Bijlage 2 bij nr. 39 Advies HG Advies_kappen_bomen_2021_beheerplan_Lewenborg_Groningen_inclusief_bijlagen.pdf
Tekst van het document
16
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
het aantreffen van houtduiven in het plangebied loopt het broedseizoen van 15 maart tot 15 september.
2.5.2 Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen Aanwezige beschermde soorten Uit bronnenonderzoek (NDFF) blijkt dat vleermuissoorten zoals in de rosse vleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in Lewenborg voorkomen. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn er in deelgebied 8 geen holtes in de te kappen bomen gevonden die geschikt zijn voor vleermuizen om als verblijfplaats te gebruiken. Essentiële vliegroutes Essentiële vliegroutes, die verblijfplaatsen en foerageergebied verbinden, bestaan uit lijnvormige structuren, zoals bomenrijen en watergangen. Met het kappen van de bomen worden geen van deze lijnvormige structuren onderbroken. Essentieel foerageergebied Binnen het plangebied ontbreekt belangrijk onmisbaar foerageergebied. Er blijven voldoende groenelementen in de omgeving bestaan die als foerageergebied gebruikt kunnen worden. Ook zijn er meerdere soortgelijke foerageerplekken aanwezig buiten het plangebied. Het plangebied maakt dus deel uit van een veel groter gebied waarin geschikt foerageergebied in ruime mate aanwezig is. Essentieel en onmisbaar foerageergebied is daarom niet aanwezig in het plangebied. Effecten en vervolg Met het kappen van bomen worden geen verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen aangetast. Negatieve effecten in deelgebied 8 zijn op basis van de quickscan uitgesloten.
2.6 Resultaten en effecten deelgebied 10 2.6.1 Vogelrichtlijnsoorten Aanwezige soorten Jaarrond beschermde nesten Uit bronnenonderzoek blijkt dat de buizerd, boomvalk, ransuil en roek in Lewenborg voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten aangetroffen die gebruikt kunnen worden door vogels met jaarrond beschermde nesten.
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
17
Holte
Figuur 6
Overzicht resultaten deelgebied 10 Overloop.
Categorie 5 soorten Tijdens het veldwerk zijn er verschillende categorie 5 soorten waargenomen. Het gaat om de soorten spreeuw, kauw, zwarte kraai, koolmees en pimpelmees. Pimpelmees, koolmees, spreeuw en kauw zijn soorten die in holen in bomen kunnen broeden maar ook in huizen. Deze soorten kunnen in deelgebied 10 tot broeden komen echter blijven er voldoende alternatieve in de omgeving om tot broeden te komen waardoor negatieve effecten op deze soorten worden uitgesloten. Zwarte kraaien maken nesten in bomen. Er worden maar enkele bomen gekapt en er blijven in de omgeving voldoende bomen aanwezig waar zwarte kraaien in kunnen broeden. Overige broedvogels In de bomen en groenstructuren om het plangebied kunnen verschillende algemene broedvogels tot broeden komen. Tijdens het veldbezoek zijn soorten zoals tjiftjaf, houtduif, merel, zanglijster, roodborst en winterkoning waargenomen. Effecten en vervolg Jaarrond beschermde soorten Voor een aantal vogelsoorten geldt dat zij hun nestplaatsen en/of hun vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond in gebruik hebben, of hier jaarlijks weer naar terugkeren. Deze nesten vallen jaarrond onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Er zijn geen nesten aangetroffen die door vogels met jaarrond beschermde nesten gebruikt kunnen worden. Negatieve effecten zijn op basis van de quickscan uitgesloten.
Categorie 5 Door voldoende alternatieve broed mogelijkheden zijn negatieve effecten op soorten zoals pimpelmees, koolmees, spreeuw, en kauw uitgesloten. Voor zwarte kraaien zijn blijven voldoende alternatieve aanwezig waardoor negatieve effecten voor deze soorten zijn uitgesloten.
18
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
Overige broedvogels (Opzettelijke) verstoring van Vogelrichtlijnsoorten is alleen toegestaan als er geen wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de soorten. We adviseren om het broedseizoen te ontzien. Standaard wordt voor het broedseizoen 15 maart tot 15 juli aangehouden. Maar vanwege het aantreffen van houtduiven in het plangebied loopt het broedseizoen van 15 maart tot 15 september.
2.6.2 Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen Aanwezige beschermde soorten Uit bronnenonderzoek (NDFF) blijkt dat vleermuissoorten zoals in de rosse vleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in Lewenborg voorkomen. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn er in deelgebied 10 twee bomen (boomnr. 30 en 68) met holtes aangetroffen (zie figuur 6 en foto 5). Deze holtes kunnen door vleermuizen gebruikt worden als verblijfplaats.
