CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Meerjarenprogramma Sport & Bewegen 2021-2025.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 14 april 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Meerjarenprogramma Sport en Bewegen (collegebrief 24-3-2021)23.201 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

SPORTEN, SPELEN, BEWEGEN, ONTMOETEN MEERJARENPROGRAMMA SPORT & BEWEGEN 2021-2025

NR9

NR11

NR7

NR8

NR10

NR6

NR5

NR4

NR3

NR1

2

SPORT050

NR2

NR1 BSLIM

NR7 SPORTIEVE CAPACITEIT

Ieder kind van 4-15 ontwikkelt voldoende sportief kapitaal als startpunt van een leven lang bewegen. Hierbij ligt onze focus vooral op wijken en doelgroepen die achter blijven in deelname.

Sportaccommodaties en -faciliteiten moeten qua capaciteit meegroeien met de groei van de stad en toekomstbestendig zijn op het gebied van duurzaamheid en aantrekkelijkheid.

NR2 GELIJKE KANSEN

NR8 SPELEN

Vanuit het gelijkekansenprogramma willen wij sport en bewegen een plek geven in de verlengde schooldag. Is een doorbraak mogelijk als je écht stevig inzet op een kansrijke generatie?

Buitenspelen is het voorportaal van een leven lang sporten en bewegen en is essentieel voor de ontwikkeling van een kind. Met onze uitgangspunten gaan wij voor meer uitdagende speelplekken.

NR3 VOOR IEDEREEN EEN SPORT Het uitproberen van een nieuwe sport zou voor iedereen altijd laagdrempelig toegankelijk moeten zijn. Het wegnemen van drempels om mee te doen staat hierbij centraal.

NR4 VEILIG, POSITIEF, INCLUSIEF Sportief kapitaal groeit bij het opdoen van positieve sportervaringen. Wij streven naar een veilige, positieve en inclusieve sportcultuur waarin iedere deelnemer zich thuis kan voelen.

NR5 SPORTPARKMANAGEMENT Door lokaal op een sportpark en in een wijk samen te werken kunnen faciliteiten beter benut worden en kan meerwaarde voor de samenleving ontwikkeld worden.

NR6 SPORTIEVE RUIMTE BETER BENUTTEN

NR9 DE BEWEGENDE STAD Innovatieve sport- en beweegplekken en een beweegvriendelijke inrichting van de openbare ruimte komen tot stand door een optimale samenwerking tussen inwoners en verschillende strakeholders.

NR10 TALENTKLIMAAT Talenten krijgen in Groningen de kans zich te ontplooien. Maar betrokkenen in deze talentprogramma’s worden ook ingezet om de breedtesport te voeden met kennis en om te inspireren.

NR11 PLATFORM SPORT050 Communicatie is essentieel om behoeften en aanbod bij elkaar te brengen en om alle actielijnen in dit programma onder de aandacht te brengen bij de juiste doelgroepen. We blijven bouwen aan hét sportplatform van Groningen.

Veilige, aantrekkelijke en betaalbare sportfaciliteiten worden haalbaar door scherpe transparante uitgangspunten en een goede samenwerking tussen gemeente en sportclubs.

SPORT050

3

WARMING-UP

4

SPORT050

In het afgelopen Meerjarenprogramma Sport en Bewegen 2016-2020 stond de gemeente Groningen voor een aantal grote opgaven op het gebied van sport en bewegen. Het belangrijkste thema was het faciliteren van sportverenigingen, waarbij met name het ontwikkelen van een gelijk speelveld tussen verenigingen, het investeren in accommodaties en het zorgen voor een optimale bezetting om de kosten laag te houden centraal stonden. Er is sterk ingezet op een meer gebruikersgerichte dienstverlening, waarbij de Werkmaatschappij Sport en Recreatie (WSR) definitief de transitie heeft gemaakt tot een naar buiten gerichte uitvoeringsorganisatie onder de naam Sport050. Enkele hoofdstukken uit dit vorige Meerjarenprogramma zijn vervolgens uitgewerkt in beleidsnotities gericht op sportstimulering (Bslim 3.0) en topsport en talentontwikkeling (Topsportagenda 2018+).

Terugblik Er is in de afgelopen periode enorm veel werk verzet om het fundament onder de Groningse sport te versterken. Er is fors meer geïnvesteerd in dit beleidsprogramma; de Groningse sportbegroting is inmiddels de vijfde sportbegroting van Nederland. Als gekeken wordt naar de investering per hoofd van de bevolking, dan zit Groningen met +/- € 80,- per inwoner boven het landelijk gemiddelde¹. De sport- en beweegbegroting is grotendeels gericht op sportaccommodaties en -faciliteiten, waar meer dan 80% van het budget naartoe gaat. Met een groeiend inwonersaantal en (gelukkig) veel vraag naar bijvoorbeeld zaalcapaciteit blijft investeren nodig. Net als intensieve samenwerking en slimme oplossingen om deze faciliteiten betaalbaar en exploitabel te houden. Ook enkele andere uitdagingen die in 2016 benoemd werden, zijn nog steeds relevant. Het blijft moeilijk om in het Bslim-sportstimuleringsprogramma de beoogde inactieve doelgroep te vangen en duurzaam in beweging te krijgen. Hetzelfde geldt voor het aantonen of de vele leuke activiteiten die binnen Bslim georganiseerd worden daadwerkelijk resulteren in meer sportdeelname. Ook als het gaat om verenigingsondersteuning blijft het een uitdaging om aan te tonen hoe alle geleverde inspanningen daadwerkelijk tot vitalere verenigingen leiden.

Op het gebied van een gelijk speelveld voor sportverenigingen zijn grote stappen gezet, maar met de samenvoeging van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer zijn er op dit vlak weer een hoop nieuwe vraagstukken bijgekomen. Ook het realiseren van open sportparken blijft een grote uitdaging. Deze willen we wel aan blijven gaan, omdat de potentie van open sportparken nog steeds enorm groot is in een compacte groeiende en dus steeds drukkere stad. Voor wat betreft innovatieve sport- en speelplekken en een beweegvriendelijke omgeving heeft Groningen inmiddels een voorbeeldfunctie richting veel andere steden. Ook het Groningse ecosysteem rondom talentontwikkeling is uniek in Nederland. Maar we willen natuurlijk altijd meer en beter.

SPORT050

5

Sport- en beweegvisie 2021+ Alle lopende beleidsnota’s zijn opnieuw tegen het licht gehouden en na een intensief proces van gesprekken met een divers palet aan stakeholders is de nieuwe sport- en beweegvisie ontwikkeld. Centraal in deze nieuwe visie staan het concept sportief kapitaal² en de uitwerking hiervan in het Gronings Sportmodel³. Waar in het vorige sportbeleid met name het faciliteren van sportaccommodaties en -faciliteiten (hardware) en het creëren van aanbod (software) de rode draad was, proberen wij nu meer vanuit de levensloop van een sporter te redeneren. Het sportlandschap in Groningen is sterk in ontwikkeling en er is steeds meer en diverser sportaanbod. Met nog meer faciliteiten en aanbod bedien je vooral mensen die toch al willen sporten, oftewel inwoners met veel sportief kapitaal. De nieuwe sport- en beweegvisie legt meer dan ooit de nadruk op het ontwikkelen van sportief kapitaal en het wegnemen van barrières om deel te nemen aan het bestaande aanbod.

POSITIEVE ERVARINGEN

FYSIOLOGISCHE FACTOREN

MOTIVATIE

SOCIALE FACTOREN

SPORTIEF KAPITAAL

PSYCHOLOGISCHE FACTOREN

NEGATIEVE ERVARINGEN

Figuur 1: Het Gronings Sportmodel weergegeven als procesmatige aanpak

6

SPORT050

Onze ambitie is om iedere Groninger gelijke kansen te bieden om mee te doen aan sport en bewegen. Dit begint met het ontwikkelen van sportief kapitaal op jonge leeftijd, bijvoorbeeld door buiten te spelen, bewegingsonderwijs, buurtsport en te sporten bij de sportclub. Het tweede aandachtspunt is om de mensen met voldoende motivatie die voortkomt uit sportief kapitaal niet tegen financiële, praktische of sociale barrières aan te laten lopen. Groningen heeft een enorm divers en levendig sportlandschap, met veel sterke sportverenigingen, -ondernemers en -communities. Onze aandacht gaat steeds meer uit naar het ontwikkelen van samenwerkingskracht (orgware), zowel wijkgericht als gemeentebreed. In deze publiek-private-particuliere samenwerking ontstaat nieuw en innovatief aanbod, worden faciliteiten beter benut en worden snellere en slimmere verbindingen gemaakt met andere domeinen.

