkheden van de gemeente onder druk, met alle gevolgen van dien. Er zijn keuzes nodig voor een toekomstbestendige opzet. Een opzet die beschikbaar is voor alle inwoners die dat nodig hebben. Daarbij gaat het specifiek om fysiek kwetsbare inwoners met een geringe zelf- en samenredzaamheid en geringe financiële mogelijkheden. Dit betekent dat het van belang is om te investeren in (het behoud van) fysieke fitheid. Inwoners blijven op die manier zo zelfredzaam mogelijk. Bijkomend voordeel voor de inwoners is een betere gezondheid en meer welbevinden.

Daarnaast blijft de signalering van (over)belasting van mantelzorgers en kwetsbaarheid van ouderen van belang (eenzaamheid, dementie). De signalering kan via het eigen netwerk en diverse aanbieders van zorg en ondersteuning. Waaronder de aanbieders van HH. Voor de inwoners die dat nodig hebben is kwalitatief goede HH van belang. Daarbij is de uitdaging om grip te krijgen op de kosten voor de HH, zodat deze betaalbaar blijft voor de gemeente en daarmee toegankelijk blijft voor wie dat nodig heeft. 5.2 Mogelijkheden die (deels) verkend zijn en afvallen Voor het bereiken van de opgave uit 5.1 heeft de gemeente verschillende mogelijkheden. Een aantal mogelijkheden vallen af om verschillende redenen. Voor de volledigheid worden deze hieronder beschreven met de redenen waarom ze afvallen. Uitvoering in eigen beheer of uitbesteden. Bij dit onderdeel is de vraag of de gemeente de dienstverlening zelf wil uitvoeren of wil inkopen. In het onderzoek naar de organisatie van de huishoudelijke hulp is hierop uitgebreid ingegaan. Uitkomst is dat uitbesteding van de uitvoering is te verkiezen boven uitvoering in eigen beheer. Rekening houdend daarmee is in deze notitie het gebiedsgericht contracteren wel meegenomen en de overige varianten niet. Clustering. Bij de inkoop heeft de gemeente de ruimte om de omvang van de opdracht te bepalen.

Anders gezegd; te bepalen welke dienstverlening in de opdracht geclusterd wordt.

18

Op grond van jurisprudentie moet de clustering logisch zijn en inhoudelijk beargumenteerd kunnen worden. Anders gezegd: de verschillende vormen van dienstverlening moeten gelijksoortig van aard zijn en elkaar versterken. Zo kan gedacht worden aan clustering met de Wmo begeleiding (GON). De vraag is welke inhoudelijke meerwaarde clustering met de Wmo begeleiding heeft. Wmo begeleiding is gericht op collectivering en inwoners buitenshuis laten participeren aan de samenleving in tegenstelling tot huishoudelijke hulp. Ook de signalering van kwetsbare ouderen komt bij clustering van dienstverlening niet beter van de grond. Signalen over kwetsbare ouderen kunnen aanbieders doorgeven aan WIJ Groningen, zodat een passend vervolg kan worden ingezet. Dit vervolg kan bijvoorbeeld de Wmo begeleiding zijn, andere vormen van Wmo ondersteuning of een beroep op de WLZ. Als tweede geldt dat hoe omvangrijker de clustering hoe lastiger het wordt voor kleine aanbieders om zelfstandig mee te doen bij een aanbesteding. Het volume van de aanbieders is een derde punt bij de afweging of clustering verstandig is. Hoe omvangrijker de opdracht, hoe groter het volume. Dit kan een gunstig effect hebben op het onderdeel overhead van het uurtarief en daarmee op het uiteindelijke uurtarief. Omdat de gemeente Groningen al een gemeente is met grote volumes speelt dit argument minder.

