Bijlage 1 variantenstudie.pdf
Tekst van het document
Om aan de andere kant van de A28 te komen en de Groningerstraat over te steken, moet twee keer een weg met hoge intensiteiten overgestoken worden bij de rotondes nabij de op- en afritten. Rondom de parkeerplaats Glimmermade dient men door een bos te fietsen. Deze situatie scoort
36 (60)
beperkt negatief op de sociale veiligheid, mede door het fietsen tussen de bomen en de afwezigheid van omwonenden. 4.1.3 Samenhang Binnen de kwaliteitseis samenhang is beoordeeld in hoeverre de route bijdraagt aan een herkenbaar en samenhangend fietsnetwerk en/of bijdraagt aan een betere ontsluiting van tussenliggende kernen. Alle alternatieven vormen op zichzelf genomen herkenbare en logische routes. Op netwerkniveau is er sprake van enig onderscheid: · In variant 1A wordt geen nieuwe schakel toegevoegd, met uitzondering van het fietspad aan de westelijke kade ten noorden van de Oosterbroeksebrug. Variant 1A scoort echter wel negatief op het criterium samenhang. Bij extreme waterstanden in het NoordWillemskanaal kan water worden ingelaten in de naastgelegen polder LappenvoortOosterland. Dit betekent dat kades inclusief aanwezige infrastructuur bij noodsituaties afgegraven worden. Voor de doorfietsroute betekent dit een stremming van de doorgaande route. Het herstellen kan enkele weken tot maanden duren, waarvoor een alternatieve route moet worden geboden. Ondanks dat de norm is dat dit één keer in de 100 jaren zal gebeuren, kan het voorkomen dat dit meerdere jaren na elkaar plaatsvindt. Hierdoor is het geen robuuste oplossing.
· In variant 1B wordt geen nieuwe schakel aan het fietsnetwerk toegevoegd, met uitzondering van het fietspad aan de oostelijke kanaalzijde ten noorden van de Oosterbroekweg. Net als variant 1A draagt deze variant wel bij aan de verbetering van de ontsluiting van De Punt en Yde en het bedrijventerrein De Punt. · Varianten 2A en 2B bieden in het fietsnetwerk op de corridor Groningen-Assen een nieuwe routemogelijkheid. Dit heeft echter weinig meerwaarde ten opzichte van het aanwezige fietsnetwerk. Beide varianten zijn rechtstreeks en dragen bij aan de verbetering van de ontsluiting van De Punt en Yde en sluiten aan op de ontwikkeling bij het transferium van De Punt. · Met variant 3 wordt, afgezien van het fietspad langs het waterbekken, geen nieuwe schakel aan het fietsnetwerk toegevoegd. Net als de andere varianten sluit dit tracé aan op de woonkernen De Punt en Yde en P+R De Punt. 4.1.4 Comfort Naast een directe en veilige fietsroute dient de doorfietsroute ook een comfortabele fietsroute te zijn. Dit heeft onder meer te maken met hinder van andere verkeersdeelnemers (bijvoorbeeld verblinding, lawaai, rijwind, stank en fijn stof van autoverkeer) of de mate van bescherming tegen weersinvloeden (regen en wind). Het aspect verharding is niet onderscheidend.
In alle routes wordt in dit stadium van de planvorming uitgegaan van deels betonverharding (vrijliggend fietspad) en deels asfaltverharding (bijvoorbeeld een fietsstraat). Tevens geldt voor alle alternatieven dat de breedte van de doorfietsroute (4 meter) buiten de bebouwde kom realiseerbaar is, uitgezonderd de route via de Hooiweg en mogelijke beperkingen vanuit cultuurhistorisch oogpunt rondom de Witte Molen. ·
·
In variant 1A en 1B is sprake van weinig hinder van auto- en landbouwverkeer. Met het inrichten van de Hooidijk tot fietsstraat wordt dit comfort voor de fietser vergroot. Een aandachtspunt is de geparkeerde auto’s van vissers aan het Noord-Willemskanaal. De auto’s staan grotendeels in de berm, maar deels op de weg. In de planuitwerking moet voldoende ruimte in de berm gehouden worden om de auto’s te parkeren en de Hooidijk veilig te houden voor het (fiets)verkeer. Langs de Groningerstraat kan wel enige hinder voorkomen door verblinding, geluid en rijwind van het autoverkeer. Varianten 1A en 1B scoren beperkt positief. Voor varianten 2A, 2B en 3 is sprake van hinder als gevolg van de ligging nabij de A28, met name vanwege verblinding en lawaai. Variant 2B ligt op een zeker ogenblik, samen
37 (60)
met variant 2A, pal langs de westzijde van de A28. Voor het grootste deel ligt variant 2A verder van de A28 af dan variant 2B en 3. Variant 2A scoort dus beperkt negatief, varianten 2B en 3 scoren negatief. 4.1.5 Aantrekkelijkheid Het is tevens wenselijk om te beoordelen welke route het meeste bijdraagt aan de beleving van de omgeving. Een directe beleving van de landschappelijke waarden, natuur en bezichtigingspunten verhoogt het plezier om te fietsen en hierdoor de bereidheid om van de fietsroute gebruik te maken. · Variant 1A biedt een weids uitzicht op polder Lappenvoort-Oosterland. Met variant 1B kan de Witte Molen echter bereikt worden en kan dienen als beeldmerk en herkenningspunt voor de fietsers op deze route. Varianten 1A en 1B volgen voortdurend het Noord-Willemskanaal. Dit biedt voor de fietser een goede oriëntering op de route. De beoordeling voor variant 1A op het criterium aantrekkelijkheid is beperkt positief, variant 1B scoort positief. · Variant 2A volgt, net als 1A en 1B, grotendeels het Noord-Willemskanaal. Er is een sterke oriëntatie op het kanaal. Ook met deze variant kan de Witte Molen dienen als herkenningspunt voor fietsers. De route is afwisselend. Deze variant scoort positief op het criterium aantrekkelijkheid. Variant 2B heeft in bouwsteen Midden grotendeels geen direct zicht op het Noord-Willemskanaal en is meer oriënterend op de A28.
