Bijlage 13 Nader ecologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Nader ecologisch onderzoek diverse soorten bij Westend te Groningen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming
ing. A.R. Balk
Nader ecologisch onderzoek diverse soorten bij Westend te Groningen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming ing. A.R. Balk Status uitgave: concept
Rapportnummer:
23-402
Projectnummer:
23-0138
Datum uitgave:
21 december 2023
Projectleider:
Anne Balk
Tweede lezer:
J.H. van der Heide
Opdrachtgever:
Gemeente Groningen J.R. Nanninga Postbus 1144 9701 BC Groningen
Foto omslag:
Anne Balk / Waardenburg Ecology (een marterbox in het veld)
Akkoord voor uitgave:
drs. G.J. Berg
Datum akkoord:
21-12-2023
Graag citeren als: Balk, A.R., 2023. Nader ecologisch onderzoek diverse soorten bij Westend te Groningen. Rapport 23-402. Waardenburg Ecology, Haren. Trefwoorden: haas, hermelijn, steenmarter, bunzing, kleine marterachtigen, jaarrond beschermde nesten, eekhoorn, Wet natuurbescherming Waardenburg Ecology is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Waardenburg Ecology. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Waardenburg Ecology voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Waardenburg Ecology / Gemeente Groningen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Waardenburg Ecology is een handelsnaam van Bureau Waardenburg BV. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.
Waardenburg Ecology hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen. Waardenburg Ecology Varkensmarkt 9, 4101 CK Culemborg, 0345 512710 info@waardenburg.eco, www.waardenburg.eco
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
Samenvatting
Project 23-0138, Nader ecologisch onderzoek diverse soorten bij Westend te Groningen
Soorten waar onderzoek
•
Eekhoorn
naar is verricht:
•
Haas
•
Kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing)
•
Jaarrond beschermde nesten
•
Grote vos
•
Eekhoorn; niet aangetroffen.
•
Haas; één exemplaar maakt incidenteel gebruik van het gebied
•
Kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing); niet aangetroffen.
•
Steenmarter foerageert in het gebied.
•
Jaarrond beschermde nesten; geen soort met een jaarrond beschermd
Resultaten/bevindingen:
nest aangetroffen. • Maatregelen
Grote vos; niet aangetroffen
Nee.
noodzakelijk? In het kader van de Zorgplicht wordt aanbevolen bosschages en dichte struiken zoveel mogelijk te behouden i.v.m. de egel. Bij het afzetten van struiken en dichte bosschages deze eerst afzetten op 20cm hoogte. Daarnaast wordt aanbevolen bij de werkzaamheden rekening te houden met visdiefjes en vermoedelijk scholekster die broeden op het dak van de school. Is een ontheffing Wnb
Afhankelijk van de beoogde werkzaamheden is nader onderzoek naar
noodzakelijk?
vleermuizen en steenmarter benodigd (zie quickscan). Als hieruit blijkt dat vleermuizen en/of steenmarter een verblijfplaats hebben in een te kappen boom of te slopen gebouw is een ontheffing noodzakelijk.
De in dit rapport gepresenteerde gegevens over beschermde soorten zijn houdbaar tot drie jaar na afronding van het veldonderzoek. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na 2026, kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
3
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
Inhoud 1
2
3
4
5
6
Samenvatting
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Resultaat oriënterend onderzoek
5
1.3
Verantwoording
6
Plangebied en voorziene ingreep
8
2.1
Beschrijving plangebied en omgeving
11
2.2
Voorgenomen ingreep
12
Aanpak inventarisatie
13
3.1
Methodiek eekhoorn
13
3.2
Methodiek haas
13
3.3
Methodiek kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing)
14
3.4
Methodiek jaarrond beschermde nesten
15
3.5
Onderzoeksmethodiek grote vos
15
Resultaten veldonderzoek
17
4.1
Eekhoorn
17
4.2
Haas
4.3
Kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing)
18
4.4
Jaarrond beschermde nesten
21
4.5
Grote vos
23
17
Bepaling en beoordeling van effecten
25
5.1
Verbodsbepalingen Wnb
25
5.2
Eekhoorn
26
5.3
Haas
5.4
Kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing)
27
5.5
Jaarrond beschermde nesten
27
5.6
Grote vos
28
5.7
Zorgplicht (Art. 1.11 van de Wnb)
28
26
Conclusie
30
Literatuur
32
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
4
V
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Gemeente Groningen is voornemens om het plangebied opnieuw in te richten voor de ontwikkeling van het project “Next City”. Dit zal worden ingevuld door de bouw van woningen waarvoor vermoedelijk bomen moeten worden gekapt en bebouwing wordt gesloopt. Regelink heeft eerder in een gedeelte van het plangebied een quickscan gedaan en nader onderzoek geadviseerd naar diverse soorten. Waardenburg Ecology heeft in opdracht van Gemeente Groningen een oriënterend onderzoek (quickscan) in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) uitgevoerd, naar het gedeelte dat buiten de scope viel van Regelink. Dit gedeelte bleek vergelijkbare potentie te hebben voor de soorten waarvoor Regelink nader onderzoek heeft geadviseerd. Daarom is naar deze soorten (haas, eekhoorn, jaarrond beschermde nesten, kleine marterachtigen) onderzoek gedaan in het hele plangebied. Voor steenmarter (bebouwing) en vleermuizen (bebouwing en bomen) is ook potentie aanwezig. Hun voorkomen zal in een later stadium worden onderzocht, als meer duidelijk is over welke bomen en bebouwing verwijderd moet worden. De onderzoeksinspanning voor deze soorten is namelijk relatief groot. Dit onderzoek heeft als doel de eventuele functie(s) van het plangebied voor beschermde soort(en) in kaart te brengen en mogelijke effecten op deze soortgroep(en) te toetsen in het kader van de Wnb.