Foto 5
Links holte in populier (boomnummer 30) en rechts de holte in een populier (boomnummer 68)
Essentiële vliegroutes Essentiële vliegroutes, die verblijfplaatsen en foerageergebied verbinden, bestaan uit lijnvormige structuren, zoals bomenrijen en watergangen. Met het kappen van de bomen worden geen van deze lijnvormige structuren onderbroken. Essentieel foerageergebied Binnen het plangebied ontbreekt belangrijk onmisbaar foerageergebied. Er blijven voldoende groenelementen in de omgeving bestaan die als foerageergebied gebruikt kunnen worden. Ook zijn er meerdere soortgelijke foerageerplekken aanwezig buiten het plangebied. Het plangebied maakt dus deel uit van een veel groter gebied waarin geschikt foerageergebied in ruime mate aanwezig is. Essentieel en onmisbaar foerageergebied is daarom niet aanwezig in het plangebied. Effecten en vervolg Er zijn twee bomen in het deelgebied 10 met holtes die door vleermuizen gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. De bomen met de holtes worden niet gekapt. Ook in de directe omgeving van de
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
19
bomen met holtes wordt niet gekapt. Negatieve effecten voor vleermuizen zijn dan ook niet aan de orde en kan op basis van de quickscan uitgesloten worden.
2.7 Resultaten en effecten deelgebied 11 2.7.1 Vogelrichtlijnsoorten Aanwezige soorten Jaarrond beschermde nesten Uit bronnenonderzoek blijkt dat de buizerd, boomvalk, ransuil en roek in Lewenborg voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten aangetroffen die gebruikt kunnen worden door vogels met jaarrond beschermde nesten.
Holte Houtduifnest
Figuur 7
Overzicht resultaten deelgebied 11 Loefzijde.
Categorie 5 soorten Tijdens het veldwerk zijn er verschillende categorie 5 soorten waargenomen. Het gaat om de soorten spreeuw, kauw, zwarte kraai, koolmees en pimpelmees. Pimpelmees, koolmees, spreeuw en kauw zijn soorten die in holen in bomen kunnen broeden maar ook in huizen. Deze soorten kunnen in deelgebied 11 tot broeden komen echter blijven er voldoende alternatieve in de omgeving om tot broeden te komen waardoor negatieve effecten op deze soorten worden uitgesloten. Zwarte kraaien maken nesten in bomen. Er worden maar enkele bomen gekapt en er blijven in de omgeving voldoende bomen aanwezig waar zwarte kraaien in kunnen broeden. Overige broedvogels In de bomen en groenstructuren om het plangebied kunnen verschillende algemene broedvogels tot broeden komen. Tijdens het veldbezoek zijn soorten zoals tjiftjaf, houtduif, merel, zanglijster, roodborst en winterkoning waargenomen. Van de houtduif is een oud nest aangetroffen (zie figuur 7).
20
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
Effecten en vervolg Jaarrond beschermde soorten Voor een aantal vogelsoorten geldt dat zij hun nestplaatsen en/of hun vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond in gebruik hebben, of hier jaarlijks weer naar terugkeren. Deze nesten vallen jaarrond onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Er zijn geen nesten aangetroffen die door vogels met jaarrond beschermde nesten gebruikt kunnen worden. Negatieve effecten zijn op basis van de quickscan uitgesloten. Categorie 5 Door voldoende alternatieve broed mogelijkheden zijn negatieve effecten op soorten zoals pimpelmees, koolmees, spreeuw, en kauw uitgesloten. Voor zwarte kraaien zijn blijven voldoende alternatieve aanwezig waardoor negatieve effecten voor deze soorten zijn uitgesloten. Overige broedvogels (Opzettelijke) verstoring van Vogelrichtlijnsoorten is alleen toegestaan als er geen wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de soorten. We adviseren om het broedseizoen te ontzien. Standaard wordt voor het broedseizoen 15 maart tot 15 juli aangehouden. Maar vanwege het aantreffen van houtduiven in het plangebied loopt het broedseizoen van 15 maart tot 15 september.
2.7.2 Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen Aanwezige beschermde soorten Uit bronnenonderzoek (NDFF) blijkt dat vleermuissoorten zoals in de rosse vleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in Lewenborg voorkomen. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn er in deelgebied 11 twee bomen met holtes aangetroffen (zie figuur 7 en foto 6). Deze holtes kunnen door vleermuizen gebruikt worden als verblijfplaats.
Foto 6
De holtes langs de Loefzijde links (boomnummer 35), rechts (boomnummer 43).
Essentiële vliegroutes Essentiële vliegroutes, die verblijfplaatsen en foerageergebied verbinden, bestaan uit lijnvormige structuren, zoals bomenrijen en watergangen. Met het kappen van de bomen worden geen van deze lijnvormige structuren onderbroken.