WA R RD HA

SPORTDEELNAME

E

BARRIERES WEGNEMEN GELEGENHEID BIEDEN

AR GW

OR

E

ACTIEF MEEDOEN

SAMEN LEVEN (SOCIALE BASIS)

POSITIEVE GEZONDHEID

SOFTWARE POSITIEF OPGROEIEN

SPORT050

7

Mensen aan het sporten en bewegen krijgen is één, maar mensen daar een leven lang enthousiast over houden is een nog veel grotere uitdaging. Het derde aandachtspunt is het realiseren van positieve sportervaringen. Als je jezelf niet meer verbetert, als het niet meer gezellig is, als je het plezier verliest door wat voor omstandigheden dan ook, dan brokkelt het sportief kapitaal af en raak je uitgekeken op jouw sport. Een veilig, positief en inclusief sportklimaat is essentieel voor het opdoen van positieve ervaringen. We mogen de ogen niet sluiten voor ontoelaatbaar gedrag dat nog steeds voorkomt in de sport en tot negatieve ervaringen leidt. Ook moeten we samenwerken om laagdrempelig van sport te kunnen switchen en nieuwe ervaringen op te doen. Soms ben je gewoonweg uitgekeken op een sport(context) en moet je uitgenodigd worden om het ergens anders te proberen. Meer sportdeelname binnen een landschap met een positieve sportcultuur draagt bij aan vele maatschappelijke opgaven, met name op het gebied van meedoen, een sociale basis, positieve gezondheid en positief opgroeien. In figuur 1 staat het Gronings Sportmodel weergegeven als een cyclisch proces dat als basis dient voor het gehele Meerjarenprogramma.

Aan de slag In dit Meerjarenprogramma trappen we af met een schets van de huidige situatie waarin het Gronings sportlandschap verkeert. Hoe staan we ervoor en welke opgaven staan ons te wachten? Vervolgens kijken we naar de belangrijkste trends en ontwikkelingen waar we rekening mee houden bij onze eigen speelwijze. De zogenoemde tweedeling in de samenleving is ook zichtbaar in de sport en deze is tijdens de coronapandemie alleen maar groter geworden. Wij kiezen voor een integraal programma om een systeemverandering na te streven die gericht is op gelijke kansen voor álle inwoners om deel te nemen aan sport en bewegen. De inspanningen in de vorm van elf actielijnen dragen samen bij aan de ambities uit de sport- en beweegvisie. Per actielijn formuleren we concrete doelstellingen en beoogde resultaten om de werking van het beleid goed te kunnen monitoren. Voor sommige actielijnen is een nulmeting nodig om de doelen in de toekomst nog meer SMART te kunnen maken. Ook de komende vier jaar staan ons weer veel grote sportieve uitdagingen te wachten. We hebben een vol programma. Door middel van de begrotings- en monitoringscyclus willen we boven op de voortgang zitten, maar we willen vooral ook leren over wat wel en niet werkt binnen ons beleid. Tijd om af te trappen.

8

SPORT050

OPSTELLING SAMENVATTING WARMING-UP OPSTELLING

3 4 9

AFTRAP

10

SPEELVELD MAATSCHAPPELIJKE TRENDS CORONAPANDEMIE LOKALE ONTWIKKELINGEN

20 21 24 26

SPEELWIJZE TACTIEK TEAMBUILDING SCOREN

28 29 31 33

ACTIELIJNEN NR1 BSLIM 4.0 NR2 GELIJKE KANSEN NR3 VOOR IEDEREEN EEN SPORT NR4 VEILIG, POSITIEF, INCLUSIEF NR5 SPORTPARKMANAGEMENT NR6 SPORTIEVE RUIMTE BETER BENUTTEN NR7 SPORTIEVE CAPACITEIT NR8 SPELEN NR9 DE BEWEGENDE STAD NR10 TALENTKLIMAAT NR11 PLATFORM SPORT050

36 37 44 48 52 56 62 68 74 80 84 88

WEDSTRIJDANALYSE

92

FINANCIERING

95

NABESCHOUWING BRONNEN COLOFON

98 99 100

SPORT050

9

AFTRAP Groningen is een gemeente met een sterke sportidentiteit. In ruim honderd jaar heeft ze een rijke sporthistorie opgebouwd, is er een bruisend verenigingsleven ontstaan en zijn er vele topsporticonen voortgebracht. De grote diversiteit in het Groningse sport- en beweeglandschap maakt dat elke Groninger sportactiviteiten en -contexten kan kiezen die goed bij hem of haar past. Ondanks dat Groningen bij de sportiefste en qua inwoners één van de jongste steden van Nederland hoort, zijn er nog steeds groepen die achterblijven. We trappen af met het schetsen van de huidige situatie, voor wat betreft de deelname, faciliteiten, aanbod als maatschappelijke opgaven waar sport een bijdrage aan kan leveren.

10

SPORT050

In de Sportatlas 20204 stond Groningen op de lijst met sportiefste gemeenten van Nederland op de zevende plek. De uitgebreide fysieke sportinfrastructuur en de grote diversiteit aan sportaanbieders verklaren deze score voor een groot deel. Ook het feit dat Groningen als studentenstad veel jonge inwoners heeft, maakt dat het percentage mensen dat wekelijks aan sport doet hier relatief hoog is. Toch zijn nog steeds veel Groningers niet of minder actief, en daarbij zijn de verschillen tussen wijken groot. Sommige mensen ervaren financiële, fysieke of sociale barrières. Anderen hebben nooit het sportief kapitaal op kunnen bouwen dat nodig is om te kunnen of willen participeren. Verder blijft het belangrijk om aandacht te hebben voor leeftijdsgroepen waarbij de sportdeelname over het algemeen afneemt: pubers, jonge ouders en senioren.

GRONINGEN

HAREN

Geen gegevens

TEN BOER

10 - 39 %

39 - 44 %

44- 49 %

49 - 54 %

54 - 59 %

59 - 77 %

Figuur 2: Wekelijkse sportdeelname per wijk5

SPORT050

11

Sportdeelname5,6

Clublidmaatschap,7

Individueel of zelfgeorganiseerd5

Bewegen

Volwassenen5 Nederlandse Norm Gezond Bewegen:

Actief:

74%

Sportclub6:

47%

Hardlopen:

16%

Wekelijks:

60%

Fitness5:

26%

Sportief fietsen:

3%

Jeugd wekelijks: 76%

Sportvereniging7: 23%

59%

Sportief wandelen: 1%

Tabel 1: Meest recente cijfers sport- en beweegdeelname (oude gemeente Groningen)

Sportlandschap in beweging De afgelopen vijftig jaar is de sportdeelname in Nederland bijna verdubbeld8. In eerste instantie groeide de verenigingssport, waarin het competitie-element een belangrijke plek inneemt. Later nam ook het belang van andere sportmotieven toe, waar met name non-profit organisaties en commerciële aanbieders9 op inspeelden. Met de opkomst van urban sports, grootschalige breedtesportevenementen10 en sport apps11 heeft ook de individuele en zelfgeorganiseerde sport in de openbare ruimte een grote vlucht genomen. Groningen staat in de Sportatlas 20204 op de tweede plaats als het gaat om ongeorganiseerde sportdeelname. Ondanks de toegenomen diversiteit in het sportlandschap, met nieuwe aanbieders die meer dan sportverenigingen in staat blijken om in te spelen op trends en hypes, blijft het aantal Nederlanders dat lid is van een sportvereniging relatief stabiel. Voor veel kinderen neemt de sportvereniging een belangrijke plek in aan het begin van hun sportloopbaan, waarna zij overstappen of combinaties maken met andere sportcontexten. Steeds meer verenigingen proberen hun sportaanbod te vernieuwen en lidmaatschapsvormen te flexibiliseren¹². Samen met Utrecht en Nijmegen behoort Groningen tot de grote steden waar het verenigingslidmaatschap nog steeds ruim boven de 20% ligt4.

Zeker met een divers sportlandschap als in Groningen is er voor iedereen een sport te vinden die aansluit bij de behoeften.

12

SPORT050

Het Gronings sportlandschap kent een sterke sportinfrastructuur. Naast sportaccommodaties en -faciliteiten in eigendom van de gemeente (tabel 3), zijn er ook vele private aanbieders en beschikken verscheidene onderwijsinstellingen over eigen sportfaciliteiten (bijvoorbeeld de ACLO). Met 22,5 sportaccommodaties per 10.000 inwoners (gewogen naar grote accommodaties) is Groningen de enige grote stad in Nederland die boven het landelijk gemiddelde van 21,5 scoort¹³. Op het gebied van Beweegvriendelijke Omgeving scoort Groningen vergelijkbaar met andere grote steden14. De vele accommodaties, faciliteiten en aanbieders maken samen het sportlandschap. Door nog meer samen te werken op buurt-, wijk-, dorps- of stadsdeelniveau zijn vraag, aanbod en faciliteiten nog beter te benutten.

