CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 BOPA planologie Noorderpoort Verzetzetsstrijderslaan - kader.pdf

gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente GroningenBij agendapunt: i: Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) planologie Noorderpoort Verzetsstrijderslaan (raadsvoorstel 28-5-25)5.235 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Definitief landschapsstedenbouwkundig-, beeldkwaliteitskader Verzetsstrijderslaan 2-4 Groningen Compacte versie

19-03-2025

Leeswijzer Compacte versie De compacte versie is een samenvatting van het uitgebreide document. In deze versie wordt er aandacht gegeven aan het landschap, stedenbouw en de beeldkwaliteit. Beleidskader In samenhang met het stedenbouwkundige plan vormt het beeldkwaliteitsplan de basis voor een BOPA en vervolgens een wijziging van het omgevingsplan. Het omgevingsplan, de algemene welstandsnota (welstandsnota gemeente Groningen 2020, deel 2, de Algemene Groninger Criteria en de Welstandsnota 2020 Gebiedsgerichte Criteria 9 Groen), vigerend beleid omtrent (maar niet uitsluitend) mobiliteit, ecologie, erfgoed, bomen, water enz. en dit stedenbouwkundig plan & beeldkwaliteitsplan vormen samen het gemeentelijke beleidsmatige kader voor ontwikkelingen op de Verzetsstrijderslaan 2-4.

Inhoud Hoofdstuk 1

6

Hoofdstuk 2

8

Hoofdstuk 3

10

Hoofdstuk 4

16

Hoofdstuk 5

22

Landschappelijk raamwerk

Beeldkwaliteit landschap

Stedenbouw bouwenvelop

Beeldkwaliteit architectuur

Specifieke spelregels

3

het Stadscentrum Locatie De kunst en multimedia onderwijslocatie en het bestuursgebouw van Noorderpoort aan de Verzetsstrijderslaan 2-4 liggen op een gunstige locatie in de stad Groningen. Dicht bij talrijke voorzieningen zoals het station en aan een monumentaal stadspark. Samen met Laanhuizen, de Grunobuurt, Martinitradepark en de N370 vormt zij een stedelijke lijst van wat ook wel het Voorpark wordt genoemd. Het Voorpark is ontstaan dankzij de N370, die in de tweede helft van de vorige eeuw het Stadspark heeft doorklieft en heeft opgedeeld in twee delen. Op nevenstaande pagina is de huidige planologische situatie, de huidige eigendomssiutatie, en de beoogde eigendomssituatie weergegeven. Voor ruimtelijke onderbouwingen wordt verwezen naar relevante documenten.

Hoofdstation

Verzetsstijderslaan

N370 Martiniplaza de Drafbaan

Bestemmingsplan

Huidige eigendomskaart

Eigendom Noorderpoort

Eigendom Gemeente Groningen

Situatie eigendom na realisatie

1. Landschappelijk raamwerk • Algemeen uitgangspunt voor ecologie geldt: verbetering van de huidige situatie in kwaliteit, door toepassen van gradaties en gradiënten en diversificatie in soorten, bij voorkeur gebruik van inheems bloeiende en bedragende beplanting. • Daar waar kern-, mantel- en zoomvegetatie plaatsmaken voor lage bosvegetatie of kruidrijk grasland, wordt elders in het plan kernmantel-zoom vegetatie aangeplant en versterkt t.b.v. beschutting. • De basislaag voor wat nu een strak gemaaid gazon is, wordt verrijkt met kruidenrijke en bloemrijke soorten. • In verband met sociale veiligheid mag beplanting rondom het entreegebied op +2,00 meter t.o.v. NAP = 0 meter niet hoger zijn dan 50 cm.

• Het parkeren van fietsen en auto’s is integraal onderdeel van de uitwerking van het landschapsontwerp. Parkeeroplossingen zijn geïntegreerde in het landschap(-sconcept). • Er zal vanaf verschillende punten zicht moeten zijn op het entreegebied dat zich op + 2 meter t.o.v. het maaiveld = 0 meter NAP. Het hoogteverschil wordt opgevangen door een talud. Aan de oostzijde dient deze flauw te zijn t.b.v. zichtrelaties en toegankelijkheid voor mindervaliden.

• In het inrichtingsontwerp worden gangbare maten conform ASVV normeringen voor wandel, fiets en autoroutes gehanteerd. Met uitzondering van routes tussen de gebouwdelen. Daar kan afgeweken worden van minimale maten om piekmomenten, wanneer studenten wisselen van lokaal te kunnen verwerken. • Bochtstralen zijn eveneens conform standaarden uit de ASVV. • Infrastructurele verbindingen worden drempelloos uitgevoerd, ten behoeve van toegankelijkheid van mindervaliden. • Materialisatie van infrastructurele verbindingen volgen zoveel mogelijk het beeld dat gevoerd wordt in het Stadspark. Uitzonderingen zijn mogelijk. Definitieve materialisering en profielbreedten en opbouwen worden uitgewerkt in de ontwerpfase en getoetst aan het PVE dat aangeleverd wordt door Stadsingenieurs van de gemeente Groningen. • Verharding en opbouw van verhardingselementen dienen bestand te zijn tegen belasting van het beoogde verkeer.

