Bijlage 14 Archeologiesch onderzoek.pdf
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 7731
Onderzoeksgebied Travertijnstraatfietspad te Groningen, gemeente Groningen Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Colofon Titel: Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). Versie: 02-04-2025 Auteur: drs. J.Y. Huis in 't Veld Projectcode: Gtrav Bestandsnaam: RAAPrap_7731_Gtrav_20250402 Autorisatie: drs. Y. Boekema
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2025 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Samenvatting In opdracht van Tauw B.V. heeft RAAP op 28 maart 2025 een verkennend booronderzoek uitgevoe rd voor het onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen. Het onderzoeksgebied maakt deel uit van het plangebied Travertijnstraat, waarbij onder andere de aanleg van een nieuw fietspad is voorzien. Het meeste westelijke deel van dit nieuwe fiets pad valt binnen de archeologische zone `Wierdengebied’. Hier was daarom een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Het onderzoeksgebied heeft een omvang van circa 1400 m2 Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft tot doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen door de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw en eventuele bodemverstoringen in kaart te brengen. Het onderzoeksgebied bevindt zich in een vlakte van getijden -afzettingen. De top van het kleipakket wordt in de omgeving gekenmerkt door de aanwezigheid van één of twee vegetatielagen. Ten westen van het onderzoeksgebied is bij eerder archeologisch onderzoek een deel van een vlaknederzetting uit de late ijzertijd-Romeinse tijd aangetroffen. Tijdens het veldonderzoek zijn vier boringen zo optimaal mogelijk verspreid over het onderzoeksgebied geplaatst.
De laagopeenvolging binnen het grootste deel van het onderzoeksgebied bestaat uit een circa 0,4 m dikke bouwvoor met daaronder een 0,6 tot 0,9 m dik recent opge bracht zandpakket. Daaronder bevindt zich natuurlijke klei (getij-afzettingen). De top van de natuurlijke klei ligt op circa 1,05-1,25 m -mv (circa 0,9 m -NAP). Op circa 1,4-1,6 m -mv (rond 1,1-1,3 m -NAP) komt in boringen 2 t/m 4 een circa 5 cm dikke vegetatielaag voor. Daaronder bevinden zich kwelderafzettingen. In boring 1 is een gedempte sloot aangetroffen die zeer waarschijnlijk ter relateren is aan een sloot die voorkomt op de oudste kadastrale minuut van het gebied uit het begin van de 1 9e eeuw. In de overige drie boringen is telkens op dezelfde diepte (circa 1,1-1,3 m -NAP) een vegetatielaag aangetroffen. Gezien deze diepteligging betreft het vermoedelijk de onderste van de twee veelvuldig waargenomen vegetatielagen in dit gebied. Hoewel het archeologische niveau van de onderste vegetatielaag intact aanwezig is, heeft het booronderzoek geen archeologische indicatoren opgeleverd die aan dit niveau gerelateerd kunnen worden. Tevens wordt het niveau waarschijnlijk niet bereikt tijdens de realisatie van het fietspad. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied geen archeologische resten bedreigd worden.
Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bod emingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[3]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 8
2 Archeologische verwachting ............................................................................................................. 9 Landschappelijke ligging...................................................................................................................... 9 Historisch kaartmateriaal ................................................................................................................... 10 Eerder archeologisch onderzoek in de direct nabijheid ....................................................................... 10 Archeologische verwachting .............................................................................................................. 13 3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 14 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 14 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 14 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 15
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 17 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 17 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 17 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 17
Literatuur .......................................................................................................................................... 18 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 19
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[4]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Tauw B.V. heeft RAAP op 28 maart 2025 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen in de gemeente Groningen (figuur 1).
Figuur 1. Aanduiding plan- en onderzoeksgebied (rood gearceerd). Inzet: ligging in Nederland (ster) .
