CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Financieel Meerjarenbeeld 2026-2029.pdf

gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente GroningenBij agendapunt: *: VOORJAARSBRIEF 2025 EN FINANCIEEL MEERJARENBEELD 2026-20294.087 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Financieel Meerjarenbeeld 2026-2029

Gemeente Groningen, juni 2025

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2

2. Uitgangspunten in het meerjarenbeeld

3

3. Verschil met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2025

6

1

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

1. Inleiding In het financieel meerjarenbeeld geven we aan wat de verwachte financiële ontwikkelingen zijn in de komende jaren. We presenteren een financieel meerjarenbeeld in het voorjaar en een actualisatie in de gemeentebegroting 2026. In het voorjaar wordt een eerste schatting van de financiële ruimte gemaakt. Die financiële ruimte wordt beïnvloed door de ontwikkeling van het gemeentefonds, de loon- en prijsstijgingen, renteontwikkelingen, de opbrengst van de gemeentelijke belastingen en overige mee- en tegenvallers. We vergelijken het actuele meerjarenbeeld met het meerjarenbeeld dat in de gemeentebegroting 2025 aan uw raad is voorgelegd. In het financieel meerjarenbeeld hebben we het effect van de meicirculaire 2025 betrokken. Het betreft de accresontwikkeling, gedeeltelijke demping van de ravijnkorting, bijstelling als gevolg van de ontwikkeling maatstaven en de afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF). In het raadsvoorstel van de meicirculaire 2025 zijn de afzonderlijke ontwikkelingen uit de circulaire toegelicht. Ook wordt in het meerjarenbeeld rekening gehouden met de rente effecten en andere autonome ontwikkelingen (nominale compensatie, belastingopbrengsten en dergelijke). Het verschil tussen het geactualiseerde meerjarenbeeld en het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2025 ziet er als volgt uit: (bedragen x € 1.000)

Saldo MJB bij begroting 2025 Ontwikkelingen Actueel meerjarenbeeld

2026 88 19.129 19.217

2027 3.205 16.168 19.373

2028 -9.051 18.810 9.759

2029 -18.163 23.366 5.203

Het financieel meerjarenbeeld is verbeterd. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: - De (accres)bijstelling van de september- en decembercirculaire 2024 geven een voordeel op de algemene uitkering van 3 miljoen euro in 2026 oplopend tot 9,1 miljoen euro vanaf 2029. - In de meicirculaire 2025 is het accres bijgesteld door hogere prijs- en volume ontwikkelingen. Ook is de ravijnkorting vanaf 2026 gedeeltelijk gedempt doordat 0,4 miljard vanaf 2026 wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. De ruimte onder het plafond van het BCF blijkt lager te zijn wat leidt tot een nadelige bijstelling. De maatstavenontwikkeling leidt tot verhoging van de uitkeringsfactor van 7/8 punten in alle jaren (4 miljoen euro voordelige bijstelling). Per saldo is het voordeel 16,3 miljoen euro in 2026 oplopend tot 20,0 miljoen euro in 2029. - Op basis van het Cao-voorstel van dit voorjaar en de geactualiseerde prijsontwikkeling van het CPB is de nominale compensatie bijgesteld. Via de nominale compensatie worden budgetten waardevast gehouden voor loon- en prijsontwikkelingen. De nadelige bijstelling bedraagt 3,8 miljoen euro in 2026 oplopend tot 12,3 miljoen euro vanaf 2029. - De ontwikkeling van onze belastinginkomsten zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van de lonen en prijzen. Op basis hiervan is het voordeel 0,7 miljoen euro in 2026 oplopend tot 1,5 miljoen euro vanaf 2029.

- Bijstelling van de renteverwachtingen leidt tot een voordeel van 2,2 miljoen euro in 2026 oplopend tot 3,0 miljoen euro vanaf 2029.