6

Huidige eigendom Noorderpoort Ontwikkelveld (zie p. 8) Bouwveld (zie p. 9) Uitwerken vorm programma aansluitend op BKP in volgende fase Nieuwbouw Fietsparkeren Sporten Nieuwe bomen Bestaande bomen Kruidenrijk grasland Lage bosvegetatie onder bomen Kern-mantel-zoom vegetatie Haag Autoparkeren Autoroute Parkpaden

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

7

2. Beeldkwaliteit landschap 2.1 Sturende principes: Om tot een zorgvuldig ontworpen omgeving te komen zijn onderstaande sturende principes geformuleerd voor de beeldkwaliteit van zowel landschap als architectuur. Daar waar dat het sturende principe ondersteunt, wordt voorzien in één of meerdere referenties ter inspiratie. De overgangen van gebouw naar openbare ruimte en kaders voor gevels en het entreegebied tussen de twee volumes wordt nader uitgewerkt. Dit zijn namelijk thema’s die extra aandacht verdienen in deze fase evenals in de uitwerking van het stedenbouwkundige kader tot architectonische en inrichtingsplannen. 2.2 Landschap 1. In de basis is de inrichting van het landschap van de onderwijslocatie een logische voortzetting in vorm en ruimtebeleving van het Stadspark. Inrichtingselementen, zoals het sportveld, het vertraagde hemelwaterafvoer-gebied, entreezones rondom gebouwen en de omgeving rondom de conciërgewoningen volgen dit principe. 2. Richting het zuiden betekent dat een parkachtige-natuurlijke inrichting en beheer. Waardoor de verbinding met het Stadspark wordt versterkt. In het noorden is in beperkte mate ruimte voor een wat stedelijke natuurlijke inrichting, bijvoorbeeld rondom het oude conciërgegebouw of de entreegebieden van het monument en bestuursgebouw.

Waardoor de verbinding met de stad wordt versterkt en de Verzetsstrijderslaan 2-4 een volwaardige nieuwe Stadspark-entree wordt.

1.

2. noord

2. zuid

3. Landschap loopt door tot aan de gevel van het gebouw of de vloer van de begane grond loopt beperkt door in het landschap ten behoeve van incidenteel buitenprogramma (zie ook beeldkwaliteit architectuur). 4. Plinten van gebouwen staan niet op sokkels. Het verschil in peilmaten en maaiveld wordt landschappelijk opgelost. Het landschap loopt gevoelsmatig door tot in het gebouw.

3.

4.

8

5. De huidige groenstructuur wordt zoveel mogelijk ecologisch versterkt. Beplanting en beheer volgt het ecologische concept: openen - verdichten. Strak gemaaid gazon is niet meer van deze tijd. Beheer is extensiever. Er wordt altijd gezocht naar een verrijking in gradiënten van ecologische waarden. 6. De basislaag van beplanting is qua kleurstelling terughoudend en kruidenrijk. Rondom entree’s is ruimte voor accenten in kleur. 7. In beplanting dient er rekening te worden gehouden met zichtlijnen en sociale veiligheid, maximaal 50 cm hoge beplanting rondom entrees. 8. Uit de breedte van de voetpaden is de hiërarchie van de voetpaden af te lezen zoals die ook te herkennen is in het Stadspark: secundaire route / tertiaire route. Daar waar veel voetgangers zijn te verwachten wijken paden af van de gangbare maat: 1,8 meter naar 2,5 meter. Materialisering wijkt af en halfverharding voert de boventoon vanwege klimaatadaptieve ambities. Parkeren in grasstenen. 9. De onderwijslocatie is voor iedereen toegankelijk, speciale aandacht gaat uit naar mindervaliden. 10. Voetgangers en fietsers staan centraal. De auto is te gast en ingepast in een robuust landschappelijk raamwerk. 11. Paden ondersteunen het parkachtige karakter in vorm en materiaal.

6.

6./ 7.

8.

11.

12. Inrichtingselementen, zoals verlichting en meubilair, hebben een eenduidig materiaalconcept gebaseerd op natuurlijk materiaalgebruik, maar met een eenvoudige en terughoudende uitstraling. In de uitwerking dient afstemming met Stadsingenieurs van de gemeente Groningen te worden gezocht.

12.

