Bijlage 21 Detail 14 Ecologie.pdf
Tekst van het document
6.7
Ruimtelijke opstelling
De geplande turbines bij Westpoort staan in een oost-west georiënteerde lijnopstelling dwars op de voornaamste vliegrichting van ganzen, meeuwen en soorten als de Blauwe kiekendief, die dagelijks tussen hun slaapplaatsen in het Leekstermeer / de Onlanden en hun foerageergebieden ten noorden van de A7 vliegen. Dit leidt tot hoge aanvaringsrisico’s maar ook tot potentiële barrièrewerking. De eventuele barrièrewerking van de turbines kan in theorie tot een vermindering van het aantal aanvaringsslachtoffers leiden, als de vogels om de turbines heen vliegen en het zwaartepunt van de vliegbewegingen ten westen van het windpark zou komen te liggen. Het is niet op voorhand te kwantificeren hoe groot dit effect zal zijn. Een andere mogelijkheid is een noord-zuid opstelling van de turbines in plaats van oost-west. Hierbij zullen naar verwachting meer vliegbewegingen parallel aan de lijnopstelling plaatsvinden en minder door het gezamenlijke rotoroppervlak van de turbines. De mate waarin dit tot een reductie van de aanvaringsrisico’s zal leiden is afhankelijk van de exacte locatie van de turbines ten opzichte van het aantal vliegbewegingen.
3 A&W-rapport 20-141 Aanvullend ecologisch veldwerk voor windenergie in de gemeente Groningen 0
7
Conclusies
7.1
Vogels
Vanwege de nabijheid van de Natura 2000-gebieden Leekstermeer en Zuidlaardermeer zijn bij Westpoort en Roodehaan aanvullende tellingen van overvliegende vogels uitgevoerd, waarbij nauwkeurig vlieghoogtes zijn gemeten. Uit deze gegevens komt naar voren dat 1) met name bij Westpoort sprake is van een hoge intensiteit aan vliegbewegingen, 2) door de lage tiplaagte van de geplande turbines bij Westpoort een groot deel van de vliegbewegingen op rotorhoogte vliegt, en 3) dat de turbines bij Westpoort exact in de vliegroute staan van dagelijks heen en weer vliegende ganzen, meeuwen en andere soorten. Deze patronen leiden tot een relatief hoge mortaliteit onder wintervogels indien windturbines bij Westpoort worden gerealiseerd. Bij Roodehaan is het verwachte aantal aanvaringsslachtoffers onder vogels relatief laag, hoewel het model dat enigszins kan hebben onderschat doordat bij Roodehaan relatief veel lokale vliegbewegingen van kraaiachtigen, duiven en meeuwen plaatsvinden. Bij Westpoort is sprake van hoge aantallen slachtoffers, met name onder soorten als Spreeuw, Kievit, Kolgans en meeuwen (waarschijnlijk vooral Kokmeeuw en Stormmeeuw). De verwachte mortaliteit onder Kolgans overschrijdt de 1%-norm voor het Natura 2000-gebied Leekstermeer, hoewel de aantallen Kolganzen in het gebied ruim boven het instandhoudinsgdoel liggen.
Uit de modelberekeningen blijkt dat de verwachte mortaliteit onder Blauwe kiekendief laag is (omgerekend ongeveer 1 slachtoffer in 13 jaar). Dit ligt in lijn met verschillende andere studies naar de mortaliteit onder deze soort in windparken, waaruit blijkt dat Blauwe kiekendieven een laag risico op aanvaring hebben (zie Whitfield & Madders 2005). Er zijn echter goede argumenten om in dit geval voorzichtig te zijn. Eén van de redenen achter de normaliter lage aanvaringskans is de lage vlieghoogte van foeragerende kiekendieven, die vaak ruim onder rotorhoogte plaatsvindt. Bij Westpoort gaat het echter niet zozeer om foeragerende kiekendieven maar om vogels die van en naar hun gemeenschappelijke slaapplaats in de Onlanden vliegen, waarbij zij de A7 moeten oversteken. Een relatief groot deel van de kiekendieven (ca. 54%) vliegt daarbij op rotorhoogte. Mogelijk liggen daardoor de aanvaringsrisico’s bij Westpoort voor Blauwe kiekendief in de praktijk hoger dan in andere situaties. Tijdens de tellingen zijn geen Zeearenden waargenomen ter hoogte van de planlocaties. Roodehaan ligt echter op enkele kilometers van de nestlocatie van de Zeearend in het Zuidlaardermeergebied, en gezien de grote actieradius van deze soort kan wel degelijk sprake zijn van regelmatige vliegbewegingen nabij Roodehaan maar ook bij Westpoort.
