Bijlage 1 Gemeenschappelijke Regeling OV-bureau Groningen Drenthe v2.pdf
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe Intitulé Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe maken bekend dat bij gelijkluidend besluit van Provinciale Staten van Groningen en Drenthe en de gemeenteraad van Groningen is besloten om in te stemmen met wijziging van de gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam OV-bureau Groningen Drenthe.
HOOFDSTUK I. INLEIDENDE EN ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende bestuursorganen: gedeputeerde staten van de provincies Groningen en Drenthe, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, alsmede later toegetreden colleges; b. vertegenwoordigende bestuursorganen: de raad van de gemeente Groningen en de provinciale Staten van de provincies Groningen en Drenthe; c. het Openbaar Lichaam OV-bureau: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 3 van de regeling; d. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. openbaar vervoer: openbaar vervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000. Artikel 2 De belangen ter behartiging waarvan deze gemeenschappelijke regeling is aangegaan, zijn: •
het realiseren, in stand houden en verbeteren van openbaar vervoer.
Artikel 3 1. De deelnemende bestuursorganen richten bij deze gemeenschappelijke regeling een openbaar lichaam op als bedoeld in artikel 51, juncto artikel 8, eerste lid, van de wet.
1
2. Het openbaar lichaam is genaamd “Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe”, hierna te noemen “Openbaar Lichaam OV-bureau” en is gevestigd te Assen. Artikel 4 1. De deelnemende bestuursorganen besluiten bij gelijkluidend besluit welke vormen van openbaar vervoer onder deze regeling vallen. 2. Het Openbaar Lichaam OV-bureau beschikt daarbij over de bevoegdheden die voortvloeien uit de artikelen 20 en 44 van de Wet personenvervoer 2000.
HOOFDSTUK II. INSTITUTIONELE BEPALINGEN Artikel 5 De organen van het Openbaar Lichaam OV-bureau zijn: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. Artikel 6 1. De in artikel 4 onder het 2e lid bedoelde bevoegdheden liggen bij het algemeen bestuur van het Openbaar Lichaam OV-bureau. 2. Het algemeen bestuur kan deze bevoegdheden geheel of gedeeltelijk delegeren aan het dagelijks bestuur onverminderd de bepalingen van de wet.
HOOFDSTUK II.A. HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel 7 De deelnemende bestuursorganen wijzen elk uit hun midden drie leden, waaronder de portefeuillehouders Verkeer en Vervoer en twee plaatsvervangende leden voor het algemeen bestuur aan. Artikel 8 1. Eén of meer leden van een deelnemend bestuursorgaan kan de leden van het algemeen bestuur die uit dat bestuursorgaan voortkomen, schriftelijk inlichtingen vragen. 2. Een verzoek tot het geven van inlichtingen wordt ingediend bij de voorzitter.
2
Artikel 9 1. Een lid van het algemeen bestuur kan door het bestuursorgaan waaruit dat lid voortkomt, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem of haar in dat bestuur gevoerde beleid. 2. Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste lid, geeft het lid van het algemeen bestuur mondeling tijdens een vergadering van het betreffende bestuursorgaan alle verlangde inlichtingen, voor zover dat niet in strijd is met het openbaar belang. Artikel 10 Het betreffende bestuursorgaan kan aan een uit hun bestuursorgaan voortkomend lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het betreffende bestuursorgaan niet meer bezit. Artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. Artikel 11 1. De deelnemende bestuursorganen kunnen aan het algemeen bestuur schriftelijk inlichtingen vragen over alle zaken met betrekking tot het Openbaar Lichaam OV-bureau. 2. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het algemeen bestuur en ingediend bij de voorzitter. 3. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk verstrekt. 4. Een afschrift van de verstrekte inlichtingen wordt vanwege het algemeen bestuur gezonden aan de voorzitters van de deelnemende bestuursorganen. Artikel 12 1.