8. 9

3. Stedenbouw Bouwenvelop 3.1 Ontwikkelveld De kaart hiernaast toont het ontwikkelveld waarbinnen de nieuwbouw zal worden gerealiseerd. De coördinaten van het ontwikkelveld liggen vast. Het vastklikken van het ontwikkelveld op coördinaten is hierin noodzakelijk om de ruimtelijke opzet van de onderwijslocatie in relatie tot het Stadspark en Laanhuizen en de compositie tussen de nieuwbouw, het bestuursgebouw en het monument onderling te bewaken. Bouwen van hoofd- en bijgebouwen en ondergeschikte elementen, zoals installaties, buiten contouren het ontwikkelveld is niet toegestaan. Binnen het ontwikkelveld zullen vier elementen gerealiseerd moeten worden. 1. De gebouwdelen in het bouwveld (zie ook paragraaf 2.2) waar het beoogde onderwijsprogramma en daaraan ondersteunende programmaonderdelen, zoals teamkamers en facilitaire ruimtes, in worden gehuisvest; 2. Een half verdiept parkeerveld, landschappelijk ingepast in zijn context; 3. Een groene vegetatie zoom rondom de gebouwdelen. Hiermee wordt het gebouw ingebed in de parkachtige omgeving van het Stadspark; 4. Een ononderbroken openlucht voetgangersverbinding. In het beeldkwaliteitskader in paragraaf 4-5 worden specifieke ontwerpen beeldkwaliteitsprincipes en regels vastgelegd. Binnen het ontwikkelveld geldt een specifiek bouwvlak met dwingende stedenbouwkundige regels en kaders voor de gebouwdelen.

Alle peilmaten zijn ten opzichte van 0 meter NAP.

10

3.2 Het bouwvlak Algemene bouwregels Eerst worden een aantal algemeen gelende bouwregels vastgelegd voor het bouwvlak. • Het bouwvlak bestaat uit drie volumes. Hierna te noemen als volume 1, volume 2 en volume 3. Twee volumes rusten op het eerste volume, waardoor alle volumes via een interne ontsluiting met elkaar verbonden zijn. • Elk volume dient gerealiseerd te worden binnen de corresponderende kleur stippellijn. • Tussen volume 2 en 3 zit voldoende ruimte om een aangenaam verblijfs- en entreegebied mogelijk te maken. • Elk volume kent een maximale bouwhoogte, zie volgende pagina’s. Daarbinnen zijn verschillende configuraties van het onderwijsprogramma mogelijk, waardoor de bouwhoogtes wel lager kunnen uitvallen maar niet hoger. • Installaties en ondergeschikte bouwdelen worden bij voorkeur intern geplaatst. Wanneer dat niet mogelijk is worden deze op het dak geplaatst en onttrokken aan het zicht, dankzij clustering en in de architectonische expressie van de gevel meeontworpen opgetrokken dakranden, zie paragraaf 4-5: Beeldkwaliteitskader. Dakopbouwen en installaties tellen niet mee in de maximale bouwhoogten.

Alle peilmaten zijn ten opzichte van 0 meter NAP.

11

3.3 Specifieke regels per volume Elk volume kent naast de algemene bouwregels, specifieke regels. Rechts staan de specifieke regels afgebeeld per volume. Omschrijving van volume 1: Het eerste volume is het basement waarop de andere twee volumes rusten. Daarmee ontsluit het de andere twee volumes onderling met elkaar. Dwingende regels en maten van volume 1: • Volume 1 dient te worden opgebouwd tussen de blauwe stippellijn. • Volume 1 ligt gedeeltelijk verzonken in het landschap. • De maximale bouwhoogte van volume 1 is vastgelegd op maximaal 2 meter t.o.v. maaiveld = 0 meter inclusief gronddekking/leeflaag van 50 cm, teneinde een duurzame instandhouding van vaste planten of kruidenrijke grasvegetatie. • Over het eerste volume wordt het parklandschap middels een flauw talud heen getrokken (circa 1:16 helling), teneinde de realisatie van de ononderbroken openlucht voetgangersverbinding en maximaal parkachtig karakter, zie punt 4 uit paragraaf 2.1 Ontwikkelveld. • Langs de westelijke gevel wordt geen talud voorzien. Deze gevel is zo transparant mogelijk, zie paragraaf 4-5 Beeldkwaliteitskader, ter ondersteuning van een relatie tussen het landschap en het onderwijsprogramma en een alzijdig gebouw. • Het bebouwingspercentage voor volume 1 is maximaal: 60% van het bouwvlak, zodat er genoeg ruimte overblijft voor een flauw talud. • Volume 1 kent één logistieke entree aan de noordzijde.

Alle peilmaten zijn ten opzichte van 0 meter NAP.