In bouwsteen Zuid en Noord is wel goed zicht op het Noord-Willemskanaal. De beoordeling is neutraal. · Variant 3 volgt, net als variant 2B, de A28 in bouwsteen Midden. De omrijdbeweging via de oostkant van de A28 zorgt echter voor een onaantrekkelijke route die de fietsers niet snel zullen benutten. De route wordt op het aspect aantrekkelijkheid negatief beoordeeld. 4.1.6 Samenvatting In onderstaande tabel is de beoordeling van de alternatieven op de kwaliteitseisen van de doorfietsroute weergegeven. Samenvatting beoordeling kwaliteitseisen doorfietsroute Criterium Variant 1A 1B 2A 2B 3 Directheid + + 0/+ + 0/– Veiligheid Verkeersveiligheid 0/+ 0/+ + 0/– 0/– Sociale veiligheid 0 0 – – 0/– Samenhang – 0 0 0 0 Comfort 0/+ 0/+ 0/– 0/– 0/– Aantrekkelijkheid 0/+ + + 0 –
4.2
Consequenties overig verkeer/gebruikers
4.2.1 Autoverkeer De varianten maken grotendeels gebruik van bestaande infrastructuur. De Hooiweg, Hooidijk, Punterweg en Oosterbroekweg zijn wegen waar autoverkeer toegestaan is. Dit betreft met name bestemmingsverkeer (bewoners, agrarisch verkeer) en bezoekers van de Witte Molen waardoor het aantal motorvoertuigbewegingen relatief laag is. De Oosterbroeksebrug en de tunnel onder de A28 verhinderen de toegankelijkheid voor zwaarder verkeer door de belemmeringen in respectievelijk breedte (2,8 meter) en hoogte (3,0 meter). Met de inrichting van de Punterweg en Hooidijk tot fietsstraat blijven deze wegen toegankelijk voor het autoverkeer. De varianten doen hier geen afbreuk hieraan.
38 (60)
Naar verwachting zal de intensiteit van fietsers (veel) hoger liggen dan de intensiteit voor gemotoriseerd verkeer. De beoordeling op dit criterium is voor alle varianten neutraal. 4.2.2 Recreatief verkeer – fietsers/wandelaars Zoals hierboven beschreven zullen de wegen die nu toegankelijk zijn voor autoverkeer toegankelijk blijven. Dit heeft met de doorfietsroute geen extra effect op de fietsers. De wegen zijn tevens geen onderdeel van het fietsknooppuntennetwerk of langeafstandsfietsroutes (LF-routes). Het is na realisatie wel de bedoeling de doorfietsroute op het fietsknooppuntennetwerk aan te sluiten. De Witte Molen is vanuit recreatief oogpunt wel een bezienswaardigheid. Het benutten van deze molen als herkenningspunt of rustpunt wordt binnen deze varianten (1B, 2A, 2B en 3) beperkt positief beoordeeld. Variant 1A scoort beperkt negatief, aangezien de Witte Molen ontweken wordt. 4.2.3 Omwonenden en overige gebruikers In paragraaf 4.1 is reeds vermeld dat er weinig woningen en erfaansluitingen aanwezig zijn binnen de diverse varianten. De varianten liggen over het algemeen ver van de woningen af om van invloed te zijn op de woningen, met uitzondering van de woning aan de Oosterbroekweg 6. Variant 2A en 2B worden hier als nieuwe infrastructuur nabij dit perceel aangelegd en scoren beperkt negatief.
Variant 3 heeft geen impact op omwonenden en overige gebruikers en scoort hierin neutraal, er vindt geen verandering plaats. Het Noord-Willemskanaal wordt binnen het plangebied veelvuldig gebruikt door (karper)vissers. Auto’s worden, met name op de Hooidijk, veelal deels in de berm, deels op de weg geparkeerd. Dit wordt niet direct negatief beoordeeld maar is wel een aandachtspunt bij de nadere uitwerking van het ontwerp van de voorkeursvariant. Tevens zal het voormalige bedieningshuisje van de Oosterbroeksebrug verplaatst moeten worden binnen variant 1B. Deze is relatief eenvoudig te verplaatsen. De varianten 1A en 1B scoren in dit opzicht allen neutraal. 4.2.4 Scheepvaart De aanleg van een fietsbrug in bouwsteen Midden van variant 2A parallel aan het kanaal zorgt voor een obstakel in het kanaal en vormt een risico voor aanvaringen door de scheepvaart. Dit wordt beperkt negatief beoordeeld (0/–). Daarnaast zorgt variant 1A voor een extra brug over het Noord-Willemskanaal. Indien deze brug gelijktijdig met de Oosterbroeksebrug bediend gaat worden, is er geen effect op de scheepvaart. Doordat de afstand tussen beide bruggen te groot is, kunnen de bruggen niet gelijktijdig worden bediend. In principe betekent dit geen extra lange wachttijden voor het fietsverkeer.
Ook voor de scheepvaart zijn geen consequenties te verwachten, maar de kans is aanwezig dat het scheepvaartverkeer moet wachten voor een extra brug. De nieuwe fietsbrug brug dient wel op voldoende afstand van de bocht in het Noord-Willemskanaal te worden gerealiseerd. Het effect van de extra brug in variant 1A is beperkt negatief voor de scheepvaart. De overige varianten hebben geen impact op de scheepvaart.
39 (60)
4.2.5
Samenvatting
Samenvatting beoordeling consequenties overig verkeer/gebruikers Criterium Variant 1A 1B 2A 2B 3 Autoverkeer 0 0 0 0 0 Recreatief verkeer – 0/– 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ fietsers/wandelaars Omwonenden en 0 0 0/– 0/– 0 overige gebruikers Scheepvaart 0/– 0 0/– 0 0
4.3 Natuur en overige omgevingsaspecten Om te kunnen beoordelen of een doorfietsroute goed ingepast kan worden, is een GIS analyse uitgevoerd naar diverse omgevingsaspecten (zie paragraaf 2.7 en bijlage 1). Deze analyse dient onder meer als toetsingskader voor de vergelijking van de alternatieven. Hieronder worden de aspecten benoemd die relevant zijn voor het studiegebied. 4.3.1 Ecologie Om voor ecologie de meest optimale variant op een zorgvuldige manier af te kunnen wegen is per bouwsteen voor elke variant een inventarisatie uitgevoerd naar de aanwezige natuurwaarden en relevante ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving (zie ook paragraaf 2.6). Dit zijn ontwikkelingen als de aanleg van natuurvriendelijke oevers, het inrichten van een waterbergingsgebied, de ontwikkeling van nieuwe natuur of de aanleg van ontsnipperingsmaatregelen ten behoeve van de migratie van fauna. De natuurwaarden zijn onderverdeeld naar de bestaande wet- en regelgeving in de volgende toetsingscategorieën: · Wet Natuurbescherming: Soorten. · Wet Natuurbescherming: Gebieden (Natura 2000). · Wet Natuurbescherming: Houtopstanden. · Provinciale natuurbeleidskaders: Natuur Netwerk Nederland (NNN). · Koppelkansen/overige ontwikkelingen. Hieronder is een samenvatting opgenomen van de ecologische afweging. De ecologische afweging staat in bijlage 2 weergegeven.