Het onderzoeksgebied maakt deel uit van het plangebied Travertijnstraat. Binnen dit plangebied zullen verschillende bestaande panden worden gesloopt waarna nieuwe woningen zullen worden gebouwd.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[5]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Daarnaast zal het terrein worden heringericht, waarbij onde r andere nieuwe parkeerplaatsen, bomen, wadi’s en langs de zuidrand van het plangebied een nieuw wandel - en fietspad zijn voorzien (figuur 2). Het meest westelijke deel van dit geplande fietspad overlapt met de archeologische zone `Wierdengebied’ (CWK Groningen, nr. 106751). In dit deel van het plangebied (het onderzoeksgebied ; zie figuur 1) moest daarom een archeologisch vooronderzoek worden uitgevoerd. Voor het overige deel van het plangebied was geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Figuur 2. Ontwerpplan van het nieuwe wandel- en fietspad.
De diepte van de ingreep ten behoeve van het nieuwe fietspad is vooralsnog niet bekend; in dit rapport gaan we uit van een funderingsdiepte van maximaal 1 m -mv. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied bevindt zich zoals vermeld in de archeologische zone `Wierdengebied ( figuur 3). Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[6]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 3. Het plan- en onderzoeksgebied ten opzichte van de archeologische zones (CWK Groningen).
Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, vigerende versie), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd. Dit PvA is goedgekeurd (d.d. 19-02-2025) en diende als uitgangspunt voor het onderzoek. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsl euven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[7]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
Tauw B.V.
Bevoegde overheid
Gemeente Groningen
Plaats
Groningen
Gemeente
Groningen
Provincie
Groningen
Centrumcoördinaten (X/Y)
231104/581863
Oppervlakte onderzoeksgebied
1400 m²
Afbakening onderzoeksgebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het onderzoeksgebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
28-03-2025
Uitvoerder
RAAP Noord
Projectleider
drs. J.Y. Huis in 't Veld
Projectmedewerkers
drs. M.V. de Haas & M. Hunneman MA
RAAP-projectcode
Gtrav
Archis-onderzoeksmeldingsnummer
5740765100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Noord te Drachten en op termijn het gemeentelijke depot, Archis en e-depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft tot doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen door de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw en eventuele bodemverstoringen in kaart te brengen. Het onderzoek heeft niet tot doel eventuele archeologische vindplaatsen in kaart te brengen. Dit neemt niet weg dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen tijdens het veldwerk. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: •
Zijn de archeologisch relevante niveaus intact?
•
Bevinden zich wierdelagen binnen het te onderzoeken gebied? Zo ja, wat is de omvang, kwaliteit
en datering? •
Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?
•
Heeft dat gevolgen voor de archeologische verwachting?
•
Is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, in welke vorm?
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[8]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2 Archeologische verwachting Landschappelijke ligging Het plangebied ligt in een vlakte van getij-afzettingen (code M72) ten noordwesten van de noordelijke uitloper van de Hondsrug. Dit is een subglaciale rug gevormd in de laatste fase van de voorlaatste ijstijd. Het gebied wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van één of twee vegetatielagen. De onderste vegetatielaag in het gebied is gedurende de midden-ijzertijd ontstaan en vormt tot de vroeg Romeinse tijd het loopvlak. Deze vegetatielaag bevindt zich veelal op een diepte tussen circa 0,6-1,0 m -NAP. De bovenste vegetatielaag wordt gedateerd in de periode laat-Romeinse tijd-vroege middeleeuwen en wordt meestal aangetroffen op een diepte tussen circa 0-0,4 m -NAP.
Figuur 4. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op de bodemkaart (bron CWK -Groningen).
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[9]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
De bodem binnen het onderzoeksgebied bestaat volgens de CWK ( figuur 4) uit eerdgronden bestaande uit lichte of zware bovengrond op zware kalkloze kleilaag op lichtere ondergrond (pMn 86C). Volgens het AHN ligt het maaiveld binnen het onderzoeksgebied tussen de 0 en 0,5 m +NAP.
