CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Eindrapport onderzoek Coóperatieve Wijkraad Oosterparkwijk (17-2-2021).pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 24 maart 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Groningsmodel voor wijk en dorpsdemocratie (raadsvoorstel 17-2-2021)15.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Oprechtheid Zoals benoemd, maken niet alle CWR-leden gebruik van hun recht om hun zienswijze te delen. Hier lijkt de angst mee te spelen dat wanneer CWR-leden een probleem, idee of andersoortige mening inbrengen, zij ook direct verantwoordelijk worden voor de bijbehorende acties om het probleem op te lossen, de uitvoering van het idee of het vertalen van hun mening naar een plan van aanpak. Hierdoor vindt de deliberatie slechts plaats met het deel van de CWR dat daar ook toe bereid is.

2 In bijlage 3 is een overzicht gegeven van de verschillende activiteiten die door de CWR in de wijk zijn ondernomen.

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

26

Vrijheid Voor een beperkt deel van de CWR geldt dat zij voor hun gevoel oprecht konden deelnemen aan de CWR. Zij hebben alle vrijheid ervaren om goed en volwaardig mee te kunnen draaien. Niet alle leden hebben deze vrijheid ervaren. Een deel van de bewoners in de CWR geeft (op voorhand en tijdens hun deelname aan de CWR) aan een sociale druk te voelen om ‘resultaat voor hun wijk te boeken’. Het feit dat dit in hun optiek niet altijd even goed is gelukt, heeft tot de nodige frustratie geleid, hetgeen hun vrijheid om goed in de CWR te functioneren heeft beperkt. Deze wijkbewoners konden de voor hun gevoel hooggespannen verwachting van de wijk niet waar maken. Dit in combinatie met het ‘hoge abstractieniveau’ en ‘een gebrek aan kaders’ van de CWR heeft bij enkele leden geleid tot een gevoel van onrust. Andere leden noemen als beperking dat er sprake was van een hoge mate van sociale controle tussen de leden van de CWR onderling. Minder actieve leden werden direct en indirect aangesproken op hun geringe aanwezigheid en hun geringe bijdrage aan de CWR. In combinatie met enkele persoonlijke conflicten, resulteerde dit in een heftige groepsdynamiek die de mate van vrijheid in het overleg minder positief hebben beïnvloed.

Rationaliteit Alhoewel de meeste CWR-leden de beste intenties hadden om het overleg op rationale wijze met elkaar te voeren, is dat niet altijd gelukt. Tijdens vergaderingen voerden emoties en persoonlijke opvattingen veelvuldig de boventoon, zo geven ook de CWR-leden zelf aan. Waar de verwachting was dat wijkbewoners vooral informeel (op ervaring) met elkaar zouden discussiëren, verliep het overleg juist zeer formeel (op argumentatie). De veelal ‘ongetrainde’ wijkbewoners beheersten logischerwijs niet allemaal de hiervoor vereiste vergadertechnieken. Dit en het feit dat het eerste jaar ook voornamelijk een ‘opstartjaar’ is geweest, waarin zowel wijkbewoners als gemeenteraadsleden aan de ongebruikelijke situatie hebben moeten wennen, is het overleg niet altijd ten goede gekomen. Vooral wijkbewoners in de CWR geven aan dat zij voorafgaand aan het experiment wel trainingen hebben ontvangen, maar dat zij zich desondanks niet goed voorbereid voelden op hun werkzaamheden in de CWR. De trainingen waren volgens deze leden hiervoor te ‘mager’. Dat wijkbewoners zich onvoorbereid voelden, lijkt vooral te maken te hebben met de als abstract ervaren en extern geformuleerde doelen. Het bleek wat dat betreft een groot voordeel dat er ook gemeenteraadsleden zitting in de CWR hadden.

Enkele raadsleden hebben, volgens de meeste wijkbewoners in de CWR, als ‘geoefende volksvertegenwoordigers’ een belangrijke rol gespeeld bij het structureren en rationaliseren van vergaderingen. De raadsleden zijn beter bekend met het inrichten van vergaderingen, kennen de procedures van de gemeente beter dan de wijkbewoners en kunnen bemiddelend optreden in het geval van persoonlijke geschillen. De gemeenteraadsleden hebben daarnaast een toegevoegde waarde gehad bij het vertalen van een abstract plan naar concrete acties.

Groepsomvang De CWR bestaat in totaal uit 17 leden; 11 wijkbewoners en 6 gemeenteraadsleden. Een enkeling is van mening dat de relatief grote omvang van de groep het soms lastig maakt om

Procesevaluatie

27

snel tot beslissingen te komen. Echter, over het algemeen lijkt deze omvang geschikt voor deze overlegvorm. Een aandachtspunt betreft het feit dat het de nodige moeite kost om alle plekken van de CWR in te vullen en dat het verloop onder de leden groot is. Als een CWR-lid wegvalt kan het even duren voordat een wijkbewoner die wordt ingeloot ook daadwerkelijk ‘ja’ zegt tegen deelname. Hetzelfde geldt voor gemeenteraadsleden. Zo vonden tijdens het experiment nieuwe verkiezingen plaats, waardoor de helft van de raadsleden moest worden vervangen. Uit de interviews komen twee voordelen van de groepsomvang naar voren. Ten eerste maakt de omvang van 17 leden het makkelijker om nieuwe leden te laten instromen in dergelijke situaties. Er is op deze wijze ruimte voor een ‘natuurlijk verloop’ van CWR-leden, zonder dat dit ten koste gaat van het besluitvormingsproces. Een tweede voordeel is dat met deze omvang tegemoet wordt gekomen aan het feit dat niet alle leden altijd bij vergaderingen of overlegmomenten aanwezig kunnen zijn. Er kan dan nog steeds goed overleg plaatsvinden tussen een aanzienlijk aantal leden.