Wnb: Soorten In de ecologische afweging heeft toetsing plaatsgevonden op planten, vleermuizen, overige zoogdieren, amfibieën en reptielen, vogels, vissen en ongewervelde. In bouwsteen Noord worden varianten 2B en 3 het beste beoordeeld, aangezien deze varianten gebruik maken van de bestaande infrastructuur. Met name voor planten, vleermuizen en vogels is dit het meest positief. In bouwsteen Midden scoren varianten 2A en 2B negatief vanwege de ligging in grotendeels ongerept gebied en de impact die een nieuw fietspad heeft op de (beschermde) soorten. Met variant 3 worden ook veel bomen gekapt waardoor een beperkt negatief effect optreedt op de voorkomende soorten. In bouwsteen Zuid hebben varianten 1A en 1B de voorkeur vanwege het gebruik van de bestaande route langs een doorgaande weg met verkeer. In varianten 2A, 2B en 3 wordt nieuwe verharding aangelegd in bouwsteen Zuid. Vanwege de beperkte impact van varianten 1A en 1B op de soortenbescherming, worden deze varianten beperkt negatief beoordeeld (0/–). De varianten 2A, 2B en 3 hebben met
40 (60)
name in bouwsteen Midden en Zuid een negatief effect op het aspect soorten (–). Uiteraard zijn deze (beperkt) negatieve effecten te compenseren en te mitigeren (zie hieronder). Wnb: Gebieden Het Natura 2000-gebied Drentsche Aa ligt het meest dichtbij de te realiseren doorfietsroute. De route valt weliswaar buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied maar is wel gelegen in een gebied dat een schakel vormt in de migratie van diverse dieren van en naar het Natura 2000-gebied. Daarom is deze corridorfunctie voor doelsoorten meegenomen als apart beoordelingscriterium en valt onder de toetsing aan NNN. Het betreft hier dus uitsluitend de externe werking op Natura 2000-doelstellingen. De directe impact van de doorfietsroutevarianten op Natura 2000 is neutraal (0). Wnb: Houtopstanden Ook is geïnventariseerd waar verwijdering van houtopstanden (bomen, bosschages) nodig is en wat de gevolgen zijn van de kap voor de Wnb houtopstanden. Binnen bouwsteen Noord zijn voornamelijk bomen aanwezig in stroken aan de oost- en westzijde van het Noord-Willemskanaal ten noorden van de Oosterbroekseburg. Voor elke variant binnen bouwsteen Noord geldt dat er mogelijk ergens bomen gekapt moeten worden, met uitzondering van variant 2B en 3. Met name de varianten 1B en 2A zullen resulteren in bomenkap.
Deze varianten lopen namelijk langs/door een bestaande houtwal aan de oostzijde van het Noord-Willemskanaal. In bouwsteen Midden volgen de varianten 1A en 1B bestaande verharding. Mocht het nodig zijn bomen te kappen voor deze varianten is dit erg minimaal. Binnen bouwsteen Midden zijn voornamelijk bomen aanwezig in een strook tussen de oostoever van het Noord-Willemskanaal en de A28. Dit betekent dat er voor de varianten 2A en 2B een aanzienlijke hoeveelheid bomen gekapt moet worden. Dit geldt ook voor variant 3 die de Punterweg aan de oostzijde van de A28 door een bos volgt. De bestaande verharding is te smal voor de doorfietsroute waardoor bomenkap noodzakelijk is. Binnen bouwsteen Zuid zijn op de oostoever van het Noord-Willemskanaal geen bomen aanwezig (varianten 2A, 2B en 3) en is geen bomenkap nodig. Op de westoever volgen de varianten 1A en 1B de bestaande doorgaande weg waar bomenrijen aanwezig zijn. Indien mogelijk zullen enkele bomen gekapt worden, maar deze ingreep is zeer beperkt. In variant 1A worden voor zover geen bomen gekapt. Dit wordt neutraal beoordeeld, er is geen verschil (0). In variant 1B wordt de houtwal tussen de Witte Molen en de Oosterbroekweg gedeeltelijk verwijderd. De bomenrij blijft over de lengte wel bestaan, maar wordt smaller.
Hier was al een noodzaak om enkele bomen te gaan kappen, ook vanwege de natuurvriendelijke oever en het ophogen van de kade. Het doel van de bomenkap is dus drieledig. Dit wordt beperkt negatief beoordeeld (0/–). In totaal worden in varianten 2A en 2B aanzienlijk veel bomen gekapt in het NNN-gebied, waardoor beide varianten zeer negatief beoordeeld zijn (– –) . In variant 3 worden rondom de parkeerplaats Glimmermadepolder ook veel bomen gekapt (–). Natuurnetwerk Nederland Vanuit de provincies Groningen en Drenthe zijn gebieden aangewezen met een belangrijke functie, waar het gaat om het schakelen van natuurgebieden aan elkaar. Het doel hiervan is dat (beschermde) soorten een robuuster leefgebied krijgen met een veilige migratieroute tussen natuurgebieden (veelal Natura 2000-gebieden). Dit zogeheten Natuurnetwerk Nederland (NNN) is onderdeel van het juridisch beleidskader vanuit de provincies voor natuur en ecologie. Zie ook figuur 4.1 voor de ligging van de varianten ten opzichte van de natuurgebieden.
41 (60)
Figuur 4.1: Ligging natuurgebieden (NNN, Natura 2000)
Alle varianten van de doorfietsroute op dit traject vallen grotendeels binnen aangewezen NNN-gebied. Het effect op de kernkwaliteiten van NNN en de verbinding tussen de aanwezige natuurgebieden is daarom meegenomen in de afweging. Qua areaalverlies van en de belemmering van migratie in het NNN hebben met name varianten 2B en 3 een neutraal effect in bouwsteen Noord, aangezien deze varianten de bestaande infrastructuur volgen. Variant 1A zorgt over een lengte van circa 850 meter voor een nieuw fietspad in NNN, variant 1B en 2A doen dit over een lengte van circa 600 meter. In bouwsteen Midden zorgen varianten 2A en 2B voor een negatief effect op het areaal van het NNN door de aanleg van nieuwe fietspaden aan de oostzijde van het NoordWillemskanaal. De overige varianten volgen bestaande verharding binnen bouwsteen Midden. In bouwsteen Zuid is geen NNN-gebied gelegen. Variant 1A, 1B en 3 zorgen (zonder compensatie- en mitigatiemaatregelen) voor een beperkt negatief effect op het areaalverlies en de belemmering van migratie (0/–). Varianten 2A en 2B scoren negatief (–).
