Bijlage 2. Financieel Meerjarenbeeld 2024-2027.pdf
Tekst van het document
Financieel Meerjarenbeeld 2024-2027
Gemeente Groningen, juni 2023
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2
2. Uitgangspunten in het meerjarenbeeld
3
3. Verschil met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2023
6
1
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
1. Inleiding In het financieel meerjarenbeeld geven we aan wat de verwachte financiële ontwikkelingen zijn in de komende jaren. We presenteren een financieel meerjarenbeeld in het voorjaar en een actualisatie in de gemeentebegroting 2024. In het voorjaar wordt een eerste schatting van de financiële ruimte gemaakt. Die financiële ruimte wordt beïnvloed door de ontwikkeling van het gemeentefonds, de loon- en prijsstijgingen, renteontwikkelingen, de opbrengst van de gemeentelijke belastingen en overige mee- en tegenvallers. We vergelijken het actuele meerjarenbeeld met het meerjarenbeeld dat in de gemeentebegroting 2023 aan uw raad is voorgelegd. De laatst bekende informatie vanuit het gemeentefonds (septembercirculaire 2022) is verwerkt in het meerjarenbeeld. Daarnaast is in het meerjarenbeeld rekening gehouden met de rente effecten en andere autonome ontwikkelingen (nominale compensatie, belastingopbrengsten en dergelijke). Het effect van de meicirculaire 2023 van het gemeentefonds kon in dit financiële meerjarenbeeld nog niet worden betrokken. Wel is op basis van de Voorjaarnota van het Rijk alvast een bijstelling van het accres opgenomen. Op dit moment is er nog onduidelijkheid over het financiële ravijn vanaf 2026.
De minister van BZK heeft toegezegd dat in de meicirculaire 2023 meer duidelijkheid wordt verstrekt over de verruiming van het belastinggebied en de meerjarige ontwikkeling van het gemeentefonds. In het raadsvoorstel meicirculaire 2023 zullen we uw raad hierover verder informeren wanneer de meicirculaire 2023 die informatie daadwerkelijk bevat. Het verschil tussen het geactualiseerde meerjarenbeeld en het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2023 ziet er als volgt uit: (bedragen x € 1.000)
Saldo MJB bij begroting 2023 Ontwikkelingen Actueel meerjarenbeeld
2024 4.455 -13.230 -8.775
2025 21.499 -14.804 6.695
2026 -15.350 -4.533 -19.883
2027 -2.593 -8.416 -11.009
Behoedzaamheidsbuffer, begroting 2023 Actueel MJB na inzet behoedzaamheidsbuffer
12.000 3.225
15.300 21.995
8.600 -11.283
-11.009
Het financieel meerjarenbeeld is verslechterd. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: - Sinds 2020 wordt de septembercirculaire niet meer in de begroting verwerkt. Verwerking van deze circulaire in dit meerjarenbeeld betekent een voordeel van 5,4 miljoen euro in 2024 oplopend tot 6,9 miljoen euro in 2027. Voor 2026 bedraagt het voordeel 23 miljoen euro, met name als gevolg van het extra incidentele accres van 14,8 miljoen euro; - In mei heeft het Rijk de Voorjaarsnota gepubliceerd. Hierin is de bijstelling van het accres voor de ontwikkeling van lonen en prijzen opgenomen. Een hogere loon- en prijsbijstelling werkt door in het accres gemeentefonds. We ramen een extra 9,7 miljoen euro in 2024 oplopend tot 18,3 miljoen euro in 2027. Daarnaast wordt vanaf 2027 aanvullend 14,8 miljoen accres ontvangen en wordt er rekening gehouden met een volumeaccres vanaf 2027; - De nominale compensatie is bedoeld om de koopkracht van de gemeentelijke budgetten op niveau te houden. De ontwikkeling van de prijzen en de lonen is fors bijgesteld ten opzichte van de begroting 2023. Dit leidt tot een nadeel van 18,9 miljoen euro in 2024 oplopend tot 40,1 miljoen euro in 2027; - Om stijgende lonen en prijzen te kunnen dekken moeten ook onze belastingen stijgen. Dit leidt tot een bijstelling van 3,6 miljoen euro 2024 oplopend tot 7,5 miljoen euro in 2027.
- Het volume aan toekomstig aan te trekken leningen is toegenomen. Door stijging van de rentetarieven is het duurder om te lenen en stijgt de ROP. Ook is er geen verschil tussen de lange en de korte rentetarieven zodat we ons mismatch-voordeel moeten laten vervallen in de raming. Het nadeel bedraagt 2,6 miljoen euro in 2024 oplopend tot 5,3 miljoen in 2027.
