Bijlage 1 MER Meerstad-Noord zienswijze anoniem.pdf
Tekst van het document
Zienswijze op het Ontwerp MER Meerstad-Noord 721067 | V2.0
Lageland, 8 november 2022
Geachte mevrouw, meneer,
Hierbij stuur ik u onze zienswijze op het Ontwerp MER Meerstad-Noord. In de zienswijze wordt dit verder de MER genoemd.
Met vriendelijke groet,
1
p.1
Onderbouwing van de MER
Wat is de zin van deze MER als de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid niet in twijfel worden getrokken? De plannen voor het zonnepark zijn gebaseerd op studies waarin oorspronkelijk 810 MW energie opgeleverd worden. 310 MW op daken en 500 MW op het land. Als er in zo’n korte tijd nu 450 MW energie op daken opgeleverd kan worden. 1. Waarom worden de doelstellingen van zonneparken op land niet bijgesteld naar een kleiner areaal, nu er meer energie op daken kan worden opgewekt? 2. Waarom wordt niet gekeken naar een combinatie van energieopwekking en ander landgebruik? Zodat het land minder belast wordt? p.1
Hoogspanningsstation Enexis en Tennet verbindingen
In dit document wordt voor het eerst aangegeven dat het hoogspanningsstation (HS-MSS) permanent wordt. Uit het gesprek met Tennet en Enexis op de inloopavond op 26 oktober bleek dat de gemeente de locaties voor dit HSMSS heeft aangedragen. En dat er voor Tennet ook andere mogelijkheden zijn. 3. Zou u willen onderbouwen wat de beweegredenen voor de gemeente Groningen zijn voor de keuze van de locaties van het HS-MSS? 4. Zou u willen onderbouwen met welke onderbouwing het HS-MSS in het elektriciteitsnetwerk van Tennet en Enexis wordt opgenomen? p.2
Groene Buffer/ecologische plus
In deze MER is ”een gebied te realiseren, met een verbetering van natuur, waterberging en recreatie, een hoofddoel geworden”. 5. Zou u kunnen aangeven waar u deze hoofddoelen vandaan heeft? 6. En wie deze hoofddoelen bepaald heeft? p.3
Een opstijgpunt
Er is sprake van een opstijgpunt. 7. Zou u kunnen aangeven hoe de zonne-industrie aan het elektriciteitsnet wordt gekoppeld? 8. En hoe het HS-MSS aan het elektriciteitsnet wordt gekoppeld? Al deze koppelingen zijn, zoals wij hebben begrepen, ondergronds. p.4
MER HS-MSS
Wij nemen aan dat er vóór de bouw van het HS-MSS opnieuw een MER wordt gemaakt. Omdat dit de onderbouwing van een bestemmingsplanwijziging is. 9. Is dit correct? p.4
De 110 kV-verbindingen maakt deel uit van de gehele installatie. 10. Waarom neemt de gemeente de 110kV kabel aanleg niet mee voor de MER als veel aspecten van de MER op vrijwillige basis zijn?
2
p.5
PlanMER 11. Waarom wordt in de plan MER de hoogte en de grootte van de zonnetafels niet meegenomen?
