Bijlage 2 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van de waterschappen nader wordt behandeld.
Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 30
Provinciale Structuurvisie Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Het beleid van waterschap Noorderzijlvest is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2016-2021 en de Beleidsnotitie Water en Ruimte. Daarnaast is er de Keur van het waterschap Noorderzijlvest, zijn er de Leggers watersysteem en waterkeringen. Het waterbeheerprogramma bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in Groningen en Noord-Drenthe. Het waterschap staat voor veilig, voldoende en schoon water. Daarin zijn de volgende aspecten van groot belang: de hoogte van de waterpeilen en het gewenste grondwaterregime (GGOR), een optimale wateraanvoer en -afvoer (waterkwantiteit), de waterkwaliteit voor verschillende functies en de inpassing van water in het landschap. Daarnaast geldt ook de Keur, deze geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen niet zijn toegestaan.
Gemeentelijk beleid In het Gemeentelijke Water- en Rioleringsplan (GWRP 2020-2024) staat zowel de gemeentelijke watertaken als de rioleringszorg omschreven. Het GWRP is het beheerplan voor riolering en oppervlaktewater en bevat het beleid voor het efficiënt en doelmatig in stand houden van het (afval)watersysteem. Het raakt aan het beleid van Rijk, Provincie en Waterschappen. Ook raakt het aan ander gemeentelijk beleid, zoals het Plan van aanpak Klimaatadaptief Groningen, Groningen geeft energie en de Watervisie 'Koersen op water'
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie (RWZI) terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. 4.6.1 Huidige waterstaatkundige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 9.000 m2 en is begrensd door de autogarage aan de Friesestraatweg 231a aan de noordzijde, het Reitdiep aan de oostzijde, het kerkgebouw aan de Friesestraatweg 221 aan de zuidzijde en de Friesestraatweg (N370) aan de westzijde. In de huidige situatie is het plangebied volledig verhard. Hemelwater wordt afgevoerd naar de riolering en getransporteerd naar de RWZI Garmerwolde.
Bodem en grondwater Uit de bodemkaart Nederland blijkt dat de bodem niet is gekarteerd. In de omgeving van het plangebied ligt voornamelijk klei met zware ondergrond of tussenlaag en lichte klei met homogeen profiel. Het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door EST INVENT op 26 november 2018 laat zien dat de bodem ter plaatse bestaat uit klei zwak tot matig ziltig. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 31
Uit de peilbuizen blijkt dat de grondwaterstand tussen de 0,88 en 1,10 m-mv is gelegen. Een peilbuis in de Friesestraatweg ter hoogte van nr. 229 geeft grondwaterstanden weer van 0,80 m tot 0,20 m minus maaiveld =-0,43 m tot +0,25 m NAP. Dit is een moment opname en is niet per definitie representatief. Ten noorden van het plangebied vindt grondwatermonitoring plaats waarbij een stijghoogte van 0,91 m-mv is gemeten. Deze grondwaterstand komen overeen met de grondwatertrap III dat ten noorden rond het Reitdiep is gelegen (figuur 4.1). Grondwatertrap III geeft aan dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand <0,40 en de laagste grondwaterstand bedraagt tussen de 0,80 en 1,20 m-mv. De maaiveldhoogte varieert van + 0,35 m NAP (zijde Friesestraatweg) en +1,75 m NAP ter plaatse van de kering (figuur 4.2). Het zuidelijk gelegen perceel (stadskerk) ligt een kleine halve meter hoger dan het plangebied.
Figuur 4.1 Overzicht bodemsoorten plangebied (rood omlijnd) (bron: bodemkaart)
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 32
Figuur 4.2 Overzicht grondwatertrappen plangebied (zwart omlijnd) (bron: bodemkaart)
Figu ur 4.3 Overzicht hoogtegegevens (bron: ANH2 Nederland)
Waterkwantiteit Het plangebied is gelegen aan het Reitdiep dat behoort tot het beheergebied van Waterschap Hunze en Aa's. Het Reitdiep is een hoofdwatergang en vaarverbinding en heeft een streefpeil van +0.53 m NAP. Het beheer van de vaarweg valt onder de provincie Groningen. Het waterpeil ligt hoger dan het maaiveldniveau ten westen van het plangebied. Lozing van hemelwater onder vrij verval is alleen mogelijk van terreinen en daken hoger dan + 1.60 m NAP. De maximale waterstand die kan optreden in het Reitdiep is berekend op + 1.50 m NAP. Binnen het plangebied zelf bevinden zich geen wateroppervlakten. Uit gegevens van waterschap Noorderzijlvest blijkt dat het plangebied is gelegen in het peilgebied GPGKST0921 (Dolomiet). Het streefpeil is -0.93 m NAP.
