Bijlage 2 omgevingsprogramma Planmer-beoordeling Niemeyer.pdf
Tekst van het document
NIEMEYER GRONINGEN Aanmeldnotitie planmer-beoordeling Bijlage 6 van het omgevingsprogramma-beoordeling april 2026
1/57
2/57
DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER
22-10-2025
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Groningen 20250751
AUTEUR
Selma de Boer
Omgevingsprogramma Niemeyer Groningen Jan-Jacob Posthumus
INHOUD 1.
2.
3.
4.
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
5 5 6
Plaats en kenmerken van de activiteiten
7
2.1
Plaats van de activiteiten 2.1.1 Ligging en bestaand grondgebruik 2.1.2 Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied 2.1.3 Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
7 7
2.2
Kenmerken van de activiteiten 2.2.1 Omvang 2.2.2 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen 2.2.3 Overige kenmerken
11 11 15 15
2.3
Cumulatie
15
8 8
Kenmerken van de milieueffecten
16
3.1 3.2 3.3
Verkeer Luchtkwaliteit Geluid 3.3.1 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen 3.3.2 Geluid door activiteiten
16 18 19 19 24
3.4 3.5 3.6
Geur Omgevingsveiligheid Natuur 3.6.1 Soortenbescherming 3.6.2 Gebiedsbescherming
27 27 29 29 30
3.7 3.8 3.9 3.10
Bodem Water Trillingen Cultureel erfgoed 3.10.1 Archeologie 3.10.2 Cultuurhistorie en landschap
31 32 36 37 37 37
3.11 Schaduw- en windhinder 3.12 Bouwwerkzaamheden
38 38
Conclusie
40
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 3/57
Aanleiding Mer-(beoordelings)plicht Leeswijzer
– Ontwikkelkader – Mobiliteitsonderzoek – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai – Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai
41 42 43 44
Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17
4/57
– Akoestisch onderzoek gezamenlijk geluid – Akoestisch onderzoek gebouwgebonden installaties – Akoestisch onderzoek supermarkt – Akoestisch onderzoek horeca en terrassen – Akoestisch onderzoek bouwfysica – Externe veiligheid – Quickscan ecologie Niemeyer-terrein – Quickscan ecologie fietspad – Vleermuisonderzoek – Stikstofonderzoek – Bomen Effect Analyse - Aanvullend bodem- en asbestonderzoek (Niemeyer-terrein) – Aanvullend bodem- en asbestonderzoek Parbee-terrein
45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
De fabrieksgebouwen en het bijbehorende terrein van de voormalige tabaksfabriek Niemeyer in Groningen is sinds 2023 niet meer in gebruik. MWPO wil het terrein en de bestaande bebouwing aan de Paterswoldseweg herontwikkelen. Ook de parkeerplaats aan de Theodorus Niemeijerstraat is onderdeel van de ontwikkeling, hier wordt gedacht aan de ontwikkeling van woningen. In overleg tussen MWPO (eigenaar en initiatiefnemer), Campus Groningen en de gemeente Groningen zijn voor de beoogde herontwikkeling verschillende documenten opgesteld, namelijk het: vestigingskader Niemeyer (4 maart 2024): hierin zijn de uitgangspunten voor de toekomstige functies vastgelegd; voorlopig Ontwerp bouwplan – Restauratievisie (4 februari 2025): hierin is de ruimtelijke en functionele invulling uitgewerkt; ● ontwikkelkader Niemeyer (juli 2025): hierin zijn de ambities, ontwikkelrichting en randvoorwaarden uitgewerkt. Daarnaast zijn er diverse milieuonderzoeken uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. ● ●
Op basis van bovenstaande documenten wordt voor de herontwikkeling van het Niemeyer-terrein een omgevingsprogramma opgesteld. Dit formele instrument onder de Omgevingswet wordt ingezet om de ambities, uitgangspunten en randvoorwaarden voor de herontwikkeling nader uit te werken en juridisch-planologisch te borgen. In een later stadium zullen voor de verschillende delen van het plangebied omgevingsvergunningen (BOPA) worden aangevraagd.
1.2
Mer-(beoordelings)plicht
In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 van deze bijlage zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3, bij besluiten genoemd in kolom 4. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in art. 11.10 Ob. Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten, zie Figuur 1-1. De herontwikkeling van het Niemeyer-terrein dient te worden beschouwd als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in bijlage V bij het Ob (categorie J11). Voor deze activiteit is in het kader van de wijziging van het omgevingsplan of het aanvragen van een BOPA-vergunning sprake van een (project) mer-beoordelingsplicht. Voor een omgevingsprogramma dat kaderstellend is voor een mer-(beoordelings)plichtig vervolgbesluit geldt in principe een planmer-plicht. Datzelfde geldt als voor het omgevingsprogramma een passende beoordeling nodig is vanwege de mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. In beide gevallen wordt in het Ob echter een uitzondering gemaakt op de planmer-plicht voor ‘klein gebieden op lokaal niveau’ of ‘kleine wijziging van een bestaand plan’.
In die gevallen kan in eerste instantie worden volstaan met een planmerbeoordeling. Er is één uitspraak waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat 1% van het gemeentelijk grondgebied in die categorie valt. Het stadsterrein is circa 40.000 m2 groot en de oppervlakte van de gemeente bedraagt circa 198 km2. Het plangebied beslaat minder dan 1% van het gemeentelijk grondgebied, namelijk 0,02%. Om deze reden (en omdat er geen passende beoordeling noodzakelijk is, zie paragraaf 3.6) kan in het kader van het omgevingsprogramma worden volstaan met een planmer-beoordeling. In het kader van de planmer-beoordelingsprocedure is geen afzonderlijk mer-beoordelingsbesluit vereist om te bepalen of het doorlopen van een volledige mer-procedure noodzakelijk is. De motivering van het programma moet wel toelichten waarom wel of niet een milieueffectrapport nodig is. Om die reden is voorliggende aanmeldnotitie opgesteld.
5/57
Figuur 1-1: Criteria mer-beoordeling op basis van Bijlage 3 Richtlijn 2011/92/EU.
1.3
Leeswijzer
Deze planmer-beoordeling: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van de activiteiten die het omgevingsprogramma mogelijk maakt; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieuthema’s toe; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de planmer-beoordeling.
6/57
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN DE ACTIVITEITEN 2.1
Plaats van de activiteiten
Voor de milieugevolgen van toekomstige ontwikkelingen zijn niet alleen de aard en omvang, maar ook de locatie van belang. Bepaalde gebieden zijn in meer of mindere mate kwetsbaar voor nieuwe activiteiten. Op grond van de criteria uit de Europese Richtlijn kunnen waar het gaat om de plaats van de activiteiten de volgende elementen van belang zijn: ● het bestaande grondgebruik; ● de rijkdom, de kwaliteit en/of het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied; ● het opname vermogen van het natuurlijk milieu, met in het bijzonder aandacht voor (onder andere) beschermde natuurgebieden, gebieden waar milieunormen reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 2.1.1 Ligging en bestaand grondgebruik Het plangebied (Niemeyer-terrein en het parkeerterrein aan de oostzijde hiervan) is gelegen aan de zuidwestkant van het centrum van Groningen (zie ook bijlage 1). Aan de noordoostzijde is het centrum van Groningen gelegen. Het hoofdstation bevindt zich ten oosten van het plangebied en het stadspark ligt ten zuidwesten van het plangebied. Daarnaast bevinden zich aan zowel de noord- als zuidzijde van het plangebied woningen. In Figuur 2-1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 2-1: Ligging Niemeyer-terrein en parkeerterrein (zie zwarte omlijning) ten opzichte van Groningen (bron: ontwikkelkader Niemeyer Opent)
In Figuur 2-2 is het bestaand grondgebruik van het plangebied weergegeven. Het plangebied ligt in de Zeeheldenbuurt en is circa 40.000 m2 groot. In de huidige situatie is de Niemeyer-bebouwing nog aanwezig. Sinds de sluiting van de tabaksproductie is het terrein niet meer in gebruik voor productieactiviteiten. De fabrieksgebouwen staan leeg. Er vinden op beperkte schaal tijdelijke activiteiten plaats, waaronder kleinschalige culturele en publieksgerichte evenementen. Daarnaast wordt het oostelijk gelegen deel van het plangebied gebruikt als parkeerterrein. Dit parkeerterrein ligt aan de Theodorus Niemeyerstraat. Het plangebied bevindt zich tussen verschillende infrastructuren en gebouwen, zoals: 7/57
● ● ● ● ●
de Paterswoldseweg en een kantorenpand tussen het Niemeyer-terrein en het Parkbee parkeerterrein in; het Noord-Willemskanaal aan de oostzijde van het parkeerterrein; het spoor aan de zuidzijde van plangebied; woningen ten westen van het Niemeyer-terrein; woningen en de Peizerweg/Theodorus Niemeyerstraat aan de noordzijde van het plangebied.