2

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

2. Uitgangspunten in het meerjarenbeeld Om te komen tot een eenduidig meerjarenbeeld is een aantal uitgangspunten vastgesteld. Deze uitgangspunten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Algemeen Als extra budget nodig is werkt dit kostenverhogend. Daarom wordt dit weergegeven als een negatief bedrag. Extra inkomsten en besparingen worden als positieve bedragen weergegeven. Alle bedragen in de tabellen zijn in duizendtallen tenzij anders wordt vermeld. Autonome ontwikkelingen Het uitgangspunt is dat in het meerjarenbeeld wordt aangegeven hoe de financiële ruimte zich ontwikkelt in de komende jaren bij ongewijzigd beleid van de gemeente. Alleen autonome ontwikkelingen worden opgenomen. Voor die ontwikkelingen worden twee criteria gehanteerd: ▪ de ontwikkeling is, voor de gemeente, niet beïnvloedbaar; ▪ de (negatieve) financiële gevolgen van de ontwikkeling kunnen niet door de organisatie zelf worden opgevangen, bijvoorbeeld door het verhogen van de tarieven. Knelpunten (tekorten) bij de uitvoering van bestaand beleid dienen in principe te worden opgevangen binnen de betreffende sector. Dit is mogelijk als sprake is van een keuzemogelijkheid bij de uitvoering van het beleid (is het mogelijk het beleid aan te passen en daarmee kosten te besparen). In dat geval worden dergelijke knelpunten niet in het meerjarenbeeld opgenomen.

Ook de volgende posten worden niet in het meerjarenbeeld opgenomen: • Prijsstijgingen; er wordt per directie een nominale vergoeding verstrekt • Organisatiekosten; deze dienen te worden bekostigd uit efficiencyverbeteringen • PM-posten; posten die niet kwantificeerbaar zijn, kunnen niet worden meegenomen. Extra beleid en hervormingen voorgaande jaren In het meerjarenbeeld is de inzet van de extra beleidsgelden en hervormingen uit voorgaande jaren voor de komende jaren verwerkt. Raming (incidentele) dekking In het meerjarenbeeld is een raming opgenomen van de (incidentele) dekkingsbronnen. In 2026 gaat het om het terugramen van een aantal incidentele posten die zijn opgenomen in de begrotingen van 2023, 2024 en 2025 en de middelen in de meerjarenbegroting voor de jaarschijven 2026-2029. Nominale ontwikkelingen De nominale ontwikkelingen geven weer wat de verwachte stijging van lonen en prijzen is. Deze is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van de verwachte loonontwikkeling en inflatie voor de komende jaren. De loon- en prijsontwikkelingen in voorgaande jaren worden nagecalculeerd. Loonontwikkeling Voor 2025 werkt de CAO 2024 nog voor 0,94% door (3/4 van 1,25%). De ontwikkeling van de sociale lasten in 2025 bedraagt 0,16%. In 2025 geeft het Cao-voorstel- een 2% verhoging vanaf 1 april en 1,85% vanaf 1 oktober. In 2026 bedraagt de verhoging 1,25% vanaf 1 juli.

In 2027 is er een verhoging van 1,6% per 1 januari. De Cao loopt na het eerste kwartaal van 2027 af. Voor de periode na het aflopen van de Cao wordt de raming van het Centraal Planbureau (CEP2024) als basis gebruikt.

3

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

Naast de procentuele loonontwikkeling zijn er nog enkele andere ontwikkelingen in de CAO. Zo moet er een reiskostenregeling zijn vanaf 2026, de thuiswerkvergoeding wordt iets hoger, de toelage onregelmatige dienst wordt verhoogd en voor elke salarisschaal geldt een verhoging van 35 euro. Meerjarig hanteren we deze percentages: 2026: 4,31%, 2027: 5,43%, 2028: 4,0% en 2029: 4,0%. Prijsontwikkeling De prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijsmutatie materiële overheidsconsumptie (imoc). Voor 2026 t/m 2028 houden we conform informatie van het Centraal Planbureau rekening met een prijsontwikkeling van 2,2%. Voor 2029 hanteren we 2,3% als prijsontwikkeling. Nominale compensatie Voor de toekenning van de nominale compensatie telt de loonontwikkeling mee voor 80% en de prijsmutatie voor 20%. Dit leidt voor 2026 tot het volgende percentage nominale compensatie: Nominale compensatie Loon * Prijs Totaal

Perc. 3,21% 2,20%

Factor 80% 20%

Percentage 2,57% 0,44% 3,01%

*) Voor o.a. de reiskostenregeling is bij concernposten een reservering opgenomen (80% van 0,90%). Als duidelijk is hoe de reiskostenregeling wordt vormgegeven zullen de gemeentelijke budgetten hiervoor nog worden gecompenseerd. Daarnaast is voor de TOD 0,20% alvast specifiek toegekend aan directies waarvoor dit gevolgen heeft.