2
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
2. Uitgangspunten in het meerjarenbeeld Om te komen tot een eenduidig meerjarenbeeld is een aantal uitgangspunten vastgesteld. Deze uitgangspunten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Algemeen Als extra budget nodig is werkt dit kostenverhogend. Daarom wordt dit weergegeven als een negatief bedrag. Extra inkomsten en besparingen worden als positieve bedragen weergegeven. Alle bedragen in de tabellen zijn in duizendtallen tenzij anders wordt vermeld. Autonome ontwikkelingen Het uitgangspunt is dat in het meerjarenbeeld wordt aangegeven hoe de financiële ruimte zich ontwikkelt in de komende jaren bij ongewijzigd beleid van de gemeente. Alleen autonome ontwikkelingen worden opgenomen. Voor die ontwikkelingen worden twee criteria gehanteerd: ▪ de ontwikkeling is, voor de gemeente, niet beïnvloedbaar; ▪ de (negatieve) financiële gevolgen van de ontwikkeling kunnen niet door de organisatie zelf worden opgevangen, bijvoorbeeld door het verhogen van de tarieven. Knelpunten (tekorten) bij de uitvoering van bestaand beleid dienen in principe te worden opgevangen binnen de betreffende sector. Dit is mogelijk als sprake is van een keuzemogelijkheid bij de uitvoering van het beleid (is het mogelijk het beleid aan te passen en daarmee kosten te besparen). In dat geval worden dergelijke knelpunten niet in het meerjarenbeeld opgenomen.
Ook de volgende posten worden niet in het Meerjarenbeeld opgenomen: • Prijsstijgingen; er wordt per directie een nominale vergoeding verstrekt • Organisatiekosten; deze dienen te worden bekostigd uit efficiencyverbeteringen • PM-posten; posten die niet kwantificeerbaar zijn, kunnen niet worden meegenomen. Extra beleid en hervormingen voorgaande jaren In het meerjarenbeeld is de inzet van de extra beleidsgelden en hervormingen uit voorgaande jaren voor de komende jaren verwerkt. Raming (incidentele) dekking In het meerjarenbeeld is een raming opgenomen van de (incidentele) dekkingsbronnen. In 2024 gaat het om het terugramen van een aantal incidentele posten die zijn opgenomen in de begrotingen van 2021, 2022 en 2023 en de middelen in de meerjarenbegroting voor de jaarschijven 2024-2027. Nominale ontwikkelingen De nominale ontwikkelingen geven weer wat de verwachte stijging van lonen en prijzen is. Deze is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van de verwachte loonontwikkeling en inflatie voor de komende jaren. Loonontwikkeling Het Cao-bod van 2% per 1 januari 2023, een hogere thuiswerkvergoeding en een vaste maandelijkse loonverhoging van 240 euro werken structureel door in de loonontwikkeling. Daarentegen zijn de sociale lasten in 2023 1,53% lager dan geraamd. Per saldo zijn de hogere loonkosten in 2023: 3,32%.
Voor 2024 houden we voor de loonkosten conform het CEP2023 rekening met een ontwikkeling van 5,2%. Ook vanaf 2025 volgen we de ramingen van het CPB (loonvoet sector overheid).
3
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
Prijsontwikkeling De prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijsmutatie materiële overheidsconsumptie (imoc). Voor 2023 houden we conform de informatie van het Centraal Planbureau (CEP2023) rekening met een prijsontwikkeling van 3,9%. Ook in de jaren vanaf 2024 volgen we de raming van het CEP2023. Nominale compensatie Voor de toekenning van de nominale compensatie telt de loonontwikkeling mee voor 80% en de prijsmutatie voor 20%. Dit leidt voor 2024 tot het volgende percentage nominale compensatie: Nominale compensatie Loon Prijs Totaal
Perc. 5,20% 3,90%
Factor 80% 20%
Percentage 4,16% 0,78% 4,94%
Regionaal is afgesproken dat het budget Jeugdzorg de OVA-indexatie volgt zoals kan worden afgeleid uit het Centraal Economisch Plan (OVA staat voor overheidsbijdrage in de arbeidskosten). Vanaf 2024 indexeren we (op basis van regionale afspraken) het budget voor de Jeugdzorg met de OVA zoals dit door de RIGG wordt gegeven. De nacalculatie over de voorgaande jaren loopt nog via de reguliere systematiek. Vanaf de begroting 2025 wordt de OVA én de nacalculatie toegepast volgens de opgave van het RIGG. Ontwikkeling indexatie Jeugdbudget 2024 Contractloonmutatie 4,80% Incidentele loonontwikkeling 0,30% Mutatie sociale lasten/pensioenen -0,16% OVA ontwikkeling 2024: 4,94% Nacalculatie 2023 (6,36% - 3,72%) 2,64% 7,58% Tarieven Loon- en prijsstijgingen zorgen ervoor dat de kosten voor uitvoering van de gemeentelijke taken hoger worden. Als we de gemeentelijke budgetten niet aanvullen, kunnen we de taken niet meer allemaal uitvoeren en moeten we bezuinigen. Tegenover de kostenstijgingen staat normaal gesproken een stijging van de uitkering uit het gemeentefonds en een stijging van de gemeentelijke inkomsten uit belastingen en leges. De belangrijkste inkomstenbron is de OZB belasting. Om onze gemeentelijke budgetten op niveau te houden om de gemeentelijke taken te kunnen uitvoeren is het nodig om ook de gemeentelijke inkomsten te verhogen met de loon- en prijsontwikkeling.