Figuur 3: Het sportlandschap van Groningen

SPORT050

13

Top 10 populairste sporten in Nederland (min 12x per jaar)15 1

Fitness (individueel)

26%

2

Zwemmen

24%

3

Wandelsport

17%

4

Hardlopen

16%

5

Wielrennen, toerfietsen

13%

6

Veldvoetbal

12%

7

Dansen

7%

8

Fitness (groepsles, bootcamp)

7%

9

Tennis

7%

10 Turnen, gymnastiek

Groeiende sporten: Wandelen Toerfietsen en MTB Yoga Vechtsporten Beachvolleybal Urban Sports Padel

Tabel 2: Populaire en groeiende sporten in Nederland

14

SPORT050

4%

Openbare ruimte

Binnensport

Buitensport

Sporthallen:

12x

Voetbalveldjes

37x

Gymzalen:

44x

Buitenfitness

31x

25x

Sportzalen

3x

Basketball courts

16x

Hockeyvelden:

9x

Binnenzwembaden:

4x

Tennis

7x

Korfbalvelden:

8x

Dojo’s

5x

Urban sports

6x

Beachvolleybal

8x

Danszalen

2x

Disc Golf

1x

Rugby/Football:

3x

IJsbaan Kardinge

1x

Buitenzwembaden

3x

Denksportcentrum

21x

Atletiekbaan:

2x

Turnhal

1x

Honkbal/softbalveld

2x

Skeelerbanen:

2x

Wielerbaan:

1x

Sportparken:

23x

Voetbalvelden kunstgras: natuurgras: trainingsveld:

30x 35x 38x

Tennisbanen

Tabel 3: Huidige gemeentelijke sportinfrastructuur in Groningen16

SPORT050

15

Sportvereniging

Anders georganiseerd aanbod

Specifieke doelgroepen

Voetbal

35x

Fitness, bootcamp

38x

Lichamelijke beperking

56x

Racketsport

19x

Vechtsport

11x

Geestelijke beperking

50x

Volleybal

18x

Dansschool

38x

Senioren (67+)

50x

Speeltuinvereniging

18x

Totaal verenigingen

200+

Aantal sporttakken

70+

Totaal aantal aanbieders 100+

Tabel 4: Huidige sportaanbod in de gemeente Groningen16

Maatschappelijke opgaven Steeds meer wordt duidelijk dat sport niet alleen op zichzelf een zinvolle vrijetijdsbesteding is, maar dat het ook een belangrijke maatschappelijke context is die een bijdrage kan leveren aan een breed palet aan maatschappelijke opgaven17. Groningse complexe maatschappelijke opgaven als sociale ongelijkheid, generatiearmoede, eenzaamheid, gezondheid en de energietransitie18 zullen niet door sport en bewegen opgelost worden. Maar sport kan bijvoorbeeld wel een belangrijke rol spelen bij het creëren van gelijke kansen, omdat sport mensen letterlijk en figuurlijk in beweging brengt. De sport is een context waarin mensen identiteit ontwikkelen, zelfregulerende vaardigheden opdoen, leren samenwerken, sociaal kapitaal opbouwen, omgaan met tegenslagen en actief zijn als vrijwilliger.19, 20 Maar deze kracht is alleen te benutten als de sport de ogen niet sluit voor eventuele uitsluitende mechanismen en als zij daadwerkelijk de veilige omgeving is die ze zou moeten zijn. Al blijven er ook bij een open en toegankelijk sportlandschap natuurlijk altijd mensen die zich niet aangetrokken voelen tot sport en bewegen. Kijkend naar de maatschappelijke opgaven in Groningen (tabel 5), valt op dat de gezondheidscijfers beter zijn dan het landelijk gemiddelde, uitgezonderd roken en alcoholgebruik. Toch zijn ook hier de verschillen tussen wijken groot.

Opvallend is dat juist in en om het centrum de eenzaamheid en het risico op depressies groter lijken. Daarnaast blijkt uit de jeugdmonitor dat ook in Groningen veel jongeren kampen met psychosociale problemen en stress en dat zij gebruikmaken van jeugdhulp. Sport kan op zichzelf een bijdrage leveren aan deze opgaven, maar is ook specifiek als interventie in te zetten om inwoners een gezonde en kansrijke toekomst te bieden, overlast te voorkomen en daarmee de kwaliteit van leven in Groningen te verbeteren

16

SPORT050

GRONINGEN

HAREN

Geen gegevens

TEN BOER

29 - 61 %

61 - 69 %

69- 74 %

74 - 78 %

78 - 82 %

82 - 92 %

Figuur 4: Ervaren gezondheid per wijk5

SPORT050

17

GRONINGEN

HAREN

Geen gegevens

TEN BOER

25 - 30 %

30 - 35 %

35- 40 %

40 - 45 %

45 - 50 %

50 - 90 %

Figuur 5: Eenzaamheid per wijk5

Actieve leefstijl en gezondheid5 Overgewicht Obesitas Ervaren gezondheid Risico op depressie Roken Overmatig alcoholgebruik

18

SPORT050

40% 11% 78% 40% 30% 10%

(49%) (14%) (78%) (44%) (21%) (7%)

Participatie in de samenleving5 Regie op eigen leven 91% Eenzaamheid 40% Vrijwilligerswerk 29%

(90%) (43%) (30%)

GRONINGEN

HAREN

Geen gegevens

TEN BOER

20 - 34 %

34 - 39 %

39- 44 %

44 - 49 %

49 - 55 %

55 - 75 %

Figuur 6: Risico op depressie per wijk5

Positief opgroeien²¹,²² Kinderen in uitkeringsgezin Jongeren met jeugdhulp Slechte psycho-sociale gezondheid Vaak gestresst Gelukkig

11% 11%

(6%) (10%)

24% 50% 82%

(24%) (45%) (84%)

Tabel 5: Percentage inwoners Groningen (en Nederland) dat hoog scoort op maatschappelijke opgaven

SPORT050

19

SPEELVELD

20 SPORT050

Maatschappelijke trends In 2018 heeft het RIVM in samenwerking met het SCP de Nationale Sport Toekomst Verkenning uitgevoerd. Hierin zijn ruim tachtig experts en honderd stakeholders betrokken bij een intensief proces om de toekomst van de sport richting 2040 te verkennen. Net als in onze eigen sport- en beweegvisie onderkennen zij dat sport met verschillende motieven te beoefenen of beleven is en dat daardoor met verschillende perspectieven naar sport en bewegen gekeken kan worden. Naar sport kijken vanuit meedoen, bewegen, meeleven en presteren doet ons inzien dat een tweedeling in de sport dreigt te ontstaan (zie figuur 4). Enerzijds topsport als kijksport met een (inter)nationale scope en anderzijds sport als activiteit met een lokale scope. Wij streven ernaar om deze kloof te dichten. Hoe zou het zijn als onze sporters en sportclubs optimaal profiteren van de kennis en inspiratiewaarde van onze topsporters en topclubs? En hoe kunnen deze topclubs de vele sporters, verenigingen en andere sociale verbanden meer bij hun activiteiten betrekken? Hierbij is het goed om vooruit te kijken naar de grootste maatschappelijke trends die onze samenleving in de komende jaren beïnvloeden en wat de gevolgen hiervan zijn voor sport en bewegen.

Figuur 7: Tweedeling in de sport23

SPORT050

21

Maatschappelijke trends24

Impact op sport en bewegen

Digitaler: - Digitale communicatie - Internet of Things - Big data en algoritmen

Sport apps, activity trackers, smart gear. Ook in de breedtesport meten we steeds meer en communiceren we steeds digitaler. Er liggen kansen voor sportconcepten waar de grens tussen online en offline vervaagt. Denk aan virtual reality (VR), augmented reality (AR), gamification of de link naar Esports. De uitdaging is om al beschikbare data te benutten om het sportaanbod en de begeleiding nog meer op maat te maken voor de deelnemer.

Grenzelozer: - Internationaal perspectief - Werken in netwerken - Altijd aan, prestatiedruk

Grenzen vervagen. Internationale trends en hypes waaien sneller over dan ooit. Grenzen tussen branches en organisaties vervagen, onverwachte samenwerkingsverbanden zorgen voor succesvolle nieuwe concepten. Grenzen tussen werk en privé vervagen. Iedereen staat altijd áán. Sport en bewegen kunnen ook een rustpunt vormen voor de stress en drukte van het dagelijks leven. Grenzen opzoeken om de sporter te blijven verrassen óf juist grenzen stellen om een baken van rust te creëren.

