CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 toelichting.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 24 maart 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2a: Bestemmingsplan Haren Raadhuisplein (raadsvoorstel 17-2-2021)15.029 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.8

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxide (NO2 ) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ fijn stof (PM10 ) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ 24-uurgemiddelde concentratie max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ fijn stof (PM2,5 ) jaargemiddelde concentratie 25 µg/m³ Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.

Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

28

Toetsing Ten behoeve van de ontwikkeling is onderzoek gedaan naar de verkeersaspecten en de gevolgen van de ontwikkeling in het plangebied, op deze aspecten. Deze notitie is opgenomen als bijlage 1. Op basis hiervan wordt gesteld dat de ontwikkeling leidt tot een maximale toename van verkeer van 3.000 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Hierbij wordt uitgegaan van een aandeel vrachtverkeer van 1%. Uit de NIBM-tool blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 2,47 µg/m³ en van fijn stof van 0,51 µg/m³. De uitkomst van de NIBM-tool is weergegeven in figuur 7. De toename stikstof komt boven de grenswaarde van 1,2 µg/m³.

Figuur 7: Uitkomst NIBM-tool Om nader te onderzoeken of de toename gehalte stikstof en fijn stof leidt tot een overschrijding van de grenswaarden van 40 µg/m³ is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2017 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de A28, ten westen van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2016 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2016; 21,5 µg/m³ voor NO2 en 14,9 µg/m³ voor PM10 . Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Omdat uit de NIBM-tool is gebleken dat de concentratie stikstof met 2,47 µg/m³ toenam en het gehalte stikstof ter plaatse 21,5 µg/m³ bedraagt, zal de concentratie stikstof na realisering van de ontwikkeling 24,0 µg/m³ bedragen. Dit blijft ruimschoots onder de gestelde grenswaarde van 40 µg/m³. Voor fijn stof PM10 bedraagt het toename in concentratie 0,51 µg/m³. De concentratie fijn stof ter plaatse bedraagt 14,9 µg/m³. Na realisering van de ontwikkeling bedraagt de concentratie 20,4 µg/m³.

Ook de concentratie fijn stof blijft hiermee ruimschoots onder de grenswaarde van 40 µg/m³. Doordat voor zowel voor stikstofdioxide (NO2 ) als voor fijn stof (PM10 ) geldt dat als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, de grenswaarden niet worden overschreden. Het aspect luchtkwaliteit levert daarom geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

29

4.9

Externe veiligheid

Normstelling en beleid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. Ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water geldt de Circulaire Risiconormering vervoer van gevaarlijke stoffen. Op grond van deze circulaire geldt een grenswaarde ten opzichte van het plaatsgebonden risico (PR) en een oriënterende waarde voor het groepsrisico (GR). Nieuwe ontwikkelingen binnen het invloedsgebied, die een wezenlijke toename teweeg brengen van het GR, moeten (bestuurlijk) worden verantwoord. Op dit moment werkt het rijk aan het vaststellen van het zogenaamde basisnet, waarmee langs bepaalde hoofdtransportroutes (planologische) ruimte wordt gereserveerd om externe veiligheidsrisico's te beperken. Aanvullend kunnen provinciale overheden een basisnet vaststellen voor provinciale wegennet. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan In de omgeving van het plangebied zijn geen gevaarlijke inrichtingen of buisleidingen voor gevaarlijke stoffen gelegen. Ook zijn er geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen in de buurt aanwezig. Externe veiligheid vormt geen belemmering.

Het plan wordt daarom op dit punt uitvoerbaar geacht.

4.10

Kabels en leidingen

Normstelling en beleid In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Toetsing en uitgangspunten voor het bestemmingsplan In en om het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig waar in het bestemmingsplan rekening gehouden dient te worden. Bij de uitvoering van het project wordt uiteraard wel rekening gehouden met alle aanwezige kleinere leidingen en huisaansluitingen.

4.11

Milieueffectrapportage (m.e.r.)-beoordeling

Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. In 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Er moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

30

beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een supermarkt (1.750 m2 ), overige detailhandel en horeca (920 m2 ) en 32 appartementen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft de raad besloten dat geen MER nodig is.

Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Mitigerende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. De vormvrije mer-beoordeling is opgenomen als Bijlage 9. Voor dit bestemmingsplan is geen sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

31

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische toelichting

Toelichting op het juridisch systeem

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. Het gebruik van de gronden wordt vastgelegd in de bestemmingsregels van het bestemmingsplan. Op een analoge kaart worden de bestemmingen gevisualiseerd, in de digitale versie worden de bestemmingsregels direct gekoppeld aan de betreffende gronden en spreekt men niet langer over een plankaart, maar een 'digitale verbeelding' van de bestemmingsregels. In de toelichting wordt de keuze voor bestemmingen gemotiveerd. Dit bestemmingsplan is opgesteld volgens 'Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012' (SVBP 2012) en voldoet aan de vereisten op het gebied van digitalisering. Het plan voldoet tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de volgende bestemmingen. Centrum - 1 Het nieuwe gebouw aan het Raadhuisplein heeft de bestemming Centrum - 1. Binnen deze bestemming zijn detailhandel, horeca, woningen en ondergrondse parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen de detailhandelsfuncties is onderscheid gemaakt tussen supermarkten enerzijds en overige detailhandel anderzijds. Een supermarkt is alleen ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt' mogelijk. De overige vormen van detailhandel zijn binnen beide aanduidingen (zowel 'detailhandel' als 'bouwvlak') mogelijk. Hiermee is vastgelegd dat de plint aan de kant van het Raadhuisplein niet gebruikt wordt door een supermarkt. Daarnaast is horeca toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca'. In de ruimte tussen de supermarkt en de woonpercelen aan de Molenweg komt de laad- en losruimte. Uit het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd blijkt dat deze inpandig moet zijn om aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit te kunnen voldoen. De inpandige laad- en losruimte is in de regels en op de verbeelding vastgelegd door middel van een aanduiding. Het is niet toegestaan het dak van de laad- en losgelegenheid als terras te gebruiken.

Met een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat de parkeergarage pas in gebruik wordt genomen als er maatregelen worden getroffen om te voldoen aan het Activiteitenbesluit ten opzichte van de naastgelegen woningen. Deze eis geldt alleen als de bestaande inrit van de Voorhorstgarage wordt benut voor de ontsluiting van de nieuwe parkeergarage. De nieuwe bebouwing is binnen het aangegeven bouwvlak mogelijk. Qua afmetingen zijn er twee verschillende bouwhoogten opgenomen. Ten eerste is een bouwhoogte van 16,5 meter voor het grootste gedeelte van de bebouwing aangegeven. Door één bouwhoogte op te nemen, kan gevarieerd worden met Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

32

kapvormen, rooilijnen en dergelijke. Hierdoor ontstaat er enige flexibiliteit in het plan. De uit te bouwen plint aan de achterzijde wordt maximaal 5 meter hoog. Gezien de ligging nabij de erven van nabijgelegen woningen, is het niet wenselijk ook hier de maximale bouwhoogte van 16,5 meter op te nemen. Centrum - 2 Voor het pand aan het Raadhuisplein, ten westen van de beoogde nieuwbouw, is de bestemming Centrum - 2 opgenomen. Deze bestemming is afgestemd op de geldende regeling. Dit houdt in dat er, ten opzichte van de bestaande bebouwing, functioneel niet meer mogelijk is. Naast detailhandel, zijn ook dienstverlenende bedrijven en kantoren toegestaan. Op de tweede en hogere bouwlaag zijn eveneens woningen toegestaan. Horeca Op het Raadhuisplein is een horecavoorziening gelegen. Deze is in de bestaande vorm en functie vastgelegd met de bestemming Horeca. Binnen het bouwvlak zijn restaurants of café-restaurants toegestaan. Verkeer De locatie van de laad- en losplaats is voorzien van de bestemming Verkeer. Binnen de bestemming Verkeer is uitsluitend een laad- en losplaats toegestaan. Er mag op de gronden niet worden gebouwd. Verkeer - Parkeerterrein De beoogde nieuwe parkeerplaatsen op het Haderaplein hebben de bestemming Verkeer Parkeerterrein.