Voorliggend rapport doet verslag van de bevindingen van dit nader onderzoek.
1.2
Resultaat eerder onderzoek Uit de quickscan Wet natuurbescherming (Mulder, 2022) is gebleken dat bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met de aanwezigheid van broedvogels door de werkzaamheden in te plannen buiten het broedseizoen. Daarnaast is er potentie voor haas, eekhoorn, kleine marterachtigen, steenmarter, jaarrond beschermde nesten, grote vos en vleermuizen.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
5
Figuur 1.1
Onderzoeksgebied Regelink (Mulder, 2022).
Voor andere beschermde soorten en algemene (vrijgestelde) soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep te voorkomen (door het treffen van maatregelen) of uitgesloten. Enkel deelgebied 1 maakt deel uit van voorliggend nader onderzoek. Aanvullend kan worden vermeld dat op 23 maart 2023 vingerhelmbloem werd aangetroffen in de noordelijke bomenlaan. Dit is een doelsoort binnen de Gemeentelijke Ecologische Structuur (GES).
1.3
Verantwoording De toetsing is opgesteld op basis van het in 2023 uitgevoerde veldwerk, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Veldonderzoek Het plangebied is onderzocht op eekhoorn, haas, kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing), jaarrond beschermde nesten en grote vos in de periode februari-augustus 2023. Het veldonderzoek naar kleine marterachtigen is uitgevoerd conform de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens, 2017). Voor de jaarrond beschermde nesten is het protocol voor buizerd aangehouden (BIJ12, 2017). Dit is de meest algemene soort met een jaarrond beschermd nest en zijn protocol voldoet ook voor andere soorten met een jaarrond beschermd nest. Voor de overige soorten bestaat geen protocol (eekhoorn, haas en grote vos). Naar eigen deskundig inzicht is voor deze soorten een onderzoeksmethode bepaald. Voor het onderzoek naar haas is de werkwijze in het verleden overlegd met de provincie Groningen en goedgekeurd. Voor detailinformatie over de onderzoeksmethodiek wordt verwezen naar Hoofdstuk 3.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
6
Kaartondergronden De in de rapportage gebruikte kaartondergronden zijn verkregen via Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN) | bagviewer.kadaster.nl. Medewerkers Aan de totstandkoming van dit rapport werkten mee: Anne Balk Jan Erik van der Heide Kris Schepp
projectleiding, veldwerk, rapportage, fotografie kwaliteitscontrole Kaarten maken
Genoemde personen zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Waardenburg Ecology. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Waardenburg Ecology is ISO gecertificeerd.
Veldonderzoek is altijd een momentopname. Waardenburg Ecology waarborgt dat het onderzoek is uitgevoerd door deskundige onderzoekers volgens de gangbare standaardmethoden. Het bureau is niet aansprakelijk voor waarnemingen van soorten door derden en waarnemingen die na afronding van de studie bekend worden gemaakt.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
7
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
2 Quickscan aanvullend gebied 2.1
Beschrijving plangebied Dit plangebied bestaat uit twee scholen (Diamantcollege en CSG Selion), hun bijbehorend terrein en ten zuiden daarvan een doodlopende bomenlaan. Het terrein ten westen van het Diamantcollege is braakliggend en wordt gedeeltelijk gebruikt voor de opslag van materiaal zoals grote betonnen buizen. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 23 maart 2023. De plannen met het gebied komen overeen met het gebied ten noorden ervan; het bouwen van woningen genaamd “Next City” (Mulder, 2022).
Figuur 2.1
Aanvullend plangebied, quickscan door Waardenburg Ecology.
Figuur 2.2 Links de stapel betonnen buizen in het westelijk deel, rechts uitzicht op een deel van de zuidelijke bomenlaan.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
8
2.2
Gebiedsbescherming en houtopstanden Hiervoor wordt verwezen naar Mulder, 2022. Wat betreft N2000-gebieden zijn geen effecten te verwachten, mogelijk met uitzondering van stikstof. Mogelijk is vanwege de gevoeligheid van het N2000-gebied Drentsche Aa een Aerius-berekening nodig. Het gebied ligt buiten de NNN en de provincie Groningen kent geen externe werking van de NNN. Ook voor dit plangebied geldt dat geen sprake is van een houtopstand, daar het zich binnen de bebouwde kom van de gemeente Groningen bevindt.