Pluriformer: - Demografie, sociale groepen - Generatieverschillen - Gelijke rechten

Sport kent een sterke historie van gelijkgestemden verenigen binnen een sociale groep. In een samenleving die pluriformer is dan ooit, is het overbruggen van tegenstellingen tussen jong en oud, man en vrouw, arm en rijk, culturele achtergrond, seksuele geaardheid of welke verschillen dan ook een uitdaging. De maatschappelijke discussie over gelijkheid en het accepteren van verschillen is nog steeds in volle gang. Onbewuste sociale uitsluiting of ongewenst gedrag wordt steeds minder geaccepteerd. Daarom gaan wij voor een veilige, positieve en inclusieve sportcultuur.

Onzekerder: - Veiligheid - Flexibiliteit - Crisissen

We leven in een tijdperk waarin veel ontwikkelingen snel gaan, de complexiteit enorm is en waarin ogenschijnlijke tegenstrijdigheden aan de orde van de dag zijn. Sporters willen flexibiliteit, maar gaan vaak toch elke week op hetzelfde moment sporten. Ze willen nergens aan vastzitten, maar wel ergens bij horen. Bestuurders en ondernemers moeten continu hun voelsprieten uit hebben staan om in te spelen op de behoeften van hun leden en klanten, maar tegelijk ook handelen vanuit een sterke eigen visie en daarin dicht bij de

22 SPORT050

eigen identiteit blijven. Onzekere tijden die een enorme uitdaging blijven voor sportbestuurders en -ondernemers in de toekomst.

Verantwoordelijker: - Maatschappelijke oriëntatie - Transparantie - Duurzaamheid

We leven in een betekeniseconomie. We verwachten van sportorganisaties dat ze verantwoordelijkheid nemen voor hun maatschappelijke rol en hierin transparant handelen. Duurzaam, gezond, sociaal, inclusief worden kernwaarden van veel organisaties die in de sport opereren. Voor bestuurders en ondernemers in de sport vormt dit een grote uitdaging, omdat er al zo veel op hen afkomt. Het betrekken van leden en klanten bij de besluitvorming of ontwikkeling van activiteiten en diensten wordt steeds belangrijker. Samen maak je een sportclub.

Vitaler: - We worden ouder - Preventie - Gezondheidsverschillen

De samenleving wordt gemiddeld steeds ouder. De stijgende vraag naar gezondheidszorg conflicteert met voldoende zorgprofessionals en betaalbaarheid. Gezondheid dreigt steeds minder een recht en steeds meer een voorrecht te worden. Het preventief streven naar een gezonde en actieve leefstijl en het bestrijden van gezondheidsverschillen komen hoger op de agenda’s te staan. Tegelijk bestaat het risico dat we steeds meer toegaan naar een samenleving waarin gezondheid een selectiecriterium wordt, of waarin werkgevers of verzekeraars gezond gedrag gaan controleren en straffen of belonen. Ons uitgangspunt blijft dat sport een ‘recht’ zou moeten zijn en dat juist de gezonde keuze de gemakkelijkste keuze zou moeten worden.

Ondernemender: - Nieuwe businessmodellen - Meervoudige waarde - Wendbaarheid

Enerzijds leven we in een economie vol (inter)nationale start-ups, scale-ups en platformbedrijven. Anderzijds zijn steeds meer lokale sociaal ondernemers actief die meervoudige waardecreatie nastreven. Sportondernemers en -verenigingen gaan steeds meer op zoek naar nieuwe businessmodellen en organisatievormen. Wendbaarheid en plattere organisatievormen waarbij ieder lid of betrokkene inspraak heeft, is hierbij essentieel. Verenigen en verbinden blijft centraal staan, waarbij de meer traditionele formele en procedurele organisatievormen steeds vaker plaatsmaken voor meer ondernemende en fluïde organisatievormen.

SPORT050 23

Coronapandemie In 2020 trof de coronapandemie de samenleving, en daarmee ook de sport, hard. Begin 2021 zitten we al in de tweede lockdown en het einde van de anderhalvemetermaatregelen is nog niet in zicht. Topsport zonder publiek, geen competitiesport, training in aangepaste vorm of voor sommige sporten zelfs helemaal niks. Gelukkig komt de Rijksoverheid ook voor sport met compensatieregelingen met namen als TASO, TVS en SPUK IJZ. Zo worden sportverenigingen financieel (deels) gecompenseerd voor huur van accommodaties die niet in gebruik zijn of voor gemiste inkomsten, bijvoorbeeld vanwege gesloten sportkantines. Voor veel sportverenigingen blijken de regelingen een reddingsboei. Voor andere sportverenigingen is het niet genoeg en staat het water aan de lippen. Ook breder in de sport leidt de coronapandemie tot grote verschuivingen. Sportondernemers kunnen aanspraak maken op MKB-regelingen, maar ook deze zijn in veel gevallen niet afdoende. Zo werken er steeds meer ZZP’ers in de sport en ook hun steun komt moeizaam op gang. Misschien nog wel meer dan in het verenigingsleven zeggen abonnees hun lidmaatschap op. De onzekerheid is groot. Over wat wel en niet mag. Over het kunnen betalen van de rekeningen. Over of je de afgehaakte leden ooit weer terugziet. En dan hebben we het nog niets eens over de vele sportevenementen die in 2020 zijn afgelast.

De sport is tot diep in de vezels geraakt. De komende jaren zullen voor veel sportorganisaties jaren zijn van opkrabbelen. Maar laten we deze periode ook gebruiken om te leren. Gebleken is het belang van een goede basisinfrastructuur. In deze pandemie zorgt een rijk netwerk van sportvoorzieningen buiten en in de openbare ruimte ervoor dat we toch lekker kunnen bewegen. Ook hebben we gezien hoe lokale netwerken van organisaties elkaar kunnen helpen als ze elkaar kennen en elkaar wat gunnen. Sportclubs bleken zeer creatief als het gaat om het ontwikkelen van online trainingen en challenges, maar ook om een helpende hand uit te steken naar kwetsbaren in onze samenleving die onze hulp nodig hadden. Als gemeente kijken wij hoe de diversiteit van onze sportfaciliteiten en het sportaanbod tijdens de crisis zo veel mogelijk te waarborgen is. Ook willen we lering trekken uit deze crisis met het oog op toekomstige crisissituaties. Hoe kunnen we nog meer diversiteit, wendbaarheid en veerkracht ontwikkelen binnen ons sportsysteem? En hoe kunnen we als sport, samen met landelijke partners, nog sterker een vuist maken om op te komen voor de belangen van de sport? Tijdens de coronapersconferenties werden sport en bewegen vaak gezien als een probleem, terwijl ze juist een belangrijke schakel voor de oplossing hadden moeten zijn.

24

SPORT050

Tijdens de coronapandemie

Na de coronapandemie

Voor een volgende crisis

• Communiceren van lokale uitvoering van landelijke coronamaatregelen.

• Grondige analyse van de geleden schade binnen het sportsysteem.

• Samen met de sportpraktijk werken aan een divers, wendbaar en veerkrachtig sportsysteem.

• Communiceren van compensatieregelingen.

• Prioriteren waar het essentieel én haalbaar is om als gemeente geleden schade te repareren.

• Bewaken van een sterke sportieve basisinfrastructuur, ook in de openbare ruimte.

• Loket voor alle vragen vanuit sportorganisaties.

• Evalueren van de crisisaanpak met als doel in de toekomst nog beter anticiperen op crisissituaties.

• Versterken van lokale sportieve netwerken in de buurt waarbinnen samengewerkt wordt aan innovatie en ontwikkeling.

• Clubs uitnodigen én actief meedenken over waar knelpunten ontstaan. • Waar mogelijk tijdelijke oplossingen realiseren.

SPORT050 25

Lokale ontwikkelingen Naast (inter)nationale maatschappelijke trends en de coronapandemie, die van invloed zijn op wat de komende jaren in het Groningse veld van sport en bewegen speelt, is er ook een aantal relevante lokale ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden of op moeten inspelen. • De harmonisatie voorbij. De harmonisatie van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer vraagt de komende jaren nog extra aandacht. In alle programma’s moet gemeentebreed gedacht worden, zonder de eigenheid van verschillende kernen uit het oog te verliezen. We streven naar een zachte landing van negatieve gevolgen van de harmonisatie voor sportorganisaties. Daarnaast willen we de regelingen en voordelen die toegankelijk worden zo snel mogelijk breed onder de aandacht brengen. • Groningen groeit door. Naar verwachting worden er voor 2030 maar liefst 20.000 nieuwe woningen gebouwd en groeit het inwonersaantal door naar 250.000. Grote gebiedsontwikkelingsprojecten aan de oost- en westflank van de stad en de wijkvernieuwing en herontwikkeling van gebouwen en hun omgeving, zoals Kardinge en MartiniPlaza, bieden kansen voor nieuwe voorzieningen en om gelijktijdig sport en bewegen goed in de leefomgeving te verankeren. De nieuwe Omgevingswet dwingt ons om sport, bewegen en gezondheid goed in deze plannen mee te nemen.