3.3 Ervaringsdimensie De ervaringsdimensie houdt in dat de beslissingen die door de CWR worden genomen alsmede de wijze waarop het besluitvormingsproces plaatsvindt als legitiem worden ervaren. Zo ontstaat er empathie voor de beweegreden van andere burgers, de besluitvorming binnen de CWR en voor de besluitvorming binnen de gemeente(raad). De realisatie ervan is meer waarschijnlijk als sprake is van zowel interne als externe transparantie en als er een goede interactie is tussen de CWR en het wijkpanel en de wijk.

Interne doelen en rollen De deelnemers dienen de omstandigheden te begrijpen waarin de CWR opereert. Als zij het doel en de weg daar naar toe niet begrijpen, is het onwaarschijnlijk dat het resultaat ervan als legitiem wordt ervaren door de rest van de wijk. Met andere woorden, de positie en rol van de CWR en haar leden moet intern duidelijk zijn, voordat aan externe doelen kan worden gewerkt Uit de interviews blijkt dat het voor met name wijkbewoners in de CWR vooraf onduidelijk was welk (overstijgend) doel de CWR dient en hoe zij werden geacht hieraan bij te dragen. In de eerste interviewronde, voorafgaand aan het experiment, geven meerdere ingelote wijkbewoners aan niet goed te weten wat hen te wachten staat. Enkele spreken dan de verwachting uit, dat ‘de bedoeling’ van de CWR gaandeweg wel duidelijk zal worden. Bij de twee daarop volgende interviewrondes blijkt echter dat het voor enkele wijkbewoners nog steeds niet goed duidelijk is wat er van hen wordt verlangd. Het gebrek aan herkenning van de doelen van de CWR heeft zijn weerslag gehad op zowel de CWR-leden zelf als de legitimering richting de wijk. Het ‘hoge abstractieniveau’ en ‘gebrek aan kaders’ resulteert bij sommige CWR-leden naar eigen zeggen in een gevoel van onrust en is het besluitvormingsproces niet ten goede gekomen.

Zowel gemeenteraadsleden als wijkbewoners geven aan dat het zelf vormgeven van de werkwijze en structuur van de CWR geen gemakkelijke taak is gebleken. Vooral de

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

28

wijkbewoners vonden het lastig om zonder structuur van start te gaan. Het heeft op deze wijze veel tijd gekost om samen een goede ‘vorm’ voor de CWR te vinden. CWR-leden geven aan dat het emotionele proces wellicht minder heftig was geweest als de opstartperiode anders was ingericht. Deelname aan het experiment voelde vooral voor de groep wijkbewoners als ‘een sprong in het diepe’. Enkele CWR-leden merken op ze dat de groep eerst beter hadden willen leren kennen in een informele setting, zonder direct op de inhoud in te gaan. Het kennismakingsmoment voorafgaand aan de start van de CWR was daarvoor naar hun mening niet voldoende. Zo werd het pas na geruime tijd duidelijk voor alle CWR-leden dat er ook gebruik kon worden gemaakt van het ambtenarenapparaat van de gemeente Groningen voor onder andere ondersteunende werkzaamheden (notulen en financiën). De CWR-leden wilden dit gelijk zelf organiseren; het leek hen logisch dat de CWR hier zelfstandig zorg voor moest dragen. Ook bleken enkele aangedragen oplossingen - waarin al de nodige tijd was geïnvesteerd door CWRleden - niet uitvoerbaar vanwege gemeentelijke restricties, zoals aanbestedingsprocedures. Enkele CWR-leden geven aan dat zij dit graag van tevoren hadden geweten, omdat daardoor in hun optiek veel kostbare (doorloop)tijd voorkomen had kunnen worden.

Informeren andere bewoners en gemeenteraad Niet alleen de CWR, maar ook de rest van de wijk (zowel bewoners als instanties) zouden - om de ervaringsdimensie te realiseren - moeten weten wat de opzet en rol van de CWR is en hoe zij tot haar besluiten komt. Ook is een belangrijk kenmerk dat andere wijkbewoners weten hoe zij deel uit kunnen maken van het besluitvormingsproces. In de uitvoering van de CWR is reeds geprobeerd om deze kenmerken te waarborgen door de vergaderingen openbaar te maken. Ook zitten er zes gemeenteraadsleden in de CWR om een ‘korte lijn’ naar de gemeenteraad te hebben.

