Bijlage 1 Ontwerpbegroting 2026 In 't kort.pdf
Tekst van het document
In de eerste jaren kan de reservering iets omlaag. Vanaf 2031 verwachten we dat een aanvulling van de financiële reservering nodig is. Met deze structurele financiële reservering kunnen we de jaarlijkse kosten dekken van de strategische investeringsprojecten die op kortere termijn voor een realisatiebesluit aan de raad worden voorgelegd. Voor uitvoering van de volledige strategische investeringsagenda is een veel grotere aanvulling nodig.
Om een sluitende begroting 2026 te presenteren zetten we een aantal bezuinigingsmaatregelen in. Voor de korte termijn kunnen we nog volstaan met een aantal relatief makkelijke maatregelen. Als de korting van het Rijk blijft staan, zijn vanaf 2029 verdergaande maatregelen nodig. Met bovenstaand financieel perspectief presenteren we voor de jaren 2026 tot en met 2028 een sluitende begroting. Vanaf 2029 ontstaat een tekort dat in de daarop volgende jaren oploopt. In het vervolg van deze begroting in ’t kort gaan we nader in op de verschillende onderdelen van het financieel perspectief.
Voorpagina
Voorwoord
Voorpagina
Waar zetten we op in
Voorwoord
Waar zetten we op in
Programma’s en paragrafen
Programma’s en paragrafen
Financieel perspectief
Financieel perspectief
25
Opgaven ontwerp begroting 2026
Gezien de financiële onzekerheid en de grote maatschappelijke opgaven, ligt de focus de komende tijd op het komen tot een reële meerjarenbegroting waarbij we scherp moeten kijken welke opgaven we kunnen oppakken. We richten we ons op het oplossen van de bijna onontkoombare knelpunten. De overige knelpunten lossen we zoveel mogelijk met beschikbare middelen of incidenteel op. Maar soms kan dit niet en stellen we structurele middelen beschikbaar. Hiermee vergroten we wel het structurele tekort vanaf 2029. Met de gemaakte keuzes in de ontwerpbegroting 2026, sluiten we aan bij de in de voorjaarsbrief geformuleerde financiële strategie. In onderstaand overzicht staat welke middelen we beschikbaar stellen in de ontwerpbegroting 2026. Opgaven en knelpunten ontwerpbegroting 2026 (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Bijna onontkoombare knelpunten
-11.232
-15.604
-13.321
-13.714
-13.133
-13.133
Overige opgaven en knelpunten
-15.641
-12.824
-5.961
-5.411
-2.989
-2.989
Totaal opgaven
-26.873
-28.428
-19.282
-19.125
-16.122
-16.122
Bijna onontkoombare knelpunten In de voorjaarsbrief hebben we u al geïnformeerd over de bijna onontkoombare knelpunten. Voor de bijna onontkoombare knelpunten stellen we extra middelen beschikbaar in de ontwerpbegroting 2026. Deze knelpunten tellen op tot ruim 11 miljoen euro in 2026 tot ruim 13 miljoen euro structureel vanaf 2028. De grootste knelpunten doen zich voor bij de jeugdzorg en WMO en tekorten bij de wet studietoeslag, de wet kinderopvang en de hoge instroom statushouders.
Overige opgaven en knelpunten Bij de overige knelpunten hebben we gekeken naar mogelijkheden voor dekking binnen bestaande budgetten of met externe middelen. We kunnen bijvoorbeeld twee knelpunten (toezichthouder BAG en cofinanciering Volkshuisvestingfonds) oplossen met vrijval die ontstaat door een verlaging van de bijdrage aan de Regio Groningen Assen. Ook dekken we de organisatiekosten voor het Energiebedrijf en Sport050 binnen beschikbare middelen. De overige knelpunten lossen we zoveel mogelijk incidenteel op, binnen de beschikbare ruimte die het financieel perspectief biedt. Hiermee beperken we het structurele tekort na 2028. Maar we lopen hier wel een risico dat opgaven op een later moment weer terugkomen. In enkele uitzonderingsgevallen stellen we structureel middelen beschikbaar. Bij de beoordeling voor welke overige knelpunten we extra middelen beschikbaar willen stellen, hebben we gekeken naar knelpunten die gerelateerd zijn aan de afspraken uit het coalitieakkoord of knelpunten waarover raad en college eerder hebben uitgesproken deze erg belangrijk te vinden. Dit gaat bijvoorbeeld om het doorzetten van de pandenbrigade, de inzet op armoede, passende woon-zorg oplossingen, veiligheid (gele loper en veilig uitgaan) en de opvang van ongedocumenteerden. Daarnaast stellen we middelen beschikbaar voor een aantal knelpunten die anders niet kunnen worden opgevangen.
