CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp Gebiedsgericht Omgevingsprograma De Nieuwe Held.pdf

gemeenteraad 6 mei 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 7a: Moties bij collegebrief Omgevingsprogramma, Samenwerkingsovereenkomst en financiering De Nieuwe Held (collegebrief 18 maart 2026 wensen en bedenkingen)30.166 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

18 alinea's met “bopa”: 14 41 72 75 184 228 230 274 316 322 327 328 329 330 334 436 461 529

Ontwerp Gebiedsgericht Omgevingsprogramma De Nieuwe Held

Plangebied De Nieuwe Held

Inhoudsopgave 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling van het programma 1.2 De Omgevingswet en ‘De Nieuwe Held’ 1.3 Status, sturing en opzet (fasering en deelplannen) 1.4 Leeswijzer 2. HUIDIG JURIDISCH-PLANOLOGISCH KADER 2.1 Inleiding 2.2 Gemeentelijk juridisch-planologisch kader 2.3 Provinciaal kader – juridisch planologisch kader 2.4 Waterschap Noorderzijlvest (beperkingengebied en grondwaterbeheer) 2.5 Nationaal kader 3. BELEIDSKADER 3.1 Inleiding 3.2 Rijk, provincie en waterschap 3.3 Gemeentelijk beleid - omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ 3.4 Gemeentelijk beleid - Beeldkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit 3.5 Gemeentelijk beleid Thematisch 3.5.1 Wonen, werken en voorzieningen 3.5.2 Mobiliteit 3.5.3 Ecologie en groen 3.5.4 Water en klimaat 3.5.5 Archeologie en erfgoed 3.5.6 Duurzaamheid en energie 3.5.7 Milieu en veiligheid 3.5.8 Sociale veiligheid en gezondheid 4. HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE 4.1 Inleiding 4.2 Historie en huidige situatie 4.3 Visie en plan 4.4 Ruimtelijke opzet en hoofdprincipes beeldkwaliteit 4.5 Functionele opzet en uitwerking 4.5.1 Wonen, werken en voorzieningen 4.5.2 Mobiliteit 4.5.3 Ecologie en groen 4.5.4 Water en klimaat 4.5.5 Archeologie en erfgoed 4.5.6 Duurzaamheid en energie

1

5. MILIEU EN OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Inleiding 5.2 Belangrijkste wijzigingen t.o.v. vigerend kader 5.3 Toets aan mer-wetgeving 5.3.1 Plan-mer-beoordeling 5.3.2 Toetsing en conclusie 5.4 Omgevingsaspecten - ruimtelijke opzet en beeldkwaliteit 5.5 Omgevingsaspecten - thematisch 5.5.1 Wonen, werken en voorzieningen 5.5.2 Mobiliteit 5.5.3 Ecologie en groen 5.5.4 Water en klimaat 5.5.5 Archeologie en erfgoed 5.5.6 Duurzaamheid en energie 5.5.7 Milieu en veiligheid 5.5.8 Leefomgeving, sociale veiligheid en gezondheid 5.6 Conclusie omgevingsaspecten 6. PARTICIPATIE 6.1 Visie op participatie en methode 6.2 Resultaten van participatie 6.3 Reflectie en vervolg

7. UITVOERING, ORGANISATIE EN FINANCIËLE UITVOERBAARHEID 7.1 Sturingsfilosofie (relatie omgevingsprogramma – (B)OPA/OPA) 7.2 Samenwerking en organisatie (gemeente – GPCV – SOK) 7.3 Fasering van de ontwikkeling 7.4 Juridische uitvoering (procedures, toets op deelplanniveau) 7.5 Raad en welstandsbeleid (kaders en vaststelling kwaliteit) 7.6 Financiële en planologische uitvoerbaarheid (kostenverhaal/anterieure overeenkomsten) 8. TOETS ETFAL (Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties) BIJLAGENLIJST Bijlage I: Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’ Bijlage II: Plan-mer-beoordeling ‘De Nieuwe Held’ Groningen

2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding

De ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ (tot juni 2024 De Held III genoemd) is al in 1996 vastgelegd in de gemeentelijke structuurvisie ‘Stad van Straks’. Sindsdien is de ontwikkeling van deze majeure stadsuitbreiding doorgezet in regionale afspraken. Van 2004 tot 2009 heeft er door gemeente en de ontwikkelende partijen, de Groninger Projecten CV (hierna: GPCV) een samenwerkingsovereenkomst gesloten, en is er een stedenbouwkundig plan opgesteld dat in 2009 in bestemmingsplan De Held III is bekrachtigd. In 2011 is er een geschil ontstaan tussen de gemeente en de GPCV over de verplichtingen volgend uit de samenwerkingsovereenkomst van 2005. Als gevolg hiervan is de samenwerking meerdere jaren stilgelegd. In 2018 hebben de gemeente en de GPCV gezamenlijk besloten een doorstart te maken. Daarbij is gezamenlijk onderkend dat het ‘oude’ stedenbouwkundig plan niet voldoet aan gewijzigde bouweisen en beleidsuitgangspunten. Er is afgesproken om een hernieuwd plan voor ‘De Nieuwe Held’ op te stellen en dat te enten op de nieuwe omgevingsvisie en actueel beleid.

In grote lijnen betreft dit: • een breder woonprogramma: niet alleen vrije sector, maar óók sociaal wonen en méér betaalbaar wonen; • méér woningen: van ‘circa 1.600’ naar ten minste 1.850 woningen; • een completere wijk: niet alleen wonen, maar óók een wijkcentrum, (ten minste) een tweede basisschool, een sportpark, sociaal-maatschappelijke voorzieningen en meer ruimte voor werk aan huis; • de wijk beter op de kwaliteit voor voetganger, fietser en OV te ontwerpen; • een duurzaam, klimaatrobuust en natuurinclusieve wijk, geënt op nieuwe inzichten, beleid en ambities. Sinds 2021 werken gemeente en GPCV gezamenlijk aan een aangepast plan voor ‘De Nieuwe Held’. Dat heeft geresulteerd in de ‘Gebiedsvisie De Nieuwe Held’ (bijlage I). Tevens is voor het eerste deelplan de uitwerking in een ‘Kwaliteitskader deelplan 1’ gereed. Dit kader bevat een concreet Stedenbouwkundig plan en een Beeldkwaliteitsplan. De hernieuwde Gebiedsvisie bevat wijzigingen ten opzichte van het huidige juridisch-planologisch kader: het bestemmingsplan De Held III uit 2009. Dit bestemmingsplan is onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan gemeente Groningen. Dit omgevingsprogramma licht die wijzigingen toe, onderbouwt ze en onderbouwt hoe de hernieuwde Gebiedsvisie voldoet aan 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (hierna: ETFAL).

1.2 De Omgevingswet en ‘De Nieuwe Held’

De Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet geeft de gemeente een aantal instrumenten om te kunnen sturen op de fysieke leefomgeving: • de omgevingsvisie; • het omgevingsprogramma; • de omgevingsvergunning; • het omgevingsplan. 3

De omgevingsvisie bepaalt de lange termijn richting voor de fysieke leefomgeving in de gemeente Groningen: welke doelen worden nagestreefd en welke keuzes horen daarbij. De visie is zelfbindend voor de gemeente. Het omgevingsprogramma werkt deze visie uit door concrete doelen, maatregelen en acties vast te leggen voor een thema of gebied. Het programma stuurt de uitvoering, maar bevat geen rechtstreeks bindende regels voor burgers. Het omgevingsplan legt de visie en het beleid juridisch vast in regels voor de fysieke leefomgeving. Het bepaalt wat op een locatie wel en niet is toegestaan en is bindend voor burgers, bedrijven en overheid. De omgevingsvergunning bevat, al dan niet in afwijking van het omgevingsplan, de bouw- en gebruikstitel voor gebiedsontwikkelingen. Waarom een omgevingsprogramma Volgens de Omgevingswet moet in beginsel de juridische toestemming voor activiteiten (functiewijziging, bouwrijp maken, bouwen, aanleggen, etc.) geregeld worden via een omgevingsplan. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle gemeenten een tijdelijk omgevingsplan (met o.a. de regels uit de bestemmingsplannen). Deze moet uiterlijk 2032 omgezet zijn naar een volwaardig omgevingsplan dat voldoet aan alle wettelijke eisen.

