CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 15 Waterhuishoudkundig plan.pdf

gemeenteraad 18 februari 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 5e: Travertijnstraat - vervangen gebiedsgerichte criteria Welstandsnota (raadsvoorstel 14-1-26)9.017 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Opdrachtgever BJZ.NU B.V. De heer S. Slijkhuis Twentepoort Oost 16 7609 RG ALMELO Adviesbureau Geofoxx Jules Verneweg 21-15 Postbus 2205 5001 CE TILBURG 013 - 458 21 61

Auteur Mevrouw J. (Joshi) Lenferink Paraaf:

Controle / vrijgave De heer S.E.M. (Steven) Ros Paraaf:

Status versie 1 Datum 10 november 2025 Projectnummer 20250450/JLEN Documentkenmerk 20250450_a1RAP

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2.1 Locatiegegevens 2.2 Gewenste herinrichting 2.3 Onderzoeksopzet

2 2 2 3

3

Beleid 3.1 Waterschap 3.2 Gemeentelijk beleid

5 5 5

4

Geohydrologisch onderzoek 4.1 Maaiveldhoogte 4.2 Bodemopbouw 4.3 Doorlatendheid 4.4 Grondwater 4.5 Oppervlaktewater 4.6 Riolering 4.7 Natuurgebieden 4.8 Grondwaterbeschermingsgebied 4.9 Klimaateffect atlas 4.10 Vastgestelde geohydrologische situatie

8 8 8 10 10 13 13 14 14 14 14

5

Toekomstige situatie waterhuishouding 5.1 Algemeen 5.2 Infiltratiemogelijkheden algemeen 5.3 Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie 5.4 Berging hemelwater 5.5 Ontwerp watersysteem

16 16 16 17 17 18

6

Bouw- en woonrijp maken 6.1 Voorstel vloerpeilen 6.2 Aandachtspunten bouwrijp maken

21 21 21

7

Samenvatting en conclusie

23

Bijlagen 1 Situatietekening 1.1 Geografische ligging 1.2 Ontwerptekening 2 Boorstaten 3 Het wateradvies

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

-/-

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

1

Inleiding

In opdracht van BJZ.NU B.V. heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1, een waterhuishoudkundig plan opgesteld en geohydrologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie WHP Travertijnstraat te Groningen. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen realisatie van 250 tot 300 nieuwbouwwoningen en de daarvoor benodigde bestemmingsplanwijziging van de locatie. In verband met de bestemmingsplanwijziging en de geplande woningbouw is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Achtergrond Om water bij ruimtelijke ontwikkeling een prominentere rol te geven, is op grond van het besluit op de ruimtelijke ordening de watertoets verplicht gesteld. Dit komt erop neer dat bij elk ruimtelijk plan vooraf moet worden aangegeven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en dat onderlinge afstemming plaatsvindt tussen ontwikkelaar en waterbeheerders (watertoetsproces). De doorvertaling van het watertoetsproces zal in het bestemmingsplan worden opgenomen in de vorm van een waterparagraaf, waarin verantwoording wordt afgelegd over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder.

Weging van het waterbelang (voorheen watertoetsproces) De essentie van de weging van het waterbelang is een vroegtijdig contact tussen zogeheten initiatiefnemers en waterbeheerders. Het doel van de weging van het waterbelang is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. De toets is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. In een waterparagraaf wordt door de initiatiefnemer uitgelegd hoe wordt omgegaan met de waterhuishouding binnen het plan (Bij grotere plannen wordt het opstellen van de waterparagraaf veelal voorafgegaan door een vooroverleg met waterschap, gemeente en/of Rijkswaterstaat). Het waterschap kijkt vervolgens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse (beoordeling waterparagraaf) en geeft een wateradvies. Het resultaat van het wateradvies is een tussen de initiatiefnemer en waterbeheerder afgestemde waterparagraaf in het ruimtelijk plan. Afhankelijk van de omvang van het plan en van de relevante wateraspecten / -belangen komt het wateradvies in aanmerking voor de korte procedure dan wel normale procedure.

Doel Om goed onderbouwde en weloverwogen keuzes te kunnen maken bij het ontwerp van het plangebied is het raadzaam om inzicht te hebben in de grondwaterhuishouding (grondwaterstanden, fluctuaties en stromingsrichting) en bodemopbouw ter plaatse. De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden als input voor de in een latere fase op te stellen waterparagraaf. Tevens is de weging van het waterbelang reeds ingevuld om te bepalen welke procedure doorlopen moet worden dan wel om een wateradvies te verkrijgen. In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en geohydrologisch onderzoek, de veldwerkzaamheden inclusief gemeten doorlatendheid, de vigerende regels voor de waterhuishouding bij ruimtelijke ontwikkeling en de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies.

1

De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

1 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet

2.1

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie Travertijnstraat (Vinkenhuizen-zuid) is gelegen in Groningen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Hoogkerk, sectie B en nummers 1647, 1648, 1723, 2101 en een deel van 2811. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 4,9 ha. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als scholencampus en bedrijventerrein. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn twee scholen gelegen.

Tabel 1.1: Overzicht topografische gegevens Topografische gegevens Locatie Gemeente Waterschap Huidig gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie Maaiveldhoogte1 Toekomstig gebruik 1

Travertijnstraat (Vinkenhuizen-zuid) Groningen Waterschap Noorderzijlvest Scholencampus en bedrijventerrein 4,9 ha 0,2 tot 0,5 m+NAP Woningen

Maaiveldhoogte loopt op nabij bestaande bebouwing;

2.2

Gewenste herinrichting

Aan zowel de noord- als de zuidzijde van het plangebied zijn toegangswegen gelegen. Daarnaast is aan de zuidzijde van het plangebied parkeergelegenheid aanwezig. In onderstaande figuur is een overzicht gegeven van de toekomstige inrichting (rechts).

Figuur 2.1: Onderzoekslocatie huidige- en nieuwe situatie (respectievelijk links en rechts). Gebaseerd op de door de opdrachtgever aangeleverde tekening zal het verhard oppervlakte in de toekomst toenemen. Dit bestaat uit een totale verharding van circa 9.430 m2 voor de toekomstige rijbaan, trottoirs en parkeerplaatsen (verhardingen). Daarnaast zal de bebouwing zorgen voor een totaal van het verhard oppervlak van circa 13.820 m2. In de tabel op navolgende pagina is de toekomstige verharding weergegeven.