Historisch kaartmateriaal Op de Hottingerkaart uit 1788 - 1792 is ter plaatse van het plangebied weiland en akkerland weergegeven (figuur 5). De kadastrale minuut uit 1832 laat hetzelfde beeld zien, alleen zijn hier kleinere percelen op aangegeven. Begin 20 e eeuw is een weg met een noord- zuid oriëntatie aangelegd door het plangebied. Op topografisch kaartmateriaal (geraadpleegd via topotijdreis.nl) is te zien dat deze situatie pas eind jaren 60 / begin jaren 70 van de vorige eeuw veranderd met de aanleg van de wijk Vinkhuizen. De eerste bebouwing binnen het plangebied verschijnt in de periode tussen 1975 en 1984 op de topografische kaarten.
Eerder archeologisch onderzoek in de direct nabijheid Rond het plangebied zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. Deze worden hieronder behandeld (figuur 6): In 2007 is door ARC direct ten westen van het plangebied een opgraving uitgevoerd bij de Eelderbaan (Archis zaakid. 2062392100). Hierbij is een deel van een vlaknederzetting aangetroffen uit de late ijzertijd-Romeinse tijd. Het betreft perceelsloten met een noordwest -zuidoost oriëntatie die minimaal drie percelen omsluiten. Op deze percelen bevinden zich resten van twee schuren, een vermoedelijke spieker die mogelijk grenst aan een boerderij, en een veekraal. De veekraal bestaat uit een ringsloot, waarbij het omgrachte terrein is afgesloten met een houten constructie. Op het terrein is geen huisplaats aangetroffen, maar gezien de grote hoeveelheden aardewerk die uit de sloten geborgen is moet de kern van de nederzetting in de directe nabijheid gelegen hebben. Aan de hand van de in het vlak en in de wandprofielen aanwezige gereduceerde veenlaag kan geconcludeerd worden dat men op het veen gewoond heeft. Ten zuiden hiervan heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2009 een booronderzoek uitgevoerd naar de zuidelijke begrenzing van de vindplaats Eelderbaan ( Archis zaakid. 2261628100).
In de noordelijke helft van het plangebied kon een dikke betredingshorizont worden herkend , direct onder en deels opgenomen in de bouwvoor. Waarschijnlijk is deze betredingshorizont een voortzetting van de vlaknederzetting die in 2005 is opgegraven. In 2009 is door MUG Ingenieursbureau direct ten zuidoosten van het plangebied een booronderzoek uitgevoerd (Archis zaakid. 2267371100). Dit booronderzoek wees uit dat de bodemopbouw grotendeels verstoord is. Op een ondergrond van klei ligt een dikke l aag zand dat is opgebracht tijdens de voorbereidingen voor de aanleg van een industrieterrein. In een paar boringen is het oude maaiveld als een humeuze laag aanwezig. In twee boringen is een vegetatie laag aangetroffen. In één boring bestaat deze uit een 2 cm dikke band humeuze klei. In de andere boring betreft het een laag venige klei. Deze vegetatielagen liggen minimaal 170 cm beneden het maaiveld. Op basis van het advies dat volgde uit dit booronderzoek is door MUG Ingenieursbureau in 2010 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Archis zaakid. 2289063100). Uit het onderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit blauwgrijze zeeklei. In een deel van de put is de oude bouwvoor aanwezig. Deze oude bouwvoor is deels afgegraven, dan wel vergraven voordat het terrein is
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[10]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
opgehoogd met zand. Verder zijn (sub)recente sloten en recente kuilen aangetroffen. In het gebied zijn geen oudere sporen van menselijke bewoning/activiteiten aangetroffen.
Figuur 5. Plangebied geprojecteerd op diverse historische kaarten.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[11]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 6. Eerder uitgevoerd onderzoek rond het plangebied.