De nacalculatie voor loon en prijsontwikkelingen voorgaande jaren bedraagt 0,16%. Indexatie budget jeugdzorg Met het invoeren van landelijke contractstandaarden voor de inkoop van jeugdzorg zijn afspraken gemaakt over de manier van indexeren en met welk indexcijfer gerekend moet worden. De index die de RIGG toepast voor via de open house gecontracteerde jeugdhulpaanbieders wijkt tot op heden af van de landelijk voorgeschreven bepaling. De RIGG stelt voor om de landelijk voorgeschreven index van 90% OVA en 10% ppc (=prijsindex materiële kosten) ook voor de via open house gecontracteerde jeugdhulpaanbieders te laten gelden. De indexatie jeugdzorg is naar verwachting 4,45% vanaf 2026. Als de uiteindelijke uitkomst hiervan afwijkt actualiseren we onze raming in de begroting 2026. Tarieven Loon- en prijsstijgingen zorgen ervoor dat de kosten voor uitvoering van de gemeentelijke taken hoger worden. Als we de gemeentelijke budgetten niet aanvullen, kunnen we de taken niet meer allemaal uitvoeren en moeten we bezuinigen. Tegenover de kostenstijgingen staat normaal gesproken een stijging van de uitkering uit het gemeentefonds en een stijging van de gemeentelijke inkomsten uit belastingen en leges. De belangrijkste inkomstenbron is de OZB belasting.

Om onze gemeentelijke budgetten op niveau te houden om de gemeentelijke taken te kunnen uitvoeren is het nodig om ook de gemeentelijke inkomsten te verhogen met de loon- en prijsontwikkeling. Dit doen we elk jaar. Nacalculatie voorgaande jaren betreft de twee jaren voorafgaand aan het begrotingsjaar. Stijging tarieven Tariefstijging 2026 (3,01% + 0,72% reiskostenregeling) TOD Nacalculatie 2025 Nacalculatie 2024 Totaal tariefstijging 2026

4

2026 3,73% 0,20% -0,80% 0,96% 4,09%

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

Rente Voor 2026 worden de volgende rentepercentages gebruikt: Gehanteerde rentepercentages 2026 Rente langlopende leningen 2,50% Rente omslag percentage (ROP) 1,60% Grondexploitatie (Grex) rente 1,60% Bij de bepaling van het ROP is als uitgangspunt gehanteerd een verwacht resultaat van nul voor 2026. De percentages van 2026 worden ook toegepast op de volgende jaren. Algemene uitkering De actualisatie van de algemene uitkering is gebaseerd op de ontvangen gemeentefondscirculaires van september en december 2024. In deze beide circulaires is het accres meerjarig geactualiseerd. Ook is het gelukt in dit financieel meerjarenbeeld nog rekening te houden met de ontwikkelingen van de meicirculaire 2025. De mutaties zullen via het raadsvoorstel meicirculaire 2025 worden toegelicht. We hebben in het financieel meerjarenbeeld 2026-2029 al rekening gehouden met: - Het accres is bijgesteld op basis van de geactualiseerde loon- en prijsontwikkelingen en volumeontwikkelingen op basis van de bbp-groei (Centraal Economisch Plan, CPB). - Daarnaast wordt er structureel 0,4 miljard euro vanaf 2026 toegevoegd aan het gemeentefonds om de nog resterende ravijnkorting (+ 2,4 miljard euro) gedeeltelijk te dempen. - De ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF) is structureel geraamd in onze begroting.

Op basis van realisatiecijfers 2024 blijkt de ruimte onder het plafond BCF te zijn afgenomen. Dit leidt tot een nadelige bijstelling van de verwachte structurele ontvangst. - Ontwikkeling van de maatstaven leidt ertoe dat de uitkeringsfactor 7 à 8 punten hoger wordt in ieder van de jaren. Dit geeft een structureel voordelige bijstelling van 4 miljoen euro per jaar.