Tot slot geldt dat clustering van HH met Wmo begeleiding op z’n vroegst per 2025 zou kunnen. Dit strookt niet met de inkoop van HH voor de periode vanaf 2023. De verklaring voor het gegeven dat deze clustering per 2025 kan is dat bij de contracten voor Groningen en Ten Boer voor de Wmo begeleiding naar verwachting gebruik gemaakt wordt van de verlengingsoptie tot en met 2024. Reden is dat de uitvoering goeddeels naar tevredenheid verloopt en het af te sluiten contract met Haren tot en met 2024 van kracht is. Voor de periode vanaf 2025 kan besloten worden tot nogmaals een verlenging met twee jaar of een nieuw inkooptraject voor de hele gemeente waarbij de scheiding tussen Groningen/Ten Boer en Haren wordt opgeheven. Rekening houdend met de bovenstaande vier redenen ligt aparte inkoop van HH voor de hand. 5.3 Mogelijkheden In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van mogelijkheden waar wèl een keuze uit gemaakt kan worden. Alle mogelijkheden komen apart aan bod. Tegelijkertijd hangen ze soms met elkaar samen. Bijvoorbeeld dat het onlogisch is te kiezen voor de combinatie van open house en urenplafond of lumpsum. In die gevallen wordt dat vermeld. Bij alle mogelijkheden is een zeer indicatieve inschatting van de financiële gevolgen opgenomen. Dit komt omdat er bij de berekening allerlei aannames zijn gedaan.

Desondanks zijn de inschattingen opgenomen om een gevoel te krijgen bij de financiële impact van de maatregelen. Pas na een keuze voor de toekomstige opzet van HH kunnen nauwkeuriger berekeningen gemaakt worden. In 5.4 worden een aantal varianten beschreven waarin een aantal mogelijkheden zijn gecombineerd.

19

5.3.1 Open house of selectie van aanbieders Open house of selectie van aanbieders Beschrijving Op dit moment hanteert de gemeente de open house systematiek. Daarbij heeft de gemeente met 17 aanbieders, die voldoen aan de voorwaarden van de gemeente, contracten afgesloten. Tussentijds kunnen extra aanbieders toetreden. Aanbieders hebben daarbij geen garantie van afname. Alternatief is aanbieders te selecteren d.m.v. een aanbesteding. Hierbij gaan we uit van een selectie van een (hoofd)aanbieder per gebied (dezelfde gebieden als de Wmo-begeleiding waarbij Haren wordt samengevoegd met gebied Zuid). In het onderzoek naar de organisatie van de huishoudelijke hulp is dit alternatief omschreven als ‘gebiedsgericht contracteren’. Gevolgen selecteren aanbieders Inwoners Als de gemeente continuïteit van ondersteuning bij de overgang vraagt zullen de bestaande koppeltjes van inwoner en hulp in veel gevallen in stand blijven. De geselecteerde aanbieders kunnen dat realiseren door contracten af te sluiten met de aanbieders waarvan hun populatie al gebruik maakt. Ook kunnen de geselecteerde aanbieders dat realiseren door overname van hulpen. De Wmo verplicht overigens tot overleg tussen komende en vertrekkende aanbieder over overname van betrokken personeel.

De CAO VVT gaat nog iets verder; er moet een arbeidsovereenkomst aangeboden worden aan de werknemers van de verliezende partij tegen dezelfde CAO arbeidsvoorwaarden.

Aanbieders

Voor nieuwe instroom betekent de selectie van een aanbieder per gebied dat inwoners bij een keuze voor hulp in natura terecht kunnen bij de geselecteerde aanbieder. Wanneer de geselecteerde aanbieder met onderaannemers werkt kunnen inwoners kiezen uit verschillende aanbieders. Aanbieders worden verantwoordelijk voor de HH voor inwoners van een bepaald gebied. Een aantal aanbieders wordt als hoofdaanbieder voor de gebieden geselecteerd. Als de gemeente continuïteit van ondersteuning bij de overgang vraagt is de ervaring bij de Wmo-begeleiding dat de geselecteerde aanbieders contracten af zullen sluiten met de aanbieders waarvan hun populatie al gebruik maakt. Dit heeft als gevolg dat (een deel van) de bestaande aanbieders ook bij de nieuwe opzet een positie blijft/blijven houden in het geheel als onderaannemer. Daarbij hebben ze geen rechtstreeks contact meer met de gemeente.

