CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Meerjarenprogramma Sport & Bewegen 2021-2025.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 7 april 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 1: Meerjarenprogramma Sport en Bewegen (collegebrief 24-3-2021)23.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

SPORT050

47

NR3 VOOR IEDEREEN EEN SPORT “Ontdekken wat bij jou als sporter past, de kans krijgen om daar beter in te worden en hierin gestimuleerd worden door jouw omgeving.” - Sport- en beweegvisie

Iedere sportloopbaan is anders. Een leven lang sporten en bewegen begint bij voldoende sportief kapitaal om mee te kunnen en willen doen. Maar veel mensen die gemotiveerd zijn om te sporten lopen toch tegen barrières aan om deze motivatie om te (blijven) zetten in actie. Voor sommigen zijn dit financiële barrières, voor anderen zijn het praktische barrières, maar voor veel mensen zijn het ook psychosociale barrières. Het wegnemen van belemmeringen kan een gerichte bijdrage leveren aan het vergroten van de deelname, zeker bij kwetsbare groepen. Eenmaal begonnen met sporten zijn positieve ervaringen essentieel om het vol te houden. Brede oriëntaties aan het begin van de sportloopbaan kunnen helpen te leren ontdekken wat bij jou als sporter past. Maar ook moet je motivatie aansluiten bij de cultuur van de sociale context waarin je je sport gaat beoefenen. Elke sportclub is anders en je welkom en thuis voelen is minstens zo belangrijk als het plezier dat je beleeft aan de activiteit. Interesses en behoeften veranderen gedurende een sportloopbaan. Natuurlijk doet iedere sportclub er alles aan om leden, abonnees en klanten vast te houden, maar als gezamenlijk breedtesportsysteem moeten we de barrières om te switchen juist zo laag mogelijk houden. Per saldo profiteert elke sportclub ervan als er meer mensen zijn die veranderen van sport in plaats van afhaken.

Financiële barrières Vanuit armoedebeleid wordt binnen de gemeente Groningen al geruime tijd het Jeugdfonds Sport & Cultuur Groningen gefaciliteerd om contributie of lesgeld te betalen voor kinderen en jongeren uit gezinnen waar te weinig geld is voor het lidmaatschap van een sportclub of deelname aan culturele activiteiten. Deze regeling wordt steeds bekender, maar in samenwerking met buurtsportcoaches en sportclubs zou dit proces nog verder gestroomlijnd kunnen worden. Wij onderzoeken of ook voor volwassenen en ouderen een dergelijke regeling mogelijk is. Deze regeling is aanvullend op de Stadjerspas, waar alle inwoners van de gemeente Groningen met een inkomen tot maximaal 120% van de bijstandsnorm gebruik van kunnen maken om korting te krijgen op een verscheidenheid aan sportactiviteiten en/of contributie. Daarnaast is er de Stichting Leergeld Groningen, die maatwerk biedt voor schoolgaande kinderen die net buiten de bestaande regelingen vallen. Wij streven ernaar dat deze regelingen goed op elkaar afgestemd zijn en meer bekendheid krijgen bij professionals en sportclubs binnen de gemeente, zodat er meer gebruik van wordt gemaakt.

48 SPORT050

Inclusief sportaanbod Of het nu gaat om mensen met een auditieve of visuele beperking, lichamelijke of geestelijke beperking, gedragsproblematiek, chronische aandoening of nog vitale ouderen, sportdeelname is voor deze doelgroepen minder vanzelfsprekend. Om deel te kunnen nemen, lopen zij tegen veel praktische barrières aan die overwonnen moeten worden. Vervoer, specifieke materialen, goed geschoolde begeleiding en soms zelfs een aangepaste accommodatie zijn nodig om deelname mogelijk te maken. Groningen verkeert in de gelukkige omstandigheid dat veel aangepast sportaanbod relatief dichtbij is. Steeds meer sportclubs zijn bereid om te starten met aangepast aanbod, alleen weten ze soms niet waar te beginnen. Vanuit het Gronings Sportakkoord is een Beweegcoach Inclusief Sporten aangesteld om vraag en aanbod nog beter op elkaar aan te laten sluiten en om de doorontwikkeling van aangepast aanbod binnen Groningen aan te jagen. Bestaande concepten als Old Stars kunnen het eenvoudiger maken om te starten als club. Maar ook een goed aanbod van cursussen voor specifieke begeleiding is essentieel. Niet iedere club kan en hoeft een rol te spelen in het ontwikkelen van inclusief aanbod, maar wij streven er samen met de Beweegcoach Inclusief Sporten wel naar om het aangepaste sportaanbod in Groningen te verbreden en de komende beleidsperiode zichtbaarder te maken.

SPORT050 49

Diversiteit en flexibiliteit Groningen is gezegend met een grote diversiteit aan sportclubs en een divers sportaanbod. Toch kunnen veel sportclubs zichzelf nog steeds ontwikkelen als het gaat om het inspelen op de vraag van huidige en toekomstige doelgroepen. Bij veel sportclubs is er nog steeds één lidmaatschapsvorm waar trainingen op vaste tijden en het spelen in de competitie vaste onderdelen van zijn. Flexibele lidmaatschapsvormen, minder vaste tijden, evenementen, een aangepaste spelvorm passend bij de sportbeleving van bepaalde doelgroepen, meer of minder begeleiding: er is veel mogelijk om nieuwe doelgroepen voor jouw sportclub te winnen. Dit kan prima bestaan naast een vaste kern die gebruikmaakt van het huidige lidmaatschapsmodel. Daarnaast is er veel mogelijk met slimme samenwerkingen om het beoefenen van meerdere sporten naast elkaar aantrekkelijk te maken. Je hoeft niet direct een omnivereniging te worden om gezamenlijk aanbod te realiseren. Vanuit sportparkmanagement en de sportwijken (NR5) zijn initiatieven op dit vlak te ontwikkelen die breed binnen de gemeente als inspiratie kunnen dienen voor andere clubs.

Hop naar een nieuwe sport Het plezier verloren in jouw huidige sport? Ontdek dan een nieuwe uitdaging met de Sport- en Cultuurhopper. De Sport- en Cultuurhopper is een online verzameling van sport- en culturele cursussen aangeboden door verschillende aanbieders. Hiermee kunnen inwoners uit de gemeente Groningen op een laagdrempelige manier gratis of tegen geringe kosten kennismaken met een sport of activiteit. Dit platform verzamelt tweemaal per jaar alle cursussen en brengt vervolgens vraag en aanbod bij elkaar. Afgelopen jaar is dankzij het Gronings Sportakkoord de Sporthopper uitgebreid met activiteiten voor iedereen van 0-99 jaar. Iemand die het plezier verliest in zijn of haar sport hoeft zo niet verloren te zijn voor de sport in het algemeen. Hoewel dit concept goed aangeslagen is, blijven we zoeken naar verbetering. Hoe kan de follow-up na deelname aan de tijdelijke cursus nog beter? Is het haalbaar om van twee keer per jaar overstappen naar een systeem dat het hele jaar openstaat? Hoe kunnen we de Sport- en Cultuurhopper ‘just in time’ onder de aandacht krijgen bij de sporter die afhaakt bij zijn of haar huidige sportclub? Daarnaast zou het interessant zijn om een sportkeuzetest aan het systeem toe te voegen die je helpt om een sport te kiezen die bij jou past.

Doelstellingen: 3.1 Wegnemen van financiële barrières bij iedere sporter in Groningen die niet de financiële mogelijkheden heeft om mee te doen. 3.2 Stimuleren van de ontwikkeling van aangepast en/of flexibel sport- en beweegaanbod bij sportclubs en zorgen voor een optimale zichtbaarheid en toegankelijkheid van dit aanbod. 3.3 Drempels verlagen om andere sport- en beweegactiviteiten uit te proberen en te ontdekken welke sport op dat moment bij jou past.

50 SPORT050

Inspanningen:

2021

2022

2023

2024

2025

• Financiële barrières wegnemen door nog bekender maken en afstemmen van financiële regelingen. • Inzet Beweegcoach Inclusief Sporten.

• Breder bekend maken en uitrollen van Old Stars binnen de gemeente. • Doelgroepgericht en flexibel sportaanbod bij onze sportclubs: breed delen van good practices. • Versterken van de follow-up van de Sport- en Cultuurhopper. • Verkennen of een just-in-time kennismakingsaanbod haalbaar is.