Vanwege het ontbreken van concrete waarnemingen en informatie over vlieghoogtes is het niet bekend hoe groot de risico’s op aanvaring zijn, maar uit de literatuur is bekend dat Zeearenden met enige regelmaat als slachtoffer in windparken worden gevonden. Mogelijk kunnen de risico’s voor Zeearend worden gereduceerd door mitigerende maatregelen, hoewel de effectiviteit van bepaalde maatregelen nog verder onderzocht moet worden (zie hoofdstuk 6). De vogeltellingen zijn uitgevoerd in het winterseizoen, omdat dan de ganzensoorten die zijn aangewezen voor beide Natura 2000-gebieden aanwezig zijn. Ook is uit andere windparken bekend dat in de zomer de mortaliteit doorgaans lager is dan in de winter (bij concentraties
A&W-rapport 20-141 Aanvullend ecologisch veldwerk voor windenergie in de gemeente Groningen
31
watervogels) of tijdens de migratieperioden. Dat wil echter niet zeggen dat geen sprake is van aanvaringsrisico’s in de zomerperiode. Met name soorten als Ooievaar of lokaal foeragerende zwaluwen of gierzwaluwen vliegen regelmatig op rotorhoogte en kunnen daardoor een risico op aanvaring lopen. Deze aanvaringsrisico’s zijn in de huidige verkenning niet onderzocht. Ook moeten in een volgende fase van het onderzoek, zoals in een Passende Beoordeling, de cumulatieve effecten met bijvoorbeeld de ontwikkelingen rondom Matsloot nader in beeld worden gebracht.
7.2
Vleermuizen
Op basis van de locaties en de resultaten van het vleermuisonderzoek worden enkele slachtoffers per turbine per jaar verwacht onder Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Rosse vleermuis. Bij Westpoort wordt een hogere mortaliteit verwacht dan bij Roodehaan vanwege grote rotorzone en lage tiplaagte, waardoor de risico’s op aanvaring voor laagvliegende soorten als Laatvlieger en (deels) Gewone dwergvleermuis hoger liggen. Slachtoffers onder Watervleermuis, Meervleermuis en Gewone grootoorvleermuis worden niet verwacht. De mortaliteit onder vleermuizen kan door middel van een stilstandvoorziening gebaseerd op windsnelheid en enkele andere parameters effectief worden gereduceerd.
7.3
Overige soorten
Het onderzoek naar de aanwezigheid van Groene glazenmaker (Westpoort), Waterspitsmuis (Westpoort) en Grote bosmuis (Roodehaan) heeft geen aanwijzingen opgeleverd die duiden op de aanwezigheid van deze soorten. Effecten op deze soorten zijn daarom niet aan de orde. Wel is het DNA aangetroffen van Grote modderkruiper bij Westpoort. Indien werkzaamheden aan de watergangen ter hoogte van de middelste turbine worden uitgevoerd, moet rekening met deze soort worden gehouden.