20

WIJ Groningen

Gemeente Financiën

Doordat er per gebied een hoofdaanbieder wordt geselecteerd wordt de samenwerking tussen WIJ Groningen en de geselecteerde hoofdaanbieder makkelijker (in die zin dat zij weten naar wie zij kunnen doorverwijzen en met wie zij moeten samenwerken). Ook wordt de samenwerking tussen het GON en de geselecteerde hoofdaanbieder makkelijker. Dit is van belang bij het signaleren door de huishoudelijke hulpen van (over)belasting van mantelzorgers en kwetsbaarheid van ouderen (eenzaamheid, dementie). Verder werkt de selectie van een hoofdaanbieder per gebied in de hand dat de aanbieders het gebied met alle voorliggende voorzieningen kennen. Bij de toegang (i.s.m. WIJ Groningen) kunnen zij daardoor beter passende laagdrempelige oplossingen voor de ondersteuningsvragen van inwoners vinden. Met de kanttekening dat deze niet in ruime mate voorhanden zijn. Een ander voordeel van het vertrouwd zijn met het gebied met alles wat er leeft en speelt is dat aanbieders inwoners kunnen attenderen op mogelijkheden in de buurt (bijvoorbeeld de klaverjasclub in het buurthuis en de ontmoetingsplek verderop). Voor WIJ Groningen betekent het selecteren van aanbieders dat de samenwerking met de aanbieders makkelijker wordt (in de zin dat één geselecteerde aanbieder is waarmee wordt samengewerkt).

Dit is van belang bij het signaleren door de huishoudelijke hulpen van (over)belasting van mantelzorgers en kwetsbaarheid van ouderen (eenzaamheid, dementie). Het werken met vier (hoofd)aanbieders betekent dat het contractmanagement beter kan toezien op de kwaliteit van de ondersteuning.

-

21

5.3.2 Bekostigingsvorm: inspanningsbekostiging of populatiebekostiging Bekostigingsvorm: inspanningsbekostiging (met of zonder uren-plafond) of populatiebekostiging Beschrijving Op dit moment hanteert de gemeente inspanningsbekostiging met open einde financiering. De gemeente betaalt aanbieders daarbij per uur tegen een door de gemeente vastgesteld tarief. De gerealiseerde productie staat centraal in de bekostiging. Een alternatief is het instellen van een uren-plafond. Deze mogelijkheid kan alleen in combinatie met een selectie van aanbieders (zie 5.3.1), omdat het totaal aan beschikbare middelen voor de HH over de geselecteerde aanbieders worden verdeeld. Kanttekening: Het instellen van een uren-plafond is één van de maatregelen die door de VNG is aangedragen om de financiële druk bij gemeenten te verlichten. De VNG koppelt daaraan het instellen van wachtlijsten voor minder urgente inwoners (die het zelf kunnen regelen en betalen) als dit plafond bereikt is. De gemeente Amsterdam past dit al toe. Juristen verwachten dat bij proefprocessen het instellen van wachtlijsten voor specifieke inwoners niet wordt toegestaan, omdat het risico als gevolg van een tekort aan middelen geheel bij inwoners wordt gelegd. Een andere reden die dan mogelijk wordt opgevoerd is dat de gemeente op dat moment de financiën van inwoners gaat betrekken bij de beoordeling of er aanspraak bestaat op HH.

De Centrale Raad van Beroep heeft eerder geoordeeld dat het begrip 'eigen kracht' niet ziet op de inzet van het inkomen of vermogen van inwoners. Een andere reden Een ander alternatief is het hanteren van populatiebekostiging. Ook deze mogelijkheid kan alleen in combinatie met een selectie van aanbieders (zie 5.3.1), omdat het totaal aan beschikbare middelen voor de HH vertaald wordt in populatie-budgetten per aanbieder. Populatiebekostiging gaat uit van één budget voor de gehele populatie. Daardoor kent deze vorm geen volumeopdrijvende prikkel. De aanbieder wordt d.m.v. deze bekostigingswijze aangespoord om de inzet van ondersteuning zo effectief en efficiënt mogelijk uit te voeren. Gevolgen gesloten financiering Inwoners Bij inspanningsbekostiging met een uren-plafond zullen aanbieders, in het geval het uren-plafond overschreden dreigt te worden, maatregelen nemen. Bijvoorbeeld door, in overleg met de inwoners, geen vervanging te regelen in vakanties of de frequentie van bepaalde activiteiten aan te passen, zodanig dat het in lijn blijft met de indicatie. Bijvoorbeeld i.p.v. wekelijks de hal afstoffen, stofzuigen en dweilen, de hal wekelijks stofzuigen en eens per twee of drie weken afstoffen, stofzuigen en dweilen. Zo blijft nieuwe instroom mogelijk en worden wachtlijsten voorkomen. In het uiterste geval kunnen wachtlijsten ontstaan.