2.3
Potentie beschermde soorten Het plangebied bestaat uit bomen, bosschages, gebouwen en sloten. Hierdoor zijn geen soortgroepen bij voorbaat uit te sluiten. Planten Het habitat is vergelijkbaar met het noordelijk plangebied; er zijn geen beschermde soorten te verwachten. Ongewervelden Evenals in het noordelijk plangebied kunnen beschermde libellen worden uitgesloten. Krabbenscheer voor de groene glazenmaker ontbreekt en de aanwezige sloot is te smal voor gevlekte en sierlijke witsnuitlibel. Voor de grote vos is, net als in het noordelijk plangebied, potentie. In de zuidelijke bomenlaan staan iepen als waardboom. Ook andere boomsoorten die als waardboom of nectarbron worden gebruikt zijn aanwezig. Voor andere soorten ongewervelden is geen potentie op basis van verspreiding en habitat (NDFF, 2023(i)). Vissen Het habitat is vergelijkbaar met het noordelijk plangebied; er is alleen een smalle sloot aanwezig. Er zijn geen beschermde soorten te verwachten op basis van habitat en verspreiding (NDFF, 2023(i)). Amfibieën Het habitat is vergelijkbaar met het noordelijk plangebied; er zijn geen beschermde soorten te verwachten. De sloot is te ondiep voor poelkikker. Er zijn ook geen beschermde soorten bekend (NDFF, 2023(i)). Reptielen Net als het noordelijk plangebied zijn er te veel obstakels en een te grote afstand tot een bronpopulatie voor reptielen.
Er zijn geen beschermde soorten te verwachten binnen het plangebied. Grondgebonden zoogdieren Evenals in het noordelijk plangebied heeft het habitat potentie voor eekhoorn. De zuidelijke bomenlaan bevat veel verschillende soorten loofbomen die als voedsel kunnen bieden en hoog genoeg zijn voor nesten van de eekhoorn. Ten tijde van het veldbezoek zat er nog geen blad aan de bomen. Er zijn geen eekhoornnesten aangetroffen,
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
9
waardoor deze soort uitgesloten kan worden. De bebouwing heeft potentie voor steenmarter. Zij kunnen door de kleinste openingen naar binnen. De aanwezigheid van hermelijn en bunzing kan niet worden uitgesloten; met name de bomenlaan in het zuiden en het braakliggend terrein is geschikt voor deze soorten. Voor haas is er enige potentie; de soort komt meestal voor in meer open gebieden maar houdt zich soms op in het bos. De zuidelijke bomenlaan en het braakliggende terrein zijn rustig genoeg voor de soort; hier komen vermoedelijk relatief weinig honden en mensen. Andere soorten beschermde grondgebonden zoogdieren zijn niet te verwachten. Vleermuizen De bebouwing heeft potentie voor verblijfplaatsen. Ook de bomen hebben potentie doordat er op meerdere plekken holtes aanwezig zijn. De grote bonte specht is actief in het gebied evenals de groene specht. Deze potenties zijn vergelijkbaar met het noordelijk gebied. Vogels Voor soorten met een jaarrond beschermd nest is, net als in het noordelijk gebied, geen potentie voor de gebouw bewonende soorten slechtvalk, huismus en gierzwaluw. Voor soorten met een jaarrond beschermd nest is in de zuidelijke bomenlaan geen potentie; hier zijn geen grote nesten aanwezig voor bijvoorbeeld ransuil of roek. Wel zijn in het noordelijk deel drie grote nesten met potentie gevonden, en één groot nest bevond zich net ten westen van het plangebied.
Er komen allerlei algemene soorten vogels voor die geen jaarrond beschermd nest hebben, waaronder de groene specht. Zij kunnen broeden in de bosschages, bomen en in de bebouwing.
2.4
Conclusie De waargenomen soorten, potenties voor soorten en habitatkenmerken komen grotendeels overeen met het noordelijk deel waarvoor Regelink de quickscan heeft uitgevoerd (Mulder, 2022). Afwijkend is dat dit gebied meer potentie heeft voor haas dan het noordelijk deel, dankzij het ontbreken van boombladeren kon direct worden vastgesteld dat eekhoorn niet voorkomt en konden vier nesten met potentie voor vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest worden gelokaliseerd. Nader onderzoek blijft noodzakelijk voor grote vos, haas, kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing), vleermuizen en jaarrond beschermde nesten in bomen. Nader onderzoek naar eekhoorn blijkt niet nodig te zijn.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
10
3 Plangebied en voorziene ingreep 3.1
Beschrijving plangebied en omgeving Het plangebied ligt aan de westkant van de stad Groningen en maakt onderdeel uit van de wijk Vinkhuizen (Figuur 3.1). Het plangebied bestaat uit een bedrijventerrein, drie scholen en in het zuiden een bomenlaan. Ook midden door het plangebied loopt een bomenlaan van west naar oost. De bomen van beide bomenlanen zijn al wat ouder (doorsnede van meer dan 50cm) en bestaat uit diverse loofbomen zoals zomereik. Op het terrein van de school CSG Helion is een gedeelte van het terrein natuurlijk ingericht met wilgen, bosschages en kruidenruigte. In de zuidwesthoek is een klein braakliggend terrein aanwezig. In het noorden en westen grenst het plangebied aan brede sloten. Aan de oostkant wordt het plangebied begrenst door de Diamantlaan. Aan de zuidkant wordt het plangebied net ten zuiden van de bomenlaan begrenst door een hek en een smalle sloot.