Veiligheid en waterkeringen De oevers van het Reitdiep en de aangrenzende gebieden ten oosten en westen van het Reitdiep, zijn echter in beheer van het Waterschap Noorderzijlvest en hebben een waterkerende functie. Rondom deze regionale kering is een beschermingszone aanwezig. Binnen deze zones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. Deze beschermingszone geldt tot 4 meter buiten het centrale deel van de waterkering (12 meter vanaf de waterlijn van het Reitdiep). Voor deze regionale kering ligt een opgave voor dijkverhoging. Voor een harde kering is de minimale kruinhoogte + 1,80 m NAP. Voor een zachte kering, na afwerking en zetting, +2 m NAP.
Afvalwaterketen en riolering De bestaande gebouwen zijn aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Dit gemengd stelsel is gelegen ter plaatse van de Friesestraatweg. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 33
Figuur 4.4 Uitsnede Noorderzijlvest)
Legger
oppervlaktewateren
(bron:
Legger
waterschap
Afvalwaterketen en riolering De bestaande gebouwen zijn aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. 4.6.2 Toekomstige waterstaatkundige situatie In de toekomstige situatie is er op het plangebied een appartementencomplex met daarin maximaal 160 woningen en een half verdiepte garage voorgesteld. Langs het Reitdiep wordt op termijn een fiets/wandelpad gerealiseerd. Op dit moment is het gebied volledig verhard, met de komst van het appartementencomplex zal de verharding afnemen.
Grondwater Vanwege de hoge grondwaterstanden zal een tijdelijke grondwateronttrekking plaatsvinden bij de realisatie van de parkeerkelder indien deze in den droge wordt aangelegd. In de Keur van waterschap Noorderzijlvest is dat als volgt beschreven in artikel 3.2.5 t/m 3.2.7. Vergunningsvrij t.b.v. bronbemaling indien de onttrekking < 80 m3/u bedraagt en niet langer duurt dan 183 dagen. Er is een meldplicht als de onttrekking meer dan 10 m3/uur bedraagt. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 34
Waterkwantiteit Door de realisatie van de voorgenomen woningbouw, vindt een versnelde afvoer plaats. Er wordt 5266 m2 verhard oppervlak aangebracht. Per vierkante meter verhard oppervlak dient 60 mm hemelwater te worden geborgen. De bergingsopgave bedraagt 316 m3 (5266*0,06). Uit het onderzoek van Stegehuis Infra (Bijlage 6) blijkt dat infiltratie en een directe afvoer op het oppervlaktewater niet geschikt zijn. De combinatie van hemelwatervasthouden en vertraagd afvoeren naar het hemelwaterriool wordt gezien als maatregel om wateroverlast te voorkomen. Voor het vasthouden bergen en vertraagd afvoeren van hemelwater wordt verder ingegaan onder 'afvalwaterketen en riolering'. Indien er werkzaamheden worden uitgevoerd, of werken worden aangebracht in het Reitdiep dient daarvoor een watervergunning te worden aangevraagd bij waterschap Hunze en Aa's.
Waterkwaliteit In de Kaderrichtlijn Water en de bouwverordening zijn aanvullende richtlijnen opgenomen om het gebruik van uitlogende bouwmaterialen terug te dringen. Dit voorkomt diffuse verontreinigingen van water en bodem, dit is van toepassing voor zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.