Tabel 2.1: Oppervlaktes en kavelindeling (m2) Situatie

Kavels

Globale oppervlakte

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

Oppervlak verharding

Totaal verhard

2 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Voormalig Toekomstig

--

49.000 49.000

Bebouwing Voetpad Autoweg Parkeerplaats

33.500

33.500 23.250

13.820 2.735 3.530 3.165

Totaal onverhard (toekomstig) Totaal verhard (toekomstig)

2.3

Onderzoeksopzet

2.3.1

Geohydrologisch onderzoek

25.750 (53%) 23.250 (47%)

Eerst zal een bureaustudie worden uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o.a. DINOloket, Klimaateffect atlas, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn, dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend over de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van;     

Het Actueel Hoogtebestand van Nederland 4 (AHN 4); KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster; De database DINOloket van TNO; Openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister; Waterschapskaart Noorderzijlvest;

DHV, Geohydrologisch onderzoek en waterhuishouding op hoofdlijnen, februari 2006;

Veld- en laboratoriumonderzoek Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone van de bodem worden doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De k-waarde is van belang voor het bepalen van de infiltratiemogelijkheden op de locatie. In lijn met de leidraad riolering Module C2510 (Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage) zijn 5 doorlatendheidsmetingen (falling head testen) uitgevoerd op verschillende dieptes van circa 0 tot 1,5 m-mv. Daarnaast zijn pompproeven verricht in de geplaatste peilbuizen ter bepaling van de doorlatendheid van de bodem onder de grondwaterstand. Op basis van de bij de boringen vrijkomende grond is een gedetailleerde boorbeschrijving gemaakt (boorprofielen). Dit geeft inzicht in de bodemopbouw (samenstelling en doorlatendheid). De ligging van de boorpunten is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 1. Voor gedetailleerde boorstaten wordt verwezen naar bijlage 2.

Kwaliteitsborging De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen).

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

3 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

2.3.2

Weging van het waterbelang

In het kader van de (verplichte) weging van het waterbelang is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het doorlopen van het digitale wateradvies. Met behulp hiervan kan worden bepaald welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het bestemmingsplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen). Afhankelijk van de uitkomsten van het wateradvies, wordt de waterparagraaf in een later stadium geschreven. De resultaten van het wateradvies zijn opgenomen in onderhavige rapportage.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

4 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

3

Beleid

In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Groningen en waterschap Noorderzijlvest.

3.1

Waterschap

Het waterschap Noorderzijlvest beschrijft in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 hun visie voor veilig, voldoende en schoon drinkwater. De focus ligt hierbij op het klimaatbestendig blijven en een natuurlijker en duurzamer waterbeheer. Hiermee is het doel droogte en verzilting tegen te gaan, biodiversiteit te stimuleren en zowel het winnen van grondstoffen en energie uit afvalwater. Binnen dit plan wordt geen bergingseis gekwantificeerd. Bij een toename van meer dan 750 m2 dient compensatie te worden aangelegd voor versnelde afvoer. Het waterschap wil hierin graag adviseren. Als vuistregel voor plannen kleiner dan 10 hectare kan rekening gehouden worden met een te realiseren wateroppervlakte van 10% van de toename van het verhard oppervlak. Dit betekent dat aangezien er geen toename van het verhard oppervlak is - er geen compensatie-eis vanuit het waterschap geldt. Uit de beleidsnotitie water en ruimte van het waterschap Noorderzijlvest blijkt het volgende: Om te voorkomen dat een toename van het verhard oppervlak het watersysteem extra belast, adviseert het waterschap in het Watertoetsproces om waterneutraal te bouwen. Waterneutraal bouwen houdt in dat de initiatiefnemer afdoende maatregelen neemt om de versnelde afvoer, door de toename van verhard oppervlak, te compenseren, zodat het watersysteem niet zwaarder wordt belast.

Bij de berekening van de stedelijke wateropgave en compenserende waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen worden door waterschap Noorderzijlvest de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Er wordt niet afgewenteld op andere gebieden;  Voor bebouwd gebied wordt een maximumstijging van de waterstand bij een situatie T=100 bepaald, rekening houdend met klimaatverandering, op basis van het laagste maaiveld;  De verharde oppervlakken die afgekoppeld kunnen en mogen worden, zullen in de toekomst voor 100% worden afgekoppeld;  Als het financieel, ruimtelijk en maatschappelijk verantwoord is, wordt er gestreefd naar een watersysteem dat robuuster is dan de voorgeschreven normen;  Kansen die zich voordoen om het watersysteem robuuster te maken worden zoveel mogelijk benut.

3.2

Gemeentelijk beleid

De planontwikkeling heeft na realisatie een hoeveelheid verhard oppervlak van 23.250 m2 tot gevolg. Compenserende maatregelen zijn daarom noodzakelijk (verhard oppervlak >2.000 m2). Uit het Programma ‘Water en riolering 2025 – 2029’ van de gemeente Groningen blijkt dat er in ieder geval 60 mm waterberging moet plaatsvinden. Daarnaast moet er bij een stresstest met een bui van 58 en 73 mm per uur geen wateroverlast optreden. Deze of vergelijkbare buien hanteren ze ook als uitgangspunt om nieuwe ontwikkelingen te toetsen

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

5 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

op klimaatbestendigheid. Als na toetsing blijkt dat onwenselijke wateroverlastsituaties optreden, willen ze zoveel mogelijk de gemeentelijke riolering ontlasten door aanvullende waterbergende en of infiltrerende maatregelen op te nemen in het plan. Daarnaast mag water vanaf particulier terrein niet leiden tot overlast bij omliggende percelen. Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke eveneens kan dienen als noodoverloop. In de Verordening afvoer hemel- en grondwater Groningen – 2023 t/m heden staat in artikel 3 het volgende:

1. Met oog op het beperken van wateroverlast is het verboden hemelwater te lozen vanaf nieuwe gebouwen en nieuwe verharde oppervlakken in een openbaar riool, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden. 2. Voor de hemelwaterberging gelden de volgende eisen: a. op een enkel perceel tussen de 250 en 1.000 m² wordt 20 l per m² verhard oppervlak opgevangen; b. op een perceel groter dan 1.000 m² wordt 40 l per m² verhard oppervlak opgevangen; c. op een gebied groter dan 2.000 m² wordt 70 l per m² verhard oppervlak opgevangen; 3. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze weer voor 90% beschikbaar is: a. tussen 10 en 20 dagen als het opgevangen hemelwater bestemd is voor benutting of hergebruik; of b. tussen 1 en 2 dagen als het opgevangen hemelwater niet bestemd is voor benutting of hergebruik. 4. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte. Op basis van de Verordening afvoer hemel- en grondwater Groningen 2023 kan worden uitgegaan van een minimale bergingseis van 70 mm. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren.

Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. Ontwateringsdiepte In figuur 3.1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

6 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Figuur 3.1: Definities ontwateringsdiepte en drooglegging De ontwateringsdiepte is het verschil tussen maaiveldhoogte2 en grondwaterstand. Het uitgangspunt voor het stedelijk gebied is dat voldoende ontwateringsdiepte wordt gerealiseerd voor de gewenste functie. In tabel 3.1 zijn de ontwateringsdiepten weergegeven (de beoogde ontwateringsdiepte is geen vaste te garanderen grondwaterstand omdat de grondwaterstand een sterk dynamisch karakter heeft).