Gronings Sportmodel: Voor mensen die wel graag willen, maar tegen financiële, praktische of psychosociale barrières aanlopen, proberen wij drempelverlagende interventies in te zetten. Voor mensen die wel deelnemen, maar waarvan de motivatie dalende is binnen een bepaalde sport(omgeving), is het nodig om eenvoudig en laagdrempelig wat anders te kunnen ontdekken. Deze actielijn staat volledig in het teken van het wegnemen van drempels om een nieuwe sport te proberen en lid te worden. Strategieën: Iedereen doet mee; Investeren in samenwerkingskracht; Slimme interventies. Bijdrage aan ambities: Vitale sportclubs in de buurt; Ieder kind sportief en vaardig.

SPORT050

51

NR4 VEILIG, POSITIEF, INCLUSIEF “Binnen onze sportclubs gaan mensen sportief en respectvol om met elkaar, de tegenstander én minderheden.” - Sport- en beweegvisie

Sportclubs zijn dé plek waar voor vrijwel alle sporters een duurzame sportdeelname begint. Of het nu gaat om een sportvereniging, -onderneming, -stichting of lichter georganiseerd sportclubje, juist de stimulerende omgeving, de begeleiding en het clubgevoel maken dat je erbij wilt blijven horen. Gedurende de coronapandemie is gebleken dat daar waar het clubgevoel groot is, de leden trouw blijven in tijden waarin minder of niet gesport mag worden. Onze sportclubs zijn daarom essentieel voor het ontwikkelen van sportief kapitaal. Helaas doen niet alle sporters positieve ervaringen op bij sportclubs. Grensoverschrijdend of ongewenst gedrag, sociale uitsluiting, een gesloten cultuur: het komt allemaal nog steeds voor in de sport. Als we de positieve kracht van sport in Groningen optimaal willen benutten, dan verplicht dit ons om tegelijkertijd ook de schaduwkant van de sport te erkennen én bestrijden. Wij gaan voor een positieve sportcultuur die veilig en plezierig is voor álle inwoners.

Veilig is de ondergrens De sportclub moet altijd en voor iedereen een veilige plek zijn. Extra aandacht moet er zijn voor doelgroepen die zichzelf minder goed kunnen verdedigen, zoals kinderen, ouderen of mensen met een mentale beperking. Seksueel ontoelaatbaar gedrag, fysieke en mentale mishandeling, discriminatie, diefstal, vandalisme en grensoverschrijdend gedrag zijn niet eenvoudig uit de sport te bannen. Sterker nog, de aard van de sport, met machtsverschillen tussen coach en pupil, praktisch gesloten gelegenheden en haar fysieke karakter, maakt dat sport soms een voedingsbodem is voor deze ongewenste gedragingen. Via het landelijk actieprogramma ‘Naar een veiliger sportklimaat’ en de inspanningen van sportbonden is er ook in Groningen al veel ondernomen om sport veiliger te maken. Toch zijn er nog veel sportclubs die geen scherp geformuleerde gedragsregels of een protocol rondom wangedrag of de aanstelling van een vertrouwenscontactpersoon opgesteld hebben. De komende jaren willen wij samen met de sportbonden en koepels die actief zijn in Groningen en relevante gemeentelijke beleidsdomeinen verkennen welke acties nodig zijn om de Groningse sport een veilig thuis te laten zijn voor alle sporters.

52 SPORT050

Positieve sportcultuur Naast een veilige omgeving bieden zou de sport ook altijd leuk, eerlijk en zorgeloos moeten zijn om tot de beoogde positieve ervaringen te leiden. Trainers, coaches en instructeurs zouden het welzijn van de sporter altijd boven het resultaat moeten stellen. En laat ouders langs de lijn vooral positieve supporters zijn. Daar waar het resultaat volledig centraal komt te staan, of het nu gaat om competitie, afvallen of sterker worden, bestaat het risico dat de sportbeoefening niet meer verantwoord is. Als club, begeleiders, arbitrage en omkadering is het zaak om samen een positieve cultuur te behouden. Schelden, pesten en onsportief gedrag horen, net als doping, omkoping en overlast door alcohol- of drugsgebruik, niet thuis in de sport. Een gezond sociaal klimaat bij een sportclub kan bijdragen aan het zelfvertrouwen, de eigenwaarde, het doorzettingsvermogen, de ontspanning en het welbevinden van de sporter. Een slecht sociaal klimaat kan juist leiden tot faalangst, een minderwaardigheidscomplex of een eetstoornis. De kwaliteit van de begeleider in combinatie met de cultuur binnen een sportclub kunnen de sporter maken of breken.

Samen met de sportbonden en sportclubs willen wij blijven werken aan een positieve sportcultuur waarin mensen worden aangesproken op negatief gedrag, ongewenste ontwikkelingen bij sporters worden gesignaleerd en aangepakt en waarbij positief gedrag wordt aangemoedigd. High five!

Clubkader Vrijwel iedere fanatieke sporter kan zich die ene trainer, coach, gymleraar of instructeur herinneren die het vuurtje in hem of haar heeft doen ontbranden. De kwaliteit van begeleiding van sporters maakt écht het verschil als het gaat om een leven lang sporten en bewegen. Of het nu gaat om de professionele instructeur bij een fitnesscentrum, een betaalde trainer/coach bij een sportvereniging of een ouder die als vrijwilliger de jongste jeugd begeleidt, een basisniveau aan pedagogische en didactische vaardigheden is essentieel. Samen met de diverse sportopleidingen die Groningen rijk is willen wij verkennen hoe de kwaliteit van het technisch kader te verbeteren is. Het Nationaal Sportakkoord biedt mogelijkheden voor laagdrempelige trainer/coach-opleidingen. Hier horen ook cursussen bij over positief coachen, coachen van jongeren met gedragsstoornissen en het begeleiden van pubers. Maar voor anderen sluit begeleiding ‘on the job’, ook wel clubkadercoaching genoemd, beter aan bij de behoefte. Sportieve kennisinstellingen in Groningen beschikken over enorm veel kennis en expertise op het gebied van optimale begeleiding van verschillende doelgroepen. Deze kennis willen we in samenwerking met de gehele keten beter ontsluiten en bruikbaar maken voor ons clubkader.

SPORT050 53

Sport en bewegen voor iedereen Een groot consortium van landelijke partijen in de alliantie ‘Sporten en bewegen voor iedereen’ is overeengekomen dat zij de komende jaren inspanning leveren om de sportpraktijk bewust te maken van de mogelijkheden en belemmeringen die erop grond van iemands leeftijd, fysieke of mentale gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie zijn om te gaan sporten en bewegen. In actielijn 3 gaven wij al aan hoe we barrières willen wegnemen en daarmee sportaanbod voor iedere Groninger willen faciliteren. Belangrijk is dat de verschillende doelgroepen niet alleen met plezier mee kunnen doen, maar zich ook welkom voelen, er écht bij horen en geaccepteerd worden. Het gaat dus niet alleen over aanbod, maar ook over een open cultuur binnen het sportlandschap. Het idee is dat er, naast de aanstelling van een Beweegcoach Inclusief Sporten en enkele Wijksportmanagers vanuit het Gronings Sportakkoord, een stevig lokaal samenwerkingsverband gesmeed wordt, zodat de alliantie ‘Sporten en bewegen voor iedereen’ voor Groningen gaat werken.

Gebruikmakend van de diensten en producten van nationaal opererende belangenbehartigers, zoals de John Blankenstein Foundation (LHBTI+), Special Heroes, het Fonds Gehandicaptensport, Geef Racisme de Rode Kaart, de Stichting Life Goals, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Nationaal Ouderenfonds willen we doelgroep voor doelgroep werken aan een inclusieve sportcultuur in Groningen. Hierbij betrekken we met name lokaal opererende stakeholders om samen campagnes, workshops en procesbegeleiding op maat te realiseren bij sportclubs die een open cultuur voor deze doelgroepen willen ontwikkelen.

Doelstellingen: 4.1 Terugdringen van het aantal incidenten en grensoverschrijdend gedrag in de Groningse sport. 4.2 Meer sportclubs die actief werken aan een positief sportklimaat door activiteiten gericht op het clubkader, arbitrage, ouders en gedragsregels. 4.3 Meer sportclubs die actief werken aan een inclusief sportklimaat door te participeren in campagnes, workshops of andere activiteiten.