Figuur 3.1
Ligging plangebied (rood omkaderd) (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN)
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
11
3.2
Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door mw. J. van Goethem van de gemeente Groningen. Inmiddels is dit project binnen de gemeente overgenomen door mw. M. Wiersma. De exacte plannen voor dit project zijn nog niet duidelijk. Daarom zijn de onderzochte soortgroepen in het gehele plangebied onderzocht.
Figuur 3.2
Links de bomenlaan ten noorden van het Diamantcollege bekeken richting het westen, rechts de watergang en oever bij Backbone 050.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
12
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
4 Aanpak inventarisatie Op basis van voorgaand onderzoek kan niet worden uitgesloten dat in het plangebied vaste rust- en/of verblijfplaatsen en voortplantingshabitat aanwezig zijn van eekhoorn, haas, kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing), jaarrond beschermde nesten, grote vos, vleermuizen en steenmarter. In onderstaande paragrafen wordt per soort de onderzoeksmethodiek beschreven waarmee de eventuele functies van het plangebied voor deze soorten in kaart zijn gebracht. Dit geldt niet voor vleermuizen en steenmarter die zullen worden onderzocht als de plannen in meer detail bekend zijn.
4.1
Methodiek eekhoorn Voordat de bomen in het voorjaar weer bladeren gaan zetten, zal gestart worden met een eerste onderzoeksronde, waarbij potentiële nestlocaties van eekhoorn worden gezocht. Deze locaties worden ingevoerd in de app Fieldmaps en worden later in het jaar éénmaal bezocht om activiteit van eekhoorn te onderzoeken.
4.2
Methodiek haas Voor haas is geen onderzoeksprotocol beschikbaar. De gebruikte onderzoeksmethode is overlegd met de provincie Groningen, die dit afdoende heeft bevonden als nader onderzoek voor haas (pers. e-mail J. Bevers, 8-3-2022). De voortplantingstijd van de haas is rond februari/maart. Gedurende twee bezoeken in de vroege ochtend is met een warmtebeeldcamera en verrekijker gezocht naar hazen. Ook is gelet op zichtwaarnemingen en legers (verblijfplaatsen van haas) tijdens andere bezoeken. In een dergelijk groot en begroeid gebied is het zoeken naar keutels minder nuttig aangezien dit erg tijdsintensief is en legers met minder inspanning meer informatie opleveren, namelijk waar de hazen overdag rusten. Een overzicht van de bezoekdata, tijdsduur en (weers)omstandigheden is weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1
Overzicht data en overige (weers)omstandigheden nader onderzoek haas
Datum
Tijd (begin-eind)
Temp.
Bewolking
Windkracht
Neerslag
23-3-2023
07:15 – 09:15
10℃
4/8
4 Bft
geen
3-4-2023
06:45 – 08:45
7℃
3/8
3 Bft
geen
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
13
4.3
Methodiek kleine marterachtigen (hermelijn en bunzing) Het onderzoek is uitgevoerd conform de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens, 2017). Volgens deze handreiking dient het onderzoeksmateriaal in de geschikte periode (maart - augustus) minimaal zes weken in het veld te staan. Op 3 mei 2023 zijn drie marterboxen, drie struikrovers en twee cameravallen op strategische plaatsen in het gebied geplaatst (Figuur 4.1). Dit aantal is afgestemd op het aantal geschikte hectares potentieel leefgebied in het plangebied, overeenkomstig met de voorschriften (Bouwens, 2017). De locaties zijn in het veld bepaald aan de hand van landschapselementen waar kleine marterachtigen bij te verwachten zijn. Bijvoorbeeld langs sloten en bij duidelijke wissels (looppaadjes van dieren).
Figuur 4.1
Verdeling materiaal kleine marterachtigen
Het materiaal is weer opgehaald op 20 juni 2023. Halverwege de periode zijn de batterijen en sd-kaartjes gewisseld. Bij het ophalen bleek dat één marterbox verdwenen was. Het materiaal heeft in totaal elf weken in het veld gestaan in de meest geschikte periode. Hiermee is ruimschoots voldaan aan de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens, 2017). Hiermee is ook het verlies aan data door de verloren marterbox gecompenseerd.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
14
4.4
Methodiek jaarrond beschermde nesten Het onderzoek naar nestplaatsen is conform het Kennisdocument buizerd (BIJ12, 2022) uitgevoerd. Het protocol voor inventarisatie van buizerd (Kennisdocument buizerd) vermeldt; “Afwezigheid van broedende buizerds kan worden aangetoond, als er tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode maart tot half mei geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede omstandigheden (zoals weersomstandigheden, moment op de dag) plaatsvinden en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Tevens moet bij voorkeur in de periode dat er nog geen blad aan de boom zit, minimaal éénmaal gericht naar nestlocaties zijn gezocht.” De onderzoeksrondes zijn uitgevoerd door een persoon (per ronde). Tijdens de veldbezoeken (onderzoeksrondes) is te voet vanuit strategisch gekozen posities gelet op nest- en/of territoriumindicerend gedrag zoals: bezoek van het nest, roepen, paren en/of af- en aanvliegen met nestmateriaal. Hierbij is zowel gelet op activiteit binnen het plangebied als (direct) daarbuiten. Er is gebruik gemaakt van een verrekijker en telescoop. Broedende vogels ‘drukken’ zich vaak in de nestkom bij benadering. Met behulp van een telescoop kan ook dan meestal nog een klein deel van een vogel worden waargenomen. Een overzicht van de bezoekdata, tijdsduur en (weers)omstandigheden is weergegeven in Tabel 3.2.