3 A&W-rapport 20-141 Aanvullend ecologisch veldwerk voor windenergie in de gemeente Groningen 2
8
Literatuur
Ahlén, I., L. Bach, H.J. Baagøe & J. Petterson (2007). Bats and offshore wind turbine studied in southern Scandinavia. Report 5571, Swedish Environmental Protection Agency. Arnett, E.B., M.M.P. Huso, J.P. Hayes & M. Schirmacher 2010. Effectiveness of changing wind turbine cut-in speed to reduce bat fatalities at wind facilities. A final report submitted to the Bats and Wind Energy Cooperative. Bat Conservation International. Austin, Texas, USA. Arnett, E.B., M.M. Huso, M.R. Schirmacher, & J.P. Hayes 2011. Altering turbine speed reduces bat mortality at wind-energy facilities. Frontiers in Ecology and the Environment 9: 209– 214. Baerwald, E.F., J. Edworthy, M. Holder & R.M.R. Barclay 2009. A large-scale mitigation experiment to reduce bat fatalities at windenergy facilities. Journal of Wildlife Management 73: 1077-1081. Cook, A.S.C.P., E.M. Humphreys, E.A. Masden & N.H.K. Burton 2014. The Avoidance Rates of Collision Between Birds and Offshore Turbines. Scottish Marine and Freshwater Science Volume 5, Number 16. Cryan, P.M., P.M. Gorresen, C.D. Hein, M.R. Schirmacher, R.H. Diehl, M.M. Huso, D.T.S. Hayman, P.D. Fricker, F.J. Bonaccorso, D.H. Johnson, K. Heist & D.C. Dalton 2014. Behaviour of bats at wind turbines. PNAS 111: 15126-15131. Fijn, R.C., K.L. Krijgsveld, H.A.M. Prinsen, W. Tijsen & S. Dirksen 2007.
Effecten op zwanen en ganzen van het ECN windturbine testpark in de Wieringermeer: aanvaringsrisico’s en verstoring van foeragerende vogels. Rapportnr. 07-094, Bureau Waardenburg, Culemborg. Fijn, R.C., K.L. Krijgsveld, W. Tijsen, H.A.M. Prinsen & S. Dirksen 2012. Habitat use, disturbance and collision risks for Bewick’s swans Cygnus columbianus bewickii wintering near a windfarm in the Netherlands. Wildfowl 62: 97-116. Gray, M., P. Owens & M. Armitage 2012. Wind speed and bat activity: assessing and mitigating the effects of wind turbines. InPractice 78: 22-25. Grünkorn, T., J. Blew, T. Coppack, O. Krüger, G. Nehls, A. Potiek, M. Reichenbach, J. von Rönn, H. Timmermann & S. Weitekamp 2016. Ermittlung der Kollisionsraten von (Greif)Vögeln und Schaffung planungsbezogener Grundlagen für die Prognose und Bewertung des Kollisionsrisikos durch Windenergieanlagen (PROGRESS). Schlussbericht zum durch das Bundesministerium für Wirtschaft und Energie (BMWi) im Rahmen des 6. Energieforschungsprogrammes der Bundesregierung geförderten Verbundvorhaben PROGRESS, FKZ 0325300A-D. Haarsma, A.J. 2016. Omgaan met effecten van windturbines op vleermuizen. De Levende Natuur 117: 11-15. Hardwood, A.J.P. & Perrow, M.R. 2019. Mitigation for birds with implications for bats. In: Perrow, M.R. (ed.) Wildlife and Wind Farms, Conflicts and Solutions. Vol.
4 Offshore: Monitoring and Mitigation, Chapter: 8. Publisher: Pelagic Publishing, Exeter, UK. Kleyheeg-Hartman, J.C., K.L. Krijgsveld, M.P. Collier, M.J.M. Poot, A.R. Boon, T.A. Troost & S. Dirksen 2018. Predicting bird collisions with wind turbines: Comparison of the new empirical Flux Collison Model with the SOSS Band model. Ecological Modelling 387: 144-153. Klop, E., J. Stahl, H. Sierdsema, P. Alefs, J. Latour 2020. Windenergie op en rondom de Veluwe: effecten op Wespendief en andere soorten. A&W-rapport 20-140, Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.