Figuur 2-2: Luchtfoto bestaand grondgebruik plangebied, zie rode omlijning (bron: Kadaster).
2.1.2
Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied De beoogde ontwikkeling ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Vanuit het oogpunt van ecosysteemdiensten wordt het gebied als volgt gekarakteriseerd: ● Het plangebied is geen verstrekker van een product door ecosystemen: het plangebied is geen producent van vernieuwbare hulpbronnen zoals biomassa (hout) of van milieuvoorraden (zoals drinkwater). ● Het plangebied heeft in het huidige gebruik geen functie voor regulerende diensten (zoals bestuiving van gewassen). ● Het plangebied heeft geen functie voor diensten die de voorgaande diensten ondersteunen (zoals biodiversiteit). De beoogde locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. 2.1.3 Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings- of waterwingebied (zie Figuur 2-3). Ook bevindt het plangebied zich niet in of nabij een stiltegebied (zie Figuur 2-4). Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt op circa 3,5 kilometer van NNN-gebied (zie Figuur 2-5). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Leekstermeergebied op circa 4 kilometer afstand van het plangebied (zie Figuur 2-6).
8/57
Figuur 2-3: Grondwaterbeschermings- en waterwingebieden en nabij het plangebied (zwart omcirkeld) (bron: Atlas Leefomgeving).
Figuur 2-4: Stiltegebieden ten opzichte van plangebied (rood omcirkeld) (bron: Atlas Leefomgeving). 9/57
Figuur 2-5: Ligging van het plangebied (rood kader) t.o.v. Natuurnetwerk Nederland gebied (bron: Atlas Leefomgeving).
Figuur 2-6: Ligging van het plangebied (rood kader) t.o.v. Natura-2000 gebieden (bron: AERIUS).
10/57
2.2
Kenmerken van de activiteiten
2.2.1 Omvang Bij de beoogde herontwikkeling zullen sloop, nieuwbouw en interne verbouwingen plaatsvinden. In Figuur 2-7 zijn de ontwikkellocaties weergegeven: Locatie A – Niemeyerfabriek (culturele publieksfunctie), Locatie B – Hotelontwikkeling (met woningen), Locatie C – Appartementencomplex. In Figuur 2-8 is het beoogde programma weergegeven. Bij de beoogde herontwikkeling wordt rekening gehouden met: ●
● ●
●
Open, doorwaadbaar en toegankelijk gebied: Het gesloten karakter van de fabriek wordt opengebroken. Nieuwe entrees, routes en verblijfskwaliteit zorgen dat het gebied onderdeel wordt van de omliggende stad en wijk. Hekwerken verdwijnen, het terrein wordt toegankelijk voor voetgangers en fietsers (zie paragraaf 3.1). Gemengde campusontwikkeling: Het terrein wordt een thuisbasis voor bedrijven in de digitale sector, startups, kennisinstellingen, cultuurinstellingen, leisure, horeca en wonen (zie Figuur 2-8). Herontwikkeling van industrieel erfgoed: De cultuurhistorische waarden blijven behouden en vormen het fundament voor de nieuwe invulling. Niet bruikbare of storende delen worden gesloopt, waarbij materialen maximaal circulair worden hergebruikt. Verbinding met de omgeving en vergroening: De herontwikkeling draagt bij aan klimaatadaptatie, vergroening, biodiversiteit en sociale cohesie, mede door de inpassing in het Spoorpark en de omliggende buurten.
Figuur 2-7: Ontwikkellocaties (bron: abt Wassenaar).
11/57
Figuur 2-8: Het beoogde programma (bron: Ontwikkelkader Niemeyer Opent)
Locatie A – Niemeyer-terrein Het gebouw blijft zoveel mogelijk behouden. In Figuur 2-9 zijn de te slopen delen en de nieuwe gebouwdelen weergegeven. Daarnaast worden de gevels gerestaureerd.
Figuur 2-9: De te slopen delen van de voormalige fabriek en de nieuwe gebouwdelen (bron: Campus Groningen B.V.).
Het gebouw zal verschillende functies omvatten, zoals weergegeven in Figuur 2-8. Het programma voor deze locaties omvat een gemengd gebied bestaande uit broedplaatsfuncties voor bedrijvigheid, leisure, retail/supermarkt (noordzijde plangebied) en een culturele publieksfunctie met een totaal van 35.000 m2 bvo. In Figuur 2-10 is een verbeelding van de beoogde situatie weergegeven. 12/57
Figuur 2-10: Verbeelding van het Niemeyer terrein (bron: Studioninedots en Felixx).
Locatie B – Hotelontwikkeling (en woningen) Het nieuw te bouwen hotel wordt aan de westzijde van het plangebied gerealiseerd en zal 14 tot maximaal 45 meter hoog worden. Het hotel is de schakel tussen de grootschaligheid van de fabriek en de kleinschalige woonbuurt rondom de Piet Heinstraat. Het hotel zal een bruto vloeroppervlak (bvo) van circa 11.500 m² krijgen. Het biedt tussen de 120 (tot 140) kamers in diverse types en voor verschillende doelgroepen. Er wordt ruimte geboden aan een parkeergarage en 10 woningen die als buffer dienen richting de woonbuurt, zie Figuur 2-11.
Figuur 2-11: Het hotel en de woningen aan de Piet Heinstraat (bron: Ontwikkelkader – Niemeyer Opent)
Locatie C – Appartementencomplex Op de locatie van het parkeerterrein zullen 180-220 appartementen gerealiseerd worden. Daarnaast is er ruimte voor ‘niet wonen’ en buurtvoorzieningen, zie Figuur 2-8. Er zullen twee losse nieuwbouwvolumes gerealiseerd worden van maximaal 19 tot 50 meter. Verkeer en parkeren Langzaam verkeer en routes Het Niemeyerterrein wordt volledig geïntegreerd in het bestaande stedelijke netwerk. Via wandel- en fietsroutes wordt het terrein verbonden met omliggende buurten en het Spoorpark. Er komt een belangrijke nieuwe fiets- en wandelroute parallel aan het spoor, die aansluit op de Peizerweg, het hoofdstation en het centrum. De entrees aan de Piet Heinstraat, Dorus 13/57
Rijkersstraat, Theodorus Niemeyerstraat en Paterswoldseweg worden zorgvuldig vormgegeven, met fietsparkeervoorzieningen bij alle entrees. In Figuur 2-12 is dit weergegeven. Het fietsparkeren wordt in een later stadium verder uitgewerkt in het inrichtingsplan.
Figuur 2-12: Routes langzaam verkeer door plangebied (bron: Ontwikkelkader Niemeyer Opent).