Inspanningen: • Ontwikkelen lokaal actieplan veilig en positief sportklimaat. • In samenwerking met sportbonden sportclubs stimuleren en ontzorgen wat betreft gedragsregels, VOGs, het voorkomen van wangedrag en het aanstellen van een VCP. • Integrale aanpak positief coachen ontwikkelen.

54 SPORT050

2021

2022

2023

2024

2025

Inspanningen:

2021

2022

2023

2024

2025

• Stimuleren gebruik van sportservices uit het Nationaal Sportakkoord rondom scholing technisch clubkader. • Samen met sportopleidingen verkennen of clubkadercoaching haalbaar is. • Lokaal netwerk ‘Sport en bewegen voor iedereen’ mobiliseren en samen bouwen aan een alliantie. • Project ‘Gelijkspelen’ gericht op inclusie van LHBTI+ doelgroep. • Vervolgprojecten gericht op andere doelgroepen en/of aspecten van een open sportcultuur i.s.m. de Beweegcoach Inclusief Sporten, sportwijken en/of sportparkmanagers (NR5). • Inspelen op landelijke projecten, campagnes en interventies gericht op positieve en inclusieve sportcultuur.

Gronings Sportmodel: Sportief kapitaal verdwijnt snel wanneer deelnemers negatieve ervaringen opdoen. Daarom is het belangrijk dat onveilige situaties en negatieve gedragingen uit de sport worden gebannen. Positieve ervaringen ontstaan als de sportcultuur positief is en de begeleiding van een goed niveau. Dezelfde positieve ervaringen moeten ook voor minderheden of kwetsbare groepen gelden. Met deze actielijn proberen wij samen met sportclubs en andere betrokkenen te werken aan een klimaat dat garant staat voor positieve sportervaringen. Strategieën: Iedereen doet mee; Bewustzijn vergroten; Investeren in samenwerkingskracht. Bijdrage aan ambities: Vitale sportclubs in de buurt; Ieder kind sportief en vaardig.

SPORT050 55

NR5 SPORTPARKMANAGEMENT Professionals in de wijk en de gebruikers van de sportfaciliteiten kunnen nog meer samenwerken om de sportieve ruimte als sociale voorziening te benutten.” - Sport- en beweegvisie In het streven naar vitale sportclubs speelt de accommodatie een belangrijke rol. Onderzoek laat zien dat clubs met een echte thuisbasis, een ‘eigen’ accommodatie en kantine, veerkrachtiger zijn en op de lange termijn vitaal.11 Ook tien jaar geleden, met de vorige sportvisie, streefden wij al naar open sportparken die in sterke verbinding met de wijk een belangrijke sociale functie vervullen. Dit vraagstuk bleek echter complex en op veel plekken is het nog niet gelukt hier veel successen in te boeken. Er is veel draagvlak nodig onder alle betrokken partijen, zowel op het sportpark als bij het beheer van de openbare ruimte, om dit tot een succes te maken. Het openbaar maken van sportparken sluit uitstekend aan bij de Groningse ambitie om de openbare ruimte te herwinnen en daarmee de kwaliteit van leven in de gemeente te verhogen. Sportparkmanagement is een nieuwe actielijn waarmee we willen testen in hoeverre professionalisering op de sportparken bij kan dragen aan deze ambitie.

Clubontwikkeling De afgelopen jaren heeft het ondersteunen van sportclubs een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Generieke verenigingsondersteuning heeft steeds meer plaatsgemaakt voor vraaggericht werken. Sportclubs zijn vaak complexe organisaties waarbij het zoeken naar onderliggende oorzaken en patronen soms verkend moet worden om symptoombestrijding te voorkomen. Soms is de vraag eenvoudig en gaat het bijvoorbeeld om een cursus op sporttechnisch, vrijwilligers-, sponsoring- of een ander relevant gebied. Soms is het vraagstuk complex en is procesbegeleiding op maat nodig om echt een stap vooruit te zetten. De ondersteuning wordt steeds meer gericht op het helpen van de sportclub om zichzelf te blijven ontwikkelen als organisatie. De afgelopen beleidsperiode is gebleken dat de relatie essentieel is, maar dat het onmogelijk is om als professional met alle sportclubs in Groningen tegelijk een relatie op te bouwen. Via het Nationaal Sportakkoord is het de komende jaren mogelijk om als sportclub ‘services’ af te nemen en de ondersteuning op maat te ontvangen die nodig is. Daarnaast willen wij experimenteren met een meer gebiedsgerichte aanpak in de vorm van sportparkmanagement en sportwijken, waarbij duurzame relaties tussen professionals, sportclubs en lokale stakeholders ontwikkeld worden die tot effectieve clubontwikkeling leiden.

56 SPORT050

Sportwijken Vanuit het Gronings Sportakkoord is in het afgelopen jaar, in navolging van Sportwijk Beijum, gestart met Sportwijk Zuid en Sportwijk Oude Wijken. Het idee achter de sportwijken is dat er een samenwerking ontstaat tussen professionals die in de wijk actief zijn, sportclubs, onderwijs, kinderopvang, preventieve zorgorganisaties, WIJ-teams, Bslim en andere maatschappelijke partijen. Samen ontwikkelen zij interventies en sportaanbod dat op maat ontwikkeld wordt voor de vraagstukken en behoeften die in de specifieke wijk leven. Het is een buurtgerichte aanpak waar veel ruimte is voor samenwerking en initiatief van onderaf. Het draagt bij aan nieuwe activiteiten die kunnen plaatsvinden bij de sportclub, sportaccommodaties of in de openbare ruimte. De interventies dragen bij aan de ontwikkeling van sportief kapitaal bij de buurtbewoners. Bovendien dragen ze direct bij aan maatschappelijke vraagstukken op het gebied van meedoen, samenleven, positieve gezondheid en positief opgroeien. Het lokale netwerk dat ontwikkeld wordt vanuit de sportwijken kan ook aan de verlengde schooldag (NR2) een belangrijke bijdrage leveren.

Sportparkmanagement De sportparkmanager neemt de sportaccommodatie en haar gebruikers als uitgangspunt. Deze professional neemt een zichtbare positie in op het sportpark, vanwaar hij of zij een duurzame relatie opbouwt met de sportclubs en ze kan helpen bij hun ontwikkeling tot een vitale en open club. De sportparkmanager ontzorgt sportclubs als het gaat om het ontwikkelen van meer flexibel aanbod of het ontplooien van maatschappelijke activiteiten. Net als in de sportwijk wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van lokale samenwerkingsverbanden, nieuw aanbod voor doelgroepen die nu nog weinig op het sportpark komen en slimme interventies om bij te dragen aan het versterken van de sportclubs én het ontwikkelen van sportief kapitaal bij de inwoners van de omliggende buurt. Door te streven naar een vollere programmering overdag krijgt het sportpark een steeds opener karakter. Wij gaan starten met sportparkmanagement op één of twee sportparken. Mocht het concept maatschappelijk rendement opleveren én zorgen voor een betere exploitatie, dan kunnen we het ook bij andere sportparken invoeren. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de gebruikers en lokale stakeholders altijd participeren in het initiatief.

SPORT050 57

Sportpark van de toekomst Vanwege de druk op ruimte binnen de gemeente en de maatschappelijke opgaven die spelen, is het interessant om te kijken of de 23 sportparken binnen de gemeente een diversiteit aan functies kunnen vervullen. De invoering van de Omgevingswet is een extra aanleiding om de huidige functies van onze sportparken nog eens tegen het licht te houden. Multifunctioneel gebruik, een flexibel exploitatiemodel, inbedding en ontsluiting richting de omringende wijk: het zijn allemaal uitdagingen waar de sportparkmanager initiatieven in kan ontplooien. Het doel is om gerichte stappen te zetten richting een open sportpark, door het realiseren van open plekken op het park, functionele scheidingen en uiteindelijk een volledige ruimtelijke vervlechting. Het sportpark van de toekomst draagt bij aan een leefbare samenleving door een gezonde leefomgeving, een sociale ontmoetingsplek en een groene oase in de wijk te bieden. Zeker in de gebiedsontwikkeling van nieuwe wijken aan de west- en oostflank van de stad (NR7) zijn er vanaf het begin kansen bij de planontwikkeling om na te denken over welke rol een sportpark in een wijk kan spelen. Maar ook voor bestaande sportparken kan onderzocht worden hoe een betere toegankelijkheid voor wandelaars en fietsers het sportpark meer onderdeel kan maken van de aangrenzende wijken.