p.19
Gemeente Groningen
12. Hoe komt u aan de bewering: “In het kader van Masterplan 2.0 wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor kleinschalige woningbouw aan de randen van het gebied. Woningbouw zal niet ten koste gaan van het zonnepark.”? 13. Mag het voornemen van woningbouw dan wel ten koste gaan van natuur en waterberging? In de Gebiedsvisie is de strook tussen zonnepark en het Slochterdiep aangewezen als ecologische verbinding, in de Gebiedsvisie (2021) is geen woningbouw opgenomen. In de Antwoordnota inspraakreacties Gebiedsvisie Meerstad Noord 18-3-2021 zegt de gemeente alleen in de zuidwesthoek een beperkt aantal woningen te bouwen. (Reactie 26-27-28-29 nmr.3) 14. Waarom wordt de woningplanning uit de Gebiedsvisie met Antwoordnota als beleidsdocument in deze MER niet gebruikt? p.20
Conclusie beleidskader
Het is heel vreemd de conclusie te trekken dat de geplande zonne-industrie past in het beleidskader. In de aangenomen Tweede Kamer motie van Dik-Faber, de Zonneladder, past dit gemeentelijke beleid niet. Hierin wordt gesteld dat landbouwgrond pas benut mag worden als alle andere opties volliggen. De gemeente conformeert zich toch aan het Rijksbeleid? Uit het gemeentelijke beleid blijkt dat daken veel meer mogelijkheden bieden dan eerder gedacht. Zie de verschillen tussen de beleidsdocumenten. De daken in Groningen liggen alles behalve vol. 15. Hoe kunt u uw conclusie dat het voornemens in het beleidskader past onderbouwen? Het is heel vreemd om uit te gaan van beleidsdocumenten als er niet gekeken wordt naar de onderbouwing van dit beleid. p.21
Doelstellingen
De doelstelling van het project in Meerstad-Noord veranderen per document. 16. Zou u kunnen onderbouwen waar de doelstellingen die u aangeeft vandaan komen? 17. Hoe komt u bij de doelstelling dat het plangebied zo maximaal mogelijk benut moet worden? Dit komt niet overeen met eerder beleid zoals in de Gebiedsvisie. Wilt u dit toelichten? 18. Zou u willen onderbouwen waar de doelstelling van het HS-MSS vandaan komt? Wij hebben al zo vaak aangegeven dat de polder in Lageland door het gemeentelijke beleid verwaarloosd is en als mestdump wordt gebruikt. 19. Waarom blijft u deze situatie als beginsituatie zien? p.21 “Projecten met woningen in dit deel van het plangebied zouden zodanig zwaarwegend negatief scoren ten opzichte van Meerstad-Noord (wegens met name geluid en het zicht van door het zonnepark omringde woningen) dat deze bij voorbaat worden uitgesloten.” 20. Zou u deze zin willen uitleggen? 21. Wat zijn de consequenties van deze zin voor de huidige bewoning? 22. En wat zijn de consequenties voor de bewoning die gepland wordt in het gebied? 3
p.22
Beleid van de gemeente
Zoals we al op eerdere beleidsdocumenten hebben aangegeven heeft de gemeente Groningen haar eigen ‘ladder’ gemaakt. Deze ladder heeft in gedachtegoed niets te maken heeft met de ladder zoals weergegeven in het rijksbeleid. De gemeente Groningen heeft de polder door haar eigen beleid van verwaarlozing gedegradeerd tot ongebruikt terrein, pauzelandschap. En niet tot de landbouwgrond die het was. 23. Waarom blijft u van dit beleid uitgaan? 24. Waarom stelt u geen hoger doel? p.23
Alternatieven
25. Zou u willen aangeven hoe de keuze voor deze alternatieven onderbouwd is? p.24
Milieueffecten
De gemeente Groningen wordt in het oostelijke deel vanaf Haren tot ten Boer omgespit. 26. Waarom worden deze projecten in de gemeente Groningen als afzonderlijke projecten bekeken en niet integraal? De effecten zijn immers wel integraal. p.24
Ruimtegebruik