Koppelkansen Door de werkgroep ecologie is duidelijk gemaakt dat in de uiteindelijke beoordeling het meeste gewicht moet worden gegeven aan de toekomstige ontwikkelingen in het plangebied, waarbij de realisatie van de doorfietsroute door slimme combinaties juist voor kansen voor natuur zorgt (koppelkansen) en de opwaardering van de route natuurwaarden kan versterken. Deze koppelkansen bestaan uit de aanleg van een natuurvriendelijke oever (NVO) en de ophoging van de kades in het gebied, de ontsnipperingsmaatregelen en de relatie met de natuurontwikkeling in polder Lappenvoort-Oosterland en de Glimmermadepolder.
42 (60)
Deze koppelkans is met name in bouwsteen Noord aan de orde, waar de ontwikkelingen ten behoeve van versterking van de natuurwaarden plaats gaan vinden in de Glimmermadepolder en de polder Lappenvoort-Oosterland. Voor de overige bouwstenen geldt voornamelijk dat de voorkeur uit gaat naar het volgen van bestaande verharding met zo weinig mogelijk verlies van areaal of kwaliteit van natuurwaarden. Belangrijk is de doorkijk naar toekomstige ontwikkelingen die de natuurwaarden vergroten en het zodanig inpassen van de voorkeursvariant dat de natuurwaarden zoveel mogelijk worden versterkt. Samenvatting ecologie Op het gebied van ecologie scoort variant 1B beter over de gehele lengte van het tracé van de doorfietsroute tussen Sluis De Punt en Witte Molen. Met name in bouwsteen Noord zijn er met variant 1B koppelkansen te benutten met het oog op de toekomstige ontwikkelingen die gaan plaatsvinden in polder Lappenvoort-Oosterland en met name de herinrichting van Glimmermadepolder. De argumenten dat variant 1B beter scoort dan de overige varianten zijn als volgt: 1. Het volgen van de bestaande verharding in bouwsteen Midden en bouwsteen Zuid. De aanwezige infrastructuur (Groningerstraat en Hooidijk) wordt ook in de huidige situatie gebruikt waardoor de opwaardering tot de doorfietsroute hoogstens tot beperkte (en te mitigeren) effecten op natuurwaarden zal leiden. 2.
Aansluiten bij bij toekomstige ontwikkelingen in de Glimmermadepolder, waar versterking van de natuurwaarden op gaat treden. Het gebied zal worden ingericht met een belangrijke functie voor migratie van soorten en het karakter krijgen van tijdelijk leefgebied voor onder andere de bever en de otter. Het gebied wordt zo ontwikkeld tot schakel of ‘stepping stone’ in de migratieroute van deze soorten. 3. Koppelkans met de NVO zodat bomen gekapt worden vanwege een drieledig doel. De te kappen bomen worden voor drie functies gekapt: de NVO, kadeverhoging en de doorfietsroute. Op deze manier wordt bomenkap tot het minimum beperkt. Daarnaast zijn er meerdere maatregelen te treffen om deze effecten te mitigeren. 4. Een natuurlijke barrièrewerking van de houtwal tussen de doorfietsroute en de nog in te richten Glimmermadepolder, zodat verstoring geminimaliseerd wordt. Als koppelkans kan de bomenrij nog versterkt worden zodat deze beter functioneert als migratieroute, foerageergebied voor otter en bever en kan dienen als overwinteringsplek voor amfibieën. 5. Door het beperkte autoverkeer naar de Witte Molen gebruik te laten maken van de variant 1B in bouwsteen Noord kan de bestaande weg door de Glimmermadepolder in de toekomst afgewaardeerd worden en kan deze weg mogelijk beter geïntegreerd worden in de nog in te richten Glimmermadepolder.
Hierin wordt een oplossing geboden voor een herinrichting van het gebied dat mogelijk in de komende jaren zal plaatsvinden. 6. Er kan aansluiting gezocht worden bij de aanwezige fietstunnel onder de A28 door de landschappelijke structuren te versterken en zo de werking als faunapassage te optimaliseren. De tunnel blijft als de oost-westverbinding (Paterswolde-Haren) echter nog wel van belang voor het fietsverkeer. Om variant 1B te kunnen realiseren zijn echter wel mitigatiemaatregelen benodigd om geen onevenredige afbreuk te doen aan de huidige en de te verwachten ecolgische waarden. In onderstaande tabel is een korte beschrijving weergegeven over de benoemde maatregelen, voor welke soort en het aantal of de omvang. Uitgangspunt is dat het realiseren van toeleidende structuren binnen de Glimmermadepolder onderdeel uitmaken van de herinrichting van dit gebied en geen onderdeel uitmaakt van de realisatie van de doorfietsroute. Om met de doorfietsroute geen afbreuk te doen aan de flora en fauna, kunnen enkele van onderstaande maatregelen gerealiseerd worden op het moment dat variant 1B wordt aangelegd.
43 (60)
Maatregel
Soorten
FUP en enige afstand oever
Amfibieëntunnel
Bever, otter, ree, amfibieën Vogels, amfibieën, bever, otter Amfibieën
Afrastering
Amfibieën
Onderdoorgang brug
Otter, bever, amfibieën
Versterken bosrand
Omvang / aantal 4 - 5 stuks
Prijs/ eenheid € 10.000
Totaal (indicatie) € 50.000
550 meter
€5
€ 5.500
1 - 2 stuks
€ 1.400
€ 2.800
500 - 1000 meter 1 stuk
€ 40
€ 40.000
€-
€-
TOTAAL
€ 98.300
Opmerkingen Damwand inkorten, 2e wand landinwaarts, steen/zand/leem pakket Takkenrillen, bijplanten, beheerswerk 7 m breed op maaiveldhoogte (ACO) Combinatiegaas kleinwild en grootwild /amfibieën In ontwerp landhoofd meenemen, geen meerkosten Directe bouwkosten
De doorfietsroute zal bij het volgen van variant 1B in bouwsteen noord leiden tot een verlies aan areaal NNN. Het betreft een globale oppervlakte van 4.200 m2. Deze oppervlakte zal in een compensatieplan moeten worden verwerkt en moet elders worden gecompenseerd conform de beleidsnotitie ‘Spelregels EHS, Beleidskader voor compensatiebeginsel, EHSsaldobenadering en her begrenzen EHS’, opgesteld door het Rijk en de Provincies. Het compensatieplan maakt onderdeel uit van de ‘Nee, tenzij toets’. Een globale berekening voor de compensatie van het areaal NNN op basis van de richtlijnen van BIJ12 wijst uit dat kosten circa € 53.000 bedragen, exclusief extra beheerskosten in de eerste jaren na de natuurontwikkeling en de onvoorziene kosten. 4.3.2 Bodem Er zijn geen bodemverontreinigingen bekend die door de realisatie van de doorfietsroute tot saneringen en toenemende kosten kunnen leiden. De varianten zijn in bouwsteen Noord en Midden grotendeels gelegen in koopveengronden. In bouwsteen Zuid liggen de varianten 1A en 1B gedeeltelijk op veldpodzolgronden. Varianten 2A, 2B en 3 liggen gedeeltelijk op moerige eerdgronden binnen bouwsteen Zuid. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat in dit gebied de grondslag zeer slecht is. Waar gebruik gemaakt wordt van bestaande wegen, paden of kades kan gebruik gemaakt worden van de fundering van bestaande infra (varianten 1A, 1B en 3).