Dit gaat bijvoorbeeld om knelpunten bij het accommodatiebeleid, Veilig Thuis / JN noord en de meerkosten en een nieuw financieel systeem. In de ontwerpbegroting 2026 staat in het hoofdstuk Financiële positie bij het onderdeel Financieel meerjarenbeeld een toelichting op alle knelpunten.
Voorpagina
Voorwoord
Voorpagina
Waar zetten we op in
Voorwoord
Waar zetten we op in
Programma’s en paragrafen
Programma’s en paragrafen
Financieel perspectief
Financieel perspectief
Strategische investeringsagenda We hebben de komende jaren een grote investeringsopgave in gebiedsontwikkeling, cultuur- en sportvoorzieningen, energietransitie en vervanging & verduurzaming. Deze projecten zijn essentieel voor het op peil houden van het voorzieningenniveau in stad en regio. In 2025 en 2026 zetten we belangrijke stappen bij onder andere het nieuwe Muziekcentrum, het Museum aan de A, Kardinge, het masterplan sportvoorzieningen, de gebiedsontwikkelingen Meerstad en Stationsgebied en het zonnepark Meerstad Noord. De grote investeringsopgave en het onzekere perspectief in de komende jaren was aanleiding voor het opstellen van de strategische investeringsagenda (SIA). De strategische investeringsagenda helpt ons om de komende jaren slim en verantwoord te investeren. Met de strategische investeringsagenda kunnen we alle projecten periodiek en in samenhang beschouwen om zo een goede afweging te kunnen maken. Hiermee krijgen we vroegtijdig zicht op de (financiële) effecten van de investeringsprojecten, zodat we tijdig en integraal kunnen bespreken welke projecten we kunnen starten en ook kunnen realiseren. De daadwerkelijke uitvoering van de strategische investeringsprojecten is afhankelijk van veel factoren. De onzekerheid over omvang en fasering van de investeringen is groot. Daarom actualiseren we de strategische investeringsagenda elk jaar.
Hierdoor krijgen we steeds meer grip op de ramingen. De consequenties voor de begroting bepalen we elk jaar door onderscheid te maken tussen investeringsprojecten die de begroting raken (en waarvoor in de begroting middelen gereserveerd moeten worden) en projecten waarvan op langere termijn middelen beschikbaar moeten komen. Voor de projecten die de begroting 2026 raken nemen we een financiële reservering op in de begroting. Dit betreft alleen nog maar een financiële reservering. Voor diverse projecten moeten nog keuzes worden gemaakt. De definitieve keuzes worden uiteindelijk bij een realisatiebesluit per project aan de raad voorgelegd. Op dat moment worden ook de benodigde middelen vanuit de financiële reservering overgeheveld naar het project. In de begroting 2025 hebben we voor het eerst een financiële reservering voor de SIA opgenomen. Deze reservering is lang niet genoeg voor de uitvoering van de hele strategische investeringsagenda, maar dient ter dekking van de projecten die op korte termijn gaan lopen. Voor de begroting 2026 hebben we de strategische investeringsagenda geactualiseerd en hebben we een nieuwe raming gemaakt van de financiële reservering voor de projecten die op korte termijn gaan lopen. Deze reservering komt in de plaats van de reservering die is opgenomen in de begroting 2025.