De werkzaamheden die nodig zijn voor de omzetting hebben tot gevolg dat het omgevingsplan gemeente Groningen (hierna: het omgevingsplan), in ieder geval tot die tijd, niet partieel zal worden gewijzigd voor gebiedsontwikkelingen. Het college heeft vastgesteld dat in de tussentijd het instrument omgevingsprogramma wordt gebruikt om grotere gebiedsontwikkelingen te faciliteren. ‘De Nieuwe Held’ is zo’n grote gebiedsontwikkeling met lange doorlooptijd. Daarom wordt hier gekozen voor een gebiedsgericht omgevingsprogramma. Het programma onderbouwt de wijzigingen ten opzichte van de vigerende regels van het tijdelijke omgevingsplan (waaronder het voormalig bestemmingsplan De Held III) en vormt daarmee het kader voor de ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’. Daarnaast kunnen onderdelen die niet passen binnen de geldende regels mogelijk gemaakt worden door middel van een omgevingsvergunning voor buitenplanse afwijkingen (BOPA).

1.3 Status en sturing

‘De Nieuwe Held’ wordt gefaseerd ontwikkeld over een periode van 10 tot 15 jaar. De beoogde fasering is uitgewerkt in paragraaf 7.3. Er wordt gewerkt met deelplannen voor elk ongeveer 300 tot 350 woningen. Een deelplan kan ook een andere functie betreffen zoals een ‘sportpark’, ‘stads-deelpark’ of ‘school’. Voor elk deelplan wordt (indien relevant) een kwaliteitskader opgesteld. Dit kader bevat meestal een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan. Voor openbare ruimtes, zoals bijvoorbeeld het stadsdeelpark, volstaat een inrichtingsplan openbare ruimte. Het omgevingsprogramma wordt gefaseerd aangevuld met een concrete uitwerking per deelplan. Dat bevat een motivering voor de ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ en benodigde onderzoeken. Voor ‘De Nieuwe Held’ wordt een gebiedsgericht omgevingsprogramma opgesteld dat bestaat uit twee onderling samenhangende onderdelen: • Globaal deel voor de wijk als geheel: dit is het omgevingsprogramma dat nu voorligt. Het vormt de onderbouwing en borging van de Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’ en beschrijft hoe de omgevingsvisie voor dit gebied wordt uitgewerkt. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt hoe zorgvuldig wordt omgegaan met de omgevingswaarden die de Omgevingswet voorschrijft, met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het globale deel biedt het kader 4

•

voor de verdere uitwerking van de deelplannen en geeft richting aan de fasering, financierbaarheid en uitvoering van de gebiedsontwikkeling. Daarnaast vormt dit deel de basis voor de afspraken tussen de gemeente en GPCV, zoals vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. Concrete uitwerkingen per deelplan: per deelplan worden in de loop van de tijd concrete uitwerkingen aan het omgevingsprogramma toegevoegd. Deze uitwerkingen bevatten gedetailleerde kaders per deelgebied en vormen de onderbouwing en borging van het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan. De concrete uitwerkingen worden opgesteld conform de systematiek van het omgevingsplan van de gemeente Groningen. Zij bevatten onder meer een plankaart met bouwvlakken en bijbehorende bouw- en gebruiksregels, zodat de informatie op termijn eenvoudig kan worden opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan.

College en raad Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het vaststellen van het omgevingsprogramma (artikel 3.4 Omgevingswet), na het raadplegen van de gemeenteraad over wensen en bedenkingen. Per deelplanuitwerking worden in de kwaliteitskaders tevens beeldkwaliteitseisen opgenomen. Deze eisen maken geen onderdeel uit van het omgevingsprogramma, maar worden door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van het gemeentelijk welstandsbeleid, in de vorm van een aanvulling op de welstandsnota dan wel als beleidsregel. De concrete uitwerkingen per deelplan, inclusief de vastgestelde kwaliteits- en beeldkwaliteitseisen, vormen het toetsingskader voor aanvragen om omgevingsvergunningen, waaronder (B)OPA’s voor bouwactiviteiten en andere vergunningsplichtige activiteiten binnen het betreffende deelplan. Tegelijkertijd bieden deze uitwerkingen de ruimtelijke en functionele onderbouwing (ETFAL) voor de bijbehorende (B)OPA’s.

1.4 Leeswijzer

Het omgevingsprogramma bestaat uit verschillende onderdelen. • Hoofdstuk 1 bevat een toelichting op de achtergronden en aanleiding van het omgevingsprogramma; • Hoofdstuk 2 licht het geldend juridisch-planologisch kader toe; • Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidskaders; • Hoofdstuk 4 beschrijft de ontstaansgeschiedenis van het gebied, de huidige situatie en licht de gewenste ontwikkeling toe; • Hoofdstuk 5 licht voor alle omgevingsaspecten toe wát de effecten zijn, hoe aan beleid wordt voldaan, welke onderzoeken al verricht zijn; Het hoofdstuk eindigt met conclusies waarin de belangrijkste aandachtspunten worden aangegeven; • Hoofdstuk 6 bevat een beschrijving van de gevoerde participatie, hoe met de resultaten is omgegaan en het vervolg; • In hoofdstuk 7 licht toe hoe het omgevingsprogramma wordt uitgevoerd; de fasering, sturing, organisatie en financiële uitvoerbaarheid worden toegelicht; • Hoofdstuk 8 bevat de conclusie ETFAL: Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties.

5

2. Huidig Juridischplanologisch kader 2.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft het juridisch-planologisch kader, zowel gemeentelijk, provinciaal als op rijksniveau. Het juridisch planologische kader geeft aan wat er voor het plangebied is vastgelegd in juridische regels waaraan burgers en de overheid zich moeten houden. Het vormt de basis voor vergunningverlening en handhaving. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op beleid. Beleid heeft geen rechtstreekse werking, maar geeft richting voor de uitwerking van uiteindelijke besluiten, dit bindt voornamelijk de gemeente zelf.

2.2 Gemeentelijk juridisch-planologisch kader

Voor het plangebied van ‘De Nieuwe Held’ wordt het geldend juridisch-planologisch kader op gemeentelijk niveau gevormd door het Omgevingsplan gemeente Groningen. In dit omgevingsplan zijn o.a. de regels van de voorheen gelden bestemmingsplannen opgenomen. De plannen met de meest concrete relevantie voor ‘De Nieuwe Held’ zijn: • Bestemmingsplan ‘de Held III’, 2009; • Bestemmingsplan Reitdiep 2012, (geconsolideerde versie 2022). • Erfgoedverordening 2020; • Verordening afvoer hemelwater en grondwater, Groningen 2023. • Bestemmingsplan Gebouwd erfgoed, 2022; • Aanwijsbesluit archeologische monumenten, 2016 conform de Erfgoed verordening. Daarnaast bevat het Omgevingsplan regels van de voorheen geldende facetbestemmingsplannen met stadsbrede regels, gericht op parkeren, wonen (woningsplitsing en de minimale grootte van een woning) en geitenhouderijen (beperkend). In Figuur 1 hieronder zijn de geldende verbeeldingen in het plangebied weergegeven. Dit wordt gevormd door bestemmingen vanuit het bestemmingsplan De Held, het bestemmingsplan Reitdiep en de omliggende bestemmingsplannen ter plaatse van de Held I, Gravenburg en buitengebied. Het plangebied voor het omgevingsprogramma is omkaderd en feller van kleur.

6

Figuur 1 Verbeelding bestemmingsplannen in en rond ‘De Nieuwe Held’ Voor de weergave van beschermd erfgoed en archeologie wordt verwezen naar Figuur 5 in paragraaf 3.5.5.

7

Bestemmingsplan ‘de Held III’, 2009 Het bestemmingsplan ‘De Held III’ is een globaal bestemmingsplan. Het maakte het stedenbouwkundig plan dat hieronder is weergegeven mogelijk.

Figuur 2 Stedenbouwkundige hoofdopzet van De Held III (bron: bestemmingsplan De Held III) Het bestemmingsplan ‘De Held III’ bevat de enkelbestemmingen Dienstverlening, Gemengd, Groen, Maatschappelijk, Verkeer, Water, Woongebied. Het levert de bouwtitels voor circa 1.600 woningen. Deze mogen gerealiseerd worden ter plaatse van de enkelbestemming Woongebied. De bouwregels binnen die enkelbestemming betreffen onder andere een basishoogte (11 meter) en de aanduiding ‘bebouwingsaccent’ op plekken waar hoger gebouwd mag worden. Ter plaatse van de ‘bebouwingsaccenten’ mogen de hoofdgebouwen een maximale oppervlakte van 800 m² hebben en de maximale hoogte hebben, zoals aangegeven op de verbeelding. Dat is op de ene locatie een goothoogte van 12 meter en een bouwhoogte van 15 meter, op de andere een goothoogte van 15 meter en bouwhoogte van 20 meter. De boerderij Leegeweg 6 heeft in het bestemmingsplan De Held III de enkelbestemming Wonen en een toegestane goothoogte van maximaal 14 meter. Dat maakte sloop en nieuwbouw mogelijk. Nadien is het bestemmingsplan Gebouwd Erfgoed van kracht geworden, waarin deze boerderij als karakteristiek is geduid. Daarmee is behoud van bestaande waarden het doel. Op grond van deze nieuwe regeling is sloop alleen mogelijk als is aangetoond dat het pand bouwtechnisch in dusdanig slechte staat is dat behoud niet mogelijk is. Het erf t.p.v.