5

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

3. Verschil met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2025 Het laatste meerjarenbeeld is opgesteld bij het opstellen van de gemeentebegroting 2025. Het financiële meerjarenbeeld is in 2025 verbeterd ten opzichte van het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2025. De grotere mutaties betreffen de ontwikkeling van het gemeentefonds, lonen en prijzen en indexatie van belastinginkomsten. 2026 88 19.129 19.217

Saldo MJB bij begroting 2025 Ontwikkelingen Actueel meerjarenbeeld

2027 3.205 16.168 19.373

2028 -9.051 18.810 9.759

2029 -18.163 23.366 5.203

De ontwikkelingen per jaar bestaan uit de volgende mutaties en deze worden daarna toegelicht. 0 1

2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Nominale ontw. accres gemeentefonds Gemeentefonds – septembercirculaire 2024 Gemeentefonds – decembercirculaire 2024 Gemeentefonds, meicirculaire 2025 MJB-posten ingezet bij reële begroting Rente-effecten Nominale compensatie Belastingen Uitvoeringskosten bezwaar en beroep WOZ Logiesbelasting Voorziening afkoopsom graven Areaalontwikkeling BTW op riolering en afvalstoffenheffing BTW op bouwleges Dividend Enexis en BNG Leges op reisdocumenten Terugloop kapitaallasten Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers GR – GGD Groningen GR – Omgevingsdienst Groningen GR – Groninger Archieven GR – Veiligheidsregio Groningen GR – Noordelijk belastingkantoor Totaal ontwikkelingen

2026

2027

2028

1.400 1.600 16.250 2.155 -3.849 709 -500 428 -18 80 p.m. p.m. 1.311

2.400 2.400 16.000 2.081 -7.742 1.356 428 -6 60 p.m. p.m. 100

3.900 3.500 17.740 2.512 -9.554 1.405 428 -2 40 p.m. p.m. 100

-2 -112 -506 -18 81 -67 187 19.129

-12 -112 -699 -19 62 -247 118 16.168

-20 -112 -898 -20 43 -363 111 18.810

2029 3.837 4.700 4.400 19.970 2.950 -12.300 1.484 428 -3 -50 p.m. p.m. 100 -492 -27 -112 -1.123 -56 -33 -376 69 23.366

0. Nominale ontwikkelingen en accres gemeentefonds jaarschijf 2029 Het accres gemeentefonds bestaat uit een prijs- en volumeaccres. Voor de jaarschijf 2029 is het accres neutraal opgenomen ter dekking voor de loon-, prijs- en volumeontwikkeling. Omdat de volume/ areaalontwikkeling voornamelijk via de opgaven loopt (en niet via het meerjarenbeeld) ontstaat een voordeel van zo’n 3,9 miljoen euro vanaf 2029. 1. Gemeentefonds – septembercirculaire 2024 De ontwikkeling van het accres is geactualiseerd op basis van bijgestelde groeiramingen van het CPB. De bijstelling van de (bbp)prijsontwikkeling heeft een verhogend effect op het acces maar in latere jaren neemt het accres af door een lagere (bbp)volumeontwikkeling. Bijstelling van de ruimte onder het plafond leidt tot een negatieve bijstelling. De ontwikkeling van de maatstaven geeft meerjarig een oplopend voordeel. Per saldo geeft de actualisatie een voordeel van 1,4 miljoen euro in 2026 oplopend tot 4,7 miljoen euro in 2029.

6

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

1. Gemeentefonds – decembercirculaire 2024 In de septembercirculaire is door de fondsbeheerders het accres niet juist verwerkt. De correctie die hiervan het gevolg is leidt tot een voordelige bijstelling van 1,6 miljoen euro in 2026 oplopend tot 4,4 miljoen in 2029. 1. Gemeentefonds – meicirculaire 2025 De begroting 2026 wordt gebaseerd op de uitkomsten van de meicirculaire 2025. Er worden niet alleen mutaties van de circulaire verwerkt maar worden ook de onderliggende maatstaven geactualiseerd naar de laatste inzichten. Voorlopig is de verwachte ontwikkeling: (bedragen x €1 miljoen) Verwachte ontwikkeling volumeaccres Verwachte ontwikkeling prijsaccres Totale ontwikkeling accres Gedeeltelijke demping ravijnkorting Onderuitputting BTW compensatiefonds Ontwikkeling maatstaven Verwachte ontwikkeling MC2025