Waterveiligheid De regionale waterkering langs het Reitdiep maakt onderdeel uit van het plangebied. Het waterschap Hunze en Aa's is bevoegd gezag voor activiteiten die plaatsvinden in het Reitdiep. Met de inrichting van het gebied wordt een zachte kering 'groene kering' toegepast. Voor deze werkzaamheden is een watervergunning op grond van de Keur van het waterschap Noorderzijlvest noodzakelijk. De uitgangspunten voor de hoogte van deze 'groene' kering betreft +2 meter NAP. Werkzaamheden ten behoeve van de parkeerkelder worden buiten de beschermingszone van 12 meter vanaf de waterlijn van het Reitdiep gerealiseerd. Aan deze zijde zal een damwand worden geplaatst zodat de stabiliteit van de kering niet wordt aangetast. Voor werkzaamheden buiten de beschermingszone geldt geen vergunningsplicht. Aan de voorzijde van het appartementencomplex zal de ingang van de parkeerkelder worden gerealiseerd. Om te voorkomen dat hemelwater de parkeerkelder inloopt zal er een drempel van minimaal 30 cm boven het maaiveld (Friesestraatweg) worden gerealiseerd. De exacte hoogtes zullen moeten worden afgestemd op de ontwerphoogtes van de Friesestraatweg.
Afvalwaterketen en riolering Bij de realisatie van de nieuwbouw wordt een gescheiden rioolsysteem aangelegd, waarbij regenwater gescheiden wordt van het afvalwater. Het nieuwe vuilwaterriool kan op het bestaande gemengde stelsel in de Friesestraatweg worden aangesloten. In overleg met de Gemeente Groningen blijkt dat het huidige stelsel onder de Friesestraatweg niet over voldoende capaciteit beschikt om ook het hemelwater af te voeren. Met de reconstructie van de weg wordt ook het rioolstelsel aangepast. Na de reconstructie ligt er een regenwaterriool dat is gedimensioneerd op een bui T=10. Hiermee kan het een gemiddelde bui die eens in de 10 jaar valt afvoeren. Hiermee is het gebied nog niet klimaatbestendig. Om bestand te zijn tegen een hoosbui van bijvoorbeeld 58 mm in een uur moeten maatregelen worden getroffen zoals vasthouden en bergen van water op eigen terrein en het aanleggen van een vloerpeil van minimaal 0,30 m t.o.v. de Friesestraatweg. Huidige modelberekeningen hebben namelijk aangetoond dat er hoge waterstanden zijn te verwachten door de grote hoeveelheid verharding en gebrek aan bergingsmogelijkheden zoals oppervlaktewater. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 35
Figuur 4.5 Water in gebouw 58 mm bui
Figuur 4.6 Water op straat 58 mm bui
Het is daarom niet mogelijk tijdens een extreme bui het hemelwater direct via het riool af te voeren. Vanwege de klei ondergrond is infiltratie niet tot nauwelijks mogelijk. Hierdoor is de optie voor vasthouden en vertraagd afvoeren onderzocht waarbij de volgende maatregel wordt toegepast. Het dak en de binnentuin worden voorzien met het concept Aquabase. Het concept kan op de gehele binnentuin met een oppervlakte van 2669 m2 toegepast worden. Dit resulteert in een bergingscapaciteit van circa 187 m3 voor het aangesloten dak en de binnentuin. De resterende 99 m3 wordt middels vertraagde afvoer(groenstroken) naar het hemelwaterriool van de Friesestraatweg verwerkt. Dit komt neer op een beschikbaar debiet van 0,041 m3 /s. Middels een PVC ø315 mm met een verhang van 1:1000 kan er gebruik gemaakt worden van 0,0408 m3 /s, echter stort de berging van de binnentuin over met een maximaal debiet van 0,0305 m3 /s. Dit betekent dat het systeem klimaat robuust is en/of dat er nog ruimte is om een grotere hoeveelheid verharding aan te leggen.
Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn onderzocht in het plan voor het gehele gebied. Hieruit blijkt dat er voldoende maatregelen worden genomen om wateroverlast te voorkomen. Het plangebied grenst aan het Reitdiep, welke een waterkerende functie heeft en een beschermingszone van 12 meter vanaf de waterlijn van het Reitdiep. Voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen de kern- en beschermingszone is een Watervergunning nodig. Door deze aan te vragen en aan de vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 36
milieuhygiënische voorwaarden te voldoen heeft de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. 4.7
Milieu
4.7.1 Milieuzonering
Beoordelingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën.