Parkeren en autoverkeer Het Niemeyerterrein zelf wordt zoveel mogelijk autovrij ingericht. Parkeren op maaiveld wordt niet toegestaan. Voor bezoekers, mindervaliden en kiss-and-ride wordt een beperkt aantal voorzieningen opgenomen. Voor het hotel en de kantoren komt inpandige parkeergelegenheid, ontsloten via een tussenstraat op het terrein. Het verkeer richting het Niemeyerterrein blijft via de bestaande routes verlopen: ● ● ●
Autoverkeer bereikt het terrein via de Paterswoldseweg en Dorus Rijkersstraat. De Marwixkade wordt ten zuiden van de Kleine Badstraat autovrij gemaakt. Voor de bewoners van het nieuwe woonprogramma aan de Theodorus Niemeyerstraat worden geen reguliere parkeervoorzieningen getroffen en ook geen parkeervergunningen verleend.
Logistiek verkeer Voor laden, lossen en bevoorrading is een logistieke route uitgewerkt. Vrachtwagens bereiken het terrein via de Dorus Rijkersstraat en keren via een speciaal ontworpen plein voor draaibewegingen. Nood- en hulpdiensten Het terrein blijft volledig toegankelijk voor hulpdiensten, zie Figuur 2-13. Obstakelvrije aanvalsroutes zijn voorzien tussen en rond de gebouwen.
14/57
Figuur 2-13: Routes voor nood- en hulpdiensten (bron: Ontwikkelkader Niemeyer Opent).
In paragraaf 3.1 wordt verder ingegaan op het onderdeel verkeer. 2.2.2 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen In plaats van sloop wordt de bestaande fabriek grotendeels behouden en getransformeerd. Dit voorkomt de verspilling van materialen en energie die gepaard gaan met volledige nieuwbouw en sluit aan bij circulaire en duurzame ontwikkelprincipes. Het gebouw blijft grotendeels behouden, wat bijdraagt aan de reductie van afvalstromen en een efficiënt gebruik van bestaande hulpbronnen bevordert. Bij de verduurzaming van het gebouw wordt ingezet op beperking van warmteverlies door hoogwaardige isolatie, conform de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor nieuwbouw. Daarnaast wordt de fabriek volledig gasloos uitgevoerd. Verwarming en koeling vinden plaats via een warmte-koudeopslag (WKO)-installatie, die gebruikmaakt van duurzame, laagtemperatuurbronnen of individuele all-electric systemen. 2.2.3 Overige kenmerken De aspecten verontreiniging en hinder, risico van zware ongevallen en/of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid komen aan bod in hoofdstuk 3 van deze notitie.
2.3
Cumulatie
In een mer-beoordeling dient rekening te worden gehouden met mogelijke cumulatie van milieugevolgen. Van cumulatie kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer verschillende ontwikkelingen via dezelfde wegen worden ontsloten waardoor het extra verkeer kan leiden tot cumulatie van concentraties luchtverontreinigende stoffen en geluid. Voor zover bekend zijn er, met uitzondering van de locatie Alting (zie paragraaf 1.1), geen andere concrete ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van het plangebied. In deze mer-beoordeling is rekening gehouden met deze ontwikkeling op het gebied van verkeer, luchtkwaliteit, stikstof en geluid.
15/57
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige feitelijke, legale situatie (dus passend binnen het planologisch kader) en autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, andere redelijk zekere ontwikkelingen en bijvoorbeeld de autonome groei van het verkeer. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op diverse onderzoeksrapporten die voor de beoogde ontwikkeling zijn opgesteld.
3.1
Verkeer
De voorgenomen ontwikkeling kan gevolgen hebben voor de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. In deze paragraaf worden deze aspecten beoordeeld. Referentiesituatie Oostelijk plangebied/Badstratenbuurt Het oostelijk deel van het plangebied maakt deel uit van de Badstratenbuurt. De Badstratenbuurt is een kleinschalige buurt (kleinste buurt van Groningen met 400 woningen). Er staan veel woningen uit de eerste helft van de 20e eeuw. Er is veelal sprake van smalle straten met eenzijdig (verspringend) langsparkeren en eenrichtingsverkeer (uitgezonderd Theodorus Niemeyerstraat en Marwixkade, waar haaks parkeren respectievelijk geen parkeren is, en tweerichtingsverkeer is toegestaan). De Marwixkade is een smalle doodlopende weg met alleen 10 parkeerplaatsen in het meest zuidelijk deel. De Theodorus Niemeyerstraat is doodlopend (niet met bebording aangegeven, maar geen probleem). In de wegenstructuur zijn diverse verbindingen voor gemotoriseerd ‘verbroken’. Hierdoor zijn als het ware lussen in de buurt ontstaan, waardoor de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer beperkt blijft en er beperkt ‘vreemd verkeer’ rijdt. Het formele verkeersregime van de wijk is wat onduidelijk (slechts op enkele ingang van de wijk is een woonerfbord aanwezig). De auto is dominant in buurt aanwezig.
Uit parkeeronderzoek komt naar voren dat er een legale parkeercapaciteit is van in totaal 171 parkeerplaatsen, maar dat er ’s nachts 174/175 auto’s geparkeerd staan. Dit is nog exclusief 11/14 auto’s die op het ParkBee-terrein stonden. Door de gemeente Groningen is aangegeven dat er in de Badstratenbuurt nu zes vergunningen voor een tweede auto actief zijn. Deze worden niet meer uitgegeven, waardoor op langere termijn de parkeerdruk iets zal verminderen. Het is bekend dat er in verleden klachten zijn geuit over parkeren, hoge rijsnelheden en de verkeerssituaties op de omliggende wegen. Westelijk plangebied/Dorus Rijkerstraat & Piet Heinstraat De Dorus Rijkerstraat en de Piet Heinstraat liggen tussen de Peizerweg en het spoor en zijn gelegen aan de westkant van het plangebied. Er zijn hier geen doorgaande verkeersverbindingen door het gebied. Daarmee liggen de woningen wat beschut/verscholen binnen het stedelijk gebied. Aan de Dorus Rijkerstraat/Piet Heinstraat is een legale parkeercapaciteit van in totaal 28 parkeerplaatsen aanwezig. ’s Nachts staan er circa 36/38 auto’s geparkeerd (er wordt ook geparkeerd bij parkeerverboden, binnen 5 meter van bochten etc.). Ook hier is de auto dus dominant aanwezig. In de huidige situatie zijn er circa 200 lichte verkeersbewegingen per dag (indicatie 5 à 6 verkeersbewegingen per geparkeerde auto).
Voorgenomen plan en effectbeoordeling Voor de effectbeoordeling is gebruikt gebruik gemaakt van de mobiliteitstoets (zie bijlage 2). Dit onderzoek is gebaseerd op een specifieke invulling van het plangebied. De beoogde woningen bij het hotel zijn nog niet meegenomen in dit onderzoek, maar leiden naar verwachting niet tot afwijkende conclusies in de onderstaande uitwerking. Hetzelfde geldt voor het aantal appartementen: aanvankelijk werd uitgegaan van 150–170, maar naar verwachting worden dit er 180–220. Oostelijk plangebied/Badstratenbuurt Parkeren 16/57
Voor het oostelijke plangebied wordt uitgegaan van circa 180-220 kleine appartementen/studio’s (gemiddeld 35 m² gbo). Op de begane grond is rekening gehouden met circa 500 m² bvo voor een zorgfunctie (zoals een huisarts of fysiotherapeut). Het huidige tijdelijke parkeerterrein van Parkbee vervalt. De locatie valt onder parkeerzone A van Groningen. Hier is het uitgangspunt dat geen autoparkeerplaatsen worden aangelegd voor bewoners en bezoekers, behalve voor de zorgfunctie. Het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, Mobiliteit als dienst, Privéauto) wordt gevolgd, gericht op duurzame mobiliteit. Voor fietsen geldt een norm van 2 fietsparkeerplekken per woning. Deze fietsparkeerplekken worden binnen het plangebied gerealiseerd. De parkeerplekken aan de oostzijde van de Theodorus Niemeyerstraat (momenteel bereikbaar via de Marwixkade) worden opgenomen in de verkeersstructuur van de gehele Theodorus Niemeyerstraat. Hierdoor wordt de Marwixkade ten zuiden van de Kleine Badstraat autovrij. Door de beoogde ontwikkeling vorm te geven conform de ambitie van het STOMP-principe, wordt voorkomen dat de parkeerdruk toeneemt. Verkeersgeneratie De verkeersdruk in het oostelijke plangebied zal niet toenemen, omdat aangesloten wordt bij het STOMP-principe.