2026 0,7 7,3 8,0 6,40 -1,85 3,7 16,25

2027 1,6 7,2 8,8 6,75 -1,85 2,3 16,00

2028 1,4 7,7 9,1 6,59 -1,85 3,9 17,74

2029 1,9 8,7 10,6 6,62 -1,85 4,6 19,97

Verwachte ontwikkeling volumeaccres De verwachte bbp-volumeontwikkeling is voor enkele jaren opwaarts bijgesteld. Dit vertaalt zich in een hoger volumeaccres van 0,7 miljoen euro in 2026 oplopend tot 1,9 miljoen euro vanaf 2029. Verwachte ontwikkeling prijsaccres De verwachte bbp-prijsontwikkeling is geactualiseerd. Met name de bijstelling over 2025 is hoger (wordt 3,6% en was 2,7%) wat doorwerkt in de meerjarenraming. De verwachte ontwikkeling van het prijsaccres in 2026 bedraagt 7,3 miljoen euro oplopend tot 8,7 miljoen euro vanaf 2029. Gedeeltelijke demping ravijnkorting In het regeerakkoord Rutte IV zijn gemeenten voor 3,0 miljard euro gekort in het gemeentefonds. Met het schrappen van de verdere oploop van de opschalingskorting is dat eerder teruggebracht naar een korting van 2,4 miljard euro. In de Rijksvoorjaarsnota 2025 is de ravijnkorting met nog eens 0,4 miljard euro verlaagd vanaf 2026 tot een korting van + 2 miljard euro vanaf 2026. Ons aandeel in de gedeeltelijke demping van de ravijnkorting is jaarlijks ruim 6 miljoen euro. Onderuitputting BTW compensatiefonds (BCF) Op basis van de benutting van het BTW compensatiefonds in 2024 is de ruimte onder het plafond BCF opnieuw bepaald. De onderuitputting mogen gemeenten meerjarig betrekken in de ramingen. Doordat de ruimte onder het plafond BCF afneemt is het nadeel 1,85 miljoen euro per jaar.

Ontwikkeling maatstaven (en voordeel uitstel vervanging abonnementstarief Wmo) Meerjarig hebben we de ontwikkeling van het aantal inwoners en woonruimten geactualiseerd naar de meest recente verwachtingen rondom woningbouw en inwonergroei. Er vindt een verschuiving plaats van de groei van het aantal inwoners en het aantal woonruimten naar latere jaren. Ook is het aantal bijstandsontvangers afgenomen. Daarnaast is de uitkeringsfactor in de meicirculaire 2025 in ieder jaar verhoogd met 7 à 8 punten. Dit geeft een structureel voordeel van 4 miljoen euro. In 2026 is door uitstel van de vervanging van het abonnementstarief Wmo een voordelige afwijking van 1,7 miljoen euro. Per saldo is in 2026 het voordeel 3,7 miljoen euro, 2,3 miljoen euro in 2027, 3,9 miljoen euro in 2028 en 4,6 miljoen euro in 2029.

7

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

2. MJB-posten ingezet bij reële begroting Een aantal posten werd in voorgaande jaren als mutatie verrekend met het financieel perspectief maar deze zijn nu betrokken bij de invulling van de taakstelling ‘reële begroting’. Het betreffen: - BUIG - Brandverzekering - Leerlingenvervoer 3. Rente-effecten De omvang van de te financieren vaste activa komt naar verwachting lager uit dan eerder voorzien. Daarnaast ligt de stand van de reserves en voorzieningen hoger (onder andere door bestemming van voordelige resultaten). Aan het begin van 2026 komt de financieringsbehoefte aan langlopende leningen om die redenen lager uit dan voorzien. Rekening houdend met een hogere rentetoevoeging aan de reserves leidt dit per saldo tot een meevaller van 1,1 miljoen euro. Genoemde oorzaken werken door naar latere jaren en de meevaller loopt op tot 1,85 miljoen euro in 2029. Daarnaast is het rente-omslagpercentage met 0,10% verlaagd naar 1,60% waardoor er vanaf een 2026 een voordeel ontstaat van 1,1 miljoen euro vanwege lagere kapitaallasten. 4. Nominale compensatie Nacalculatie van de loon- en prijsontwikkeling over 2024 en 2025 betekent een verhoging van de budgetten met 0,16%. De negatieve bijstelling vanaf 2026 is daarmee minimaal. Werkgevers en bonden hebben een onderhandelingsresultaat bereikt dat in juni wordt voorgelegd aan de vakbondsleden.