Tabel 3.1: Gewenste ontwateringsdiepte per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie

Gewenste ontwateringsdiepte (m)*

Woningen/gebouwen Wegen Openbaar groen * Op basis van ervaring uit het verleden

0,25 m t.o.v. kruin van de weg 1,0 m t.o.v. maaiveld 0,5 m t.o.v. maaiveld

Bouwperiode Bij de aanleg en het onderhoud van het gebouw en bestrating mag geen gebruik gemaakt worden van uitloogbare bouwmaterialen, chemische bestrijdingsmiddelen en dient het gebruik van strooizout te worden beperkt. Indien er toch uitlogende materialen worden toegepast, dient het desbetreffende materiaal jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen. Inrichting De straatpeilen dienen bij de straatpeilen in de omgeving van het plangebied aan te sluiten. Rondom de bouwkavels is voldoende ruimte om hoogteverschillen met de omgeving op te vangen. Het vloerpeil van de bebouwing dient doorgaans 0,2 m boven de kruin van de weg gelegen te zijn. Echter, dit is eveneens afhankelijk van de inrichting van het straat tracé (drempels, type wegprofiel, afstand tot straat, etc.). In hoofdstuk 6.1 zal verder worden ingegaan op de vloerhoogten. Deze vloerpeilen zijn gebaseerd op de minimale drooglegging en benodigde straatpeilen.

2

De maaiveldhoogte zelf heeft vrijwel geen directe invloed op de grondwaterstand (afhankelijk van een bepaalde drooglegging werkt de maaiveldhoogte, via het oppervlaktewaterpeil, wel door in de grondwaterstand). De maaiveldhoogte is wel van belang voor de ontwateringsdiepte.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

7 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

4

Geohydrologisch onderzoek

4.1

Maaiveldhoogte

Regionaal Ten oosten van de onderzoekslocatie is de noordelijke punt van de Hondsrug gelegen op circa 8 m+NAP. Het maaiveld loopt in westelijke richting af tot circa -1,3 m+NAP. Lokaal Ter hoogte van het plangebied is het maaiveld gelegen op circa 0,3 m+NAP. Aan de zuidzijde is het maaiveld met circa 0,45 m+NAP hoger gelegen dan de noordzijde. Het laagstgelegen deel ligt in het centrum van het plangebied ligt op circa 0,2 m+NAP.

Figuur 4.1: Globale maaiveldhoogte in m+NAP onderzoekslocatie (AHN4)

4.2

Bodemopbouw

Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaalt de grondwaterstroming in een gebied. De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. In figuur 4.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven (gebaseerd op het geohydrologische model van de DINOloket, REGIS II v2.2). Ter plaatse van het plangebied is met name zeer fijn zand aanwezig. Vanaf circa 1,5 a 2 mmv wordt een storende laag verwacht.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

8 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Onderzoekslocatie

Onderzoekslocatie

Figuur 4.2: Regionale bodemopbouw (REGIS II v2.2, DINOloket)

Tabel 4.1: Regionale bodemopbouw (REGIS II v2.2, DINOloket) Diepte (m-mv) 0-5 5 -12 12-15 15 – 19 19 – 22 22 - 32

Formatie

Samenstelling

k-waarde (m/dag)

Holocene afzetting Boxtel Eem Drente Peelo (klei) Peelo (zand)

-Zeer tot matig fijn zand Matig grif tot uiterst grof zand matig grof tot uiterst grof zand klei, stevig tot hard, siltig of zandig Uiterst fijn tot uiterst grof zand

-5 – 10 10 – 25 25 - 50 2,5 - 5 < 0,001

Lokale bodemopbouw In het kader van de herontwikkeling is door Geofoxx een geohydrologisch onderzoek op de locatie uitgevoerd. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de profielbeschrijvingen van de grondboringen volgt een matig fijn zandige bodem waarbij over de locatie verspreid klei is aangetroffen van 0,7 – 1,3 m-mv (tabel 4.2).

Tabel 4.2: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0,0 – 0,7 0,7 – 1,3

Bodemsamenstelling Matig fijn zand, sterk siltig, zwak humeus Klei, matig zandig

Opmerking puinhoudend, brokken klei

Er zijn roestverschijnselen aangetroffen van op circa 0,7 m-mv. De waterstanden zijn gemeten bij uitvoering van de veldwerkzaamheden op 11 juli 2025 aangetroffen op circa 1,2 m-mv oftewel -1,0 m+NAP.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

9 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

4.3

Doorlatendheid

Onverzadigde zone Om een indruk te krijgen van de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone is in 5 boringen een doorlatendheidsproef uitgevoerd. De proeven zijn verricht verspreid uitgevoerd over het terrein op verschillende dieptes in de aanwezige zandlaag. De doorlatendheid van de onverzadigde bodemlagen is bepaald met behulp van de Falling head-methode, ook wel omgekeerde Hooghoudmethode genoemd. Bij de Falling head-methode wordt de grondwaterspiegel eenmalig verhoogd waarna de daling van de grondwaterspiegel wordt gemeten. De metingen worden uitgevoerd om een indicatie te verkrijgen van de mogelijkheden voor de infiltratie van hemelwater in de bodem. De doorlatendheidsproeven zijn uitgevoerd in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) in de zandlagen.

Figuur 4.3: FallingHead methode

Tabel 4.3: Gemeten doorlatendheid onverzadigde zone (m/dag) Boorpunt BO01 BO02 BO03

Filtertraject (mmv) 0,1 - 0,6 0,3 - 0,8 0,5 – 1,0

BO04

0,8 – 1,3

BO05

0,0 – 1,16

4.4

Samenstelling bodem Matig fijn zand, matig siltig Matig fijn zand, matig siltig, matig humeus Matig fijn zand, sterk siltig, zwak humeus, vanaf 0,8 mmv kleiig Matig fijn zand, matig siltig, matig humeus, vanaf 1,2 m-mv kleiig Matig fijn zand, matig siltig, matig humeus

K-waarde (m/dag) 5,5 8,6 0,1 0,1 9,0

Grondwater

Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden op het plangebied, zijn diverse bronnen geraadpleegd. Regionale grondwaterstroming De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal westelijk gericht vanaf de Hondsrug. In de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn enkele verhogingen aanwezig in het maaiveld. Op basis van de geïnterpoleerde grondwaterstanden in figuur 4.4 lijken de grondwaterstanden in de omgeving sterk te worden beïnvloed door het maaiveldverloop. Deze figuur is echter gebaseerd op een beperkte hoeveelheid aan monitoringgegevens in de directe omgeving. Het is meer aannemelijk dat de grondwaterstanden overwegend de vastgestelde peilhoogtes in het peilbesluit van waterschap Noorderzijlvest volgen.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

10 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Figuur 4.4: Grondwaterstroming m NAP (Grondwatertools; isohypsen 1 e watervoerend pakket).

Figuur 4.5: Zomer- en winterpeil uit het peilbesluit van waterschap Noorderzijlvest nabij de onderzoekslocatie (blauw).

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

11 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

DINOloket Bij het DINOloket van TNO zijn langdurige meetgegevens bekend van grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de berekende statistieken van de meetwaarden weergegeven. Tabel 4.5: Grondwatergegevens DINOloket Meetpunt

B07D040 1

Z-hoogte (m+NAP )

Meetperiode

-0,61

2012 - 2020

GHG GG GLG (m+NAP (m+NAP (m+NAP (m-mv) (m-mv) (m-mv) ) ) ) -1,5

0,9

-1,6

1,0

-1,8

1,2

De bovenstaande peilbuis is gelegen ten zuiden van de onderzoekslocatie. De locatie is weergegeven in onderstaande figuur. De gemiddelde jaarlijkse fluctuatie is op basis van deze peilbuis circa 0,3 m.