Wanneer met de urenplafonds rekening wordt gehouden met de populatiegroei (zie onderdeel financiën) is de kans hierop geringer.

22

Aanbieders

WIJ Groningen Gemeente Financiën

Bij een keuze voor inspanningsfinanciering met uren-plafond blijven aanbieders gefinancierd op grond van hun inspanningen (pxq), maar worden met een urenplafond begrenst. Bij een keuze voor populatiebekostiging krijgen aanbieders een budget voor de HH voor de populatie van hun gebied. De taak daarbij is om HH te verzorgen voor de inwoners in hun gebied. Wachtlijsten zijn niet toegestaan. Eventuele aanpassingen van het populatie-budget vinden alleen plaats onder n.t.b. condities, waarbij de gemeente rekening moet houden met het gegeven dat het risico niet alleen bij de aanbieders mag liggen. Een voorbeeld is een aanpassing als gevolg van een sterke afwijking van de geprognosticeerde bevolkingsontwikkeling. Inspanningsbekostiging met uren-plafonds of populatiebekostiging geeft meer grip op de kosten. Het uren-plafond of populatie-budget moet voldoende zijn voor de te verwachten kosten. Deze moet daarom aansluiten bij de verwachte populatiegroei en huidige gemiddeld aantal uren. In dat geval zijn er geen andere groeirisico’s (groei van het aantal gebruikers, groei van het gemiddeld aantal geleverde uren en combinaties daarvan).

23

5.3.3 Hoogte tarief Hoogte tarief Beschrijving Het uurtarief dat de gemeente hanteert moet voldoen aan de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs Wmo (AMvB reële prijs Wmo). Wanneer gekozen wordt voor een aanbesteding (5.3.1) bepaalt de gemeente bij populatiebekostiging (5.3.2) een vaste prijs. Ook die moet reëel zijn. Bij inspanningsbekostiging (5.3.2) kan de gemeente: - op grond van een kostprijsonderzoek zelf een reëel uurtarief bepalen; - de aanbieders vragen een uurtarief te offreren dat voldoet aan de AMvB reële prijs Wmo. Bij deze mogelijkheid wordt bij de aanbesteding het geoffreerde uurtarief als één van de gunningscriteria gehanteerd naast kwaliteit. Op grond van artikel 2.6.4 van de Wmo mag je op de beste prijs-kwaliteitverhouding aanbesteden als je kwaliteit maar in je gunningscriteria meeneemt. Enkel op prijs aanbesteden mag niet. Gevolgen vaststellen nieuw uurtarief bij een aanbesteding Inwoners Aanbieders WIJ Groningen Gemeente Financiën Wanneer de gemeente bij een aanbesteding op grond van een kostprijsonderzoek een reëel uurtarief of reële vaste prijs bepaalt heeft dit, afhankelijk van de uitkomsten, invloed op het totaal aan uitgaven voor de HH.

Wanneer aanbieders bij een aanbesteding gevraagd wordt een reëel uurtarief te offreren, waarbij de kostprijs één van de gunningscriteria is, zullen aanbieders hun variabele kosten als overhead, winst en ziekteverzuim waarschijnlijk zo scherp mogelijk vaststellen.