Sport en bewegen moeten een belangrijke plek krijgen in nieuwe woonwijken om daar bij te dragen aan de kwaliteit van leven. • Gezond, Groen en Gelukkig18. In het coalitieakkoord 2019-2022 staan deze drie G’s centraal. Er liggen grote opgaven voor wat betreft het terugdringen van gezondheidsverschillen tussen wijken, een stevige duurzaamheidsambitie (CO2-neutraal in 2035) en het ervoor zorgen dat iedereen kan meedoen in de samenleving. Deze vraagstukken raken natuurlijk ook de sport. Enerzijds is er de preventieve werking van sport en bewegen en de bijdrage die ze kunnen leveren aan de sociale cohesie en het kapitaal in de samenleving. Sport maakt gelukkig. Maar anderzijds heeft sport soms ook een uitsluitende werking op doelgroepen en ligt er ook voor sport een complex duurzaamheidsvraagstuk. Deze zal samen met de vele partners in de sportpraktijk opgepakt moeten worden. • Het Gronings Sportakkoord24. In 2019 is het Gronings Sportakkoord opgesteld door middel van een samenwerking tussen ruim veertig sportieve organisaties binnen de gemeente. Centrale thema’s zijn inclusief bewegen, een duurzame sportinfrastructuur en van jongs af aan vaardig in bewegen. Het akkoord heeft als inspiratie gediend voor de nieuwe gemeentelijke sport- en beweegvisie en de thema’s van het akkoord hebben een vaste plek in dit nieuwe Meerjarenprogramma gekregen.

Toch blijven de partners en kopgroep zelfstandig functioneren om extra ruimte te geven aan kansrijke en innovatieve initiatieven vanuit het sportnetwerk en om een impact te hebben op sport, bewegen, gezondheid en vitaliteit.

26 SPORT050

SPORT050 27

SPEELWIJZE

28 SPORT050

Tactiek Een belangrijk onderdeel van onze speelwijze is het tactisch plan dat wij gebruiken om ons ideaal ‘een leven lang sporten en bewegen voor iedere Groninger’ na te streven. In onze sport- en beweegvisie hebben we het Gronings Sportmodel gepresenteerd, waarin het ontwikkelen van sportief kapitaal centraal staat en een vijftal langetermijnambities en een vijftal strategieën geformuleerd zijn. In dit Meerjarenprogramma werken wij dit verder uit naar elf actielijnen waarmee het beleid vertaald wordt naar een praktische uitvoering. Het ontwikkelen van sportief kapitaal bij iedere Groninger is een complex samenspel waarbij, zoals in de vorige paragraaf beschreven staat, vele stakeholders betrokken zijn. Het vraagt om sportieve faciliteiten die in de basis op orde zijn. Maar ook om projecten en interventies gericht op verbetering of vernieuwing en complexe processen die zorgen voor innovatie. Soms zijn dat gerichte activiteiten vanuit de gemeente, maar vaak zijn het vooral initiatieven vanuit het sportlandschap of de inwoners zelf. Het is bottom-up én top-down. Het is buurtgericht én gemeentebreed. Het is accommodatie én mensen. Om tot een integrale aanpak te komen, waarin we effectieve inspanningen leveren om onze ambities en bijbehorende maatschappelijke baten te realiseren, werken wij met een programmatische aanpak.

Binnen de verschillende actielijnen werken de stakeholders samen aan concrete resultaten. De verschillende routines, processen, projecten en innovaties werken in samenhang aan de bovenliggende doelstellingen en baten. De strategieën vormen een manier van werken binnen deze actielijnen om daadwerkelijk een bijdrage te leveren aan één of meer ambities. Als gemeente hebben we hierin soms een regulerende of regisserende rol, maar steeds vaker ook een faciliterende, stimulerende of inspirerende rol. Soms moeten we daar waar het erg goed gaat zelfs op het juiste moment loslaten. Sportief kapitaal voor iedere Groninger realiseren we samen.

SPORT050 29

AMBITIES

EEN LEVEN LANG SPORT EN BEWEGEN VOOR IEDERE GRONINGER VERGROTEN SPORTIEF KAPITAAL

IEDER KIND SPORTIEF EN VAARDIG

VITALE SPORTCLUBS IN DE BUURT

UITNODIGENDE SPORTIEVE RUIMTE

SPORTEN EN SPELEN IN DE BUURT

(TOP)TALENT ALS INSPIRATIEBRON

STRATEGIEËN

IDEAAL

INVESTEREN IN SAMENWERKINGSKRACHT

GEBIEDSGERICHTE AANPAK

IEDEREEN DOET MEE

SLIMME INTERVENTIES

BEWUSTWORDING VERGROTEN

NR2 GELIJKE KANSEN

NR3 VOOR IEDEREEN EEN SPORT

NR4 VEILIG POSITIEF INCLUSIEF

NR5 SPORTPARKMANAGEMENT

NR6 NR7 SPORTIEVE SPORTIEVE RUIMTE CAPACITEIT BETER BENUTTEN

ACTIELIJNEN

NR1 BSLIM4

NR11 PLATFORM SPORT050

Figuur 9: Programmatische opzet van sport- en beweegvisie naar uitvoering

30 SPORT050

NR8 SPELEN

NR9 BEWEGENDE STAD

NR10 TALENTKLIMAAT

Teambuilding De sportwereld is de afgelopen eeuw geëvolueerd tot een complex samenspel tussen verenigingen, koepels en bonden, tussen gemeenten, provincies en Rijksoverheid en tussen lokale sociaal ondernemers en (inter)nationale ketens en merken. Daarnaast is er een sterk maatschappelijk middenveld waarin ieder vanuit een eigen invalshoek een bijdrage levert aan het systeem dat we nu hebben. We kunnen sport door de bril van een sportieve levensloop bekijken: van buiten spelen, kinderopvang, school, zwemles, sportvereniging, anders of ongeorganiseerd aanbod tot specifiek aanbod op latere leeftijd. In deze hele keten zijn nog veel stappen te zetten. Dat kan soms door de sport zelf en soms door organisaties uit betrokken domeinen de meerwaarde van sport en bewegen te laten zien. Dit kan deels gebeuren door sport en bewegen beter in wetgeving te verankeren25, maar vooral door lokaal nog betere samenwerking tot stand te brengen. Dit Meerjarenprogramma staat dan ook voor een groot deel in het teken van nog betere lokale samenwerking rondom sporten, spelen, bewegen en ontmoeten.

Hierbij gaat het om twee soorten samenwerking: 1) samenwerking tussen partners vanuit verschillende beleidsterreinen die gemeentebreed (of daar buiten) opereren en die zorgen voor een goede coördinatie van de programma’s, projecten en activiteiten; 2) wijk- of buurtgerichte samenwerking tussen lokale professionals, verenigingen en ondernemers die op maat initiatieven ontwikkelen en uitvoeren. De gemeente speelt een faciliterende rol bij zowel het gemeentebrede sportnetwerk als bij het versterken van de lokale netwerken in de wijken, buurten en dorpen. De belangrijkste opbrengst van onze teambuildingactiviteiten is dat de grote hoeveelheid kennis en innovatie die in het Groningse sportnetwerk aanwezig is, sneller de lokale sportpraktijk bereikt. Het (door)ontwikkelen van ‘communities of practice’, oftewel leernetwerken waarin professionals, vrijwilligers, experts en onderzoekers elkaar treffen om van elkaar te leren en samen oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke opgaven, speelt hierbij een grote rol. Of we het nu leernetwerken, innovatiewerkplaatsen of kennisateliers noemen, het gaat erom dat de brug tussen theorie en praktijk, tussen strategie en uitvoering gedicht wordt om dichter bij de oplossingen te komen van de maatschappelijke uitgaven waar we in ons veld voor staan.

