Bijlage 2 Toelichting op het Treasurystatuut Gemeente Groningen 2024.pdf
Tekst van het document
Toelichting op het Treasurystatuut Gemeente Groningen 2024 Toelichting algemeen In dit treasurystatuut is het treasury beleid van de gemeente vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de Treasury functie (in artikel 2). Vervolgens geven wij in het treasurystatuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. De in het statuut opgenomen limieten en richtlijnen zijn grotendeels bepaald door de Wet Financiering decentrale overheden (Fido). Door middel van de limieten en richtlijnen wordt het risicoprofiel van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasury activiteiten dienen te worden uitgevoerd. De paragraaf Financiering in de begroting geeft de beleidsplannen voor de Treasury functie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het treasurystatuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer.
Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut blijven. De paragraaf Financiering in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar. In deze toelichting worden, waar nodig, de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht. Toelichting per artikel Artikel 3
Richtlijnen Risicobeheer
Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s die samenhangen met grote fluctuaties in de rentelasten van decentrale overheden. Om het renterisico op korte financiering (leningen met een looptijd tot één jaar) te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. 1. Matching van looptijden De matching van looptijden houdt in dat vaste activa in principe worden gefinancierd met lange- en korte activa met korte financieringsmiddelen. Op basis van lid 2 en lid 3 mag hier binnen de grenzen van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm van worden afgeweken. 2. Korte mismatch De korte mismatch geeft de gemeente de mogelijkheid om gebruik te maken van een voordelig verschil tussen de korte en lange rente. Een overschot aan kort geld kan gebruikt worden ter dekking van de lange financieringsbehoefte. Ook voordelige kasgeldleningen kunnen worden ingezet ter dekking van de lange financieringsbehoefte. Toelichting op het Treasurystatuut gemeente Groningen 2024
3. Lange mismatch Incidenteel komt het voor dat uitgaven moeten worden voorgefinancierd. Voorfinanciering kan leiden tot een meer dan normale kortlopende financieringsbehoefte. Als die behoefte niet binnen de kasgeldlimiet kan worden opgevangen, dan moet het mogelijk zijn om dit lang te financieren. 4. Rente-instrumenten (derivaten) Het aantrekken van financiering brengt renterisico’s met zich mee, ofwel onzekerheid over toekomstige renteniveaus. Derivaten zijn verhandelbare contracten met als onderliggende waarde een geldlening. Het voordeel van derivaten is dat zij ingezet kunnen worden tegen specifieke renterisico’s. Derivaten kunnen een fixerend of een afschermend karakter hebben. Bij fixerende derivaten weet de gemeente vanaf het moment van sluiten van het derivaat, wat de rentekosten zijn. Alle kosten zitten verwerkt in het rentetarief. Een voorbeeld van een fixerend derivaat is een renteswap. Bij afschermende derivaten dekt de gemeente tegen betaling van een premie het risico van een nadelige rentebeweging af. Het effect van een gunstige ontwikkeling van de rente wordt opengehouden. Artikel 4
Limieten risicobeheer
Om te voorkomen dat fluctuaties in rentepercentages een te grote invloed hebben op de rentelasten, bestaan er twee wettelijke beperkingen, vastgelegd in de Wet Fido (Wet Financiering decentrale overheden). Dit zijn de kasgeldlimiet (van toepassing op korte leningen) en de renterisiconorm (lange leningen). De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben allebei als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen dus een grens aan de structuur van de leningen, niet aan de hoogte. 1. Renterisiconorm De renterisiconorm betreft leningen met een rente typische looptijd van één jaar of langer (lange leningen, lang geld).De renterisiconorm is het deel van de vaste schuld dat maximaal in aanmerking mag komen voor aflossing en/of renteherziening. Dit kan een renterisico met zich meebrengen. Het huidige percentage is 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het begrotingsjaar. 2. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet richt zich op leningen met een rente typische looptijd van maximaal één jaar minus één dag (ook wel korte leningen, of kort geld genoemd). De nettovlottende schuld van de gemeente mag niet meer bedragen dan het wettelijk vastgestelde percentage van 8,5% van het begrotingstotaal.
Per kwartaal wordt een gemiddelde netto-vlottende schuld bepaald op basis van de netto-vlottende schuld per ultimo van elke maand.