Waardering omgeving Voor het beoordelen van de mate van hinder die aanvaardbaar is ter plaatse van hindergevoelige functies wordt onderscheid gemaakt tussen een 'rustige woonomgeving' en een 'gemengd gebied'. Het komt erop neer dat als beoordelingskader voor een goede ruimtelijke ordening voor woningen in een gemengd gebied de normen uit het Activiteitenbesluit toereikend zijn. Voor woningen in een rustige woonomgeving geldt een strengere norm.
Binnen het plangebied wordt een stedelijk woonmilieu gerealiseerd nabij diverse bedrijfsfuncties en voorzieningen. Bovendien ligt het plangebied nabij de hoofdinfrastructuur. De omgeving karakteriseert zich daarom duidelijk als een gemengd gebied.
Het plangebied was voorheen onderdeel van het bedrijven- en industrieterrein langs het Reitdiep. De meeste bedrijvigheid is uit deze zone inmiddels wel vertrokken. Zware industriële activiteiten vinden hier in ieder geval niet meer plaats. Daarom is in 2009 een bestemmingsplan opgesteld voor de opheffing van de geluidzone en de herziening van de bestemmingen, waarmee alleen nog lichte bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2 is toegestaan.
Een deel van de bedrijfsbestemming, waaronder het tankstation, wordt met dit bestemmingsplan langs de Friesestraatweg omgezet naar een woonbestemming. Ten noorden en ten zuiden van het plangebied blijft een bedrijfsbestemming behouden. Hier zijn bedrijven toegestaan tot maximaal milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Tussen het toekomstige appartementengebouw en de inrichting van de bedrijfsinrichtingen wordt rekening gehouden met deze afstand. De bedrijfsvoering van deze bedrijven wordt dan ook niet beperkt en de toekomstige bewoners zullen hier geen overlast van ondervinden. Overigens bestaan er plannen om ook het autogaragebedrijf ten noorden van het plangebied te ontwikkelen tot een woongebied.
Conclusie vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 37
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in een gemengd gebied. Vanuit de milieuzonering bestaan geen belemmeringen voor het plan. 4.7.2 Geluid (Wet geluidhinder)
Beoordelingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidzones van toepassing. Als er geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen.
Voor dit bestemmingsplan zijn geluidzones van verschillende wegen relevant.
Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de zone van de Noordelijke en Westelijke Ringweg en het Hoendiep. De ringweg heeft een geluidzone van 400 meter. Omdat er geluidsgevoelige objecten in deze geluidzones mogelijk worden gemaakt is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De maximaal toelaatbare geluidbelasting bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen bij de westelijke ringweg bedraagt 53 dB. Het is een zogenaamde buitenstedelijke situatie, omdat de ringweg een provinciale weg is. De maximaal toelaatbare belasting door het Hoendiep bedraagt voor nieuwe gevoelige bestemmingen 63 dB.
Voor een inzicht in de geluidsituatie binnen het plangebied is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen in 7. Uit de berekeningen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden op de noordwest-, zuidwest- en zuidoostgevels en de hoger gelegen gevels die grenzen aan de binnentuin. Van deze gevels wordt op de gehele zuidwestgevel en een deel van de noordwest- en zuidoostgevels de maximale ontheffingswaarde van 53 dB overschreden. Daarom wordt voor een deel van de gevels van dit woongebouw een dove gevel toegepast. Dit is verankerd in de regels van dit bestemmingsplan.
Vaststelling hogere grenswaarden In het kader van het bestemmingsplan wordt voor wegverkeerslawaai een procedure hogere grenswaarden gevoerd. De vaststelling van de hogere grenswaarden wegverkeerslawaai wordt gezamenlijk met de vaststelling van het bestemmingsplan gepubliceerd. 4.7.3 Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 38
milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden liggen op 40 µg/m³.
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
Besluit niet in betekenende mate In het Besluit 'niet in betekenende mate' is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM1 0 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 160 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de ringweg, direct ten westen van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2015; 19 µg/m³ voor NO2 , 18 µg/m³ voor PM1 0 en 11 µg/m³ voor PM2 ,5 . De normen liggen voor NO2 en PM1 0 op 40 µg/m³ en voor PM2 ,5 op 20 µg/m³. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM1 0 bedroeg 6 dagen, ruim onder de toegestane 35 dagen.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.7.4 Externe Veiligheid (transport, bedrijven/instellingen en buisleidingen)
Toetsingskader vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 39
Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.
Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan.
Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties.
Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Met het inwerking treden van het BEVT vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.
Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute.
Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 40
transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.
Op basis van het gemeentelijk Externe Veiligheidsbeleid geldt een plaatsgebonden risicozone (Plasbrand Aandacht Gebied) van 30 meter vanaf de spoorlijn.
Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering.
Onderzoek De gemeente Groningen heeft de Omgevingsdienst Groningen gevraagd om voor het projectgebied de situatie voor het aspect externe veiligheid inzichtelijk te maken. Dit advies is als bijlage 8 toegevoegd.
In het advies zijn de externe veiligheidsrisico's inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de wettelijke normen en het externe veiligheidsbeleid van de provincie en van de gemeente Groningen. Geconcludeerd wordt dat op voldoende afstand van de verschillende risicobronnen wordt gebouwd en dat de risico's binnen de normen blijven. Tevens worden met dit bestemmingsplan geen objecten voor verminderd zelfredzame personen opgericht.
Tot slot gaat het advies in op de verantwoording van het groepsrisico. Hierbij is een extern veiligheidsadvies van de Brandweer Groningen ingewonnen en verwerkt (zie bijlage 9. Dit gaat in op de bestrijdbaarheid, en zelfredzaamheid bij calamiteiten.
Conclusie De belangrijkste constateringen en te nemen maatregelen voor de verantwoording van het groepsrisico kunnen als volgt worden samengevat: In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen en geen risicovolle transportleidingen gelegen waarvan het invloedsgebied reikt tot over het plangebied. De spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd kent ter hoogte van het plangebied, volgens het Basisnet een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 5 meter. De plaatsgebonden risicocontour reikt niet tot het plangebied. De spoorlijn is gelegen op een afstand van 1300 meter afstand van het plangebied. Het plasbrandaandachtsgebied en de veiligheidszone 3 transport reiken niet tot in het plangebied. Hierdoor zijn deze aspecten niet relevant. De spoorlijn Groningen Oost - Sauwerd heeft een invloedsgebied van 4000 meter en ligt over het plangebied. De provinciale weg N370 kent ter hoogte van het plangebied, volgens de geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019, een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 12 meter. De vastgestelde veiligheidszone 1 provinciale wegen (PRmax) voor de provinciale weg N370 is niet van toepassing. De provinciale weg N370 is gelegen op een afstand van 20 meter afstand van het vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 41
plangebied. De veiligheidszone 3 transport van de provinciale weg N370 reikt tot in het plangebied. De gemeente Groningen dient ervoor te zorgen dat er geen objecten voor verminderd zelfredzame mensen binnen veiligheidszone 3 transport worden opgericht. Dit overeenkomstig de Omgevingsverordening. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de provinciale weg N370 geldt een veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen van 880 meter. De veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen voor de provinciale weg N370 is gelegen over het plangebied. De risicovolle transportleiding N-507-25 heeft geen plaatsgebonden risico 10-6 contour buiten de belemmeringenstrook. Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de risicovolle transportleiding N-507-25 geldt een invloedsgebied (1% letaliteit) van 95 meter; Het wijzigen van de bestemming bedrijven naar wonen is niet in strijd met de beleidsregel externe veiligheid van de gemeente Groningen. Groepsrisico Het berekende groepsrisico in de huidige situatie voor de risicovolle transportleiding N-507-25 is gelegen onder de oriënterende waarde. Voor de toekomstige situatie geldt dat het groepsrisico, door invulling te geven aan de Friesestraatweg 229 - 231 met 166 woningen, voor de risicovolle transportleiding N-507-25 niet wijzigt en onder de oriënterende waarde ligt.
Ongeacht de inzet van de gemeente Groningen en de hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken zal er altijd sprake zijn van een restrisico. Immers, de kans op een ongeval, hoe klein dan ook, blijft altijd aanwezig. Alles overwegende wordt geconcludeerd dat vanuit oogpunt van externe veiligheid het verantwoord is om het plan Friesestraatweg 231 vast te stellen. Het restrisico is in dit kader aanvaardbaar. 4.7.5 Bodem Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.