A&W-rapport 20-141 Aanvullend ecologisch veldwerk voor windenergie in de gemeente Groningen
33
Limpens, H.J.G.A., M. Boonman, F. Korner-Nievergelt, E.A. Jansen, M. van der Valk, M.J.J. La Haye, S. Dirksen & S.J. Vreugdenhil 2013. Wind turbines and bats in the NetherlandsMeasuring and predicting. Report 2013.12, Zoogdiervereniging & Bureau Waardenburg. May, R., T. Nygård, U. Falkdalen, J. Åström, Ø. Hamre & B. Stokke 2020. Paint it black: Efficacy of increased wind turbine rotor blade visibility to reduce avian fatalities. Ecology and Evolution 10: 8927-8935. Plonczkier, P. & I.C. Simms 2012. Radar monitoring of migrating pink-footed geese: behavioural responses to offshore wind farm development. Journal of Applied Ecology 49: 1187-1194. Pot, M.T., E. van der Veen, M. Krijn & E. Klop 2020. Ecologische verkenning voor windenergie in de gemeente Groningen. A&W-rapport 19-320, Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Roemer, C., T. Disca, A. Coulon & Y. Bas 2017. Bat flight height monitored from wind masts predicts mortality risk at windfarms. Biological Conservation 215: 116-122. Rydel, l.J., Bach, L., Dubourg-Savage, M.J., Green, M., Rodrigues, L. & Hedenström, A. 2010. Mortality of bats at wind turbines links to nocturnal insect migration? European Journal of Wildlife Research 56: 823-827. Rydell, J., H. Engström, A. Hedenström, J.K. Larsen, J. Pettersson & M. Green 2012. The effects of wind power on birds and bats: a synthesis.
Report 6511, Swedish Environmental Protection Agency, Stockholm. Smallwood, K.S. & D.A. Bell 2020. Effects of wind turbine curtailment on bird and bat fatalities. Journal of Wildlife Management 84: 685-696. Smits, R.R., D.E.H. Wansink, J.C. Hartman & H.A.M. Prinsen 2013. Beoordeling effecten opschaling Windpark Slufter op beschermde soorten. Rapportnr. 13-118, Bureau Waardenburg, Culemborg. Verbeek, R.G., D. Beuker, J.C. Hartman & K.L. Krijgsveld 2012. Monitoring vogels Windpark Sabinapolder: onderzoek naar aanvaringsslachtoffers. Rapportnr. 11-189, Bureau Waardenburg, Culemborg. Winkelman, J.E. 1992. De invloed van de Sep-proefwindcentrale te Oosterbierum (Fr.) op vogels. Deel 2: nachtelijke aanvaringskansen. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Arnhem.
3 A&W-rapport 20-141 Aanvullend ecologisch veldwerk voor windenergie in de gemeente Groningen 4
Bijlage 1
Mortaliteit Roodehaan
Onderstaande tabel geeft per soort het aantal verwachte aanvaringsslachtoffers per winterseizoen bij plangebied Roodehaan weer, gebaseerd op het Flux-Collision Model (Kleyheeg-Hartman et al. 2018). Soort
Soortgroep
Mortaliteit
Aalscholver
Aalscholvers en reigers
0,03
Bergeend
Eenden
0,00
Blauwe reiger
Aalscholvers en reigers
0,02
Buizerd
Roofvogels
0,00
Eend spec.
Eenden
0,00
Fazant
Fazantachtigen
0,00
Gans spec.
Ganzen
0,38
Graspieper
Zangvogels
0,00
Grauwe gans
Ganzen
0,03
Grote Canadese gans
Ganzen
0,01
Grote zilverreiger
Aalscholvers en reigers
0,00
Holenduif
Duiven
0,01
Houtduif
Duiven
0,29
Kauw
Zangvogels
0,00
Kievit
Steltlopers
0,00
Kokmeeuw
Meeuwen
0,05
Kolgans
Ganzen
0,09
Koperwiek
Zangvogels
0,00
Meeuw spec.