24

5.3.4 Toegang: WIJ Groningen of aanbieders Toegang Beschrijving Op dit moment geeft WIJ Groningen de indicaties voor HH af. WIJ Groningen voert een gesprek met de burger. Daarin worden de belemmeringen van de inwoner besproken en wordt onderzocht welke oplossingen er zijn om die op te vangen, waaronder de mogelijke inzet van gebruikelijke hulp, het sociale netwerk of algemene voorzieningen. Wanneer het beleid straks ook herstelgerichte hulp mogelijk maakt is deze optie ook in beeld (5.3.6). Als maatwerk wordt geïndiceerd wordt bepaald hoe lang en hoeveel uren per week de HH geboden wordt. Ook de vorm van de HH wordt besproken. De keuze is nog: ZIN of een Pgb. Als het beleid ook een informeel Pgb met bemiddeling mogelijk maakt, komt die keuze er ook nog bij (zie 5.3.5). Dit alles samen vormt de indicatie. Een mogelijkheid is de uitvoering van de indicatiestelling (toegang) bij de aanbieders te beleggen. Dit kan alleen bij gesloten financiering en niet bij open einde financiering (5.3.2), omdat de gemeente bij de combinatie open financiering en toegang bij de aanbieders geen grip meer heeft op de kosten.

Wanneer gedacht wordt over het beleggen van de uitvoering van de toegang bij de aanbieder moeten dus de volgende vragen beantwoord worden: - Wie bespreekt de vorm van de hulp? De burger weet als hij hulp vraagt nog niet of hij ZIN, of een Pgb of een informeel Pgb met bemiddeling wenst. De bespreking hiervan kan bij de aanbieders belegd worden als zij voor al deze vormen financieel verantwoordelijk zijn.

-

-

Dit kan het best bij aanbieders met populatiebekostiging (zie 5.3.2). Aanbieders met een uren-plafond hebben namelijk een verdienmodel bij ZIN. De mogelijkheid van Pgb, al dan niet met bemiddeling, en herstelgerichte hulp kan dan niet goed van de grond komen (zie 5.3.5 en 5.3.6). Wie beziet in hoeverre sociale netwerk en algemene voorzieningen kunnen bijdragen? Alhoewel aanbieders wat minder achtergrondinformatie hebben dan WIJ Groningen, kunnen ook de aanbieders bij goede instructies in staat zijn deze mogelijkheden goed te bespreken en beoordelen. Wie berekent de omvang van het maatwerk? Dit kan ook door de aanbieders gebeuren. Er is een helder normenkader daarvoor waarbij per resultaatgebied is uitgewerkt hoeveel hulp in een gemiddelde situatie nodig is en welke factoren meer en minder inzet rechtvaardigen. Er bestaat een risico op onderindicering. Daarom is het van belang via regelmatige steekproeven door bijvoorbeeld WIJ Groningen, ervaringen en/of klachten van gebruikers of een schouw te controleren of dit goed gebeurt en of de inwoners de hulp krijgen die ze nodig hebben. 25

Overigens neemt, ook wanneer de uitvoering van de toegang bij de aanbieders is belegd, het college uiteindelijk een besluit over de taken, frequentie en omvang van de ondersteuning. Dat kan door het onderzoeksverslag van de aanbieder onderdeel te laten zijn van de beschikking. M.a.w.: aanbieders beschikken niet op de aanvraag. De inwoners krijgen op grond van het collegebesluit een beschikking waarbij ze de mogelijkheid hebben van bezwaar en beroep op de toegekende ondersteuning. Gevolgen toegang bij aanbieders Inwoners Inwoners kunnen rechtstreeks naar de aanbieders en hoeven niet eerst langs WIJ Groningen en vervolgens naar de aanbieders. Aanbieders Wanneer de toegang bij de aanbieders wordt belegd betekent dit voor de aanbieders dat zij de taken die wegvallen bij WIJ Groningen moeten doen. Dit kost hen meer tijd. Van de andere kant voeren zij nu zelf, na de indicatie door WIJ Groningen, ook altijd nog een intakegesprek met de burger. Dat gesprek zou alleen iets uitgebreider worden. Verder hoeven de aanbieders minder tijd te steken in de samenwerking met WIJ Groningen. Er zijn extra taken voor Pgb indicaties, maar dit gaat niet om grote hoeveelheden. Aanbieders zullen zich moeten bekwamen in de toegangstaken. WIJ Groningen Voor WIJ Groningen betekent dit dat taken wegvallen.