Kenmerken van een open sportpark Het open sportpark is een concept dat inspeelt op toekomstige ontwikkelingen en voldoet aan de volgende vijf hoofdkenmerken:

58 SPORT050

•

Functiemenging: het sportpark wordt ook gebruikt voor andere doelen dan sport. Denk aan kinderopvang, buurthuis, bibliotheek of een fysiopraktijk. Het resultaat: een park waarin wonen, werken, onderwijs, zorg, sport en dienstverlening naast elkaar mogelijk zijn.

•

Ruimtelijke integratie: het sportpark wordt via actieve verkeersroutes, groen en recreatiestructuren verbonden met de openbare ruimte. Het sportpark is zo een ontmoetingsplek of startpunt van verschillende sporten.

•

Goede benutting: de sportparken worden zowel maatschappelijk als sportief goed benut door verschillende doelgroepen. Overdag wordt een clubhuis bijvoorbeeld gebruikt als ontmoetingsplek voor ouderen en/of als onderwijslocatie. In de avonden en de weekenden maken sportclubs gebruik van de faciliteiten. Tijdens vakanties is er bijvoorbeeld ruimte voor evenementen.

•

Openheid: het sportpark moet open zijn voor iedereen. Fiets- en wandelroutes lopen door het park en er zijn sportvelden die iedereen kan gebruiken. Natuurlijk is er toezicht nodig en zijn op sommige plekken nog hekken nodig. Zodra het sportpark beter benut wordt, is er ook vaker toezicht.

•

Bestuurlijk vitaal: naast de ruimtelijke inrichting is het belangrijk dat zowel het activiteitenaanbod als het draagvlak voor vrijwilligers op orde zijn.26

Gebiedsgerichte positionering Of het nu gaat om de sportwijk of het sportpark, beide concepten streven ernaar om sport en bewegen lokaal zichtbaarder te maken en meer smoel te geven. Waar gemeentelijke initiatieven soms voelen als ver weg, streven we hier juist naar superlokale netwerken die samen het aanbod en de faciliteiten zichtbaar maken en doen aansluiten bij de lokale behoefte. De komende drie jaar nemen wij de tijd om zowel sportparkmanagement als de sportwijken door te ontwikkelen en grondig te evalueren. Vervolgens wordt gekeken welke initiatieven het meest bijdragen aan de geformuleerde doelstellingen en hoe hier breder binnen de gemeente op voortgeborduurd kan worden.

SPORT050 59

Doelstellingen: 5.1 Het verhogen van de vitaliteit van de Groningse sportclubs. 5.2 Het (door)ontwikkelen van open sportclubs die een bijdrage willen leveren aan de maatschappelijke opgaves in de naastgelegen wijken. 5.3 De openheid, het maatschappelijk nut en/of de exploitatie van het sportpark wordt verhoogd door het ontwikkelen van aanvullende activiteiten in samenwerking met partners uit omringende wijken.

Inspanningen: • Sportservices vanuit het Nationaal Sportakkoord onder de aandacht houden van Groningse sportclubs. • Vitaliteit en maatschappelijke oriëntatie van sportclubs in Groningen in kaart brengen. • Verkennen hoe vitale sportclubs en open sportclubs als inspiratie te benutten zijn richting andere sportclubs. • Haalbaarheidsonderzoek sportparkmanagement. • Pilots sportparkmanagement op enkele sportparken. • Verkennen hoe het ‘sportpark van de toekomst’ of een open sportpark van meerwaarde kan zijn. Deze meenemen in gebiedsontwikkeling van nieuwe wijken.

60 SPORT050

2021

2022

2023

2024

2025

Inspanningen:

2021

2022

2023

2024

2025

• Doorontwikkelen van het sportwijkenconcept vanuit het Gronings Sportakkoord. • Grondige evaluatie van sportparkmanagement en sportwijken en ontwikkeling van toekomstbestendige gebiedsgerichte aanpak van zachte sportinfrastructuur.

Gronings Sportmodel: De verbinding tussen hardware (faciliteiten), software (sport- en beweegaanbod) en het bijdragen aan maatschappelijke opgaven als meedoen, cohesie, gezondheid en positief opgroeien komt tot stand door de ontwikkeling van orgware. Sportparkmanagers en wijksportmanagers dragen bij aan de samenwerking tussen sport en andere maatschappelijke organisaties. Zij dragen bij aan de organisatiekracht van sportclubs, het benutten van faciliteiten, het ontwikkelen van maatschappelijke activiteiten en daarmee ook de openheid en toegankelijkheid van de sport. Strategieën: Investeren in samenwerkingskracht; Gebiedsgerichte aanpak; Iedereen doet mee. Bijdrage aan ambities: Vitale sportclubs in de buurt; Uitnodigende sportieve ruimte; Sporten en spelen in de buurt.

SPORT050

61

NR6 SPORTIEVE RUIMTE BETER BENUTTEN “Onze ambitie is het behouden en ontwikkelen van veilige en uitnodigende sportaccommodaties en -faciliteiten die voldoen aan de behoeften van de sporter, financieel verantwoord zijn en optimaal worden benut.” - Sport- en beweegvisie

Sportaccommodaties en -faciliteiten die uitnodigen om te sporten en bewegen en goed aansluiten bij de behoeften van gebruikers, leveren een belangrijke bijdrage aan het sportplezier en de ontwikkeling van sportief kapitaal. Hoewel de gemeentelijke sportaccommodaties primair de bij NOC*NSF aangesloten verenigingssport faciliteren, wordt het gebruik steeds multifunctioneler en zijn er steeds vaker ook anders georganiseerde sportclubs die hier gebruik van maken. Sport050 zorgt voor het onderhoud, beheer en exploitatie van deze sportaccommodaties. Door middel van het Meerjaren OnderhoudsProgramma (MJOP) en Vervangingsinvesteringen Programma (VIP) zorgt Sport050 ervoor dat de faciliteiten voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Daarnaast worden klantregisseurs ingezet om de dienstverlening optimaal te laten aansluiten bij de behoeften van de sportclubs en gebruikers.

Gelijk speelveld In de afgelopen beleidsperiode is samen met de Sportkoepel en alle andere stakeholders hard gewerkt aan gelijke afspraken voor de buitensport met betrekking tot vergoedingen en/of eigendomssituaties op gemeentelijke sportaccommodaties. In de eerste fase hebben wij dit gedaan voor de sportverenigingen uit de voormalige gemeente Groningen. In fase twee implementeren wij dit gelijk speelveld ook bij sportverenigingen in de voormalige gemeenten Haren en Ten Boer. Andere projecten die al in gang zijn gezet of de komende periode van start gaan, zijn energiedoorbelasting, LED, het hanteren van de kleedkamernorm en overige beheerafspraken met betrekking tot onder andere tribunes. Ook voor deze projecten willen wij dat er een gelijke uitgangssituatie is voor alle sportverenigingen binnen de gemeente.

62 SPORT050

Tarieven Bij de herindeling van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer is de wens uitgesproken om te komen tot uniforme sporttarieven voor alle gebruikers van gemeentelijke sportaccommodaties. In de harmonisatie van de tarieven wordt gezocht naar een tarievenstelsel dat aansluit bij onze sporten beweegvisie.Daar waar dit leidt tot negatieve consequenties voor sportclubs wordt een zachte landing gehanteerd, waarbij in meerdere jaren naar het nieuwe uniforme tarief gegroeid wordt. Het doel is om een rechtvaardige en overzichtelijke situatie te creëren, zodat sportclubs en andere gebruikers voor een langere periode weten waar zij aan toe zijn en waarbij ze alleen rekening hoeven te houden met jaarlijkse indexering. Daarbij willen wij ook onderzoeken wat de consequenties zijn als ook anders georganiseerde sportclubs in aanmerking komen voor verenigingstarieven wanneer zij een vergelijkbare bijdrage leveren aan het sportief kapitaal.