Het algemeen bestuur kan deskundigen, niet zijnde leden van het algemeen bestuur, uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van informatie en advies. 2. Het algemeen bestuur kan leden van niet deelnemende bestuursorganen uitnodigen tot deelneming aan zijn beraadslagingen over bepaalde onderwerpen. Artikel 13 1. Het algemeen bestuur beraadslaagt en besluit over alle zaken, voor zover niet aan het dagelijks bestuur gedelegeerd, die het Openbaar Lichaam OV-bureau aangaan. 2. Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, behoudens over de in het volgende lid geduide besluiten. 3. Bij unanimiteit van stemmen worden de volgende besluiten genomen indien en voor zover deze bevoegdheden niet zijn overgedragen aan het dagelijks bestuur: a. Het vaststellen van de begroting zoals bedoeld in artikel 58 lid 1 van de wet. 3
b. Het vaststellen van de jaarrekening zoals bedoeld in artikel 58 lid 3 van de wet. c. Het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer zoals bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000. d. Het vaststellen van een programma van eisen ten behoeve van de aanbesteding van een concessie zoals bedoeld in artikel 44 van de Wet personenvervoer 2000. e. Besluiten op grond van artikel 35 lid 2 van deze regeling, inhoudende het vaststellen van de gevolgen van een besluit tot uittreding van een deelnemend bestuursorgaan en van de verplichtingen die daaruit voor een uittredend bestuursorgaan ontstaan. 4. Delegatie van de bevoegdheden krachtens welke de in het derde lid bedoelde besluiten worden genomen, aan het dagelijks bestuur geschiedt niet dan onder voorwaarde, dat het dagelijks bestuur zijn op grond van deze delegatie te nemen besluiten bij voltalligheid en met unanimiteit van stemmen vaststelt.
HOOFDSTUK II.B. HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 14 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de portefeuillehouders Verkeer en Vervoer. 2. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden uit elk deelnemend bestuursorgaan één lid aan als plaatsvervangend lid van het dagelijks bestuur. Artikel 15 1. Eén of meer leden van het algemeen bestuur kunnen het dagelijks bestuur of één of meer leden daarvan inlichtingen vragen. 2. De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingezonden aan de voorzitter van het dagelijks bestuur. 3. De inlichtingen worden zo spoedig toegezonden aan de verzoeker. Een afschrift van de inlichtingen wordt gezonden aan de overige leden van het algemeen bestuur. Artikel 16 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur respectievelijk door ieder van hen gevoerde beleid. 2. De verantwoording wordt mondeling afgelegd in een vergadering van het algemeen bestuur, waarbij de leden van het dagelijks bestuur alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen geven.
4
Artikel 17 1. Het algemeen bestuur kan aan een lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. 2. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege doordat om welke reden dan ook het betreffende lid geen deel meer uitmaakt van het algemeen bestuur. Artikel 18 1. De taken van het dagelijks bestuur zijn: a. het uitoefenen van de bevoegdheden welke door het algemeen bestuur op basis van artikel 6 lid 2 aan hem zijn gedelegeerd; b. het voorbereiden van hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd; c. de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur; d. het voorstaan van de belangen van de deelnemende bestuursorganen bij andere overheidsorganen, rechtspersonen en natuurlijke personen; e. het zorgdragen voor de archiefbescheiden; f. het zorg dragen voor het informeren van de deelnemende bestuursorganen omtrent de werkzaamheden van het Openbaar Lichaam OV-bureau. 2. Het dagelijks bestuur beslist bij meerderheid van stemmen onverminderd het bepaalde in artikel 13, vierde lid.
HOOFDSTUK II.C. DE VOORZITTER Artikel 19 1. Het algemeen bestuur benoemt één van de leden van het dagelijks bestuur tot de voorzitter van het Openbaar Lichaam OV-bureau. 2. Het algemeen bestuur benoemt een ander lid van het dagelijks bestuur tot plaatsvervangend voorzitter van het Openbaar Lichaam OV-bureau. Artikel 20 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 2. Hij bevordert een spoedige afhandeling van zaken. 5
3. Hij tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. Artikel 21 De voorzitter vertegenwoordigt het Openbaar Lichaam OV-bureau in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een andere persoon opdragen.
