CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vijf varianten voor de doorontwikkeling van de zwemvoorzieningen.pdf

gemeenteraad 17 december 2025, gemeente GroningenBij agendapunt: 5l1: Voorbereidingskrediet Nieuwbouw Sportcentrum Kardinge (raadsvoorstel 5-11-25)5.247 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Uitwerking variantenstudie zwemvoorzieningen nieuwbouw Kardinge 1. Beleidsmatige uitgangspunten In onze Sport- en Beweegvisie 2021+ benoemen wij dat de gemeentelijke sportfaciliteiten jaarlijks (veel) meer kosten dan wat de huurders en gebruikers betalen. Deze negatieve exploitatie is legitiem, omdat hiermee de (financiële) drempels om te sporten en bewegen laag kunnen blijven en dit maatschappelijke meerwaarde oplevert. Voor deze integrale afweging wordt altijd gekeken naar de spreiding in de gemeente en de specifieke behoeften in wijken en dorpen, waarbij een goede samenwerking tussen sport en onderwijs wordt gezocht. Er wordt ook gekeken in welke mate voorzieningen voor de potentiële gebruikers een positieve bijdrage leveren aan de gezondheid, het samen leven, het meedoen en/of het positief opgroeien in Groningen. Investeringen die mensen met weinig sportief kapitaal in beweging kunnen krijgen, zijn extra waardevol. Kortom, in een verantwoorde beslissing zijn zowel exploitatie als maatschappelijk nut meegewogen. Daar op aansluitend schrijven wij in het ‘Meerjarenprogramma Sport & Bewegen 2021-2025’ en het ‘Ambitiedocument (door)ontwikkeling sportvoorzieningen 2037’ dat ons uitgangspunt is dat de gemeente bij (her)ontwikkeling zowel lokale behoeften, toekomstige vraag en spreiding over de gemeente integraal mee laat wegen.

Dit betekent dat wij zwemwater voor een zo breed mogelijke doelgroep beschikbaar willen maken (en houden) in de hele gemeente. Daarbij zijn verschillende varianten denkbaar en is het van belang te benoemen dat het niet enkel om het toevoegen van zwemwatercapaciteit gaat, maar dat daarbinnen onderscheid wordt gemaakt tussen wedstrijdwater en recreatief zwemwater. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat wedstrijdzwemmers en recreanten andere wensen/eisen hebben ten aanzien van de zwemvoorziening. Een verschillende watertemperatuur is in deze een hele relevante. Ten aanzien van een topsport- of evenementenfunctie van Kardinge (h)erkennen wij de waarde van onze topsportclubs en sportevenementen in de gemeente, zowel qua inspiratie als qua kennis over topsport en talentontwikkeling. Daar waar topsport en breedtesport vaak gescheiden werelden zijn, proberen wij die in Groningen bij elkaar te brengen en zien wij talentontwikkeling als de logische brug tussen breedte- en topsport. Daarom zetten wij ook in op de ondersteuning van Regionale Trainingscentra (RTC’s), op kennisdeling tussen de Groninger topsportclubs, sportorganisaties en kennisinstellingen door te investeren in het samenwerkingsverband Talenthub.

Wij investeren niet in de organisatie van topsportclubs en topsportevenementen, maar proberen de waarde van topsport wel te activeren door middel van maatschappelijke activaties ten behoeve van breedtesportparticipatie.

2. Huidige gebruik zwemvoorzieningen Kardinge Kardinge is een zwembad voor met name de recreatieve gebruiker. Zoals in tabel 1 op de volgende pagina is te zien, is 60% van de bezoekers een recreatieve bezoeker. 92% van het aantal uren dat zwemwater in Kardinge wordt gebruikt, is door andere gebruikers dan de zwemverenigingen die ook gebruik maken van Kardinge. Met andere woorden; Kardinge is primair een recreatie- en lesbad.

Tabel 1: huidige gebruik zwemvoorzieningen Kardinge # uren % uren # bezoekers Recreatie 5.070 47% 123.716 Banen zwemmen 1.872 17% 16.391 Zwemles 1.400 13% 18.657 Groepslessen 1.130 10% 14.741 Verenigingen 892 8% 21.923 Onderwijs 360 3% 11.434 verhuur 150 1% 879 Totaal 10.874 100% 207.741