Beter benutten Het project Beter Benutten heeft de afgelopen beleidsperiode gezorgd voor een betere bezetting van binnensportaccommodaties. Dit heeft geleid tot extra capaciteit waarmee beter te voldoen was aan de vraag en de exploitatie met 8% is toegenomen. Daarbij moet worden aangetekend dat er nog steeds krapte heerst op het gebied van binnensportcapaciteit (NR7). We blijven werken met transparante uitgangspunten zoals voor inroostering, waarbij structurele gebruikers voorrang krijgen op incidentele gebruikers. Hierbij wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de behoefte aan een sporthal als thuishonk voor grote verenigingen, het beperken van te veel spreiding over accommodaties, het terugbrengen van de eindtijd van 23:00 naar 22:30 uur en het verkennen van een verlenging van wedstrijddagen naar negen uur. Voor met name de voetbalsport ligt er een groot exploitatievraagstuk. Samen met de voetbalverenigingen en de KNVB willen we de komende jaren werken aan betere spreiding en benutting van de voetbalcapaciteit in de stad en op de verschillende sportparken. Waar nodig worden ook andere sporttakken van de buitensport betrokken bij dit project. Daarnaast willen we via sportparkmanagement (NR5) proberen om de bezetting in de daluren te verhogen door activiteiten voor nieuwe doelgroepen te initiëren.

Roosters We proberen bij de inroostering van velden, zalen, zwembaden en ijsbanen aan de belangen van alle gebruikersgroepen tegemoet te komen. Jaarlijks wordt op basis van de aanvragen door sportclubs en andere gebruikers een indeling gemaakt. Er worden toewijzingsregels gebruikt om met name daar waar de capaciteit krap is, bijvoorbeeld bij sporthallen en op ijs, tot een optimaal rooster te komen. Hierbij geven we voorrang aan structureel gebruik (een heel sportseizoen) boven periodiek gebruik (bepaalde periode in het jaar) en incidenteel gebruik. Overdag krijgt het onderwijs voorrang, na schooltijd krijgen de talentprogramma’s (RTC’s) en Bslim voorrang en tijdens de cluburen gaan de Groningse sportclubs voor andere gebruikers.

SPORT050 63

Onderwijsuren (8-15 uur)

Naschoolse uren (15-18 uur)

Cluburen (18-22:30) en weekend

1. Basisonderwijs en Voortgezet Onderwijs (=wettelijke plicht)

1. RTC’s & Bslim

1. Structureel gebruik door sportclubs

2. RTC’s

2. Structureel gebruik door sportclubs

2.

3. Structureel gebruik door sportclubs

3. Periodiek gebruik

3. Incidenteel gebruik

4. Incidenteel gebruik

4. Incidenteel gebruik

Periodiek gebruik door sportclubs

Sportieve infrastructuur tijdens coronapandemie Normaal gesproken steken we veel tijd en energie in een optimale benutting van accommodaties die wij verhuren aan sportclubs en de marketing van onze zwembaden en ijsbanen. Door de coronapandemie ligt de prioriteit nu voornamelijk bij het goed managen en communiceren van de tijdelijke, maar veelvuldig gewijzigde maatregelen richting onze gebruikers. Ook vraagt het extra inspanningen om de (landelijke) financiële compensatieregelingen waar sportclubs en/of de gemeente gebruik van kunnen maken bij iedereen bekend te maken. Verder geldt voor Sportcentrum Kardinge en alle overige zwembaden dat ook daar het aantal bezoekers niet representatief is ten opzichte van andere jaren. Wij streven ernaar om ook hier optimaal gebruik te maken van de landelijke compensatieregelingen, niet alleen voor onze eigen zwembaden, maar ook voor bijvoorbeeld de openluchtbaden in Hoogkerk en De Blinkerd (Ten Boer) en het binnenbad Scharlakenhof (Haren) waar wij een subsidierelatie mee hebben. Voor alle accommodaties en aanbieders geldt dat er zo veel mogelijk de vinger aan de pols gehouden wordt om samen te streven naar het behoud van de huidige sportinfrastructuur gedurende de coronacrisis en erna.

64 SPORT050

Toegankelijkheid Wij streven naar sportaccommodaties en -faciliteiten die voor iedereen toegankelijk zijn. Een inclusief sportaanbod kan natuurlijk alleen functioneren als de accommodaties toegankelijk zijn. Alle nieuw te bouwen sportaccommodaties zijn eveneens toegankelijk voor gehandicapten, conform het gemeentelijke beleid. Bij oudere faciliteiten is dit helaas niet altijd mogelijk, maar daar waar aanpassingen te realiseren zijn, gaan wij deze zo veel mogelijk toepassen. De Werkgroep Toegankelijk Groningen is een netwerk van en voor ‘mensen met een handicap’ in de Gemeente Groningen. Deze werkgroep willen wij laten meedenken bij de vraag hoe onze faciliteiten ook voor andere beperkingen dan een fysieke handicap optimaal toegankelijk te maken zijn. Bijvoorbeeld voor blinden, doven of mensen met een verstandelijke of psychische beperking. Ook de Beweegcoach Inclusief Sporten kan hier een rol bij spelen.

Veilig en uitnodigend Elke sporter moet erop kunnen vertrouwen dat de faciliteiten veilig zijn. Het onderhoud van faciliteiten en materialen zijn daarvoor belangrijk. Vanuit het MJOP worden periodieke controles uitgevoerd en waar nodig materialen vervangen. Sommige materialen gaan lang mee; deze zijn weliswaar veilig, maar niet altijd meer van deze tijd. Wij willen verkennen hoe we meer diversiteit aan materialen kunnen krijgen en hiermee beter kunnen aansluiten bij de behoeften van de gebruikers. Er wordt momenteel gewerkt aan een Integraal Accommodatieplan Bewegingsonderwijs en Binnensport (IABB) waarbij sport, maatschappelijk vastgoed en onderwijs samen optrekken en waarin dit aspect meegenomen wordt (NR7). Tijdens de coronapandemie is ventilatie een nog veel belangrijker thema geworden dan het al was. Er is een inventarisatie uitgevoerd naar mechanische en natuurlijke ventilatiemogelijkheden van onze binnensportaccommodaties. Daar waar mechanisch wordt geventileerd, is de toegevoegde buitenlucht maximaal. Ontwikkelingen op het gebied van ventilatie worden op de voet gevolgd om ook gedurende de coronapandemie veilige binnensport mogelijk te maken. Naast veiligheid is een uitnodigende sportomgeving essentieel voor een positieve sportervaring. Periodiek voert Sport050 gebruikerstevredenheidsonderzoeken uit voor de verschillende gemeentelijke sportaccommodaties.

Het is de bedoeling om hier de komende jaren een meer kwalitatieve insteek gekozen wordt, zodat het beter begrijpen van de knelpunten en de mogelijke oplossingen hiervoor centraal komt te staan.

SPORT050 65

Doelstellingen: 6.1 Minimaal 70% van de gebruikers van gemeentelijke sportaccommodaties zoals sporthallen, gymzalen, sportzalen, dojo’s, sportvelden, zwembaden en kunstijs, is tevreden over de geboden faciliteiten. 6.2 Minimaal 90% van de sportclubs die gebruik maken van gemeentelijke sportaccommodaties is tevreden over de dienstverlenging, klantvriendelijkheid en deskundigheid van Sport050. 6.3 Transparante uitgangspunten en gelijke behandeling van sportclubs als het gaat om eigendomssituatie, vergoedingen, tarieven en inroostering. 6.4 Optimale samenwerking tussen gemeente en gebruikers van de sportieve ruimte met als doel om te zorgen voor een veilige, aantrekkelijke en betaalbare sport.

Inspanningen: • Harmonisatie tarieven met voormalig gemeenten Haren en Ten Boer. • Verkennen of gelijke tarieven voor anders georganiseerde sportclubs wenselijk en haalbaar zijn. • Afronden fase 1 Gelijk Speelveld: eigendomssituatie buitensport voormalige gemeente Groningen. • Fase 2 Gelijk Speelveld: eigendomssituatie buitensport voormalige gemeenten Haren en Ten Boer. • Overige projecten: hanteren kleedkamernorm, energiedoorbelasting, LED, overige beheerafspraken. • Beter benutten voetbal en overige buitensport.

• Coronamaatregelen en compensatieregelingen communiceren en toepassen.

66 SPORT050

2021

2022

2023

2024

2025

Inspanningen:

2021

2022

2023

2024

2025

• Onderzoeken hoe de ventilatie van binnensportaccommodaties veilig en coronaproof te maken is. • Toegankelijkheid van nieuwe sportaccommodaties en waar mogelijk verbeteren bestaande accommodaties. • Meerjaren Onderhoudsprogramma (MJOP).