Deze varianten scoren neutraal. De grondslag is hier naar verwachting beter dan bij varianten 2A en 2B. Een aanzienlijk deel dient nieuw gefundeerd te worden, waardoor de kosten en de tijd voor zetting toenemen. Deze varianten scoren negatief. 4.3.3 Archeologie De varianten zijn niet gelegen in gebieden met een archeologische waarde. In dit stadium scoren alle varianten daarom neutraal. Bij de uitwerking van de voorkeursvariant zal een nadere archeologische verkenning (bureaustudie en eventueel booronderzoek) moeten plaatsvinden. 4.3.4 Landschap en cultuurhistorie Op het gebied van landschap en cultuurhistorie is de situatie rondom de Witte Molen een locatie die als zeer waardevol wordt aangemerkt. De Witte Molen is namelijk aangemerkt als Rijks- en gemeentelijk monument en het omliggende landschap wordt in de beleidskaart archeologie van de voormalige gemeente Haren aangemerkt als beekdal met waardevolle
44 (60)
verkaveling en cultuurlandschappelijk waardevolle waterlopen. Een doorfietsroute mag geen afbreuk doen aan dit monument en het omliggende landschap. Het poldergebied met de kenmerkende hooilandjes inclusief verkavelingssloten en bijbehorende poldermolen (zie figuur 4.2) moet worden gezien als een ruimtelijke samenhangende eenheid. De Hooiweg tussen de Witte Molen en de huidige tunnel bij de Oosterbroekweg was bedoeld om de hooilanden te bereiken. Volgens de provincie is het ensemble van de verkaveling, de Hooiweg en de molen en omgeving door de gaafheid en de representatieve gebruikswaarde als hooilanden een te behouden waarde.
Figuur 4.2: De Witte Molen
In de beheersverordening Buitengebied Haren is de Witte Molen aangemerkt met de specifieke bouwaanduiding Monument (zie figuur 4.3). Deze aanduiding geldt ook voor de directe zone van circa 40 bij 30 meter rondom de molen. De kade en de hooilanden ten noorden van de Hooiweg hebben de bestemming Agrarisch met waarden. Het omliggende gebied heeft de bestemming Natuur en Verkeer (A28 en tankstation De Witte Molen). Rondom de molen geldt ook een vrijwaringszone (molenbiotoop), waardoor binnen een straal van 100 meter rondom de molen geen bouwwerken met een gelijke hoogte als de molen gebouwd mogen worden.
45 (60)
Figuur 4.3: Uitsnede beheersverordening Buitengebied Haren
Uit een inventarisatie van uitgangspunten van de betrokken stakeholders blijkt dat er geen directe belemmeringen worden gezien om de doorfietsroute langs de Witte Molen te realiseren. Wel worden er duidelijke randvoorwaarden gesteld waar bij de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief nadrukkelijk rekening mee moet worden gehouden. Benutten van de Hooiweg voor de doorfietsroute is vanuit landschappelijk en cultuurhistorisch perspectief geen belemmering, maar de verbreding van de Hooiweg om te komen tot een doorfietsroutekwaliteit leidt tot aantasting van de waarde van het gebied. Uitgaande van een verbreding van de Hooiweg als gevolg van de doorfietsroute, scoren varianten 2B en 3 negatief (–). Varianten 1B en 2A zorgen voor een alternatieve verbinding waarmee de Hooiweg ontlast wordt en behouden blijft als cultuurhistorisch waardevol element in het landschap. Dit wordt als beperkt positief beoordeeld (0/+). Variant 1A heeft geen impact op dit onderdeel en wordt als neutraal beoordeeld (0). 4.3.5 Water In alle varianten is sprake van enige toename van verharding, zoals verbreding van het wegprofiel van de Hooidijk, de Punterweg en de Groningerstraat of de aanleg van het fietspad over de westelijke kade (variant 1A), de oostelijke kade (variant 1B en 2A) of de aanleg van een fietspad langs het waterbekken (variant 2A, 2B en 3) .
Er wordt van uitgegaan dat dit binnen het project gecompenseerd kan worden door het verruimen van bestaande watergangen die ruim beschikbaar zijn in de directe omgeving. In onderstaande tabel staat een indicatie hoeveel meter nieuwe verharding per variant aangebracht moet worden.
46 (60)
Variant 1A 1B 2A 2B 3
Bouwsteen Noord 850 600 600 0 0
Bouwsteen Midden 0 0 1.800 1.550 0
Bouwsteen Zuid 0 0 850 850 850
Totaal 850 600 3.250 2.400 850
In bouwsteen Noord wordt voor variant 1A, 1B en 2A een nieuw fietspad aangelegd. Varianten 2B en 3 volgen de bestaande Hooiweg. In bouwsteen Midden volgen varianten 1A, 1B en 3 de bestaande infrastructuur, terwijl varianten 2A en 2B voorzien in een nieuw fietspad aan de oostkant van het Noord-Willemskanaal. In bouwsteen Zuid volgen varianten 1A en 1B de bestaande verharding, de overige varianten behoeven een nieuw fietspad langs het waterbekken. In varianten 2A en 2B wordt de meeste nieuwe verharding aangelegd. In varianten 1A, 1B en 3 is sprake van een geringe toename van het verharde oppervlak en wordt hierin beperkt negatief beoordeeld (0/–) . Varianten 2A en 2B scoren vanwege de grote toename aan verhard oppervlak negatief (–). Voor de opgaven van het waterschap Hunze en Aa’s zijn er koppelkansen aanwezig met de realisatie van de doorfietsroute: · Het ophogen van de Hooidijk om te voldoen aan de waterveiligheidsnorm kan gelijktijdig optrekken met de aanleg van een fietsstraat binnen variant 1A en 1B. · Variant 1A heeft als nadeel dat, bij het gebruik van de noodberging van polder Lappenvoort-Oosterland, het fietspad gestremd zal zijn. Daarnaast is het noodzakelijk om over een lengte van circa 850 meter een fietspad aan te leggen op een plek waar nu nog geen verharding is.