Ook de entree van de bestaande Voorhorstgarage, die ook als ontsluiting voor de nieuwe parkeergarage gaat dienen, heeft deze bestemming. Gebouwen zijn niet toegestaan. Naast parkeervoorzieningen zijn ook wegen, paden en groenvoorzieningen mogelijk. De boogde nieuwe inrichting is daarmee met deze bestemming vastgelegd. Binnen deze bestemming is een reclamemast of -zuil toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 5,5 meter. Verkeer - Verblijf Het Raadhuisplein en de langzaamverkeersroute tussen de Hortuslaan en de Rijksstraatweg hebben bestemming Verkeer - Verblijf. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen mogelijk. Regeling voor watercompensatie In de waterparagraaf is opgenomen dat er een norm voor watercompensatie geldt. Minimaal 10% van de oppervlakte van de toename van verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd. Door dit in de regels van het bestemmingsplan op te nemen is dus ook juridisch geborgd. Regeling voor parkeren Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. Deze wet regelt dat de grondslag voor stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening komt te vervallen. Dit betekent dat voor onder andere parkeernormen niet meer kan worden getoetst aan de bepalingen uit de bouwverordening. In bestemmingsplannen die zijn vastgesteld na 29 november 2014 moet daarom een parkeerregeling zijn opgenomen.

Op grond van artikel 3.1.2 lid 2 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening kan in deze parkeerregeling worden verwezen naar gemeentelijk parkeerbeleid waarin parkeernormen zijn opgenomen. Bij het realiseren van voldoende parkeergelegenheid hoeven geen bestaande tekorten te worden opgelost. De te realiseren parkeergelegenheid moet voldoende zijn voor het bouwwerk waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht. Van de verplichting om voldoende parkeergelegenheid te realiseren kan worden afgeweken. In stads- en

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

33

dorpscentra waar parkeergelegenheid en parkeerbehoefte niet op elkaar aansluiten kan dit zinvol zijn. Door af te wijken kan een functie met een parkeerbehoefte toch worden toegelaten zonder dat er op eigen terrein of in de omgeving voldoende parkeerplaatsen zijn. Reclamemasten en reclamezuilen In dit bestemmingsplan is het realiseren en gebruiken van reclamemasten en -zuilen expliciet uitgesloten. Dit is geregeld in verband met de situering van het plangebied ten opzichte van omliggende woningen. Het perceel is gelegen tussen de woningen aan de Molenweg, de Hortuslaan en de Brinkhorst. Ter bescherming van de woonfuncties in de directe omgeving (voorkomen overlast) en de woonfunctie in de beoogde nieuwbouw, alsmede de architectonische/stedenbouwkundige kwaliteit van het gebouw, is het oprichten van reclamemasten en reclamezuilen niet toegestaan. Uitzondering hierop is de reclameaanduiding voor de supermarkt die komt op het parkeerterrein.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

34

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

35

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Daarnaast wordt er in dit hoofdstuk ingegaan op grondexploitatie.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overeenkomst artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient ten aanzien van een bestemmingsplanprocedure vroegtijdig overleg plaats te vinden met de betrokken adviespartners en overheden. Het voorontwerpbestemmingsplan is daarom toegezonden aan een aantal vaste overleg- en adviesinstanties. Binnengekomen reacties zijn verwerkt tijdens de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpplan is vervolgens gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij een ieder in de gelegenheid wordt gebracht zienswijzen in te dienen. Er zijn vier zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn vervolgens betrokken in de vaststellingsfase. In het bestemmingsplan is een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Met de aanpassingen is het bestemmingsplan, zoals beschreven in de volgende paragrafen, uiteindelijk op 25 september 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Groningen vastgesteld. Hiermee is alsnog een uitvoerbaar plan behouden waarmee Haren een nieuwe impuls krijgt, de winkelstructuur wordt versterkt en het dorpscentrum af wordt gerond op een manier die nieuwe kwaliteit geeft aan het Raadhuisplein en het centrum als geheel. Crisis- en Herstelwet Het bestemmingsplan Haren - Raadhuisplein valt onder de reikwijdte van de Crisis- en Herstelwet (CHW).

In bijlage I van de CHW onder 3.1 staat dat op bestemmingsplannen die meer dan 11 woningen mogelijk maken, de procedurele bepalingen die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de CHW van toepassing zijn (op grond van artikel 1.1 lid 1 en 2 van de CHW). Met name in de beroepsfase levert dit tijdwinst op, omdat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak doet.

6.2

Grondexploitatie

Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken, planschade en kosten voor het opstellen van een bestemmingsplan. Indien sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor een exploitatieplan vast te stellen. Van het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien als voornoemde kosten “anderszins verzekerd” zijn en het stellen van eisen met betrekking tot kwaliteit en fasering niet noodzakelijk wordt geacht. In het voorliggende bestemmingsplan wordt de realisatie van detailhandelsfuncties en woningen mogelijk gemaakt. Deze ontwikkeling kan worden aangemerkt als een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1. van het Bro. Zodoende is de afdeling grondexploitatie uit de Wro van toepassing. De gronden zijn Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

36

echter in eigendom van de gemeente. Het gehele project zal worden aanbesteed aan een private partij. De gemeente verhaalt de kosten middels de verkoop van de gronden. De kosten van het project zijn daarmee anderszins verzekerd. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk.