Dit doen we elk jaar. Als we dit niet doen leidt dit tot een aanzienlijke bezuinigingsopgaven (3,6 miljoen euro structureel vanaf 2024 oplopend naar 7,5 miljoen structureel in 2027). De tarieven (waaronder de OZB) worden aangepast met de nominale ontwikkelingen gecorrigeerd met de nacalculaties over de voorgaande jaren. In de begroting 2023 is voor de stijging van de tarieven van de OZB rekening gehouden met de hogere loon- en prijsontwikkeling ten opzichte van het voorjaar. Voor de overige tarieven is bij de begroting 2023 nog geen rekening gehouden met deze hogere loon- en prijsontwikkeling. Vandaar dat voor 2024 sprake is van twee percentages: Stijging tarieven OZB Tariefstijging 2024 Nacalculatie 2022 Nacalculatie 2023 Totaal tariefstijging 2024
2024 4,94% -0,54% 2,62% 7,02%
4
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
Stijging overige tarieven Tariefstijging 2024 Nacalculatie 2021 Nacalculatie 2022 Nacalculatie 2023 Totaal tariefstijging 2024
2024 4,94% -0,06% 0,20% 3,32% 8,40%
Rente Voor 2024 worden de volgende rentepercentages gebruikt: Gehanteerde rentepercentages 2024 Rente langlopende leningen 3,00% Rente omslag percentage (ROP) 1,75% Grondexploitatie (Grex) rente 1,87% Bij de bepaling van het ROP is als uitgangspunt gehanteerd een verwacht resultaat van nul voor 2024. De percentages van 2024 worden ook toegepast op de volgende jaren. Algemene uitkering De actualisatie van de algemene uitkering is gebaseerd op de laatst ontvangen gemeentefonds circulaire. De laatst ontvangen circulaire betreft de septembercirculaire 2022 en is verwerkt in dit financieel meerjarenbeeld. Vooruitlopend op de meicirculaire 2023 is in het meerjarenbeeld rekening gehouden met de financiële effecten op het gemeentefonds zoals opgenomen in de Voorjaarsnota van het Rijk. In het raadsvoorstel meicirculaire 2023 zullen eventuele afwijkingen worden toegelicht.
5
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
3. Verschil met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2024 Het laatste meerjarenbeeld is opgesteld bij het opstellen van de gemeentebegroting 2023. Het financiële meerjarenbeeld is in 2023 verslechterd ten opzichte van het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2023. De grotere mutaties betreffen de ontwikkeling van lonen en prijzen en de renteontwikkelingen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste verschillen toegelicht. 2024 4.455 -13.230 -8.775
Saldo MJB bij begroting 2023 Ontwikkelingen Actueel meerjarenbeeld
2025 21.499 -14.804 6.695
2026 -15.350 -4.533 -19.883
2027 -2.593 -8.416 -11.009
De ontwikkelingen per jaar bestaan uit de volgende mutaties en deze worden daarna toegelicht.
1
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
Jaarlijkse ontwikkelingen Gemeentefonds, september/decembercirculaire 2022 Gemeentefonds, accres MC2023 o.b.v. VJN Rijk Gemeentefonds, aanvullend accres Gemeentefonds, reservering volumeaccres Rente-effecten Nominale compensatie Belastingen Dividenden Enexis en BNG Voorziening afkoopsom graven Areaalontwikkeling Terugloop kapitaallasten Legesinkomsten reisdocumenten Stationsgebied – oploop kapitaallasten 2024 en 2025 Proceskostenvergoeding belastingen GR – PG&Z GR – Noordelijke belastingkantoor GR – Groninger Archieven GR – Veiligheidsregio Groningen GR – Omgevingsdienst Groningen BTW op riolering Actualisatie BUIG-budget
Overige ontwikkelingen 19 Energiekosten 20 Namenrecht – dubbele geslachtsnaam 21 Herverdeling uitvoeringskosten belastingen 22 Vrijval budget areaaluitbreiding sociaal domein 23 Bovenwijkse voorzieningen Meerstad 24 Herverdeeleffecten toerekening overhead - tarieven 25 Verzelfstandiging GGD 26a Warmtenet Noordwest (voorbeslag) - Gemeente 26b Warmtenet Noordwest (voorbeslag) - Waterbedrijf 27 Westpoort – vrijval kapitaallasten Totaal ontwikkelingen
2024
2025
2026
2027
5.455 9.700
6.546 16.400
23.144 17.600
-2.570 -18.874 3.579 1.230 -24 -70 -13
-2.695 -28.416 5.363 105 -10 -140 9
-4.012 -35.483 6.656 105 -8 -195 31
-314 -410 -908 -44 -104 -2.529 -676 -44 657
-832
-832
6.899 18.300 14.800 2.400 -5.292 -40.133 7.460 105 -7 -245 52 23 -832
-919 -88 -136 -2.913 -739 -3 792
-794 -89 -158 -3.236 -762 -2 630