Ten noorden van het plangebied heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2015 in het plangebied Vuursteenstraat een karterend booronderzoek uitgevoerd (Archis zaakid. 3292904100). Bij het booronderzoek is vastgesteld dat het archeologisch relevante niveau uit de late ijzertijd -Romeinse tijd, te weten de kwelderklei met daarin een vegetatiehorizont, zo goed als intact is. Het desb etreffende niveau ligt net iets hoger dan bij de genoemde opgraving Eelderbaan, wat de kans vergroot dat de aldaar ontbrekende huisplaatsen hier aangetroffen zouden kunnen worden. Voorafgaand aan de aanleg van een riooltracé in het plangebied Vuursteenstra at in Groningen is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Archis zaakid 4023450100). In het plangebied zijn geen sporen en
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[12]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
of vondsten aangetroffen. De bodem is tot een diepte van1,2 - 1,4 m -mv verstoord. Er was dus geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats.
Archeologische verwachting De laagopeenvolging binnen het plangebied bestaat vermoedelijk uit een recent opgebrachte zandlaag op natuurlijke klei met in de top een laag kleiig veen of vegetatielagen, op getijde-/kwelderafzettingen. Voor het plangebied kan een brede verwachting worden aangehouden van (late) ijzertijd tot en met late middeleeuwen en de nieuwe tijd. In de vlakte van getijdenafzettingen in het noorden van de stad Groningen worden vaak vegetatielagen aangetroffen, die als potentieel a rcheologische niveaus gezien worden. Gerelateerd aan deze vegetatielagen zijn in dit gebied in het noorden van de stad Groningen ontginningsgreppels waargenomen, die samenhangen met landgebruik in de late ijzertijd en Romeinse tijd. De resten uit de late ijzertijd-Romeinse tijd bevinden zich in het algemeen in de top van een veenpakket, of rond een vegetatielaag in de top van de kwelderklei.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[13]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvA (Bürmann, 2025). Het veldonderzoek is uitgevoerd op 28-03-2025. Daartoe zijn vier boringen zo optimaal mogelijk verspreid over het onderzoeksgebied geplaatst (figuur 7). Er is geboord tot maximaal 200 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en een gutsboor (3 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3) en met behulp van een RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van een RTK-GPS. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten 3.2.1
Veldwaarnemingen
Het onderzoeksgebied is deels verhard (het bestaande wandelpad) of begroeid met gras en bomen (aan weerzijden van het bestaande pad). Het maaiveld ligt tussen circa 0 m NAP (boring 1) en 0,3 m +NAP (boring 4).
3.2.2
Laagopeenvolging
De laagopeenvolging binnen het grootste deel van het onderzoeksgebied bestaat uit een circa 0,4 m dikke bouwvoor (zwak siltig en matig humeus, grijsbruin zand), met daaronder een 0,6 tot 0,9 m dik recent opgebracht pakket (zwak siltig, bruingeel zand met kleibrokken). Daaronder bevindt zich natuurlijke klei (getij-afzettingen: grijze, matig siltige klei met in de top ijzervlekken en in boring 2 een enkel puinfragment). De top van de natuurlijke klei ligt op circa 1,05 -1,25 m -mv (circa 0,9 m -NAP). Op circa 1,4-1,6 m -mv (rond 1,1-1,3 m -NAP) komt in boringen 2 t/m 4 een circa 5 cm dikke vegetatielaag voor (donkergrijze matig humeuse matig siltige klei). Daaronder bevinden zich kwelderafzettingen (grijsblauwe, matig siltige klei met dunne zandlagen). Boring 1 wijkt af van het hierboven beschreven bodemprofiel. Hier bestaat de laagopeenvolging onder een circa 0,2 m dikke bouwvoor uit een circa 1,2 m dik verstoord kleipakket (bruinoranje , matig siltige klei met zand en kleibrokken en een enkel puinfragment). Vanaf circa 1,45 m -mv gaat dit over in een grijze, matig humeuze kleilaag met veel plantenresten. Vermoedelijk is boring 1 in een gedempte sloot gezet, waarbij de kleilaag met plantenresten de originele slotbodem betreft en het verstoorde kleipakket de slootdemping. Vanaf circa 2,0 m -mv gaat dit pakket over in natuurlijke kwelderafzettingen.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[14]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3.2.3
Archeologische indicatoren
Behoudens de sporadisch voorkomende puinfragmenten in de top van de natuurlijke klei en in de slootdemping (niet verzameld want te fragmentarisch), zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Figuur 7. Resultaten verkennend booronderzoek.