Tabel 4.2 Overzicht data en overige (weers)omstandigheden nader onderzoek jaarrond beschermde nesten Datum
Tijd (begin-
Temp.
Bewolking
Windkracht
Neerslag
eind)
4.5
#tussenliggende dagen
23 maart 2023
07:15 – 09:15
10℃
4/8
4 Bft
geen
-
3 april 2023
16:00 – 17:30
9℃
1/8
1 Bft
geen
11 dagen
15 april 2023
13:00 – 15:00
9℃
1/8
1 Bft
motregen
12 dagen
8 mei 2023
12:00 – 14:00
20℃
6/8
2 Bft
geen
23 dagen
Onderzoeksmethodiek grote vos Voor grote vos bestaat geen gestandaardiseerd protocol. Er kan worden gezocht naar rupsen en naar imago’s. Er is bij dit onderzoek gekozen voor een combinatie van deze onderzoeksmethodes waarbij twee bezoeken zijn verricht om te zoeken naar het imago en één bezoek waarbij op waardbomen gezocht is naar vraatsporen en rupsen. De onderzoeksrondes zijn uitgevoerd bij geschikte weersomstandigheden
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
15
Tabel 4.3
Overzicht data en overige (weers)omstandigheden nader onderzoek grote vos
Datum
Tijd (begin-eind)
Temp.
Bewolking
Windkracht
Neerslag
Stadium
23-3-2023
14:00 – 16:00
15℃
4/8
4 Bft
geen
Imago
3 april 2023
16:00 – 17:30
9℃
1/8
1 Bft
geen
Imago
21 juni 2023
10:00 – 14:00
26℃
8/8
2 Bft
geen
Rups
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
16
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
5 Resultaten veldonderzoek In dit hoofdstuk is de betekenis van het plangebied voor beschermde soorten beschreven op basis van de resultaten van de inventarisaties en beschikbare bronnen. In onderstaande paragrafen worden per onderzochte soortgroep de resultaten van het veldonderzoek weergegeven en besproken.
5.1
Eekhoorn Tijdens het eerste veldbezoek is vastgesteld dat geen van de bomen een (mogelijk) eekhoornnest bevatte. Een tweede bezoek, gericht op activiteit van eekhoorns, bleek hierdoor overbodig. Echter, tijdens alle andere bezoeken aan het plangebied is ook gelet op zichtwaarnemingen van eekhoorns. Het ontbreken van de eekhoorn is enigszins opmerkelijk aangezien er voldoende geschikte grotere bomen aanwezig zijn, die ook voldoende voedsel bieden zoals eiken. Ook sluit het gebied aan bij een groter groengebied aan de westzijde. Ook hier zijn de laatste vijf jaar geen eekhoorn gemeld (NDFF, 2023(i)). Het plangebied heeft geen functie voor de eekhoorn als leef, -voortplantings- of foerageergebied.
5.2
Haas Tijdens de bezoeken in de vroege ochtend zijn geen hazen aangetroffen. Ook zijn er geen legers, plukken haar of keutels aangetroffen. Op een wildcamera (Figuur 5.1) is eenmaal een haas vastgelegd. Deze lijkt zijn vaste verblijfplaats elders te hebben. Uit de NDFF is de soort niet bekend binnen het plangebied, er is wel één waarneming ten westen van het plangebied. Dit is een meer open gebied wat beter aansluit bij de haas. Het plangebied heeft geen betekenis als vaste verblijfplaats voor haas.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
17
Figuur 5.1
Figuur 5.2
5.3
Waarnemingen van haas
Haas in het zuiden van het plangebied op 24 mei 2023.
Marterachtigen Het nader onderzoek was gericht op hermelijn en bunzing. Tijdens het onderzoek zijn geen hermelijnen of bunzingen waargenomen, zowel tijdens de veldbezoeken als op camera. Ook zijn geen sporen zoals prenten aangetroffen. Hierdoor mag worden aangenomen dat
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
18
er geen verblijfplaats van deze soorten aanwezig is. De derde soort die valt onder de “kleine marterachtigen” is de wezel. Deze soort is ook niet aangetroffen. Op een loshangende wildcamera is regelmatig een steenmarter waargenomen (Figuur 5.1). Dit zouden ook verschillende individuen kunnen zijn.
Figuur 5.3
De steenmarter, vaak vastgelegd in de zuidelijke bomenlaan op de grond en een enkele keer in het hekwerk. Op deze locatie zijn geen lokmiddelen gebruikt, de locatie maakt onderdeel uit van zijn looproute of foerageergebied.