• Vervangingsinvesteringen Programma (VIP).

• Gebruikerstevredenheidsonderzoek.

Gronings Sportmodel: Groningen kent een breed palet aan sportaccommodaties en -faciliteiten (hardware), waardoor vele sportclubs in Groningen de gelegenheid hebben om sportaanbod te verzorgen. Door transparante uitgangspunten en een gelijke behandeling van sportclubs als het gaat om eigendomssituatie, vergoedingen, tarieven en inroostering is er ruimte voor een gezonde samenwerking tussen de gemeente en clubs. Het doel is een veilige, aantrekkelijke en betaalbare sport. Strategieën: Gebiedsgerichte aanpak; Iedereen doet mee. Bijdrage aan ambities: Uitnodigende sportieve ruimte; Vitale sportclubs in de buurt.

SPORT050 67

NR7 SPORTIEVE CAPACITEIT “De capaciteit van sportfaciliteiten moet aansluiten bij zowel demografische veranderingen als ontwikkelingen met betrekking tot behoeften van sporters.” - Sport- en beweegvisie

De gemeente Groningen is een van de snelst groeiende gemeenten van Nederland. De verwachting is dat de stad de komende 15 jaar doorgroeit van ruim 230.000 naar 250.000 inwoners. Niet alleen wordt een aantal compleet nieuwe woonwijken gerealiseerd, ook de vraag naar sportfaciliteiten neemt hierdoor sterk toe. Onze ambitie is om tijdig te anticiperen op deze groeiende vraag. Om de toekomstige vraag inzichtelijk te maken, laten we elke vier jaar een capaciteitsonderzoek uitvoeren. Inzicht in de ontwikkeling van de vraag naar sport- en beweegfaciliteiten is essentieel om tijdig te kunnen starten met het realiseren van nieuwe voorzieningen. Ook biedt het ruimte om vroegtijdig betrokken te zijn bij de integratie van sport en bewegen in nieuwe gebiedsontwikkelingen. Daarbij zal, zeker in combinatie met de verduurzamingsopgave van de sport, ook de sportbegroting mee moeten groeien om het huidige voorzieningenniveau te kunnen behouden. Publiek-private-particuliere samenwerking biedt ook kansen om meer te kunnen realiseren qua sportcapaciteit.

Capaciteit Het laatste capaciteitsonderzoek door Drijver & Partners (2020) laat zien dat de piekbelasting van sporthallen hoog is, met name op doordeweekse namiddagen en avonden. Om op de korte termijn een oplossing te bieden in het verkleinen van dit capaciteitsprobleem, wordt een blaashal gerealiseerd die in extra sporthalcapaciteit kan voorzien. Een substantieel deel van de binnensportaccommodaties is behoorlijk op leeftijd. Er wordt gewerkt aan een Integraal Accommodatieplan Bewegingsonderwijs en Binnensport (IABB) om sturing te geven aan een vernieuwingsslag. Deze opgave is fors en tegelijkertijd complex omdat de behoefte van onderwijs ligt bij gymzalen nabij de school, terwijl sportclubs behoefte hebben aan sporthallen, liefst met een kantine. We zien met name kansen voor synergie bij de ontwikkeling van nieuwe faciliteiten voor het voortgezet onderwijs en het mbo. Ook qua zwembadcapaciteit is er sprake van een complex knelpunt op de piekmomenten. Zwemverenigingen ervaren een tekort aan wedstrijdwater en zien graag een 50-meterbad gebouwd worden. Daarnaast speelt de vraag naar meer zwemwater ook bij de individuele bezoekers. Tegelijkertijd is er op andere momenten sprake van overcapaciteit. Zeker met de groei van de stad is het belangrijk om binnensport-, zwemwater-, ijs- én buitensportcapaciteit mee te nemen in de ontwikkeling van nieuwbouwplannen.

Het budget voor sportieve capaciteit zal mee moeten groeien om de huidige standaard qua faciliteiten minimaal te kunnen behouden.

68 SPORT050

Integrale afweging Voordat een investering kan worden gedaan, is een goede integrale afweging belangrijk. Het capaciteitsonderzoek geeft houvast als het gaat om demografische ontwikkeling en toekomstverwachting ten aanzien van de populariteit van de sport. Ook specifieke lokale behoeften van de gebruikers worden meegewogen. Hiervoor gaan we met alle belanghebbenden in gesprek. Er moet altijd goed gekeken worden naar wat het verzorgingsgebied is van de investering: ijsbaan (bovenregionaal), zwembad (regionaal), sporthal of sportpark (stadsdeel), gymzaal of sportzaal (wijk). We verkennen altijd de mogelijkheden om beter te benutten door spreiding over accommodaties, roostering of creatief in te spelen op de seizoensbehoeften. Daarnaast wegen we de specifieke sociaal-maatschappelijke functie van de accommodatie mee. Het zoeken van synergie met andere maatschappelijke partijen in de buurt kan het maatschappelijk nut van de accommodatie vergroten. Investeringen worden gedaan op basis van deze integrale afweging in de buurt en prioriteiten die in de hele gemeente spelen. Daar waar de knelpunten het grootst zijn, wordt als eerste een investering gepleegd.

Herontwikkeling Sportcentrum Kardinge Sportcentrum Kardinge viert in 2023 zijn dertigste verjaardag en wij zijn toe aan een herontwikkeling van het sportcentrum en het omliggende gebied. De investering moet verantwoord zijn. Het sportcentrum moet duurzaam zijn, voldoen aan de wensen en behoeften van gebruikers en mee kunnen bewegen met ontwikkelingen en trends in het domein van sport, bewegen, gezondheid, onderwijs, toerisme en recreatie. De vernieuwing van het sportcentrum als regionale hoogwaardige, multifunctionele en goed bereikbare voorziening kunnen we gebruiken als vliegwiel voor verdere ontwikkeling van het gebied. In de omgevingsvisie hebben we onszelf de opgave opgelegd om een groeiende stad te blijven. Leefbaar en aantrekkelijk voor álle inwoners. Kardinge speelt hier met het gevarieerde aanbod aan sport, bewegen en recreatie een belangrijke rol in. De huidige staat van het sportcentrum, maar ook het recreatiegebied in zijn totaliteit past niet bij de stedelijke ambities en doestellingen. De herontwikkeling van Sportcentrum Kardinge moeten we breder bekijken dan puur als vernieuwing/renovatie om zo de potentie van het gebied maximaal te benutten. We zijn samen met verschillende partners plannen aan het ontwikkelen om dit verder vorm en inhoud te geven.

Hoewel de herontwikkeling van het gehele gebied een langdurig proces is, verwachten wij komende beleidsperiode een nieuw sportcentrum te realiseren.

SPORT050 69

Nieuwe woonwijken Aan verschillende zijden van de stad worden de komende jaren plannen ontwikkeld voor nieuwbouw. Aan de westflank gaat het om De Suikerzijde en De Held III, aan de oostflank om de Eemskanaalzone en Meerstad. Dit gaat altijd in verschillende fasen, waarin de wijken gaandeweg groeien. Voor sport en bewegen is het belangrijk om al in een vroeg stadium aan te haken bij deze projecten. In de stedenbouwkundige plannen van deze wijken moet ruimte gereserveerd zijn voor zowel binnen- als buitensportvoorzieningen, bij voorkeur op locaties die goed bereikbaar zijn en multifunctioneel gebruik mogelijk maken. Daarnaast worden ook voor nieuwe wijken de sport- en spelvoorzieningen in de openbare ruimte én ruimte voor sportondernemerschap steeds belangrijker. Welke voorzieningen precies worden gerealiseerd hangt niet alleen af van deze wijk, maar sluit ook aan bij de gemeentebrede capaciteitsvraag en de huidige spreiding van de sportvoorzieningen. Daarnaast zal tijdig verkend moeten worden welke sportclubs potentiële gebruikers van deze nieuwe faciliteiten kunnen zijn. De ontwikkeling van nieuwe wijken is een kans om geleerde lessen uit het verleden toe te passen, maar het zijn ook enorm complexe processen waar vanuit sport en bewegen continu alertheid gevraagd wordt om het thema op de agenda te houden.