Het profiel van de dijk moet verbreed worden door de beoogde breedte van het profiel van de doorfietsroute, waardoor de bestaande watergang grotendeels gedempt zou moeten worden om ruimte te houden voor een maaipad. Ook moet een nieuwe watergang gegraven worden. Tevens wordt aan de oostzijde van het Noord-Willemskanaal al een fietspad aangelegd tussen Haren en de Witte Molen, die door deze variant 1A gedeeltelijk overbodig wordt. Dit wordt beperkt negatief beoordeeld (0/–). Wel is het mogelijk om met variant 1A desgewenst een natuurvriendelijke oever aan te leggen ten noorden of ten zuiden van de Oosterbroeksebrug. Door dit voor- en nadeel is de koppelkans beperkt aanwezig (0/+). · Variant 1B zorgt over een lengte van circa 600 meter voor extra verharding, maar verbindt met weinig lengte wel de bestaande infrastructuur. Deze variant zorgt voor de minste extra verharding en scoort positief op de koppelkans die er ligt met de ophoging van de kades en de aanleg van een natuurvriendelijke oever (+). Met de natuurvriendelijke oever verbetert de waterkwaliteit en de mogelijkheden voor het uittreden van dieren uit het Noord-Willemskanaal. · In variant 2A is een koppelkans aanwezig met de ophoging van kades aan de oostzijde van het kanaal. Dit wordt beperkt positief beoordeeld (0/+). · Variant 2B heeft geen raakvlakken met de wateropgaven in dit gebied.
Wel is er een koppelkans met de aan te leggen faunapassages onder de op- en afrit van de A28 (0/+). · De beoogde verhoging van de kade aan de Punterweg kan qua planning niet gecombineerd worden de realisatie van de doorfietsroute van variant 3. Deze koppelkans om werk met werk te maken wordt niet benut (0).
47 (60)
4.3.6 Kabels en leidingen In het gebied komen geen hogedruk gasleidingen voor. Nabij de Oosterbroekweg kruist elke variant de persleiding van waterschap Hunze en Aa’s. Deze gaat door de Glimmermadepolder en kruist het Noord-Willemskanaal ter hoogte van de Oosterbroeksebrug. Langs de Groningerstraat ligt een transportleiding van het Waterbedrijf Groningen. Voor de varianten is dit geen belemmering. Bij de realisatie van eventuele toekomstige ongelijkvloerse kruisingen (tunnels) is verlegging van de kabel wel kostenverhogend, maar in dit stadium niet onderscheidend. Bij de technische uitwerking van de voorkeursvariant zal een nader onderzoek naar (het verleggen van) net- en communicatiekabels en overige leidingen moeten plaatsvinden. 4.3.7 Grondpositie De gronden van de doorfietsroutevarianten zijn grotendeels in eigendom van de overheden, het waterschap en Staatsbosbeheer. Varianten 1A en 1B komen grotendeels binnen de gronden van de gemeente Tynaarlo te liggen, maar voor de verbreding van het fietspad bij de Groningerstraat, het ‘uitbuigen’ van de Groningerstraat en de reconstructie van de kruising met de Burg. J.G. Legroweg zal grond nodig zijn van particulieren. Voor de mogelijke tunnel op deze locatie op de lange termijn is particuliere grondaankoop in ieder geval benodigd.
De verwachting is dat de grondaankoop eenvoudig kan plaatsvinden, waardoor deze varianten neutraal scoren (0). Varianten 2A en 2B liggen gedeeltelijk op grond in eigendom van Rijkswaterstaat op de locatie waar het Noord-Willemskanaal het dichtst bij de A28 gelegen is, nabij de zuidelijke uitstroomvoorziening van de Drentsche Aa. Rijkswaterstaat heeft aangegeven niet akkoord te gaan met de verkoop van deze gronden voor de aanleg van de doorfietsroute en reserveert deze gronden voor een toekomstig aanleg van een eventuele derde rijstrook van de A28. Hierdoor is het niet mogelijk varianten 2A en 2B aan te leggen. Deze varianten scoren op het aspect grondpositie zeer negatief (– –) . Binnen variant 3 zijn geen gronden van particulieren nodig. Dit wordt neutraal beoordeeld (0). 4.3.8 Kansrijkheid planologische procedures Voor de aanleg van de doorfietsroute zijn diverse bestemmingsplannen aanwezig waar rekening mee gehouden moet worden. Voor het Groningse deel is de beheersverordening Buitengebied Haren (2013) van toepassing, voor het grondgebied van Tynaarlo zijn dat diverse bestemmingsplannen, te weten: · Bestemmingsplan Buitengebied Tynaarlo, partiële herziening (2017). · Bestemmingsplan Bedrijventerreinen (2013). · Bestemmingsplan Kleinere kernen (2010). · Bestemmingsplan Transferium De Punt (ontwerp, 2019). In bouwsteen Noord is de westelijke kade bestemd als Natuur.
Het nieuwe fietspad in variant 1A over de westelijke kade is toegestaan, mits de waterbergingsfunctie niet wordt geschaad. De oostelijke kade is bestemd voor Verkeer (rondom tankstation Witte Molen), Agrarisch met waarden (rondom de Witte Molen) en Natuur (oostelijke kade tot aan Oosterbroekweg). De Hooiweg heeft een verkeersbestemming. De aanleg van wegen en paden is binnen deze bestemmingen mogelijk. Wel moeten de landschappelijke waarden behouden of hersteld worden.
48 (60)
Het Noord-Willemskanaal heeft de bestemming Water, evenals het water van de Drentsche Aa. Bruggen zijn binnen deze gronden mogelijk. In bouwsteen Midden komt aan de westelijke kade zowel bestemming Natuur als Agrarisch – 1 voor. Op de oostelijke kade zijn de gronden bestemd voor Natuur. Wegen en fietspaden zijn in deze bestemmingen opgenomen. Tevens hebben meerdere gronden de dubbelbestemming Waarde – Beekdal. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het beekdal. In bouwsteen Zuid komen de bestemmingen Verkeer, Bedrijf en Agrarisch voor, waar wegen en fietspaden in zijn opgenomen. Binnen alle bestemmingen geldt dat het aanleggen van een fietspad planologisch mogelijk is al dan niet met behulp van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of van werkzaamheden (‘aanlegvergunning’). Een bestemmingsplanwijziging is niet noodzakelijk. Ten opzichte van de planologische procedures zijn alle varianten dan ook even kansrijk (0). Ten opzichte van de Provinciale Omgevingsverordening (POV) van Groningen en Drenthe worden varianten 2A en 2B negatief beoordeeld vanwege de maatregelen die getroffen moeten worden in bouwsteen Midden ten aanzien van het kappen van bomen en de ecologische waardevermindering als gevolg van een nieuw fietspad hier.