Meerstad-Noord wordt door de gemeente aangemerkt als pauzegebied. Alternatief 2 ligt, volgens de definitie van de gemeente, ook in het pauzelandschap (omdat ook daar door de economische crisis van 2008 woningbouw is komen te vervallen). 27. Wilt u dit corrigeren en daarop dan uw conclusies trekken? p.24
Elektrische aansluiting
28. Zou u willen onderbouwen waarom de alternatieve locatie 1 slechter scoort voor de aansluiting en de (maatschappelijk te dragen) aansluitkosten hier vele malen hoger liggen? Het voorgestelde alternatief ligt immers bij de verbinding van Vierverlaten naar de Eemshaven. Op een 380kV kan ook een 110kV kabel komen te liggen. Volgens Tennet moet er een nieuwe ondergrondse verbinding worden gelegd langs de noordkant van de stad van Meerstad-Noord naar Vierverlaten. De afstand vanuit alternatief 1 is korter en kan van een bestaande structuur gebruik maken. 29. Welke logica volgt u als u stelt dat ”Deze stations worden op dit moment onbedoeld gebruikt door groene energieprojecten”? 30. Waar zijn deze stations voor bedoeld? 31. En waar (en waarom) worden de daken met zonnepanelen in de stad in de toekomst op aangesloten? p.25
Tabel 3.1
Uw score wordt bepaald door de term pauzelandschap en de aansluiting op het elektriciteitsnet. Gezien onze vragen zijn bij deze conclusies vragen te stellen. In de bijeenkomst op 26 oktober werd ons verteld dat er een ondergrondse kabel van het HS-MSS in Meerstad-Noord naar het station in Vierverlaten moet komen omdat de afvoer via de 110kV hoogspanning niet genoeg is. 32. Zou u, met deze informatie en de antwoorden op onze vragen, uw keuzen voor de alternatieven willen onderbouwen? 33. En nog eens zorgvuldig naar de tabel willen kijken? 4
p.27
Zonnepark en HS Station
34. Zou u kunnen bevestigen dat de bekabeling, die voor de zonne-industrie in Meerstad-Noord, het HS-MSS en de verbinding naar de Vierverlaten locatie moeten worden aangelegd, ondergronds zullen gaan? p.27
Natuur
Hoe kan het dat de gemeente geen doelstelling heeft voor het verhogen van de natuurwaarden tussen de zonnepanelen in deze afweging. 35. Wilt u de keuze om wel of geen doelstelling voor natuurwaarden in de zonne-industrie als positieve of negatieve factor meenemen in het beoordelen van de geschetste alternatieven? p.28
Ontwikkeling van alternatieven
36. Kunt u aangeven met welke onderbouwing/redenen de locaties voor het HS-MSS zijn bepaald? 37. Kunt u aangeven wat de onderbouwing is van de varianten 175, 150 en 125 ha? 38. Kunt u aangeven waarom u de grootte van de tafels niet als variant meeneemt? 39. In het recente verleden is een grens van max. 200MW (opgesteld vermogen, zie de Gebiedsvisie) gesteld voor het zonnepark, hoe is dat meegenomen in de uitgangspunten voor deze MER. p.29/30
Huidige situatie
40. Kunt u aangeven waarom u Swiss Combi en de recente nieuwe waterzuiveringstap niet heeft meegenomen in de beschrijving van de huidige situatie? 41. Zijn er dan andere activiteiten ook niet meegenomen? p.30
Autonome ontwikkeling
42. Kunt u aangeven hoe de autonome ontwikkelingen doorwerken in de MER? 43. En welke bijstellingen er komen als deze ontwikkelingen niet plaatsvinden? p.31
Masterplan Meerstad 2005
U geeft aan dat “woningbouw met name van invloed is op de beoordeling van het HS-station en het zonnepark”. 44. Hoe verandert de beoordeling als de geplande woningbouw in de plannen van Meerstad 2.0 doorgaat? p.32
Afwegingen voor de vereenvoudiging
Geluid is cumulatief. En de locatie van het geluid ten opzichten van elkaar is bepalend. 45. Hoe onderbouwd u uw stelling “De spanningsomvormers van de zonnepanelen maken weliswaar geluid, maar ten opzichte van het geluid van de transformatoren in het HS-station is de bijdrage relatief gering.”? Oriëntatie van zonnepanelen heeft te maken met zoninval, de kans die de zon krijgt om onder de panelen te schijnen.