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
21
Essentieel foerageergebied Binnen het plangebied ontbreekt belangrijk onmisbaar foerageergebied. Er blijven voldoende groenelementen in de omgeving bestaan die als foerageergebied gebruikt kunnen worden. Ook zijn er meerdere soortgelijke foerageerplekken aanwezig buiten het plangebied. Het plangebied maakt dus deel uit van een veel groter gebied waarin geschikt foerageergebied in ruime mate aanwezig is. Essentieel en onmisbaar foerageergebied is daarom niet aanwezig in het plangebied. Effecten en vervolg Er zijn twee bomen in het deelgebied 11 met holtes die door vleermuizen gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. De twee bomen met holtes worden niet gekapt. Wel worden de bomen gesnoeid de holtes blijven ook na de snoei geschikt voor vleermuizen. Negatieve effecten voor vleermuizen treedt niet op mits er alleen snoeiwerkzaamheden plaats vinden en de holtes behouden blijven.
2.8 Resultaten en effecten deelgebied 9 2.8.1 Vogelrichtlijnsoorten Aanwezige soorten Jaarrond beschermde nesten Uit bronnenonderzoek blijkt dat de buizerd, boomvalk, ransuil en roek in Lewenborg voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten aangetroffen die gebruikt kunnen worden door vogels met jaarrond beschermde nesten.
Holtes houtduifnest
Figuur 8
Overzicht resultaten deelgebied 9 Midscheeps/Bakboordswal.
Categorie 5 soorten Tijdens het veldwerk zijn er verschillende categorie 5 soorten waargenomen. Het gaat om de soorten spreeuw, kauw, zwarte kraai, koolmees en pimpelmees. Pimpelmees, koolmees, spreeuw en kauw zijn soorten die in holen in bomen kunnen broeden maar ook in huizen. Deze soorten kunnen in deelgebied 9 tot broeden komen echter blijven er voldoende alternatieve in de omgeving om tot broeden te komen waardoor negatieve effecten op deze soorten worden uitgesloten. Zwarte kraaien
22
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
maken nesten in bomen. Er worden maar enkele bomen gekapt en er blijven in de omgeving voldoende bomen aanwezig waar zwarte kraaien in kunnen broeden. Overige broedvogels In de bomen en groenstructuren om het plangebied kunnen verschillende algemene broedvogels tot broeden komen. Tijdens het veldbezoek zijn soorten zoals tjiftjaf, houtduif, merel, zanglijster, roodborst en winterkoning waargenomen. Van de houtduif is een oud nest aangetroffen (zie figuur 8). Deze kunnen later in het seizoen nog tot broeden kunnen komen in het plangebied. Effecten en vervolg Jaarrond beschermde soorten Voor een aantal vogelsoorten geldt dat zij hun nestplaatsen en/of hun vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond in gebruik hebben, of hier jaarlijks weer naar terugkeren. Deze nesten vallen jaarrond onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Er zijn geen nesten aangetroffen die door vogels met jaarrond beschermde nesten gebruikt kunnen worden. Negatieve effecten zijn op basis van de quickscan uitgesloten. Categorie 5 Door voldoende alternatieve broed mogelijkheden zijn negatieve effecten op soorten zoals pimpelmees, koolmees, spreeuw, en kauw uitgesloten. Voor zwarte kraaien zijn blijven voldoende alternatieve aanwezig waardoor negatieve effecten voor deze soorten zijn uitgesloten.
Overige broedvogels (Opzettelijke) verstoring van Vogelrichtlijnsoorten is alleen toegestaan als er geen wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de soorten. We adviseren om het broedseizoen te ontzien. Standaard wordt voor het broedseizoen 15 maart tot 15 juli aangehouden. Maar vanwege het aantreffen van houtduiven in het plangebied loopt het broedseizoen van 15 maart tot 15 september
2.8.2 Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen Aanwezige beschermde soorten Uit bronnenonderzoek (NDFF) blijkt dat vleermuissoorten zoals in de rosse vleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in Lewenborg voorkomen. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn er in deelgebied vier bomen met holtes aangetroffen (zie figuur 11 en foto 11). De holtes bevinden zich in de bomen met nummers 15, 16, 99 en 149. Deze holtes kunnen door vleermuizen gebruikt worden als verblijfplaats.
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
23
Foto 7
Holtes in de populieren links boomnummer 15 en rechts boomnummer 16.
