Bijlage 2 toekomstige opzet reactie op ASDG.pdf
Tekst van het document
Bijlage: Beantwoording reactie adviesraad De adviesraad start met een algemene indruk. Wat betreft deze indruk zien we net als de adviesraad dat er de laatste jaren veel veranderingen zijn doorgevoerd bij de huishoudelijke hulp. Het tweede hoofdstuk van de bespreeknotitie geeft hiervan een goed beeld. Als gemeente zagen we ons hiertoe genoodzaakt door verschillende maatregelen van het Rijk als de doorgevoerde kortingen en de invoering van het abonnementstarief. Ook nu ontkomen we mogelijk niet aan veranderingen door ontwikkelingen als de groeiende groep (alleenstaande) ouderen die in mindere mate beschikken over mantelzorgers. De vraag is of de huidige opzet daarin optimaal voorziet. We zullen oog moeten hebben voor een goede borging van de signaleringsfunctie en ook voor preventie. Hoe voorkomen we dat oudere inwoners in een kwetsbare positie belanden? Of hoe zorgen we er voor dat dit op een later moment gebeurt? Ook is het nodig om een zo efficiënt en doelmatig mogelijke opzet van de huishoudelijke hulp te organiseren voor alle inwoners die dat nodig hebben. Daarbij houden we rekening met een toename i.p.v. vermindering van de uitgaven voor huishoudelijke hulp. Dit betekent dat we niet uitgaan van bezuinigingen, maar gericht zijn op een toekomstbestendige opzet zoals hierboven aangehaald.
Naast een algemene indruk geeft de adviesraad aan wat hun zorgen en aandachtspunten zijn en worden een aantal overwegingen gegeven. Zo geeft de adviesraad aan dat inwoners mogelijk moeten wisselen van aanbieder. Dit aandachtspunt zien we als een pleidooi om de bestaande koppeltjes van inwoners en hulp zoveel mogelijk in stand te houden. Dit onderschrijven we. Zo bleek uit het laatste cliëntervaringsonderzoek dat het grootste deel van de respondenten een vaste hulp op prijs stelt. Als de gemeente continuïteit van ondersteuning bij de overgang vraagt zullen de bestaande koppeltjes van inwoner en hulp in veel gevallen in stand blijven. De geselecteerde aanbieders kunnen dat realiseren door contracten af te sluiten met de aanbieders waarvan hun populatie al gebruik maakt. Ook kunnen de geselecteerde aanbieders dat realiseren door overname van hulpen. De Wmo verplicht overigens tot overleg tussen komende en vertrekkende aanbieder over overname van betrokken personeel. De cao VVT gaat nog iets verder; er moet een arbeidsovereenkomst aangeboden worden aan de werknemers van de verliezende partij tegen dezelfde coa arbeidsvoorwaarden. Verder wijst de adviesraad op de nadelige mogelijkheid van vermindering van het aantal uren huishoudelijke hulp of geen vervanging van de hulp bij ziekte en vakanties.
Bij het toepassen van inspanningsbekostiging in combinatie met een urenplafond is het bij het in zicht komen van het uren-plafond mogelijk dat bijvoorbeeld geen vervanging wordt geregeld in vakanties of de frequentie van bepaalde activiteiten wordt aangepast. In de nota is deze combinatie verwerkt in variant twee.
De adviesraad uit verder haar zorgen over mogelijk lagere tarieven bij een nieuw kostprijsonderzoek en stelt dat dit alleen kan bij een verslechtering van de cao of het aantal uren hulp en ziet een mogelijk risico van oneigenlijk gebruik van het informele tarief voor de huishoudelijke hulp. Een reëel tarief is opgebouwd uit verschillende kostprijselementen met ieder hun eigen bandbreedte. Hierbij gaat het om personeelskosten die gerelateerd zijn aan de cao en ook om variabele kosten als overhead, winst en ziekteverzuim. Bij een nieuw reëel uurtarief kunnen scherpere uitgangspunten bij de variabele kosten mogelijk leiden tot lagere reële uurtarieven. Dit betekent dat de cao onaangetast blijft. Verder staat het aantal uren hulp dat inwoners ontvangen los van het uurtarief. Dit hangt af van de indicatiestelling. Ook zien wij geen relatie met oneigenlijk gebruik van het informele tarief, omdat het om een reëel uurtarief voor zorg in natura gaat. Daarnaast vindt de adviesraad de mogelijkheid om aanbieders toe te staan bij schoonmaakwerkzaamheden de cao schoonmaak te hanteren geen wenselijke optie. Dit alternatief hebben we in de nota opgenomen om een zo breed en volledig mogelijk beeld van alle mogelijkheden te geven. Overigens hebben wij deze mogelijkheid niet verwerkt in de drie toekomstige varianten.