Openbaarheid vergaderingen De openbaarheid van de vergaderingen (één van de spelregels van de CWR) is een positief aspect waarmee aan dit kenmerk tegemoet is gekomen. De vergaderingen van de CWR zijn niet altijd even goed bezocht door andere wijkbewoners, maar de mogelijkheid daartoe is wel ruimschoots geboden. Volgens enkele CWR-leden is de openbaarheid van een vergadering een stok achter de deur gebleken om een vaste vorm voor de CWR te kiezen. Toen de vergaderingen openbaar werden nam de efficiëntie van de vergaderingen toe. De besloten vergaderingen liepen vaak uit en er werd vaak van de onderwerpen van de agenda afgeweken.

Gemeenteraadsleden De aanwezigheid van de gemeenteraadsleden aan de CWR beoordelen de meeste wijkbewoners in de CWR als positief. De ‘korte lijnen’ met de gemeenteraad worden dikwijls als pluspunt van hun aanwezigheid genoemd. Door enkele wijkbewoners uit de CWR wordt opgemerkt dat dit alleen geldt voor gemeenteraadsleden die regelmatig aanwezig zijn. Zij vormen daadwerkelijk een koppelstuk tussen de CWR en de gemeenteraad.

Procesevaluatie

29

De aanwezigheid van de gemeenteraadsleden laat echter in de optiek van de wijkbewoners in de CWR te wensen over. De wijkbewoners geven aan te snappen dat het combineren van de CWR met gemeenteraadswerk en eventueel een reguliere baan lastig kan zijn. Het is wat betreft de meeste van hen ook prima dat gemeenteraadsleden er zo nu en dan niet zijn. Sommige gemeenteraadsleden zijn echter vaker af- dan aanwezig geweest bij vergaderingen en overlegmomenten. Daardoor valt de link met de gemeenteraad (een belangrijk kenmerk van de ervaringsdimensie) weg.

De wijk betrekken via het wijkpanel Voor het goed functioneren van de CWR is een goede interactie met de rest van de wijk belangrijk. Immers, de rest van de wijk moet het gevoel hebben dat zij invloed hebben gehad op de besluiten die zijn genomen in de CWR en daar begrip voor kunnen opbrengen. De interactie met het wijkpanel lijkt hieraan te hebben bijgedragen, maar het bereiken van de rest van de wijk is in het experiment niet volledig van de grond gekomen. Dat wijkbewoners konden meebeslissen over de besteding van geld aan projecten (‘Oosterpark, altijd een goed idee’) is een stap in de goede richting.

Wijkpanel nuttig instrument De algemene consensus onder de CWR-leden is dat door het gebruik van het wijkpanel een deel van de wijk is betrokken. Het wijkpanel is een nuttig instrument gebleken met zeer veel potentie. Het is in het experiment goed gebruikt, maar het zou nog beter kunnen worden benut. Het wijkpanel is volgens CWR-leden meerdere keren nuttig gebleken. Als voorbeelden daarvan worden de verkeersproblematiek aan de Zaagmuldersweg genoemd en het vragen om goedkeuring voor het verstrekken van enkele subsidies. Ook zijn er via het wijkpanel enquêtes uitgezet over afval en duurzaamheid in de wijk. De CWR-leden geven aan dat de goedkeuring van het wijkpanel als legitimatie voelt voor de beslissingen die zij nemen. Dat geeft rust en zekerheid met name aan de wijkbewoners in de CWR. De CWR-leden zijn er niet geheel over uit hoe het wijkpanel precies moet worden ingezet. De afweging die zij daarbij maken is dat het wijkpanel niet moet worden overvraagd, maar ook niet te weinig bij beslissingen moet worden betrokken. Het blijkt lastig om de optimale balans daarin te vinden en de CWR-leden zijn het lang niet altijd met elkaar eens over het raadplegen van het wijkpanel.

Discussiepunt De belangrijkste discussie binnen de CWR aangaande het wijkpanel is of het een vertegenwoordiging is van de gehele wijk. Moet de CWR als aanvulling fysiek de wijk in of moet het panel worden uitgebreid? De CWR-leden zijn hier verdeeld over. De ene helft vindt dat men fysiek de wijk in moet om ideeën uit de wijk op te halen, terwijl de andere helft er de voorkeur aan geeft om plannen te bedenken en meer vanaf de zijlijn betrokken te zijn. De eerste groep verwijt de tweede dat zij het wijkpanel als ‘excuus’ gebruiken om niet fysiek de wijk in te hoeven, terwijl dat - in hun optiek - wel bij het takenpakket van een CWR-lid hoort.

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

30

Samenwerking met andere instanties In de Oosterparkwijk zijn meerdere instanties actief die zich inzetten voor de leefbaarheid van de wijk en het welzijn van de bewoners. De CWR heeft de mogelijkheid om met deze instanties samen te werken en de reeds bestaande netwerken te benutten. Vrijwel alle CWR-leden vinden dat het van groot belang is om deze bestaande netwerken te (gaan) benutten. Dat ging in het begin moeizaam, maar is in de loop der tijd steeds beter van de grond gekomen. Als voorbeeld van een goede samenwerking wordt die met het WIJ-team genoemd. De CWR is volgens enkele leden echt een koppelstuk geworden tussen de gemeente en het WIJ-team. Een verbinding die niet echt tot stand is gekomen is die met bewonersorganisatie (BO). De CWR-leden geven zonder uitzondering aan veel potentie te zien in een goede samenwerking met de BO, maar dat het voortraject van de CWR een goede samenwerking in de weg heeft gestaan. De CWR zou in hun optiek gebruik kunnen maken van het enthousiasme, de expertise en het netwerk van de BO. Dat gebeurt in de huidige situatie slechts sporadisch, terwijl beide hetzelfde doel voor ogen hebben: de leefbaarheid in de wijk vergroten. De CWR-leden geven aan het gevoel te hebben dat er vanuit andere instanties kritisch wordt gekeken naar de CWR. De CWR-leden onderschrijven het nut van het kritische oog van andere instanties.