Steenmarters hebben hun verblijfplaats in bebouwing en foerageren in de directe omgeving daarvan. Hun territorium beslaat 80-700 hectare, en is in de stad vaak kleiner door een groter voedselaanbod (Zoogdiervereniging, 2023(i)). Het is goed mogelijk dat de steenmarter zijn verblijfplaats in een of meerdere gebouwen binnen het plangebied heeft, aangezien hij geregeld is waargenomen. Welke gebouw(en) zou nader onderzocht moeten worden. Dit kan middels een visuele inspectie en het plaatsen van wildcamera’s. Gezien de onderzoeksinspanning is dit met name nuttig bij gebouwen waarvan zeker is dat men ze wil slopen of zodanig renoveren dat een eventuele verblijfplaats wordt aangetast. Andere waarnemingen betreffen katten, honden, diverse soorten muizen (algemene soorten) en egel. Egels zijn waargenomen bij vier verschillende camera’s. Met name in het noordwesten van het plangebied is de egel vaak geregistreerd op een struikrover. Vermoedelijk had hij hier een vaste route, of een verblijfplaats nabij.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
19
Figuur 5.4
Figuur 5.5
Vanaf linksboven met de klok mee; een struikrover verborgen in de takkenril, poten van steenmarter op een marterkist (zonder dat hij in de kist is geweest), een huisspitsmuis en een egel.
Waarnemingen van zoogdieren
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
20
5.4
Jaarrond beschermde nesten Tijdens de eerste onderzoeksronde op 23 maart 2023 werden vier grote nesten gevonden met potentie voor soorten met een jaarrond beschermd nest zoals buizerd. Bij deze vier nestlocaties is nader onderzoek uitgevoerd. Twee nesten bleken bezet door zwarte kraai (Figuur 5.6).
Figuur 5.6
Het nest van een zwarte kraai door de telescoop. De staart steekt flink uit en is niet bruin zoals van buizerd of ransuil.
Op of nabij de andere twee nesten is geen activiteit waargenomen van mogelijke broedvogels. Conform de soortenstandaard buizerd mag worden aangenomen dat ze niet in gebruik zijn geweest. Dit kunnen oude kraaiennesten zijn, zij bouwen elk jaar een nieuw nest.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
21
Figuur 5.7
Nader onderzochte grote nesten. Twee bleken van zwarte kraai, de andere twee waren niet in gebruik in 2023.
Aanvullend zijn nog een aantal vogelsoorten genoteerd, die bijvoorbeeld vaak doelsoort zijn bij de monitoring voor de Gemeentelijke Ecologische Structuur (GES). De gekraagde roodstaart werd ook al genoemd in het onderzoek van Mulder (2022) en broedt vermoedelijk binnen het plangebied, evenals de groene specht. Goudvink en appelvink zijn ook gehoord, maar broeden mogelijk ten westen van het plangebied. Op het dak van de school CSG Selion broeden visdiefjes (hun aantal is vanaf de grond erg lastig in te schatten) en vermoedelijk ook scholekster. In de boomlaan ten zuiden hiervan liep op 20 juni namelijk een ouderdier met een jong. Scholeksters broeden op vergelijkbare daken als visdiefjes (kiezeldaken).
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
22
Figuur 5.8
5.5
Aanvullende waarnemingen vogels.
Grote vos Bij beide veldbezoeken voor het imago werden andere dagvlinders zoals citroenvlinder en hommels waargenomen. Dit geeft ook aan dat de weersomstandigheden geschikt waren voor vroege dagvlindersoorten. Er is gezocht op bomen waarvan de bast in de zon en luwte stond zoals ten westen van Backbone. Typisch gedrag voor de grote vos is om in het vroege voorjaar op dergelijke plekken te zonnen. Er zijn geen imago’s van de grote vos waargenomen. De rups heeft iep en wilgensoorten als waardplant (dikgedrukt hieronder). Het bomenbestand binnen het plangebied is divers. In willekeurige volgorde; • • • • • •
Hazelaar Meidoorn Es Esdoorn Wilg Linde
• • • • • •
Spaanse aak Populier Gele kornoelje Zwarte els Iep Prunus sp.
Het aandeel iep is klein. Iepen staan verspreid over het plangebied. Er zijn meer wilgen aanwezig, maar voornamelijk smalbladige soorten. De grote vos heeft voorkeur voor breedbladige. Er zijn vraatsporen aanwezig op meerdere soorten waardplanten, maar niet veel. Er zijn geen rupsen van grote vos aangetroffen. Er kan worden aangenomen dat de grote vos geen populatie heeft binnen het plangebied. Het is een zwervende soort, wat
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
23
betekent dat de soort ook vaak op plaatsen wordt waargenomen waar hij zich niet voortplant.
Figuur 5.9
Geschikt habitat voor het imago; grote bomen die luw en in de zon staan. Dit is ten westen van Backbone.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
24
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
6 Bepaling en beoordeling van effecten Dit hoofdstuk beschrijft de effecten en eventuele gevolgen van de voorgenomen ingreep op beschermde soorten. Uitgangspunt voor de effectbepaling is dat rust- en verblijfplaatsen die plekken zijn die voor een soort van essentieel belang zijn voor de levenscyclus en een onmisbaar onderdeel zijn van het habitat (een essentieel onderdeel van het functioneel leefgebied). Om effecten te voorkomen zal de functionaliteit van rust- en verblijfplaatsen gewaarborgd moeten zijn. De bevindingen vanuit het veldbezoek en de te verwachten effecten zijn – als gevolg van de voorziene ingreep – getoetst aan de Wnb. Vervolgens is aangegeven of, en zo ja welke, vervolgstappen noodzakelijk zijn.