12

Omschrijving van volume 2: Het tweede volume bevindt zich in het noordelijke deel van het bouwvlak en is gevoelsmatig onderdeel van de boszoom. In hoogte maakt het een transitie richting Laanhuizen, het bestuursgebouw en het monument. Dwingende regels en maten van volume 2: • Volume 2 dient te worden opgebouwd binnen de rode stippellijnen. • De westgevel ligt vast. Deze kan niet naar binnen opschuiven. Vanuit een zuidelijke zichtlijn dient volume 2 namelijk aanschouwelijk te zijn i.v.m. dynamiek, het vinden van routes en dieptewerking. • De noordelijke rooilijn van volume 2 ligt op minimaal 11 meter van de noordelijke contourlijn van het ontwikkelveld. • Een setback op de bovenste verdiepingsla(a)g(en) richting het conciërge-gebouw is wenselijk. Hierdoor ontstaat een sculpturaal volume en een vriendelijkere overgang richting de entree aan de Verzetsstrijderslaan. • De zuidgevel van volume 2 dient waarneembaar te geren ten opzichte van volume 3, zodat het blok zich visueel opent naar de openbare ruimte. • De bouwhoogte van volume twee ligt op maximaal 14,5 meter ten opzichte van het maaiveld = 0 meter. Daarbinnen zijn verschillende configuraties van het onderwijsprogramma mogelijk.

Alle peilmaten zijn ten opzichte van 0 meter NAP.

13

Omschrijving van volume 3: Het derde volume bevindt zich in het zuidelijke deel van het bouwvlak en presenteert zich duidelijk aan de Concourslaan. Volume 3 is in hoogte een accent en sluit daarmee aan bij bouwhoogtes van Martinitradepark. Dwingende regels en maten van volume 3: • Volume 3 dient te worden opgebouwd tussen de groene stippellijnen. • De bouwhoogte van volume drie ligt op maximaal 18,5 meter ten opzichte van het maaiveld = 0 meter. Daarbinnen zijn verschillende configuraties van het onderwijsprogramma mogelijk. • Bij minder onderwijsprogramma en daarmee lager wordende volumes dient volume 3 altijd hoger te zijn dan volume 2, zodat de getrapte opbouw vanuit Laanhuizen richting het Stadspark behouden blijft. • De noordgevel van volume 3 dient waarneembaar te geren ten opzichte van volume 2, zodat het blok zich visueel opent naar de openbare ruimte en langs de achterzijde van het bestuursgebouw een zichtlijn ontstaat. Dit versterkt het visuele spel van dieptewerking op het terrein. • De noordgevel is altijd breder dan de zuidgevel, zodat er een vriendelijk adres aan de Concourslaan ontstaat en er vanaf het maaiveld bezien dynamiek in zichtlijnen ontstaan. • De westgevel dient aangesneden te worden, zodat er ruimte ontstaat voor de ononderbroken openlucht voetgangersverbinding, zie punt 4 uit paragraaf 2.1 Ontwikkelveld.

• De hoofdentree bevindt zich in de noordelijke gevel.

Alle peilmaten zijn ten opzichte van 0 meter NAP.

14

Nieuw adres aan de Concourslaan maken Ensemble van gebouwen: nieuwbouw - oudbouw

Fietsparkeren, dicht bij entree en landschappelijk ingepast

Genereuze parkruimte biedt nieuwe entree tot Stadspark

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

15

4. Beeldkwaliteit architectuur 4.1 Sturende principes architectuur 1. De nieuwbouw dient aan te voelen als integraal onderdeel van het landschap. Gebouwen hebben daarom als basis een zuivere hoofdvorm. Eventuele setbacks ondersteunen de hoofdvorm als sculptraal en ingetogen geheel. 2. De volumes passen qua vorm, massa, gevelopbouw en materialisatie bij het parklandschap en/of het bestaande monumentale ensemble. Ze zijn geen kopie, maar een eigentijdse interpretatie. 3. De nieuwe volumes zijn familie van elkaar en zijn als ensemble af te lezen.

Beeldkwaliteit 4. In de opbouw van de gevels is een hiërarchie zichtbaar van het maaiveld tot aan • de Alzijdige dakrand. Van een transparante plint naar een steeds meer gebouwen gesloten Door een glazen • gevel. Transparantie van plint leest het gebouw zich als zwevende volumes op een transparante plint. Daarmee wordt het contact met het beneden naar achterliggende landschap versterkt. Programma in de plint ondersteunt boven;landschap en gebouw (zie uitwerking verderop). de relatie tussen • Volume steekt in het schema zijn richtinggevende Percentages open -3gesloten verhoudingen. mits aangetoond en onderbouwd wordt dat het doorHier hetkan, basement; uitgangspunt om een goede relatie tussen interieur en exterieur overeind • Zorgvuldige blijft in beperkte mate van afgeweken worden. detaillering met 5. Het nieuwe gebouw wordt gekenmerkt door verticaliteit en ritme maaiveld geïnspireerd door de op velegevels bomen in de omgeving. Door gebruikmaking in en hetverticaliteit zicht; van dit ritme zal het gebouw zich, op subtiele wijze, voegen in haar omgeving. 6. Gevelopeningen zijn zoveel mogelijk dienend aan het hoofdvolume. Compositie in gevel en raamindeling bij voorkeur in ritmiek en seriematig. Asymmetrisch en speels is mogelijk indien de rustige uitstraling van het geheel behouden blijft. 7. Duurzaamheid is een kernwaarde voor het Noorderpoort.