Verder geeft de adviesraad aan dat zij belang hechten aan de indicatiestelling door WIJ Groningen i.p.v. de aanbieders. Daarbij vraagt de adviesraad zich af hoe het zit met de rechtsbescherming van gebruikers. Tot slot vreest de adviesraad dat de controlemogelijkheden van de gemeente verminderen wanneer de indicatiestelling bij de aanbieders komt te liggen. Het beleggen van de uitvoering van de toegang bij de aanbieders heeft als voordeel voor de inwoners dat zij gelijk bij de aanbieders terecht kunnen en niet twee keer hun verhaal hoeven te doen. Uiteindelijk worden ze daardoor sneller geholpen. De kanttekeningen van de adviesraad zijn gericht op het borgen van passende ondersteuning voor de inwoners. Dat belang onderschrijven we. Met verschillende controlemogelijkheden kunnen we dat vormgeven; ook al hebben we de uitvoering van de toegang bij de aanbieders belegd. Zo is er een helder normenkader waarbij per resultaatgebied is uitgewerkt hoeveel hulp in een gemiddelde situatie nodig is en welke factoren meer en minder inzet rechtvaardigen. Met regelmatige steekproeven, ervaringen en/of klachten van gebruikers en regelmatige schouwen kunnen we controleren of de uitvoering van de toegang goed gebeurt en of de inwoners de hulp krijgen die ze nodig hebben.
Overigens neemt, ook wanneer de uitvoering van de toegang bij de aanbieders is belegd, het college uiteindelijk een besluit over de taken, frequentie en omvang van de ondersteuning. Dat kan door het onderzoeksverslag van de aanbieder onderdeel te laten zijn van de beschikking. De inwoners krijgen op grond van het collegebesluit een beschikking waarbij ze de mogelijkheid hebben van bezwaar en beroep op de toegekende ondersteuning. Hiermee borgen we de rechtsbescherming van de gebruikers.
De adviesraad geeft voorts aan dat het cliëntervaringsonderzoek een te smalle basis is voor de keuze voor een toekomstige variant. Bij de bespreking van de toekomstige opzet zullen we niet alleen varen op de uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek. Bij de afweging van alle toekomstige mogelijkheden willen we de invalshoeken van alle stakeholders meenemen; waaronder die van de inwoners. Daarbij helpen de uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek. Daarmee is het niet de enige bepalende factor. Wat betreft de mogelijkheid van bemiddeling bij een Pgb geeft de adviesraad aan dat deze vorm leidt tot een slechtere rechtspositie voor de hulpen door het hanteren van de cao schoonmaak en een veel lager loon. Een misverstand is dat bij de bemiddelde hulp de cao schoonmaak van toepassing is, omdat de inwoner formeel geen werkgever is. Pgb met bemiddeling willen wij het voor inwoners die een voorkeur hebben voor een hulp uit hun eigen netwerk (informeel Pgb) makkelijker maken een Pgb te hanteren. Daarbij wordt alle rompslomp voor inwoners die komt kijken bij de keuze voor een Pgb uit handen genomen door een bemiddelende organisatie. Bij een hulp uit het eigen netwerk is een verslechtering van de rechtspositie niet van toepassing. De adviesraad bepleit verder het behoud van keuzevrijheid van aanbieders voor inwoners en geeft als suggestie om 3 aanbieders per gebied te selecteren.
Voor een optimale samenwerking in de gebieden bepleiten wij een selectie van één (hoofd)aanbieder per gebied. Dat betekent dat inwoners bij een keuze voor hulp in natura terecht kunnen bij de geselecteerde aanbieder. Wanneer de geselecteerde aanbieder met onderaannemers werkt kunnen inwoners blijven kiezen uit verschillende aanbieders. Uit het cliëntervaringsonderzoek komt overigens naar voren dat er wisselend belang wordt gehecht aan het kunnen kiezen uit verschillende aanbieders. Inwoners vinden het ook lastig. We kunnen ons voorstellen dat voor inwoners de hulp zelf belangrijker is dan een keuzemogelijkheid uit verschillende aanbieders. Wat betreft de bekostigingsvorm geeft de adviesraad aan dat inzicht in de kosten en resultaten van de herindiceringsoperatie nodig is. In de nota geven wij in het tweede hoofdstuk een uitgebreide beschouwing van de ontwikkeling van de kosten. Daarbij hebben we gekeken naar de ontwikkeling over een langere periode. Verder beveelt de adviesraad in dit kader aan om goed toe te zien op de resultaatafspraken. Dit geven we vorm met de uitvoering van het contractmanagement. Ook wordt aangegeven dat de positie van de aanbieders verslechtert met populatiebekostiging, doordat de aanbieders een vast bedrag krijgen. Het klopt dat aanbieders geen verdienmodel meer hebben bij een vast bedrag.
Tegelijkertijd geeft het in combinatie met een meerjarencontract rust en ruimte voor aanbieders om zich volledig op de ondersteuning te richten, omdat daarmee de continuïteit van de organisatie veilig is gesteld.
Over de herstelgerichte hulp is de adviesraad positief. Wat hen betreft zou deelname van inwoners vrijwillig moeten zijn. Wat betreft de werkwijze om zoveel mogelijk gebruik te maken van voorliggende voorzieningen geeft de adviesraad aan dat deze in beperkte mate aanwezig zijn. We delen deze conclusie. Met de organisatie en bekostiging van herstelgerichte hulp zorgen we er voor dat deze mogelijkheden verruimd worden. Tot slot dringt de adviesraad aan om in VNG verband aan te dringen op afschaffing van het abonnementstarief. Hier hebben we via diverse kanalen al op ingezet. We zijn in afwachting van de uitkomsten van de landelijke verkiezingen. De plannen van de nieuwe landelijk coalitie zullen ons meer duidelijkheid daarover geven.