Dit loonbod is als uitgangspunt genomen en daarmee vervalt de eerdere inschatting op basis van CPB-ramingen. De belangrijkste afspraken in de Cao zijn: - Loonsverhoging in 2025 per 1 april van 2,0% en per 1 oktober van 1,85% - Loonsverhoging in 2026 per 1 juli van 1,25% en een vaste verhoging van €35 per salarisschaal - Loonsverhoging in 2027 per 1 januari van 1,60% (de Cao loopt na het eerste kwartaal van 2027 af) - Gemeenten zijn verplicht een reiskostenregeling aan te bieden vanaf 2026 - de toelage onregelmatige dienst (TOD) wordt verhoogd met 35% Omdat de impact van de reiskostenregeling en het effect van de TOD verhoging nog niet volledig duidelijk is houden we rekening met een reservering van 0,9% bij de concernposten. Zodra dit helder is zullen de budgetten gericht worden gecompenseerd voor deze effect ten laste van de reservering. Voor de prijsontwikkeling is meerjarig aangesloten bij de raming conform het CEP2025. Voor 2026 is het percentage OVA (voor indexering jeugd) geraamd op 4,45% (was 3,48%). Daarnaast is het jeugdbudget toegenomen t.o.v. de begroting 2025. Hierdoor ontstaat een nadelige bijstelling. Gesubsidieerde instellingen indexeren we op basis van de nominale ontwikkeling in het jaar T-2. De indexatie voor 2024 en 2025 is naar boven bijgesteld en dit werkt door in een hogere indexatie voor 2026 en 2027.

Het financiële effect dat per saldo ontstaat is een nadeel van 3,8 miljoen euro in 2026 oplopend tot een nadeel van 12,3 miljoen euro vanaf 2029. 5. Belastingen De ontwikkeling van onze belastinginkomsten zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van de lonen en prijzen. Daarnaast vindt er voor de belastingtarieven nacalculatie plaats van de tarieven over voorgaande jaren (2024 en 2025: +0,16%). De bijstelling bedraagt 0,7 miljoen euro in 2026 oplopend tot 1,5 miljoen euro vanaf 2029.

8

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

6. Uitvoeringskosten bezwaar en beroep WOZ In afgelopen jaren zijn er als gevolg van grote hoeveelheid bezwaar- en beroepschriften hogere uitvoeringskosten gemaakt voor de afhandeling van deze extra WOZ-bezwaren en beroepen. Daarnaast zijn ook de uitgekeerde proceskostenvergoedingen afgelopen jaren gestegen. Door in werking treden van nieuwe wetgeving verwachten wij op termijn, dat de proceskostenvergoedingen zullen teruglopen. Vanaf 2024 heeft het Noordelijk Belastingkantoor (NBK) ingezet op een kwaliteitsimpuls door extra inzet op het waarderen van de WOZ-objecten. Wij verwachten hierdoor op termijn een vermindering van het aantal bezwaren en de toegekende proceskostenvergoedingen. In de begroting is vanaf 2025 rekening gehouden met terugkeer naar het oude kostenniveau van voor de kostenstijgingen. Wij zien nog geen terugloop van kosten in boekjaar 2024. Het komt daarom te vroeg om meerjarig terug te keren naar oude kostenniveau in de begroting. Voor 2026 schatten wij dat de kosten 500 duizend euro hoger zijn. 7. Logiesbelasting Op verzoek van de hotelsector worden de tarieven van de logiesbelasting niet jaarlijks maar driejaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen. Hierdoor is er stabiliteit in de tarieven. De voorgestelde tariefverhoging leidt tot een extra opbrengst van 428 duizend euro vanaf 2026. 8.