Het werkt als een stok achter de deur, waardoor de CWR gedwongen wordt om goede prestaties te leveren. Enkele wijkbewoners geven wel aan hierdoor meer druk te ervaren om met de CWR een resultaat neer te zetten. Op momenten dat dit niet lukt, zeggen sommige leden als gevolg daarvan innerlijke onrust te ervaren. De samenwerking met onder andere de BO verloopt daardoor volgens vrijwel alle CWR-leden ook niet zo goed als die zou kunnen zijn. Van specifiek de samenwerking met de BO hadden sommigen voorafgaand aan het experiment veel verwacht. Sommige CWR-leden geven aan dat zij van horen zeggen hebben, dat de CWR ‘de lange arm van de gemeente’ in de wijk wordt genoemd. Andere CWR-leden horen dat de CWR als ‘marionetten van de gemeente’ wordt aangeduid. Zij geven aan niet zeker te weten of het waar is dat deze beweringen worden gedaan, maar het draagt bij aan het ervaren van druk bij enkele leden van de CWR. De CWR-leden zelf hebben niet het gevoel dat zij een gemeentelijk instrument zijn en geven aan niet goed te begrijpen wat de oorsprong van deze beweringen is.

3.4 Onvoorziene neveneffecten Vooral wijkbewoners die zitting hebben genomen in de CWR noemen de persoonlijke ontwikkeling die zij hebben doorgemaakt als positief punt. Zij geven aan veel (over zichzelf) te hebben geleerd door deelname aan het experiment. Ook zeggen zij deelname een interessante ervaring te vinden en het nuttig te vinden een ‘kijkje achter de schermen van de gemeente’ te hebben gekregen. Voor de gemeenteraadsleden geldt dat het experiment hen ‘nieuwe’ inzichten heeft opgeleverd, omdat ze het van dichtbij hebben kunnen meemaken. Zij hebben een betere mening kunnen vormen over hetgeen zij beschrijven als een ’interessant en nuttig’ experiment. De deelname aan de CWR heeft ook een keerzijde, zo geven meerdere

Procesevaluatie

31

respondenten aan. De minder positieve aspecten van deelname die zij noemen blijken vooral emotioneel van aard.

3.5 Randvoorwaarden De tijdsinvestering bij deelname aan de CWR is aanzienlijk hoger dan CWR-leden hadden verwacht en is volgens sommige leden (waaronder zowel wijkbewoners als gemeenteraadsleden) onrealistisch. Zeker voor de gemeenteraadsleden blijkt het in de praktijk zeer lastig om de werkzaamheden voor de CWR te combineren met een reguliere baan en het raadswerk. Mede daarom hebben raadsleden gaandeweg het experiment besloten om te ‘rouleren’ met betrekking tot het aanwezig zijn bij vergaderingen. Ook zeggen de CWR-leden dat er grote verschillen bestaan tussen de tijdsinvestering van leden onderling. CWR-leden maken dat op directe en indirect wijze aan elkaar kenbaar, waar een groepsdynamiek is ontstaan die niet altijd als prettig is ervaren door de deelnemers. Er dient tevens rekening te worden gehouden met een opstartperiode voor dergelijke initiatieven. Het eerste jaar is een ‘opstartjaar’ van de CWR gebleken. Daarin heeft de CWR zich vooral op het interne proces gericht, hetgeen ten koste is gegaan van het contact met de wijk. Daardoor is de CWR niet zichtbaar genoeg voor andere wijkbewoners geweest. Enkele CWR-leden geven aan dat er in hun beleving een afstand tussen de CWR en de wijk bestaat en dat een deel van de wijkbewoners de CWR niet weet te vinden. Op dat vlak ligt de meeste ruimte voor verbetering, aldus CWR-leden.

In navolging van het bovenstaande, vinden meerdere CWR-leden dat de periode van twee jaar die nu wordt gehanteerd voor afwisseling van de CWR-leden, verruimd zou moeten worden, in ieder geval voor de eerste lichting. Sommige CWR-leden geven aan dat deze periode ook voor nieuwe leden verruimd zou moeten worden naar bijvoorbeeld drie à vier jaar. Het is in hun optiek onrealistisch om op een dergelijke korte termijn resultaten te behalen.

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

32

4. CONCLUSIES

In dit afsluitende hoofdstuk bespreken we de conclusies van de basisevaluatie van de Coöperatieve Wijkraad (CWR). Daarbij staat de doelbereiking van de twee basisdoelen van de CWR centraal: 1. het nemen van goede besluiten door de CWR voor de Oosterparkwijk (resultaat); en 2. het in gang zetten en onderhouden van een ontwikkeling waardoor er steeds betere besluiten voor de wijk kunnen worden genomen (proces). In hoeverre beide doelen zijn bereikt stellen we vast aan de hand van drie dimensies die ten grondslag liggen aan het nemen van goede besluiten, namelijk een statistische, een deliberatieve en een ervaringsdimensie. Daarvoor hebben we gebruik gemaakt van: 1. een resultaatmeting (een nul- en een eindmeting) bij de CWR en het Wijkpanel enerzijds en een steekproef onder wijkbewoners anderzijds; en 2. een procesevaluatie.