SPORT050

31

SPORTVERENIGING

TOPSPORT NOORD SPORTEVENTS

SPORTEN VRIJETIJDSECONOMIE HUIS VOOR DE SPORT TOPSPORTCLUBS SPELEN

BSLIM

KENNISINSTELLING MBO/HBO WO

KINDEROPVANG

SPEELTUIN VERENIGING ONDERWIJS PO/VO/SO

BEWEGEN

BUURTVERENIGING LEEFOMGEVING

SPORTONDERNEMER ONTMOETEN

URBAN SPORTS 0e EN 1e LIJNSZORG

CULTUUR

BEWEEGGROEPEN

Figuur 6: Het sportnetwerk in Groningen

32 SPORT050

WIJ-TEAMS

Scoren Gedurende de looptijd van dit Meerjarenprogramma willen wij ons ideaalbeeld, een leven lang sporten en bewegen voor iedere Groninger, dichterbij brengen. Wij streven hierbij naar een positieve ontwikkeling ten aanzien van een aantal effectindicatoren en naar concrete resultaten van onze gezamenlijke inspanningen die dit mogelijk maken. Voor een aantal beoogde resultaten worden op basis van een nulmeting en benchmark met vergelijkbare gemeenten nog streefwaarden geformuleerd. Deze maken we in de jaarlijkse begrotingscyclus openbaar zichtbaar. Daarnaast streven wij ernaar dat de maatschappelijke kosten en baten die uit het sport- en beweegbeleid voortvloeien, herkend worden door de stakeholders. Hiervoor organiseren we halverwege en aan het einde van de looptijd van het Meerjarenprogramma publieke waardentafels als onderdeel van het Sportnetwerk 050. Aan deze tafels evalueren de stakeholders samen wat de inspanningen met betrekking tot de complexe vraagstukken hebben opgeleverd.

Effectenindicatoren in kaart brengen Effectindicatoren

% Inwoners dat aangeeft (wekelijks) actief te sporten (en bewegen); - 18 jaar en ouder - Jongeren in het vo

Huidige situatie (jaar)

Streefwaarde 2025

Bron

IOS basismonitor (2-jaarlijks) GGD-jeugdmonitor (4-jaarlijks)

59% (2018) 75,6% (2019)

65% 80%

% Inwoners dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen

68,6% (2016)

70%

GGD-gezondheidsmonitor (4-jaarlijks)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (actief) lid te zijn van een sportvereniging of sportschool

47% (2018)

50%

IOS basismonitor (2-jaarlijks)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de aanwezigheid van: - Binnensportaccommodaties - Sportvelden en andere buitensportfaciliteiten - Plekken in de openbare ruimte die geschikt zijn voor sport, spel en bewegen

IOS basismonitor (2-jaarlijks) 72% (2018) 73% (2018)

75% 75%

74% (2018)

75%

SPORT050 33

Resultaten monitoren Ambitie

Beoogde resultaten

Instrument

1. Ieder kind sportief en vaardig

Ontwikkelen van bewegingsvaardigheid, zelfvertrouwen, sportief leervermogen, motivatie en sportidentiteit in het basis- en voorgezet onderwijs.

Bslim monitor (jaarlijks)

Aantal kinderen dat is begeleid naar lidmaatschap van een sportclub. 2. Vitale sportclubs in de buurt

Vitaliteit van sportclubs (organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie). Veilig en positief sportklimaat.

Verenigingsmonitor (nieuw, om het jaar) VSK-monitor (nieuw, om het jaar)

Inclusiviteit en toegankelijkheid van het sportaanbod, sportfaciliteiten en de sportcultuur. 3. Uitnodigende sportieve ruimte

34 SPORT050

Een gelijk speelveld voor sportclubs waarbij transparante uitgangspunten worden gehanteerd t.a.v. faciliteiten, capaciteit, roostering en tarieven.

Projectevaluaties

Bezettingsgraden van sportaccommodaties en -faciliteiten verhogen.

Gegevens Sport050

Tevredenheid van sportclubs over de dienstverlening van Sport050.

KTO dienstverlening

Capaciteit en kwaliteit van de sportaccommodaties en -faciliteiten sluiten aan op de ontwikkeling van de vraag.

Capaciteitsonderzoek (4-jaarlijks) KTO accommodaties (jaarlijks)

Ambitie

Beoogde resultaten

Instrument

4. Sporten en spelen in de buurt

Nieuwe sport- en speelplekken worden hoog gewaardeerd op de indicatoren uitdagend veilig en toegankelijk.

Projectevaluaties

Inclusiviteit en toegankelijkheid van sport- en speelplekken verhogen en zichtbaar maken.

Projectevaluaties

Waardering kwaliteit, veiligheid en persoonlijke ontwikkeling onder uit- en doorstromende talenten.

RTC-monitor

Bereik van inspanningen op het gebied van inzet topsporters, talenten en coaches op het gebied van kennisdeling en inspiratie richting breedtesport.

Projectevaluaties

5. (Top)talent als inspiratiebron

Maatschappelijke kosten en baten evalueren Actief meedoen:

Samen leven:

Positieve gezondheid:

Positief opgroeien:

• Vrijwilligers • Initiatieven • (Re)socialisatie • Actief burgerschap

• Sociaal kapitaal • Ontmoeten • Erbij horen • Onderling begrip • Plezier

• Lichamelijk fit • Positieve gevoelens • Zingeving • Kwaliteit van leven • Regie dagelijks leven

• Talenten ontplooien • Zelfsturing en regie • Normen en waarden • Veilig en positief sportklimaat

Sportnetwerk 050: Topsporttafel, Breedtesporttafel, Positieve Gezondheid tafel

SPORT050 35

ACTIELIJNEN

36 SPORT050

NR1 BSLIM4 “Onze ambitie is dat ieder kind dat opgroeit in Groningen plezier ervaart in sport, bewegingsvaardigheid ontwikkelt en ontdekt welke sportbeleving bij hem of haar past.” - Sport- en beweegvisie

Bslim is een actielijn die in 2005 in Groningen is ontwikkeld om kinderen in aandachtsgebieden van Groningen te stimuleren tot een actieve en gezonde leefstijl. Met deze derde herijking borduren we voort op de successen van het huidige programma en proberen we tegelijk een verbeterslag te maken. Dit doen we onder de noemer Bslim4. Binnen deze actielijn is er samenwerking tussen brede vakdocenten (in dienst van het primair onderwijs) en buurtsportcoaches (in dienst van het Huis voor de Sport Groningen) in wijkgerichte Bslim-teams. De primaire focus ligt op de wijken binnen de gemeente waar sportdeelname van basisschoolkinderen het minst vanzelfsprekend is. Sinds Bslim3 organiseert Bslim ook activiteiten voor vmbo-leerlingen, waarmee Bslim zich richt op de leeftijd 4-15 jaar. Scholen en kinderen zijn zeer tevreden over de kwaliteit die brede vakdocenten leveren. Daarnaast wordt een kind jaarlijks tussen de 30.000 en 40.000 keer in beweging gebracht tijdens naschoolse activiteiten. Maar het is ook mogelijk om kritisch te kijken naar of de inactieve kinderen hiermee daadwerkelijk bereikt worden en in welke mate het gelukt is om kinderen toe te leiden naar duurzame sportbeoefening. Ten slotte is er de uitdaging om de sportcoaches in Haren en Ten Boer te betrekken bij Bslim.

Sportief kapitaal voor álle jeugd Met Bslim4 willen we voortborduren op de sterke punten van Bslim en tegelijkertijd kijken of nog meer sportief kapitaal te ontwikkelen is bij deze doelgroepen. Het is duidelijk dat vakleerkrachten in het basisonderwijs een enorme impuls geven aan de kwaliteit van het bewegingsonderwijs, de ontwikkeling van bewegingsvaardigheid, het sportief leervermogen, de motivatie om te sporten en bewegen en het plezier dat ze daarin hebben. In Bslim-wijken krijgen brede vakdocenten financiering vanuit de driehoek primair onderwijs, Rijksregeling combinatiefuncties en de bijdrage vanuit het gemeentelijk sportbudget. Er is weinig zicht op hoe het bewegingsonderwijs er in andere wijken binnen de gemeente voorstaat. Er is enorm veel kennis en expertise bij de Groningse kennisinstellingen als het gaat om bewegingsonderwijs en de ontwikkeling van kinderen. Wij willen graag samen met het primair onderwijs verkennen of deze kennis in alle wijken te benutten is, of het haalbaar is om echt overal vakdocenten in te zetten en of het sportbudget te benutten is om met name buitenschoolse formatie te financieren.

SPORT050 37

Bslim op school Brede vakdocenten in de stad geven aan nog specifieker tijd en energie te willen steken in de leerlingen die achterblijven qua bewegingsvaardigheid en sportief leervermogen. In de nieuwste leerlijnen vanuit curriculum.nu ligt nog meer nadruk op bewegingsvaardigheid, het ontwikkelen van een sportidentiteit, zelfregulatie en het kennismaken met de mogelijkheden die verschillende beweegcontexten (schoolplein, speelveldjes, sportclubs) te bieden hebben. Leerlingen die achterblijven zouden net als bij andere schoolvakken extra aandacht moeten krijgen. Dit kan door de ontwikkeling van leerlingen systematisch te volgen en tijdens de lessen te differentiëren voor kinderen met enige achterstanden en een specifiek plan te ontwikkelen voor kinderen met grotere achterstanden. De vakdocenten zouden ook in het naschoolse programma kunnen focussen op deze doelgroepen. Het doel verschuift dan van aanvullend sportaanbod ontwikkelen naar specifieke activiteiten opzetten om doelgroepen met minder sportief kapitaal achterstand te laten inhalen en om hen te helpen een passend plekje te vinden in het reguliere sportaanbod bij de Groningse sportclubs.