Essentiële vliegroutes Essentiële vliegroutes, die verblijfplaatsen en foerageergebied verbinden, bestaan uit lijnvormige structuren, zoals bomenrijen en watergangen. Met het kappen van de bomen worden geen van deze lijnvormige structuren onderbroken. Essentieel foerageergebied Binnen het plangebied ontbreekt belangrijk onmisbaar foerageergebied. Er blijven voldoende groenelementen in de omgeving bestaan die als foerageergebied gebruikt kunnen worden. Ook zijn er meerdere soortgelijke foerageerplekken aanwezig buiten het plangebied. Het plangebied maakt dus deel uit van een veel groter gebied waarin geschikt foerageergebied in ruime mate aanwezig is. Essentieel en onmisbaar foerageergebied is daarom niet aanwezig in het plangebied. Effecten en vervolg Er zijn vier bomen in deelgebied 9 met holtes die door vleermuizen gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. Drie van de vier bomen blijven behouden, alleen boomnummer 149 zal geveld gaan worden. Bij deze boom heeft in 2019/20 een vleermuisonderzoek plaats gevonden (zie bijlage 1) tijdens dit onderzoek zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Negatieve effecten voor vleermuizen kan op basis van de quickscan en nader onderzoek uitsloten worden.
24
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
3 | Conclusie
3.1 Conclusie beschermde soorten Op basis van de quickscan zijn met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde flora en fauna de volgende conclusies te trekken: De samenvatting wordt weergeven in tabel 1: Samenvatting van de nodige vervolg stappen per deelgebied.
Tabel 1
Deelgebied
Straat
Vogels jaarrond
Vleermuizen
Boomnummer
Ja
25
Vervolg
beschermde nesten 5
Baken
Nee
Boom wordt gesnoeid, holte blijft behouden.
6
Bakboordswal
Nee
Nee
N.V.T
N.V.T
7
Bakboordswal
Nee
Nee
N.V.T
N.V.T
8
Bakboordswal
Nee
Nee
N.V.T
N.V.T
10
Overloop
Nee
Ja
30 en 68
Bomen worden niet geveld, holtes blijven behouden
11
Loefzijde
Nee
Ja
35 en 43
Bomen worden gesnoeid holtes blijven behouden
9
Midscheeps/Bakboordswal
Nee
Ja
15,16,99 en
Bomen 15,16 en
149
99 worden niet geveld. Boom 149 wordt wel geveld nader onderzoek noodzakelijk (reeds uitgevoerd)
• In en rond het plangebied is geschikt broedbiotoop voor vogels zoals houtduif, merel, spreeuw en kauw aanwezig;
• Er zijn verschillende bomen met holtes aangetroffen die door vleermuizen gebruikt kunnen worden als verblijfplaats.
• Met de werkzaamheden worden geen potentiële vliegroutes of essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Indien andere werkzaamheden dan die zijn weergegeven in de kaarten gaat plaatsvinden, dienen ook deze ingrepen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De conclusies kunnen dan afwijken van de bovenstaande conclusies.
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
25
3.2 Benodigde vervolgstappen • Voordat de kap van boomnummer 149 Midsheeps/Bakboordswal geveld wordt dient er een nader • • •
onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te gaan worden. Dit nader onderzoek is reeds uitgevoerd (bijlage 1). Bomen met holtes waar gesnoeid gaat worden, dienen de werkzaamheden onder ecologische begeleiding uitgevoerd te worden. Om negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op de aanwezige broedvogels te voorkomen, dient te worden gewerkt buiten het broedseizoen (buiten de periode half maart t/m half september). Voor nationaal beschermde soorten geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Dit kan door het rooien van de struiken in één richting uit te voeren, zodat eventuele grondgebonden zoogdieren zelfstandig het gebied kunnen verlaten. Uit het nader onderzoek zal blijken of een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is en of er maatregelen getroffen moeten worden. De behandeltermijn van een ontheffing bij de Provincie Groningen duurt minimaal 13 weken, ook zijn er kosten aan de ontheffingsaanvraag verbonden.