4.1 Statistische dimensie Worden er genoeg (en genoeg verschillende) groepen mensen betrokken bij het nemen van besluiten in de wijk?

Resultaat • Tussen de 0- en de 2-meting lijken steeds meer mensen te vinden - bij zowel de deelnemers aan de CWR en het Wijkpanel als bij de wijkbewoners - dat er genoeg (verschillende) wijkbewoners betrokken zijn bij het nemen van besluiten in de wijk. Deze uitkomst is echter niet significant (we kunnen niet met 90% zekerheid zeggen dat deze uitkomst geldt voor de hele CWR en het wijkpanel of voor alle wijkbewoners).

Proces • Het lotingsysteem heeft een divers samengestelde CWR opgeleverd. Er zijn daardoor verschillende meningen ter tafel gekomen, waardoor verhitte discussies zijn ontstaan maar die ook tot resultaten hebben geleid. Ook het wijkpanel is een nuttig toetsingsinstrument gebleken dat - mits het representatief is voor de wijk - de meningen uit de wijk kan ophalen en beslissingen van de CWR kan legitimeren. • Wel is het de vraag of alle meningen uit de wijk wel voldoende ter tafel zijn gekomen. Zo mengt een deel van de CWR-leden zich nauwelijks in discussies, lijken niet alle groepen goed vertegenwoordigd in de CWR, representeert het wijkpanel slechts een deel van de wijk en lijkt het aantal andere bewoners dat betrokken is bij het nemen van besluiten gering te zijn geweest. • Zowel bij de samenstelling van de CWR als bij het wijkpanel is sprake van ‘zelfselectie’. In de praktijk zullen bepaalde wijkbewoners minder snel zitting nemen in de CWR dan andere. Zelfs met ‘persoonlijke werving’ (het langs de deuren gaan) zegt niet iedereen ‘ja’ tegen deelname, dit kan zich hoogstwaarschijnlijk ook in de toekomst bij andere nieuwe vormen van democratie voordoen.

Conclusies

33

• Het lijkt erop dat de CWR nog te weinig verbinding heeft kunnen leggen met andere mensen in de wijk die specifieke kennis en/of belangstelling hebben voor bepaalde onderwerpen. Wellicht dat andere manieren dan overleggen/vergaderen deze mensen meer bij het werk van de CWR hadden kunnen betrekken. Dat wijkbewoners uit de hele wijk konden meebeslissen over de besteding van geld aan projecten (‘Oosterpark, altijd een goed idee’) is daarbij een stap in de goede richting gebleken. • Het wijkpanel is een veelbelovend toetsingsinstrument waar de CWR ook met enige regelmaat gebruik van heeft gemaakt. Het inzetten van het wijkpanel als exclusief toetsingsinstrument is onverstandig vanwege het probleem van de zelfselectie. Om echt alle meningen ter tafel te laten komen, zullen die ook ‘fysiek opgehaald’ moeten worden. • Bij de openbare vergaderingen constateren we dat de inbreng van wijkbewoners gering is. Naast de huidige digitale communicatie via sociale media en een nieuwsbrief per e-mail hadden wellicht andere, meer actieve vormen (flyers uitdelen of langs de deur gaan) tot meer inbreng kunnen leiden.

4.2 Deliberatieve dimensie Heeft er voldoende (goed) overleg plaatsgevonden voordat er besluiten zijn genomen?

Resultaat • Uit de afgenomen enquêtes blijkt, zowel bij de deelnemers aan de CWR en het Wijkpanel als bij de wijkbewoners, dat significant meer mensen bij de eindmeting dan bij de nulmeting van mening zijn dat er voldoende (goed) overleg heeft plaatsgevonden voordat er besluiten zijn genomen. • Belangrijk hierbij op te merken is dat van de drie dimensies die zijn onderzocht de deliberatieve (het beste overleg) het dichtst ligt bij de kern van de CWR: het nemen van goede besluiten.

Proces • Op basis van de vergaderfrequentie en het regelmatig bijeenkomen van enkele werkgroepen kan worden vastgesteld dat er, in elk geval qua kwantiteit, voldoende overleg heeft plaatsgevonden. Dat overleg heeft zich echter (met name in het begin van de CWR) vooral beperkt tot de CWR-leden en is niet altijd van even goede kwaliteit geweest. Het bleek lastig om andere wijkbewoners en instanties bij de besluitvorming te betrekken; mede vanwege de interne focus die de CWR in de beginfase had. De wisselwerking tussen de CWR en de wijk kwam daardoor niet goed tot stand. Achteraf blijkt dat dit wel wenselijk was geweest. We zien dat het betrekken van externen bij de besluitvorming - hetgeen de laatste tijd beter lijkt te lukken - doorgaans leidt tot betere besluitvorming en resultaten. Wat dat betreft is het initiatief ‘Oosterpark, altijd een goed idee’ daarvan het beste voorbeeld. Daarmee heeft de CWR een goede stap gezet om het gat tussen de CWR en de rest van de wijk te dichten. • De omstandigheden voor een goede deliberatie zijn, zoals gezegd, niet altijd aanwezig geweest in de CWR. De bottleneck lijkt te zitten in de ontstane overlegstructuur van de