‘Het Hooihuis’, Friesestraatweg 422, heeft in bestemmingsplan De Held III de bestemming Dienstverlening en een bouwvlak dat de bestaande bebouwing vastlegt én uitbreidingsruimte ten zuiden daarvan biedt. Nadien is het erf en de bebouwing in het bestemmingsplan Gebouwd Erfgoed als monument aangewezen. De bouwmogelijkheden die zijn vastgelegd in bestemmingsplan 8

De Held III stroken niet met de erfgoedwaarden van de boerderij en haar erf. Dit wordt op een later moment gewijzigd. De aanduiding ‘archeologische waarden’ is opgenomen op de locaties waar mogelijk archeologische waarden aanwezig zijn in het plangebied. De aanduiding zorgt ervoor dat eerst onderzoek moet zijn uitgevoerd voordat de grond vrijgegeven kan worden. Het bestemmingsplan De Held III regelt de volgende milieuaspecten: • Het meest zuidelijk deel van het plangebied ligt binnen de geurcontour van Cosun. Het maakte deel uit van een convenant, waarin gemeente, Cosun en provincie afspraken maakten. Op basis daarvan is binnen de geurcontour een aanduiding opgenomen dat ter plaatse niet meer dan 75 zelfstandige woningen mogen worden gebouwd. Dit convenant is inmiddels niet meer geldig. • Langs de noordrand, ter plaatse van de aanduiding ‘hoogspanningsleiding’, ligt de 110kV leiding van TenneT. Binnen een zone van 49 meter aan weerszijden van die leiding mogen geen woningen of gebouwen geen gebouw zijnde worden gerealiseerd. • De aanduiding ‘rioolleiding’, ter plaatse van de HOWA-leiding – een Hoofd Water leiding, voor regionaal transport. Binnen een strook van 3 meter uit het hart van die leiding mogen geen bouwwerken geen gebouw zijnde, worden gerealiseerd. Bestemmingsplan Reitdiep 2012 De gronden t.p.v.

het beoogde sportpark en basisschool liggen in het Bestemmingsplan Reitdiep 2012. De gronden hebben de bestemmingen Agrarisch en Recreatie, ter plaatse van de volkstuinen. De bestemming Recreatie omvat ook gronden buiten de volkstuinen en ligt deels ter plaatse van de beoogde sportvelden. Bestemmingsplan Gebouwd erfgoed, 2022 De boerderij Leegeweg 6 is in het bestemmingsplan Gebouwd Erfgoed aangewezen als ‘karakteristiek pand’. Het Hooihuis (Friesestraatweg 422) is als gemeentelijk monument beschermd. Erfgoedverordening Het plangebied en zijn omgeving kennen twee archeologische monumenten die in 2016 via een aanwijsbesluit conform de Erfgoedverordening beschermd zijn. De archeologisch monumenten liggen rond het Hooihuis en rond de boerderij Leegeweg 6 en zijn in 2016 als archeologisch monument aangewezen. De aangewezen archeologische monumenten worden te zijner tijd door middel van een wijziging in het omgevingsplan opgenomen.

2.3 Provinciaal kader – juridisch planologisch kader

De provinciale omgevingsverordening (POV) bevat regels van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Hierin staat wat wel en niet is toegestaan op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, natuur, milieu, water, infrastructuur en landschap. In de POV kan de provincie over bepaalde onderwerpen instructieregels opnemen voor gemeenten. Deze moeten hiermee dan rekening mee houden bij het opstellen van het omgevingsplan en hier mogelijk regels over opnemen. In de POV heeft de provincie ook voor ‘De Nieuwe Held’ gebiedsaanduidingen opgenomen die geheel of gedeeltelijk gelden in het plangebied. Leefgebieden weidevogels Het zuidelijke deel van het plangebied is aangewezen als ’Leefgebied Weidevogels’. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op gronden daarbinnen moet inzicht geven 9

in de maatregelen die nodig zijn om de waarde voor weidevogels te voorkomen en restschade elders te compenseren als de waarde van het gebied voor weidevogels ernstig wordt geschaad. Een verstoring van dit leefgebied is mogelijk een flora- en fauna activiteit waarvoor een vergunning nodig is. Stedelijk gebied In de POV is het gehele plangebied van ‘De Nieuwe Held’ aangewezen als 'stedelijk gebied'. Met stedelijk gebied wordt aangeduid dat een locatie geen buitengebied is en specifieke (instructie)regels gelden. De aanduiding stedelijk gebied is dan ook niet in strijd met de aanduiding 'leefgebieden weidevogels' zoals hierboven besproken. Bebouwd gebied en Beschermd gebied A & C Het plangebied ‘De Nieuwe Held’ is aangewezen als 'bebouwd gebied', 'beschermd gebied A' en 'beschermd gebied C' in de POV. Deze aanduiding wordt gebruikt als afbakening van het regionale bebouwde gebied ter normering van mogelijke wateroverlast door regionale wateren. In de POV zijn hiertoe instructieregels opgenomen voor het waterschap. Veiligheidszone 4 Voor het noordelijk deel van ‘De Nieuwe Held’ is in de POV door de provincie een explosieaandachtsgebied van 200 meter opgenomen ten opzichte van het provinciale basisnet (N355).

Gemeenten dienen bij vaststelling van een omgevingsplan dat betrekking heeft op Veiligheidszone 4 aandacht te besteden aan de relevante veiligheidsaspecten en de mogelijk kwetsbare locaties binnen het plangebied. Daarbij dient het te verkrijgen advies van de Veiligheidsregio Groningen (VRG) te worden betrokken.

2.4 Juridisch planologisch kader Waterschap Noorderzijlvest Waterschapsverordening waterschap Noorderzijlvest 2023 In de Waterschapsverordening van Noorderzijlvest is ‘De Nieuwe Held’ aangewezen als 'beperkingengebied A'. De regels uit de verordening die betrekking hebben op beperkingengebied A zijn vooral gericht op het beheer en de bescherming van grondwaterlichamen en op het waarborgen van functies van het grondwatersysteem als onderdeel van het watersysteembeheer. Afhankelijk van de aard en omvang van de ingreep vereist de Waterschapsverordening meldingen of vergunningen voor ingrepen die invloed hebben op het grondwater.

2.5 Nationaal juridisch-planologisch kader

In de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit activiteiten leefomgeving zijn regels opgenomen voor de hele fysieke leefomgeving. In dit wettelijk kader staat het beoordelingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die effect hebben op de fysieke leefomgeving. Hierin wordt onder andere bepaald dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij het stellen van regels moet rekening worden gehouden onder meer met de bescherming van natuurgebieden, beschermen van milieu en gezondheid, waarborgen van veiligheid en het gebruik van bouwwerken. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels die rechtstreeks bindend zijn voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Een wijziging omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsvergunning (Bopa) kan alleen verleend worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan 10

locaties. Om dit te kunnen beoordelen, zijn in het Bkl instructieregels opgenomen. Deze instructieregels gaan over allerlei aspecten van de fysieke leefomgeving, waaronder externe veiligheid, water, bodem engeluid. Niet alle aspecten zijn relevant voor de ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’. Relevante instructieregels voor ‘De Nieuwe Held’ hebben betrekking opexterne veiligheid, geluid, bodemkwaliteit, geur, trillingen, luchtkwaliteit en de ladder voor duurzame verstedelijking. In hoofdstuk 5 is aangegeven hoe rekening is gehouden met de beoordelingsregels uit het wettelijk kader, het beleid en de instructieregels die van toepassing zijn.

11

3 Beleidskader 3.1 Inleiding

Dit hoofdstuk licht het beleidskader toe waarbinnen de plannen voor ‘De Nieuwe Held’ worden uitgewerkt. De focus ligt op de kaders met specifieke relevantie voor ‘De Nieuwe Held’. Ook worden opgaven die in (sectorale) uitvoeringsprogramma’s zijn opgenomen toegelicht. Ook hier alleen die opgaven met relevantie voor ‘De Nieuwe Held’.