Het parkeerterrein (met verkeersgeneratie) verdwijnt en er worden slechts enkele parkeerplekken gerealiseerd, hierdoor is er geen sprake van verkeersdruk ten opzichte van de huidige situatie. De toekomstige bewoners van het woonensemble zullen gebruik moeten maken van duurzamere vervoersmiddelen, zoals het openbaar vervoer. Verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid Het beperkte verkeer dat richting de woningen met buurtvoorzieningen/’niet-wonen’ zal rijden, wordt ontsloten via de Theodorus Niemeyerstraat. Andere opties, zoals doorlussen met de Kleine Badstraat is niet wenselijk, aangezien het leidt tot ongewenst verkeer in rustige straten. De huidige verkeersstructuur (met lussen) helpt ‘vreemd verkeer’ te weren. Logistiek verkeer als vrachtwagens en busjes volgen dezelfde route als de auto, waarbij het plein aan de Marwixkade geschikt is voor een draaibeweging. Het extra verkeer kan op een veilige wijze worden afgewikkeld. Westelijk plangebied/Dorus Rijkerstraat & Piet Heinstraat Parkeren In het westelijk deel van het plan worden de bestaande fabrieksgebouwen herontwikkeld tot een gemengd programma van in totaal 35.000 m² bvo met functies als: ● broedplaats; ● bedrijvigheid; ● leisure; ● retail (incl. supermarkt); ● culturele publieksfunctie. Daarnaast komt er aan de westzijde van het terrein een hotel met 120-140 kamers, inclusief een beperkte horeca- en congresfunctie.
In de mobiliteitstoets is uitgegaan van maximaal 14.500 m² bvo. Dit vormt een worst-case situatie aangezien in het ontwikkelkader is uitgegaan van 11.500 m2 bvo. Dit dekt ook de parkeerbehoefte van de beoogde woningen (circa 10) af. Het STOMP-principe wordt gevolgd. Er is voldoende mogelijkheid om het terrein te bereiken met het OV, P+R en ligt op loopen fietsafstand van het hoofdstation. Het terrein is ontworpen vanuit het perspectief van de voetganger en met ruime aandacht voor fietsers, zie Figuur 2-12. Het Niemeyer-terrein is autovrij en parkeren op maaiveld is niet toegestaan. Er zijn uitzonderingen voor mindervaliden en kiss-and-ride. Er komt binnen de nieuwbouw een voorziening (parkeergarage) voor parkeren bij het hotel, kantoorgebruikers en het rijtje woningen. Hierbij wordt rekening gehouden met maximaal 1,1 parkeerplaats per kamer (maximaal 132 parkeerplaatsen). Voor een eventuele supermarkt wordt rekening gehouden met maximaal 3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Ook zal een fietsenstalling gerealiseerd worden (bij een supermarkt: 4,3 plekken per 100 m² bvo). 17/57
Verkeersgeneratie De verwachte verkeersbewegingen per etmaal zijn: ● Hotel (max. 132 parkeerplaatsen): ca. 380 bewegingen (incl. taxi’s, ophalen/afzetten). ● Hotelbevoorrading: circa 6 leveringen per dag, waarvan 1–2 met een vrachtwagencombinatie. ● Supermarktbevoorrading: 2x met een vrachtwagencombinatie, plus 6 kleinere leveringen. ● Totale verkeersgeneratie westelijk plangebied: circa 400 lichte voertuigen + 8 vrachtwagenbewegingen per dag. Parkeren, verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid Er is sprake van een verkeerstoename, namelijk van circa 200 verkeersbewegingen naar 400 verkeersbewegingen. De totale verkeersdruk blijft ruim onder de waarde van 1.000 motorvoertuigen per etmaal, die wordt gehanteerd als grenswaarde waarbij kinderen nog op straat kunnen spelen. Gemotoriseerd verkeer wordt niet via de Paterswoldseweg afgewikkeld vanwege verkeersveiligheid, beperkte opstelruimte en verkeersdrukte. Ontsluiting zal daarom plaatsvinden via de Dorus Rijkersstraat, die al eerder als logistieke toegang is gebruikt. Deze straat is echter momenteel te smal door geparkeerde auto's. Om deze reden worden de parkeerplaatsen opnieuw ingedeeld om meer ruimte te creëren; de parkeerplaatsen in de Dorus Rijkerstraat verdwijnen en deze zullen gecompenseerd worden in de Piet Heinstraat. Voor laden, lossen en bevoorrading is een logistieke route uitgewerkt.
Vrachtwagens bereiken het terrein via de Dorus Rijkersstraat en keren via een speciaal ontworpen plein voor draaibewegingen. Hiermee worden hinder en verkeersdruk in de woonstraten geminimaliseerd. Conclusie De parkeer- en verkeerssituatie is in kaart gebracht middels onderzoek. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen op de verkeersafwikkeling, parkeren en verkeersveiligheid. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.
3.2
Luchtkwaliteit
In deze paragraaf wordt ingegaan op de gevolgen van het voorgenomen plan voor de luchtkwaliteit. Referentiesituatie Het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) geeft aan dat het plangebied geen onderdeel is van een aandachtsgebied met een relatief hoog gehalte aan luchtverontreinigende stoffen. In de CIMLK-viewer is het dichtstbijzijnde relevante toetspunt ter hoogte van de Eeldersingel (noordoostzijde plangebied) geraadpleegd. In onderstaande tabel zijn, voor het dichtstbijzijnde toetspunt en de meest actuele monitoringsronde, de omgevingswaarden in beeld gebracht voor de meest relevante luchtverontreinigende stoffen. Er wordt voldaan aan de omgevingswaarden luchtkwaliteit (Bkl). De gemeten waarde voor PM10 ligt onder de advieswaarde van de WHO. De gemeten waarden voor NO2 en PM2,5 liggen boven de WHOadvieswaarden. Tabel 3-1: Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 (bron: CIMLK).
Toetspunt Eeldersingel Monitoringsjaar NO2-concentratie
2023 Ten hoogst toelaatbaar (art. 2.4 en 2.5 Bkl)
18/57
16,55 µg/m³ 40 µg/m³ kalenderjaargemiddelde
PM10-concentratie
PM10-overschrijdingsdagen
PM2,5-concentratie
14,41 µg/m³ 40 µg/m³ kalenderjaargemiddelde
6 35 dagen per kalenderjaar
6,97 µg/m³ 25 µg/m³ kalenderjaargemiddeld
Advieswaarde WHO
10 µg/m³ kalenderjaargemiddelde
15 µg/m³ kalenderjaargemiddelde
-
5 µg/m³ kalenderjaargemiddelde
Voorgenomen plan en effectbeoordeling Gezien de aard van de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt, worden de potentiële gevolgen voor de luchtkwaliteit bepaald door de verkeerstoenames. Op basis van de optredende concentraties in de referentiesituatie en de aard en omvang van de ontwikkeling kan een overschrijding van de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit op voorhand worden uitgesloten. Dit blijkt ook uit de NIMB-tool, waaruit blijkt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse, zie Figuur 3-1. Hierbij is uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij de maximale verkeersgeneratie volledig is meegenomen, zie paragraaf 3.1.
Figuur 3-1: NIMB-tool met berekening bijdrage luchtverontreinigende stoffen als gevolg van het (extra) verkeer (bron: NIMB).
Conclusie Gezien de aard van de ontwikkeling kunnen potentiële gevolgen voor de luchtkwaliteit uitgesloten worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.