Voorpagina
Voorwoord
Voorpagina
De projecten die zijn meegenomen in de financiële reservering zijn: Nieuw muziekcentrum, Martiniplaza, Museum aan de A, Verduurzaming maatschappelijk vastgoed, Warmtenet, Zonnepark Meerstad Noord, Masterplan sportvoorzieningen, Gemeentelijk ontwikkelbedrijf, Meerjarenvervangingsplan openbare ruimte, Wijkposten Stadsbeheer en de gebiedsontwikkelingen Kardinge (en nieuw sportcentrum), Stationsgebied en Meerstad. In een bijlage bij de ontwerpbegroting 2026 geven we een toelichting op deze projecten. Daarnaast hebben we een inschatting gemaakt van het effect van een hogere marktrente op de jaarlijkse kosten. Het verloop van de financiële reservering voor de strategische investeringsagenda is als volgt: Strategische investeringsagenda (x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 2030
2031
Structurele lasten SIA projecten Rentebuffer Financiële reservering SIA
-6.099
-10.384
-15.575
-22.105
-27.185
-500
-1.000
-1.900
-2.700
-3.500
-.300
-4.372
-7.099
-12.284
-18.275
-25.605
-31.485
Deze structurele reservering loopt van 4,4 miljoen euro in 2026 tot 31,5 miljoen in 2031. Op basis van de huidige inzichten is de financiële reservering tot en met 2030 iets lager dan in de begroting 2025. Daarna neemt de financiële reservering juist toe ten opzichte van de begroting 2025. Met de financiële reservering kunnen alleen de strategische investeringsprojecten worden gedekt die op kortere termijn gaan lopen. De kosten voor de middellange en langere termijn worden betrokken bij volgende begrotingen. Voor de langere termijn na 2031 is een verdere aanvulling van de financiële reservering nodig. Bij een aantal strategische investeringsprojecten is sprake van een incidentele opgave. Het gaat (op dit moment) om de gebiedsontwikkelingen Kardinge, Stationsgebied en Meerstad en de projecten Verduurzaming maatschappelijk vastgoed en Zonnepark Meerstad Noord. Voor de dekking van de incidentele opgave bij strategische investeringsprojecten kijken we eerst naar de reserve sparen voor de toekomst. Op basis van de huidige inschatting kan de incidentele opgave niet geheel worden opgevangen met de middelen in de reserve sparen voor de toekomst. We verwachten niet dat de incidentele opgave zich in deze omvang en in dit tempo gaat voordoen. Daarbij kijken we ook naar mogelijkheden om de incidentele opgaven te verlagen.
Ondanks de onzekerheid over de omvang van de incidentele opgaven vullen we de reserve sparen voor de toekomst aan met 6,6 miljoen euro. We gebruiken hiervoor een deel van het besteedbaar rekeningresultaat 2024.
Waar zetten we op in
Voorwoord
-3.872
Waar zetten we op in
Programma’s en paragrafen
Programma’s en paragrafen
Financieel perspectief
Financieel perspectief
27
Proces reële begroting
Zoals al aangegeven staat de financiële ruimte voor gemeenten onder druk door een hoge korting van het Rijk op het gemeentefonds vanaf 2026 en financiële onzekerheid over de jaren daarna. We moeten ons voorbereiden op de situatie dat het Rijk de korting op gemeenten niet terugdraait. We blijven daarbij inzetten op 3 sporen: 1. De discussie met het Rijk over taken en middelen in balans. 2. Het verhogen van inkomsten. 3. Het bezuinigen op taken. Het afgelopen jaar zijn er gesprekken gevoerd met het Rijk over het in balans brengen van taken en middelen voor gemeenten. In de voorjaarsnota van het Rijk werd duidelijk dat de korting op het gemeentefonds grotendeels overeind blijft en geeft het Rijk aan hoe om te gaan met de adviezen van de deskundigencommissie jeugdzorg. In het onderdeel over de ontwikkelingen Rijksfinanciën gaan we hier nader op in. In april 2025 bent u geïnformeerd over het proces reële begroting, waarbij we de mogelijke bezuinigingsmaatregelen in kaart brengen. Deze maatregelen kunnen worden ingezet als de financiële situatie van de gemeente dit noodzakelijk maakt. Bij elke begroting bekijken we of de inzet van bezuinigingsmaatregelen nodig is.
In de financiële strategie voor de begroting 2026 hebben we opgenomen dat we een tekort dat ontstaat door de bijna onontkoombare knelpunten en de financiële reservering voor de SIA zoveel mogelijk opvangen met bezuinigingsmaatregelen die relatief makkelijk en op korte termijn zijn over te nemen. In de ontwerpbegroting 2026 hebben we de volgende bezuinigingsmaatregelen opgenomen: Korte termijn bezuinigingsmaatregelen ontwerpbegroting 2026 (bedragen x € 1.000) Afromen baten reclamedragend straatmeubilair
2026 350
2027 350
Bijdrage regio Groningen Assen Verhogen begrote opbrengst parkeerbedrijf
2028
2029
2030
2031
350
350
350
350
550
550
550
550
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
Hogere opbrengst precariobelasting
150
150
150
150
150
150
Voordeel bijstandsuitkeringen (BUIG)
1.287
1.285
1.316
1.345
1.345
1.345
Lagere kosten leerlingenvervoer
426
426
426
426
426
426
Lagere kosten brandverzekering
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
100
100
100
100
100
100
1.285
1.285
1.285
1.285
1.285
1.285
130
130
130
130
130
130
5.728
5.726
6.307
6.336
6.336
6.336
Verlagen post onvoorzien Regeling vermindering werkweek oudere werknemers Stedenbanden Totaal korte termijn bezuinigingsmaatregelen
Met deze structurele maatregelen zijn we in staat om voor de jaren 2026 tot en met 2028 een sluitende begroting te presenteren. Een toelichting op deze maatregelen is opgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Vanaf 2029 verwachten we een structureel tekort. Hierbij kunnen de resterende bezuinigingsmogelijkheden uit het proces reële begroting worden betrokken. Gezien de onzekerheid over rijksmiddelen na 2027 nemen we hierover nu nog geen besluit.