5
46. Hoe onderbouwt u uw bewering dat oriëntatie geen invloed heeft op natuurwaarden onder en tussen panelen? Veel woningen en andere zichtlijnen staan zijn hoger dan de panelen. 47. Hoe onderbouwt u de bewering dat “variatie in hoogte, oriëntatie en onderlinge afstand van de zonnepanelen zijn gezien de afstand naar de woningen” niet onderscheidend is? 48. Wat is de invloed van de hoogte, oriëntatie en onderlinge afstand van de panelen op de bodem en dus indirect op de woningen? “De locatie van het HS-station is voor het onderwerp water en bodem niet onderscheidend” 49. Waarom? De hoogte van de zonnepanelen heeft wel een effect op de energieopbrengst als deze uitgedrukt wordt in CO2. Het heeft bijvoorbeeld effect op de bodem en op meervoudig bodemgebruik. 50. Op welke basis trekt u uw conclusie? 51. En hoe wordt de energieopbrengst uitgedrukt? p.39
Schaalniveaus plangebied
52. Waarom zou de beoordeling van de bodem en ecologie, vervuiling, veiligheid, grondwater, oppervlaktewater binnen en buiten het plangebied anders worden beoordeeld? p.40
Landschappelijke structuren
Een verkavelingsstructuur heeft een oorzaak, een geschiedenis, een bedoeling. 53. Van welke verkavelingsstructuren wordt in deze MER uitgegaan? 54. Vóór of van ná de ruilverkaveling? 55. En waarom? De polder is niet vlak. 56. Wat is de invloed van het niet-vlak-zijn van de polder op de conclusies die u trekt over de zichtbaarheid, herkenbaarheid van de opstelling? Vele zichtpunten kijken vanaf 2 meter of hoger op de polder. 57. Wat is de invloed van de hoge zichtpunten op de openheid en zichtbaarheid, herkenbaarheid? De geplande nieuwbouw langs het Slochterdiep beïnvloedt het zichtbaarheidscriterium (en andere criteria). 58. In hoeverre wordt in de beoordeling de geplande nieuwe bewoning meegenomen? In deze beoordeling wordt gesteld: (zonne-)opstellingen, gebouwen en bouwwerken zijn lelijk. Want hoe meer waarnemers het zien hoe negatiever de beoordeling. 59. Wordt het niet eens tijd om op een andere manier te kijken? p.40
Lichtschittering
Vanuit vele zichtpunten ligt de polder, en dus de zonnepanelen, lager. 60. Hoe is de schittering beoordeeld door deze ligging van de polder? 6
61. Wat is het effect van de lage ligging voor de scheepsvaart en het wegvervoer in, langs het Eemskanaal en Slochterdiep? p.41
Huidige situatie
U beschrijft” iets hoger voor de wegen langs de randen van het plangebied”. Iets is 2 meter en meer op vele plaatsen. Ook huizen liggen hoger ten opzichte van de polder. Zie eerder opmerkingen hierover. 62. Wat zijn hier van de effecten? p.42
Verkaveling
Eerdere schetsen hebben laten zien dat de opstelling van de panelen in relatie tot de zichthoek een grote invloed hebben op de beleving van een zonne-industrie. 63. Waarom hebt u dit niet meegenomen in uw overwegingen en kijkt u alleen naar verkaveling? 64. Hoe denkt u dat struweel en opschot het zicht op zonnepanelen wegneemt als er van 2 meter hoogte op de polder wordt gekeken? U schrijft alsof het niet toegankelijk zijn van het gebied een negatieve connotatie heeft. Echter het was altijd een landbouwgebied en niet-toegankelijk hoort daarbij. 65. Waar gaat het openstellen van het gebied ten koste van? 66. Hoe neemt u dit mee in de weging? p.43
Effect op de omgeving
U stelt “Het zonnepark heeft over het geheel genomen een positief effect op de bestaande landschappelijke structuren”. 67. Wat is positief aan het feit dat de bestaande structuren worden overgenomen of versterkt door een zonne-industrie? Maar belangrijker (zie ook opmerkingen op bij p.40 en 42): 68. Wilt u eerst de vraag beantwoorden: Wat is en was het doel van deze structuren? 69. Is het versterken van deze structuren wenselijk? U stelt: “Onderlinge afstand, oriëntatie en hoogte van de opstellingen hebben op dit schaalniveau weinig tot geen invloed op de landschappelijke structuren, ervan uitgaande dat de oriëntatie van de panelen parallel aan bestaande richtingen dan wel haaks daarop is (en dus niet pal zuid of pal oostwest). De belangrijkste reden hiervoor is de (grote) afstand tot de assen en plekken van beleving”. 70. Wilt u onderbouwen hoe u tot deze conclusie komt? Met welke getallen u rekent? De foto’s in figuur 5.5 geven een vertekend beeld van de werkelijkheid. Wij hebben dit al menig keer aangegeven bij meneer Hamstra en bij de Imagineers. En toch gebruikt u deze foto’s weer. 71. Hoe vaak moeten wij aangeven dat deze beelden de werkelijkheid niet weergeven? 72. Zou u kunnen aangeven waarop u uw beweringen heeft gebaseerd? 73. Zou u de afbeeldingen bij figuur 5 willen geven die het beeld geeft van de werkelijkheid? 74.