3.3
Geluid
Bij de beoordeling van de akoestische gevolgen gaat het enerzijds om de gevolgen van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies in de omgeving van geluidbronnen en daarmee samenhangende gevolgen. Anderzijds kunnen ook effecten optreden ter plaatse van bestaande woningen en andere geluidgevoelige functies, bijvoorbeeld als gevolg van een toename van verkeer. 3.3.1 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Referentiesituatie In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere geluidsbronnen, waaronder het spoor en diverse wegen. Er zijn geen industrieterreinen nabij het plangebied. In Figuur 3-2 is een uitsnede opgenomen uit de Centrale Voorziening Geluidgegevens. Hieruit blijkt dat het plangebied binnen het geluidaandachtsgebied van het spoor valt. Ook ligt het plangebied in het geluidaandachtsgebied van verschillende gemeentewegen die om het plangebied heen liggen, namelijk: ● Zaanstraat (50 km/uur); ● Zaanbrug (50 km/uur); ● Peizerbaan (50 km/uur); ● Peizerweg (50 km/uur); ● Paterswoldseweg (50 km/uur); ● Emmaviaduct (50 km/uur); 19/57
● ● ●
Abel Tasmaanstraat (30 km/uur); Koeriersterweg (30 km/uur); Gijzelaarslaan (30 km/uur).
Figuur 3-2: Overzicht geluidbron spoor met geluidaandachtsgebied in de omgeving van het plangebied, zie rode omlijning (bron: CVGG).
Voorgenomen ontwikkeling en effectbeoordeling Het omgevingsprogramma voorziet deels in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen (woningen). Om deze reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor wegverkeers- en railverkeerslawaai, zie bijlage 3 en 4. Daarnaast is er onderzoek uitgevoerd naar het gezamenlijk geluid, zie bijlage 5. In deze paragraaf wordt aan de hand van de uitgevoerde akoestische onderzoeken op hoofdlijnen ingegaan op de optredende geluidbelastingen ten gevolge van de verschillende geluidbronnen. In het akoestisch onderzoek is getoetst aan de normen en eisen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) om de aanvaardbaarheid van het geluid te beoordelen. Wegverkeerslawaai In bijlage 3 is geluidbelasting van de gezamenlijke wegen op de verschillende rekenpunten weergegeven. In dit onderzoek is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt voor zowel geluidgevoelige als niet-geluidgevoelige gebouwen. Er is getoetst of voldaan kan worden aan de standaardwaarde uit het Bkl van 53 dB (Lden). Wat betreft wegverkeerslawaai kan op alle geluidgevoelige gebouwen (woningen) worden voldaan aan de standaardwaarde. De geluidbelasting van alle wegen gecumuleerd aan het noordoostelijke deel van het Niemeyer-gebouw bedraagt 59 dB (Lden). Er kan niet worden voldaan aan de standaardwaarde.
De geluidbelasting van de Paterswoldseweg is maatgevend voor de optredende geluidbelasting. Dit gebouw is niet geluidgevoelig, waardoor de hogere geluidbelasting aanvaardbaar is. De geluidbelasting van alle wegen gecumuleerd op het hotel en woningen bedraagt maximaal 53 dB (Lden), waarmee wordt voldaan aan de standaardwaarde. Ook de geluidbelasting van alle wegen gecumuleerd op het woonensemble (oostelijk plangebied) bedraagt maximaal 53 dB (Lden). Er is geen sprake van significant negatieve effecten wat betreft geluid door wegen. Railverkeerslawaai Er is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van het railverkeer tussen het hoofdstation Groningen en de spoorwegovergang aan de Peizerweg. Op dit traject rijden goederen- en passagierstreinen met snelheden tussen de 40 km/uur en 20/57
60 km/uur. In bijlage 4 is het onderzoek opgenomen. In dit onderzoek is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt voor zowel geluidgevoelige als niet-geluidgevoelige gebouwen. Er is getoetst of voldaan kan worden aan de standaardwaarde uit het Bkl van 55 dB (Lden) voor railverkeerslawaai en de grenswaarde van 70 dB (Lden). De geluidbelasting van de spoorwegen aan de zuidzijde van het Niemeyer-gebouw bedraagt maximaal 67 dB, zie Figuur 3-3. Deze geluidbelasting is boven de standaardwaarde. Dit gebouw is niet geluidgevoelig en hoeft daarom niet te voldoen aan de standaardwaarde. Echter, bij mogelijke privaatrechtelijke eisen dient voor de geluidwering van de gevel rekening te worden gehouden met deze hogere geluidbelastingen. Een geluidbelasting van 67 dB is zeer hoog en vereist, afhankelijk van de privaatrechtelijke eisen, akoestische beglazing. De geluidbelasting aan de overige zijden van het gebouw voldoen allemaal aan de standaardwaarde. Dit valt buiten de beoordeling van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen, maar het is wel van belang om bij de verdere uitwerking en ontwerp van het gebouw rekening te houden met de hoge geluidbelasting.
Figuur 3-3: Overzicht gecumuleerd geluid alle spoorwegen Niemeyer-gebouw in Lden (bron: abt Wassenaar).
De geluidbelasting van de spoorwegen op het hotel bedraagt maximaal 65 dB (Lden) aan de zuidzijde, 64 dB (Lden) aan de westzijde en 57 dB (Lden) aan de oostzijde, Figuur 3-4. Er kan niet worden voldaan aan de standaardwaarde. Het gebouw is grotendeels niet geluidgevoelig (hotelfunctie), maar de beoogde woningen aan de westzijde van het pand wel. In het akoestisch onderzoek is hier nog geen rekening mee gehouden, aangezien de exacte invulling nog niet bekend is. Indien er woningen op de locatie mogelijk worden gemaakt, dient de geluidwering te worden bepaald om zo een akoestisch aanvaardbare situatie te waarborgen. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag (BOPA) moet dit worden aangetoond. De geluidbelasting aan de noordzijde van het gebouw bedraagt 50 dB, waarmee wordt voldaan aan de standaardwaarde.
21/57
Figuur 3-4: Overzicht gecumuleerd geluid alle spoorwegen op hotel in Lden (bron: abt Wassenaar).
De geluidbelasting van de spoorwegen op de woningen (oostelijke plangebied) bedraagt maximaal 62 dB (Lden) aan de zuidzijde, 59 dB (Lden) aan de westzijde en 57 dB (Lden) aan de oostzijde, zie Figuur 3-5. Er kan niet worden voldaan aan de standaardwaarde. Er zijn geen maatregelen aan de spoorweg mogelijk waarmee de geluidbelasting onder de standaardwaarde kan worden gebracht. In nader onderzoek zal moeten worden bepaald welke maatregelen, zoals een geluidluwe gevel of andere vormen van compensatie, nodig zijn om tot een akoestisch aanvaardbare situatie te komen bij het woonensemble. De geluidbelasting aan de noordzijde van het gebouw bedraagt 48 dB, waarmee wel wordt voldaan aan de standaardwaarde.
22/57
Figuur 3-5: Overzicht gecumuleerd geluid alle spoorwegen op woningen oostzijde in Lden (bron: abt Wassenaar).
Gezamenlijk geluid Op basis van het wegverkeers-/railverkeersonderzoek en het geluid door activiteiten op eigen terrein (zie paragraaf 3.3.2) is het gezamenlijk geluid (Lg) bepaald, zie bijlage 5. Het gezamenlijk geluid wordt gebruikt om de benodigde geluidwering (GA;k) te bepalen. Op deze wijze wordt een aanvaardbaar binnenniveau gehaald. Hieraan kan worden voldaan op basis van het onderzoek (zie bijlage 9) waarin de maatregelen beschreven worden. Dit wordt geborgd door het gezamenlijke geluid op te nemen in de omgevingsvergunning BOPA. Indirecte effecten Het toelaten van een ontwikkeling kan leiden tot een verkeerstoename op wegen in de omgeving, hierdoor kunnen indirecte effecten ontstaan. Wat betreft geluid geldt een vuistregel dat een toename van 1,5 dB hoorbaar is en daarmee relevant is in de beoordeling. Dit komt in de praktijk neer op een maximale verkeerstoename van 40%. De totale verkeerstoename van circa 200 verkeersbewegingen (zie bijlage 2) wordt ontsloten op de Dorus Rijkersstraat en vervolgens op de Peizerweg, zie paragraaf 3.1. Hier bevinden zich woonwijken (geluidgevoelige gebouwen). De gemiddelde etmaalintensiteit (motorvoertuigen) op de Peizerweg is 3.112. Door de beoogde ontwikkeling is er circa 6% extra verkeer. Er is geen sprake van indirecte effecten vanwege het extra verkeer.