Duurzame ingrediënten in het nieuwe gebouw zullen subtiel en ondergeschikt aan de uitstraling van het gebouw worden ingepast. Nestkasten bijvoorbeeld

1. / 2.

4.

3. / 6.

4. / 6 Concept percentages

5.

5.Zwevende volumes - boven op

✔︎

✘

transparante plint.

Transparatne plint - levendig programma. In SO architectuur toetsen

7.

7. 16

worden, als van nature, opgenomen in het ontwerp en overschreeuwen zichzelf niet. 8. De nieuwbouw is aan alle kanten alzijdig. Blinde gevels zijn niet toegestaan, zie uitwerking per gevel. 9. De overgang tussen gebouw en landschap is zuiver, strak, helder en transparant. Er zijn hier twee mogelijke scenario’s denkbaar: A Het landschap loopt door tot aan de gevel. Een transparante plint verbindt landschap met gebouw direct. Er wordt geen buitenruimte voorzien voor incidenteel buitenprogramma. Hiermee komt het gebouw het dichts bij het uitgangspunt: ‘gebouw als onderdeel van het park met de voetjes in het groen’. B Een transparante plint verbindt het gebouw met het landschap. Om deze relatie te versterken wordt de materialisatie van de begane grondvloer, qua uitstraling, gedeeltelijk buiten de gevel doorgezet. Hierdoor wordt de overgang van interieur naar exterieur verzacht en verankert het gebouw zich in haar omgeving en is incidenteel buitenprogramma mogelijk. Het is niet toegestaan permanente objecten te plaatsen in buitenruimtes. Dit druist in tegen het principe dat de overgang tussen programma interieur en exterieur strak en helder is. 10. Het is niet toegestaan plinten op een sokkel te zetten. Dit verstoort de beoogde transitie tussen binnen en buiten. Peilverschillen tussen vloerpeil en maaiveld dienen landschappelijk opgelost te worden. 11.

Het nieuwe onderwijsprogramma kent vele functies die gezien mogen worden en die als ‘visitekaartje’ kunnen fungeren voor Noorderpoort. Deze ‘zichtfuncties’ worden zoveel mogelijk in de transparante plint geprojecteerd. Deze functies creëren reuring en dynamiek in het openbaar gebied. Zo kan de plint transparant zijn en wordt het landschap in, door en tussen de gebouwen ten allen tijden ervaren. Per gevel wordt verop een specifiek voorstel gedaan.

9 A.

programma

rumoer zone flexibele ruimtes voor geluidsproductieactiviteiten, waaronder evenementen en optredens.

9 B.

11.

9 B.

11. 17

12. In de ontsluiting van entreegebieden wordt gezocht naar een vormtaal die ook terug te vinden is in het Stadspark. A: Voetpaden lopen direct naar entee’s van gebouwen toe, het gebouw staat in het groen. B: Verbreding van voetpaden markeren entreegebieden. 13. Beplanting rondom entreegebieden wordt niet te hoog ten behoeve van sociale veiligheid. Er moet altijd door een volwassene over beplating heen kunnen worden gekeken. Om de vindbaarheid van entreegebieden te versterken wordt gebruik gemaakt van accentkleuren in beplanting. 14. Functionele elementen, zoals fietsparkeren en zitgelegenheden worden dicht bij entree’s geplaatst, zodat loopafstanden beperkt blijven. Ze volgen het materiaalconcept zoals hierboven omschreven. 15. Natuurlijke en rustige uitstraling vormt de inspiratie en basis voor de vormgeving, het kleurenpalet en materialisering. Signage en bewegwijziging aan gevels is geïntegreerd in vorm. 16. Interne ontvangstbalies zijn duidelijk zichtbaar vanaf de buitenkant.

12 a.

12 a.

12 b.

12 b.

13 18

17. De kleurstelling van de nieuwbouw is opgebouwd uit natuurlijke grondtonen. Ondersteunende accenten t.b.v. bijvoorbeeld signage zijn subtiel. De voorkeur voor materialisering van de gevel is hout of rode baksteen i.c.m. met glaswerk. Kozijnen en andere ondergeschikte elementen aan het volume volgen de grondtoon. In beide materialen zal gezocht moeten worden naar verticaliteit. Het doel is om een gebouw te realiseren dat zich voegt naar de context. Terughoudendheid in expressie van gevelafwerkingen zijn het streven. 18. Bij voorkeur worden de gebouw gebonden installaties inpandig ingepast. Mocht het zo zijn dat er installaties op het dak gepositioneerd worden, worden verhoogde dakranden meeontworpen in de architectonische expressie van het hoofdvolume. Doel is om techniek op het dak te onttrekken aan het zicht. Dakranden zijn hoog genoeg, zodat valbeveiliging in de vorm van extra hekwerken niet nodig is. De gevel wordt hiervoor verder opgetrokken. Het is niet toegestaan om dit te doen met een extra wand in een ander vlak dan de gevel. 19. Installaties worden minimaal uit het zicht geclusterd op het dak. Deze installaties worden getoetst op zichtbaarheid ook afstand: Concourslaan / Verzetsstrijderslaan. 20. Een eventuele ombouw van de installaties wordt integraal mee ontworpen en zijn onderdeel van de architectonische expressie van het hoofdvolume.