% bezoekers 60% 8% 9% 7% 11% 6% 0% 100%

3. Uitbreiding zwemcapaciteit Uit het meest recente ‘Capaciteitsonderzoek Sportaccommodaties’ (2024) blijkt dat er niet of nauwelijks ruimte beschikbaar is op de doordeweekse avonden in de wedstrijdbaden1 , terwijl juist dan en daar de behoefte het grootst is. Dit wordt bevestigd door de roosters van de zwembaden en het feit dat de verenigingen aangeven dat zij niet hun volledige behoefte aan wedstrijdwater in de baden ‘kwijt kunnen’. Zij zeggen behoefte te hebben aan 6,5 uur wedstrijdwater per week extra. De extra uren die de verenigingen vragen, betreffen vooral uren ten behoeve van trainingsactiviteiten. Daarbij gaan de verenigingen voor hun leden uit van een bepaald aantal trainingen per week en een bepaalde duur per training. Deze wens wordt echter niet verklaard door een toename van het aantal leden bij de verenigingen, maar om extra uren en tijd voor de huidige leden. Extra wedstrijdwater wordt dus alleen gerealiseerd ten behoeve van de extra zwembehoefte van de verenigingen en die concentreert zich op bepaalde momenten in de week. In het capaciteitsonderzoek (2024) wordt ook genoemd dat er waarde wordt gehecht aan een zo goed mogelijke bezetting van het zwemwater. Daarbij baseren we ons niet alleen op de extra behoefte van de verenigingen aan extra zwemwater, maar kijken we ook naar de behoefte van andere doelgroepen, nu en op de lange termijn.

Enerzijds door de groei van de gemeente en anderzijds door de groei in de behoefte aan ongebonden sporten en de vergrijzing (zwemmen is een laagdrempelige sport voor ouderen) waardoor de behoefte aan recreatief banenzwemmen toeneemt. In het capaciteitsonderzoek (2024) wordt geconcludeerd dat: - Op basis van de bestaande behoefte aan extra uren het op korte termijn gaat om circa twee extra banen 25-meterbadwater en op langere termijn om nog eens twee extra banen 25-meterbadwater. Er dienen dus gemeentebreed op langere termijn (2040) in totaal vier extra banen 25-meterbadwater bij te komen2. - Er vanuit het oogpunt van de benodigde capaciteit op korte en op langere termijn geen reden bestaat om het wedstrijdbad langer dan 25-meter te maken. Ook de KNZB geeft in haar reactie op de voorkeursvariant het volgende aan “Het belang van allereerst voldoende badwater voor de gehele omgeving van de stad Groningen en vervolgens passende zwemaccommodaties is voor zowel de stad, de regio, zwemvereniging TriVia als de gehele zwemsport van groot belang.” Specifiek kijkend naar de capaciteit van het bassin voor wedstrijden van zwemverenigingen, zijn vooral de lengte en het aantal banen bepalend.

In het capaciteitsonderzoek wordt Daar waar gesproken wordt over ‘wedstrijdbad’ of ‘wedstrijdwater’ betreft het de capaciteit in het 25 meter zwembad welke (doordeweeks) gebruikt wordt door zwemverenigingen voor trainingen. 2 De benodigde capaciteit uit het onderzoek is gekoppeld aan het aantal zwembanen en niet de lengte ervan. 1

aangegeven dat de KNZB het belangrijk vindt dat zwembaden voldoen aan het zwemniveau waarop de Groningse zwemverenigingen actief zijn. Zo komt zwemvereniging TriVia in de landelijke zwemcompetitie uit in de hoofdklasse. Voor wedstrijden op het niveau van de hoofdklasse/eredivisie en voor het organiseren van regionale en landelijke wedstrijden is volgens de KNZB een categorie-B accommodatie gewenst. Dit betekent onder andere, dat het bad uit minstens acht banen dient te bestaan. Een dergelijk bassin is in de gemeente niet aanwezig. Kardinge beschikt nu met een 25x15m zwembad over een categorie-C zwembad. Voor wat betreft waterpolo speelt TriVia 3e divisie bondsniveau met Heren 1 en 2e divisie bondsniveau met Dames 1. Walvisch speelt de wedstrijden op districtsniveau. Voor het 2e en 3e divisie bondsniveau is een bad van 25 x 20 meter nodig. Dit zou dan een B-categorie wedstrijdbad voor waterpolo zijn. Mocht er een 50-meter zwembad gerealiseerd worden dan geeft TriVia zelf aan dat zij 30 uur minder afnemen in het Helperzwembad, omdat de leden gebruik kunnen maken van een 50 meter zwembad. In dat geval wordt Kardinge het ‘thuisbad’ van TriVia en zullen zij deze voor 40 uur per week afnemen, plus wedstrijden in het weekend. Daarbij is door TriVia meegenomen dat zij ook zal groeien als zij de beschikking hebben over een 50-meter bad.