Onderzoek en conclusie Met een recent bodemonderzoek (Verkennend bodemonderzoek Friesestraatweg 251 te Groningen, Est Invent, projectnummer: 1030918, 26 november 2018) is het terreindeel behoudens het tankstation onderzocht. Hierbij zijn in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten met minerale olie en PCB aangetoond. De aangetoonde gehalten vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 42
overschrijden maximaal de achtergrondwaarden. In de overige geanalyseerde monsters van zowel de boven- als ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de geldende achtergrondwaarden. Tevens is in het grondwater (peilbuis 3) een overschrijding van de streefwaarde voor molybdeen en een overschrijding van de interventiewaarde voor de concentratie nikkel vastgesteld. In de overige peilbuizen is sprake van maximaal licht verhoogde gehalten met barium, naftaleen en xylenen. Het gehalte nikkel heeft aanleiding gegeven voor een aanvullend bodemonderzoek in de vorm van een herbemonstering. Dit onderzoek is als bijlage 10 toegevoegd. Uit de herbemonstering is gebleken dat het gehalte aan nikkel in het grondwater verhoogd is vastgesteld ten opzichte van de tussenwaarde en lager is dan de vorige analyse (97 ug/l). Daarom bestaat er geen aanleiding om een ernstige verontreiniging met nikkel in het grondwater te verwachten en is nader onderzoek niet nodig.
Voor het project is daarnaast een historisch onderzoek naar PFAS uitgevoerd. Deze is als bijlage 11 toegevoegd. Samenvattend is er voor de onderhavige locatie alleen een risico voor de aanwezigheid van PFAS vanuit depositie in de lucht aanwezig. M.a.w. er is geen aanleiding om te verwachten dat er op het perceel gehaltes PFAS aanwezig zijn die de achtergrondwaarden overschrijden. Vanuit een memo van het RIVM van 28 november adviseert deze nieuwe tijdelijke achtergrondwaarden voor twee soorten PFAS in de Nederlandse bodem: PFOS en PFOA. Voor PFOS adviseert het RIVM een tijdelijke achtergrondwaarde van 0,9 microgram per kilogram droge stof. Voor PFOA is dit 0,8 microgram per kilogram droge stof. Wanneer de concentraties van PFOS en PFOA in grond of bagger niet hoger zijn dan de achtergrondwaarden, is deze volgens de uitgangspunten van het Besluit bodemkwaliteit geschikt voor elke functie en mag deze overal worden toegepast. Toetsing aan de eerder door RIVM afgeleide risicogrenzen voor deze PFAS laat zien dat er op het niveau van de tijdelijke achtergrondwaarden geen sprake is van risico’s voor de gezondheid of overschrijding van effectniveaus voor het ecosysteem.
Tot slot dient ter hoogte van de nog te slopen tankstation een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Dit wordt gedaan nadat het tankstation gesloopt is. Hiervoor wordt in de te verlenen bouwvergunning een voorwaarde opgenomen. Eventuele aanwezige verontreinigen zullen gesaneerd worden totdat de gronden geschikt zijn voor de woonfunctie. 4.7.6 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteits- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.
In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels die voorzien moeten worden van een planologische regeling. 4.7.7 Windhinder Er is onderzoek uitgevoerd voor het aspect windhinder (zie bijlage 12). Door hoogbouw kan de windklimaatsituatie worden veranderd, waardoor er mogelijk windhinder optreedt.
In 2006 is de NEN 8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 43
verschenen. Deze landelijke norm geeft het kwaliteitsniveau en de bepalingsmethode aan voor de toetsing van het lokale windklimaat op loop- en verblijfsniveau. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in windhinder en windgevaar. Deze norm is gebruikt voor de toetsing.
Wind kan als hinderlijk worden ervaren doordat bijvoorbeeld kleding gaat wapperen of het lopen wordt bemoeilijkt. In de NEN 8100 wordt gesteld dat windhinder optreedt bij een windsnelheid van 5.0 m/s en hoger op loop- en verblijfsniveau. Daarnaast is volgens de NEN 8100 sprake van windgevaar bij een windsnelheid van 15.0 m/s en hoger op loop- en verblijfsniveau. In dit onderzoek is vastgesteld dat: Er geen windgevaar te verwachten is. In de onderdoorgangen een lichte kans op windhinder te verwachten is. Aan de westkant, op de hoek van het gebouw is een lichte kans op windhinder te verwachten. Aan de oostkant, op de hoek van het gebouw is een lichte tot matige kans op windhinder te verwachten. In de overige gebieden rond het gebouw is een goed windklimaat te verwachten met weinig tot geen risico op windhinder. Aangezien de balkons aan de binnenkant van het gebouw liggen, is de verwachting dat de kans op windhinder hier klein is. Op basis van voorgaande conclusie is het bureau dat het windhinder onderzoek heeft uitgevoerd gevraagd tot hoever de windhinder reikt. Het bureau verwacht geen kans op windhinder bij de omringende gebouwen als gevolg van nieuwbouw. Kans op windhinder reikt niet verder dan de gele contouren op onderstaande figuur.