3.2 Rijk, provincie en waterschap Novex en verstedelijkingsstrategie Het Rijk heeft zestien zogenoemde NOVEX-gebieden aangewezen, waar grote ruimtelijke transities vragen om een eigen ontwikkelperspectief. ‘De Nieuwe Held’ is deel van NOVEX-gebied Groningen-Assen. Daarin maken Rijk en regio afspraken voor de realisatie van 36.000 woningen. Locaties zijn zoveel mogelijk gelegen in bestaand bebouwd gebied, zodat ze agglomeratiekracht versterken en de kwaliteit óók van bestaande wijken kunnen verbeteren. Die afspraken zijn in 2021 vastgelegd in een verstedelijkingsstrategie voor de gehele Regio Groningen-Assen. Daarin is voor ‘De Nieuwe Held’ een aantal van 1.600 woningen genoemd, omdat het geldende bestemmingsplan dat mogelijk maakte. De afspraak is gemaakt om dit aantal te updaten zodra het plan voor ‘De Nieuwe Held’ is uitgewerkt. Provincie Groningen De provincie richt zich op het mogelijk maken en begeleiden van de groei van de stad Groningen en het vergroten van de woningvoorraad. De stad moet bijdragen aan een compleet en divers aanbod aan woon- en werkmilieus. De provincie gaat in haar beleid voor verstedelijking uit van de Ladder van Duurzame verstedelijking, waarbij het primaat ligt bij inbreiding in bebouwd gebied.

In de Provinciale Omgevingsvisie van 2016-2020 (2023 geconsolideerd) heeft de provincie Groningen ‘De Nieuwe Held’ opgenomen als Stedelijk gebied en Leefgebied weidevogels. Zoals uiteengezet in paragraaf 2.3 leveren deze aanduidingen geen 'strijd' met elkaar op. De provincie is tevens medeondertekenaar van de verstedelijkingsafspraken en de Ontwikkelagenda Westflank. Blauwe omgevingsvisie (Bovi) Noorderzijlvest De Blauwe Omgevingsvisie van Waterschap Noorderzijlvest benadrukt dat toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder grootschalige woningbouw, alleen duurzaam en haalbaar zijn wanneer ze worden afgestemd op robuust waterbeheer, klimaatadaptatie en een natuurlijk watersysteem. Voor woningbouw betekent dit dat er rekening moet worden gehouden met waterveiligheid, het vasthouden van water in natte én droge tijden, het voorkomen van verzilting, en het creëren van klimaat adaptieve steden en dorpen die hittestress beperken en waterkwaliteit bevorderen. Samenwerking met gemeenten wordt benadrukt zodat woningbouwplannen bijdragen aan een goede leefomgeving, economische groei en sociale kwaliteit zonder de wateropgaven uit het oog te verliezen.

12

Figuur 3 Ligging stedelijk gebied en Leefgebied Weidevogels; bron: Omgevingsvisie 2016-2020 van de Provincie Groningen

3.3 Gemeentelijk beleid - Omgevingsvisie

De Held I, Gravenburg en ‘De Nieuwe Held’ zijn al vanaf de Structuurvisie ‘Stad op scherp’ (1996) weergegeven in overkoepelend gemeentelijk beleid als één van de grote woningbouwlocaties van de gemeente. De laatst vastgestelde omgevingsvisie is ‘Levende Ruimte. De Groningse leefkwaliteit voorop’, uit 2021. De vijf belangrijkste opgaven voor de gemeente Groningen, vormen de rode draad in deze Omgevingsvisie en zijn alle óók in ‘De Nieuwe Held’, een rode draad: • Faciliteren van de groei; • De werkgelegenheid groeit mee in stad en regio; • De groeiende gemeente blijft leefbaar en aantrekkelijk voor álle inwoners; • De energietransitie wordt versneld; • Iedereen doet mee en helpt mee in een gezonde, groeiende gemeente. Het ontwerpprincipe van de compacte stad vormt al jaren de ruimtelijke strategie van de gemeente Groningen. Dit principe staat ook in 'Levende Ruimte' centraal. De gemeente wil de compacte stad aantrekkelijk houden door juist binnen de grenzen van die compacte stad aan haar woningbouw- e.a. bouwopgaven te voldoen. Ze beoogt daarbij omgevingskwaliteit te realiseren door in te zetten op leefbaarheid, goede kwaliteit van de openbare ruimte, meer ruimte voor voetganger en fietser en nabijheid van voorzieningen. 13

‘De Nieuwe Held’ is één van de gebieden waar volgens deze principes uit ‘Levende ruimte’ moet worden ontwikkeld. De focus moet er liggen op nabijheid van voorzieningen, een duurzame groenstructuur en een wijkopzet, die ook de directe omgeving wat brengt. Ten aanzien van wonen zet de omgevingsvisie in op een ongedeelde gemeente met een gespreid aanbod van woningtypen en segmenten (koop en huur) over de verschillende woonmilieus.

3.4 Gemeentelijk beleid – Beeldkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit Welstandsnota (2020) De gemeente Groningen heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota. Die regelt dat alle bouwplannen moeten voldoen aan de redelijke eisen van welstand, in Groningen uitgewerkt in de 'drie Groninger criteria'. Voor gebiedsontwikkelingen kunnen beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld en daarvan worden de ‘gebiedsgerichte criteria’ aan de welstandsnota toegevoegd. ‘De Nieuwe Held’ is zo’n gebied. Handboek Hoger Bouwen (2024) Het Handboek Hoger bouwen beschrijft de kwalitatieve ambities van de gemeente Groningen gericht op realisatie van de meer stedelijke milieus, waarin hoger gebouwd wordt. Het betreft milieus van vijf lagen of meer. ‘De Nieuwe Held’ is niet aangeduid op de kaart die mogelijke potenties voor ‘Hoger bouwen’ weergeeft. De kaart pretendeert niet een compleet beeld te geven en heeft evenmin een status. Het centrumgebied van ‘De Nieuwe Held’ zou kunnen passen binnen de laagste categorie: Compact basismilieu en voor de uitwerking daarvan kunnen de kwalitatieve criteria voor het maken van een goed ‘compact basismilieu’ gebruikt worden. Ontwerpleidraad Leefkwaliteit Openbare Ruimte (2023) De ontwerpleidraad Leefkwaliteit Openbare Ruimte 'Nieuwe Ruimte' is een inspiratiedocument voor een andere openbare ruimte.

Met meer ruimte voor groen, sporten, spelen en ontmoeten, met minder ruimte voor geparkeerde auto’s. In de Leidraad zijn ook principes voor toegankelijkheid opgenomen. Deze leidraad is het uitganspunt bij elke (her)inrichting van de openbare ruimte, ook in ‘De Nieuwe Held’.

3.5 Gemeentelijk beleid – thematisch 3.5.1 Wonen, werken, voorzieningen

Wonen De gemeente Groningen heeft in februari 2026 het Volkshuisvestingsplan vastgesteld, de opvolger van de Woonvisie. De vier hoofdambities in het Volkshuisvestingplan zijn: • Bouwen, bouwen en verbouwen: met de ambitie om 14.000 nieuwbouw toe te voegen, 2.000 woningen in de bestaande voorraad beter benutten; Daarbij 2/3 sociaal en betaalbaar, meer ruimte voor bijzondere woonwensen. • Beter gebruik van de voorraad: tegengaan leegstand, stimuleren doorstroming. • Groningen voor iedereen: evenwichtige verdeling doelgroepen, nieuw- en verbouw inzetten voor betere leefomgeving. • Toekomstbestendig wonen: gezonder, energiezuiniger.

14

In ‘De Nieuwe Held’ wordt ingezet op een evenwichtige woningbouwprogrammering. Twee derde van de nieuwbouw bestaat uit betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur, koop). Daarnaast wordt 10% van het programma gereserveerd voor bijzondere woonwensen, zoals collectieve woonvormen voor ouderen, wooncoöperaties, CPO en woonzorgconcepten. Hoofdstuk 5 van het Volkshuisvestingsplan beschrijft hoe deze verdeling wordt geborgd. In 2022 is de gemeentelijke visie 'Wonen mag voor niemand een zorg zijn 20222030' vastgesteld. Een integraal kader op wonen, samenleving en zorg. De visie op wonen en zorg gaat uit van drie centrale thema’s, waarvan het eerste de meeste raakvlakken heeft met ‘De Nieuwe Held’: 1. Voldoende, aantrekkelijk en divers aanbod aan woningen in gemengde woonwijken; 2. Sociale basis, (informele) ondersteuning en zorg aan huis; 3. Samenwerking met ketenpartners en communicatie met inwoners. Voorzieningen – retail en maatschappelijk De gemeente Groningen streeft conform haar omgevingsvisie naar gemengde wijken, met voorzieningen op loop- en fietsafstand. De omgevingsvisie duidt dat voorzieningen moeten ‘meegroeien’ met het inwoneraantal. Retail & horeca Voor winkelvoorzieningen is het beleid in ‘Ruimte voor retail' (2024) weergegeven. ‘De Nieuwe Held’ is daarin als ‘buurthub’ geduid, met ruimte voor een kleinschalig buurtcentrum.