Bij een volwaardig 25-meter bad in Kardinge is die aantrekkingskracht voor TriVia om (volledig) naar Kardinge te verhuizen echter beperkt/kleiner. Het is de vraag of dit wenselijk is voor de gemeente Groningen als 30 uur leegstand in het Helperzwembad moet worden opgevuld. Uitgaande van een verschuiving van 30 uur per week voor TriVia van het Helperzwembad naar Kardinge, zou dit aantal uren moeten worden opgevangen om ervoor te zorgen dat de verschuiving naar het 50-meter bad niet voor leegstand zorgt elders in de stad. Het is de vraag of de beoogde gebruikers van de zwemvoorzieningen in Kardinge ook zouden willen zwemmen (zwemles, recreatie, banenzwemmen) in het Helperzwembad. Dat is een risico. Volgens TriVia is er momenteel een wachtlijst voor het Helperzwembad. Zo zijn bijvoorbeeld voor de vereniging voor reddingszwemmen nu onvoldoende uren beschikbaar (zij zouden meer uren willen afnemen voor hun activiteiten). Andere voorgestelde mogelijkheden voor verhuur van het Helperzwembad zijn andere zwemverenigingen die graag na 17 uur zwemmen, maar daar nu geen ruimte voor hebben. Verschuiving naar de piekuren zou wederom kunnen leiden tot een relatieve daling van het gebruik van zwemwater in de hele gemeente. Aangezien wij streven naar een optimale benutting van het zwemwater, is het niet wenselijk om meer leegstand in het Helperzwembad te krijgen.

Wij kunnen geen sportvoorzieningen bouwen om te voldoen aan de piekvraag tussen 17.00 uur en 21.00 uur. Het is bovendien niet de bedoeling om de in het capaciteitsonderzoek gesignaleerde extra behoefte op te vangen in deze leegstand, omdat deze vraag juist over de hele gemeente gespreid moet worden. Tenslotte moet in het achterhoofd worden gehouden dat bijvoorbeeld ook zwembad De Parrel (herbouwd in 1985), Helperzwembad, Papiermolen en zwembad Scharlakenhof een belangrijke wijk-/dorpsfunctie hebben en er, gelet op de leeftijd van deze zwembaden, rekening gehouden moet worden met grondige renovatie, dan wel vervanging op middellange termijn. Vervanging, vernieuwing en/of verduurzaming staat voor een aantal baden tot en met 2038 opgenomen in de ‘Uitvoeringsagenda Masterplan Sportvoorzieningen’. Zodra er in de toekomst meer duidelijk wordt over een renovatie/vervanging van deze zwembaden, kan dat ook effect hebben op de integrale vraag waar (extra) zwemcapaciteit in onze gemeente gerealiseerd kan worden.

Resumé Op basis van voorgaande punten zijn er een aantal uitgangspunten gedefinieerd die van belang zijn voor de doorontwikkeling van de zwemvoorzieningen in Kardinge: • Als er extra zwemwater gerealiseerd moet worden dan dient dit te gebeuren in Groningenstad. Daar zijn volgens het capaciteitsonderzoek de knelpunten en de behoefte het grootst, zowel op korte als op langere termijn. In de huidige situatie is het logischer om extra zwemcapaciteit te realiseren bij vervangende nieuwbouw van een zwembad, dan om een extra (nieuw) 25-meter zwembad te realiseren. • Er dienen gemeentebreed op langere termijn (2040) in totaal vier extra banen 25meterbadwater bij te komen3. • Er bestaat vanuit het oogpunt van de benodigde capaciteit op korte en op langere termijn geen reden om het wedstrijdbad langer dan 25-meter te maken. • Kardinge is een zwembad voor met name de recreatieve gebruiker. 60% van de bezoekers is een recreatieve bezoeker. 92% van het aantal uren dat zwemwater in Kardinge wordt gebruikt, is door andere gebruikers dan de zwemverenigingen die ook gebruik maken van Kardinge (recreatie, banenzwemmen en zwemlessen). Met andere woorden; Kardinge is primair een recreatie- en lesbad en zal dit na de nieuwbouw ook blijven. • Om alle doelgroepen ook in de toekomst optimaal te faciliteren is het van belang om ook het doelgroepenbad te vergroten.

In het huidige Kardinge is dit bad 15 meter bij 10 meter. • Voor wedstrijden op het niveau van TriVia (de hoofdklasse/eredivisie) en voor het organiseren van regionale en landelijke wedstrijden is volgens de KNZB een accommodatie-type B gewenst. Dit betekent onder andere, dat het bad uit minstens acht banen dient te bestaan (dan wel in een 25-meter zwembad, of in een 50-meter zwembad). • Voor waterpolo dient het bad tenminste een afmeting te hebben van 25 x 20 meter. 4. Wedstrijdbadwater Zoals eerder te lezen heeft de KNZB in het capaciteitsonderzoek (2024) aangegeven dat zij het belangrijk vindt dat zwembaden voldoen aan het zwemniveau waarop de Groningse zwemverenigingen actief zijn. Voor zwemvereniging TriVia is volgens de KNZB een categorie-B accommodatie nodig. Dit betekent onder andere, dat het bad uit minstens acht banen dient te bestaan. Voor het niveau van de waterpoloclubs is een bad nodig met een afmeting van minimaal 25 x 20 meter. Voor beide sporten kan dit zowel in een volwaardig 25meter bad gerealiseerd worden als in een 50-meter bad. In het aanvullende sporttechnische advies van de KNZB geeft de bond aan dat een 50-meter zwembad niet zou misstaan in Groningen. Gezien de grootte van de gemeente en de waarde van een dergelijk bad voor het talentenecosysteem, geeft een 50-meter zwembad meer mogelijkheden.