6.1
Verbodsbepalingen Wnb De regels die toezien op genoemde bescherming zijn opgenomen als verbodsbepalingen binnen de Wnb. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten planten en dieren (aspect Soortenbescherming) zijn in de Wnb opgenomen in Hoofdstuk 3 en beschreven per beschermingsregime. In onderstaande tabel (Tabel 6.1) zijn schematisch alle verboden per beschermingsregime weergegeven (Ministerie van Economische Zaken, 2016). Voor een uitgebreide beschrijving van wat de Wnb inhoudt en welke verbodsbepalingen aan de orde zijn wordt verwezen naar wetten.overheid.nl.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
25
Tabel 6.1
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van EZ, 2016)
6.2
Eekhoorn
6.2.1
Bepaling van effect(en) Verblijfplaatsen De soort is niet vastgesteld binnen het plangebied. Omdat zijn aanwezigheid wordt uitgesloten, zijn effecten op deze soort niet te verwachten.
6.2.2
Beoordeling van effect(en) i.h.k.v. de Wnb Aangezien de eekhoorn niet voorkomt binnen het plangebied, is overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming uitgesloten.
6.3
Haas
6.3.1
Bepaling van effect(en) De soort is éénmaal vastgesteld binnen het plangebied. Een vaste verblijfplaats wordt uitgesloten, daarom zijn effecten op verblijfplaatsen van deze soort niet te verwachten.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
26
6.3.2
Beoordeling van effect(en) i.h.k.v. de Wnb Aangezien de haas geen vaste verblijfplaats heeft binnen het plangebied, is overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming uitgesloten.
6.4
Marterachtigen
6.4.1
Bepaling van effect(en) Verblijfplaatsen Het plangebied heeft geen betekenis als verblijfplaats of leefgebied voor de hermelijn en bunzing. Beide soorten zijn niet aangetroffen op de camerabeelden van de marterboxen, struikrovers en wildcamera’s. Ook zijn geen holen of prenten gevonden die wijzen op de aanwezigheid van deze soorten.
6.4.2
Beoordeling van effect(en) i.h.k.v. Wnb Vernielen of beschadigen nest-, rust en slaapplaatsen (Wnb art. 3.10 lid 1b) Als gevolg van de voorgenomen ingreep en bijbehorende werkzaamheden worden geen nesten of vaste rust- en verblijfplaatsen van hermelijn en bunzing fysiek aangetast. Hierdoor is géén sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen (Vernielen of beschadigen nest-, rust en slaapplaatsen – Wnb art. 3.10, lid 1b) uit de Wet natuurbescherming.
6.4.3
Nader onderzoek Bij plannen om bebouwing te slopen of ingrijpend te renoveren is nader onderzoek benodigd naar de steenmarter (zoals ook aangegeven door Mulder, 2022). Vanwege de onderzoeksinspanning wordt dit bij voorkeur uitgevoerd wanneer zeker is welke gebouwen worden gesloopt / gerenoveerd.
6.5
Jaarrond beschermde nesten
6.5.1
Bepaling van effect(en) Voortplantingsplaatsen Er zijn geen nesten vastgesteld van soorten met een jaarrond beschermd nest. Daarom is er geen effect te verwachten op jaarrond beschermde nesten.
6.5.2
Beoordeling van effect(en) i.h.k.v. Wnb Aangezien er geen jaarrond beschermde nesten zijn vastgesteld binnen het plangebied, is overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming uitgesloten.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
27
6.6
Grote vos
6.6.1
Bepaling van effect(en) Voortplantingsplaatsen De soort is niet aangetroffen, zowel als imago en als rups. Het plangebied vormt geen voortplantings- of leefgebied voor de soort. Incidenteel kan een zwervend exemplaar worden waargenomen.
6.6.2
Beoordeling van effect(en) i.h.k.v. Wnb Aangezien de grote vos niet voorkomt binnen het plangebied, is overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming uitgesloten.