-770 -67 -167 -3.437 -813 -27 463
-6.500
-6.500
-6.500
-377 189 -375 -450 180 -122,5 -122,5 450 -14.804
-377 189 -375 -450 180 -122,5 -122,5 450 -4.533
-377 189 -375 -450 180 -122,5 -122,5 450 -8.416
-6.500 -143 -377 189 -375 -450 180 -122,5 -122,5 450 -13.230
6
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
1. Gemeentefonds, september-/decembercirculaire 2022/voorjaarsnota Rijk De raming van het gemeentefonds is geactualiseerd op basis van de septembercirculaire 2022. Het geraamde accres is ten opzichte van de meicirculaire 2022 bijgesteld voor een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling. (In de begroting 2023 was hier al gedeeltelijk op geanticipeerd). De extra opbrengst bedraagt 2,4 miljoen euro in 2024, 3,2 miljoen euro in 2025, 4,0 miljoen euro in 2026 en 2,7 miljoen euro vanaf 2027. Daarnaast is er door het Rijk eenmalig een extra bedrag toegevoegd aan het gemeentefonds in 2026. Voor ons betreft dit een ontvangst van 14,8 miljoen euro. Bijstelling van de verwachte ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds leidt tot een voordeel van 0,1 miljoen euro vanaf 2024. Overige ontwikkelingen leiden tot een voordeel van 2,9 miljoen euro in 2024 oplopend tot 4,1 miljoen euro in 2027. Per saldo is het voordeel 5,4 miljoen euro in 2024, 6,5 miljoen euro in 2025, 23,1 miljoen euro in 2026 en 6,9 miljoen euro vanaf 2027. Daarnaast is hier opgenomen het voordelige concernresultaat van de decembercirculaire 2022 van 56 duizend euro in 2024 en 47 duizend euro in 2025 en 2026. In de Voorjaarsnota van het Rijk is de ontwikkeling van het accres gemeentefonds opgenomen.
Dit geeft een actualisatie van het accres 2022-2027 gebaseerd op de ontwikkeling van lonen en prijzen conform de inschatting van het Centraal Planbureau. Normaal ligt het accres 2022 al vast bij de meicirculaire 2022. Door de uitzonderlijke stijging van de prijzen is hier nu eenmalig van afgeweken. De loonontwikkeling is in 2022 door het CPB bijgesteld van 4,3% naar 6,5%. Deze stijging is evenwel niet betrokken in de nacalculatie van het accres 2022. Het aanvullend accres van 14,8 miljoen euro dat in 2026 beschikbaar was gesteld wordt vanaf 2027 structureel verstrekt. Daarnaast wordt er vanaf 2027 een volumeaccres verstrekt. Voor 2027 wordt hiervoor 150 miljoen euro gereserveerd. Ons aandeel hierin bedraagt 2,4 miljoen euro. De meicirculaire 2023 geeft nog nadere informatie over de ontwikkeling van het gemeentefonds. De ontwikkeling van maatstaven en de ontwikkeling van de uitkeringsfactor leiden dan nog tot resultaat. 2. Rente-effecten Het rentenadeel bedraagt 2,6 miljoen euro in 2024 en loopt op tot 5,3 miljoen euro in 2027. Dit nadeel bestaat uit een aantal componenten: - we hebben onze verwachting van de lange termijnrente voor nieuwe leningen verhoogd van 2,00% naar 3,00%.
Dit leidt tot hogere rentelasten; - Het financieringsvolume is toegenomen ten opzichte van de verwachting in de begroting 2023, vooral in verband met de kwantificering van de financieringsbehoefte voor de strategische investeringsopgaven vanuit het coalitieakkoord; - in de begroting hanteren we een taakstelling van 475 duizend euro die werd ingevuld met korte mismatchfinanciering (financiering vaste activa met kortlopende leningen). Het niveau van de korte rente wijkt momenteel niet af van de lange renteverwachting (3%). Daarom ramen we vanaf 2024 niet langer een voordeel uit mismatchfinanciering. 3. Nominale compensatie De nominale compensatie is bedoeld om de koopkracht van de gemeentelijke budgetten op niveau te houden. De nominale compensatie wordt bepaald door een gewogen gemiddelde van verwachte loon- en prijsontwikkeling. Voor de loonontwikkeling is het Cao-bod voor 2023 structureel verwerkt. We hebben in onze raming de prijsontwikkeling conform het CEP2023 (van het CPB) bijgesteld. Dit is een prijsstijging van 5,9% (2023), 3,9% (2024) en 1,60% (vanaf 2025). Voor de loonontwikkeling is het Cao-bod voor 2023 verwerkt. Onze loonstijging bedraagt 6,92% in 2023 en is daarmee fors hoger dan de 4% waarmee door het CPB in het Centraal economisch plan is gerekend. Voor de ontwikkeling van de lonen zijn de ramingen van het CEP geactualiseerd en vanaf 2024 overgenomen.