70 SPORT050

Routekaart verduurzamen sport De gemeente Groningen heeft als ambitie om als groene gemeente stevig te verduurzamen en om in 2035 CO2-neutraal te zijn. Daarbij is als uitwerking van het klimaatakkoord de ‘routekaart verduurzamen sport’ opgesteld door Rijksoverheid, sportsector en gemeenten. Hierin wordt gesproken van een CO2-reductie van 95% bij sportaccommodaties in de komende dertig jaar. Mede doordat veel binnensportfaciliteiten in Groningen al behoorlijk op leeftijd zijn, zal een flinke inspanning geleverd moeten worden om deze doelstellingen te behalen. De routekaart adviseert te investeren op natuurlijke momenten. Bijvoorbeeld in LED of duurzame warmte-installatie na dertig jaar, of een duurzame gebouwschil na vijftig jaar. Maatregelen als zonnepanelen, een warmtepomp of dakisolatie kosten dan een relatief kleine extra investering en deze is hierdoor sneller terug te verdienen. Daar waar nieuw gebouwd wordt, is de opdracht om dit waar mogelijk energie-neutraal te doen.

Duurzame buitensport De duurzaamheidsuitdaging voor de buitensport is ook enorm groot. Het reduceren van het gebruik van gewasbescherming op de sportvelden, door de toepassing van Integrated Pest Management (IPM) vraagt een nieuwe manier van werken. Sportparken vormen een groene oase in de bebouwde omgeving. Dit zorgt voor verkoeling en maakt de omgeving klimaatbestendig en waterrobuust. Door de opkomst van kunstgras komt deze functie onder druk te staan. Aanpassingen zoals wateropvang, groen rond de velden of waterpasserende parkeerruimte kunnen uitkomst bieden, maar vragen ook om een stevige investering. Ook de gebouwen op de sportparken vormen een uitdaging. Veel gebouwen zijn, net als in de binnensport, al op leeftijd en juist de vele losse gebouwen op een park maken verduurzamingsmaatregelen lastig. Zeker in de verduurzaming van de buitensport is een goede samenwerking met de sportclubs, die vaak de gebouwen in eigendom hebben, essentieel. Een laatste opgave is het gebruik van circulaire materialen in de sport. Van accommodaties tot sportvelden, van pillonen tot kantinestoelen. Het uitgangspunt moet zijn dat we producten en materialen gebruiken die na gebruik te demonteren en hergebruiken zijn. Voordat we zover zijn moet deze markt zich nog verder ontwikkelen, maar is er ook meer bewustzijn nodig bij iedereen die betrokken is bij inkoop.

Deze complexe opgave maakt een routekaart verduurzaming noodzakelijk, met daarin een visie hoe de relatief oude sportfaciliteiten vernieuwd en verduurzaamd kunnen worden.

Gezamenlijke opgave De investeringsopgave voor een duurzame sport ligt voor ongeveer 75% bij gemeentelijke accommodaties en voor 25% bij private sportfaciliteiten, zoals fitness, sportkantines, golfbanen, tennisbanen of sportfaciliteiten in eigendom van het onderwijs. Via het Nationaal Sportakkoord kunnen sportclubs begeleidingstrajecten krijgen om zelf actief aan de slag te gaan met eenvoudige verduurzamingsmaatregelen. Daarnaast zijn er verschillende landelijke subsidie- en investeringsregelingen waar gebruik van te maken is. De komende periode onderzoeken we welke duurzaamheidsmaatregelen haalbaar zijn voor de sportsector zelf en we gaan samen met de sportclubs aan de slag om hier stappen in te zetten.

SPORT050

71

Doelstellingen: 7.1 Op basis van het capaciteitsonderzoek anticiperen op de groei van het inwonersaantal en binnensport-, buitensport-, zwemwater, ijs- én buitensportcapaciteit. 7.2 Duurzame sportaccommodaties en -faciliteiten realiseren waar nieuwgebouwd wordt en een routekaart verduurzaming ontwikkelen voor de bestaande faciliteiten.

Inspanningen: • Realiseren van een blaashal.

• Integraal Accommodatieplan Bewegingsonderwijs en Binnensport (IABB). • Uitvoering IABB.

• Verkennen herontwikkeling Sportcentrum Kardinge en gebiedsontwikkeling Kardinge. • Uitvoering herontwikkeling Sportcentrum Kardinge en eventueel de hieraan verbonden gebiedsontwikkeling. • Sport en bewegen meenemen in de planvorming rondom nieuwe woonwijken. • Groningse invulling routekaart verduurzaming sport. • Bewustwording en voorlichting over kansen en mogelijkheden verduurzaming private faciliteiten. • Uitvoeren capaciteitsonderzoek.

72 SPORT050

2021

2022

2023

2024

2025

Gronings Sportmodel: De gemeente Groningen is een van de snelst groeiende gemeenten van Nederland. Het ontwikkelen van sportaccommodaties en -faciliteiten (hardware) zal gelijke tred moeten houden met deze groei om ook in de toekomst voldoende gelegenheid tot sportdeelname mogelijk te maken. Hierbij komt een forse duurzaamheidsopgave in zowel de binnen- als buitensport die deze hardware toekomstbestendig moet maken. Strategieën: Gebiedsgerichte aanpak; Investeren in samenwerkingskracht. Bijdrage aan ambities: Uitnodigende sportieve ruimte; Vitale sportclubs in de buurt.

SPORT050 73

NR8 SPELEN “Onze ambitie is om onze wijken, buurten en dorpen zo in te richten dat iedere inwoner lage drempels ervaart om te sporten, spelen, bewegen en elkaar te ontmoeten in de openbare ruimte.” - Sport- en beweegvisie

Spelen is leuk, spelen is leerzaam. Buitenspelen is een essentieel onderdeel van een gezonde ontwikkeling van kinderen. Als kinderen de ruimte krijgen om vrij te spelen, te ontdekken, te experimenteren en eigen keuzes te maken, dan krijgen zij de kans zich te ontwikkelen op cognitief, sociaal-emotioneel en sensomotorisch gebied.¹ Buitenspelen op jonge leeftijd is het voorportaal van een leven lang sporten en bewegen. Maar ook voor kinderen die al een sport gekozen hebben, zorgt buitenspelen voor een meer diverse sportieve ontwikkeling. Voor spontaan, uitdagend en plezierig spelen is speelruimte nodig. Hierbij gaat het om zowel letterlijk een fysieke omgeving met uitdagende en afwisselende speelvoorzieningen, materialen en groen, als de vrijheid en tijd om vrij spel te ontplooien. Als buitenspelen wordt gestimuleerd door ouders, kinderopvang en school, kan dit enorm veel bijdragen aan de ontwikkeling van het kind. Fysiologische ontwikkeling

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Psychologische ontwikkeling

Verplaatsingsvaardigheden

Samenwerken

Zelfvertrouwen

Balansvaardigheden

Sociale interactie

Intrinsieke interesses ontwikkelen

Bal- en objectvaardigheden

Onderhandelen / compromis

Emotieregulatie

Ontspanning

Empathie

Doelen stellen

Overgewicht en fitheid

Zelfredzaamheid Problemen oplossen

Beslissingen nemen

Grenzen ontdekken en inschatten

Zelfexpressie

Creativiteit

Tabel 6 De bijdrage van spelen27 aan sportief kapitaal2

74

SPORT050

Uitgangspunten speelplekken Iedere wijk is anders met haar unieke kernmerken, wensen en behoeften. Daar waar initiatieven ontstaan vanuit bewoners, bijvoorbeeld in het geval van wijkvernieuwingen of vervangingen, wordt op basis van informatie vanuit wijkkompassen en gesprekken met inwoners gericht op maat gekeken welke beweegplek het beste aansluit bij de behoeften. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: • Participatie en draagvlak. Omwonenden worden betrokken bij de vormgeving en de ontwikkeling van nieuwe speelplekken. Ook als het initiatief vanuit inwoners zelf komt, wordt aan een breder draagvlak gewerkt en worden mensen die niet actief betrokken zijn geïnformeerd. • Verschillende doelgroepen. Het doel is om speelplekken uitdagend te maken voor verschillende leeftijdsgroepen en niveaus, waarbij aansluiting gevonden wordt met de belevingswereld van deze groepen en ze uitgedaagd worden tot verschillende grondvormen van bewegen. • Toepassen van het Bewegende Stad recept28. Als het gaat om sport-, speel-, beweeg- en ontmoetingselementen op en rondom een nieuwe speelplek. Hierin worden elementen beschreven om een levendige, uitdagende en succesvolle speelplek te creëren. • Veiligheid. Speelplekken zijn fysiek en sociaal veilig. Er wordt voldaan aan bestaande regelgeving rondom spelen. Buurtbewoners kunnen betrokken worden als het gaat om sociale veiligheid.