En als u uw beweringen heeft gebaseerd op deze beelden. Zou u dit dan willen bijstellen? Kom eens langs met uw beelden.
7
p.44
In werkelijkheid kunnen we niet “inzoomen en uitzoomen”.
75. Dus nogmaals zou u een foto kunnen bijvoegen die de werkelijkheid aangeeft? 76. En zou u tevens foto’s kunnen bijsluiten die een idee geven vanuit het hogere perspectief? U geeft een positieve tot zeer positieve beoordeling voor landschappelijke inpassing. 77. Zou u willen onderbouwen op grond van welke gegevens u tot deze conclusie komt? U stelt: “Vooral vanwege de grote afstand tot de waarnemer hebben op dit schaalniveau onderlinge afstand, oriëntatie en hoogte van de opstellingen weinig tot geen onderscheidende invloed op de openheid.” 78. Wilt u deze bewering onderbouwen met werkelijke foto’s vanuit de verschillende (en ook hoogte-) perspectieven zodat u aangeeft wat in werkelijkheid gezien wordt? p. 45
Figuur 5.6.
-
Ook hier geldt: zou u de foto’s willen bijsluiten die de werkelijkheid weergeven?
Lichtschittering. Op p 40 is dit al ter sprake gekomen. Nogmaals. 79. Zou u willen aangeven op welke plekken, wat en wanneer dit te zien is? 80. Heeft u in uw berekeningen ook gekeken naar de hoogteverschillen in de polder? 81. En de hoogte verschillen met de wegen en de huizen om de polder? p.46
landschappelijke structuren
U stelt: “Ook op het schaalniveau van het plangebied zelf (en daarbinnen) heeft het zonnepark over het geheel genomen een positief effect op de bestaande landschappelijke structuren.” 82. Waarom? U stelt: Daar waar zonnevelden gelijk zijn qua opstellingsprincipe werkt dit versterkend op de herkenbaarheid (positief effect), maar daar waar verschillende richtingen en ordeningen samenkomen (in het centrale deel) heeft dit juist een negatief effect. Beide effecten zijn tegengesteld en vallen min of meer tegen elkaar weg. Hierdoor is het effect op dit schaalniveau gelijk beoordeeld met het effect op het hogere schaalniveau. De gemiddelde variant scoort opnieuw zeer positief (++), de beide andere varianten opnieuw positief (+). 83. Waarom heft het positieve effect een negatieve op? Het zijn immers twee verschillende grootheden. 84. Hoe kunt u dan stellen dat effecten tegen elkaar wegvallen? 85. Kunt u dit met beelden duidelijk maken? 86. Hoe kunt u stellen dat het effect hetzelfde is als op hoger schaalniveau? 87. Hoe kunt u dan concluderen dat het effect positief is? U stelt: “De hoogte, oriëntatie en onderlinge afstand hebben op dit schaalniveau nauwelijks een versterkend effect”. Het maakt zeker uit of je tegen de zijkant, de voorkant of de achterkant van een tafel kijkt. Of je er tegen aan kijkt of op. 88. Hoe komt u tot deze conclusies? p.48
Invloed op het landschap 8
89. Waarom wordt de invloed op het landschap van een HS-MSS op de omgeving als positief beoordeeld? 90. Waarom wordt “een hoogspanningsstation als een herkenbaar en samenhangend geheel ervaren? 91. En zeker als de zonne-industrie na 15-20 jaar weg is? 92. Waarom wordt locatie Zuid als meer negatief ervaren? Deze locatie ligt immers ook bij de hoogspanningskabel net als die van Midden en Oost. Weinig tot niets van het HS-MSS gaat schuil in de zonne-industrie. 93. Op welke grond maakt u de bewering dat er iets schuil zou gaan en het dan minder zichtbaar is? 94. En dus op welke grond is er een verschil tussen de locaties? p.49
Tabellen met conclusies
95. Concluderend uit de bovenstaande vragen hoe worden de tabellen 5.1 en 5.2 bijgesteld op grond van uw antwoorden? p.53