Wel zal WIJ Groningen, in plaats hiervan steekproeven uitvoeren om te controleren of de inwoners de hulp krijgen die ze nodig hebben. Gemeente Financiën Een ruwe inschatting van de vermindering van kosten bij WIJ Groningen is tussen € 300.000 à € 450.000 per jaar. Hierbij is nog geen rekening gehouden met een mogelijke compensatie voor aanbieders voor de extra taken. Verder zijn er éénmalige kosten voor de aanbieders voor het implementeren van de nieuwe werkwijze.

26

5.3.5 Leveringsvorm: in natura, Pgb of informeel Pgb met bemiddeling Leveringsvorm: in natura, in de vorm van Pgb of informeel Pgb met bemiddeling Beschrijving Wanneer inwoners in aanmerking komen voor HH kunnen ze op dit moment kiezen uit een contracteerde aanbieder (ZIN) of een Pgb. Bij een Pgb kan de inwoner een persoon uit het informele netwerk inschakelen (informeel Pgb) of een hulp die valt onder de regeling dienstverlening aan huis (formeel Pgb). Bij een Pgb is de inwoner opdrachtgever en dit brengt aardig wat regeldruk en administratieve taken met zich mee. Om inwoners te ontzorgen die een voorkeur hebben voor een informele hulp is een informeel Pgb met bemiddeling een oplossing. De levering van HH in deze vorm wordt daardoor toegankelijker voor inwoners. Overigens blijven inwoners geheel vrij in de keuze voor deze mogelijkheid. Een informeel Pgb met bemiddeling wordt alleen verstrekt aan mensen die zelf regie over hun huishouden kunnen voeren en daarvoor kiezen. Omdat een aanbieder namens de inwoner de taken vervult die horen bij het opdrachtgeverschap, heeft de inwoner er geen regeldruk of administratieve rompslomp van. De aanbieder die de bemiddeling biedt, krijgt betaald voor de werkzaamheden.

Gevolgen tussenvorm bemiddelde hulp Inwoners Bij een keuze voor een informeel Pgb met bemiddeling worden inwoners opdrachtgever, maar hebben hier geen regeldruk of administratieve rompslomp van. Inwoners beschikken over een vertrouwde persoon uit hun eigen netwerk als hulp. Verder kunnen ze makkelijker zelf de werktijden afspreken met de hulp. Koppeltjes van inwoners en hulp blijven bestaan zolang de inwoner beschikt over een informeel Pgb en de hulp de ondersteuning wil bieden. Aanbieders / Aanbieders houden bij de mogelijkheid van informele Pgb’s met bemiddeling werknemers naar verwachting hun huidige volume. De groei van het aantal inwoners dat gebruik maakt van HH kan (mee) opgevangen worden door informele Pgb’s met bemiddeling. Voor het uitvoeren van de bemiddeling ontvangen de aanbieders een vergoeding. Wanneer actiever wordt ingezet op informele Pgb’s met bemiddeling zal dit wel invloed hebben op het volume aan HH in de vorm van ZIN bij de aanbieders. WIJ Groningen Gemeente De gemeente ontvangt (naar de burger herleidbare) facturen van de aanbieder(s) die bemiddeling bieden. Financiën Het tarief voor HH in de vorm van een informeel Pgb ligt lager dan HH in de vorm van ZIN.

27

Inschatting is dat wanneer structureel 10% van de mensen hiervoor een voorkeur heeft in plaats van ZIN HH1, de kosten voor HH met € 250.000 afnemen. Bij 15 % van de mensen is dit € 375.000 en bij 20 % is € 500.000 op jaarbasis. Dit resultaat wordt geleidelijk bereikt via nieuwe instroom.