De KNZB geeft ook aan dat wekelijkse waterpolo- en zwemwedstrijden op club en regionaal niveau meermaals per jaar georganiseerd kunnen worden. De bond geeft daarbij niet aan of hiervoor perse een 50-meterbad vereist is. Met een 50-meter zwembad wordt het wel mogelijk om ook langebaan trainingen en wedstrijden te programmeren waarmee tegemoet wordt gekomen aan de wens van zwemverenigingen voor een 50-meter zwembad. De primaire reden om een 50-meter bad te bouwen is dat er ook wedstrijden georganiseerd zouden moeten worden. Deze wedstrijden in een 50-meter bad vragen ook om extra tribunecapaciteit en extra wedstrijdfaciliteiten ten opzichte van een 25-meter wedstrijdbad.

3

De benodigde capaciteit uit het onderzoek is gekoppeld aan het aantal zwembanen en niet de lengte ervan.

Het huidige aantal 50-meter zwemmers in Groningen is beperkt (10-20 personen). Volgens TriVia is hierin een groei mogelijk (naar 30-40 personen) als er in Groningen een 50-meter zwembad wordt gerealiseerd. Daarnaast zijn er waarschijnlijk nog andere zwemmers in de omgeving die hier gebruik van willen maken en nu niet bevraagd zijn. In het externe onderzoek naar de afwegingen van een 25-meter of 50-meter zwembad (zie document in bijlage) wordt uitgegaan van een potentiële groep van 50-60 gebruikers van een 50-meter zwembad. Thans maakt TriVia (conform het capaciteitsonderzoek 2024) twee uur per week gebruik van het 50-meterbad van De Welle in Drachten ten behoeve van topsport en talentontwikkeling. Bij de realisatie van een 50-meter zwembad zouden deze activiteiten verplaatst kunnen worden naar Groningen, maar is het de vraag of de topzwemmers en talenten dit ook daadwerkelijk gaan doen. Het is namelijk onwaarschijnlijk dat de KNZB en Topsport Noord een RTC, of RTC-uren, in Groningen zouden willen faciliteren. Sportbedrijf Drachten, TeamNL Centrum Noord (Heerenveen) en het opleidingscentrum van de KNZB zijn een alliantie aangegaan om de topsportzwemmers in De Welle in Drachten van optimale faciliteiten te voorzien voor de lange termijn. Het 50-meter zwembad in Drachten is geschikt om daar officiële KNZB langebaanwedstrijden te houden.

Deze aanvullende faciliteiten zijn in elk geval niet in het huidige Programma van Eisen van het sportcentrum Kardinge voorzien. Daarnaast zijn er in het verleden afspraken gemaakt tussen de gemeente Smallingerland en de gemeente Groningen dat een tweede 50-meter bad met topsport-/RTC functie in de regio niet wenselijk lijkt, nu deze functie al in Drachten beschikbaar is. De gemeente Smallingerland heeft ons onlangs wederom verzocht deze afspraken in acht te nemen en ook de KNZB geeft in haar sporttechnische advies aan dat zij de intentie hebben deze afspraken na 2032 te continueren. Kortom: het antwoord op de vraag of een 25-meter of 50-meter zwembad beter aansluit bij de toekomstige behoefte tussen vraag en aanbod, laat zich niet vangen in de conclusie dat er behoefte is aan extra wedstrijdwater en dat er een behoefte is aan 50-meter water bij zwemvereniging TriVia. 5. Toekomstige exploitatie zwemvoorzieningen Naast het capaciteitsvraagstuk zijn er ook afwegingen te maken ten aanzien van de exploitatie en gebruik van een 25-meter- en 50-meter zwembad. Het zwembad als onderdeel van Sportcentrum Kardinge richt zich voornamelijk op de recreatieve doelgroep met meerdere gebruikersgroepen: jong of oud, alleen of met een groep, uit de omliggende wijken of uit de provincie.

Het gebruik van het zwembad zal wisselend zijn op werkdagen, in de avonduren, tijdens weekenden en wanneer er evenementen georganiseerd worden. Dit schept voorwaarden dat iedere gebruikersgroep zo goed mogelijk in het zwembad wordt gefaciliteerd en beheersbaar is op basis van een toekomstbestendig exploitatiemodel. Daarbij speelt ook de temperatuur van het water als bepalend element in de multifunctionaliteit van het zwemwater. Het is in de huidige drie baden in Kardinge een complexe puzzel waarbij in de doordeweekse avonden banenzwemmen en verenigingsgebruik elkaar afwisselen. Daarnaast is er nog een programma met aquasporten en recreatie. Met deze drie zwembaden kan worden ingespeeld op de verschillende gebruikersgroepen omdat ieder bad zijn eigen temperatuur heeft en daarmee verschillende activiteiten kan faciliteren. Voor de nieuwbouw van de zwemvoorzieningen in Kardinge is het van belang dat er voldoende ruimte is voor de verschillende sporten (verenigingen), doelgroepen en activiteiten. We hebben daarin rekening gehouden met het onderscheid in de verschillende activiteiten: a. Zwemlessen b. Doelgroep zwemmen