6.3

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente Haren stelt naar aanleiding van eerdere plannen voor het project, een nieuw kader vast. De financiële uitvoerbaarheid is een belangrijk aandachtspunt geweest. In de planvorming zoals gepresenteerd werd de mogelijkheid vrijgelaten om het gevraagde programma uit te werken binnen het bouwvlak. Daarbij kon gekozen worden voor de bebouwing met een terugliggende rooilijn of gebruik maken van het volledige bouwvlak. Het programma is ook in te passen binnen het bouwvlak met een terugliggende rooilijn. Ten opzichte van eerdere plannen, is het aantal en aard van de woningen geheel vrij gelaten. Dit maakt de verkoop van de appartementen aannemelijker, omdat beter op de woningmarkt aangesloten kan worden. Ook de gemeentelijke lasten, bijvoorbeeld ten aanzien van parkeren, zijn sterk gedaald naar aanleiding van de aangepaste plannen. Het plan wordt daarom economisch uitvoerbaar geacht.

6.4 Wijzigingen naar aanleiding van het Amendement Integrale afweging ontwikkeling Raadhuisplein De gemeenteraad heeft bij besluit op 12 november 2018 een amendement op het bestemmingsplan aangenomen. Als gevolg hiervan worden enkele wijzigingen op het bestemmingsplan doorgevoerd. In deze paragraaf is een overzicht van de wijzigen op het bestemmingsplan als gevolg van het Amendement Integrale afweging ontwikkeling Raadhuisplein weergegeven. Ten aanzien van het bestemmingsplan zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De terugliggende rooilijn wordt als voorwaarde in het bestemmingsplan opgenomen. Dit naar aanleiding van de toezegging van het college van burgemeester en wethouders op 17 december 2012 de terugliggende rooilijn als voorwaarde in het Programma van Eisen op te nemen. De terugliggende rooilijn komt het stedenbouwkundig beeld zeer ten goede: vanuit de Brinkhorst is er dan zicht op het Raadhuisplein. De terugliggende rooilijn is opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan en verwerkt in de regels. De verbijzondering van de bouwhoogtes, goothoogtes en dakhellingen in de bouwenveloppe wordt in het bestemmingsplan opgenomen door dit op de verbeelding met aanduidingen weer te geven.

Dit voorkomt dat, door generalisering van de bouwhoogtes, het mogelijk is om een hoog blok te realiseren waarbij het gehele pand voorzien wordt van deze maximale bouwhoogte, terwijl dit nadrukkelijk niet het voornemen is. Een aantal algemene afwijkingsregels (artikel 13) zijn uit het bestemmingsplan verwijderd, zodat omwonenden zekerheid hebben omtrent de maximale hoogte en overschrijdingen van het bouwvlak. Dit is gebeurd met uitzondering van artikel 13 onder d, waarin de mogelijkheid wordt geboden ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot ten hoogste 30,00 meter. De bestemming van het bouwvlak enkelbestemming Centrum - 1 aan de noordzijde, met de specifieke bouwaanduiding 'overdekte laad- en losruimte' is gewijzigd in de bestemming 'Verkeer', waar uitsluitend laden en lossen toegestaan is. Artikel 14 lid 1 sub e van de regels is vervallen en vervangen door: e. binnen het totale fiscale gebied mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 45 dalen ten opzichte van de datum van ter inzage Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

37

legging van het ontwerpbestemmingsplan. Dit is gedaan om een verdere daling van het aantal parkeerplaatsen tegen te gaan. Tot slot is paragraaf 6.3 'Economische uitvoerbaarheid' aangepast naar het tekstvoorstel dat in het amendement is opgenomen.