6.7
Zorgplicht (Art. 1.11 van de Wnb) Voor alle soorten in het plangebied dient rekening te worden gehouden met de Zorgplicht (Art. 1.11 van de Wnb ). Voor de vleermuizen kan aan de zorgplicht worden voldaan door de volgende maatregelen te nemen: Werken bij daglicht (bouwfase) Verstoring van foeragerende vleermuizen en langs vliegende vleermuizen kan worden voorkomen door de werkzaamheden bij daglicht uit te voeren en geen kunstlicht te gebruiken. Zorgen voor zo min mogelijk lichtverstrooiing (gebruiksfase) Naar verwachting is enige verlichting wenselijk in verband met de veiligheid. Lichtverstrooiing van lantaarnpalen kan ook insecten aantrekken en daarmee foeragerende vleermuizen (met name dwergvleermuizen en laatvlieger). Indien in de nieuwe woningen voorzieningen komen voor vleermuizen, is het wel noodzakelijk geen verlichting op deze verblijfplaatsen te richten. Dit is bij alle soorten vleermuizen ongewenst omdat het ze meer gevoelig maakt voor predatie. Voor overige soorten zoals landzoogdieren (muizen, egel) wordt aanbevolen om langzaam in één richting te werken bij het bouwrijp maken van het terrein. Hiermee hebben zij de beste kans om te kunnen vluchten. Het afzetten van struiken dient eerst op een hoogte van 20cm worden gedaan zodat het doden van egels vermeden wordt.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
28
7 Natuurkansen (bovenwettelijke aanbevelingen) Voor de visdiefjes en scholeksters zouden eventueel buizen kunnen worden geplaatst op het schooldak van de CSG Selion of (nieuwe) bebouwing met een kiezelstenen dak. Deze buizen houden jonge vogels veilig voor predators en felle zon waardoor hun overlevingskans stijgt. Ook zijn er kansen op het gebied van waterdieren. De grote wateren aan de westzijde zijn grotendeels beschaduwd en hebben veel bladinval, dit heeft een negatieve invloed op macrofauna zoals libellen. Een sloot met voldoende zonuren zou amfibieën en libellen kunnen aantrekken. Dit kan ook door de bestaande sloot net ten noorden van de zuidelijke bomenrij te verbreden en verdiepen. In tuinen die behoren bij de nieuwe bebouwing kunnen voorzieningen worden opgenomen voor egels zoals egeltunnels in de schutting, en een robuust duurzaam egelhuis om de paar tuinen. Openbare groene zones kunnen als groene plus worden ingericht met behulp van een kruidenrijk mengsel en ecologisch beheer. Dit draagt ook bij aan het voorkomen van insecten zoals zweefvliegen, bijen en dagvlinders.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
29
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
8 Conclusie In Tabel 8.1 is aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (kunnen) worden overtreden als gevolg van het voornemen en waarvoor ontheffing dient te worden aangevraagd. Voor de volledigheid zijn tevens de overige soort(groep)en waarvoor maatregelen nodig zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, opgenomen. Voor de te nemen maatregelen om overtreding te voorkomen wordt verwezen naar Hoofdstuk 5. Daarnaast gelden de voorwaarden uit de quickscan met betrekking tot broedvogels, steenmarter en vleermuizen. Tabel 8.1
Overtreding van de verbodsbepalingen zonder en met mitigatie + gevolgen voor al dan niet noodzakelijk zijn ontheffingsaanvraag. Overtreding verbodsbepaling
Soortgroep- of
Relevante
naam
verbodsbepalingen
zonder mitigerende maatregelen
Artikel 3.10, lid 1a: doding Eekhoorn
individuen Artikel 3.10, lid 1b: vernieling nestlocaties Artikel 3.10, lid 1a: doding
Haas
individuen Artikel
3.10,
lid
1b:
vernieling nestlocaties Artikel 3.10, lid 1a: doding Hermelijn en
individuen
bunzing
Artikel
3.10,
lid
1b:
vernieling nestlocaties Artikel 3.5, lid 1: doden van individuen Jaarrond beschermde nesten
Artikel 3.5, lid 2: opzettelijke verstoring Artikel 3.5, lid 3: vernielen of rapen eieren Artikel 3.5, lid 4: vernieling verblijfplaatsen
Grote vos
Artikel 3.10, lid 1a: doden van individuen
verbodsbepaling
Ontheffings-
met mitigerende
aanvraag
maatregelen
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
Overtreding
30
Artikel
Steenmarter
Vleermuizen
Broedvogels
3.10,
lid
1b:
aantasting verblijfplaatsen Artikel 3.10, lid 1a: doden van individuen Artikel 3.10, lid 1b: aantasting verblijfplaatsen Artikel 3.5, lid 1: doden van individuen Artikel 3.5, lid 2: opzettelijke verstoring Artikel 3.5, lid 4: voortplantings- of rustplaatsen beschadigen of vernielen Artikel 3.1, lid 1: vogels doden Artikel 3.10, lid 2: nesten vernielen Artikel 3.10, lid 4: opzettelijk storen
Nee
Nee
Nee
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk; nader onderzoek
Mogelijk
Nee
Nee
Mogelijk
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Mogelijk; nader onderzoek Mogelijk; nader onderzoek Mogelijk; nader onderzoek Mogelijk; nader onderzoek
Er dient nader onderzoek plaats te vinden indien gebouwen worden gesloopt naar vleermuizen en steenmarter. Vervolgens kan voor deze soort(groepen) worden bepaald of overtreding van de wet mogelijk van toepassing is.
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
31
Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Buizerd. BIJ12, Utrecht. Manon Mulder, 2022, Ecologische quickscan West End Groningen. Rapport RA22045-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen. Bouwens, S., 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. 2017.32. Zoogdiervereniging. Zoogdiervereniging, 2023(i). Zoogdiersoorten: steenmarter. www.zoogdiervereniging.nl
Geraadpleegde websites NDFF 2023(i) Nationale Databank Flora en Fauna Uitvoerportaal: https://ndffecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul (geraadpleegd d.d. 1-5-2023 en 25-10-2023)
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK DIVERSE SOORTEN BIJ WESTEND TE GRONINGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING
32