a. Therapeutisch (bijv. revalidatiezwemmen, zwangerschapszwemmen) b. Sportief (bijv. aquagym, aquarobics, gehandicaptenzwemmen enz.) c. Recreatief zwemmen a. Baanzwemmen b. ‘Vrij’ zwemmen d. Verenigingszwemmen (trainingen & wedstrijden) a. Wedstrijdzwemmen (korte en lange baan) b. Waterpolo c. Synchroonzwemmen d. Duiken Zoals te zien in tabel is 1, bestaat 92% van de uren die in Kardinge gezwommen wordt uit gebruikers die behoren tot de onderdelen a, b en c . Om bovengenoemde activiteiten aan te kunnen bieden, dienen bassins (zwembaden) bepaalde eigenschappen te hebben. De eigenschappen zijn beschreven in normeringen, zoals het Handboek Zwembaden dat door de KNZB is opgesteld. Bij de ontwikkeling van een nieuwe zwemaccommodatie is het van belang om te bepalen voor welk type activiteiten de accommodatie geschikt moet zijn. Bovenmatig hoge eisen kunnen leiden tot hogere investerings- en exploitatiekosten, terwijl ondermaatse eisen leiden tot een slecht bruikbare accommodatie. De KNZB maakt, ten aanzien van sport, onderscheid tussen 4 typen accommodaties. KNZB normen afmeting zwemmen wedstrijdbad Categorie A Voor internationale wedstrijden en evenementen, georganiseerd door (10 zwembanen) LEN/FINA/IPC. Categorie B Voor nationale wedstrijden/evenementen, georganiseerd door/onder toezicht (8 zwembanen) van de KNZB.

Categorie C Voor regionale wedstrijden, georganiseerd door de Regio-organisatie (6 zwembanen) Categorie D Geschikt voor lokale wedstrijden, georganiseerd voor en door de lokale (4 zwembanen) verenigingen; Voor wat betreft de normen voor de afmeting van een waterpolo wedstrijdbad zit er geen verschil tussen bondsniveau 2 of 3. Echter, er zijn wel verschillende eisen ten aanzien van de velden voor mannen- en vrouwenteams. Een geschikt bondsniveau veld is 20 x 25 (plus ruimte rondom) en is dan een B-categorie accommodatie. KNZB normen afmeting waterpolo wedstrijdbad met drijvend veld Categorie A 30 x 21 Categorie B 28 x 21 Categorie C 25 x 15 (aanbevolen is 25 x 16) Categorie D 25 x 10, het meest minimale dat wordt geadviseerd Voor een hangend veld, met de doelen op de badrand, kan het bassin kleiner en volstaat een 25 x 21 bad. Dit is dan een bestendige B-categorie wedstrijdbad, passend bij het niveau van de waterpoloclubs. Er is dan geen dispensatie meer nodig van de KNZB. De tabel hieronder geeft de activiteiten weer, in combinatie met de benodigde afmetingen, diepte en temperatuur van het bad. Daarbij is, ten aanzien van sport, onderscheid gemaakt

tussen functies in D- en C-accommodaties (licht groen) en functies in B- accommodaties (donker groen). A-accommodaties worden buiten beschouwing gelaten. De maat van de verschillende baden is uitgewerkt. Uitgangspunten watertemperatuur (bron: OLCO advies & management4)

Een belangrijk kenmerk en waarde voor het zwembad als onderdeel van sportcentrum Kardinge is het recreatieve gebruik. Gezien de voorkeur voor een lagere watertemperatuur voor banenzwemmers (zowel recreanten als verenigings-/wedstrijdzwemmers), waterpolo en andere type zwemsporten, is het aannemelijk dat recreatief gebruik bij lage temperatuur minder aantrekkelijk wordt voor bepaalde doelgroepen en/of activiteiten. De doelgroepen banenzwemmers en recreanten in één bad faciliteren is daardoor lastig. Uitbreiden in zwemcapaciteit door middel van één bad (met lagere temperatuur, want primair gerealiseerd voor banen-/verenigingszwemmers) maakt het zwembad minder aantrekkelijk voor recreanten, zwemlessen en doelgroepen en maakt het zwembad daardoor minder goed exploiteerbaar. Elke activiteit heeft een eigen temperatuur, en het frequent wisselen van watertemperatuur in één bad is bovendien energetisch niet duurzaam en technisch kan het niet zodanig snel afkoelen of opwarmen zodat het geen oplossing biedt in de multifunctionele behoefte die elke dag aanwezig is. Dit maakt het in de praktijk lastig om alle doelgroepen goed te bedienen met één bad. Het gevolg is dat het gebruik van de zwemvoorzieningen afneemt, waardoor ook de inkomsten onder druk komen te staan.