6.5

Wijzigingen naar aanleiding van raadsbesluit d.d. 25 september 2019

Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel aangaande dit bestemmingsplan, is er in november 2018 door de gemeenteraad van Haren een amendement aangenomen. zoals in de vorige paragraaf beschreven. Het besluit (inclusief amendement) van de vaststelling door de gemeenteraad van Haren is echter niet in werking getreden. Aansluitend bleek namelijk dat een volledige uitwerking van het door de gemeenteraad van Haren aangenomen amendement zou leiden tot een onuitvoerbaar plan. Gezien de financiële consequenties hiervan heeft de Provincie Groningen, op verzoek van de toenmalige gemeente Groningen en de voormalige gemeente Ten Boer haar goedkeuring onthouden. Daarmee is het bestemmingsplan niet in werking getreden. Vanaf 1 januari 2019 vormen Groningen, Haren en Ten Boer samen de nieuwe gemeente Groningen. Het gemeentebestuur van Groningen is van mening dat er in het amendement -zoals dat in november 2018 door de gemeenteraad van Haren is aangenomen- enkele elementen zijn opgenomen die bij verwerking zouden leiden tot een niet uitvoerbaar plan. Deze situatie leidde er toe dat het college van nieuwe gemeente Groningen en de gemeenteraad opnieuw naar het bestemmingsplan hebben gekeken en daarmee indirect ook naar het bouwplan.

Enerzijds constateert het college namelijk dat er sprake is van een goed plan dat op vrijwel alle fronten beantwoordt aan de bedoelingen van eerder in visies vastgestelde kaders en eisen, anderzijds ziet het college juist in de reacties van omwonenden en in de amendementen mogelijkheden om het bestemmingsplan en daarmee het draagvlak voor het bouwplan te verbeteren. Het college heeft er voor gekozen om deze reacties serieus te nemen, nogmaals met diverse partijen in gesprek te gaan en de mogelijkheden tot verbetering nader te onderzoeken en af te wegen. Op basis van de input uit deze gesprekken en het amendement kwam het college tot een aantal verbeteringen van het plan. 6.5.1 Verbeteringen van het plan 1. Aanpassingen t.b.v. aantrekkelijkheid looplijn vanuit Brinkhorst In het amendement is gesteld dat er in het bestemmingsplan een zogenaamde terugspringende rooilijn moet worden opgenomen, zoals deze als optie was opgenomen in de kaderstelling. Dit punt grijpt terug op een aangenomen amendement bij de behandeling van de kaderstelling in 2012, met als achtergrond de zorg over de aansluiting (looplijn) van de Brinkhorst op het Raadhuisplein. Een letterlijke uitvoering zoals in het amendement gesteld, leidt in de optiek van het college tot een onuitvoerbaar plan, maar gaat ook voorbij aan (een deel van) de oorspronkelijke doelen.

Door namelijk de gehele gevel terug te rooien gaat de kracht van de gevel als pleinwand verloren en ontstaat er een grote opening in de zuid-oost hoek van het plein. Met het Atelier Stadsbouwmeester is gekeken naar de geuite zorg over de looplijn. De aantrekkelijkheid hiervan kan sterk worden verbeterd door een ingreep op twee onderdelen. Ten eerst door de rooilijn aan zuid-oostzijde iets terug te leggen en daarmee het zicht op het Raadhuisplein vanaf de Brinkhorst en het fietspad te vergroten. Daarnaast kan de aantrekkelijkheid van de gevel aanzienlijk worden verbeterd. In de originele plannen was deze gevel vorm gegeven door een blinde muur met een deels daarachter een trap naar het binnengebied van het appartementenblok. Door de trap niet achter een (blinde) muur te leggen, maar zichtbaar vanaf de Brinkhorst en aan weerszijden daarvan de gevel transparant uit te voeren verdwijnt de blinde muur uit het aanzicht. De gewenste transparantie kan eenvoudig worden bereikt door de entree te verplaatsen en de trap voor de gevel van de gewenste horeca weg te nemen. En juist dat laatste zal het winkelend publiek richting de hoek van het Raadhuisplein trekken en het zicht op het plein geven.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

38

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

39

Figuren ter illustratie van 'Aanpassingen t.b.v. aantrekkelijkheid looplijn vanuit Brinkhorst' 2. Terug leggen bovenste lagen woonbebouwing Gedurende de behandeling van het bestemmingsplan in de gemeenteraad hebben met name bewoners van de Molenweg verzocht om de bovenste woonlagen van het plan, aan de zijde van de Molenweg, terug te rooien. Ook hierover is met het Atelier Stadsbouwmeester gesproken. Zij zijn van mening dat aanpassing van het bouwblok op de bovenste laag zal leiden tot een verbetering van het plan. De wijze waarop de bovenste laag aan de Raadhuispleinzijde is terug gelegd, zou alzijdig moeten worden uitgevoerd. Aanvullend daarop kan de bovenste laag aan Molenwegzijde iets minder ver doorgetrokken worden naar achterzijde. Op de schetsen hieronder wordt verduidelijkt op welke plekken deze teruglegging van de bovenste laag aanvullend zou moeten worden doorgevoerd. Deze aanpassing heeft consequenties voor de opbrengsten van het plan, maar het is een aanvaardbare aanpassing van het plan ter verbetering van het draagvlak bij direct omwonenden. Dit is verwerkt op de verbeelding van het bestemmingsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