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie CWR Oosterparkwijk

34

•

•

•

•

•

CWR, die sterk overeenkomt met (reeds lang) bestaande structuren, in combinatie met de onervarenheid van de ingelote wijkbewoners met dergelijke vergaderstructuren. Enkele CWR-leden vinden de gekozen overlegstructuur te formeel, terwijl anderen de houvast die het biedt als prettig ervaren. Het is de vraag of de formele overlegstructuur logisch is of dat er andere alternatieven mogelijk zijn, waarin gelijkheid, oprechtheid, vrijheid en rationaliteit meer aanwezig kunnen zijn. Afgezien van de overlegstructuur waarvoor wordt gekozen, kan het aanstellen van een vaste, ervaren gespreksleider van buitenaf een positieve invloed hebben op het creëren van de juiste omstandigheden voor deliberatie. Door het gericht zijn op elkaar en op de eigen ontwikkeling als CWR heeft men te weinig aandacht besteed aan een aantal deliberatieve aspecten in de besluitvorming. Er is bijvoorbeeld te weinig met de inwoners van de wijk gesproken en ook het met zoveel mogelijk partijen spreken over onderwerpen is in geringe mate gelukt. Aan overleggen van de CWR nemen tot nu toe vrijwel uitsluitend leden van de CWR deel, terwijl het juist de bedoeling is gesprekken zo breed mogelijk te voeren. Veel tijd en energie is gaan zitten in het opzetten van een werkzame overleg- en vergaderstructuur. Met vallen en opstaan is men daar nu wel redelijk tevreden over.

Het blijkt dat de CWR-leden bij aanvang vaak niet duidelijk voor ogen hadden wat hen te wachten stond en wat er van hen werd verwacht. Bij de twee daaropvolgende interviewrondes bleek dat dit in vele gevallen nog steeds niet goed duidelijk was. Ook zien we dat er grote verschillen zijn tussen CWR-leden wat betreft de mate van inbreng tijdens de vergaderingen. Het lijkt daarom raadzaam om, voordat ingelote wijkbewoners de keuze maken om al dan niet zitting te nemen in de CWR, expliciet duidelijk te maken wat er van de CWR-leden wordt verwacht. De houding van de begeleiding door gemeente en externe partij(en) heeft mogelijk een rol gespeeld bij het ontstaan van de onduidelijkheid bij CWR-leden. Uit angst om te sturend te zijn hebben zij - heel voorstelbaar - een afwachtende houding aangenomen. De vraag is of de begeleiding van de CWR niet wat actiever had kunnen zijn zonder te sturend te worden. De begeleiding had er wellicht meer op gericht moeten zijn om de leden steeds weer op het primaire doel van de CWR te attenderen en op het aanbieden van hulp en alternatieven.

4.3 Ervaringsdimensie Hebben betrokkenen begrip voor de uiteindelijk genomen beslissingen en de manier waarop de besluitvorming tot stand komt?

Resultaat • Uit de afgenomen enquêtes lijkt bij de eindmeting - zowel bij de deelnemers aan de CWR en het Wijkpanel als bij de wijkbewoners - sprake te zijn van enig toegenomen begrip voor de genomen beslissingen van de CWR en de wijze waarop die tot stand zijn gekomen. Deze uitkomst is echter niet significant (we kunnen niet met 90% zekerheid zeggen dat deze uitkomst geldt voor de hele CWR en het wijkpanel of voor alle wijkbewoners).

Conclusies

35

Proces • Voor een deel van de CWR-leden blijkt tijdens de eerste interviewronde dat het “vaak niet duidelijk is wat hen te wachten staat”. Bij de twee daaropvolgende interviewrondes blijkt dat het voor enkele wijkbewoners nog steeds “niet duidelijk was wat er van hen wordt verlangd”. • In het laatste jaar, met name na de tussenevaluatie, hebben de meeste CWR-leden een duidelijker beeld omtrent de doelen van de CWR en hebben zij ook meer ingezet op het overleg en de besluitvorming met de wijkbewoners. Dat heeft waarschijnlijk een positieve invloed gehad op de ervaringen van de wijkbewoners omtrent de besluiten van de CWR. • Ook bij de ervaringsdimensie blijkt dat het meer betrekken van buurtbewoners essentieel is. Hiervoor hadden de activiteiten van de CWR (nog) meer moeten zijn afgestemd op het zo veel mogelijk betrekken van (van elkaar verschillende) wijkbewoners bij besluiten en het organiseren van genoeg en goed overleg met de wijkbewoners. Ook had - meer dan nu gedaan is - de samenwerking kunnen worden gezocht met andere instanties, organisaties en partijen in de wijk. • De CWR had (nog) meer kunnen handelen vanuit de onderwerpen waar de CWR volgens de wijkbewoners een oplossing voor had kunnen bieden c.q. goede besluiten over had kunnen nemen.