B07D0401

Figuur 4.6: Ligging peilbuis ten opzichte van onderzoeksgebied Lokale grondwatermetingen Door Geofoxx is in het kader van het infiltratieonderzoek de waterstand gemeten. De waterstanden zijn gemeten bij uitvoering van de veldwerkzaamheden op 11 juli 2025 aangetroffen op circa 1,2 m-mv oftewel -1,0 m+NAP. De aangetroffen grondwaterstanden liggen rond het beoogde waterpeil in het nabijgelegen peilgebied Dolomiet. Maatgevende grondwaterstanden Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van TNO, de gegevens uit het peilbesluit (vast peil: -0,93 m NAP) van het waterschap Noorderzijlvest en van het verwachte stromingspatroon en de metingen op de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden bepaald en aangehouden voor de bemalingsberekeningen:

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

12 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

  

GHG: -0,8 m NAP GG: -0,93 m NAP (vast peil in peilgebied) GLG: -1,1 m NAP

Hierbij is ervan uitgegaan dat de grondwaterstand periodiek maximaal één tot enkele decimeters fluctueert boven en/of onder het vaste peil van peilgebied Dolomiet.

4.5

Oppervlaktewater

Nabij de onderzoekslocatie zijn enkele oppervlaktewateren gelegen. Aan de noordzijde is de watergang de Vinkhuizergraft gelegen (OAF000114) en aan de westzijde het ‘Halfwegslootje’ (OAF006142). Daarnaast zijn ter hoogte van het Diamant college en de Christelijke Scholengemeenschap Groningen Selion enkele secundaire watergangen gelegen (OWA476676 en OWA706532). Deze secundaire watergangen sluiten aan op de zuidelijker gelegen Hoentocht.

OWA476676

OWA706532

Figuur 4.7: Legger oppervlaktewateren nabij plangebied

4.6

Riolering

De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Het vuilwaterriool dient te worden aangesloten op het bestaande gemengde stelstel richting de Travertijnstraat. Dit zal gebeuren aan de noordzijde van het plangebied.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

13 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

4.7

Natuurgebieden

De onderzoekslocatie is niet gelegen in een Natura-2000 gebieden of EHS (Ecologische Hoofdstructuur).

4.8

Grondwaterbeschermingsgebied

De locatie is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied dan wel een intrekgebied.

4.9

Klimaateffectatlas

Op basis van de klimaateffectatlas blijkt dat bij extreme neerslag (70 mm in 2 uur) ter plaatse van het huidig plangebied op een groot gedeelte meer dan 30 cm water aan de oppervlakte aanwezig is. Opgemerkt dient te worden dat ondanks dat “water op maaiveld aanwezig is”, het plangebied geen waterbergende functie heeft ten tijde van extreme neerslag. In figuur 4.8 is de situatie weergegeven welke ontstaat bij 70 mm neerslag.

Figuur 4.8: Klimaatatlas Twente, 70 mm neerslag of Klimaateffect atlas, waterdiepte bij 70 mm neerslag in 2 uur

4.10

Vastgestelde geohydrologische situatie

Bodemopbouw De ondergrond bestaat tot circa 0,7 m-mv uit matig fijn zandige bodem. Vanaf 0,7 m-mv is lokaal klei aangetroffen. Hoogteligging

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

14 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Het maaiveld loopt af richting het noorden. Aan de zuidzijde ligt het maaiveld op circa 0,45 m+NAP. Aan de noordzijde is het maaiveld gelegen op circa 0,2 m+NAP. Gemiddeld genomen ligt het maaiveld op circa 0,3 m+NAP. Grondwaterniveau De locatie is gelegen in een peilgebied. Op de locatie wordt een grondwaterstand nabij het vaste peil van -0,93 mNAP verwacht (peilgebied Dolomiet). Hierbij is ervan uitgegaan dat de grondwaterstand periodiek maximaal één tot enkele decimeters fluctueert boven en/of onder het vaste peil van peilgebied Dolomiet. De volgende maatgevende grondwaterstanden zijn op basis hiervan aangehouden:  GHG: -0,8 m NAP  GG: -0,93 m NAP (vast peil in peilgebied)  GLG: -1,1 m NAP Doorlatendheid De doorlatendheid van de zandlagen is “slecht tot goed”. De gemeten k-waardes op basis van doorlatendheidsproeven variëren sterk, dit is in lijn met de bodemopbouw (lokaal kleiig). Het terrein is vanuit dat oogpunt van nature geschikt voor infiltratie op locaties waar geen klei is aangetroffen. Waterhuishoudkundige inrichting Ten noorden en westen van het onderzoeksgebied zijn oppervlaktewateren gelegen (Vinkhuizergraft en Halfwegslootje) binnen 50 meter van de locatie.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

15 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

5

Toekomstige situatie waterhuishouding

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden voor het verwerken van hemelwater binnen de plangrenzen bekeken.

5.2

Infiltratiemogelijkheden algemeen

De mogelijkheid voor het infiltreren van hemelwater in de bodem is onder andere afhankelijk van de bodemopbouw, de doorlatendheid van de bodem en de heersende grondwaterstanden. In figuur 5.1 is schematisch de afweging tussen het wel of niet infiltreren van hemelwater in de bodem en de keuze voor een bepaalde infiltratietechniek weergegeven. Het betreft een algemene beslismethodiek. Infiltratiesysteem

- Doorbreken van

-

eventuele aanwezige slecht doorlatende lagen verlagen gws ophogen terrein

GHG > 0,7 m-mv t.p.v. voorziening

nee

ja

ja k > 9 m/dag

nee

open verharding

nee

Afvoer naar oppervlaktewater infiltratie niet zonder meer mogelijk k > 2 m/dag

ja

- diepploegen -

grondverbetering grondvervanging ophogen terrein

Infiltratie: - veld - put * - koffer / - krat - riool - greppel

nee

k > 0,4 m/dag

ja

wadi

nee Afvoer naar oppervlaktewater

gws: GHG: m-mv: k: *

grondwaterstand gemiddeld hoogste grondwaterstand meter beneden het maaiveld doorlatendheid van de bodem voor een infiltratieput moet de grondwaterstand lager zijn dan 1,5 m-mv

Figuur 5.1: Mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater (bron: Hemelwater binnen perceelgrens, SBR/ISSO). Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) De GHG is als eerste criterium toegepast bij de afweging tussen het infiltreren in de bodem, het bergen van het hemelwater, óf het afvoeren van hemelwater naar elders. Als de GHG op de locatie hoger is dan 0,7 meter beneden maaiveld, dan is infiltratie niet zonder meer mogelijk en blijven de volgende mogelijkheden over:  Bufferen en hergebruik van het hemelwater op de locatie;  Het nemen van maatregelen ter verbetering van de geohydrologische omstandigheden;  Het ophogen van de locatie;

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

16 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Het afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater.

Doorlatendheid (k-waarde) Als de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag, dan kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, dan kunnen infiltratietechnieken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en –greppel goed worden toegepast. Als de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, dan kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendheid van minder dan 0,4 m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk.