40

Figuur ter illustratie van 'Terug leggen bovenste lagen woonbebouwing' 3. Overige elementen uit het amendement Naast bovenstaande grotere aspecten, bevat het amendement ook enkele kleinere elementen die met inachtneming van de juridische inpassing goed kunnen worden verwerkt in het nieuwe bestemmingsplan. Daarbij gaat het om: De verbijzondering van de bouwhoogtes, goothoogtes en maximale dakhellingen. Omwonenden geven aan dat het bestemmingsplan meer mogelijkheden biedt dan voor het ontwerp nodig is. Zij zijn bang dat dit er alsnog toe gaat leiden dat er grotere hoogtes worden gerealiseerd. Hier wil de gemeente aan tegemoet komen. Door deze maten nader te specificeren in lijn met het Programma van Eisen en het concrete plan worden toekomstige aanpassingen onmogelijk en wordt de rechtszekerheid voor omwonenden vergroot. Aanpassing van de algemene afwijkingsregels. Hier geldt dezelfde argumentatie als hierboven. Alleen voor de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheid van 10% van de bouwhoogte wordt een uitzondering gemaakt. Dit betreft een flexibiliteitsbepaling die standaard in vrijwel ieder bestemmingsplan wordt opgenomen. Toepassing hiervan kan echter alleen worden toegestaan indien de noodzaak hiertoe deugdelijk en op aanvaardbare wijze wordt gemotiveerd. Vaak geldt dit alleen voor specifieke, kleinere onderdelen.

Het niet toestaan van terrassen op de te bouwen overdekte laad- en losruimte. Hiermee wordt inkijk en inbreuk op de privacy van de bewoners van de Molenweg weggenomen. Afhankelijk van de komst van de Aldi naar het Raadhuisplein, direct na verplaatsing starten met de voorbereidingen voor een wijziging van het bestemmingsplan op de oude locatie. Hiermee wordt voorkomen dat er alsnog een extra supermarkt wordt gerealiseerd. 4. Verdere versterking van het plan Aanvullend op bovenstaande wil het college verder gaan in de versterking van de plannen voor het Raadhuisplein dan wat tot nu toe is overwogen. Juist op het gebied van duurzaamheid en groen is hier nog een slag te slaan en zijn er mogelijkheden om kwaliteit toe te voegen. Daarom stelt het college voor om bij de verlening van de omgevingsvergunning, die volgt op de vaststelling van het bestemmingsplan, bovenop de inmiddels geldende duurzaamheidseisen zoals gasloos bouwen, stevig in te zetten op vergroening en verduurzaming van het gebouw. 6.5.2 Niet uitvoerbare delen van het amendement Zoals aangegeven zaten er in het amendement zoals dat in november 2018 door de gemeenteraad van Haren is aangenomen ook enkele elementen opgenomen die bij verwerking zouden leiden tot een onuitvoerbaar plan. Voor de volledigheid wordt in deze paragraaf toegelicht waarom gekozen is deze elementen niet te verwerken.

De onderdelen uit het amendement van november 2018 die uiteindelijk niet zijn verwerkt betreffen: a. de terugspringende rooilijn (volledig bouwvlak) b. het opheffen van de bestemming overdekte laad- en losruimte c. het definitief inzetten op de realisatie van een oost-westverbinding tussen de Kerklaan en de Rijksstraatweg conform Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) d. de aanpassing van de voorwaarden ten aanzien van (openbare) parkeerplaatsen. Ad a: Wanneer de rooilijn aan de zijde van het Raadhuisplein terug gelegd wordt zoals in het Programma van Eisen als optie was meegenomen, ontstaat een geheel nieuw ruimtelijk kader. Een dergelijke ingreep in het bestemmingsplan kan niet worden verwerkt in het bestaande plan, maar zal er toe leiden dat een grotendeels nieuw ontwerp moet worden gemaakt. Daarbij komt een dermate groot deel van het mogelijke bouwvolume te vervallen (ca. 25%) dat de financiële effecten zullen leiden tot een vrijwel onhaalbaar plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