Daarbinnen is ruimte voor een supermarkt die zich wil verplaatsen van elders uit het verzorgingsgebied (het noordwesten). Sport Het Masterplan (door)ontwikkeling sportvoorzieningen definieert beleidsuitgangspunten voor sport in de gemeente: • Sport- en beweegvoorzieningen zijn nabij, toegankelijk en uitnodigend voor iedereen; • Sportvoorzieningen zijn multifunctioneel en duurzaam en bieden ruimte voor ontmoeting in de wijk; • Sport en bewegen is onderdeel van een gezonde leefomgeving. Op basis van de uitgangspunten uit het Masterplan is een integrale en meerjarige Uitvoeringsagenda opgesteld. Hierin is in beeld gebracht hoe groot de totale opgave tot 2040 is voor de uitbreiding (maar ook verbetering en verduurzaming) van alle buitensport- en binnensportvoorzieningen én sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. De opgaven zijn gebaseerd op de verwachte groei van Groningen met 20.000 woningen en de veranderende behoeften van onze inwoners ten aanzien van onze sport- en beweegvoorzieningen. Voor de gehele gemeente gaat het om een uitbreiding voor de buitensport met ruim 10 voetbalvelden, 12 tennisbanen en 6 hockeyvelden en dient er 40.000 vierkante meter aan sport- en beweeg-voorzieningen in de openbare ruimte gerealiseerd te worden. Daarvan zouden 2 hockey en 2 voetbalvelden in één omnisportcomplex in de westflank moeten landen.

Voor de westflank is onderzocht wáár dat zou kunnen en daaruit kwam ‘De Nieuwe Held’ als de enige locatie waar voldoende ruimte is en waar niet al ándere ruimteclaims en milieu- of andere beperkingen op rusten. Realisatie van dit omnisportcomplex ‘De Nieuwe Held’ is voor 2029-2032 in het uitvoeringsprogramma annex aan het Masterplan sport opgenomen. De opgave om sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte te realiseren geldt specifiek voor onder andere het beoogde Stadsdeelpark. 15

Onderwijs De Onderwijsagenda en het Integraal HuisvestingsplanOnderwijs: Gro-Up (IHP Group, 2023) vormen het beleidskader voor de onderwijsopgave in/om ‘De Nieuwe Held’. Relevante ambities daarin zijn: • Het streven is ieder kind de mogelijkheid te bieden in de eigen wijk naar school te kunnen gaan; • Het streven om dat ieder kind in de eigen wijk naar de kinderopvang kan; • Voldoende binnensportvoorzieningen binnen 500 meter van de school. In het IHP Gro-Up is de ambitie genoemd om het werken met tijdelijke onderhuisvesting in de pieksituatie zoveel mogelijk te beperken. Voor ‘De Nieuwe Held’ is in 2022 en 2025 een leerling prognose opgesteld, op basis van de beoogde woningdifferentiatie en bouwfasering. Beide keren is berekend dat er voor ‘De Nieuwe Held’ in de stabiele (eind)situatie een opgave ligt tot onderwijshuisvesting voor circa 460 kinderen. In de piek is er behoefte aan capaciteit voor circa 800 leerlingen uit de wijk zelf, mogelijk vermeerderd worden met instroom van buiten de wijk. De piek zal rond 2035 plaatsvinden. In de omgeving van ‘De Nieuwe Held’ en de wijk Reitdiep ligt een actuele opgave om de tijdelijke huisvesting te vervangen door een definitieve. Deze opgave moet in samenhang met die voor ‘De Nieuwe Held’ worden bekeken.

In de stabiele situatie betekent dit dat het de opgave is om in ‘De Nieuwe Held’ ten minste één extra basisschool met 17 lokalen (±425 leerlingen) te realiseren. Dit met binnensportvoorziening, voldoende kinderopvang en BSO in de nabijheid We houden er rekening mee dat op de langere termijn een tweede extra school noodzakelijk is. Sociaal culturele voorzieningen en gezondheid De nota Sociaal culturele accommodaties formuleert het beleid op dit vlak en betreft o.a. buurthuizen, buurtkamers. Relevant voor ‘De Nieuwe Held’ zijn de uitgangspunten: • Aansluiten bij de behoefte en wensen van (toekomstige) bewoners; • Kansen voor multifunctionaliteit/gecombineerde functies, bijv. sportvoorzieningen en kantines en clubhuizen nadrukkelijk als kans; • Flexibiliteit is een uitgangspunt: in gebruik (breed en divers activiteitenaanbod) en functie en fasering (de eerste jaren een school- of kinderopvang, na vijftien jaar een gezondheidscentrum, bibliotheek, buurtkamer of WIJ-team). In alle gevallen geldt dat de activiteiten en voorzieningen – ‘indoor’ of ‘outdoor’. De WIJ voert taken uit voor de gemeente op het gebied van WMO, Jeugdwet en Samenlevingsopbouw. WIJ is gericht op de uitvoering van taken zo dicht mogelijk bij de inwoners. Er ligt een huisvestingsopgave voor West waarmee meerdere wijken worden ondersteund.

Voor ‘De Nieuwe Held’ kan afhankelijk van de behoefte gekeken worden naar een pop up-punt in de wijk. We kijken naar mogelijkheden voor gezamenlijke huisvesting met de GGD-Jeugdgezondheidszorg.

3.5.2 Mobiliteit

Ontwikkelagenda Westflank (2025) Een groot deel van de woningen waarover annex aan de NOVEX-afspraken zijn gemaakt (11.000) komt aan de westkant van de stad. Die nieuwe woningen leiden tot veel extra verkeer. Gemeente, provincie en Rijk hebben van 2023-2025 een M.I.R.T. (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) onderzoek uitgevoerd naar: hoe blijft de westflank van Groningen bereikbaar? De maatregelen 16

en bijbehorende financiering zijn vastgelegd in de Ontwikkelagenda Westflank. Hierin hebben de gemeente, provincie en het Rijk de afspraak gemaakt om tot 2040 175 miljoen euro te investeren in de bereikbaarheid en leefbaarheid van de westflank van de stad. Maatregelen uit de ontwikkelagenda met relevantie voor ‘De Nieuwe Held’ zijn de hoofdontsluiting, een nieuwe aansluiting Reitdiepplein, doorkoppeling hoofdfietsroutes en ‘knips’ voor autoverkeer richting Vinkhuizen en Hoogkerk. Deze worden deels gefinancierd vanuit de ontwikkelagenda Westflank. Voor de Held is in het M.I.R.T. onderzoek al gerekend met 1850 woningen, een sportcomplex en meerdere basisscholen. Deze maatregelen zijn nogmaals getoetst in de verkeersstudie ‘De Nieuwe Held’. Mobiliteitsvisie In de mobiliteitsvisie ‘Goed op weg’ (2022) zijn de volgende kernpunten met relevantie voor ‘De Nieuwe Held’ opgenomen: • Verplaatsingen binnen de stad zoveel mogelijk met de fiets en te voet: met voorzieningen nabij en ‘leefstraten’ in de buurten. • Gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren. • Het gebruik van de auto alleen als het echt moet. In de mobiliteitsvisie is een hoofdstructuur opgenomen voor zowel de auto, de fiets als het OV. Die zijn vertrekpunt voor de uitwerking van de plannen voor ‘De Nieuwe Held’.