5.3

Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie

Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden uitgegaan van de situatie zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 5.1: Infiltratiepotentie GHG m NAP -0,93

Plangebied

GG m NAP -0,93

GLG m NAP -0,93

k-waarde m/dag 5

Op basis van de GHG en de doorlatendheid is infiltratie op de locatie mogelijk. Om hemelwater te infiltreren is op basis van de aangetroffen geohydrologische situatie infiltratie middels een wadi (eventueel in combinatie met drainage) of een zaksloot het meest geschikt. Echter dient vooraf op de beoogde locaties van de infiltratievoorzieningen te worden bepaald of grondverbetering dient te worden toegepast.

5.4

Berging hemelwater

Op basis van de Verordening afvoer hemel- en grondwater Groningen 2023 kan worden uitgegaan van een minimale berging van 70 mm per m2 verhard oppervlak. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook daar infiltreren. Aangezien op dit moment onbekend is hoe de particuliere terreinen worden ingedeeld, wordt enkel bergingscapaciteit gerealiseerd voor het openbaar terrein. Tabel 5.2: Benodigde bergingshoeveelheid Verhard oppervlak afgerond (m2) 9.430 13.820 23.250

Verharding Bebouwing Totaal:

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

Bergingseis (mm) 70 70

Berging afgerond (m3) 660 970 1.630

17 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

5.5

Ontwerp watersysteem

De planontwikkeling heeft een toename van verhard oppervlak met 23.250 m2 tot gevolg. Op basis van de regels van de gemeente Groningen moet er 70 mm / m2 verhard oppervlak gecompenseerd worden. De waterberging zal in het plan voornamelijk bovengronds plaatsvinden gezien de te verwachten grondwaterstanden op -0,8 m NAP (GHG) en de maaiveldhoogte van gemiddeld +0,3 mNAP. Er is ongeveer tot 1,1 m-mv ruimte voor infiltratie, wat ondergrondse voorzieningen moeilijk inpasbaar maakt, doordat deze voorzieningen boven de grondwaterstand moeten liggen en daarbovenop extra dekking nodig is. Aangezien het plan zich nog in een vroegtijdig stadium bevindt, is hieronder een eerste concept weergegeven voor de waterberging. Het stedenbouwkundig ontwerp is als onderligger gebruikt, maar dit ontwerp kan nog veranderen.

Figuur 5.2: Watersysteem planlocatie met wadi’s Bij de dimensionering van de wadi’s dienen de volgende uitgangspunten van kracht te zijn:  De wadi moet een minimale wake van het waterpeil van 10 cm bevatten;  De wadi moet in 24 uur weer voor 90% beschikbaar zijn doormiddel van infiltreren dan wel vertraagd afvoeren;  Het talud mag een maximaal verhang bevatten van 1:3;  Wadi’s dienen te allen tijde voorzien te zijn van een overstort en eventueel drainage om de infiltratiecapaciteit te bevorderen. Er zijn in het plangebied meerdere wadi’s ingetekend die gezamenlijk een oppervlak hebben van 4.640 m2 (oppervlak boven: incl. talud, bij 40 cm waterdiepte) en een bodemoppervlak van 3.600 m2. Met een talud van 1:3 en een waterdiepte van 40 cm is er ruimte voor 1.650 m3 waterberging. Hiermee kan 73 mm dynamisch geborgen worden. Aangeraden wordt om de wadi’s 50 cm diep te maken en te voorzien van een slokop met overstort op 40 cm voor in het geval de waterstanden > 0,4 m hoog zijn. Aandachtspunt is dat veel van de paden die in het stedenbouwkundig ontwerp ingetekend zijn, verlegd zullen moeten worden. Het is mogelijk om een deel van de benodigde bergingscapaciteit niet in wadi’s te laten plaatsvinden, maar op sedum daken of in een infiltratiekrattenveld onder de parkeerplaatsen te realiseren, aan bijvoorbeeld de noordwestzijde van het plangebied.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

18 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Over het algemeen is de voorkeur om waterberging bovengronds in te richten vanwege onder andere:  Zichtbaarheid en beleving, wat gebeurt er als het (veel) regent;  Minder onderhoud;  Makkelijker voor beheer;  Verstoppingen of andere problemen zijn snel zichtbaar; Mocht men vanwege de inrichting van het plangebied niet genoeg ruimte hebben om de waterbergingscapaciteit volledig in wadi’s thuis te brengen kan men onderstaande optie overwegen. Wanneer er gebruikt wordt gemaakt van kratten die een hoogte van maximaal 60 cm hebben, en uitgaande van een dekking van 50 cm boven op de kratten, dan komen deze 10 cm boven het vaste waterpeil (uit het peilbesluit) te liggen, gelijk aan de bepaalde GHG (-0,8 m NAP). Er is ruimte voor bijvoorbeeld 1.100 m2 kratten, met een hoogte van 60 cm een bergingscapaciteit van 80% resulteert dat in een bergingsvolume van ongeveer 530 m3.

Infiltratiekrattenveld

Wadi’s

Figuur 5.3: Locatie infiltratiekratten (concept) als optie voor waterberging

5.5.1

Verhard oppervlak en afstroming

Hemelwater dat afstroomt op openbaar terrein kan naar de wadi worden geleid over het verhard oppervlak. Er zal gebruik worden gemaakt van het natuurlijke afschot op locatie. Eventuele overstorten vanuit particulier terrein worden op de erfgrens – bovengronds aangeboden, al dan niet via een uitstroomput. Aanbevolen wordt om een bladscheider aan te brengen in de regenpijp om te allen tijde een afvoermogelijkheid te behouden bij verstopping.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

19 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

5.5.2

HWA- en DWA-riool

Er wordt een verbeterd gescheiden stelsel aangelegd, waarbij het hemelwater infiltreert. Aan de noord- en zuidzijde wordt het vuilwaterriool aangesloten op de bestaande riolering, wat al in de Travertijnstraat en ten zuiden van het plan gelegen is. Binnen het plangebied worden 200 tot 300 woningen gerealiseerd. Zodra het stedenbouwkundig plan verder uitgewerkt is – en het aantal woningen bekend – kan er een toetsing van de buisvulling uitgevoerd worden voor het vuilwaterriool. In de verdere uitwerking kan besloten worden of een hemelwaterriool noodzakelijk is voor de afvoer van hemelwater naar de bergingsvoorzieningen. Ook kan dan gekeken worden naar de benodigde diameter van zowel het hemelwater- als vuilwaterriool.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

20 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

6

Bouw- en woonrijp maken

6.1

Voorstel vloerpeilen

Op basis van de (toekomstige) maaiveldhoogtes, gemeten grondwaterstanden en vloerpeilen van omliggende bebouwing is een voorstel gedaan voor de te hanteren vloerpeilen voor de nieuwe vloer. Gezien de grondwaterstand is vastgesteld op -0,8 m NAP (GHG) wordt een straatpeil van ongeveer +0,2 m NAP geadviseerd (1 m ontwateringsdiepte t.o.v. GHG). De bebouwing krijgt dan een vloerpeil van 0,25 m boven de kruin van de weg, dus ongeveer +0,45 mNAP. Op basis van de bovenstaande vloerpeilen is het mogelijk om te bouwen met kruipruimten. Op basis van de bovenstaande vloerpeilen en de toekomstige inrichting van het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om aan te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen.