41

Figuren ter illustratie van 'Terug springende rooilijn (volledig bouwblok)' De rooilijn aan de zijde van het Raadhuisplein wordt niet teruggelegd zoals in het Programma van Eisen als optie was meegenomen . De verbeelding, regels en toelichting zijn op bovenstaande aangepast. Ad b: Het opheffen van de bestemming ten behoeve van een overdekte laad- en losruimte betekent dat het laden en lossen in de buitenlucht zou moeten plaats vinden, omdat er geen gebouw meer mag worden gerealiseerd op de plaats waar het laden en lossen nu is gepland. Het enige (theoretische) alternatief waarbij dat niet zo zou zijn, is namelijk dat het laden en lossen binnen het hoofdvolume zou schuiven, maar daarmee gaat dusdanig veel winkeloppervlak verloren dat een onhaalbaar plan ontstaat. Uit akoestisch onderzoek is echter gebleken dat laden en lossen in de buitenlucht leidt tot onaanvaardbare geluidsoverlast voor de omwonenden. Er zou dus een geluidsscherm moeten worden geplaatst, wat om voldoende bescherming te bieden ook een zekere hoogte zou moeten hebben maar veel minder bescherming zou bieden dan een afgesloten expeditie-ruimte. Dit leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het plan. De bestemming 'Centrum -1 met aanduiding 'overdekte laad- en losruimte komt ter plaatste van de waar het laden en lossen zal plaatsvinden.

De verbeelding en regels zijn op bovenstaande aangepast De geplande expeditie-ruimte bevindt zich op ca. 3 m van de achter-perceelsgrens van de bewoners van de Molenweg. Er zal geen medewerking worden verleend aan terrassen op het dak van de laad- en losruimte; dit zou leiden tot een aantasting van de privacy. De bestaande groenstrook tussen de nieuwe bebouwing en de percelen aan de Molenweg zal alleen ter plaatse van de expeditie-ruimte wat moeten worden versmald, voor het overige deel zal de groenstrook, inclusief de sloot over de gehele lengte, blijven bestaan. De regels zijn met betrekking tot het niet toestaan van terrassen op het dak van de laad- en losruimte

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

42

aangevuld. Ad c: Ook stelt het amendement dat definitief wordt ingezet op de verbinding over het nog te ontwikkelen deelgebied 2 van Dilgt, Hemmen en Essen. In afwijking van dit amendement wordt voorgesteld dit wel mee te nemen in de verwachte ontwikkeling van dit gebied, maar niet vooruitlopend op deze ontwikkeling nu al in te zetten op een realisatie van een verbinding. Wanneer de gemeente zelf het initiatief daartoe zouden nemen, trekt de gemeente ook de kosten en risico naar zich toe en is er het risico verkeerde keuzes te maken ten aanzien van de stedenbouwkundige inpassing, omdat de inrichting nog niet bekend is. Het is logischer om het in de ontwikkeling mee te laten nemen en daarmee kosten en risico's bij de ontwikkelende partijen laten. Wel blijft de gemeente de verkeersintensiteiten op de Molenweg monitoren en neemt zo nodig maatregelen. Bovenstaande leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Ad d : In het amendement wordt tenslotte ingegaan op de berekening van het aantal parkeerplaatsen. Voorgesteld wordt een aanvullende regeling op te nemen. In afwijking van het amendement wordt hiervoor echter geen aanvullende regeling opgenomen. Vanwege deze onzekerheden met betrekking tot dit onderwerp zal er eerste instantie tijdens de bouw, maar ook daarna de parkeerdruk worden gemonitord.

Mocht blijken dat de parkeerdruk toch te groot wordt op piekmomenten, dan kunnen beperkingen worden toegepast bij de verstrekking van parkeervergunningen aan werkenden in het centrum. Deze groep houdt namelijk de gehele dag een deel van de parkeerplaatsen in het centrum bezet. Door deze lang-parkeerders in ieder geval op de piekmomenten uit het centrum te weren, zal alsnog voldoende ruimte ontstaan om de parkeerdruk op te vangen. Deze langparkeerders zouden dan een plek op het transferium of op de parkeervoorziening nabij de Hortus een plek kunnen krijgen. Beide locaties bevinden zich op loopafstand van het centrum. Er wordt daarom geen aanleiding gezien om vooraf al een maatregel zoals voorgesteld in het amendement verwerken. Bovendien zou een dergelijk voorschrift er toe leiden dat de ontwikkelaar / bouwer naast de parkeervoorzieningen ten behoeve van het project zelf, aanvullend (op zijn eigen terrein) een parkeervoorziening zou moeten realiseren voor openbaar gebruik. De financiële gevolgen van een dergelijke claim zijn enorm groot en maken de realisatie van het plan onhaalbaar, terwijl goede alternatieven (zoals hiervoor beschreven) beschikbaar zijn. Het plan is aangepast aan bovenstaande in die zin dat artikel 14, lid 1 onder e is geschrapt.