Dit betekent een loontonwikkeling van: 5,20% (2024), 5,80% (2025), 4,80% (2026) en 4,20% (2027). Naast de loon- en prijsontwikkeling zijn de budgetten voor inleen van personeel bijgesteld. Vanaf 2023 geldt dat een eindejaarsuitkering moet worden verstrekt conform de gemeentelijke CAO. 7
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
De bijstelling van de loon- en prijsontwikkeling leidt ten opzichte van de begroting 2023 tot een neerwaartse bijstelling van 18,9 miljoen in 2024 euro oplopend tot 40,1 miljoen euro in 2027. Samengevat is de loon- en prijsontwikkeling t.o.v. de begroting 2023: Ontwikkeling van de nominale compensatie - Actuele inschatting MJB2023-2027 - Inschatting begroting 2023
2023 6,72% 3,40% +3,32%
2024 4,94% 3,60% +1,34%
2025 4,96% 3,52% +1,44%
2026 4,16% 3,26% +0,90%
2027 3,68% 3,26% +0,42%
4. Belastingen Het tariefstijgingspercentage wordt berekend op basis van de nominale compensatie. Als gevolg van een hogere nominale compensatie ten opzichte van het vorige meerjarenbeeld, stijgt het percentage waarmee de tarieven stijgen. Op basis van een voorlopige inschatting betekent dit in 2024 een tariefstijging van 7,02% (raming begroting 2023: 3,6%). We verwachten een toename van de opbrengsten van 3,6 miljoen euro in 2024 oplopend tot 7,5 miljoen euro in 2027. 5. Dividenden Enexis en BNG In 2023 is sprake van een incidenteel voordeel van 1,125 miljoen euro omdat we het verwachte dividend over onze Enexis hebben verwerkt. (Het dividend is incidenteel geraamd omdat we in ons weerstandsvermogen rekening hebben gehouden met de opbrengst van een eventuele verkoop). Onze dividendraming BNG verhogen we vanaf 2024 met 105 duizend euro (tot 845 duizend euro). 6. Voorziening afkoopsom graven Het afgekochte grafonderhoud loopt via een voorziening, conform voorschriften van het BBV. Jaarlijks vindt er een onttrekking aan de voorziening plaats ter hoogte van het in dat jaar benodigde onderhoudsbedrag. Daarnaast storten we jaarlijks een bedrag bij voor een (nieuw tiende) jaar. De hoogte van deze jaarlijkse bijstorting wordt elk jaar, bij het opstellen van de begroting, geactualiseerd op basis van gedetailleerde overzichten van al het afgekochte onderhoud.
De voorziening moet in de jaarrekening van voldoende omvang zijn om de kosten voor de komende tien jaren te kunnen dekken. Dit betekent een beperkt hogere jaarlijkse dotatie aan de voorziening. 7. Areaalontwikkeling De benodigde budgetten voor het onderhoud aan de openbare ruimte door ontwikkelingen in het areaal is geactualiseerd ten opzichte van de begroting 2023. In 2024 leidt dit tot een nadeel van 70 duizend euro, in 2025 een nadeel van 140 duizend euro, in 2026 een nadeel van 195 duizend euro en in 2027 een nadeel van 245 duizend. 8. Terugloop kapitaallasten Dit betreffen specifieke investeringen waarvan de afnemende kapitaallasten terugvallen naar meerjarenbeeld. De impact is beperkt en loopt op tot een voordeel van 52 duizend euro in 2027. 9. Legesinkomsten reisdocumenten In 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Hierdoor lopen de inkomsten terug. Een deel van de lagere inkomsten wordt gecompenseerd door lagere personele inzet. De inschatting is geactualiseerd en leidt tot een voordeel van 23 duizend euro in 2027.
8
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
10. Investeringsprojecten – kapitaallasten In de begroting zijn in voorgaande jaren investeringsprojecten opgenomen bij de opgaven waarvan de kapitaallasten jaarlijks toenemen. In onderstaand overzicht zijn deze projecten opgenomen met de bedragen waarmee de structurele kapitaallasten toenemen. Bijvoorbeeld: bij de begroting 2019 is een jaarlijkse toename van de kapitaallast binnenstad opgenomen van 180 duizend euro per jaar: dit resulteert in een beschikbare kapitaallast van (8 x 180 duizend euro) 1,440 miljoen euro vanaf 2027: BGR
Investeringsopgave
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2019 2019 2019 2019 2022 2023 2023 2023
Binnenstad Stadshavens Suikerzijde Stationsgebied Martiniplaza (onderhoud) Sontweg (bijdrage VRG) Huisvestingsplan onderwijs Bewegingsonderwijs: Accommodatie-vervanging Bewegingsonderwijs: Accommodatie-uitbreiding Nieuw muziekcentrum Martiniplaza (nieuwbouw) Fietsparkeren zuid en west
180 200
180 200
180 200
180 200 460 518* 195
180 200 460
200 460
200 460
1.422 130
180 200 460 314* 30
180 200 460
400
180 200 460 134 170
102
54
82
460
460
460
460
61 400 460
460
1.440 2.000 3.220 2.788 932 400 2.760
350
350
100
900
1.700
2023 2023 2023 2023
p.m. 100
200
200
p.m. 300
p.m.
2030
Totaal
108
600 2.000 p.m. 1.000
2.000 p.m.
2.000 p.m.
1.000
p.m.