Voorpagina
Voorwoord
Voorpagina
Waar zetten we op in
Voorwoord
Waar zetten we op in
Programma’s en paragrafen
Programma’s en paragrafen
Financieel perspectief
Financieel perspectief
Weerstandsvermogen Bij de uitvoering van de gemeentelijke taken en investeringsprojecten lopen we risico’s. Het weerstandsvermogen moet ons in staat stellen om het effect van risico’s op te kunnen vangen, zonder dat we direct moeten ingrijpen in de lopende begroting, bijvoorbeeld door activiteiten of projecten stop te moeten zetten.
De grootste risico’s van de gemeente zitten bij de grondexploitaties en de zorgkosten. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 is het weerstandsvermogen geactualiseerd voor de jaren 2026-2029. Dit geeft het volgende beeld:
Weerstandsvermogen
2026
2027
2028
2029
Ratio weerstandsvermogen ontwerpbegroting 2026
161%
157%
132%
132%
Ratio weerstandsvermogen gemeenterekening 2024
166%
157%
121%
Streefwaarde
100%
100%
100%
100%
Aandeel reserves ontwerpbegroting 2026
103%
100%
84%
85%
Aandeel reserves gemeenterekening 2024
104%
99%
76%
Streefwaarde
50%
50%
50%
50%
In 2028 neemt het weerstandsvermogen af door een hoger risico bij de jeugdzorg als gevolg van de taakstelling uit de hervormingsagenda (zie ook toelichting in onderdeel Rijksfinanciën). In 2026 en 2027 heeft het Rijk de taaktelling verlaagd, maar vanaf 2028 sterk verhoogd. Voor de gemeente Groningen leidt dit tot een taakstelling van 23,1 miljoen euro vanaf 2028. Vooralsnog schatten we in, dat we een groot risico lopen dat deze taakstelling niet (volledig) kan worden gerealiseerd.
Voorpagina
Voorwoord
Voorpagina
Met de huidige inschatting van de risico’s en reserves zitten we de komende jaren boven de streefwaarden. We bereiden ons hiermee voor op de toekomst. Dit biedt enerzijds flexibiliteit om tegenvallers op te kunnen vangen. Anderzijds houden we op dit moment nog geen rekening met de strategische investeringsagenda. Door de uitvoering van projecten uit de strategische investeringsagenda zal het risicoprofiel sterk gaan toenemen. Bij een realisatiebesluit van een investeringsproject en de daadwerkelijke uitvoering ervan, neemt het gemeentelijk risico toe. De start van nieuwe projecten verhoogt dus het gemeentelijk risico en verslechtert de ratio’s van het weerstandsvermogen.
Kengetallen De financiële kengetallen geven ook een beeld van hoe de gemeente er financieel voor staat. De . ontwikkeling van de kengetallen laat een lichte verbetering van de financiële conditie zien, bijvoorbeeld bij de solvabiliteit. De solvabiliteit geeft het aandeel van het eigen vermogen weer. Op basis van de ramingen in de meerjarenbegroting neemt de solvabiliteit de komende jaren iets toe. Daarnaast is de komende jaren sprake van een positieve structurele exploitatieruimte. Dit laat zien dat we in staat zijn de structurele lasten te dekken met structurele inkomsten. Tot slot blijkt uit de belastingcapaciteit dat onze woonlasten minder zijn gestegen dat het landelijk gemiddelde. Dit leidt tot een lager kengetal voor de belastingdruk in vergelijking met voorgaande jaren.