Ambassadeur actieve gezonde leefstijl Een vakdocent bewegingsonderwijs kan met zijn of haar kennis en expertise meer betekenen voor de school dan alleen het verzorgen van de gymles. Als ambassadeur van sport, bewegen en een actieve gezonde leefstijl kan de vakdocent een inspiratiebron zijn voor de groepsleerkrachten. Er vindt in Nederland, ook in Groningen, veel innovatie plaats op het gebied van bewegend leren, pleinspelen gericht op meervoudig bewegen en het ‘nudgen’ van de schoolomgeving om kinderen uit te nodigen meer te bewegen. Het is ook belangrijk te verkennen hoe het bewegingsonderwijs voor groep 1 en 2 naar een hoger niveau te krijgen is. Bij deze lessen zijn nog maar zelden vakdocenten betrokken, terwijl juist op deze leeftijd de bewegingsvaardigheid sterk te ontwikkelen is. Wij streven naar een stevigere positie van vakleerkrachten bewegingsonderwijs als ambassadeur voor een actieve gezonde leefstijl.

Special Heroes Afgelopen jaar is de samenwerking tussen Special Heroes en het speciaal onderwijs binnen de gemeente verder geïntensiveerd dankzij een structurele bijdrage aan dit programma. Stichting Special Heroes Nederland maakt zich sterk voor de sociale, mentale en fysieke ontwikkeling van kinderen met een beperking door een gezonde en actieve leefstijl te stimuleren en een zo groot en breed mogelijk aanbod te creëren binnen de gebieden sport en bewegen, kunst en cultuur, werk en participatie en voeding en gezondheid. Vanuit Special Heroes worden specifieke clinics en evenementen voor deze doelgroepen georganiseerd die direct bijdragen aan positieve sportervaringen.

38 SPORT050

SPORT050 39

Bslim in de wijk De buurtsportcoaches zijn binnen het Bslim-team betrokken bij het buitenschoolse sportaanbod in de Bslim-wijken, waarbij er een steeds betere samenwerking is met vakdocenten in het vmbo. De nadruk ligt hier met name op het ervaren van verschillende sport- en beweegcontexten en het ontdekken van welk type sport(omgeving) past bij iemands talenten en persoonlijke motieven in deze levensfase. Dankzij de samenwerking met brede vakdocenten binnen het Bslim-team, maar ook met andere professionals zoals de WIJ-teams, gebiedsteams en vakdocenten in het VO komen jongeren op de radar die in sport- en beweegdeelname achterblijven. Zij kunnen actief benaderd worden om deel te nemen. Het aanbod wordt zo veel mogelijk ontwikkeld in samenwerking met lokale sportclubs. Dit kunnen verenigingen, commerciële aanbieders of zelfgeorganiseerde communities zijn. Vanuit zo’n samenwerking is ook een follow-up mogelijk, wat betekent dat iemand vanuit een Bslim-activiteit de stap naar een aantal proeflessen en hopelijk een lidmaatschap kan maken. De buurtsportcoach kan sportclubs helpen met het ontwikkelen van deze follow-up en we streven ernaar dat sportclubs terugkoppelen of het proces daadwerkelijk tot structurele deelname leidt. Hier stopt de rol van de buurtsportcoach; het ondersteunen en versterken van sportclubs wordt opgepakt vanuit andere actielijnen.

Het doorontwikkelen van de vindplaatsgerichte aanpak, de doorgeleiding naar duurzame sportdeelname bij sportclubs en het betrekken van ouders voor het mobiliseren van sociale steun blijven ook in Bslim4 belangrijke aandachtspunten. De samenwerking tussen Bslim-teams, lokale sportclubs en andere stakeholders draagt bij aan de ontwikkeling van Sportwijken (NR5), een hecht lokaal netwerk van waaruit alle inwoners uitgedaagd worden om met plezier te sporten en bewegen.

De leefwereld van de jongere Zeker bij de hogere groepen van het basisonderwijs of in het vmbo is het essentieel om met het aanbod aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren. Vooral als het gaat om het betrekken van jongeren met minder sportief kapitaal. Communicatie via de Bslim-app en via sociale mediakanalen moet aansluiten bij de taal van de jeugd. Ook is het van belang om aan te haken bij de trends en hypes die de revue passeren. Gisteren was het Pokémon Go, vandaag is het TikTok, morgen is het weer wat anders. Wij willen experimenteren met Esports en gamification van sportactiviteiten. Door een FIFA-, Fortnite- of Just Dance-toernooi te combineren met een beweegactiviteit die hier bij aansluit, breng je bewegen naar de belevingswereld van de doelgroep. Hierbij kan er meteen ook aandacht zijn voor verantwoord gamen en gameverslaving.

40 SPORT050

Innovatie in de gehele keten Groningen heeft de bijzondere situatie dat vakleerkrachten en buurtsportcoaches veelal opgeleid worden bij de sport en bewegen-opleidingen in onze eigen stad. De gehele keten van MBO Sport en Bewegen, HBO ALO en Sportkunde én RUG Bewegingswetenschappen zorgt voor enorm veel kennis en expertise om tot innovatie te komen. Door stagiaires vanuit de gehele keten te betrekken bij Bslimteams zijn zowel de impact als de innovatiekracht van die teams te vergroten. Experimenteren op basis van de nieuwste didactische en pedagogische kennis met technologische hulpmiddelen of nieuwe communicatiemiddelen kan zorgen voor continue verbetering van het programma. Wij hopen dat het Bslim-team een leernetwerk kan worden waar onze professionals, studenten, docenten en onderzoekers komen tot doorontwikkeling van zowel het bewegingsonderwijs als de buurtsport. Met dezelfde stakeholders kunnen we verkennen wat mogelijk is ten aanzien van mbo-leerlingen, bij wie bewegingsarmoede ook een steeds groter probleem aan het worden is.

SPORT050

41

Doelstellingen: 1.1 Verbeteren van bewegingsvaardigheid, zelfvertrouwen, sportief leervermogen, motivatie en sportidentiteit bij kinderen in het basisonderwijs (4-12 jaar). 1.2 Verhogen van het aantal kinderen en jongeren (6-15 jaar) dat vanuit Bslim is begeleid tot een lidmaatschap bij een sportclub.

Inspanningen: • Buurtsportcoaches in Haren en Ten Boer worden onderdeel van het Bslim-programma. • Met de brede vakdocenten op Bslim-scholen gerichte interventies ontwikkelen om de kinderen die achterblijven qua vaardigheid, sportief leervermogen en sportidentiteit deze te laten inhalen. • Onderzoeken hoe de (brede) vakdocent nog meer een actieve en gezonde leefstijlambassadeur op school kan worden. • Verkennen hoe Bslim kan bijdragen aan de kwaliteit van het bewegingsonderwijs in groep 1 en 2 en zelfs aan bewegen in de voorschoolse leeftijdsgroep. • Aansluiting naschoolse Bslim-activiteiten bij de leefwereld van de minder actieve jongeren. • Vindplaatsgerichte aanpak en versterken van de doorstroming naar duurzaam clublidmaatschap. • Doorontwikkeling van wijkgerichte aanpak in Bslim-teams als lerende netwerken.

42 SPORT050

2021

2022

2023

2024

2025

Inspanningen:

2021

2022

2023

2024

2025

• Samenwerking in de gehele (bewegings)onderwijsketen versterken en optimaal benutten. • Streven naar een vakleerkracht op elke basisschool die werkt volgens de nieuwe leerlijnen van curriculum.nu. • Samenwerking tussen vo-vakleerkrachten, bewegingsonderwijs in het mbo en verbinding naar actielijn 3 ‘Voor iedereen een sport’.

Gronings Sportmodel: Brede vakdocenten dragen bij aan de opbouw van sportief kapitaal door het ontwikkelen van bewegingsvaardigheid, een positieve sociale omgeving en door leerlingen te helpen ontdekken welke sporten en motieven hun voorkeur hebben. Buurtsportcoaches richten zich op 10- tot 15-jarigen en laten hen verschillende sportcontexten beleven. Met deze positieve ervaringen kan het sportief kapitaal zich verder ontwikkelen. Daarnaast richten zij zich op het wegnemen van barrières die deze doelgroep ervaart richting duurzame sportbeoefening bij een sportclub. Strategieën: Slimme interventies; Gebiedsgerichte aanpak; Investeren in samenwerkingskracht; Iedereen doet mee. Bijdrage aan ambities: Ieder kind sportief en vaardig; Vitale sportclubs in de buurt.