Meeuwen
1,55
Merel
Zangvogels
0,00
Nijlgans
Ganzen
0,00
Oeverloper
Steltlopers
0,00
Ooievaar
Overige watervogels
0,00
Putter
Zangvogels
0,00
Ringmus
Zangvogels
0,00
Roek
Zangvogels
0,00
Sperwer
Roofvogels
0,00
Spreeuw
Zangvogels
0,00
Stormmeeuw
Meeuwen
0,00
Toendrarietgans
Ganzen
0,02
Torenvalk
Roofvogels
0,00
Vink
Zangvogels
0,00
Waterpieper
Zangvogels
0,00
Watersnip
Steltlopers
0,00
Wilde eend
Eenden
0,00
Witte kwikstaart
Zangvogels
0,00
A&W-rapport 20-141 Aanvullend ecologisch veldwerk voor windenergie in de gemeente Groningen
Zanglijster
Zangvogels
0,00
Zangvogel spec.
Zangvogels
0,00
Zilvermeeuw
Meeuwen
0,03
Zwarte kraai
Zangvogels
0,00
35
3 A&W-rapport 20-141 Aanvullend ecologisch veldwerk voor windenergie in de gemeente Groningen 6
Bijlage 2
Mortaliteit Westpoort
Onderstaande tabel geeft per soort het aantal verwachte aanvaringsslachtoffers per winterseizoen bij plangebied Westpoort weer, gebaseerd op het Flux-Collision Model (Kleyheeg-Hartman et al. 2018).
Soort
Soortgroep
Mortaliteit
Aalscholver
Aalscholvers en reigers
0,03
Blauwe kiekendief
Roofvogels
0,08
Blauwe reiger
Aalscholvers en reigers
0,01
Soepgans
Ganzen
0,01
Brandgans
Ganzen
0,00
Buizerd
Roofvogels
0,03
Eend spec.
Eenden
0,01
Ekster
Zangvogels
0,01
Gans spec.
Ganzen
0,99
Graspieper
Zangvogels
0,04
Grauwe gans
Ganzen
0,14
Grote Canadese gans
Ganzen
0,11
Grote zilverreiger
Aalscholvers en reigers
0,14
Holenduif
Duiven
0,46
Houtduif
Duiven
0,27
IJsvogel
Overige niet-zangvogels
0,00
Kauw
Zangvogels
0,02
Kievit
Steltlopers
11,02
Kokmeeuw
Meeuwen
1,41
Kolgans
Ganzen
5,70
Koperwiek
Zangvogels
0,01
Kramsvogel
Zangvogels
0,32
Lijster
Zangvogels
0,00
Meeuw spec.
Meeuwen
13,47
Merel
Zangvogels
0,01
Nijlgans
Ganzen
0,00
Roek
Zangvogels
0,01
Slechtvalk
Roofvogels
0,01
Smient
Eenden
0,47
Soepeend
Eenden
0,00
Spreeuw
Zangvogels
75,41
Stormmeeuw
Meeuwen
1,36
Toendrarietgans
Ganzen
0,02
Torenvalk
Roofvogels
0,02
Watersnip
Steltlopers
0,03
A&W-rapport 20-141 Aanvullend ecologisch veldwerk voor windenergie in de gemeente Groningen
Wilde eend
Eenden
0,11
Witte kwikstaart
Zangvogels
0,02
Wulp
Steltlopers
0,00
Zanglijster
Zangvogels
0,01
Zangvogel spec.
Zangvogels
0,00
Zilvermeeuw
Meeuwen
0,04
Zwarte kraai
Zangvogels
0,17
37
Adres Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Telefoon 0511 47 47 64 info@altwym.nl
www.altwym.nl
<<Voeg hier een paginabrede afbeelding in>>