Het streven is daarnaast dat ieder kind op een veilige manier bij een speelplek kan komen. • Beheer en onderhoud. We gebruiken duurzame materialen die goed te onderhouden zijn. Wij streven naar het hergebruik van toestellen, materialen en onderdelen van toestellen. Hierbij hebben we aandacht voor de speelwaarde van een speeltoestel of speelplek. • Verbinding gemeentelijke opgaven. We zien meerwaarde om spelen te verbinden aan gemeentelijke opgaven op het gebied van cultuur, klimaatadaptatie, water en het herwinnen van de openbare ruimte. Waar dat kansen biedt, proberen we deze te benutten. • Verbinding speelplekken. Speelplekken die uitnodigen tot lang verblijfsspel of besloten spel vormen samen de kern van een speelnetwerk in een wijk of gebied. Deze zijn te verbinden door spelaanleidingen die bijdragen aan routespel of kort verblijfsspel. Ook abstracte of natuurlijke elementen in de openbare ruimte dagen uit om te spelen en prikkelen de fantasie. De ontwikkeling van een Speelnetwerk Binnenstad Groningen kan als inspiratie dienen voor andere gebieden en wijken die (her)ontwikkeld worden.

SPORT050 75

Centralere speelplekken met meerdere functies Grotere centrale speelplekken hebben de mogelijkheid om meer uitdaging te bieden en verschillende doelgroepen aan te spreken. Ze dragen bij aan inclusief en samen spelen. Ook bieden ze de mogelijkheid om meer variatie aan functies op te bouwen. Niet alleen spelen, maar ook sport, bewegen of ontmoeten. Dit houdt in dat we in de toekomst minder kleine speelplekken realiseren en kijken of we plekken kunnen samenvoegen bij vervanging. Dit houdt automatisch in dat we in bepaalde gevallen een speelplek zullen opheffen. Hierbij is extra aandacht nodig voor een veilige ontsluiting en toegankelijkheid voor de verschillende doelgroepen. Bij voorkeur positioneren we speelplekken bij een school, het buurtcentrum, een speeltuinvereniging, kinderopvang en/of een peuterspeelzaal. Belangrijk is dat met deze instellingen heldere afspraken gemaakt worden over het beheer en onderhoud en de vervangingen op termijn. Ook blijven we aandacht besteden aan activering, om ervoor te zorgen dat de plekken goed gebruikt worden. Hiervoor zetten we bijvoorbeeld buurtsportcoaches in. Daarnaast willen we waar mogelijk kinderen als volwaardige experts in het ontwerpproces betrekken. Op deze manier realiseren we plekken voor kinderen, door kinderen.

Natuurlijk spelen De connectie met groene en natuurlijke elementen is goed voor de mentale en fysieke ontwikkeling van kinderen. Het in contact staan met de natuur geeft kinderen directe gezondheidsvoordelen. Het is daarom van belang dat kinderen een groene omgeving vanaf jonge leeftijd ervaren. We streven ernaar om meer natuurlijke en groene speelplekken te realiseren, indien de omgeving zich hiervoor leent en bewoners hier behoefte aan hebben. Een goed voorbeeld hiervan is de OERRR speeltuin in Kardinge. Een gedegen ontwerp is hierbij een absolute voorwaarde. Als de fysieke ruimte beperkt is en de speeldruk hoog, kunnen natuurlijke speelplekken snel sleets worden. Er zal een goede afweging gemaakt moeten worden of een speelplek bij vergroening goed te onderhouden is.

76 SPORT050

SamenSpeelplekken Wij streven naar een inclusieve speelcultuur, waarbij het vanzelfsprekend is dat kinderen met en zonder handicap en de mensen in hun omgeving samen kunnen spelen. Hoewel we ons gezien de enorme variëteit aan fysieke en mentale beperkingen realiseren dat het volledig toegankelijk maken van alle speelplekken een uitdaging is, streven we hier wel zo veel mogelijk naar. Bij nieuwe speelplekken maken we de oprit toegankelijk en verkennen we of in de buurt specifieke behoeften zijn op het gebied van toegankelijkheid. Het realiseren van uitdagende speelplekken voor alle doelgroepen blijft het uitgangspunt. Daarnaast verkennen wij welke acties verder nodig zijn om SamenSpeelplekken te realiseren en om een SamenSpeelBelofte te ontwikkelen waarmee Groningen partner kan worden van het SamenSpeelAkkoord. Hierbij wordt zowel naar het fysieke als het sociale ontwerp gekeken. Het gaat om speelplekken die voor kinderen met een handicap voor 50% bespeelbaar zijn, voor 70% toegankelijk zijn en waar zij zich 100% welkom voelen.

Schoolpleinen Het schoolplein wordt steeds meer gebruikt als het verlengstuk van het klaslokaal, of zelfs als buitenlokaal. We stimuleren scholen om beweegvriendelijke, uitdagende en waar mogelijk groene en klimaatadaptieve schoolpleinen te realiseren. Kinderen brengen een groot deel van hun jeugd door op een schoolplein en het is van belang dat ze in deze tijd geprikkeld worden en dat er ruimte is om te onderzoeken, ontdekken en fantaseren. Een uitdagend schoolplein vergroot namelijk de kans dat kinderen blijven sporten en bewegen. Na schooltijd kan het schoolplein dienen als een openbare beweegplek voor de wijk of buurt. We gaan onderzoeken op welke manier we scholen kunnen ondersteunen bij de inrichting van het schoolplein.

Speelbeweging op gang brengen Naast faciliteren is ook het activeren van ouders, kinderopvang, peuterspeelzaal en school om buitenspelen actief te stimuleren van belang. Dit begint bij meer aandacht en bewustwording ten aanzien van de meerwaarde van buitenspelen en het experimenteren met lokale aanpakken om kinderen weer meer aan het buitenspelen te krijgen. Naast lokale stakeholders in de wijk kunnen ook stakeholders als Jantje Beton, IVN Natuureducatie, NUVO en Ruimte voor Jeugd betrokken worden.

SPORT050

77

Doelstellingen: 8.1 Nieuwe speelplekken worden minimaal met een 8 gewaardeerd op de indicatoren uitdagend, veilig, toegankelijk. 8.2 Het vergroten van bewustwording rondom de waarde van buitenspelen bij stakeholders en inwoners.

Inspanningen: • Toepassen uitgangspunten speelplekken in het ‘integraal proces spelen en bewegen’ i.s.m. Stadsbeheer, WIJ-teams en Gebiedsteams. • Ontwikkelen voorbeeld centrale uitdagende speelplek en/of natuurlijke speelplek. • Inventarisatie potentiële samenspeelplekken.

• SamenSpeelBelofte ontwikkelen.

• Een eerste SamenSpeelplek realiseren.

• Doorontwikkelen speelnetwerk binnenstad.

• Verkennen hoe we scholen kunnen ondersteunen bij de inrichting van schoolpleinen. • Creëren van gemeentebrede bewustwording rondom waarde van buiten en samen spelen, door middel van promotie en het verbinden van stakeholders.

78 SPORT050

2021

2022

2023

2024

2025

Gronings Sportmodel: Spelen is het voorportaal van een leven lang sporten en bewegen. Het draagt bij aan de ontwikkeling van sportief kapitaal op zeer jonge leeftijd. Het draagt bij aan zowel de fysiologische, sociaalemotionele als psychologische ontwikkeling van een kind. Voor de jongste kinderen gaat het om speelvoorzieningen, voor de iets oudere jeugd om sport- en beweegplekken. Deze actielijn is erop gericht om speelfaciliteiten (hardware) uitdagender en aantrekkelijker te maken en om netwerken (orgware) op te zetten die buitenspelen populairder maken. Strategieën: Investeren in samenwerkingskracht; Gebiedsgerichte aanpak; Iedereen doet mee; Bewustzijn vergroten. Bijdrage aan ambities: Sporten en spelen in de buurt; Ieder kind sportief en vaardig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4210/documents/60794