6.6 Wijzigingen naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State ( 4 november 2020) Op 4 november 2020 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een tussenuitspraak gedaan en aangegeven dat het bestemmingsplan met een bestuurlijke lus hersteld kan worden. Voor het overige zijn de beroepen ongegrond verklaard. In de uitspraak is een aantal punten opgenomen die in het bestemmingsplan dienen te worden aangepast. In deze paragraaf is een overzicht gegeven van dat wat naar aanleiding van deze uitspraak is gewijzigd. Laad- en losruimte In de uitspraak is door de Afdeling opgemerkt dat ter plaatse van de voorgenomen laad- en losruimte er onvoldoende zorgvuldigheid in acht is genomen bij het opstellen van het bestemmingsplan, door te spreken over een overdekte laad- en losruimte. Hoewel de gemeente beoogde een inpandige laad- en losruimte te realiseren, strookte de benaming hiervan niet met hetgeen voor ogen was. Daarom is naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling het bestemmingsplan aangepast in die zin dat in de toelichting, regels en verbeelding wordt gesproken over uitsluitend een inpandige laad- en losruimte. Dit komt overeen met de conclusies uit het uitgevoerde akoestische onderzoek. Daarmee acht de gemeente dit punt voldoende aangepast naar de uitspraak van de Afdeling. Overigens is de bouwhoogte

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

43

van 3,5 meter hoog genoeg, omdat de inpandige laad- en losruimte deels verdiept wordt aangelegd. Horeca- en detailhandelsmogelijkheden ter plaatse van de voorgenomen laad- en losruimte De noordelijke strook van het plangebied is in het bestreden plan voorzien van de aanduidingen 'horeca' en 'detailhandel'. De Afdeling is van mening dat de gemeente onvoldoende heeft onderzocht wat de gevolgen van het toestaan van deze functies op deze plaats heeft voor de omgeving. Daarop is besloten om deze aanduidingen van deze noordelijke strook te verwijderen. Daarmee is het niet langer mogelijk om activiteiten ten behoeve van deze functies hier uit te voeren, dat was overigens ook helemaal niet de bedoeling. Hiermee wordt op dit punt tegemoet gekomen aan de uitspraak van de Afdeling. Water De Afdeling heeft geoordeeld dat met betrekking tot het aspect water niet voldoende inzichtelijk is gemaakt hoe rekening is gehouden met de toegenomen bouwmogelijkheden ter plaatse van de aanduiding 'overdekte laad- en losruimte' (thans 'inpandige laad- en losruimte'). De Afdeling stelt dat deze aanpassingen mogelijk van invloed zijn op de waterhuishouding ter plaatse.

De Afdeling is van oordeel dat de gemeente in het verband met de aanleg van de laad- en losruimte niet heeft gemotiveerd hoe rekening is gehouden met het grondwater en de waterstromen en met de omstandigheid dat zich in de nabijheid van de laad- en losruimte een bestaande watergang bevindt. Daarop is er overleg gevoerd met het waterschap Hunze en Aa, om te overleggen hoe deze zaken verwerkt dienen te worden in het bestemmingsplan en welke motivatie door het waterschap acceptabel wordt geacht. Het resultaat van dit overleg is uiteengezet in de aangepaste waterparagraaf (paragraaf 4.4). Daarin wordt nader ingegaan op de watergang langs het plangebied en het grondwater en de waterstromen. Op deze manier wordt voldaan aan de uitspraak van de Afdeling op dit punt. In de waterparagraaf is verder opgenomen dat er een norm voor watercompensatie geldt. Minimaal 10% van de oppervlakte van de toename van verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd. Door dit in de regels van het bestemmingsplan op te nemen is dus ook juridisch geborgd. Deze bepaling is toegevoegd aan Artikel 10 van de regels van dit bestemmingsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201851 NL.IMRO.0014.BPHR13INBR-VA03

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4206/documents/60439