De taak vast te stellen wat deze onderwerpen zijn door ze (zo nu en dan) op te halen uit de wijk en het overleg met de andere bewoners daarover te voeren, had meer kunnen plaatsvinden. Ook hier had meer samenwerking met andere instanties, organisaties en partijen in de wijk kunnen helpen.

4.4 Nevenopbrengsten Naast informatie over het bereiken van de twee basisdoelen van de CWR heeft onze evaluatie ook nog een aantal nevenopbrengsten opgeleverd. • De CWR heeft enkele zaken gerealiseerd (bijvoorbeeld de hondenhaltes) die zonder de CWR niet tot stand zouden zijn gekomen. Dit positieve resultaat biedt perspectief voor de toekomst. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is hoe de CWR de frequentie en reikwijdte van deze positieve resultaten kan vergroten. Op basis van de onderzoeksresultaten mag worden verwacht dat er vooral winst te behalen valt als de zichtbaarheid van de CWR in de wijk wordt vergroot. • Het is zeer positief dat bewoners - die daarvoor niet actief waren en dat naar verwachting ook niet waren geworden - door de CWR nu actief bezig zijn met hun wijk. Ook geven meerdere leden aan dat ze zich door de CWR ook persoonlijk sterk ontwikkeld hebben. • De ‘aanloopfase’ heeft veel langer geduurd dan waar aanvankelijk van is uitgegaan. Er is veel tijd besteed aan ‘interne afstemming’, hetgeen vaak een kenmerk is van nieuwe projecten, initiatieven en experimenten. Deze interne gerichtheid leidt niet voor iedereen tot een voldoende mate van ‘werkplezier’. Het vergroten van het werkplezier kan een belangrijk fundament zijn op basis waarvan de CWR verder kan worden uitgebouwd.

• Alle betrokkenen geven aan dat de tijdsinvestering voor en de druk door de CWR in hun optiek erg hoog is. De communicatie over de benodigde tijdsinvestering (minimaal 4 tot 8 uur per week) dient vooraf duidelijker te worden gecommuniceerd aan potentiële leden.

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie CWR Oosterparkwijk

36

• Over de werkgroepen kan worden opgemerkt dat deze goed lijken te functioneren. Als de terugkoppeling van de acties uit de werkgroepen naar de reguliere overleggen adequater gebeurt, lijkt het werken met werkgroepen een veelbelovend element voor andere nog op te zetten nieuwe democratische organen. • Bij de secundaire opbrengsten Leefbaarheid en Sociale cohesie zien we bij de derde meting nog geen positieve ontwikkelingen ten opzichte van de nulmeting.

4.5 Ten slotte Het eerste doel - het nemen van goede besluiten door de CWR voor de Oosterparkwijk (resultaat) – lijkt deels te zijn gerealiseerd. Bij de eindmeting vinden significant meer mensen dat er voldoende (goed) overleg heeft plaatsgevonden voordat er besluiten zijn genomen. Dit is des te verheugender, omdat dit het dichtst bij de kern van de CWR ligt. De beide andere onderdelen – genoeg (verschillende) wijkbewoners betrokken bij het nemen van besluiten en begrip voor de beslissingen van de CWR – laten echter geen significante verschillen zien, alhoewel de verschillen wel de goede kant opgaan. Aan het tweede doel van het experiment - het in gang zetten en onderhouden van een ontwikkeling waardoor er steeds betere besluiten voor de wijk kunnen worden genomen (proces) - is zeker voldaan. De afgelopen (ruim) twee jaar is continu gewerkt, geschaafd en gesleuteld aan de CWR om deze goed te laten functioneren. Met veel inzet is er door wijkbewoners, gemeenteraadsleden en ondersteuners geprobeerd een democratische overlegstructuur van de grond af aan op te bouwen. Dat dit niet altijd vanzelf ging lijkt niet meer dan logisch, met name het meer en intensiever betrekken van de wijkbewoners (niet CWR-leden) bij de overleg en besluitstructuur blijkt lastig.

Conclusies

37

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

39

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

40

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

41

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

42

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

43

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

44

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

45

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

46

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

47

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

48

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

49

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

50

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

51

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

52

Bijlage 1: Uitkomsten resultaatmeting Coöperatieve Wijkraad

53

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

54

Bijlage 2: Wat betekent statistisch significant? Een verschil is (statistisch) significant als met een bepaalde (wetenschappelijke) zekerheid kan worden gesteld dat een waargenomen resultaat in een onderzoek overeenkomt met de werkelijkheid. Hoe groter het aantal mensen in een onderzoek, des te eerder is een resultaat significant. Een waargenomen effect of verschil kan significant zijn, maar toch zo klein, dat het inhoudelijk niet relevant is. Dit komt voor als er sprake is van heel veel respondenten en een verschijnsel komt bijvoorbeeld voor bij 38,1% van alle onderzochte mannen en bij 38,5% van alle onderzochte vrouwen. Dat kan significant zijn, maar niet relevant genoeg om bepaalde acties te ondernemen. Omgekeerd is een relevant effect soms statistisch niet significant aan te tonen, bijvoorbeeld omdat de steekproefomvang te klein is. Als bijvoorbeeld in een groep van vier mannen en vier vrouwen drie mannen ziek worden van het blootstellen aan een bepaalde ziekteverwekker en slechts één vrouw is dat niet significant, maar kaan het wel relevant genoeg zijn voor het doen van vervolgonderzoek.