Het aantal benodigde parkeerplaatsen voor ‘De Nieuwe Held’ wordt vastgesteld conform de Nota Parkeernormen (2024). Uitgangspunt is en blijft zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein. Fietsstrategie 2025 – 2035 'Jouw Groningen, jouw fietsstad' De fietsstrategie vormt een uitwerking van de mobiliteitsvisie, specifiek voor de fiets. Zij is gericht op het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van het fietsnetwerk, op het stallen van fietsen en het vergroten van de kansen voor recreatief fietsen en het versterken van de positie als fietsstad. Het netwerk van hoofd- en doorfietsroutes uit de Fietsstrategie vormt de basis voor het netwerk in ‘De Nieuwe Held’. Routekaart openbaar vervoer Groningen 2025-2040 In de Routekaart OV beschrijven gemeente en provincie hun gezamenlijke visie op de ontwikkeling van het OV-systeem in de regio rond de stad Groningen tot 2040 met een doorkijk naar ná 2040. Het is de gezamenlijke ambitie om de betrouwbaarheid en doorstroming van het OV te verbeteren, nieuwe OV-corridors en knopen te realiseren en voldoende capaciteit te bieden om de groei op te vangen tot 2040 én daarna. De OV-structuur 2040 uit deze visie vormt het vertrekpunt voor ‘De Nieuwe Held’. Een van de aangewezen HOV-lijnen (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) is beoogd in 2040 door ‘De Nieuwe Held’ te lopen.

17

Figuur 4 OV-structuur 2040, bron Routekaart openbaar vervoer Groningen 2025 - 2040

3.5.3 Ecologie en groen

Deze paragraaf licht het gemeentelijk beleid voor groen en ecologie door. Soortbescherming is sinds 2024 geborgd in de Omgevingswet (rijksniveau). Het ‘Leefgebied weidevogels’ wordt op provinciaal niveau geborgd, zie daarvoor paragraaf 3.2. Groenplan Vitamine G Meer, beter en bereikbaar groen, is sinds de vaststelling van het groenplan Vitamine G, de ambitie van de gemeente. Dat geldt ook voor ‘De Nieuwe Held’. Het is de opgave een wijk te realiseren die haar kwaliteit voor een belangrijk deel ontleent aan het groen en waarin het groen ook voor omliggende wijken van betekenis is. Gemeentelijke Ecologische Structuur Gemeente Groningen zet in op realisatie van een robuuste ecologische structuur, ook binnen de bebouwingsgrenzen. Deze landt in de ‘Gemeentelijke ecologische structuur’ (GES) die naar verwachting in 2026 definitief wordt vastgesteld. De GES en de plannen voor ‘De Nieuwe Held’ zijn op elkaar afgestemd. Voor ‘De Nieuwe Held’ betekent dit dat er robuuste meerdere groenblauwe verbindingen komen in noord-zuid- én oost-westrichting. Natuurinclusief bouwen De beleidsregel 'Natuurinclusief bouwen' is in februari 2024 vastgesteld en gericht op het versterken van de biodiversiteit van de bebouwde omgeving. Grondgebonden woningen moeten in, om en in de omgeving van het gebouw voor in totaal 7 punten aan natuurinclusieve maatregelen per kavel/woning opnemen.

Voor grotere bouwblokken (appartementen e.a.) geldt een verplichting voor het blok als geheel. Voor het gehele complex moeten 14 punten aan natuurinclusieve maatregelen worden gehaald. Natuurinclusief bouwen is voorlopig alleen verplicht is als een nieuwbouwplan afwijkt van het geldende juridisch-planologische kader en geldt niet voor de inrichting van de openbare ruimte. Het is daarmee in formele zin slechts van toepassing op bouwaanvragen in ‘De Nieuwe Held’, die in strijd zijn met de geldende regels in het omgevingsplan en waarvoor een Bopa nodig is.. Dat geldt voor die bouwplannen die buiten de eerdere bestemming Woongebied vielen en (dus) maar deels voor ‘De Nieuwe Held’. Toetsing aan deze beleidsregel vindt plaats bij vergunningverlening. 18

Bomen De gemeentelijke regelgeving voor bomen en houtopstanden is opgenomen in de beleidsregel APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022. Hierin is aangegeven dat er voor groen binnen de 'bebouwingscontour houtkap' voor ruimtelijke ontwikkelingen in de initiatieffase een Bomen Effect Analyse (BEA) moet worden uitgevoerd. Het projectgebied ‘De Nieuwe Held’ bevindt zich volledig binnen deze contour.

3.5.4 Water en klimaat Uitvoeringsagenda Klimaatadaptief Groningen 2020-2024 In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptief Groningen 2020-2024 heeft de gemeente Groningen haar ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn uitgewerkt. De relevantie voor ‘De Nieuwe Held’ ligt vooral in dat wat het beleid definieert in relatie tot hitte en wateroverlast: • Hitte: ten minste 50% schaduw aan op locaties waar mensen samenkomen en langs de verwachte loop- en fietsroutes, bij voorkeur door bomen. Realisatie koele verblijfsplekken op maximaal 300 meter van elkaar. Bij nieuwbouw rekening houden met de plek van de gebouwen en de straten ten opzichte van zon en voorkomen dat de overheersende windrichting wordt geblokkeerd. • Wateroverlast: Bij integrale gebiedsontwikkelingen wordt een (piek)bui van 111 mm/uur leidend geacht (nb. Het rijk adviseert een piekbui van 70 mm/uur, het waterschap een piekbui van 90 mm/uur). Water vanaf particulier terrein mag niet leiden tot schade of overlast bij omliggende percelen. Maatregelen voor berging, infiltratie en afwatering bij voorkeur ‘groen’ invullen. De benodigde investering moet in verhouding staan tot de verwachte economische schade door wateroverlast’. De regels met betrekking tot hemelwater waren in de hemelwaterverordening vastgelegd en zijn in 2025 opgenomen in het omgevingsplan.

Ze leggen vast hoe op private kavels moet worden bijgedragen aan het voorkomen van wateroverlast. De regels geven aan dat op kavels <250 m2 géén waterberging hoeft te worden gerealiseerd. Voor grotere kavels geldt een minimale waterberging van: • 70 l per m2 verharding in ‘gebieden’ >2.000 m2, • 40 l per m2 verharding op ‘percelen’ van 1.000-2.000 m2 en • 20 l per m2 verharding op ‘percelen’ va 250-1.000 m2. Het omgevingsplan legt vast dat er voor gebiedsontwikkelingen een ‘hemelwaterbergingsplan’ moet worden gemaakt waarin wordt omschreven hoeveel berging er wordt aangelegd en op welke manier dit zal gebeuren. In dit plan staan afspraken over de toedeling van de totale opgave en afspraken over het beheer en het in stand houden van de hemelwaterberging. Tevens moet dit plan helderheid bieden over hoeveel hemelwater er op particuliere kavels moet worden geborgen. Per deelplan zal een hemelwaterbergingsplan moeten komen waarin wordt omschreven hoeveel berging er wordt aangelegd en op welke manier dit zal gebeuren. Dit vormt dan – in plaats van de regels- een toetsingskader voor VTH voor vergunningsaanvragen (BOPA’s) in dit gebied.

3.5.5 Archeologie en erfgoed Archeologie Het Verdrag van Malta (1992) vormt de Europese basis voor archeologiebescherming en stelt dat archeologische waarden zoveel mogelijk behouden moeten blijven in de bodem, er vroeg in de ruimtelijke ordening rekening mee gehouden moet worden en 19

dat de veroorzaker van schade de kosten van onderzoek en opgravingen moet betalen. Op nationaal niveau is het beleid voor erfgoed vastgelegd in de Erfgoedwet (2017). De gemeente Groningen heeft haar archeologische waarden beschermd in het omgevingsplan middels een thematische omgevingsplanwijziging in 2025. Daarin hebben de gebieden op onderstaande kaart de aanduiding ‘aandachtsgebied archeologische verwachting’ gekregen. Binnen dat aandachtsgebied vallen meerdere niveaus van bescherming: • Gemeentelijke archeologische monumenten: Leegeweg 6 en de percelen rondom Friesestraatweg 422 (het Hooihuis). Deze waren vanaf 2016 met een aanwijsbesluit conform de Erfgoedverordening beschermd en maken deel nu uit van het (tijdelijk) omgevingsplan; • Archeologische percelen: op grond van eerder onderzoek is vastgesteld dat hier archeologische waarden in de grond zitten. Daarom is náder onderzoek verplicht bij ingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld; • Archeologische zone: voor deze gebieden geldt dat er een hoge verwachting is dat er zich archeologische waarden in de grond bevinden. Bij ingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld dient de archeologische waarde nader te worden bepaald.

Binnen het gebied van het omgevingsprogramma ‘De Nieuwe Held’ bevinden zich geen archeologische zones, deze bevinden zich wel direct grenzend aan het gebied; • Net buiten het plangebied liggen twee archeologische rijksmonumenten.

20

Figuur 5 Archeologie in en om ‘De Nieuwe Held’, bron: gemeente Groningen In 2025 heeft aanvullend archeologisch onderzoek plaats gevonden. De resultaten daarvan en consequenties voor het plan ‘De Nieuwe Held’ zijn toegelicht in paragraaf 5.5.5.