3.3 Archeologische relevantie De in boring 1 aangetroffen sloot is zeer waarschijnlijk ter relateren aan een sloot die voorkomt op de oudste kadastrale minuut van het gebied uit het begin van de 19 e eeuw (zie figuur 7). In de overige drie
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[15]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
boringen is telkens op dezelfde diepte (circa 1,1-1,3 m -NAP) een vegetatielaag aangetroffen. Gezien deze diepteligging betreft het vermoedelijk de onderste van de twee veelvuldig waargenomen vegetatielagen in dit gebied (zie hoofdstuk 2), daterend uit de circa midden-ijzertijd.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[16]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de onderzoeksvragen als volgt worden beantwoord: •
Zijn de archeologisch relevante niveaus intact?
Onder de recent opgebrachte lagen is de natuurlijke klei vanaf een diepte van circa 1,05 -1,25 m -mv aanwezig. In de top van de klei was geen sprake van een oude bouwvoor. Ook ontbreekt de bovenste vegetatielaag in de laagopeenvolging. De onderste vegetatielaag is behoudens boring 1 wel aanwezig, op een diepte variërend tussen circa 1,1-1,3 m -NAP (1,4-1,6 m -mv). Dit archeologische niveau is dus grotendeels intact aanwezig. •
Bevinden zich wierdelagen binnen het te onderzoeken gebied? Zo ja, wat is de omvang, kwaliteit
en datering? Binnen het onderzoeksgebied zijn geen aanwijzingen voor wierdelagen aangeboord. •
Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?
Aanwijzingen voor archeologische nederzettingen zijn niet gevonden. •
Heeft dat gevolgen voor de archeologische verwachting?
Hoewel het archeologische niveau van de onderste vegetatielaag intact aanwezig i s, heeft het booronderzoek geen archeologische indicatoren opgeleverd die aan dit niveau ger elateerd kunnen worden. Tevens wordt het niveau waarschijnlijk niet bereikt tijdens de realisatie van het fietspad. De archeologische verwachting voor het onderzoeksgebied kan daarom worden bijgesteld naar laag. •
Is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, in welke vorm?
Zie paragraaf 4.2.
4.2 Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bod emingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden alsnog onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoed wet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde over heid, de gemeente Groningen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[17]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Literatuur Bürmann, H.H., 2025. Plan van Aanpak verkennend booronderzoek plangebied Travertijnstraat te Groningen, gemeente Groningen. Intern document. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda.
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[18]
Onderzoeksgebied Travertijnstraat-fietspad te Groningen, gemeente Groningen . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plan- en onderzoeksgebied (rood gearceerd). Inzet: ligging in Nederland (ster).
5
Figuur 2. Ontwerpplan van het nieuwe wandel- en fietspad.
6
Figuur 3. Het plan- en onderzoeksgebied ten opzichte van de archeologische zones (CWK Groningen).
7
Figuur 4. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op de bodemkaart (bron CWK-Groningen).
9
Figuur 5. Plangebied geprojecteerd op diverse historische kaarten.
11
Figuur 6. Eerder uitgevoerd onderzoek rond het plangebied.
12
Figuur 7. Resultaten verkennend booronderzoek.