6.000 p.m. 1.400
*) Voor het Stationsgebied was voor 2024 en 2025 in het saldo van het financieel meerjarenbeeld nog geen rekening gehouden met deze oploop van kapitaallasten. Daarom is als mutatie een structurele kapitaallast van 314 duizend euro opgenomen in 2024 en 832 (314+518) duizend euro vanaf 2025.
11. Proceskostenvergoeding belastingen Het bedrag aan uitgekeerde proceskostenvergoeding is sterk gestegen. Het aantal bureaus dat namens woningeigenaren bezwaarprocedures tegen de WOZ-waarde voert, neemt toe. Deze bureaus werken gratis. (‘no-cure-no-pay’). Bij een succesvol bezwaarschrift heeft de burger het voordeel van een lagere WOZ-waarde en daarmee een belastingvoordeel. Het bureau ontvangt de wettelijke vergoeding voor de gemaakte proceskosten. Het Rijk heeft aangekondigd maatregelen te gaan nemen tegen de WOZ-bezwaarbureaus. Die moeten in de loop van 2024 in gaan. Omdat de WOZ-waarden al vroeg in het jaar vastgesteld worden, gaan we voor 2024 nog uit van een bedrag aan uit te keren proceskostenvergoedingen van 715 duizend euro. Het beschikbare budget bedraagt 305 duizend euro zodat we aanvullend 410 duizend euro beschikbaar stellen in 2024. 12. GR – Publieke Gezondheid & Zorg (PG&Z) Op basis van de ontwerpbegroting 2024 van PG&Z hebben we onze bijdrage geactualiseerd. In de begroting 2023 was er rekening gehouden met een meerjarige loon- en prijsontwikkeling van 2,5%. De reeks vanaf 2024 is in de ontwerpbegroting 2023 ongewijzigd maar voor het jaar 2024 is het bijgesteld van 2,5% naar 6,20%. Dit betekent naar verwachting een hogere bijdrage van ruim 400 duizend euro per jaar.
In de begroting 2024 vraagt PG&Z om extra investeringen voor de bedrijfsvoering en als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving . Op basis van ons aandeel in de gemeenschappelijke regeling betekent dit een aanvullende bijdrage van 62 duizend euro vanaf 2024 en 135 duizend euro incidenteel voor 2024 en 2025. Sinds 2019 hebben we in onze begroting een bezuiniging op de uitvoering van wettelijke taken van de GGD opgenomen. Die besparing van 300 duizend euro kan structureel niet gerealiseerd worden.
9
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
13. GR – Noordelijk belastingkantoor De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd. De bijdrage is gebaseerd op de ontwerpbegroting 2024. Het betreft de loon- en prijsontwikkelingen en mutaties in verdeelsleutels. Dit leidt in 2024 tot een aanvullende bijdrage van 44 duizend euro, 88 duizend euro in 2025, 89 duizend euro in 2026 en 67 duizend euro in 2027. 14. GR – Groninger Archieven De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd. De bijstelling als gevolg van gestegen lonen en prijzen bedraagt 104 duizend euro in 2024 oplopend tot 167 duizend euro vanaf 2027. 15. GR - Veiligheidsregio Groningen De bijdrage aan de Veiligheidsregio Groningen neemt toe met 2,5 miljoen euro in 2024 oplopend tot 3,4 miljoen euro in 2027. De hogere bijdrage wordt veroorzaakt door het saldo van hogere loon- en prijscompensatie, vrijval FLO-bijdragen en een gewijzigde verdeelsleutel dat voor ons nadelig uitpakt. 16. GR – Omgevingsdienst Groningen De bijdrage aan de Omgevingsdienst wordt 676 duizend euro hoger in 2024 en neemt ook in de daarop volgende jaren nog toe.
De belangrijkste oorzaken zijn: - Conform afspraken in het Algemeen Bestuur wordt extra capaciteit ingezet voor strafrechtelijke aanpak van milieudelicten en het opleiden en ontwikkelen van nieuwe medewerkers vanwege de schaarse arbeidsmarkt; - Overdracht van taken naar de ODG door de Omgevingswet betekent een extra bijdrage van 260 duizend euro vanaf 2024 (onze eigen begrote kosten zijn lager dan de kosten van de ODG); - De eerder gehanteerde indexatie in de begroting 2023 (2,75% ) is te laag. Uitgaande van een indexatie van 6%, zal de deelnemersbijdrage vanaf 2023 verhoogd worden. In de jaren 20242027 wordt de loon- prijsbijstelling eveneens opwaarts bijgesteld; - In 2021 is de DU bodem beëindigd. Deze bijdrage werd gedeeltelijk gebruikt voor financiering van onze bijdrage aan de omgevingsdienst. In 2022 hebben we via de meicirculaire alsnog eenmalig een bijdrage 411 duizend euro ontvangen, waardoor de begroting voor de deelnemersbijdrage ODG ongeveer op het oorspronkelijke peil was. 17. BTW op riolering De BTW compensatie op riolering is naar verwachting iets lager. Voor 2024 t/m 2027 betekent dit een nadeel van 44 duizend euro in 2024, een nadeel van 3 duizend euro in 2025, een nadeel van 2 duizend euro in 2026 en een nadeel van 27 duizend euro in 2027. 18.