Gebouwd erfgoed De gebouwde cultuurhistorische waarden zijn beschermd in het bestemmingsplan Gebouwd Erfgoed. Het Hooihuis (Friesestraatweg 422) is als gemeentelijk monument 21

aangewezen. De boerderij ter plaatse van Leegeweg 6 is als karakteristiek gebouw aangewezen. Daarnaast is er een ‘Cultuurhistorische Waarden Kaart’ die breed zicht geeft op erfgoed waarden, inclusief de waarden die (nog) niet beschermd zijn. De beschermde archeologische en cultuurhistorische erfgoed waarden in en om het plangebied ‘De Nieuwe Held’ zijn op bovenstaand kaartje verbeeld, met duiding welke wel en (nog) niet planologisch beschermd zijn.

Figuur Gebouwd erfgoed ‘De Nieuwe Held’, bron: gemeente Groningen

3.5.6 Duurzaamheid en energie Duurzaam Bouwen Het Rijk stelt strikte eisen aan duurzaam bouwen, waarbij de focus ligt op energieprestaties en de milieubelasting van materialen. Deze regels zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Nieuwbouw moet voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Via de Milieuprestatie 22

Gebouwen (MPG) worden eisen gesteld aan de milieubelasting is van de gebruikte materialen over de gehele levenscyclus van een gebouw. Deze worden vanaf 1 juli 2026 voor woningen aangescherpt naar een grenswaarde van 0,5 (voorheen 0,8). Dit dwingt bouwers tot het gebruik van duurzamere, hernieuwbare of gerecyclede materialen (circulair bouwen). De Europese Richtlijn EPBD IV vereist dat nieuwe overheidsgebouwen per 2026 emissievrij moeten zijn. Er komt een verplichting voor het installeren van zonne-energiesystemen op nieuwe gebouwen en bij ingrijpende renovaties en strengere eisen voor laadpalen bij parkeergelegenheden van gebouwen. Het Rijk stimuleert het gebruik van biobased materialen (zoals hout) via het programma 'Bouwen met Toekomst' om de CO2-uitstoot van de bouwsector verder te verlagen. De gemeente heeft geen beleid apart voor duurzaam bouwen. Dit komt terug in divers ánder beleid (energie, wonen, leefkwaliteit) en krijgt i.r.t. ‘bouwen’ aandacht in de ‘Routekaart circulaire economie’. Daarin wordt aangegeven dat Groningen de ambitie van het Rijk volgt: de gemeente wil in 2050 volledig circulair zijn en in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen halveren. Acties zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma bij de routekaart (2023-2026). Deze zijn vooral gericht op stimuleren, kennis delen, ervaring opdoen.

Energie Routekaart ‘Groningen CO₂-neutraal’ Het rijksbeleid in Nederland gaat uit van de ambitie om in 2050 een energievoorziening te hebben die (bijna) 100% duurzaam is. In 2030 moet 27% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komen. De gemeente Groningen heeft haar energiebeleid in 2018 uitgewerkt in de Routekaart ‘Groningen CO2-neutraal’. Die geeft uitwerking aan de ambitie om in 2035 CO2-neutraal te zijn en is daarmee fors ambitieuzer dan het rijk. In 2025 is de routekaart geüpdatet. Er is geconstateerd dat CO2-neutraal in 2035 moeilijk haalbaar is, mede omdat de landelijke ambitie gericht is op 2050. De gemeente wil blijven voorlopen op het landelijk gemiddelde en verlegt de focus naar datgene waar de gemeente zélf maximaal invloed op kan hebben. De meeste relevantie voor ‘De Nieuwe Held’ is te vinden in de beleidsambities voor de gebouwde omgeving: • Aanleg warmtenetten (vooral in bestaande wijken), collectieve WKO-systemen in nieuwbouwwijken samen met Warmtestad BV; • Bijdragen aan realisatie van voldoende capaciteit in transport en opslag van elektriciteit i.s.m. Enexis en TenneT; • Aardgasvrij en dus nieuwbouw aardgasvrij.

3.5.7 Milieu en veiligheid Geluid Als uitvloeisel van de EU-richtlijn Omgevingslawaai moeten gemeenten met meer dan 100.000 inwoners om de vijf jaar geluidkaarten en een actieplan voor omgevingslawaai opstellen. Op de kaarten staat wat de geluidbelasting is, in het actieplan staat wat de gemeente eraan kan en wil doen. Geconcludeerd wordt dat de geluidbelasting in Groningen vrijwel geheel bestaat uit wegverkeerslawaai. Voor nieuw te bouwen woningen wordt geluidbeleid opgesteld dat integraal onderdeel wordt van het omgevingsplan. Het doel van die regels is te bereiken dat bij alle nieuwe geluidgevoelige gebouwen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 23

Geur In het verleden zijn tussen provincie en gemeente en COSUN afspraken gemaakt over geur in het IMR-convenant. Dat liep af in 2024 en voldoet niet aan de Omgevingswet. Met het vervallen van het IMR-convenant ontbreekt een bestuurlijk kader voor geur in de westflank. Op grond van de Omgevingswet ligt de verantwoordelijkheid voor deze integrale afweging primair bij de gemeente. De gemeente beoogt in de westflank een groot deel van haar woningbouwopgave te realiseren en dat maakt het extra noodzakelijk om dit geurbeleid op te stellen. Het geurbeleid biedt een afwegingskader voor geur en beschouwt gezondheid, leefkwaliteit en bestaande economische activiteiten in samenhang. Het vormt een richtinggevend kader voor ruimtelijke besluiten en is bedoeld om duidelijkheid te bieden over de aanvaardbaarheid van geurbelasting bij stedelijke ontwikkeling, met respect voor bestaande vergunde rechten van bedrijven. Het wordt opgesteld in 2026 en moet voorkomen dat woningbouw en gebiedsontwikkeling stagneren door onzekerheid of juridische procedures. Luchtkwaliteit, externe veiligheid en licht Voor de aspecten luchtkwaliteit en externe veiligheid wordt momenteel beleid opgesteld door de gemeente. Onduidelijk is wanneer vaststelling wordt verwacht. Voor het aspect licht is voor zover bekend geen beleid in ontwikkeling.

Bodem De Nota bodembeheer 2021 geeft invulling aan lokale regels voor het hergebruik van grond. De gemeente Groningen wil in haar bodembeleid zoveel mogelijk de maximale hergebruiksmogelijkheden van grond blijven faciliteren zoals ze dat in de afgelopen jaren heeft gedaan. Voorafgaand aan het opstellen van de Nota zijn de bodemkwaliteitskaarten in regionaal verband geactualiseerd. Als gevolg van deze samenwerking en de nieuwe resultaten zijn een aantal aanpassing doorgevoerd. De belangrijkste aanpassing betreft de verzwaring en hergebruiksnormen voor de stofgroep PFAS. De uitgangspunten van de Nota Bodembeheer 2021 zijn leidend voor de bodemkwaliteit in het ontwikkelgebied ‘De Nieuwe Held’. De bodemkwaliteit dient hieraan te voldoen.

3.5.8 Sociale veiligheid en gezondheid

De ‘Healthy Aging visie’ en de nota ‘Groningen Gezond’ verwoorden het beleid voor gezondheid van de Gemeente Groningen. De relevantie voor ‘De Nieuwe Held’ zit in de zes kernwaarden voor een gezonde leefomgeving die daarin centraal staan: Actief Burgerschap, Bereikbaar Groen, Actief Ontspannen, Gezond Verplaatsen, Gezond Bouwen en Gezonde Voeding.

24

4 Huidige en gewenste situatie 4.1 Inleiding

In de ‘Gebiedsvisie ‘De Nieuwe Held’’ (opgenomen in bijlage I) zijn de uitgangspunten voor de ontwikkeling van ‘De Nieuwe Held’ uitgebreid verbeeld en toegelicht. De Gebiedsvisie maakt integraal onderdeel uit van dit omgevingsprogramma. In dit hoofdstuk is de gebiedsvisie samengevat. Dit hoofdstuk beschrijft eerst de huidige situatie en hoe deze historisch gegroeid is. Vervolgens wordt de gewenste situatie toegelicht. Deze bevat eerst de visie en ambities in lijn met de omgevingsvisie. Vervolgens wordt de stedenbouwkundige visiekaart toegelicht én de ‘functiekaart’, die onderdeel is van dit omgevingsprogramma. Dan volgt een toelichting van de belangrijkste planonderdelen.