15
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
8
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport 7731 / versie 02-04-2025
[19]
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A
Vroeg
Middeleeuwen
D: Ottoonse tijd
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
- 1250 - 1050 - 900 - 725
- 525 - 450
- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000
- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 12.500 - 16.000
- 35.000 - 250.000
Bijlage 2. Boorbeschrijvingen
Boring: GTRAV_1 Kop algemeen: Projectcode: GTRAV, Boornummer: 1, Beschrijver(s): MDH/MH, Datum: 28-03-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 230917, Y-coördinaat in meters: 581731, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.028, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Groningen, Gemeente: Groningen Uitvoering: Opdrachtgever: Tauw bv, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / -0.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 20 / -0.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 145, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: bruin-oranje Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Consistentie: matig stevig Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: zand- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 145 / -1.48 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Ondergrens laag in cm: 198, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs
Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Consistentie: matig stevig, Plantenresten: resten (onbepaald)veel (>10%) Laag opmerking: Opmerking: slootvulling? 198 / -2.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 198, Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: blauw-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak siltig, Consistentie: matig stevig, Lithogenese: kwelderafzettingen Einde boring 200 / -2.03
bron: Gtrav.geojson - 02-04-2025 10:30:46
Boring: GTRAV_2 Kop algemeen: Projectcode: GTRAV, Boornummer: 2, Beschrijver(s): MDH/MH, Datum: 28-03-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 230942, Y-coördinaat in meters: 581739, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.154, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Groningen, Gemeente: Groningen Uitvoering: Opdrachtgever: Tauw bv, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 0.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 40 / -0.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 105, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof Bodem: Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: recent opgebracht 105 / -0.90 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Ondergrens laag in cm: 143, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs
Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Consistentie: matig stevig Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: vlekkerig, verstoord? 143 / -1.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 143, Ondergrens laag in cm: 148, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Consistentie: matig stevig Bodem: Bodemhorizont: laklaag/vegetatie-horizont 148 / -1.33 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 148, Ondergrens laag in cm: 173, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Consistentie: matig stevig Bodem: IJzer/mangaan: Fe-concreties 173 / -1.58 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 173, Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs-blauw Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun, Consistentie: matig stevig, Lithogenese: kwelderafzettingen Einde boring 200 / -1.85
bron: Gtrav.geojson - 02-04-2025 10:30:46
Boring: GTRAV_3 Kop algemeen: Projectcode: GTRAV, Boornummer: 3, Beschrijver(s): MDH/MH, Datum: 28-03-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 230967, Y-coördinaat in meters: 581747, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.29, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Groningen, Gemeente: Groningen Uitvoering: Opdrachtgever: Tauw bv, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 0.29 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 35 / -0.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 115, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof Bodem: Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: recent opgebracht 115 / -0.86 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 115, Ondergrens laag in cm: 140,
Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Consistentie: matig stevig Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: vlekkerig, verstoord? 140 / -1.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 140, Ondergrens laag in cm: 145, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Consistentie: matig stevig Bodem: Bodemhorizont: laklaag/vegetatie-horizont 145 / -1.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Ondergrens laag in cm: 155, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak siltig, Consistentie: matig stevig Bodem: IJzer/mangaan: Fe-concreties 155 / -1.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 155, Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs-blauw Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun, Consistentie: matig slap, Lithogenese: kwelderafzettingen Einde boring 200 / -1.71
bron: Gtrav.geojson - 02-04-2025 10:30:46
Boring: GTRAV_4 Kop algemeen: Projectcode: GTRAV, Boornummer: 4, Beschrijver(s): MDH/MH, Datum: 28-03-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 230990, Y-coördinaat in meters: 581754, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.297, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Groningen, Gemeente: Groningen Uitvoering: Opdrachtgever: Tauw bv, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 0.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 35 / -0.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: recent opgebracht 125 / -0.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 125, Ondergrens laag in cm: 160, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei,
Bijmengsel: matig siltig, Consistentie: matig stevig Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: vlekkerig, verstoord? 160 / -1.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 160, Ondergrens laag in cm: 164, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Consistentie: matig stevig Bodem: Bodemhorizont: laklaag/vegetatie-horizont 164 / -1.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 164, Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak siltig, Consistentie: matig stevig Bodem: IJzer/mangaan: Fe-concreties 170 / -1.40 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 170, Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs-blauw Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun, Consistentie: matig stevig, Lithogenese: kwelderafzettingen Einde boring 200 / -1.70
bron: Gtrav.geojson - 02-04-2025 10:30:46