Bijlage 2: Wat betekent statistisch significant?

55

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

56

Bijlage 3: Overzicht activiteiten CWR in de wijk Continu over periode 2017-2020

• 5x per jaar een pagina in de wijkkrant met nieuws over de Wijkraad. • Soms een pagina #2 met terugkoppeling over raadplegingen van het wijkpanel, of de uitslag van Altijd een goed idee.

11 december 2017

• Wijkpanel: Peiling en online gesprek over agenda voor de CWR.

20 december 2017

• Wijkraad: benoeming door de gemeenteraad.

1, 3, 11 februari 2018 • Wijkraad: Startdagen, met introductie, wandeling door de wijk. Besluit werkgroepen. Besluit om met zwerfafval en hondenpoep aan de slag te gaan.

Eerste half jaar 2018

• Besloten vergaderingen, met ook kennismaking met partijen uit de wijk: WIJ, gebiedsteam, wijkagent, meldpunt overlast & zorg • Werkgroep gesprekken ging veel organisaties bij langs om kennis te maken: Werkgroep ONS, woningcorporaties de Huismeesters, Nijestee, St. Seniorenwerkplaats, JOP, Annie Tak, Miranda Dontje (Werkpro), Blauwe Dorp, manager WIJ-team, Stichting Ik Trakteer, kerngroep scholen in de Oosterparkwijk, bedrijfsleider Jumbo.

20 april – 13 mei 2018

• Wijkpanel: online vragenlijst over zwerfafval (werkgroep milieu).

30 juni 2018

• Werkgroep milieu: informatiestand over de hondenhalte op het Linnaeusplein.

1 juli 2018

• Werkgroep milieu: wandeling door de wijk waar de hondenhaltes moeten komen.

13 september 2018 • Wijkraad: aanwezig op Terug van weggeweest, bijeenkomst georganiseerd door gebiedsteam om plannen te presenteren.

27 september 2018

• Wijkraad: eerste openbare vergadering bij Avanti, Damsterdiep.

9 oktober 2018

• Kennismaking met wijkwethouder en weer gebiedsteam.

11 oktober – 1 november 2018

• Wijkpanel: online vragenlijst over verkeer in de oosterparkwijk (werkgroep verkeer).

19 november 2018

• Wijkpanel: online gesprek over verkeer in de oosterparkwijk (werkgroep verkeer).

17-24 december 2018

• Wijkpanel: korte vragenlijst over subsidie kunstatelier scholen.

Bijlage 3: Overzicht activiteiten CWR in de wijk

57

5 februari 2019

• Wijkraad hondenbakken: ronde door de wijk voor definitieve plekken.

11-17 februari 2019

• Wijkpanel: online vragenlijst over Jongerencentrum Oosterpark (JOP), in samenwerking met student Hanzehogeschool.

7-19 mei 2019

• Wijkpanel: online vragenlijst over duurzaamheid (werkgroep duurzaamheid).

10 mei 2019

• Hondenbakken verven op de Borgmanschool.

14 juni 2019

• Werkgroep milieu: Opening hondenhaltes, in samenwerking met de scholen.

15 juni 2019

• Werkgroep sociale cohesie: ideeën verzamelen over het Linnaeusplein op het Linnaeusplein.

15-23 juni 2019

• Wijkpanel: online vragenlijst over de Zaagmuldersweg (werkgroep verkeer).

6 juli 2019

• Wijkraad met een team op Expeditie Oosterparkwijk, georganiseerd door WIJ en BO.

31 augustus 2019

• Wijkraad aanwezig op: Wijkmarkt oosterparkwijk, oosterparkheem.

10 september 2019

• Wijkraad: kennismaking met nieuwe wijkwethouder.

5 oktober 2019

• Werkgroep Altijd goed idee: flyeren in de wijk.

Oktober 2019

• Werkgroep Altijd goed idee: hulploket bij WIJ-team, Heesterpoort.

22 oktober 2019

• Werkgroep Altijd goed idee: 1e initiatiefnemersbijeenkomst.

29 oktober 2019

• Werkgroep Altijd goed idee: 2e initiatiefnemersbijeenkomst.

31 oktober 2019

• Wijkraad: aanwezig met drie werkgroepen bij opening WIJ Oosterparkwijk.

1-10 november 2019

• Wijkpanel: online stemmen over Zaagmuldersweg (werkgroep verkeer).

18 november – 1 december 2019

• Werkgroep Altijd een goed idee: hele wijk kan stemmen op ideeën.

23 november 2019

• Werkgroep Altijd goed idee: flyeren in de wijk.

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

58

15 december 2019

• Wijkraad: aanwezig op Winterfestival.

19 maart 2020

• Werkgroep Altijd goed idee: aanwezig bij omploegen Florakade (idee).

17 april 2020

• Werkgroep Altijd goed idee: aanwezig bij tewaterlating Gorecht II (idee).

Juni 2020

• Wijkpanel: online goedkeuring voor nieuwe sigarettenafvalbakken in de wijk (werkgroep milieu).

Bijlage 3: Overzicht activiteiten CWR in de wijk

59

Breuer&Intraval / OIS – Basisevaluatie Coöperatieve WijkRaad Oosterparkwijk

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4206/documents/60612