HOOFDSTUK II.E. PERSONEEL en ORGANISATIE Artikel 22 1. Het OV-bureau heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een directeur staat. 2. Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met de directeur. 3. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. 4. De directeur heeft de algehele leiding en coördinatie met betrekking tot de dagelijkse gang van zaken aangaande het Openbaar Lichaam OV-bureau onder andere bestaande uit het voeren van personeels- en huisvestingsbeleid. Artikel 23 1. De directeur is secretaris van het Openbaar Lichaam OV-bureau. 2. De secretaris zorgt voor de verslaglegging van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. Deze verslagen worden in de eerstvolgende vergadering van het desbetreffende bestuur ter vaststelling aangeboden. 3. Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur uitgaan, medeondertekend. Artikel 24 1. Voor de vervulling van zijn taken kan het Openbaar Lichaam OV-bureau gebruikmaken, al dan niet via inlening, van de ambtelijke diensten van de deelnemende bestuursorganen, indien de deelnemende bestuursorganen daarmede instemmen. 2.
Het dagelijks bestuur kan besluiten tot de aanstelling van personeel in dienst van het Openbaar Lichaam OV-bureau. Voor deze personeelsleden zijn de regels ter zake van de rechtspositie van ambtenaren in dienst bij de provincie Drenthe van overeenkomstige toepassing, voor zover het dagelijks bestuur niet anders beslist.
6
HOOFDSTUK III. BEGROTING EN FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 25 1. Voordat de begroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden zendt het dagelijks bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan raden en staten vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. 2. Voordat de begroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting uiterlijk op 30 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de vertegenwoordigende bestuursorganen en aan de algemeen besturen van de later toegetreden bestuursorganen. 3. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 september de begroting voor het daarna volgende kalenderjaar vast volgens de bepalingen van artikel 58 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4. De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, indien deze wijzigingen niet leiden tot verhoging van de door de deelnemende bestuursorganen verschuldigde bijdragen in de kosten van het Openbaar Lichaam OV-bureau.
Artikel 26 Overeenkomstig de daartoe strekkende wettelijke bepalingen stelt het algemeen bestuur jaarlijks de jaarrekening over het daaraan voorafgaande kalenderjaar vast en het dagelijks bestuur verzendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli. Artikel 27 1. Totdat hierin door het algemeen bestuur wijziging wordt aangebracht, worden de kosten verbonden aan de uitvoering van de ingevolge deze regeling aan het OV-bureau overgedragen bevoegdheden, toegerekend en omgeslagen overeenkomstig de verdeelsleutel zoals deze door de deelnemende bestuursorganen is overeengekomen. 2. De exploitatietekorten van het Openbaar Lichaam OV-bureau worden door de deelnemende bestuursorganen volgens een door de deelnemende bestuursorganen overeengekomen verdeelsleutel gedragen. 3. De deelnemende bestuursorganen dragen elk er steeds zorg voor de verantwoordelijkheid dat het Openbaar Lichaam OV-bureau te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 4. Wijzigingen in bovengenoemde verdeling kunnen slechts bij gelijkluidend besluit van de deelnemende bestuursorganen plaatsvinden.
7
HOOFDSTUK IV. ZIENSWIJZE, INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING Artikel 28 Alvorens het algemeen bestuur besluiten met grote maatschappelijke of bestuurlijke gevolgen neemt, staat het de vertegenwoordigende bestuursorganen vrij hun zienswijze kenbaar te maken. Het algemeen bestuur informeert de vertegenwoordigende bestuursorganen over dergelijke besluiten en geeft daarbij aan op welke wijze en binnen welke termijn deze bestuursorganen hun zienswijze kunnen indienen. Artikel 29 Er is geen mogelijkheid tot participatie inzake de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling, met uitzondering van de advisering van het consumentenplatform conform het bepaalde in Wet personenvervoer 2000. Artikel 30 Het algemeen bestuur geeft aan de vertegenwoordigende bestuursorganen gevraagd of ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. Artikel 31 Het algemeen bestuur voert ieder vierde jaar met ingang van 1 juli 2022 een evaluatie uit naar de samenwerking of het functioneren van de Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OVbureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe. Het algemeen bestuur legt zijn bevindingen voor aan de deelnemende en vertegenwoordigende bestuursorganen en aan de algemeen besturen van de later toegetreden bestuursorganen.