4.7.8 Bezonningsstudie Met onderhavige ontwikkeling wordt hoogbouw mogelijk gemaakt. Er is daarom een bezonningsanalyse uitgevoerd (zie bijlage 13). Voor de vier jaargetijden is een simulatie gemaakt van de schaduwwerking van de gebouwen in de omgeving en van het geprojecteerde ontwerp. vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 44
Een bezonningsstudie is uitgevoerd om vast te stellen in welke mate de implementatie van het gebouw de omgeving beïnvloedt. Voor maart, juni en september zijn beschaduwingssimulaties van ochtend tot avond uitgevoerd om een kwalitatief beeld te geven. Geconcludeerd wordt dat er in de directe omgeving van het gebouwd gebied in beperkte mate sprake is van schaduwwerking in de omgeving.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 45
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 46
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld en om de uitleg daarvan. 5.2
Geldende bestemmingsplan en overige regeling
Het geldende bestemmingsplan is het bestemmingsplan Opheffing geluidzone en herziening Friesestraatweg/Reitdiep, vastgesteld op 25 november 2009. Naast het bovenstaande (bestemmings)plan geldt voor het plangebied momenteel een aantal aanvullende en uniforme voorschriften. Deze zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. 5.3
Toelichting op de artikelen
5.3.1 Artikelsgewijze toelichting
Inleidende regels De artikelen 1 tot en met 2 bevatten achtereenvolgens de in het plan gebruikte begrippen en hun definitie, de wijze waarop moet worden gemeten en de manier van omgaan met uitmetingsverschillen.
Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen De bestemming 'Groen' omvat in dit bestemmingsplan het gebied ten noorden, oosten en zuiden, van de woningbouwontwikkeling en grenst meteen aan het Reitdiep. De bestemmingsregeling sluit aan bij de standaardregeling zoals die in de gemeente Groningen geldt.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 47
Artikel 4 Woongebied Dit bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsgericht plan. De bestemmingsregeling is met opzet zo ruim mogelijk opgezet om zoveel mogelijk vrijheid te behouden bij de toekomstige inrichting van het gebied. Enkel een aantal harde eisen en spelregels zijn op de verbeelding vastgelegd of in de regels bepaald. Zo mogen de woningen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. De bouwhoogte is gelimiteerd tot maximaal 40 meter. Dit staat met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. In totaal zijn binnen het plangebied maximaal 160 woningen toegestaan.
In de regels is opgenomen dat de woningen moeten voldoen aan de door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarde voor het wegverkeerslawaai als gevolg van de Friesestraatweg (N370) en de Plataanlaan (N370) danwel voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dienen de gevels van woningen welke niet voldoen aan de vastgestelde hogere grenswaarde van 53 dB, danwel de voorkeursgrenswaarde, met dove gevels uitgevoerd te worden. Een afwijkingsbevoegdheid is opgenomen ingeval aangetoond kan worden dat er op een andere wijze voldaan kan worden aan de normen van de Wet geluidhinder.
Ten aanzien van het bouwen van bijbehorende bouwwerken (zoals aan- en uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen is aangesloten bij de uniforme regeling die in de gemeente Groningen van toepassing is.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkons' zijn balkons ook buiten het bouwvlak toegestaan, tot een maximum bouwdiepte van 3 meter en mits deze buiten het bouwvlak niet zijn voorzien van één of meer steunpunten op de grond. Omwille van de welstand is het wenselijk om hier een balkon te realiseren.
Artikel 5 Waarde - Archeologie 1A Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' is archeologisch onderzoek nodig bij ingrepen groter dan 50 m² en een grotere diepte dan 0,3 meter. Hiermee worden eventueel voorkomende archeologische waarden beschermd.