SPORT050 43

NR2 GELIJKE KANSEN “Daar waar huidige systemen leiden tot ongelijke kansen en maatschappelijke opgaven waar niet direct een concrete oplossing voor handen is, willen we samen met alle betrokkenen streven naar systeeminnovatie.” - Sport- en beweegvisie

In oktober 2020 ondertekenden de gemeente Groningen, kinderopvangbesturen en schoolbesturen het maatschappelijk akkoord voor sociale inclusie en gelijke kansen. Hiermee streven zij naar een integrale benadering van de drie leefwerelden (thuis, school en vrije tijd/wijk), waar ieder individu kan bijdragen aan een samenleving waarin iedereen wordt gewaardeerd en zonder vooroordeel de juiste kansen kan krijgen. De Groningse tweedeling in de samenleving wordt niet alleen zichtbaar in schoolresultaten, met bijbehorende sociaal-economische gevolgen. Ook als het gaat om sportdeelname, een actieve en gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie zijn de verschillen tussen wijken groot. Via de route van een verlengde schooldag zou het mogelijk zijn om deze achterstanden in te lopen, maar dat kan alleen als ouders en maatschappelijke organisaties in de wijk hierbij betrokken worden. It takes a village to raise a child.

Nationaal Programma Groningen (NPG) en Regio Deal Vanuit het NPG en de Regio Deal zijn er verscheidene initiatieven om met een verlengde schooldag aan de slag te gaan. Onder de noemer ‘Tijd voor Toekomst’ is er op een aantal scholen al geëxperimenteerd met een dagprogrammering, waarbij kinderen een kansenkaart kregen om zelf keuzes te maken en aandacht te hebben voor bewegen, gezonde voeding, natuureducatie, wetenschap & techniek, cultuur, welzijn of de toekomstige arbeidsmarkt. Hoewel de definitieve invulling van de provinciale en lokale programma’s nog niet zijn vastgesteld, ligt het voor de hand om sport, bewegen en een gezonde leefstijl een plekje hierin te geven. Niet alleen omdat de opgaven in deze wijken op dit vlak groot zijn, maar ook omdat sport een positieve context kan bieden om te werken aan zelfvertrouwen, zelfregulatie, doorzettingsvermogen en sociale vaardigheden. Wij willen een verbindende rol spelen om het sportveld en sportprofessionals aangehaakt te krijgen bij de ontwikkeling van deze verlengde schooldag.

44 SPORT050

Sport- en beweeginclusief In het gelijkekansenprogramma speelt het onderwijs een centrale rol, maar vaak begint het ontwikkelen van gelijke kansen al eerder, namelijk bij kinderen van 0-4 jaar. Vroeg beginnen met spelen en bewegen is essentieel om voldoende bewegingsvaardigheid en sportief kapitaal op te doen en zo mee te kunnen doen in de reguliere beweegcultuur. Het consultatiebureau, wijkverpleegkundigen, kinderopvang en groepsleerkrachten kunnen bijdragen aan het tijdig signaleren van eventuele achterstanden. Gerichte programma’s zoals peutergym, uitdagende pleinspelen, motorische remedial teaching (MRT) en buitenschoolse sport- en beweegactiviteiten kunnen bijdragen aan de oplossing daarvan. De (brede) vakdocent speelt hierin een belangrijke rol, maar ook de pedagogisch medewerkers van de kinderopvang, de groepsleerkrachten en relevante zorgprofessionals zouden hulp kunnen krijgen om sport en bewegen nog meer in te zetten als middel om kinderen te helpen zichzelf te ontwikkelen. Bewegen zou een steviger positie kunnen krijgen in bestaande programma’s gericht op Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) voor peuters vanaf 2 jaar.

Scandinavisch model De verlengde schooldag biedt kansen om te experimenteren met een sport- en beweegmodel dat bekend staat als het Scandinavisch model. Veel sportclubs lopen ertegenaan om voldoende vrijwilligers te vinden om de grote aantallen jongste jeugd op een goede wijze te begeleiden. Tegelijkertijd geeft de sportbeoefening veel drukte in het gezin, waarbij zeker waar gesport wordt in de vooravond de gezamenlijke maaltijd onder druk komt te staan. In het Scandinavisch model krijgen de basisschoolkinderen tijdens de verlengde schooldag extra sport- en beweegmomenten waarbij zij uitgedaagd worden om meervoudig te bewegen, sportief kapitaal te ontwikkelen en minimaal één of twee keer per week hun favoriete sport te beoefenen. Bij thuiskomst is er tijd voor het gezin. Sportdeelname van kinderen wordt zo minder afhankelijk van de inspanningen en steun van hun ouders en de vereniging hoeft tot en met 12 jaar alleen maar zorg te hebben voor de begeleiding in het weekend. Meervoudige bewegingsvaardigheid opdoen en je pas laat specialiseren zijn ook aantoonbaar goed voor de sportieve ontwikkeling op de lange termijn. Samenwerking tussen sportclubs onderling en met het onderwijs en de kinderopvang zijn noodzakelijk om dit model te laten slagen.

SPORT050 45

Doorbraak De verlengde schooldag is een van de vele initiatieven die we gaan ontwikkelen en die in samenhang de doorbraak moeten realiseren om de tweedeling in de samenleving te bestrijden. Bij de integrale aanpak van maatschappelijke opgaven worden armoede, gezondheid, opleiding, werkloosheid, veiligheid, ondermijning, zelfredzaamheid en woonkwaliteit als eerste genoemd. Sport en bewegen zelf zijn hierin geen speerpunt, maar kunnen wel een belangrijke katalysator zijn die bijdraagt aan het oplossen van deze complexe vraagstukken. Sport wordt vaak snel geassocieerd met gezondheid. Maar de sportclub is als een minimaatschappij, waar mensen die in armoede leven het levensgeluk kunnen terugvinden, mensen zonder werk als vrijwilliger kunnen re-integreren in arbeidsprocessen, waar sociaal kapitaal ontwikkeld wordt en waar jongeren hun energie kwijt kunnen, wat de veiligheid en leefbaarheid in de wijk ten goede kan komen. De sportclub fungeert als een sociaal bindmiddel in een wijk en kan deze rol nog sterker vervullen als íeder kind meedoet en als zij meer betrokken raakt bij de opgaven waar we gezamenlijk voor staan. Een doorbraak in de sport is een doorbraak voor de samenleving.

Doelstellingen: 2.1 Via het gelijkekansenprogramma worden basisschoolkinderen ook uitgedaagd om meer sportief kapitaal te ontwikkelen tijdens de verlengde schooldag. 2.2 Sportclubs die hiervoor openstaan een rol geven bij de uitvoering van gelijkekansenprogramma’s om hiermee hun rol als maatschappelijk bindmiddel in de wijk nog verder te versterken.

Inspanningen: • Sport- en beweegstakeholders betrekken bij de ontwikkeling van de verlengde schooldag. • Onderzoeken welke gerichte interventies bruikbaar zijn om mee te nemen bij de dagprogrammering en welke eventueel hierbuiten in te zetten zijn. • Proefdraaien en doorontwikkelen van de verlengde schooldag i.s.m. met onze Bslimprofessionals.

46 SPORT050

2021

2022

2023

2024

2025

Inspanningen:

2021

2022

2023

2024

2025

• Verkennen in welke mate het gelijkekansenprogramma voor sport en bewegen ook voor 0- tot 4-jarigen kan worden ingezet. • Verkennen of er sportclubs zijn die i.s.m. met de verlengde schooldag een pilot willen draaien met een Scandinavisch breedtesportmodel. • Breder verkennen hoe sport en bewegen gericht in te zetten zijn in gelijkekansenprogramma’s die gemeentebreed ingezet worden. • Evalueren hoe sport- en beweeginterventies binnen het gelijkekansenprogramma daadwerkelijk voor de beoogde effecten zorgen.

Gronings Sportmodel: Het gelijkekansenprogramma streeft naar gelijke kansen voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Meer sport- en beweegmomenten voor de doelgroepen van dit programma dragen bij aan de opbouw van sportief kapitaal. Voor de jongste jeugd biedt dit kansen om buitenspelen en daarmee de ontwikkeling van bewegingsvaardigheid te stimuleren. Ons voorstel is om in het programma ook sportclubs te betrekken, zodat de kinderen positieven sportervaringen kunnen opdoen in een reguliere sportomgeving. Strategieën: Gebiedsgerichte aanpak; Investeren in samenwerkingskracht; Iedereen doet mee. Bijdrage aan ambities: Ieder kind sportief en vaardig; Vitale sportclubs in de buurt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4211/documents/60971