Ze versterken het strakke karakter van het hoofdvolume. Geen losse installaties aan de volumes.

17.

18.

18.

20.. 19

Ruimte voor groene daken. Onderzoek naar vierkante meters techniek en zonnepanelen moet uitwijzen of de andere twee daken ook geschikt zijn voor groene daken.

Dakrand is mee-ontworpen. Techniek valt weg achter dakrand vanaf grotere afstand.

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

20

21

5. Specifieke spelregels 5.1 Overgang openbare ruimte - gebouw/onderwijsprogramma In de nieuwbouw zal onderwijsprogramma met wisselende hoogte maatvoeringen een plek moeten krijgen. Dat vraagt dat er in de uitwerking goed moet worden nagedacht over de situering van programma ten behoeve van het uitgangspunt: 1. Aan de parkzijde begeleidt het gebouw de genereuze ruimte d.m.v. richtinggevende verhoudingen open-gesloten. Deze zijn in het schema rechtsonder opgenomen. 2. Het gebouw is alzijdig. Tevens dient men een puzzel te leggen i.r.t. programma dat geluidsdichte isolatie en/of geen direct daglicht vraagt, zoals opnamestudios. Het is toegestaan om met zonweringen o.i.d. te werken voor onderwijsruimtes waar soms wel, en soms geen daglicht mag toetreden, zoals theaterruimtes. Deze zonweringen zijn dan geïntegreerd in de gevel.

O.a werkplaats / atelier / theorie / teamkamer: programma met daglichtbehoefte en versterking interactie buitenruimte

Ontvangst / Huiskamer

Programma zonder daglicht en geluidsdicht

De plint is zo transparant mogelijk, zodat onderwijsprogramma een relatie met het landschap aan kan gaan. Een eerste verkenning van de situering van gevraagde programma onderdelen laat zien dat er genoeg vraag en ruimte is voor een interessant programma in de plint.

open /gesloten 22

Zie legenda vorige pagina waar kleurcode overeenkomt met beoogde programma *De verdeling van het programma, zoals hierboven getoond en de stedenbouwkundige opzet en vorm van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

23

5.2 Overgangen gebouw - opbenbaar Uitgangspunt voor de overgang publieke ruimte en gebouwruimte is dat deze strak en terughoudend is vormgegeven vanuit de beleving van het park en ondergeschikt is aan de natuurlijke setting van het park.

Programma met duidelijke meerwaarde ten aanzien van dynamische relatie landschap

Voor de open-gesloten verhouding van de gevels zijn de percentages richtinggevend en dienend aan de relatie tussen onderwijsprogramma en buitenruimte. Afwijkingen van die percentages zijn alleen toegestaan wanneer duidelijk onderbouwd. Voor de overgangen tussen interieur en exterieur, die zijn aangegeven op de afbeelding rechtsboven, zijn twee denkbare opties mogelijk. A. Het landschap loopt door tot aan de gevel. Een transparante plint verbindt landschap met gebouw direct. Er wordt geen buitenruimte voorzien voor incidenteel buitenprogramma. Hiermee komt het gebouw het dichts bij het uitgangspunt: ‘gebouw als onderdeel van het park met de voetjes in het groen’. B. Een transparante plint verbindt het gebouw met het landschap. Om deze relatie te versterken wordt de materialisatie van de begane grondvloer, qua uitstraling, gedeeltelijk buiten de gevel doorgezet. Hierdoor wordt de overgang van interieur naar exterieur verzacht en verankert het gebouw zich in haar omgeving en is incidenteel buitenprogramma mogelijk. Het is niet toegestaan permanente objecten te plaatsen in buitenruimtes. Dit druist in tegen het principe dat de overgang tussen interieur en exterieur strak en helder is. Gevelopeningen, zoals deuren zijn ondergeschikt en gaan op in de expressie van de gevel.

open /gesloten

programma

rumoer zone flexibele ruimtes voor geluidsproductieactiviteiten, waaronder evenementen en optredens.

Principe A: landschap tot aan de gevel.

Principe B: Interieur loopt beperkt door naar buiten.