Het geluid op geluidgevoelige gebouwen neemt niet meer dan 1,5 dB toe en is dan ook niet als zodanig waarneembaar. Het treffen van geluidbeperkende maatregelen is niet noodzakelijk. Conclusie Significant nadelige gevolgen op het gebied van geluid door wegen en spoorwegen kunnen uitgesloten worden. Hoewel de beoordeling van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen geen knelpunten laat zien, zijn er wel enkele aandachtspunten die in de verdere planuitwerking en het ontwerp meegenomen moeten worden: ● Niemeyer-pand: Aan één zijde bedraagt de geluidbelasting echter 67 dB, wat als zeer hoog wordt beschouwd. Hoewel dit buiten de beoordeling van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen valt, kan het vanuit privaatrechtelijke eisen alsnog noodzakelijk zijn om rekening te houden met deze hoge belasting, bijvoorbeeld door toepassing van akoestische beglazing. 23/57
●
●
Hotel met woningen: In het huidige akoestisch onderzoek is nog geen rekening gehouden met de beoogde woningen aan de westzijde van het hotel, omdat de exacte invulling hiervan nog niet vastligt. Indien deze woningen gerealiseerd worden, moet worden aangetoond dat sprake is van een akoestisch aanvaardbare situatie. Dit betekent dat de benodigde geluidwering moet worden bepaald en onderbouwd, onder andere ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag (BOPA). Woonensemble (oostzijde plangebied): Bij de woningen aan de oostzijde is sprake van een overschrijding van de standaardwaarde voor geluidbelasting door spoorverkeer. De maximale geluidbelasting bedraagt 62 dB (Lden) aan de zuidzijde, 59 dB aan de westzijde en 57 dB aan de oostzijde. Omdat bronmaatregelen aan het spoor niet mogelijk zijn, moet in een vervolgonderzoek worden beoordeeld welke geluidbeperkende maatregelen, zoals een geluidluwe gevel of andere vormen van compensatie, mogelijk zijn om een akoestisch aanvaardbare situatie te realiseren. Het voorgaande is gebaseerd op het voorlopig ontwerp. Dit kan enigszins afwijken van de definitieve woningen, maar naar verwachting heeft dit geen invloed op de maximale geluidbelasting. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag (BOPA) wordt dit nader bepaald.
3.3.2 Geluid door activiteiten Referentiesituatie Het plangebied omvat het voormalige Niemeyer-terrein en het nog in gebruik zijnde ParkBee-parkeerterrein. De bedrijfsactiviteiten van Niemeyer zijn inmiddels beëindigd De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit woonwijken. Er zijn geen bedrijven aanwezig, met uitzondering van een pand aan de westzijde van het Parkbee-terrein. Dit pand wordt gebruikt voor gemengde functies en is momenteel in gebruik als kantoorpand. Voorgenomen ontwikkeling Het omgevingsprogramma voorziet in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen (woningen). Daarnaast worden er nieuwe geluidveroorzakende activiteiten (bedrijven) mogelijk gemaakt. Om deze reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar gebouwgebonden installaties, de supermarkt en horeca/terrassen. In de volgende alinea worden deze onderwerpen besproken. Effectbeoordeling Activiteiten in de omgeving De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit woonwijken, die geen geluidveroorzakende activiteiten met zich meebrengen. Naast het kantoorpand aan de westzijde van het ParkBee-terrein worden nieuwe woningen gerealiseerd. De activiteiten in het kantoorpand mogen geen milieuhinder veroorzaken buiten de grenzen van het perceel, of verder reiken dan de overzijde van de openbare weg.
Hierdoor vallen de milieugebruiksruimte en de planologische gebruiksruimte grotendeels samen. Het betreft kleinschalige kantooractiviteiten die voornamelijk overdag en inpandig plaatsvinden. Het bijbehorende verkeer is beperkt, met hooguit incidenteel vrachtverkeer tijdens de dagperiode. Er zijn geen significante negatieve geluidseffecten vanuit de omgeving te verwachten die van invloed zijn op de beoogde woningontwikkeling binnen het plangebied. Geluiduitstraling richting omgeving: gebouwgebonden installaties Met de beoogde ontwikkeling worden warmtepompen gerealiseerd. Er is getoetst of op de omliggende woningen voldaan kan worden aan de waarden uit de bruidsschat (onderdeel tijdelijke deel omgevingsplan gemeente Groningen) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT); ● 50 dB(A) in de dagperiode tussen 07.00 en 19.00 uur; ● 45 dB(A) in de avondperiode tussen 19.00 en 23.00 uur; ● 40 dB(A) in de nachtperiode tussen 23.00 en 07.00 uur. 24/57
Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting van de gebouwgebonden installaties in de dag-, avond en nachtperiode ten hoogste 43 dB(A) bedraagt voor de woningen aan de Paterswoldseweg en 40 dB(A) aan de Peizerweg, zie bijlage 6. De geluidbelasting voor de woningen aan de Koeriersterweg bedraagt ten hoogste 36 dB(A). Hiermee wordt in de dag- en avondperiode ruimschoots voldaan aan de toelaatbare waarden van 50 respectievelijk 45 dB(A) van de bruidsschat. Het blijkt dat voor de maatgevende woningen (appartementen) aan de Paterswoldseweg in de nachtperiode niet wordt voldaan aan de toelaatbare waarden van 40 dB(A) van de bruidsschat. De overschrijding bedraagt ten hoogste 3 dB. Om deze reden dient het geluidvermogen van de warmtepomp (noordoostzijde Niemeyer-gebouw) met 5 dB te worden gereduceerd, hiermee kan worden voldaan aan de waarden uit de bruidsschat en is er sprake van een aanvaardbare situatie, zie Figuur 3-6.
Figuur 3-6: Berekende geluidniveaus incl. maatregel geluidbron en tussen haakjes toelaatbare waarde (bron: abt Wassenaar).
Voor de maximale geluidniveaus zijn de waarden uit de bruidsschat: ● 70 dB(A) in de dagperiode tussen 07.00 en 19.00 uur ● 65 dB(A) in de avondperiode tussen 19.00 en 23.00 uur ● 60 dB(A) in de nachtperiode tussen 23.00 en 07.00 uur. In de dag-, avond- en nachtperiode bedragen de maximale geluidniveaus ten hoogste 48 dB(A) vanwege het in werking zijn van de warmtepomp. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de toepasselijke geluidnormen van 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode, zie Figuur 3-7.
Figuur 3-7: Berekende maximale geluidniveaus en tussen haakjes toelaatbare waarde (bron: abt Wassenaar).
Geluiduitstraling richting omgeving: supermarkt De supermarkt wordt in het westelijk deel van het Niemeyer-pand beoogd. De dichtstbij gelegen woningen zijn gelegen aan de Peizerweg en de Dorus Rijkersstraat. De bevoorrading met vrachtverkeer vindt plaats via de Dorus Rijkersstraat naar de laad-loslocatie. Er is getoetst aan de waarden uit de bruidsschat voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidniveau om te bepalen of er sprake is van een aanvaardbare situatie, zie bijlage 7. Er wordt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voldaan aan de waarden uit de bruidsschat voor de dag-, avonden nachtperiode, zie Figuur 3-8. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden.
Figuur 3-8: Berekende geluidniveaus en tussen haakjes toelaatbare waarde (bron: abt Wassenaar).