26
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
4 | Literatuurlijst en Bronnen
• Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd maart 2020. • Verordening natuurbescherming Provincie Groningen, 2016. • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998 - 2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
• Sovon Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Websites www.zoogdiervereniging.nl www.vogelbescherming.nl www.sovon.nl
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
27
B 1 | Bijlage: Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
29
30
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg Onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in 4 bomen
Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg Onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in 4 bomen
Opdrachtgever Heldergroen Advies Contactpersoon C. Kok Status Definitief Datum 21 augustus 2020 Vrijgave
2
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
Inhoud
1 | Inleiding 1.1
5 Aanleiding
5
2 | Beschrijving plangebied
7
2.1 2.2
Ligging plangebied Planbeschrijving
7 8
3 | Methode 3.1 3.2
9 Bronnenonderzoek Veldonderzoek
9 9
4 | Resultaten 4.1 4.2 4.3
11 Habitatrichtlijnsoorten Vogelrichtlijnsoorten Samenvatting aangetroffen verblijfplaatsen en nesten
5 | Effecten en vervolg 5.1 5.2
Effecten Vervolgstappen
6 | Literatuur en bronnen
11 13 13 15 15 15 17
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
3
1 | Inleiding
1.1 Aanleiding De gemeente Groningen heeft voor de stadswijk Lewenborg een bomenbeheerplan opgesteld om het groen in de wijk te verduurzamen (Grontmij, 2012 en Grontmij, 2014). Bij de aanleg van de wijk zijn vooral snelgroeiende bomen aangeplant, zoals populieren en wilgen. Deze bomen zorgen de laatste jaren steeds meer voor overlast en gevaar door bijvoorbeeld vallende takken. In de opgestelde beheerplannen is ingegaan op de geleidelijke omvorming van snelgroeiende bomen naar langzaam groeiende bomen die duurzamer zijn. Bomen die (nu of op termijn) voor gevaarlijke situaties kunnen zorgen, worden gefaseerd in 2020 en 2021 gekapt. Met de geleidelijke omvorming wordt voorkomen dat in een korte periode een groot deel van de bomen geveld moet worden door afnemende vitaliteit. Buro Bakker heeft voor dit project een quickscan en een boomcamera inspectie uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat vier bomen in potentie geschikt zijn voor vleermuizen. Omdat de bomen mogelijk geschikt zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen, is een nader onderzoek uitgevoerd. Dit rapport doet verslag van het nader onderzoek.
Het rapport geeft antwoord op de volgende vragen: - Zijn er verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen in het plangebied aanwezig? - Zijn er verblijfplaatsen van vleermuizen binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden nabij het plangebied, aanwezig? - Heeft het plangebied een belangrijke rol als foerageergebied voor vleermuizen? - Zijn er essentiële vliegroutes voor vleermuizen aanwezig in het plangebied? - Zijn er door de geplande ontwikkelingen negatieve effecten op één of meerdere soortgroepen te verwachten? - Is er door de geplande ontwikkelingen kans op overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming? - Zijn er aan de hand van dit onderzoek vervolgstappen, zoals een ontheffingsaanvraag, mitigerende maatregelen en compenserende maatregelen aan de orde?
1.2 Wettelijk kader Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming betreft het onderdeel soorten, voorheen de Flora- en faunawet. In de Wet natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 - 3.4) 2. Habitatrichtlijnsoorten en soorten genoemd in de Verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 - 3.9) 3. Andere soorten (artikel 3.10 - 3.11; bijlage onderdeel A en B) Onder de Flora- en faunawet is een lijst met ‘jaarrond beschermde nesten’ opgesteld, die ook onder de Wnb geldig is. Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, de zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende dieren.
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
5
Voor dit project is de provincie Groningen het bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en voor het verlenen van een eventuele ontheffing. De provincie Groningen heeft voor de implementatie van de Wet natuurbescherming een verordening vastgesteld. Hierin is onder meer de lijst met vrijgestelde soorten te vinden.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het plangebied en de voorgenomen plannen beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijven we de methode van het onderzoek. Hoofdstuk 4 bespreken we de resultaten die zijn gevonden in het plangebied en de omgeving tijdens het onderzoek. In hoofdstuk 5 worden de effecten en de benodigde vervolgstappen behandeld. In hoofdstuk 6 wordt de geraadpleegde literatuur weergegeven.
6
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
2 | Beschrijving plangebied
2.1 Ligging plangebied De vier bomen betreffen boomnummers 10 en 13 (gebied Boek/De Fok), 63 en 117 (gebied Vooronder/Midscheeps) en staan in de wijk Lewenborg, gelegen in het Noordoosten van de stad Groningen (figuur 1). Voor een impressie van de gebieden, zie foto 1.
13
63
117 10
Figuur 1
De locaties van de bomen in Groningen. Bron: Openstreetmap.
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
7
Foto 1
Impressie van het plangebied met links het gebied bij boomnummers 10 en 117 (Vooronder/Midscheeps) en
rechts 13 en 63 (Boek/De Fok).
2.2 Planbeschrijving Het plan bestaat uit het kappen van bomen (vooral populieren en wilgen) op de locaties. Met de kap ontstaat een geleidelijke omvorming van snelgroeiende bomen naar langzaam groeiende bomen die duurzamer zijn. De bomen worden in het najaar van 2020 gekapt. De bomen worden vervangen door nieuwe, langzaam groeiende bomen.
8
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
3 | Methode
3.1 Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek bestaat uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, geraadpleegd op 20 juli 2020) en vrij beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten. Teven zijn de kennisdocumenten van BIJ12 geraadpleegd.