Volledig dichte gevels zijn niet toegestaan: altijd relatie binnen-buiten 24

Het gebouw is aan alle zijden alzijdig. Dat geldt ook voor de westgevel. Deze gevel volgt hetzelfde principe wat betreft transparatie (circa 90% open - 10% gesliten). Het landschap loopt door tot aan de gevel. Achter de gevel kan geen onderwijsprogramma worden gesitueerd dat geen baat heeft bij daglichttoetreding, waardoor gesloten gevels ontstaan. Deze gevel ligt half verdiept. Om toch daglicht te laten toetreden dient in de hoogte van beplanting rekening te worden gehouden met het toetreden van daglicht. Men kan denken aan studieruimtes, leslokalen, ‘woonkamers’ of ontsluitingen die hier wel gesitueerd kunnen worden en toe kunnen met minder daglicht toetreding.

Half verdiepte transparante gevel.

Eventuele valbeveiliging dient meeontworpen te zijn en volgt het materiaalgebruik van de gevel, of is niet zichtbaar dankzij landschappelijke beplanting.

Mogelijk programma, waar daglicht toetreding minder belangrijk is, maar wel het alzijdige karater van het gebouw ondersteunt.

open /gesloten

Situering van onderwijsprogramma dat de alzijdigheid van het gebouw ondersteunt. Een mee ontworpen valbeveiliging op de dakrand. En het ‘landschap tot aan de gevel’-principe. 25

Verbeelding van optie A. Landschap loopt tot aan de gevel. Programma in

Open beleving van het parklandschap

de plint versterkt interactie met openbare ruimte

Overhoeken mee ontwerpen in gevelmaterialisatie Tertiaire verbinding: ‘ommetje’

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

26

Valbeveiliging ‘opgenomen’ in beplantingsconcept Kern-mantel-zoom vegetatie

Halfverdiepte gevel volgt principe: open-gesloten

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

27

Accentueren verticaliteit in de gevel

Verbeelding van optie A. Landschap loopt tot aan de gevel, waardoor het makkelijker wordt de entree van het gebouw te vinden

Accentueren van entrees

Rustige grondtoon en gebruik van natuurlijk ogende materialen

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

28

Volumes vormen ensemble. Spelen met diepte en spannende doorkijkjes aansluitend op Springer idiomen

Verbeelding van optie B. Een deel van de vloer op de begane grond loopt door, waardoor er ruimte is voor incidenteel buitenprogramma

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

29

5.3 Interieur De plinten zijn zo transparant mogelijk. De pagina’s van zo-even leggen die ambitie vast. Tegelijkertijd realiseren we ons ook dat er ook een belangrijke opgave ligt in de interne organisatie en situering van onderwijs- en ondersteunend programma. Alhoewel het hoofdconcept, zoals hierboven beschreven duidelijk is, maakt de directe overgang tussen interieur en exterieur niet alleen een goed gebouw. De uitdaging voor de architect in de volgende fase is om flexibiliteit aan te brengen in plattegronden en inventieve oplossingen te verzinnen, zodat plinten zo transparant mogelijk blijven en bouwdelen daarbovenop toewerken naar een dichtere gevelopbouw. Op nevenstaande pagina zijn een aantal voorbeelden gegeven. Praktijkgericht onderwijsprogramma, zoals theater en dans vragen om soms grote met daglicht gevulde ruimtes en soms intiemere klaslokalen. Door te spelen met bewegende delen, zoals grote schuifdeuren of gordijnen, wordt die flexibiliteit mogelijk en draagt het ook bij aan een transparant gebouw. Je hoeft minder vaste muurdelen te realiseren. Alhoewel een theaterruimte een groot deel van de tijd donker en geluidsdicht moet zijn, hoeven de ruimtes/gangen/huiskamers naar het theater toe dat niet te zijn, zoals te zien is op het beeld op nevenstaande pagina links boven.

Open ateliers en verbinding tussen ruimtes.

30

Flexibel ruimtegebruik Kijkje in de keuken

Flexibel in daglicht toetreding

31

5.4 Entreegebied - dak Door de entree op het parkcampuslandschap te situeren ontstaat er een natuurlijke stroming van studenten, medewerkers en een toevallige passant die niet aanwezig is wanneer je de hoofdentree aan de Concourslaan zou leggen. Daarmee wordt sociale veiligheid bevorderd. Vanuit functioneel en veiligheidsoogpunt is een entree met ontvangst wenselijk op +2 meter, zodat zowel het noordelijke als het zuidelijke blok kunnen worden voorzien in een toegang. Het talud aan de oostzijde is toegankelijk voor mindervaliden. Het talud aan de zuidzijde kan ter bevordering van de interactie tussen het de westplint van volume 3 en het maaiveld stijler zijn. Eventuele valbeveiliging dient mee ontworpen te zijn en aan te sluiten in materiaal van de gevel van de gebouwen of valt weg tussen beplanting. Voorwaarden voor een goed entreegebied Het pad naar de hoofdentree divergeert in eenzelfde vormentaal van het secundaire pad. Er ontstaat een logische route tussen monument en nieuwbouw. De inrichtingssfeer van de hoofdentree kent in kleur en soort beplantingen een accent t.b.v. signalering. Het entreegebied wordt opgewaardeerd met elementen die de verblijfskwaliteit bevorderen, zoals banken. Tussen de twee volumes (zie bouwenvelop) is genoeg ruimte om een aangename verblijfsplek te creëren.