28

5.3.6 Soort hulp: huishoudelijke hulp zelf of herstelgerichte hulp Soort hulp: Huishoudelijke hulp of herstelgerichte hulp. Beschrijving Deze mogelijkheid is één van de maatregelen die door de VNG is aangedragen om de financiële druk bij gemeenten te verlichten. De kerngedachte is om mensen, zo mogelijk voordat zich zorgen/of ondersteuningsvragen voordoen of ontwikkelen, te helpen preventief (weer) beter voor zichzelf te zorgen. Het verschil tussen herstelgerichte hulp en het veel gebruikte begrip zelfredzaamheid is dat herstelgerichte hulp een actieve vorm van ondersteuning is die mensen helpt hun zelfredzaamheid te vergroten. Bij herstelgerichte hulp wordt er dus niet vanuit gegaan dat iemand per sé al zelfredzaam is, maar wel zelfredzamer kan worden. Een toenemend aantal gemeenten in Nederland werkt in dit kader met het programma Powerful Ageing. Het gaat om Smallingerland, Weststellingwerf, Boxtel, Rheden, Lochem, Zoetermeer, Westland en Coevorden. Dit is een methode die is ontwikkeld door onder meer de Vrije Universiteit in Amsterdam. Binnen dit programma onderzoeken ouderen samen met een fysiotherapeut in hoeverre zij hun dagelijkse taken nog kunnen uitvoeren of verbeteren. Dat gebeurt aan de hand van gesprekken en fysieke tests.

De fysiotherapeut bespreekt de resultaten van de tests met de ouderen en, als ze na de tests in aanmerking komen voor het programma, maakt een plan om kracht en bewegen te verbeteren. Het programma is gericht op Inwoners vanaf 55 jaar die moeite hebben met dagelijkse handelingen zoals traplopen en opstaan uit een stoel. De training is een wetenschappelijk onderbouwd programma, gericht op het vergroten van het explosieve spiervermogen van ouderen. De training vindt, gedurende veertien weken, twee keer per week plaats bij een fysiotherapiepraktijk door geschoolde fysiotherapeuten en duurt 40 tot 50 minuten. Vervolgens kunnen deelnemers nog twee jaar doorgaan met de trainingen. Gevolgen Inwoners

Aanbieders

WIJ Groningen

Uit wetenschappelijk onderzoek bij 150 ouderen in de leeftijd van 60 tot 85 jaar, blijkt dat de Powerful Ageing interventie leidt tot: - verhoging van de dagelijkse fysieke activiteit; - verbetering van de ervaren gezondheid en kwaliteit van leven; - verbetering van fysiek functioneren; - verbetering van de zelfredzaamheid. Wanneer de aanbieders de toegang uitvoeren betekent dit dat zij bij invoering van Powerful Ageing moeten samenwerken met fysiotherapeuten. Invoering van deze maatregel betekent dat ze een training moeten volgen om met de nieuwe werkwijze om te gaan. Wanneer WIJ Groningen de toegang blijft uitvoeren betekent dit dat zij bij invoering van Powerful Ageing moeten samenwerken met fysiotherapeuten. Invoering van deze maatregel betekent dat ze een training moeten volgen om met de nieuwe werkwijze om te gaan. 29

Gemeente Financiën

Organiseren en investeren in mogelijkheid Powerful Ageing. Op basis van ervaringen zou in het eerste jaar voor 70 % van de mensen die meedoen, het fysio-traject volstaan. En dat zou in het 2e jaar voor 60 % van die groep nog steeds zo zijn. De ervaringen gaan nog niet verder dan het 2e jaar. Voor het 3e jaar nemen we aan dat alle mensen dan alsnog HH nodig hebben. Er is dus een groep voor wie de ondersteuning 1 jaar wordt uitgesteld en een groep waarvoor de hulp 2 jaar wordt uitgesteld. De kosten van het fysio-traject bedragen € 2.300 (voor 14 weken in het eerste jaar plus een follow-up in het 2e jaar). Bij de berekening van het financiële plaatje schrijven we die kosten in het 1ste jaar van deelname af. We moeten veel aannames doen voor een verdere financiële inschatting. Stel dat van de nieuwe instroom HH1 van 100 per maand, het grootste deel mensen zijn met fysieke beperkingen (stel 1.000 op jaarbasis). Voor de berekening zijn wij iets voorzichtiger: in plaats van 70 % rekenen wij met 35 % van de mensen t/m 75 jaar en 17,5% van de 75 plus inwoners (dus 262 mensen) voor wie de ondersteuning 1 jaar wordt uitgesteld. En voor 60% van die groep (dus voor 157 mensen) wordt de hulp ook het 2e jaar uitgesteld. Aanname is dat in het 3e jaar iedereen alsnog HH nodig heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4212/documents/61168