TriVia geeft aan een toekomstig 50-meterbad 40 uur per week te willen huren, terwijl zij op dit moment 30 uur per week een 25-meterbad huren. We snappen deze wens van TriVia, echter indien zij in deze situatie exclusief 40 uur per week het 50-meter zwembad gebruiken, kan het bad op die momenten niet door andere doelgroepen gebruikt worden (dus geen zwemlessen, geen recreanten, geen banenzwemmers). Dit zou teveel druk zetten op de totale opgave waar wij voorstaan met de doorontwikkeling van de zwemvoorzieningen op Kardinge, namelijk het maatschappelijk nut voor zoveel mogelijk doelgroepen optimaliseren met een zo gunstig mogelijke exploitatie. Gegeven de totale opgave voor de doorontwikkeling van de zwemvoorzieningen (vooral voor recreanten, zwemlessen en doelgroep zwemmen) is het onwenselijk om een relatief kleine groep gebruikers (TriVia) voorrang te geven in het gebruik.

4

Bureau gespecialiseerd in maatschappelijk vastgoed en zwembaden.

6. Uitgangspunten doorontwikkeling Met voorgaande in acht nemend zijn er een aantal uitgangspunten van belang voor de doorontwikkeling van de zwemvoorzieningen in Kardinge: - Capaciteit: uitbreiding met minimaal 4-banen 25-meter badwater. Voor de periode na 2040 is verdere uitbreiding gewenst. Daarbij is het te adviseren enige overcapaciteit in Kardinge te realiseren. - Programmering: ten behoeve van het maatschappelijk nut dient er een optimaal zwemaanbod gerealiseerd te worden voor het recreatief zwemmen, doelgroep zwemmen, zwemlessen en verenigingszwemmen. De watertemperatuur is hierin zeer relevant. - Wedstrijdzwemmen / waterpolo: voor wedstrijdzwemmen is minimaal een accommodatie type B nodig, voor waterpolo een bad met de afmeting van 25 x 20 meter. 7. Vijf varianten voor de doorontwikkeling van de zwemvoorzieningen In aanloop naar het bepalen van de voorkeursvariant van het sportcentrum zijn er verschillende typen baden onderzocht. In totaal zijn er 5 varianten bestudeerd op voor- en nadelen inzake een aantal uitgangspunten: capaciteit, programmering en wedstrijdzwemmen. Hieronder in het kort een overzicht van de varianten, inclusief het aantal banen 25-meter badwater en de wedstrijdcategorie voor wedstrijden in het banenzwemmen.

25m bad(en) Huidig Variant 1: Twee 25-meter baden met in totaal 10 banen Variant 2: Eén 25-meter bad Kardinge met 8 of 10 banen Variant 3: 50-meter bad met 6 banen Variant 4: 50-meter bad met 8 banen Variant 5: Twee 25-meter baden met in totaal 14 banen

Afmeting Aantal banen (25m) 25x15 6 banen 25x15 6 25x10 4+ 10 banen 25x21, of 8, of 25x25 10 banen

Voldoende Wedstrijden? capaciteit?5

2

50x 15

2 2

1 2

1

Nee Ja

Categorie C Categorie C

Nee Ja

Categorie B, of Categorie A

12 banen

Ja

Categorie C

50x 21

16 banen

Ja

Categorie B

25x21 25x15

8 6+ 14 banen

Ja

Categorie B

Variant 1: Twee 25-meter baden met in totaal 10 banen Er kan gekozen worden om de gewenste extra capaciteit te realiseren in een tweede 25meterbad. In deze variant zou het huidige doelgroepenbad (ook wel ‘instructiebad’ genoemd, met huidige afmeting 15 bij 10 meter) vergroot worden naar een 25-meter zwembad. Er komen dan twee 25-meterbaden, één bad met 6 banen en één bad met 4 banen.

5

Volgens het capaciteitsonderzoek zijn er in 2040 in totaal 4 banen 25-meter badwater extra nodig. Het zwembad in Kardinge zou daardoor in totaal 10 banen 25-meter badwater moeten krijgen.

Het voordeel van twee 25-meter baden is dat dit extra mogelijkheden geeft voor het gebruik door meerdere doelgroepen. Het bad met 6-banen is een categorie C wedstrijdbad, met lagere watertemperatuur. Het tweede 25-meter bad heeft een hogere watertemperatuur en kan gebruikt worden voor doelgroepen, zwemlessen en recreatie. Extra capaciteit voor doelgroepen en zwemlessen kan als effect hebben dat dit minder geprogrammeerd hoeft te worden in het 25meter bad met 6 banen waardoor daar meer uren voor verenigingszwemmen beschikbaar komen. Capaciteit Programmering

Wedstrijden

Wel 4 extra banen 25-meter badwater, dit is tot 2040 toereikend. Er is geen extra zwemwater voor de periode na 2040. Twee 25-meter baden bieden extra mogelijkheden voor de programmering van de verschillende doelgroepen. 1 bad met een lagere temperatuur voor verenigingszwemmen en 1 bad met warmer badwater voor doelgroepen, zwemlessen en recreatie. Er is hooguit sprake van een C-accommodatie voor zwemwedstrijden en daarmee is het niet geschikt voor het niveau waarop Trivia met wedstrijdzwemmen uitkomt.