Talud toegankelijk minder validen (1:16, voorkeur 1:25)

Ingetogen verblijfskwaliteit entreegebied

Herkenbaarheid entree, door de seizoenen heen

Terughoudende kleuren signalering entree’s

Leidende principes voor een goed entreegebied op + 2,00 meter

Signalering

Interactie

Verblijfskwaliteit

Ruimte

Max 50 cm. hoog beplanting

32

Zicht op beide ontvangstgebieden is verplicht

Accent in beplanting ter bevordering vindbaarheid entree. Max 50 cm

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

33

5.5 Entreegebied noordkant In de alzijdigheid van het gebouw vraagt de noordgevel en entreegebied van het plan extra aandacht. De noordgevel grenst aan het parkeerterrein. Hier zal een sociaal veilige en vriendelijke omgeving moeten ontstaan. Tussen het plan en de Verzetsstrijderslaan staan grote monumentale bomen. De noordgevel moet, vanaf de Verzetsstrijderslaan gezien, bijna onzichtbaar, opgaan in dit beeld ook tijdens de wintermaanden wanneer men vanaf de Verzetsstrijderslaan door de bosschage heen kan kijken. De opbouw en open gesloten verhouding van de plint mag hier afwijken van het sturende principe 90% open, 10% gesloten. Er zal een goede balans moeten worden gevonden tussen geslotenheid i.v.m. inschijnen van koplampen en openheid i.v.m sociale veiligheid. De overgang tussen gebouw en openbare ruimte is strak en helder, maar oogt vriendelijk. Ook dit is een entree van de onderwijslocatie, zij het een functionele en logistieke entree. Parkeren is op deze plek half verdiept, waardoor men ook tijdens wintermaanden vanaf de Verzetsstrijderslaan over gepakeerde auto’s heen kijkt. Materialisatie van het parkeerveld ondersteunt het parkkarakter en is zo groen en/of klimaatadaptief mogelijk.

34

Plint wijkt af van het open-gesloten principe omwille van koplampen e.d.

Parkeren onder het gebouw geschoven

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

35

5.6 Entreegebied - oudbouw Ook al zijn bouwkundige aanpassing/verbouwing en verduurzaming van het monument en het bestuursbureau geen onderdeel van deze opgave, het landschap daar omheen en de transitie naar de ontvangsruimtes zijn dat wel. Deze plekken hebben een duale functie. Aan de ene kant blijft het formele adres aan de Paterswoldseweg. Daarmee wordt voorkomen dat aan die zijde een achterkant ontstaat. Aan de andere kant wordt de zijde van het monument dat zich richt op de parkcampus belangrijker. Het gebied grenst aan de Verzetsstrijderslaan en biedt de entree naar de onderwijslocatie. Daarnaast legt het een visuele verbinding met Laanhuizen. Fietsers/wandelaars vanuit het noorden van de stad benaderen dit gebied vanuit deze zijde. Vanaf deze plek op het parkcampusterrein verdelen verschillende stromen zich. Daarom is het doel om dit gebied zowel functioneel als aantrekkelijk in te richten. Er zal hier dus een nuanceverschil liggen qua inrichting ten opzichte van de zuidkant van het gebied. Het monument blijft onderwijsprogramma houden. Op dit moment is het gebouw via de achterzijde niet te betreden, maar zijn er wel deuren. Een mooie kans om ook het monument zich beter te laten richten tot wat straks een extra stukje openbaar parkgebied zal zijn. leidend principe

Signalering

Verblijfskwaliteit

Fietsparkeren opgenomen in landschapsontwerp

36

Fietsparkeren dicht bij entree en achter hagen gezet.

*De vorm en architectonische expressie van de gebouwdelen dienen enkel ter inspiratie en ondersteuning van de kaders en regels uit het stedenbouwkundigkader, de bouwenvelop en het beeldkwaliteitskader. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

37

Landschaps-, stedenbouwkundig en beeldkwaliteitskader, Verzetsstrijderslaan 2-4 Groningen Kunst en multimedia locatie Noorderpoort 19-03-2025

Kerklaan 30 Haren (Groningen) 050 52 78 218 info@wearelaos.nl wearelaos.nl

I.S.M. AAS Groningen RYSE adviseurs Buro Hollema

Opdrachtgever Noorderpoort 088 230 9999 Verzetsstrijderslaan 2-4 info@noorderpoort.nl noorderpoort.nl

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5190/documents/88434