Toelichting op het Treasurystatuut gemeente Groningen 2024
Artikel 5
Richtlijnen Financiering OG (opgenomen geldleningen)
1. Toegestane financieringsinstrumenten lang Financieringsbeslissingen worden zodanig genomen dat een over de jaren gelijkmatig verloop van aflossingen en renteherzieningen ontstaat. Het totaal van de opgenomen geldleningen bestaat uit eerder afgesloten leningen en nieuw aan te trekken leningen. Onderstaand volgt een toelichting op enkele toegestane instrumenten. MTN (Medium Term Notes): dit zijn verhandelbare leningen met een looptijd tussen de 2 en dertig jaar. Qua structuur zijn het feitelijk gewone obligaties, alleen is de coupure doorgaans groter en/of is de looptijd korter. Lening met korte rente in combinatie met een rente-instrument: dit is een ”Roll over” lening met een “payer swap”. De Roll over lening garandeert de beschikbaarheid van de hele hoofdsom gedurende de looptijd van het contract tegen een variabele rente. De payer swap ruilt deze variabele rente tegen een vaste rente. Deze twee ingrediënten maken het risico identiek aan een normale onderhandse lening. 2. Toegestane financieringsinstrumenten kort Onder daggeldleningen wordt verstaan een lening met een looptijd van 1 dag die op de geldmarkt kan worden afgesloten. Onder kasgeldleningen wordt verstaan een lening met een looptijd van maximaal twee jaar die op de geldmarkt kan worden afgesloten.
Onder Rekening Courant krediet wordt verstaan het rood staan op een bankrekening tot een vooraf afgesproken maximale kredietlimiet. 5. Rente-omslag percentage (ROP) Het Rente-omslag percentage is een interne rekenrente voor de kapitaalverstrekking en de investeringen. De doelstelling van de systematiek van het ROP is het stabiliseren van de rentelasten voor de kapitaalverstrekking en de investeringen.
Artikel 6 2.
Richtlijnen Financiering UG (uitgezette geldleningen)
Mogelijke instrumenten bij tijdelijke overschotten Tijdelijke overschotten worden in principe aangehouden door middel van schatkistbankieren. Hierop hebben wij vier toegestane uitzonderingen geformuleerd. De achtergrond voor deze uitzonderingen is gemak in het betalingsverkeer of het realiseren van een optimaal (risicovrij) rendement.
3.
Financiering derden / 6. Verstrekken garanties Het verstrekken van een geldlening zal in principe door de markt moeten kunnen plaatsvinden. Dit betekent dat financieringsverzoeken van derden voor een lening of garantie streng aan de poort zullen worden beoordeeld. Waar mogelijk zal direct worden doorverwezen naar zakenbanken of innovatiefondsen.
Toelichting op het Treasurystatuut gemeente Groningen 2024
De ondergrens voor een door de gemeente te verstrekken financiering of garantie bedraagt 500.000 euro. Daarnaast is het mogelijk om bij geringe(re) bedragen een financiering of garantie te verstrekken in het kader van een door de raad van de gemeente Groningen vastgestelde regeling. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan duurzaamheidsleningen, monumentenleningen en (gedeeltelijke) garanties op leningen van sportverenigingen ten behoeve van accomodaties. Er wordt weerstandsvermogen vrij gehouden ter afdekking van het kredietrisico op leningen en garanties. De hoogte van het aan te houden weerstandsvermogen is afhankelijk van het risicoprofiel van de business case en de betrokken tegenpartij. In de Kadernota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2020, zoals vastgesteld door de raad op 22 april 2020, staat uitvoerig beschreven hoe we omgaan met risicomanagement en wordt nader ingegaan op de bepaling van het benodigd weerstandsvermogen. De aanvraag voldoet minimaal aan de volgende voorwaarden: • Het rentepercentage van de te verstrekken lening of de hoogte van de borgstellingsprovisie wordt gebaseerd op marktconformiteit voor de betreffende aanvrager.
In dit kader worden de geldende staatssteunregels in acht genomen; • Financiering van derden of verstrekking van garanties kan alleen plaatsvinden voor zogeheten “diensten van algemeen economisch belang” en/of verbonden partijen.. Dit is tevens een vereiste om geen oneigenlijke staatssteun te verstrekken; • De verzoeker verstrekt afdoende inzicht in de risico’s van het project en de financieringsrisico’s dienen te zijn afgedekt; • Ter meerdere zekerheid van terugbetaling van rente en aflossing worden er (indien mogelijk) zekerheden jegens de gemeente Groningen gesteld (bijv. recht van 1e hypotheek). Dat geldt ook bij garanties. Gemeentelijke subsidies (in gevallen dat de aanvrager van een lening tevens een subsidierelatie heeft met de gemeente) gelden in deze niet als zekerheid; • Het verstrekken van geldleningen of garanties aan natuurlijke personen is niet toegestaan, uitgezonderd de in afzonderlijke regelingen op te nemen tegenpartijen die door een afzonderlijke uitvoeringsinstelling worden verstrekt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de energiebesparingsleningen die via Stichting Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten worden verstrekt. Artikel 10 Procedures De verdere uitwerking van deze bevoegdheden is geregeld in het Handboek Treasury 2024 dat door het college wordt vastgesteld. Daarin zijn ook de interne bevoegdheden en procedures opgenomen.
Toelichting op het Treasurystatuut gemeente Groningen 2024