3.2 Veldonderzoek Het ecologisch onderzoek heeft zich gericht op vleermuizen. Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 20171. In figuur 1 staan de locaties van de bomen waar het onderzoek zich op gericht heeft aangeduid.
3.2.1 Vogelrichtlijnsoorten Jaarrond beschermde nesten Er is geen apart onderzoek uitgevoerd naar jaarrond beschermde nesten. Tijdens de quickscan zijn binnen het plangebied geen geschikte nesten aangetroffen. Algemene broedvogels Er is geen apart onderzoek naar uitgevoerd naar broedvogels.
3.2.2 Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017. Dit houd in dat de onderzoeksrondes zijn uitgevoerd onder voor vleermuizen geschikte omstandigheden (geen regen, harde wind, of een temperatuur onder 9 graden). Voor een overzicht van de omstandigheden van de onderzoeksronden, zie tabel 1. Het nader onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd door middel van vier veldbezoeken en een omgevingscheck in september. De voorjaars- en zomerronden zijn gericht op het vaststellen van kraamverblijfplaatsen en zomerverblijfplaatsen. De najaarsrondes zijn gericht op het vaststellen van paarverblijfplaatsen. Met de activiteit van de najaarsrondes wordt tevens een inschatting gemaakt over het belang van de boomholtes als winterverblijfplaats. Tijdens alle onderzoeken is gebruik gemaakt van batdetectors van het type Pettersson D240 en opname apparatuur. Ter plaatse zijn vleermuissoorten op naam gebracht en ingemeten met het programma WaarnemingPro op een tablet. Wanneer soorten ter plaatse niet op naam konden worden gebracht zijn opnames gemaakt van de sonargeluiden. Deze opnames zijn op kantoor geanalyseerd met het programma Anabat Insight. Voor alle ronden heeft een onderzoeker een betreffende boom geobserveerd tijdens momenten van in- of uitvliegen van vleermuizen.
1
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017); Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.
www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
9
Tabel 1 Ron
Boom-
de
nummer
Data veldwerk en omstandigheden van het onderzoek naar vleermuizen Datum
Aantal
Zon
Tempera-
Windkracht in
perso-
Starttijd
Eindtijd
op/onde
tuur in C •
Beaufort
nen
r
Neerslag
Bewolking
1
10 en 117
21-08-2019
2
20:56
23:15
20:58
17
0
Geen
Onbewolkt
1
63
26 -08-2019
1
20:34
23:00
20:48
21
2
Geen
Onbewolkt
1
13
27-08-2019
1
20:29
22:50
20:46
25
0
Geen
Onbewolkt
2
10 en 117
18-09-2019
2
22:00
00:20
19:49
11
1
Geen
Bewolkt
2
63
25-09-2019
1
21:15
23:51
19:33
16
1
Geen
Bewolkt
2
13
26-09-2019
1
21:18
00:00
19:31
14
2
Geen
Licht bewolkt
3
10 en 117
26-05-2020
2
3:15
5:30
5:23
7,5
0
Geen
Licht bewolkt
3
13 en 63
27-05-2020
2
21:30
23:50
21:45
11
3
Geen
Lichtbewolkt
4
10 en 117
2-07-2020
2
22:03
00:18
22:03
16
3
Geen
Half bewolkt
4
13 en 63
1-07-2020
2
3:00
5:15
5:09
13
1
Geen
Half bewolkt
10
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
4 | Resultaten
Het nader onderzoek richtte zich op vleermuizen. Andere soorten en soortgroepen zijn tijdens de quickscan uitgesloten. Wel is tijdens het vleermuisonderzoek gelet op algemene broedvogels. Omdat alleen vleermuizen en algemene broedvogels zijn onderzocht, worden alleen deze soort(groepen) in dit hoofdstuk behandeld.
4.1 Habitatrichtlijnsoorten 4.1.1 Vleermuizen Uit gegevens van de NDFF blijkt dat 5 vleermuissoorten zijn waargenomen in de afgelopen 10 jaar in en nabij (100-200 meter) het plangebied. Het betreft de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis. Van deze soorten verblijven de rosse vleermuis en watervleermuis doorgaans in bomen. De andere soorten verblijven grotendeels in gebouwen. Plangebied Verblijfplaatsen Tijdens het nader onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen in het plangebied vastgesteld. Foerageergebied en vliegroutes Vleermuizen maken gebruik van luwe, beschutte locaties om te foerageren op insecten. Binnen het plangebied maken gewone dwergvleermuizen, ruige dwergvleermuis, laatvliegers en in mindere mate ook rosse vleermuizen gebruik van het groen langs de Stuurboordswal en Loefzijde. Dit groen biedt de dieren voldoende beschutting en insecten. Essentiële vliegroutes, die verblijfplaatsen en foerageergebied verbinden, bestaan uit lijnvormige structuren, zoals bomenrijen en watergangen. Onder verschillende weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij verschillende windsnelheden en windrichtingen, kunnen verschillende routes worden gebruikt. Soms zijn de vliegroutes niet aan een herkenbare lijnvormige structuur te relateren.