Actualisatie BUIG-budget Met de bekendmaking van het nader voorlopig budget BUIG 2023 hebben we ook duidelijkheid gekregen over de macro gerealiseerde bijstandsuitgaven in 2022. Daardoor weten we wat in 2022 het definitieve aandeel van de gemeente Groningen in de landelijke uitgaven is geweest. Dit uitgavenaandeel is de basis voor de prognose voor 2023 en verder. In deze prognose houden we rekening met de besparing die het Werk- en Ontwikkelprogramma 2022-2025 moet opleveren. Verder heeft het college de ambitie om structureel 250 basisbanen te realiseren. Dit komt erop neer dat de 50 bestaande banen worden gecontinueerd en dat er daarnaast 200 banen bijkomen. In de businesscase basisbanen is het wegvallen van de kosten van bijstandsuitkering voor een deel (75%) ingezet ter dekking van de kosten van een basisbaan. Daarnaast gaan we ervan uit dat de vermindering van het aantal uitkeringen als gevolg van de realisatie van 200 extra basisbanen deels (25%) leidt tot een verlaging van het bijstandsbudget. Beide effecten zijn meegenomen in de geactualiseerde raming voorjaar 2023. Eerder al leidde de bekendmaking van het voorlopige budget 2023 (in het najaar van 2022) tot een kleine verbetering ten opzichte van de begroting 2023. Dit positieve effect was nog niet meegenomen in de ontwerpbegroting 2024. 10
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
Het voordeel bedraagt 657 duizend euro in 2024, 792 duizend euro in 2025, 630 duizend euro in 2026 en 463 duizend euro vanaf 2027. 19. Energiekosten Volgens de uitgangspunten meerjarenbeeld wordt via de nominale compensatie voorzien in de dekking van deze kosten. Vanwege de excessieve ontwikkeling van de energiekosten wordt bij uitzondering nu van deze lijn afgeweken. De energieprijzen zijn het afgelopen jaar sterk gestegen. Een substantiële prijsstijging is vanaf 2024 onontkoombaar gezien de huidige marktomstandigheden. Onze inkoopadviseur verwacht dat de inkoopprijzen naar alle waarschijnlijkheid nooit meer tot het niveau van voor 2022 zullen dalen. In 2023 zijn de energiebelastingen verhoogd, zijn de prijzen van warmtestad met 132% verhoogd, zijn de netwerkkosten voor elektra met gemiddeld 28% toegenomen en die voor gas met gemiddeld 20%. Deze kostenverhogende effecten waren niet meegenomen in de begroting 2023 en verder. Deze verhogingen zijn groter dan de nominale compensatie waar in de begroting rekeningen mee wordt gehouden. Daar tegenover staan de energiebesparende maatregelen waartoe het college heeft besloten. De praktijk moet nog uitwijzen in hoeverre reductie van 15% op het gas verbruik en 10% op het elektra verbruik in 2023 volledig wordt behaald.
Voor 2024 moet het volledige volume energie nog ingekocht worden, daardoor is nu al duidelijk dat de kosten structureel hoger worden dan de beschikbare dekking voor de energiekosten. Omdat we nog niet weten hoe de energiemarkt er na de zomer van 2023 uitziet stellen we voor om op basis van een midden-scenario rekening te houden met de kostenstijging. Dat resulteert in een structurele kostenstijging van 11 miljoen euro waarvan een deel doorbelast kan worden naar eindgebruikers. Bij deze doorbelastingsmogelijkheden kan gedacht worden aan kostprijs dekkende tarieven zoals rioolheffing, het doorbelasten van servicekosten bij verhuuropbrengsten (waarbij de huurder dus de feitelijke energielasten betaald), etc.. De inschatting is dat 4,4 miljoen euro verlegd kan worden naar de eindgebruiker. Ook kan 0,1 miljoen euro worden gedekt uit de reguliere nominale compensatie. De ingeschatte kostenstijging ten laste van de algemene middelen bedraagt dan 6,5 miljoen euro vanaf 2024. 20. Namenrecht – dubbele geslachtsnaam Per 1 januari 2024 treedt een wetswijziging in werking waarbij ouders bij de geboorteaangifte of erkenning van een kind kunnen kiezen voor dubbele geslachtsnamen. Met de invoering is er ook een overgangsregeling van kracht waarbij ouders gedurende een jaar de mogelijkheid hebben met terugwerkende kracht een dubbele geslachtsnaam te kiezen.