Voorziening afkoopsom graven Het afgekochte grafonderhoud loopt via een voorziening, conform voorschriften van het BBV. Jaarlijks vindt er een onttrekking aan de voorziening plaats ter hoogte van het in dat jaar benodigde onderhoudsbedrag. Daarnaast storten we jaarlijks een bedrag bij voor een (nieuw tiende) jaar. De hoogte van deze jaarlijkse bijstorting wordt elk jaar, bij het opstellen van de begroting, geactualiseerd op basis van gedetailleerde overzichten van al het afgekochte onderhoud. De voorziening moet in de jaarrekening van voldoende omvang zijn om de kosten voor de komende tien jaren te kunnen dekken. Dit betekent een beperkt hogere jaarlijkse dotatie aan de voorziening. 9. Areaalontwikkeling De benodigde budgetten voor het onderhoud aan de openbare ruimte door ontwikkelingen in het areaal is geactualiseerd ten opzichte van de begroting 2025. In 2026 leidt dit tot een voordeel van 80 duizend euro, in 2027 een voordeel van 60 duizend euro, in 2028 een voordeel van 40 duizend euro en in 2029 een nadeel van 50 duizend euro. 10. BTW op riolering en afvalstoffenheffing P.m. 11. BTW op bouwleges P.m. 12. Dividenden Enexis en BNG In 2026 is sprake van een incidenteel voordeel van 1,211 miljoen euro omdat we het verwachte dividend over onze Enexis hebben verwerkt.

(Het dividend wordt incidenteel geraamd omdat we in ons weerstandsvermogen rekening hebben gehouden met de opbrengst van een eventuele verkoop). Op basis van het jaarverslag van de BNG hebben we onze jaarlijkse dividendverwachting met 100 duizend euro verhoogd tot 840 duizend euro vanaf 2026. 13. Leges op reisdocumenten In 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Hierdoor lopen de inkomsten terug. Een deel van de lagere inkomsten wordt gecompenseerd door lagere personele inzet. In 2029 verwachten we ten opzichte van 2028 een inkomstendaling van 660 duizend euro. De verwachte kostendaling is 168 duizend euro zodat het nadeel 492 duizend euro bedraagt in 2029.

9

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029

14. Terugloop kapitaallasten Dit betreffen specifieke investeringen waarvan de afnemende kapitaallasten terugvallen naar meerjarenbeeld. De impact is beperkt en loopt op tot een nadeel van 27 duizend euro in 2029. 15. Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers Het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is gewijzigd. Daarmee krijgen raadsleden aanspraak op een vergoeding om voorzieningen te kunnen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen 112 duizend euro. 16. GR – GGD Groningen Op basis van de conceptbegroting van de GGD Groningen is onze bijdrage meerjarig bijgesteld. De begroting bevat geen nieuwe beleidsvoorstellen. De meerjarenbegroting van de GR is, in afwijking van vorige begrotingen, niet geïndexeerd. De meerjarenbegroting van onze gemeente houdt wel rekening met toekomstige loon- en prijsontwikkelingen. Daarom hebben we conform de gedragslijn uit eerdere begrotingen van de GGD (voorheen PG&Z) de indexering meerjarig op 2,5% gesteld. De extra bijdrage in 2026 is 508 duizend euro en wordt vooral veroorzaakt door de actualisatie van loon- en prijsontwikkelingen. Meerjarig loopt de extra bijdrage op tot 1,1 miljoen euro in 2029. 17.

GR- Omgevingsdienst Groningen De deelnemersbijdrage is gebaseerd op de te verwachten jaaropdracht per deelnemer; rekening houdend met de ondergrens van het regionale beleid. De nadelige bijstelling bedraagt 18 duizend euro in 2026, 19 duizend euro in 2028, 20 duizend euro in 2029 en 56 duizend euro vanaf 2030. 18. GR - Groninger Archieven De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd. De bijstelling als gevolg van actualisatie van lonen en prijzen bedraagt 19 duizend euro in 2026 oplopend tot 133 duizend euro vanaf 2029. De omzetbelasting op uitgaven kan worden verhaald bij het BTW compensatiefonds. Hiermee werd in de begroting nog geen rekening gehouden. Het voordeel bedraagt jaarlijks circa 100 duizend euro. 19. GR - Veiligheidsregio Groningen De bijdragen aan de GHOR, crisisbeheersing en de gemeentelijke kolom worden bepaald aan de hand van het aantal inwoners. De bijdrage aan het programma brandweer is naar een verdeelsleutel op basis van het aandeel voor brandweerzorg in het gemeentefonds. Onze bijdrage neemt toe met 67 duizend euro in 2026 oplopend tot 376 duizend euro in 2029. 20. GR – Noordelijk belastingkantoor De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd.

De bijstelling loopt voor een deel via de toerekening aan (kostendekkende) tarieven en voor een deel via het financieel meerjarenbeeld. De bijstelling bedraagt 187 duizend euro voordelig in 2026 aflopend tot 69 duizend euro in 2029.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5191/documents/88932