Er vindt dan een diffuse verspreiding over de woonwijk en groengebieden plaats en er wordt gefoerageerd in tuinen, bomen, bij stedelijk groen, watergangen en dergelijke. De bomen in het plangebied kunnen onderdeel zijn van vliegroutes omdat ze onderdeel zijn van bomenlanen en watergangen (figuur 2). Enkele vleermuizen zijn hier ook voorbij vliegend waargenomen.
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
11
13
63
117 10 Figuur 2
De 4 bomen kunnen onderdeel zijn van vliegroutes van vleermuizen (gele pijlen).
Buiten plangebied Verblijfplaatsen Buiten het plangebied zijn 3 paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, 2 paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en 1 zomerverblijfplaats van de watervleermuis vastgesteld. De verblijfplaatsen van de dwergvleermuizen bevonden zich in woningen nabij de te kappen bomen. Het verblijf van de watervleermuis bevond zich in een boom nabij boomnummer 63. Uit deze verblijfplaats vlogen 9 watervleermuizen uit. Voor de locaties van de aangetroffen verblijfplaatsen, zie tabel 2 en figuur 3. Tabel 2
12
Overzicht van de aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen buiten het plangebied. Straat
Huisnummer
Soort
Type verblijf
Gangboord
68
Ruige dwergvleermuis
Paarverblijf
De Fok
37
Gewone dwergvleermuis
Paarverblijf
De Fok
12
Gewone dwergvleermuis
Paarverblijf
Boeg
34
Gewone dwergvleermuis
Paarverblijf
Boeg
5
Ruige dwergvleermuis
Paarverblijf
Nabij boomnummer 63
---
Watervleermuis
Zomerverblijf
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
Foerageergebied en vliegroutes De directe omgeving van de bomen biedt veel geschikt foerageergebied. Vooral het Wijkpark biedt veel groen en water waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Tijdens het nader onderzoek zijn buiten het plangebied foeragerende gewone dwergvleermuizen, ruige dwergvleermuizen, laatvliegers en rosse vleermuizen waargenomen. De dieren maken veel gebruik van het aanwezige groen. Ook het water bij boomnummers 10 en 117 wordt gebruikt om te foerageren door dwergvleermuizen en laatvliegers. Watervleermuizen zijn foeragerend waargenomen boven de vijver van het Wijkpark, gelegen ten noordwesten van boomnummers 13 en 63. Voor de locaties van de foerageergebieden, zie figuur 3. Buiten het plangebied zijn geen essentiële vliegroutes vastgesteld. Enkele voorbij vliegende laatvliegers en gewone dwergvleermuizen maakten gebruik van de bomenlanen (figuur 2).
4.2 Vogelrichtlijnsoorten 4.2.1 Broedvogels Tijdens het nader onderzoek naar vleermuizen is een merelnest vastgesteld in een boomholte nabij boomnummer 117. Nesten van andere vogelsoorten zijn niet vastgesteld.
4.3 Samenvatting aangetroffen verblijfplaatsen en nesten 4.3.1 Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij geen enkele van de te kappen bomen zijn vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Wel zijn in de directe omgeving verblijfplaatsen van de gewone en ruige dwergvleermuis aanwezig. Nabij boomnummer 63 bevindt zich een verblijfplaats van watervleermuizen (figuur 3). Foerageergebied en vliegroutes Vleermuizen maken gebruik van het groen en water nabij de te kappen bomen om te foerageren. Enkele individuen maken gebruik van de bomenlanen om van verblijfplaats naar foerageergebieden te vliegen.
4.3.2 Vogelrichtlijnsoorten Broedvogels Nabij boomnummer 117 bevindt zich een merelnest (figuur 3). Andere broedvogels of nesten zijn niet waargenomen.
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
13
Figuur 3
Aangetroffen verblijfplaatsen en foerageergebied bij en nabij de te onderzoeken bomen (individueel ge-
nummerd). Bron: Openstreetmap.