Beoordelingskader
Het uitgangspunt in de MER klopt niet. De gemeente heeft de polder de afgelopen decennia geheel verwaarloosd. Door deze verwaarlozing is het schijnbaar logisch om een uitgangspunt van verwaarlozing te nemen. 96. Waarom kunt u geen ambities stellen en in de uitgangspunten uitgaan van de norm van bijvoorbeeld regeneratieve landbouw in uw afwegingen? U schrijft: “door het kiezen van met name een redelijke afstand tussen de zonnepanelen”. 97. Waarom kijkt u niet naar de grootte van de tafels? 98. Naar de hoogte en oriëntatie van de tafels? 99. Naar de hellingshoek van de tafels? p.54
Omvorming naar regeneratieve landbouw
100. Uit welke beleidsdocument komt de inpassing van particuliere landbouwpercelen aan het Slochterdiep? 101. Wat zijn hiervan de consequenties? p.55
De huidige situatie
102. Waarom worden de natuurgebieden in Kardinge en Meerstad niet meegenomen in deze overweging? p.60
Effect beoordeling zonnepark
103. Hoe worden de negatieve effecten op de bodem in de zonne-industrie meegenomen in deze beoordeling? Alle varianten scoren positief omdat u uitgaat van een slechte huidige situatie. Zie onze eerdere opmerkingen over het beleid van de gemeente van verwaarlozing en ambitie. Uw conclusies uit het Wageningen rapport zijn eenzijdig. In het rapport staat ook dat theoretisch er veel mogelijkheden voor vergroting van de biodiversiteit liggen omdat de meeste zonneparken worden aangelegd op terrein waar de biodiversiteit minimaal is. En dat er onder zonnepanelen 9
minder soorten voorkomen dan tussen de panelen. Dat er over de landbouwkundige bodemkwaliteit weinig bekend is. Dat er zorgen zijn. 104.
Zou u kunnen zorgen voor een goede weergave van het rapport dat u aanhaalt?
In de gebiedsvisie wordt een afstand van 3-3,4 meter tussen de panelen gesteld. En er staat dat in het zonnepark minder dan 50% van het oppervlakte wordt voorzien van zonnepanelen. Uit de Wageningen studie haalt u aan “Indien er voldoende afstand (2 meter of meer) tussen de rijen zonnepanelen wordt gehouden kan, in combinatie met het juiste beheer, de kans voor het gedijen van planten- en dierensoorten tussen en onder de zonnepanelen toenemen.”. 105. 106. 107. p.61
Wat is de onderbouwing van de varianten in de MER? Waarom wijkt u af van de Gebiedsvisie? Wat is uw ambitie niveau?
Cumulatie
108. Krijgen de omliggende boeren te maken met de stikstofemissie van de zonneindustrie? 109. Hoe gaat u dit compenseren? Nieuwe wetgeving over stikstof en CO2. 110. Hoe neemt u de recente nieuwe wetgeving ten aanzien van stikstof en CO2 mee in de overwegingen? 111. Hoe neemt u specifiek het win- en maakproces van de zonnepanelen mee? p.63
Referentie van geluid
112. Waarom worden de waterzuivering, Swiss Combi, de wegen en het Slochterdiep niet meegenomen in uw vergelijk? Zie eerdere vraag 113. Hoe worden de autonome ontwikkelingen meegenomen in de berekening? 114. Wat doet u als het werkelijke geluid dat geproduceerd wordt afwijkt van hetgeen op papier vermeld wordt? Volgens de bijlage over geluid rekent u met een rapportage uit 2007. De spanning omvormers maken geluid maar de koeling van deze omvormers zijn juist de grote geluidproducenten. Dit is door meerdere personen uit onze polder geconstateerd bij bijvoorbeeld het zonnepark Roode Haan. Een zeer onderscheidend hoog snerpend continu geluid tot op enkele honderden meters afstand hoorbaar. En duidelijk boven het snelweggeluid waarneembaar. 115. 116.