8
HOOFDSTUK V. WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING Artikel 32 Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur of op voorstel van een of meer deelnemende bestuursorganen worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van de deelnemende bestuursorganen. Artikel 33 1. Burgemeester en wethouders van andere gemeenten en gedeputeerde staten van andere provincies kunnen bij het algemeen bestuur een verzoek tot toetreding tot het Openbaar Lichaam OV-bureau indienen. 2. Het algemeen bestuur legt het verzoek tot toetreding, alsmede zijn advies dienaangaande aan de deelnemende bestuursorganen voor alvorens dezen hierover beslissen. Artikel 34 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam OVbureau Groningen Drenthe kunnen ieder voor zover zij voor het OV-bureau bevoegd zijn, besluiten tot het deelnemen aan een andere gemeenschappelijke regeling dan wel tezamen met de deelnemende en vertegenwoordigende bestuursorganen besluiten tot het treffen van een andere gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 93 onderscheidenlijk artikel 96 van de Wet of besluiten tot de oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon. 2.
Indien het dagelijks bestuur of de voorzitter een gemeenschappelijke regeling treft of besluit tot oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon, behoeft zij toestemming van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur neemt geen besluit dan nadat provinciale staten onderscheidenlijk gemeenteraad van iedere deelnemer in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze naar voren te brengen en nadat instemming is verkregen. 3. In dit artikel wordt onder het deelnemen aan een andere gemeenschappelijke regeling dan wel de oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon tevens verstaan het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van een andere gemeenschappelijke regeling of privaatrechtelijke rechtspersoon. Artikel 35 1. Deelnemende bestuursorganen kunnen besluiten tot uittreding uit deze gemeenschappelijke regeling. Een besluit tot uittreding treedt in werking met ingang van 1 januari van het tweede jaar volgende op het besluit van het betreffende bestuursorgaan. 2. Het algemeen bestuur regelt, gehoord de deelnemende bestuursorganen, de gevolgen van een besluit tot uittreding en stelt daarbij de verplichtingen van het uittredende bestuursorgaan vast. Artikel 36 9
1. Het algemeen bestuur stelt een uittredingsplan, welke de gevolgen van uittreding regelt, vast. 2. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële -, juridische -, personele - en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die het uittredende deelnemende bestuursorgaan overneemt, als bedoeld in artikel 38 lid 1. 4. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 5. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 6. Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt, als bedoeld in artikel 37 lid 1, in rekening bij de uittredende deelnemer.
De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 7. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 8. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. Artikel 37 1. Het algemeen bestuur stelt binnen uiterlijk vierentwintig maanden gerekend vanaf de dag na bekendmaking van uittreding van deze gemeenschappelijke regeling het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36 en op de jaarrekening van het Openbaar Lichaam OV-bureau over het meest recent verstreken begrotingsjaar. 2. Uiterlijk twaalf maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36 en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 3.
In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Artikel 38 1. De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de 10
formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. Artikel 39 Deze gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van de deelnemende bestuursorganen. Het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie van het Openbaar Lichaam OV-bureau door het opstellen van een liquidatieplan dat voorziet in de verplichting van de deelnemende bestuursorganen alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende bestuursorganen te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
HOOFDSTUK VI. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 40 De wijziging van deze gemeenschappelijke regeling treedt in werking op de dag na publicatie. Artikel 41 Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe.
11