14
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
5 | Effecten en vervolg
5.1 Effecten 5.1.1 Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen Verblijfplaatsen In de te kappen bomen zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Buiten het plangebied zijn wel vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. Voor de gewone en ruige dwergvleermuis verblijfplaatsen geldt dat ze in gebouwen aanwezig zijn welke op voldoende afstand van de te kappen bomen staan. De aanwezige individuen zullen geen negatieve effecten door de bomenkap ervaren. Het watervleermuisverblijf zit in een boom nabij boomnummer 63. Als de kap van boomnummer 63 overdag plaats vindt, zullen de watervleermuizen niet negatief worden beïnvloed. Van belang is dan wel om bij werkzaamheden die meerdere dagen overspannen, ’s nachts geen verlichting aan te laten staan. Foerageergebied en vliegroutes Vleermuizen maken gebruik van het plangebied en omgeving om te foerageren. Verwacht wordt dat de dieren dit kunnen blijven doen, ook na de kap. In de omgeving van de bomen worden ook een aantal andere bomen gekapt. Maar er blijven voldoende bomen in de omgeving staan dat geen grote gaten vallen in het aanwezige groen. Hierdoor blijft het gebied geschikt voor vleermuizen om te foerageren. Door de kap van de bomen worden vliegroutes niet onderbroken. Vleermuizen kunnen dus gebruik blijven maken van de vliegroutes. Hierdoor zijn negatieve effecten uitgesloten.
5.1.2 Vogelrichtlijnsoorten Broedvogels In de bomen en hun omgeving kunnen broedvogels tot broeden komen. Zo is een merelnest vastgesteld. Als een nest wordt gebouwd net voor de kap gaat plaats vinden, wordt het nest vernield, wat een overtreding is van de Wet natuurbescherming. Ook kunnen broedvogels verstoord worden door werkzaamheden die nabij hun nest plaatsvinden. Om negatieve effecten op broedvogels te voorkomen dienen de bomen buiten het broedseizoen (half maart t/m half juli) te worden gekapt.
5.2 Vervolgstappen Omdat negatieve effecten op vleermuizen zijn uitgesloten of kunnen worden voorkomen, zijn geen vervolgstappen nodig voor vleermuizen. Voorkomen van negatieve effecten kan gedaan worden door overdag te werken en geen verlichting ’s nachts aan te laten staan. Om negatieve effecten op broedvogels te voorkomen dienen de bomen buiten het broedseizoen (half maart t/m half juli) te worden gekapt.
5.2.1 Ontheffing Omdat door de werkzaamheden geen verblijfplaatsen/nesten worden aangetast of dieren worden verstoord, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet nodig.
5.2.2 Invulling zorgplicht De zorgplicht (art. 1.11 Wet natuurbescherming) houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel als redelijkerwijs mogelijk is wordt voorkomen. In dit geval is het van belang om buiten het
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
15
broedseizoen van algemene broedvogels te werken (half maart t/m half juli), of, als dit niet mogelijk is, voor de werkzaamheden een broedvogelcontrole uit te voeren.
16
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
6 | Literatuur en bronnen
• Buro Bakker (2019); Quickscan Wet natuurbescherming voor de kap van bomen in Lewenborg en • •
Beijum. Rapport P19072, Assen. Buro Bakker (2019); Notitie boomcameraonderzoek 10 bomen in Beijum en Lewenborg. Rapport P19072, Assen. Grontmij, 2012. Beheerplan bomen Lewenborg. Aanpak populieren en wilgen.
• Grontmij, 2014. Beheerplan bomen Beijum. Aanpak populieren en wilgen. • Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017. • Kapteyn, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Schuyt & Co Uitgevers, Haarlem.
• Ministerie van LNV, 2009. Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet.
• Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd 20 juli 2020. • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998 - 2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
• Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl Websites
• www.zoogdiervereniging.nl • www.vogelbescherming.nl • www.sovon.nl • www.google.com/maps • www.openstreetmap.org
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
17
Colofon
Uitgevoerd door Buro Bakker adviesburo voor ecologie Stationsstraat 29c Postbus 10034 | 9400 CA Assen T 0592 - 313389 | info@burobakker.nl www.burobakker.nl Projectleiding Koen Breed Rapportage Aaron Sibma Veldwerk Koen Breed & Ron Hanisch Kwaliteitscontrole Dagmar Heidinga © Buro Bakker adviesburo voor ecologie Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren Buro Bakker (2020); Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg. Onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in 4 bomen. Rapport P19215, Assen.
2020 | P19215 | Nader onderzoek vleermuizen Lewenborg
19
<Voeg hier de afbeelding in>
Colofon
Uitgevoerd door Buro Bakker adviesburo voor ecologie Stationsstraat 29c Postbus 10034 | 9400 CA Assen T 0592 - 313389 | info@burobakker.nl www.burobakker.nl Projectleiding K. Breed Rapportage J. Koster Veldwerk J. Koster Kwaliteitscontrole K. Breed © Buro Bakker adviesburo voor ecologie Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren Buro Bakker (2020); QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg. Rapport P20064, Assen. Foto's: Jasper Koster
2020 | P20064 | QS Wnb vellen en herplant van populieren en wilgen in Lewenborg
31