Wilt u deze geluidsbron meenemen in uw berekening en afwegingen? Wat doet u als personen erge geluidshinder van de nieuwe ontwikkelingen ervaren?
Om duidelijk te maken over welke woningen u het in de verschillende berekeningen heeft. 117. Wilt u bij alle tabellen in hoofdstuk 7 over geluid ook de bijbehorende tekening van het gebied met bewoning geven? Constant geluid heeft een ander effect op de gezondheid dan incidenteel piekgeluid. 118. p.66
Waarom maakt constant geluid geen onderdeel uit van uw onderzoek?
Mitigerende maatregelen
Het is suggestief om te schrijven dat mitigerende maatregelen duur zijn. Mitigerende maatregelen zijn bedrijfsvoering keuzen of beleidsmatige voorwaarden of iets mag of kan. 10
119. p.67
Zou u deze opmerking zodanig willen herschrijven dat deze past in de MER?
Leemte in kennis
120. Wat doet u als de berekeningen voor de MER niet overeenkomen met de werkelijkheid? p.68
Veiligheid
121. p.70
Hoe worden de veiligheidsrisico’s van de hyperloop meegenomen in de MER?
Zonnepark
122. Op het Slochterdiep hebben weggebruikers last van de zonne-industrie aan de ene kant en het water aan de andere kant. Hoe groot is het risico voor hen? p.73
Magneetveld
Specifieke effecten zijn afhankelijk van het detailontwerp van het station en pas in een later stadium exact te bepalen. 123. Hoe kan er op basis van deze bewering een beoordeling gemaakt worden? 124. Wat doet u als de specifieke effecten van het magneetveld anders is dan de werkelijkheid? 125. Hoe neemt u de magnetische effecten van de hoogspanningslijnen mee? p.83
Waterwegen
Uit de gesprekken met de ecoloog blijkt dat de ontwatering in de polder anders moet om veenoxidatie tegen te gaan. 126. Welke ontwaterings- en bewateringsstructuur is in de polder nodig om de veenoxidatie terug te dringen? 127. Welke effect heeft een andere ont-/bewateringsstructuur op de verkaveling? Door de tafels ontstaat een andere infiltratie van regenwater. Water op de zonnepanelen komt op de laagste zijde op de grond. Hier vindt versnelde afvoer plaats met bijkomende erosie en beperkte infiltratiemogelijkheid. 128. 129. 130. p.85
Hoe neemt u deze verandering in de overwegingen van de MER mee? Hoe worden de effecten van een zware regenval meegenomen in de MER? Hoe worden de effecten van waterretentie meegenomen in de MER?
Effect beoordeling bodem
131. Wat gebeurt er met de veenlagen die worden doorboord door de palen van de zonnepanelen en de fundering van het HS-MSS? 132. Wat is hier de consequentie van? 133. Hoe vindt aarding van het HS-MSS en de zonne-industrie plaats? 134. Wat zijn hier de consequenties van voor de veenlagen? 135. Wat is de consequentie van de bouw en de afbraak van het HS-MSS en de zonneindustrie op de bodem? 136. Hoe houdt u hier rekening mee? Alleen als er met goed materiaal gewerkt wordt is bodemverontreiniging door de zonnepanelen gering. 11
137. p.86
Waarom stelt u hier geen eis aan het materieel dat gebruikt moet worden?
Invloed van zonne-industrie
138. Kunt u studies aangeven die de invloed van de zonne-industrie aangeven en waarin de ecologie, bodem, natuur verbeterd zijn, uitgaande van goede begin situatie (met een gezonde bodem, biodiversiteit, ecologie)? U geeft hier aan dat het aantal, de positie en de grootte van de tafels invloed hebben op het zonlicht op de bodem. 139.