Variant 2: Eén 25-meter bad Kardinge met 8 of 10 banen. Als er sec. gekeken wordt naar de behoefte ten aanzien van het wedstrijdzwemmen en waterpolo, dan zou één 25-meter bad (25m x 21m) met 8 banen volstaan. Er is dan namelijk sprake van een B-categorie accommodatie volgens de KNZB wedstrijdnorm voor banenzwemmen. Voor waterpolo is dit een wedstrijdcategorie C, wat overeenkomt met het huidige niveau van waterpolo bij Trivia. Dit type bad zou dus passend zijn voor het niveau waarop Trivia haar wedstrijden dient te organiseren. Eén bad met 8 banen (toename van 2 banen) lost echter de behoefte aan zwemwater op lange termijn niet op (4 extra banen nodig). Het is derhalve ook mogelijk er een 25-meterbad met 10 banen (25m x 25m) van te maken, wél passend voor de capaciteitsbehoefte op langere termijn. Qua afmetingen is dan sprake van een A-accommodatie met betrekking tot zwemwedstrijden en C-categorie wat betreft waterpolo. In deze varianten met één 25-meter bad met 8 of 10 banen zou het aanwezige doelgroepenbad de huidige afmeting van 15 meter bij 10 meter houden. Het 25-meter bad zal primair voor verenigingszwemmen gerealiseerd worden en dus een lagere watertemperatuur hebben. Dit is ideaal voor de verenigingen, maar voor meer dan 90% van de gebruiksuren is dit suboptimaal. Voor recreanten, doelgroepen en zwemlessen is de watertemperatuur te laag.

Deze zijn nog wel te programmeren in het 15x10 doelgroepen bad, maar deze capaciteit wordt in deze variant niet uitgebreid. Capaciteit Programmering

Wedstrijden

25-meter bad met 8 banen, onvoldoende capaciteit tot en met 2040. 25-meterbad met 10 banen is tot 2040 toereikend. Er is geen extra zwemwater voor de periode na 2040 Voor verenigingszwemmen ideaal. Voor zwemlessen, doelgroepen en recreatie geen extra capaciteit in een ‘warmer’ bad. Er is sprake van een B- of A-accommodatie voor zwemwedstrijden en daarmee is het geschikt voor het niveau waarop Trivia met wedstrijdzwemmen uitkomt. Voor waterpolo heeft het bad een C-categorie, overeenkomstig met het huidige niveau van de waterpoloërs van Trivia

Variant 3 en 4: Eén 50-meter bad In het realiseren van een 50-meter bad is een keuze te maken in twee varianten. Een 50-meter bad met zes banen of een 50-meterbad met acht banen. Een 50-meter zwembad vergroot de mogelijkheden voor zowel individuele zwemmers als zwemverenigingen, evenals voor het

organiseren van officiële KNZB zwemwedstrijden en evenementen in Groningen (regionaal, landelijk, internationaal). Een 50-meter bad met 6 banen is een wedstrijdaccommodatie type C. Hierin zijn langebaanwedstrijden mogelijk op regionaal niveau. Deze variant geeft in totaal 12 banen 25meter badwater en is meer dan voldoende om het veronderstelde tekort aan wedstrijdbadwater op de piekmomenten op te vangen. Een 50 meter zwembad met acht banen geeft invulling aan de ambitie om een volwaardig zwembad accommodatie-type B te realiseren, een zwembad dat voldoet aan het niveau van Trivia. Hierin zijn wedstrijden mogelijk op nationaal niveau. Echter, bij een capaciteit van een 50-meter bad met acht banen (omgerekend 16 banen 25-meter badwater), blijven van deze acht banen er naar verwachting in 2040 drie leeg (6 banen 25-meter badwater). Deze overcapaciteit in een wedstrijdbad zou dan een andere invulling moeten krijgen voor andere sportclubs, doelgroepen, zwemlessen en recreatief zwemmen. Het is nog af te wegen of een doelgroepenbad van 15x10 meter in deze varianten behouden blijft (er is immers capaciteit genoeg in een 50-meter bad). Een 50-meterbad is door middel van een keerwand op te delen in twee 25-meter baden. Met het toevoegen van een beweegbare bodem is er ook voor diverse doelgroepen het bad naar behoeven aan te passen.