Artikel 6 Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 48
Hoofdstuk 6 6.1
Participatie en overleg
Participatie
Over de ontwikkeling zijn omwonenden op twee manieren bij de planontwikkeling betrokken. Ten eerste is op 14 oktober 2019 een informatieavond door de ontwikkelaar georganiseerd. Hiervoor zijn in een ruime omtrek omwonenden huis aan huis uitgenodigd. Daarnaast heeft de ontwikkelaar een website ontwikkeld met daarin specifieke informatie over de ontwikkeling. Zowel tijdens de informatieavond als via de website zijn omwonenden in de gelegenheid gesteld om op het voornemen te reageren.
Ten tweede is het bestemmingsplan als voorontwerp voor inspraak ter inzage gebracht. paragraaf 6.2 en 6.3 gaat hier nader op in.
Vervolgens wordt het ontwerp-bestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan een ieder tegen het bestemmingsplan zienswijzen indienen. 6.2
Inspraak
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft in het kader van de inspraak met ingang van 19 maart tot en met 15 april 2020 ter inzage gelegen voor inspraak en overleg. Tijdens de inspraaktermijn zijn 11 digitale/schriftelijke inspraakreacties ontvangen. Het gaat om 9 inspraakreacties van bewoners van de Avondsterlaan, het Wijkoverleg Vinkhuizen en De Stadskerk. In bijlage 14 zijn de reacties samengevat en beantwoord. De ingezonden reacties zijn ter kennisneming aan het College gezonden. De inspraakreacties hebben niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan geleid. 6.3
Overleg
In het kader van het verplichte overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is dit bestemmingsplan ook voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarop is gereageerd door de provincie, GGD, waterschap Noorderzijlvest en waterschap Hunze en Aa's. In bijlage 15 zijn de overlegreacties samengevat en beantwoord. Op basis van de overlegreacties van de provincie zijn toevoegingen gemaakt in de regels. Zie hiervoor het begrip 1.35 'dove gevel/voorzetgevel' en artikel 4.2.2 lid d. De reacties van de GGD en waterschap Hunze en Aa's hebben niet geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Tot slot heeft de reactie van waterschap Noorderzijlvest geleid tot een tekstuele wijziging in de waterparagraaf (paragraaf 4.7) en daarnaast zijn enkele toevoegingen in artikel 3.1 en 4.1 van de regels opgenomen. 6.4
Ontwerp
Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft met ingang van 17 september gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn zes zienswijzen ingediend, welke door de gemeente zijn beantwoord. De zienswijzen hebben niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan geleid. Wel zijn enkele tekstuele wijzigingen gedaan in de toelichting. Voor de volledige beantwoording wordt verwezen naar bijlage X.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 49
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 50
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie
De economische uitvoerbaarheid van een plan wordt in eerste instantie bepaald door de financiële haalbaarheid ervan. Daarnaast is de grondexploitatieregeling uit de Wro van belang voor de economische uitvoerbaarheid. Deze regeling bepaalt dat de gemeente de door haar gemaakte kosten kan verhalen. Het kostenverhaal heeft dus ook invloed op de haalbaarheid van het plan.
Financiële haalbaarheid Over de verdeling van de kosten, voor de herinrichting van het openbaar gebied, zijn afspraken gemaakt. De kosten hiervoor komen uit financiële middelen van de gemeente en de ontwikkelaars. De kosten voor de ontwikkeling van de woningen worden verhaald uit de verhuur en verkoop van de woningen. Het in paragraaf 2.2 beschreven programma is afgestemd op de noodzakelijke investeringen. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 is de behoefte voor dit programma evident. Daarmee is de financiële haalbaarheid geborgd.
Grondexploitatie De grondexploitatieregeling uit de Wro is van toepassing op dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van woongebouwen en grondgebonden woningen. Dit zijn bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatieregeling bepaalt dat de gemeente in beginsel samen met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet vaststellen. Hiervan kan worden afgezien als de kosten 'anderszins verzekerd' zijn, bijvoorbeeld door overeenkomsten.
De betrokken partijen hebben een exploitatieovereenkomst gesloten, waarin onder andere de verdeling van kosten is verzekerd. Van de verplichting tot het opstellen van een grondexploitatieplan kan daarom worden afgezien.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 51