Waarom neemt u de grootte en de hoogte van de tafels niet mee in deze MER?
Los van licht op de bodem heeft de grootte en de hoogte van de tafel ook invloed op water in de bodem. (zie eerdere opmerkingen) 140. p.87
Waarom neemt u dit niet mee?
Huidige gebruik
“Een tweede belangrijke factor is het huidige gebruik van de grond.” In uw studie wordt de gemeente beloont voor het feit dat zij eerst iets kapot maakt (zie de uitgangspunten voor bodem/ecologie). (Zie eerdere opmerkingen.) 141. Waarom kunt u in uw studie niet uitgaan van wat het zou zijn geweest als het niet eerst kapot was gemaakt? p.88
Effect beoordeling water
142. Hoe wordt er rekening gehouden met de aanvoer van water die nodig kan zijn om veenoxidatie en waterberging mogelijk te maken? p.89
Water
U stelt zelf: “Voor hemelwaterafvoer wordt geadviseerd om naast nieuwe infrastructuur extra waterbergend vermogen te creëren door middel van nieuw aangelegde sloten.” Dit sluit aan bij al onze vragen over verkaveling, landschap, water en bodem. 143. p.90
Welke gevolgen heeft de nieuwe infrastructuur waar u het hier over heeft?
Duurzame elektriciteit
U stelt “Elektriciteit is een maat voor de uitstoot van schadelijke stoffen welke vermeden worden”. Iedereen kan bedenken dat meer zonne-energie wordt opgewekt wanneer meer panelen worden geplaatst. Maar de vraag is ten koste van wat. 144. Gaat u in uw berekeningen dan ook uit van de kosten die gemaakt worden voor deze elektriciteit om de zonnepanelen te produceren, aan te voeren, te leggen, te verwijderen en te recyclen? 145. Gaat u ook uit van de kosten om de gevolgen voor de bodem, natuur, ecologie van de zonne-industrie te herstellen? 146. Hoe wegen de opbrengsten dan af tegen de kosten? p.92.
Ruimte gebruik
12
U stelt: “De aanleg en exploitatie van het voornemen heeft invloed op het ruimtegebruik omdat een deel van de ruimte in het plangebied niet langer gebruikt kan worden voor de huidige functies en doeleinden”. In het rapport van Wageningen is te lezen dat er met verticale panelen al of niet met de zon meedraaiend meervoudig gebruik van land mogelijk is. 147. Waarom neemt u deze alternatieven niet mee? 148. Kunt u onderbouwen waarom het wegvallen van landbouwgrond in de verschillende gebieden anders wordt gewaardeerd? p.93
Waterpeil en veenoxidatie
U stelt dat er een eventuele schade aan wegen, gebouwen en tuinen is. Dit is geen eventuele schade maar een werkelijke schade. 149.
Zou u eventueel willen weghalen dit verhaal?
Veenoxidatie: zie de eerdere opmerkingen die hierover gemaakt zijn. U schrijft hier: “op een meer natuurlijke manier, door een intensief sloot- en greppelsysteem”. En “Hierbij gaat het om kunstwerken (kleine stuwen en dammen), een of meerdere waterinlaten, druk- of onderwaterdrainage of greppelinfiltratie en nieuwe waterhoofdgangen”. 150. p.97
Het effect van het verhogen van de grondwaterstand
151. 152. p.99
Wat is hiervan het effect op uw beoordeling?
Wat zijn de effecten van de grondwater verhoging op de bestaande functies? Waarom wordt dit als positief ervaren?
Samenvattingstabel
De score is gezien de vragen die hierboven gesteld worden op zijn minst arbitrair te noemen. 153.
Wat is er positief aan een zonne-industrie met HS-MSS in een agrarisch landschap?
Toegevoegde natuurwaarden zijn alleen positief omdat van een door eigen toedoen verwaarloosd scenario wordt uitgegaan. En in de baten van duurzame energie moeten ook de kosten worden meegenomen om tot een vergelijk te komen.
13