De overige varianten maken grotendeels gebruik van de bestaande infrastructuur en hebben geen negatief effect op de ecologie zodra compensatie- en mitigatiemaatregelen getroffen worden. 4.3.9
Samenvatting
Samenvatting beoordeling natuur en overige omgevingsaspecten Thema Criterium 1A Natuur Wnb: Soortbescherming 0/– Wnb: Gebiedsbescherming 0 Wnb: Houtopstanden 0 Provinciale natuurbeleidskaders (NNN) 0/– Koppelkansen natuurontwikkeling 0 Overige Bodem 0 omgevingsArcheologie 0 aspecten Landschap en cultuurhistorie 0 Water Toename verharding 0/– Benutten koppelkansen 0/+ (kade/NVO/faunapassages) Kabels en leidingen 0 Grondpositie 0 Kansrijkheid planologische procedure Bestemmingsplan 0 Provinciale Omgevingsverordening 0
1B 0/– 0 0/– 0/– ++ 0 0 0/+
Variant 2A 2B – – 0 0 –– –– – – 0/– 0 – – 0 0 0/+ –
3 – 0 – 0/– 0 0 0 –
0/– +
– 0/+
– 0/+
0/– 0
0 0
0 ––
0 ––
0 0
0 0
0 –
0 –
0 0
49 (60)
4.4 Kosten In onderstaande tabel zijn de indicatieve investeringskosten voor de realisatie van de alternatieven opgenomen. Dit betreft een eerste indicatie die in de planuitwerking nader gespecificeerd zal worden. Naast de investeringskosten zijn ook de kosten van beheer en onderhoud en mitigatiemaatregelen van belang. Variant 1A 1B 2A 2B 3
kosten in € mln (excl. btw) € 7,9 € 5,1 € 17,6 € 7,6 € 4,2
Geconcludeerd wordt dat de investeringskosten voor variant 2A het hoogst zijn omdat in deze variant een brug op pijlers van circa 1 kilometer gerealiseerd moet worden die, vanwege de ligging in het Noord-Willemskanaal, aanvaringsbestendig gemaakt moet worden. Voor variant 2A en 2B is het realiseren van een nieuw fietspad door het bos langs de A28 vanwege de slechte grondslag een kostenverhogend aspect. Binnen variant 1A is het realiseren van een nieuwe beweegbare brug ten noorden van de Witte Molen een kostenverhogend aspect (circa € 2,5 miljoen). De kosten voor variant 3 zijn het laagst omdat bijna geheel gebruik gemaakt kan worden van bestaande infrastructuur. In deze variantenstudie is niet kwantitatief inzichtelijk gemaakt wat de jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten zullen zijn. Wel is het mogelijk een kwalitatieve indicatie te geven. · Variant 1A kent de hoogste beheer- en onderhoudskosten, onder andere door het aanleggen van een nieuw fietspad over de westelijke kade bij polder LappenvoortOosterland die ten tijde van calamiteiten doorgebroken moet worden waardoor het fietspad opnieuw gerealiseerd moet worden. De omvang van deze kosten laten zich op voorhand moeilijk inschatten aangezien het hier een noodberging betreft die alleen ingezet wordt tijdens calamiteiten.
Ook de nieuwe beweegbare fietsbrug over het NoordWillemskanaal brengt aanzienlijke additionele beheerkosten met zich mee. Deze variant scoort negatief (–). · Aangezien varianten 1B en 3 (grotendeels) de bestaande wegen volgen, zijn de additionele beheer- en onderhoudskosten in vergelijking met de andere varianten beperkt (0). · Binnen varianten 2A en 2B wordt een nieuw fietspad aangelegd op relatief zachte en natte grond. Mogelijke verzakkingen zijn te verwachten, waardoor dit tot extra onderhoudskosten zal leiden (0/–). Met de realisatie van variant 1B, dat vanuit ecologisch oogpunt het beste scoort, dient ook nog rekening gehouden te worden met investeringen op het gebied van mitigatie. Een eerste kostenindicatie heeft aangegeven dat deze mitigatiemaatregelen circa € 98.300 kosten. In een later stadium moet bepaald worden in hoeverre deze kosten vanuit de doorfietsroute De Groene As betaald moeten worden. Uit de ‘Nee, tenzij toets’ moet blijken of compensatie voor het NNN-gebied noodzakelijk is.
50 (60)
4.5 Samenvatting beoordeling In onderstaande tabel is de beoordeling van de alternatieven op de alle criteria weergegeven. Samenvatting beoordeling alle thema’s Thema Criterium Doelstelling doorfietsroute
Directheid Veiligheid Verkeersveiligheid Sociale veiligheid
Consequenties overig verkeer/ gebruikers Natuur
Overige omgevingsaspecten
Kosten en fasering
Samenhang Comfort Aantrekkelijkheid Autoverkeer Recreatief verkeer – fietsers/wandelaars Omwonenden en overige gebruikers Scheepvaart Wnb: Soortbescherming Wnb: Gebiedsbescherming Wnb: Houtopstanden Provinciale natuurbeleidskaders (NNN) Koppelkansen natuurontwikkeling Bodem Archeologie Landschap en cultuurhistorie Water Toename verharding Benutten koppelkansen (kade/NVO/faunapassages) Kabels en leidingen Grondpositie Kansrijkheid planologische procedure Bestemmingsplan Provinciale Omgevingsverordening Totale investering (in € mln.) Beheer en onderhoud
Variant 2A 2B 0/+ +
1A +
1B +
3 0/–
0/+ 0 – 0/+ 0/+ 0 0/– 0 0/– 0/– 0 0 0/– 0 0 0 0
0/+ 0 0 0/+ + 0 0/+ 0 0 0/– 0 0/– 0/– ++ 0 0 0/+
+ – 0 0/– + 0 0/+ 0/– 0/– – 0 –– – 0/– – 0 0/+
0/– – 0 0/– 0 0 0/+ 0/– 0 – 0 –– – 0 – 0 –
0/– 0/– 0 0/– – 0 0/+ 0 0 – 0 – 0/– 0 0 0 –
0/–
0/–
–
–
0/–
0/+
+
0/+
0/+
0
0 0
0 0
0 ––
0 ––
0 0
0 0 7,9 –
0 0 5,1 0
0 – 17,6 0/–
0 – 7,4 0/–
0 0 4,2 0
51 (60)
5
Voorkeursvariant
In hoofdstuk 4 is een beoordeling gegeven van de varianten voor de doorfietsroute tussen De Punt en de Witte Molen. Op basis van de volgende argumenten is gekozen voor variant 1B als voorkeursalternatief (zie figuur 5.1): · Variant 1B scoort het beste op de doelstellingen van de doorfietsroute (directheid, veiligheid, samenhang, comfort en aantrekkelijkheid). Met deze variant kan een substantiële verbetering van het utilitair (maar ook recreatief) fietsnetwerk worden bereikt. In de planuitwerking dient rekening gehouden te worden met de effecten op overige gebruikers, onder andere met geparkeerde auto’s aan de weg van vissers aan de Hooidijk en het lokale landbouwverkeer. Variant 3 scoort (aanzienlijk) minder op de criteria voor de doorfietsroute. Investeringen in deze routes zullen naar verwachting niet leiden tot meer fietsers. De verwachting is dat de meeste fietsers gebruik zullen blijven maken van de bestaande routes en geen gebruik gaan maken van deze route, mede door de extra meters als gevolg van het omrijden. · Uit de ecologische analyse is gebleken dat variant 1B haalbaar is binnen de huidige weten regelgeving op het gebied van natuurbescherming (Natura 2000- en NNN-gebied). Gezamenlijk met de koppelkansen die er liggen voor het aanleggen van de natuurvriendelijke oever en het ophogen van de kade scoort variant 1B het beste op het onderdeel natuur.