Waar zetten we op in
Voorwoord
Waar zetten we op in
Programma’s en paragrafen
Programma’s en paragrafen
Financieel perspectief
Financieel perspectief
Bijlage: Ontwikkeling Rijksfinanciën Korting gemeentefonds In de voorjaarsnota van het Rijk heeft het Rijk aangegeven de korting op het gemeentefonds vanaf 2026 grotendeels overeind te houden. De landelijke korting wordt met 400 miljoen euro verlaagd tot bijna 2 miljard euro. Voor Groningen resteert een korting van 27 miljoen euro vanaf 2026. Deze korting is verwerkt in het financieel perspectief.
Herverdeling gemeentefonds In 2022 is besloten tot een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. In het nieuwe verdeelmodel is Groningen een voordeelgemeente. De herverdeeleffecten worden gefaseerd verrekend met gemeenten op basis van een ingroeipad met een bedrag per inwoner. Een klein deel van het voordeel ontvangen we in de jaren 2023-2025. Hier houden we al rekening mee in het financieel perspectief. Het voordeel voor Groningen was echter veel groter. In 2027 wordt een volgende stap gezet in het ingroeipad naar de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Hoe het ingroeipad een vervolg krijgt is nog niet duidelijk. Dit is onder andere afhankelijk van nader onderzoek. In ons financieel perspectief houden we nog geen rekening met een vervolg van het ingroeipad in 2027 en verder.
Middelen voor jeugdzorg Eind januari 2025 heeft de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd advies gegeven over de voortgang van maatregelen uit de hervormingsagenda jeugd. Het advies heeft betrekking op de besparingen uit de Hervormingsagenda en de uitgavenontwikkeling in de jeugdzorg. Het rijk heeft de adviezen niet volledig overgenomen. Gemeenten ontvangen incidenteel compensatie van de helft van de tekorten in de jeugdzorg over 2023 en 2024. Ook wordt in 2026 en 2027 de taakstelling op de hervormingsagenda jeugd voor gemeenten tijdelijk verlaagd. Daarmee wordt het risico voor gemeenten in 2026 en 2027 lager. Maar gemeenten ontvangen nog te weinig middelen om een reële volumegroei op te kunnen vangen. We reserveren de compensatie over 2023 en 2024 voor volumegroei in de komende jaren, het opvangen van de opgelegde taakstellingen en voor toekomstige uitgaven gericht op het verminderen van jeugdzorgkosten. Dit sluit aan bij het advies van de deskundigencommissie en het begrotingsadvies van de VNG. Vanaf 2025 ontvangen we structureel extra geld gebaseerd op het landelijke tekort 2024, waarbij dit tekort gelijk wordt verdeeld over Rijk en gemeenten. Voor Groningen gaat het om 6,7 miljoen euro structureel.
Deze maatregelen (de compensatie over 2023 en 2024, het verlagen van de taalstelling in 2026 en 2027 en de structurele aanvulling) zijn in lijn met het advies van de deskundigencommissie. De maatregelen zijn verwerkt in het financieel perspectief. Echter per saldo ontvangen we nog veel te weinig en moeten we de komende jaren extra structurele middelen beschikbaar stellen om het tekort op de jeugdzorg te dekken. Bovendien ontvangen we onvoldoende compensatie voor de toenemende kosten van de jeugdzorg in de komende jaren. Daarnaast blijft de taakstelling voor 2028 en verder staan en verhoogt het Rijk de taakstelling zelf fors naar 23,1 miljoen euro vanaf 2028. Dit is niet in lijn met het advies van de Deskundigencommissie. In het eerste kwartaal van 2027 kijkt de Deskundigencommissie opnieuw naar de uitgavenontwikkeling en hoe om te gaan met afwijkingen. Besluitvorming hierover door het Rijk loopt mee met de voorjaarsbesluitvorming in 2027. Gemeenten blijven de komende jaren dus in onzekerheid over de budgetten voor de jeugdzorg.
Septembercirculaire / budget BUIG De septembercirculaire en het voorlopig budget BUIG komen te laat beschikbaar om nog mee te nemen in de ontwerpbegroting. Deze worden wel bekend voordat de ontwerpbegroting aan de raad wordt gestuurd. De raad wordt hier afzonderlijk over geïnformeerd. Op basis van de eerste signalen over de septembercirculaire verwachten we een structureel nadeel. Het structurele effect van septembercirculaire en het voorlopig budget BUIG wordt betrokken bij de begroting 2027. Voorpagina
Voorwoord
Voorpagina
Waar zetten we op in
Voorwoord
Waar zetten we op in
Programma’s en paragrafen
Programma’s en paragrafen
Financieel perspectief
Financieel perspectief