Er is geen sprake van overschrijdingen van de maximale geluidniveaus in de avond- en nachtperiode. De maximale geluidniveaus bedragen in de dagperiode ten hoogste 74 dB(A) en worden veroorzaakt door de afrolbegrenzer van de laadklep, zie 25/57
Figuur 3-9. Ook het manoeuvreren van vrachtverkeer veroorzaakt relevante geluidpieken tot ten hoogste 72 dB(A). Door deze activiteiten is er sprake van een overschrijding de waarden uit de bruidsschat in de dagperiode. De waarden voor het maximale geluidniveau zijn in de dagperiode niet van toepassing op laad- en losactiviteiten, maar worden wel in de beoordeling meegenomen. Het laden en lossen vindt maximaal vijf keer per dag plaats. Bevoorrading met vrachtwagens in de nachtperiode zal niet plaatsvinden. Omdat de activiteiten plaatsvinden binnen de dagperiode en van tijdelijke aard zijn, wordt aangenomen dat zij geen negatieve effecten hebben op de omgeving.
Figuur 3-9: Berekende maximale geluidniveaus v= vrachtverkeer, l=laadklep begrenzer, r=rolcontainer en tussen haakjes toelaatbare waarde (bron: abt Wassenaar).
Geluiduitstraling richting omgeving: horeca en terrassen Met de beoogde ontwikkeling worden terrassen mogelijk gemaakt. Het betreffen (dak)terrassen bij/op het Niemeyer-pand. De dichtstbij gelegen woningen zijn gelegen aan de Peizerweg en de Dorus Rijkersstraat. Er is akoestisch onderzoek gedaan naar stem- en muziekgeluid van de terrassen op de omliggende woningen, zie bijlage 8. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting in de dagperiode voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten hoogste 41 dB(A) bedraagt voor de woningen aan de Koeriersterweg. Hierbij wordt voldaan aan de waarde van 50 dB(A) van de bruidsschat. Hetzelfde geldt voor de avondperiode. De geluidbelasting in de nachtperiode bedraagt ten hoogste 43 dB(A) voor de woningen aan de Paterswoldseweg en Koeriersterweg. Hiermee wordt niet voldaan aan de waarde van de bruidsschat van 40 dB(A). De relevante geluidbronnen zijn met name het muziekgeluid op de begane grond en de 1e verdieping van de Burley bar. In bijlage 9 is dit nader toegelicht. Om een aanvaardbaar geluidsniveau bij de omliggende woningen te waarborgen, wordt bij open deuren maximaal 70 dB(A) en bij gesloten deuren maximaal 80 dB(A) geproduceerd. Dit dient geborgd te worden in de omgevingsvergunning BOPA. Geluiduitstraling richting omgeving: sportruimte Ook is het voornemen om een sportruimte te realiseren in het Niemeyer-gebouw.
Het advies uit het akoestisch onderzoek (zie bijlage 9), waarbij de groepsruimte niet gesitueerd wordt naast/onder geluidgevoelige ruimten of de gevel zal in een nadere afweging, in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag BOPA, worden beschouwd. Uitgangspunt is het minimaliseren van de geluiduitstraling richting de naastgelegen gebouwen. Negatieve effecten kunnen hiermee worden uitgesloten. Daarnaast wordt het maximale geluidsniveau niet overschreden door de terrassen. Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen wat betreft geluid door activiteiten kan uitgesloten worden, wanneer de volgende maatregelen in acht worden genomen: ● Voor de gebouwgebonden installaties op de noordoostzijde van het Niemeyer-gebouw is een reductie van het geluidvermogen van de warmtepomp met 5 dB noodzakelijk om te voldoen aan de geluidsnormen uit de bruidsschat voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Hiermee wordt een aanvaardbare situatie bereikt. Bij eventuele aanpassingen in het plan moet opnieuw worden beoordeeld of deze reductie nog voldoende is.
26/57
●
3.4
Voor de horecafunctie van de Burley bar geldt dat bij open deuren maximaal 70 dB(A) en bij gesloten deuren maximaal 80 dB(A) wordt geproduceerd. Dit dient geborgd te worden in de omgevingsvergunning BOPA.
Geur
Geur kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Referentiesituatie Er bevinden zich geen geur veroorzakende activiteiten in de nabijheid van het plangebied. De directe omgeving bestaat voornamelijk uit woningen en een kantoorpand. Voorgenomen plan en effectbeoordeling Met de beoogde ontwikkeling worden geurgevoelige gebouwen (woningen) mogelijk gemaakt. Daarnaast worden horecaactiviteiten mogelijk gemaakt, welke geur kunnen veroorzaken. In de nog aan te vragen omgevingsvergunningen (BOPA) zal voldaan moeten worden aan de in de bruidsschat opgenomen regels betreffende geur en de bereiding van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur. Deze regels (bruidsschat) richten zich op het voorkomen of beperken van geurhinder. Ook bevindt het plangebied zich niet binnen geurzonering van een RWZI. Hierdoor is het aannemelijk dat sprake is van een aanvaardbare situatie voor de woningen binnen en buiten het plangebied. Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen met betrekking tot geur kunnen worden uitgesloten.
3.5
Omgevingsveiligheid
Bij een mer-beoordeling wordt ten aanzien van omgevingsveiligheid naar verschillende risicobronnen gekeken, namelijk bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door leidingen. Rondom deze bronnen kan sprake zijn van aandachtsgebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. De aandachtsgebieden zijn het: ● brandaandachtsgebied (BAG); ● explosieaandachtsgebied (EAG); ● gifwolkaandachtsgebied (GAG). Referentiesituatie Over het spoor, ten zuiden van het plangebied, vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt deels binnen het brandaandachtsgebied van het spoor. Daarnaast bevindt het plangebied zich volledig binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van het spoor. Het plangebied bevindt zich deels in de PR 10-6-contour van het spoor, zie Figuur 3-10. Ook ligt het plangebied deels in veiligheidszone 4 van de provinciale weg N370 (POV), maar gezien de afstand tot het plangebied is de spoorlijn verreweg dominant in risico. Om deze reden wordt in de volgende subparagraaf ingegaan op de maatregelen ten aanzien van de risico’s van de spoorlijn.
27/57
Figuur 3-10: Uitsnede risicokaart en locatie van hotel, Niemeyer-pand en woonensemble in zwarte omlijning (bron: Atlas Leefomgeving).
Voorgenomen plan en effectbeoordeling Voor de in het gebouw aanwezige gebruiksfuncties geldt dat deze over het algemeen vallen in de categorie ‘kwetsbaar’. Op ruimteniveau geldt dat er op een aantal posities in het gebouw grote groepen personen aanwezig kunnen zijn. Het Niemeyer complex bestaat uit twee losse gebouwen welke middels loopbruggen met elkaar verbonden zijn. Dit betreft het noordelijk en het zuidelijk deel, waarvan het zuidelijk deel het meest dichtbij het spoor is gelegen. In het gebouw zijn kantoren, overlegruimten, bijeenkomstruimten, sport, horeca en retail beoogd. In zowel het noordelijk als zuidelijk deel zijn ruimten/gebieden beoogd waar grote groepen mensen aanwezig kunnen zijn. Het fietspad is niet relevant in het kader van externe veiligheid, aangezien hiermee geen (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties mogelijk worden gemaakt. De beoogde activiteiten brengen geen extra risicovolle activiteiten met zich mee. Voor de beoogde ontwikkeling is een notitie ‘externe veiligheid’ opgesteld, zie bijlage 10. In deze notitie zijn de kaders omtrent externe veiligheid en de mogelijke oplossingsrichtingen geconcretiseerd. De mogelijke oplossingsrichtingen zijn besproken met de Veiligheidsregio Groningen, de gemeente Groningen, abtWassenaar en MWPO en worden hieronder toegelicht.