In het dagelijks gebruik is het echter lastig om verschillende activiteiten tegelijkertijd te laten plaatsvinden. Banenzwemmers en recreanten in de afzonderlijke banen faciliteren is lastig. Aquasporten (vaak met muziek of coaching) is niet ideaal te combineren met verenigingszwemmen (ook coaching vanaf de kant). Echter, het allerbelangrijkste nadeel van één 50-meter bad is de constante lagere watertemperatuur. Een 50-meter bad wordt primair gerealiseerd voor banen/verenigingszwemmers en maakt het zwembad minder aantrekkelijk voor recreanten, zwemlessen en andere doelgroepen en maakt het zwembad daardoor minder goed exploiteerbaar. Elke activiteit heeft een eigen temperatuur, en het frequent wisselen van watertemperatuur in één 50-meter bad is bovendien energetisch niet duurzaam en technisch kan het niet zodanig snel afkoelen en/of opwarmen zodat het geen oplossing biedt in de multifunctionele behoefte die elke dag aanwezig is. Dit maakt het in de praktijk lastig om alle doelgroepen goed te bedienen. Het gevolg is dat het gebruik van de zwemvoorzieningen afneemt, waardoor de kans groot is dat ook de inkomsten onder druk komen te staan. Aandachtspunt bij een 50-meter zwembad is de programmering van eventuele talentprogramma’s voor het langebaanzwemmen ten opzichte van het 50-meter bad in De Welle, Drachten.

Deze kunnen niet concurrerend zijn aangezien die talentprogramma’s aan Drachten zijn toebedeeld.

Capaciteit

Programmering

Wedstrijden

Bij een 50-meter bad met zes banen zijn er in totaal 12 banen 25-meter badwater. Dat geeft voldoende capaciteit voor de periode tot en met 2040 en daarna. Bij een 50-meter bad met acht banen zijn er in totaal 16 banen 25-meter badwater. Dat geeft voldoende capaciteit voor de periode tot en met 2040, maar levert ook 6 banen overcapaciteit op tot en met 2040. Beide baden bieden tevens soelaas als andere gemeentelijke zwembaden tijdelijk buiten bedrijf zijn. Eén 50-meter bad levert problemen op in de programmering van verenigingszwemmen, zwemlessen, doelgroepen en recreatie. Dit kan gevolgen hebben voor de exploitatie van de zwemvoorzieningen. Een 50-meterbad met 6 banen is een C-categorie accommodatie voor zwemwedstrijden en daarmee is het niet geschikt voor het niveau waarop Trivia met wedstrijdzwemmen uitkomt. Ook voor waterpolo is deze afmeting niet toereikend.

Variant 5 : Twee 25-meter baden met in totaal 14 banen In deze variant worden er twee 25-meter baden gerealiseerd worden, waaronder één volwaardig 25-meter bad B-categorie (8 zwembanen). Het huidige doelgroepenbad wordt vergroot van 15 bij 10 meter naar 25 bij 15 meter (6 zwembanen). Het doelgroepenbad is dan fors groter en multifunctioneel inzetbaar voor verschillende doelgroepen, zwemlessen en recreatie. Het Bcategorie 25-meter zwembad krijgt een lagere temperatuur en wordt zoveel mogelijk voor verenigingen vrij gehouden. Het andere 25-meterbad krijgt een hogere watertemperatuur voor de verschillende doelgroepen die hier gebruik van maken. Met deze configuratie is er optimaal in te spelen op de verschillende doelgroepen, zowel qua afmeting als watertemperatuur als beschikbaarheid van het badwater. Daarnaast wordt er wel overcapaciteit gerealiseerd (14 banen, terwijl er in 2040 zo’n 10 banen nodig zijn), maar minder overcapaciteit dan bij een 50-meter zwembad met 8 zwembanen (16 banen 25-meter badwater en ook wedstrijdcategorie B).

Capaciteit

Programmering

Wedstrijden

14 banen levert voldoende capaciteit op tot en met 2040, maar levert ook 4 banen overcapaciteit voor de periode na 2040. Deze baden bieden tevens soelaas als andere gemeentelijke zwembaden tijdelijk buiten bedrijf zijn. Deze variant is optimaal gezien de huidige en toekomstige programmering van alle activiteiten in Kardinge. Er wordt capaciteit vergroot bij het wedstrijdbad (8 banen ipv 6 banen) waardoor verenigingszwemmen meer mogelijkheden heeft. Er wordt fors capaciteit vergroot voor zwemlessen, doelgroepen en recreatie door middel van een 25x15 bad (met 6 banen) ten opzichte van het huidige 15x10 doelgroepenbad. Een 25-meter zwembad met 8 banen is een B-categorie accommodatie voor zwemwedstrijden en daarmee is het geschikt voor het niveau waarop Trivia met wedstrijdzwemmen uitkomt. Voor waterpolo is dit een C-categorie accommodatie, ook geschikt voor het niveau waarop Trivia met waterpolo uitkomt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5195/documents/90640