4.2 Historie en huidige situatie Historie ‘De Nieuwe Held’ is een relatief laaggelegen gebied, aan de westkant van de stad Groningen. Het landschap bestond vroeger voor een belangrijk deel uit hoogveen, dat na ontginning is ingezakt waarna het overspoelt is geraakt door de zee vanuit het noorden. In het plangebied ‘De Nieuwe Held’ bevinden zich enkele noord-zuid lopende natuurlijke geulen/kreken. Daardoor kwam af en toe de zee oprukken. Op enkele plekken zijn die geulen nog herkenbaar als lichte verlagingen in het landschap. De bodem bestaat uit overwegend kleigronden in het noorden en meer venige bodems ten zuiden. Langs de geulen groeiden relatief hoog gelegen zandige oeverwallen. Op die hogere, drogere plekken ontstond overal in Groningen bewoning, ook bij ‘De Nieuwe Held’. Rondom de Held zien we dat terug in een reeks van wierden langs het (voormalig) getijderiviertje de Hunsinge. Daar was al vanaf het begin van de jaartelling bewoning mogelijk. De huidige verkaveling is een restant van de ontginning, waarbij de Zijlvesterweg en de omgeving Dorkwerd als ontginningsbases hebben gediend. We zien een strokenen blokverkaveling, met de Leegeweg, de Kerkstraat en Friesestraatweg als oude lijnen. De belangrijkste bebouwing die ontstond bij ‘De Nieuwe Held’ is ’t Hooihuis, stammend uit de middeleeuwen.

’t Hooihuis lag op de westelijke oeverwal van zo’n natuurlijke geul en is belangrijk geweest voor de indeling en machtsverhoudingen in het gebied. Het ligt precies op de lijn tussen de kerktorens van Eelde en Dorkwerd en dat is niet toevallig. Ten zuiden en oosten van het Hooihuis lagen enkele boerderijplaatsen uit de 11e en 13e eeuw, ook op een oeverwal langs een natuurlijke geul. We vermoeden dat deze in de 15e en 16e eeuw niet bewoond waren en vanaf de 18e tot eind 19e eeuw opnieuw. Toen is de boerderij verlaten en deels afgebroken. Tot aan ongeveer de Tweede Wereldoorlog waren alleen de oude ontginningsassen en het dorp Hoogkerk bewoond, met industrie aan het Hoendiep. Dat veranderde vanaf de jaren zestig door de bouw van de grote wijk Vinkhuizen. In de jaren negentig ging de verstedelijking verder, met de aanleg van de wijken De Held I en 25

Gravenburg. Deze wijken zijn niet sterk geënt op het landschap terplekke. De oude linten en lijnen zijn bij alle stedelijke ontwikkeling wél bewaard gebleven. Huidige situatie - ruimtelijk ‘De Nieuwe Held’ ligt aan de westzijde van de stad Groningen, aan de noordwestelijke stadsentree, als landelijk ‘relict’ in een zich steeds verder verstedelijkende omgeving. De middeleeuwse verkaveling is in grote delen van De Held nog intact. Ook de Leegeweg en enkele oude boeren erven zijn nog aanwezig, met bebouwing die vaak al eeuwen oud is. Het plangebied wordt op dit moment vrijwel uitsluitend gebruikt als landbouwgebied en heeft daarnaast een functie als weidevogelgebied. Veel verbindingen voor de auto en de fiets stoppen momenteel abrupt in/om ‘De Nieuwe Held’. De huidige randen zijn heel verschillend. Soms een stenige harde kade, met voorkanten, soms achtertuinen aan een sloot - groen of minder groen - en soms een zorgvuldig ontworpen brede groene park-rand met een voet- of fietspad erin. In hoofdstuk 5 wordt per omgevingsaspect beschreven wat de gewenste situatie is met daaraan gekoppeld de invloed van het plan op de omgeving.

Figuur 6 Luchtfoto plangebied (bron: gemeente Groningen)

26

4.3 Visie en plan Gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie ‘De Nieuwe Held’ is één van de locaties waar annex aan de NOVEX en de regionale verstedelijkings-strategie de woningbouwopgave in de Regio Groningen Assen, moet worden gerealiseerd. ‘De Nieuwe Held’ draagt stevig bij aan de grote woningbehoefte in Groningen met de realisatie van 1.850 woningen. Het plan voor ‘De Nieuwe Held’ gebruikt de hoofdprincipes uit de omgevingsvisie als leidraad. Het is een voorbeeld van inbreiding binnen de grenzen van de al vanaf 1996 in de Structuurvisie ‘Stad op scherp’ vastgelegde contouren van bebouwd gebied en past als zodanig binnen de ambitie van de compacte stad. Nabijheid, leefkwaliteit en gezondheid zijn centrale ruimtelijke principes voor de ruimtelijke en programmatische opzet. Het wordt een woonwijk mét voorzieningen op loop- en fietsafstand. En een wijk voor iedereen, met onder meer sociale en betaalbare woningbouw.

Visie De visie op ‘De Nieuwe Held’ gaat uit van twee basisprincipes: • Buitenleven in de stad: met een openbare ruimte en bebouwing die een duurzaam, ingetogen en groen karakter heeft; • Gericht op zowel het ‘buiten’ als het samen léven: in woonbuurten van beperkte omvang, waar je je buren kent, met meerdere generaties per buurt, aan of nabij gezamenlijk groen, dat (deels) samen gebruikt en ingevuld wordt; • Verbinding: de wijk legt verbinding met omliggende wijken en buurten door groenstructuren, langzaam verkeersroutes en doordat het, het nieuwe centrum, het sportpark en de scholen óók omliggende buurten bedienen en verbinden. Plan De hoofdopzet van het plan kenmerkt zicht door: • Groen en landschap als plandrager Groen en landschap vormen op alle schaalniveaus de kernkwaliteit van het plan ‘De Nieuwe Held’. Op het hoogste schaalniveau is dat een groene, landschappelijke contramal, die alle woonbuurten in ‘De Nieuwe Held’ omgeeft en de overgang vormt naar omliggende buurten. • Wierden ‘De Nieuwe Held’ krijgt overzichtelijke woonbuurten, vormgegeven als ‘wierden’ rondom een groen hart. Elke wierde ligt iets hoger dan de contramal en is als ensemble herkenbaar. Door hun beperkte omvang krijgen bewoners een duidelijk adres en wordt massaliteit voorkomen. Zo ontstaan sociale buurtschappen met ruimte voor ontmoeting.

• Centrum voor omliggende wijken ‘De Nieuwe Held’ krijgt een wijkcentrum, óók voor omliggende wijken. Het centrum zorgt voor verbinding, krijgt een kadeplein, een supermarkt, ondersteunende winkels en zorgvoorzieningen. • Complete wijk, inclusief sport, voorzieningen ‘De Nieuwe Held’ wordt een gemengde wijk, met meer dan alleen wonen. De wijk krijgt winkelvoorzieningen, twee extra basisscholen, een nieuw complex van sportvelden, zorgvoorzieningen en een buurtcentrum. Voor de maatschappelijke voorzieningen, zoals een buurtontmoetingsfunctie, wordt gekeken welke locatie het 27

meest geschikt is. Dit kan bijvoorbeeld in combinatie met het sportpark of binnen het wijkcentrum. Ook komt er in de wijk ruimte voor atelierwoningen en/of werk aan huis. • Voetganger en fietser centraal ‘De Nieuwe Held’ is ontworpen voor de fietser en voetganger: woonstraten zijn ingericht als leef-straten, met minimale verharding. Parkeren gebeurt op de eigen kavel, in parkeerhavens aan buurtentrees of op andere minder gevoelige plekken in de buurt. Buurten zijn onderling en via de contramal voor fietsers en voetgangers optimaal verbonden en er komen meer en betere fietsverbindingen richting Vinkhuizen, Reitdiephaven, Hoogkerk en de binnenstad. • Boulevard een verbindend onderdeel Door ‘De Nieuwe Held’ loopt een boulevard die de wijk verbindt met omliggende buurten, de N355 en Vinkhuizen, voor de fiets, auto en OV. De boulevard is een verbindend planelement, met rijke boomstructuur, groene bermen en woningen die erop zijn georiënteerd. In het centrum is de boulevard smaller, intiemer en stedelijker. Illustratieve plankaart Onderstaande illustratieve plankaart verbeeldt de gebiedsvisie voor ‘De Nieuwe Held’. Hij duidt de meer stedelijke/compacte bebouwing in het centrale centrumgebied en de wat lossere bebouwing op de landschappelijke wierden. Hij bevat een indicatieve verkaveling en laat zien dat in elke buurt ‘groen’ centraal staat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5420/documents/92815