6.2

Aandachtspunten bouwrijp maken

Tuinen In de tuinen moet grond worden verwerkt die geschikt is om vegetatie te laten groeien en voldoende doorlatend is om regenwater voldoende snel te laten wegzakken. De bestaande bodem wordt voldoende doorlatend geacht. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan het voorkomen dat verslemping van de bodem optreedt met wateroverlast (plasvorming) in de nieuwe situatie. Het is ter overweging van de bewoners de tuinen te spitten na uitvoering van de (bouw)werkzaamheden. Bebouwing: Indien onder de te realiseren woningen kruipruimten aanwezig zijn, dienen deze bij voorkeur ondiep te zijn (< 1 m t.o.v. vloerpeil). Op deze manier wordt (grond)wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen. Bij diepere kruipruimten dient de bodem voorzien te zijn van goed doorlatend zand. Op deze manier kan water ten tijde van de bouw en ontwikkeling van de woonwijk infiltreren in de bodem en kan in later stadium eventueel water in de kruipruimte in de bodem infiltreren. Infiltratievoorzieningen: De bodem van de wadi’s moet een zodanige samenstelling hebben dat hierop vegetatie kan groeien en het water voldoende snel kan wegzakken. De samenstelling van de wadibodem moet daarom voldoen aan:  Doorlatendheid bodem > 0,5 m/dag;  Humusgehalte 3 - 5%;  Lutumgehalte < 1%;  M50-getal 200 - 300 µm. Omdat de doorlatendheid van de bodem overwegend goed is, is drainage in de wadi’s niet direct noodzakelijk.

Wel wordt aanbevolen de wadi’s te voorzien van een slokop met overstort in geval de waterstanden > 0,4 m hoog zijn.

Extreme situaties:

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

21 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Wanneer de intensiteit van de regenval de ontwerpintensiteit overschrijdt, of de totale neerslaghoeveelheid groter is dan de te bergen inhoud van de bergingsvoorzieningen (bergingseis 70 mm), dan raakt het hemelwatersysteem overbelast. Het water zal via de overstort afgevoerd worden uit het plangebied. De wegen, of een deel daarvan, gaan dan ook als goot functioneren. In de praktijk betekent dit dat er waterstroom op de wegen ontstaat. Het hemelwater stroomt af naar het laagste punt. De ontwerphoogtes in het plan zijn zo gekozen dat het laagste punt op de rand van het plangebied ligt.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

22 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

7

Samenvatting en conclusie

In opdracht van BJZ.NU B.V. heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau, een waterhuishoudkundig plan opgesteld en geohydrologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie WHP Travertijnstraat te Groningen. Aanleiding en doel De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen realisatie van 200 tot 300 nieuwbouwwoningen en de daarvoor benodigde bestemmingsplanwijziging van de locatie. In verband met de bestemmingsplanwijziging en de geplande woningbouw is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Resultaten Binnen het plangebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Hierbij is gekozen om het hemelwater over het maaiveld en via natuurlijk afschot te laten afstromen naar wadi’s die voornamelijk centraal in het plangebied komen te liggen. Door de ontwikkeling is in het openbaar gebied straks ongeveer 23.250 m2 verharding aanwezig. In lijn met de beringseis van 70 mm is binnen het plangebied 1.630 m3 bergingscapaciteit benodigd. Er is – als er geschoven wordt met de wandelpaden uit het stedenbouwkundig ontwerp - ruimte om dit volledig in wadi’s te berging. In hoofdstuk 5 zijn wadi’s ingetekend met een gezamenlijke bergingscapaciteit van 1.650 m3.

De wadi’s hebben een waterdiepte van 40 cm en een talud van 1:3. Aangeraden wordt om de wadi’s indien mogelijk 50 cm diep te maken en te voorzien van een slokop met overstort voor in het geval de waterstanden > 0,4 m hoog zijn. De GHG is vastgesteld op -0,8 m NAP (GHG) terwijl de gemiddelde maaiveldhoogte +0,3 m+NAP is. Dat betekent dat er ook beperkt ruimte zou zijn voor ondergrondse voorzieningen indien gewenst. Hiervoor is een concept uitgewerkt in paragraaf 5.5. In hoofdstuk 6 is een concept vloerpeil opgenomen van +0,45 mNAP. Op basis van de toekomstige inrichting van het plangebied zijn er voldoende ruimte aanwezig om deze te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen. Wateradvies Om vast te stellen welke waterbelangen spelen bij de planontwikkeling en welke procedure in het kader van he wateradvies moet worden gevolgd, is het wateradvies uitgevoerd op de website https://hetwateradvies.nl/ in november 2025. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure van het wateradvies is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van het wateradvies is goed doorlopen. De aanvraag is bijgevoegd in bijlage 3.

Disclaimer Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd met behulp van de voor het onderzoek gangbare technieken, inzichten en methodes. Bij het uitvoeren van onderzoek streven wij optimale representativiteit na. Het blijft mogelijk dat er plaatselijk afwijkingen voorkomen. Deze afwijkingen komen door het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek niet aan het licht. Geofoxx is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit bovengenoemde aspecten.

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

23 / 23

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Bijlage 1: Situatietekeningen

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

Bijlagen

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Bijlage 2: Boorstaten

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

Bijlagen

Boring:

BO01

Boring:

BO02

Datum:

11-7-2025

Datum:

11-7-2025

Boormeester:

Ronald Blokhuis

Boormeester:

Ronald Blokhuis

0 4

0

15

50

60 70

tegel

0

0

Zand matig fijn, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

40

Boring:

BO03

Boring:

BO04

Datum:

11-7-2025

Datum:

11-7-2025

Boormeester:

Ronald Blokhuis

Boormeester:

Ronald Blokhuis

0

braak

0

Zand matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50

50 70

100

100

Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, laagjes zand, donkerbruin, Edelmanboor

50

Zand matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor

0

braak

90

Zand matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

0

gras

30

Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen puin, donkerbruin, Edelmanboor

80

Zand matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor

50

Zand zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, laagjes roest, donkerbruin, Edelmanboor 100

Klei, matig zandig, donker zwartgrijs, Edelmanboor

120 130

Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak kooldeeltjeshoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

getekend volgens NEN 5104

Projectcode: 20250450

Projectnaam: Travertijnstraat te Groningen

Boring:

BO05

Datum:

11-7-2025

Boormeester:

Ronald Blokhuis

0

0 20

50 75

100 120

gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, bruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, wit, Edelmanboor

getekend volgens NEN 5104

Projectcode: 20250450

Projectnaam: Travertijnstraat te Groningen

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei Grind, siltig

geur Klei, zwak siltig

geen geur zwakke geur

Grind, zwak zandig

matige geur

Klei, matig siltig

sterke geur Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

Waterhuishoudkundig plan

WHP Travertijnstraat te Groningen

Bijlage 3: Het wateradvies

projectnummer

datum

20250450/JLEN

november 2025

Bijlagen

Het wateradvies

Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Maatwerk advies 2. Toename verhard oppervlak 3. Ingrepen in het watersysteem 4. Afvoer van water via een (verbeterd) gescheiden stelsel, hemelwater wordt geïnfiltreerd 5. Hemelwater naar riolering 6. Geen aanvoer oppervlaktewater