· Het beleefbaar maken van de Witte Molen met variant 1B is een kans. Het zorgt er tevens voor dat de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de Hooiweg behouden blijft en de Hooiweg in de toekomst desgewenst kan worden afgewaardeerd. Wel dient bij de verdere uitwerking van het ontwerp rekening gehouden te worden met het behoud van landschap en de cultuurhistorie rondom de Witte Molen. · Varianten 2A en 2B scoren negatief op de bodemgesteldheid vanwege de ligging van een nieuw fietspad in veenachtig en nat gebied en zeer negatief vanwege het aantal te kappen bomen en de grondpositie. · Varianten 1B en 3 zijn zowel qua investering als beheer en onderhoud het goedkoopst omdat grotendeels gebruik gemaakt kan worden van bestaande infrastructuur. Varianten 1A en 2A zijn het duurst, zowel in investering als in beheer en onderhoud. Variant 2B zit hier tussenin. · Met een investering in variant 1B wordt de fietsroute tussen sluis De Punt en de Witte Molen (als onderdeel van De Groene As) comfortabeler, directer en veiliger waardoor het voor forenzen en scholieren aantrekkelijker wordt om (vaker) te de fiets te pakken in het dagelijkse woon-werk en woon-school verkeer. Er zijn, op basis van voorkeursvariant 1B nog enkele aandachtspunten die een nadere uitwerking vragen van het (verkeers)technische ontwerp (zie ook figuur 5.1).
Op hoofdlijnen zijn dit de oversteek bij de Groningerstraat, de verbreding van de Hooidijk en de brug ten noorden van de Witte Molen over de uitstroomvoorziening van de Drentsche Aa. Ook dient rekening gehouden te worden met het medegebruik van de Hooidijk door vissers en de functie die de Hooidijk vervult voor de ontsluiting van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Ook zal de kruising van de Groningerstraat en het bedrijventerrein (Burg. J.G. Legroweg) en de aansluiting van de Hooidijk met de Groningerstraat gereconstrueerd moeten worden. Qua landschap en cultuurhistorie dient de route langs de Witte Molen ook nader uitgewerkt te worden. Tevens loopt het proces rondom de herinrichting van het gebied tussen de A28 en vliegveld Eelde, waarvan de herontwikkeling van het terrein van de scheepswerf De Punt en de ontsluiting van bedrijventerrein De Punt onderdeel uitmaken.
52 (60)
Met de breedte van het fietspad en de eventuele fietstunnel onder de Groningerstraat dient bij deze planuitwerking van het gehele gebied rekening gehouden te worden met de doorfietsroute. Op het gebied van natuur moet de natuurvriendelijke oever verder uitgewerkt worden en zal de kadeverhoging moeten worden afgestemd op de realisatie van de doorfietsroute.
Figuur 5.1: Voorkeursvariant 1B
53 (60)
6
Vervolg
Voorliggende rapportage vormt een verslag van de verkenningsfase. Op basis van dit rapport wordt Provinciale Staten van de provincie Groningen gevraagd om een planuitwerkingsbesluit te nemen voor het Groningse tracédeel. Als dit besluit is vastgesteld, kan het voorkeursalternatief verder worden uitgewerkt tot een concrete oplossing. Ook wordt de voorkeursvariant ter besluitvorming voorgelegd in de gemeenteraden van Tynaarlo en Groningen. Voorafgaand wordt de voorkeursvariant gepresenteerd tijdens inloopavonden. Vervolgens zal een projectgroep aan de slag gaan met de verdere uitwerking van het voorkeurstracé, uiteraard in nauwe samenwerking tussen de provincies, waterschap Hunze en Aa’s, de gemeenten en Staatsbosbeheer, Prolander en overige grondeigenaren. Vanuit de verkenningsfase zijn diverse aandachtspunten te benoemen die meegenomen worden bij de uitwerking van de voorkeursvariant. De voorkeursvariant moet nog nader uitgewerkt worden in een definitief ontwerp. Rekening moet worden gehouden met de algemene uitgangspunten voor de doorfietsroute De Groene As, zoals opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan. Hieronder zijn de voornaamste aandachtspunten weergegeven. · Vanuit de uitgevoerde ecologische afweging zijn nog een aantal onzekerheden die voorafgaand aan de realisatie aanvullend onderzocht moeten worden. Deze onderzoeken kunnen gaan plaatsvinden voor het voorkeurstracé.
Zodra een profiel beschikbaar is kan de precieze impact op de natuurwaarden worden bepaald. De volgende onderzoeken zijn nodig: ° Natuurbeleidskaders: ‘Nee, tenzij toets’; ° Wet natuurbescherming: Aanvullend natuuronderzoek; ° Wet natuurbescherming: Aerius berekening. Uit deze aanvullende onderzoeken kan blijken dat een ontheffing en / of toestemming in het kader van de Wet natuurbescherming of de beleidskaders van de provincies nodig is voor het kunnen realiseren van de doorfietsroute op het tracé sluis De Punt – Witte Molen. · Nader onderzoeken van de impact van de doorfietsroute op specifieke omgevingswaarden (kabels en leidingen, bodem, archeologie, etc.) is noodzakelijk. · De ruimtelijke en landschappelijke inpassing van de doorfietsroute moet zorgvuldig ontworpen worden, passend binnen het landschap. · Er dient sprake te zijn van een consequent verkeerskundig ontwerp waarbij de gekozen oplossingen uniform worden toegepast op de hele route. · De bereikbaarheid van agrarische percelen, bedrijven en woningen dient gewaarborgd te blijven. · Belanghebbenden dienen ook in de planuitwerkingsfase betrokken te blijven bij de ontwikkeling van de doorfietsroute.
54 (60)
Bijlage 1
Omgevingsaspecten
55 (60)
Gebiedsbescherming
Bodemkaart
56 (60)
Archeologie
Landschapstypen
57 (60)
Landschap en cultuurhistorie
Aardkundige waarden
58 (60)
Water
Externe veiligheid
59 (60)
Bijlage 2
Ecologische afweging
60 (60)