De verwachting is dat er met name in het eerste jaar na inwerkingtreding een grote toeloop is. Voor de verzoeken op basis van de overgangsregeling mag de gemeente aan de ouders een tarief in rekening brengen van 50 euro per verzoek. Rekening houdend met de eigen bijdrage van ouders bedragen de meerkosten 143 duizend euro in 2024. 21. Herverdeling uitvoeringskosten belastingen Vijf jaar na de oprichting van het Noordelijk Belastingkantoor is er een herberekening gemaakt van de uitvoeringskosten van onze belastingen. Daaruit komt naar voren dat de uitvoeringskosten van de bestemmingsbelastingen (afvalstoffen- en rioolheffing) lager zijn dan tot nu toe geraamd, terwijl de uitvoeringskosten van de algemene belastingen (o.a. OZB) hoger zijn dan tot nu geraamd. Door de norm van maximaal 100% kostendekking leiden lagere uitvoeringskosten bij bestemmingsheffingen tot lagere tarieven. De hogere toerekening van uitvoeringskosten aan de algemene belastingen leidt tot een nadeel van 377 duizend vanaf 2024.
11
Financieel meerjarenbeeld 2024-2027
22. Vrijval budget areaaluitbreiding sociaal domein In de begroting is een budget gereserveerd voor areaaluitbreiding sociaal domein van structureel 189 duizend euro per jaar. Omdat de areaaluitbreiding jaarlijks wordt betrokken bij de bepaling van het knelpunt kan dit budget van 189 duizend euro vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. 23. Bovenwijkse voorzieningen Meerstad In 2014 is door de raad vastgesteld dat de gemeente 72 miljoen euro ineens en 30 miljoen euro gefaseerd over jaren zal bijdragen aan de Meerstad BV voor bovenwijkse voorzieningen. Daarvoor zijn destijds middelen beschikbaar gesteld, waarbij rekening is gehouden met terugloop van kapitaallasten over verloop van de tijd en er zijn aannames gedaan over het in rekening brengen van de 30 miljoen euro. Inmiddels (2023) is er nog geen bijdrage gedaan voor de 30 miljoen, maar dit komt er wel aan. De beschikbare middelen zijn teruggelopen op basis van aannames uit 2014. Om de toezegging van 30 miljoen euro gestand te kunnen doen moeten de beschikbare middelen aangevuld worden tot de benodigde ruimte voor kapitaallasten over een investering van deze grootte. Er is momenteel 900 duizend euro beschikbaar voor de kapitaallast waar 1,275 miljoen euro nodig is. Het verschil van 375 duizend euro wordt vanaf 2024 beschikbaar gesteld. 24.
Herverdeeleffecten overhead – tarieven Bij de begroting rekenen we de lasten en baten toe aan de producten in onze begroting. De overhead wordt toegerekend op grond van het aantal fte’s dat voor die producten werkzaam is. Voor 2023 is aan de publiekrechtelijke heffingen verhoudingsgewijs minder overhead toegerekend dan aan onze overige producten dan over 2022. Dit komt door een toename van de formatie van vooral nietgetarifeerde producten. Vanwege de voorgeschreven kostendekkendheid hebben we onze tarieven minder kunnen laten stijgen dan voor de dekking van de totale lasten nodig was. Hierdoor is een nadelig effect ontstaan van structureel 450 duizend euro. 25. Verzelfstandiging GGD Bij de verzelfstandiging van de GGD is een budget beschikbaar gesteld voor een tweejarige overgangsregeling. Per abuis zijn deze middelen structureel in de begroting opgenomen zodat er een bedrag van 180 duizend euro vanaf 2024 kan vrijvallen ten gunste van het financieel meerjarenbeeld. 26. Warmtenet Noordwest (voorbeslag) Het verduurzamen van onze warmtevoorzieningen is essentieel om in 2035 als gemeente CO2neutraal te kunnen zijn. WarmteStad speelt als publiek warmtebedrijf een belangrijke rol bij de realisatie van de gemeentelijke ambities. Als aandeelhouder (50%) geeft de gemeente samen met Waterbedrijf Groningen (50%) sturing aan de activiteiten van WarmteStad B.V.
en zorgt zij mede voor het verstrekken van benodigde financiële middelen. Voor het investeringsvoorstel van het warmtenet in het noordwesten van de stad brengt de gemeente als aandeelhouder 7 miljoen euro kapitaal in. Het ziet op een beperkte uitbreiding van het hoofdtracé en de aanleg van buurtdistributienetten om de volgende tranche gebouwen te kunnen aansluiten. De kapitaallasten die gemoeid zijn met de inbreng van 7 miljoen euro bedragen 122,5 duizend euro vanaf 2024. Het Waterbedrijf Groningen is ook gevraagd om aanvullend kapitaal (7 miljoen euro) beschikbaar te stellen voor deze investering. Als het Waterbedrijf niet bereid is tot aanvullende kapitaalverstrekking zal de gemeente ook dit aanvullend kapitaal in te brengen. In dit geval zal nog eens 122,5 duizend euro aan kapitaallasten voor de aanvullende storting nodig zijn. Als het Waterbedrijf wel bereid is tot kapitaalverstrekking vervalt de reservering van de 122,5 duizend euro weer vrij ten gunste van het financieel meerjarenbeeld. 27. Westpoort – vrijval kapitaallasten Het viaduct over de A7 naar Westpoort is in bezit overgegaan naar het rijk. Hierdoor vallen vanaf 2024 de kapitaallasten van deze investering voor 450 duizend euro vrij. 12