Op basis van onderstaande locatie

06-11-2025 12:22

1

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het alleen om een functiewijziging?

nee

Gaat het om een m.e.r. of MER?

nee

Raakt het plangebied een primaire kering?

nee

Raakt het plangebied een regionale kering?

nee

Raakt het plangebied een overige kering?

nee

Raakt het plangebied een primaire watergang (hoofdwatergang)?

ja

Raakt het plangebied een waterbergingsgebied?

nee

Raakt het plangebied een geurzonering rond een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI)?

nee

Raakt het plangebied een geurzonering rond een rioolgemaal?

nee

Raakt het plangebied een rioolpersleiding?

nee

Raakt het plangebied een afgegraven perceel?

nee

Ligt het plangebied in een gebied waarvan het hemelwater via een gemengd riool wordt afgevoerd?

ja

Ligt het plangebied in de boezem DamsterdiepSlimsluis?

nee

Ligt het plangebied in de boezem Eelder- en Peizerdiep? nee Ligt het plangebied in de 1e Schil Electraboezem?

nee

Ligt het plangebied in de 2e Schil Electraboezem?

nee

Ligt het plangebied in 2e Schil Electraboezem-Tilburg? nee Ligt het plangebied in de 3e Schil ElectraboezemNoord?

nee

Ligt het plangebied in de 3e Schil Electraboezem-Zuid? nee Ligt het plangebied in de Fivelingoboezem?

nee

Ligt het plangebied in de Lauwersmeerboezem?

nee

Raakt het plangebied droge oevergebieden?

nee

Ligt het plangebied in een gebied waar het aanvoeren van oppervlaktewater niet mogelijk is?

ja

Ligt het plangebied in een onderbemaling?

nee

Liggen kadastrale percelen in eigendom van waterschap Noorderzijlvest in het plangebied?

nee

Bestaat de ondergrond van het plangebied uit veen- of moerige gronden?

nee

Raakt het plangebied de nee grondwaterbeschermingsgebied zoals aangewezen door de provincie Drenthe? Raakt het plangebied het beekdal zoals aangewezen door de provincie Drenthe?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak toe met meer ja dan 500 m2? Of wordt meer dan 500 m2 aan bestaand oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering?

06-11-2025 12:22

2

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies Gaat het om het plaatsen van zonnepanelen op het maaiveld met aanpassingen aan de infrastructuur?

nee

Is er in of rondom het plangebied sprake van (grond)wateroverlast?

nee

Gaat het om een plan voor realisatie of grootschalige reconstructie van een weg?

nee

Gaat het om plan met als doel het wijzigen van (primaire) watergangen, waterkeringen en/of kunstwerken?

nee

Hoe wordt in het plan omgegaan met afvalwater en hemelwater?

via een (verbeterd) gescheiden stelsel, hemelwater wordt geinfiltreerd

Wordt oppervlaktewater gedempt?

nee

Wordt oppervlaktewater gegraven?

nee

Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? nee

06-11-2025 12:22

3

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Details 1. Maatwerk advies Op basis van de door u gegeven antwoorden dient u de Maatwerk advies procedure te volgen. Dit houdt in dat uw plan invloed heeft op het watersysteem, waterkeringen en/of afvalwaterketen. Het waterschap wil graag met u overleggen wat deze invloed is en welke maatregelen u kunt of moet nemen in uw plan. Wij streven ernaar binnen twee weken contact met u op te nemen om nadere afspraken te maken en advies te geven over de nog openstaande waterbelangen.

Wat moet ik doen? Gebruik de knop "DIRECT AANVRAGEN" om uw aanvraag voor Het Wateradvies naar waterschap Noorderzijlvest te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie nodig.

Waar moet ik op letten? Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een Omgevinsvergunning (water). Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingsfase. U dient zelf na te gaan welke vergunningen c.q. meldingen nodig zijn om het plan te realiseren.

Meer informatie over vergunningen en meldingen vindt u op Vergunning, melding en handhaving | Waterschap Noorderzijlvest

Achtergrondinformatie

06-11-2025 12:22

4

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies Waterbeheerprogramma Waterschap Noorderzijlvest is een van de 21 waterschappen in Nederland. In delen van Groningen, Drenthe en een klein stukje Fryslân zorgen we voor veilig, voldoende en schoon water. We presenteren met in Waterbeheerprogramma 2022-2027 zowel ambitieuze als behapbare plannen voor de komende zes jaar. De focus ligt op klimaatklaar blijven en een natuurlijker, duurzamer waterbeheer. Het voorkomen van droogte en verzilting, de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, het stimuleren van de biodiversiteit, winnen van grondstoffen en energie uit afvalwater en verdergaande samenwerking in de waterketen zijn een aantal van de uitdagingen waarvoor we staan. We zoeken hiervoor nadrukkelijk de samenwerking. We hebben samen met onze omgeving het Waterbeheerprogramma gemaakt en willen het ook samen uitvoeren. Dit doen we zoveel mogelijk gebiedsgericht en met maatwerk. Om te zorgen dat water steeds meer als ordenend principe fungeert in ruimtelijke processen nemen we een proactieve agenderende rol om mede sturing te geven aan de ruimtelijke inrichting. Samen met partners en inwoners werken we zo elke dag aan een aantrekkelijke leefomgeving.

Beleidsnotitie Water en Ruimte In de notitie Water en Ruimte wordt het beleid van waterschap Noorderzijlvest over het waterbeheer in bebouwd gebied toegelicht. De notitie kan gebruikt worden als informatiebron voor advisering in het planproces, waarmee het waterbelang wordt geborgd in ruimtelijke plannen van rijk, provincies en gemeenten. Bij deze advisering neemt waterschap Noorderzijlvest een proactieve houding aan om zo als serieuze wateradviseur gezien te worden. Betrokkenheid vroeg in het proces van ruimtelijke plannen moet leiden tot goede afstemming tussen waterbelangen en keuzes in de ruimtelijke ordening.

Deze notitie is gebaseerd op de notitie Stedelijk Waterbeheer van buurwaterschap Hunze en Aa’s. Omdat de watersystemen van Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest veel op elkaar lijken en omdat een aantal grote woonkernen op de grens van de twee waterschappen liggen, biedt de afstemming van beleid op stedelijk waterbeheer duidelijkheid voor inliggende samenwerkingspartners.

Borgen integrale afweging Provincies en gemeenten zorgen voor een integrale afweging en leggen deze vast in provinciale verordeningen en gemeentelijke omgevingsplannen.

Samenvattend Mocht u aanvullende informatie hebben of nog krijgen met betrekking tot dit wateradvies (schetsontwerpen, relevante documentatie etc.), raden wij u aan deze per e-mail op te sturen naar: advies@noorderzijlvest.nl. Met de extra informatie kunnen we een nog beter passend advies geven over uw specifieke situatie.

Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht bij onze Waterschapskaart. U vindt hier het beheerregister van het hele oppervlaktewatersysteem met stromingsrichtingen en kunstwerken en de ligging van primaire- en regionale keringen en ook de peilgebieden. Er is ook informatie over de afvalwaterketen zoals RWZI’s, rioolpersleidingen en rioolgemalen te vinden.

Heeft u vragen of suggesties over Het Wateradvies? Laat het ons weten per e-mail: advies@noorderzijlvest.nl of telefonisch: 050-304 8911.

Waterschap Noorderzijlvest Postbus 18 9700 AA Groningen

06-11-2025 12:22

5

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 2. Toename verhard oppervlak U gaat verhard oppervlak aanbrengen.

Wat moet ik doen? Gebruik de knop "DIRECT AANVRAGEN" om uw aanvraag voor Het Wateradvies daadwerkelijk naar waterschap Noorderzijlvest te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie nodig.

Waar moet ik op letten? Door toename van verhard oppervlak stroomt regenwater, als het wordt verzameld via kolken en goten, sneller af richting oppervlaktewater waardoor afvoeren en piekwaterstanden toenemen. Dit kan leiden tot wateroverlast. Bij een toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2 is compensatie voor versnelde afvoer nodig. Om versnelde afvoer te voorkomen is afwatering op het aangrenzende maaiveld of berm een optie. Dit verkleind de watercompensatie opgave. Ook het gebruik van waterpasserende bestrating, aanleg van wadi’s en infiltratiestroken of andere voorzieningen kunnen bijdragen aan het voorkomen van versnelde afvoer. Waterschap Noorderzijlvest wil daarin graag adviseren.

Aan de hand van de volgende regels kan bepaald worden hoe de waterberging berekend dient te worden: 1.

2.

Voor plannen waarvan de bruto oppervlakte kleiner is dan 10 hectare kan de waterberging volgens de volgende praktische vuistregel berekend worden: Het extra te realiseren wateroppervlak is gelijk aan 10% van de toename van het verhard oppervlak dat versnelde afvoer veroorzaakt. De initiatiefnemer kan dit direct opnemen in de waterparagraaf. Voor plannen met een bruto oppervlakte van 10 - 200 hectare stelt waterschap Noorderzijlvest vast hoeveel berging vereist is. Waterschap Noorderzijlvest berekent de benodigde waterberging op basis van regenduurlijnen (inclusief klimaatverandering).

Bij omvangrijke gebieden die groter zijn dan 200 hectare is het noodzakelijk om een waterhuishoudingsplan op te stellen. Onderdeel hiervan is een gedetailleerde modellering van het watersysteem. Een waterkwaliteits- en hydraulische modellering kunnen hier onderdeel van uitmaken. Daarin wordt klimaatverandering meegenomen.

06-11-2025 12:22

6

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 3. Ingrepen in het watersysteem U bent van plan wijzigingen aan te brengen in het watersysteem.

Wat moet ik doen? Gebruik de knop "DIRECT AANVRAGEN" om uw aanvraag voor Het Wateradvies daadwerkelijk naar waterschap Noorderzijlvest te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie nodig.

Waar moet ik op letten? Aanpassingen of ingrepen met als doel het aanpassen van het watersysteem raakt één van de kerntaken van het waterschap. Daarom moet het waterschap betrokken worden bij de planvorming om te adviseren, eisen te stellen en door randvoorwaarden aan te geven.

Het Wateradvies is alleen geschikt om het initiatief kenbaar te maken. Het waterschap verkent binnen dergelijke plannen tevens zijn eigen doelen, belangen en samenwerkingsmogelijkheden. Voor de uiteindelijke realisatie is altijd een omgevingsvergunning nodig.

06-11-2025 12:22

7

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 4. Afvoer van water via een (verbeterd) gescheiden stelsel, hemelwater wordt geïnfiltreerd U kiest ervoor om uw hemelwater te infiltreren in de bodem. Afvalwater wordt afgevoerd naar het vuilwaterriool.

Wat moet ik doen? Gebruik de knop "DIRECT AANVRAGEN" om uw aanvraag voor Het Wateradvies daadwerkelijk naar waterschap Noorderzijlvest te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie nodig.

Waar moet ik op letten? Het beleid van waterschap en gemeente is dat afvalwater en schoon hemelwater gescheiden moeten worden afgevoerd. Indien de bodem geschikt is voor infiltratie, is dat een goede manier voor het afvoeren van schoon hemelwater. De initiatiefnemer dient te onderzoeken of infiltratie mogelijk is. Afstemming met de gemeente is nodig voor het afvoeren van het afvalwater naar de riolering.

06-11-2025 12:22

8

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 5. Hemelwater naar riolering In deze gebieden wordt het schone hemelwater nog afgevoerd naar de riolering via het zogenaamde ‘gemengde stelsel’. Dat is een ongewenste situatie.

Wat moet ik doen? Gebruik de knop "DIRECT AANVRAGEN" om uw aanvraag voor Het Wateradvies daadwerkelijk naar het waterschap Noorderzijlvest te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie nodig.

Waar moet ik op letten? Bij nieuwbouw en (her)ontwikkeling is het gescheiden aanbieden en afvoeren van schoon hemelwater en huishoudelijk afvalwater het uitgangspunt. Toch komt het nog regelmatig voor dat beide waterstromen via één buis (het gemengde riool) worden afgevoerd. Op deze manier wordt schoon hemelwater ingezameld en getransporteerd en ‘gezuiverd’ in de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Dat is niet doelmatig en niet duurzaam. Het aanleggen van een gescheiden rioolstelsel, in plaats van het gemengde stelsel, en/of het lozen van hemelwater op aangrenzend oppervlaktewater dient altijd het uitgangspunt te zijn. Daar waar de bodem het toelaat is het infiltreren van schoon hemelwater ook een goede oplossing.

06-11-2025 12:22

9

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 6. Geen aanvoer oppervlaktewater In deze gebieden is de aanvoer en toevoer van oppervlaktewater niet mogelijk. Tijdens droge situaties kunnen de waterpeilen uitzakken en kunnen de watergangen en waterpartijen droogvallen.

Wat moet ik doen? Gebruik de knop "DIRECT AANVRAGEN" om uw aanvraag voor Het Wateradvies daadwerkelijk naar waterschap Noorderzijlvest te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie nodig

Waar moet ik op letten? In deze gebieden is het niet mogelijk om water in te laten of aan te voeren. De enige manier om water aan te ontvangen is via neerslag. Meestal betreft het de hoger gelegen delen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient dit aspect nadrukkelijk te worden meegenomen in de planuitwerking. In deze gebieden ligt het voor de hand om bv. het water te infiltreren, af te voeren naar wadi’s in plaats van open water en de combinatie te zoeken met groen/natuur. Het aanvoeren via nieuwe pompen is niet robuust en niet duurzaam, het waterschap staat daarom dit soort technische oplossingen niet toe.

06-11-2025 12:22

10

https://hetwateradvies.nl

geofoxx.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5416/documents/92091