Aandachtsgebieden en PR 10-6-contour In het ontwerp wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de risico’s die het naastgelegen treinspoor met zich meebrengt. Binnen een zone van 11 meter (PR 10-6-contour) vanaf het spoor is het niet toegestaan om nieuwe gebouwen te realiseren en mag geen concentratie van personen aanwezig zijn. Hier is ook geen sprake van op basis van het ontwerp. Ter plaatse van de (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn een aantal mogelijke scenario’s met betrekking tot externe veiligheid aanwezig. Dit betreffen een plasbrand, gasexplosie en toxische wolk. Er zijn bouwkundige maatregelen vereist om een voldoende veiligheidsniveau te bereiken. Bij de uitwerking van het plan zal hier rekening mee worden gehouden. Vooral de zuidgevel van het Niemeyer-gebouw is georiënteerd in de richting van de risicobron. Binnen het plasbrandaandachtsgebied zullen aanvullende bouwkundige voorzieningen getroffen worden, namelijk een brandwerende gevel. De brandwerendheid van 60 minuten zorgt ervoor dat de aanwezige personen voldoende tijd hebben om het bedreigde gebied te verlaten en daarna het gebouw te ontvluchten richting de noordzijde.
28/57
Voor het explosieaandachtsgebied zijn er twee mogelijke risico’s, namelijk ontploffing van waterstofcilinders en de ontploffing van een LPG-wagon met warme BLEVE als gevolg. De Veiligheidsregio Groningen heeft gegevens over deze risico’s verstrekt. De warme BLEVE, betreft een tot vloeistof verdicht gas welke aan hitte wordt blootgesteld en ontploft. Om de risico’s te beperken zal explosiewerende/scherfvrije beglazing toegepast worden. Voor een mogelijke toxische wolk wordt een mechanische ventilatie voorzien. Gelet op de ligging van het gebouw en de gebruiksfuncties die in het gebouw aanwezig zijn worden alle vluchtroutes richting de noord-, oost- of westzijde van het gebouw gericht. Hiermee wordt voorkomen dat mensen door het gebouw richting de risicozijde vluchten. In bijlage 10 is een uitgebreide toelichting gegeven van de maatregelen per gevel. Een gedeelte van het plangebied (de locatie van het hotel en enkele woningen) bevindt zich binnen veiligheidszone 4 van de POV, wat overeenkomt met het explosieaandachtsgebied. Voor de nieuwbouw worden deels al risicobeperkende maatregelen toegepast, waaronder scherfvrije beglazing. Op voorhand zijn geen significante negatieve effecten te verwachten.
Dagelijkse incidenten Voor zowel dagelijkse incidenten (zoals brand of wateroverlast) als calamiteiten op het gebied van externe veiligheid is een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten essentieel. In Figuur 2-13 wordt hier invulling aan gegeven. Voor brandweer en andere nood- en hulpdiensten zijn beide terreinen goed bereikbaar. Op het Niemeyer terrein is voldoende ruimte voor obstakelvrije aanvalsroutes tussen en rond de gebouwen. Daarnaast is er voldoende bluswater beschikbaar in en rond het gebied. Dit wordt geborgd door te voldoen aan de regels uit de bruidsschat. Het grootste deel van de aanwezigen in het plangebied zal zelfredzaam zijn. Kinderen en ouderen worden wel als verminderd zelfredzaam beschouwd. In geval van nood wordt ervan uitgegaan dat ouders of andere aanwezigen hen kunnen begeleiden bij evacuatie. Aanvullende veiligheidsrisico’s Aangezien omgevingsveiligheid breder is dan uitsluitend externe veiligheid, is met behulp van de Atlas Leefomgeving een inventarisatie uitgevoerd van aanvullende veiligheidsthema’s, zoals brandbare natuur en overstromingsrisico’s. Het plangebied ligt niet in een brandbaar natuurgebied. Ook is er geen sprake van overstromingsrisico’s. In paragraaf 3.8 wordt verder ingegaan op het aspect water. Verder blijkt geen sprake te zijn van een verhoogd veiligheidsrisico voor de aanvullende veiligheidsthema’s.
Conclusie Om een zo veilig mogelijk gebouw te realiseren voor de aanwezige personen, is gekeken naar de verschillende scenario’s, de kwetsbaarheid van de aanwezige gebruiksfuncties en de bezetting van het gebouw. Met de aangegeven bouwkundige voorzieningen in de zuid, oost en west gevel wordt een gebouw gerealiseerd waarbij de aanwezige risico’s zo veel als mogelijk worden beperkt. Deze maatregelen zijn met veiligheidsregio Groningen afgestemd. Tijdens de verdere uitwerking zullen de installatietechnische voorzieningen, de bijbehorende vluchtrouteaanduiding binnen het gebouw verder worden gedimensioneerd. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen uitgesloten worden.
3.6
Natuur
Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van natuur zijn de volgende criteria van belang: ● gebiedsbescherming: aantasting of verstoring van Natura 2000-gebieden of Natuurnetwerk Nederland; ● soortenbescherming: aantasting of verstoring van (leefgebieden van) beschermde soorten. 3.6.1 Soortenbescherming De beoogde ontwikkeling en de gerelateerde werkzaamheden hebben mogelijk invloed op beschermde gebieden, soorten en hun functioneel en/of essentieel leefgebied. Om inzicht te krijgen in deze mogelijk negatieve effecten is een quickscan flora en fauna gedaan voor het Niemeyer-terrein en de beoogde locatie voor het fietspad. In bijlage 11 en 12 zijn deze quickscans opgenomen. De woningbouwlocatie aan de oostzijde van het plangebied is niet meegenomen. Gezien de inrichting en het gebruik van het terrein als parkeerlocatie, is het niet aannemelijk dat (leefgebieden van) beschermde soorten hier voorkomen. Negatieve gevolgen voor flora en fauna op de parkeerlocatie kunnen derhalve worden uitgesloten. 29/57
De aanwezigheid van essentieel leefgebied (Niemeyer-terrein) van de onderstaande beschermde soorten kan niet worden uitgesloten. Dit geldt voor: ● Vogels – algemene broedvogels Voor de algemene broedvogels zal buiten het broedseizoen gewerkt worden of onder begeleiding van een ecoloog. Significant negatieve effecten worden hiermee uitgesloten. ● Zoogdieren – vleermuizen (verblijfplaatsen) De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de voormalige fabriek, waaronder in en nabij te slopen gebouwdelen, kan niet op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten hierop als gevolg van het planvoornemen kunnen tevens niet op voorhand worden uitgesloten. ● Zoogdieren – steenmarter De aanwezigheid van (schuilplaatsen van) steenmarters binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Met het oog op de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten hierop tevens niet op voorhand worden uitgesloten. ● Overige soortgroepen Voor deze soorten geldt een specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Deze specifieke zorgplicht schrijft voor dat men bijvoorbeeld verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Significant negatieve effecten worden uitgesloten.
Er is nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van verblijf-/schuilplaatsen van vleermuizen en steenmarters, zie bijlage 13. Uit het onderzoek blijkt dat voor de gewone dwergvleermuis en steenmarter de geplande werkzaamheden afbreuk kunnen doen aan het leefgebied; in het geval van de gewone dwergvleermuis alleen wanneer de werkzaamheden plaatsvinden aan de noordelijke fabriekshal. Er wordt een ontheffing aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Groningen. Aan deze ontheffing worden voorschriften (mitigerende maatregelen) verbonden. Voor de locatie van het fietspad is nader onderzoek naar boombewonende vleermuizen en vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen noodzakelijk. Indien negatieve effecten worden verwacht, wordt een ontheffing aangevraagd en worden mitigerende maatregelen getroffen. Daarnaast zal er voor de nieuwbouw worden voldaan aan het beleidskader Natuurinclusief bouwen van de gemeente Groningen. Conclusie Door het tijdig treffen van de eventueel noodzakelijke maatregelen kunnen significant nadelige gevolgen worden uitgesloten. 3.6.2 Gebiedsbescherming Referentiesituatie Het plangebied bevindt zich buiten NNN-gebieden en Natura 2000-gebieden, zoals beschreven in 2.1.3. Het plangebied ligt op circa 3,5 kilometer van NNN-gebied (zie Figuur 2-5).