CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Financiele verordening 2023 was wordt lijst.pdf

gemeenteraad 20 december 2023, gemeente GroningenBij agendapunt: a: Financiële Verordening gemeente Groningen 2023 (raadsvoorstel 1-11-23)4.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderstaande tabel laat de wijzigingen zien ten opzichte van de teksten uit de Financiële verordening 2023. Links staat de oorspronkelijke tekst, rode tekstdoorhalingen geeft aan dat deze tekst in de nieuwe verordening is verwijderd. Rode tekst geeft wijziging of toevoeging van tekst aan. WAS FV 2022

WORDT FV 2023

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van (onderdelen van) de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. b. Deelprogramma: onderdeel van een programma bestaande uit een aantal samenhangende beleidsvelden of een enkel beleidsveld. c. Beleidsveld: onderdeel van een deelprogramma bestaande uit een aantal samenhangende activiteiten of een enkel activiteit. d. BBV: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. e. Inkoopfunctie: alle activiteiten die moeten worden vervuld om de goederen, diensten en werken die nodig zijn voor het continueren van de bedrijfsvoering te betrekken tegen de meest gunstige voorwaarden. f. Kernvastgoed: gebouwen voor de huisvesting van het gemeentelijk apparaat.

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van (onderdelen van) de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. b. Deelprogramma: onderdeel van een programma bestaande uit een aantal samenhangende beleidsvelden of een enkel beleidsveld. c. Beleidsveld: onderdeel van een deelprogramma bestaande uit een aantal samenhangende activiteiten of een enkel activiteit. d. BBV: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. e. Inkoopfunctie: alle activiteiten die moeten worden vervuld om de goederen, diensten en werken die nodig zijn voor het continueren van de bedrijfsvoering te betrekken tegen de meest gunstige voorwaarden. f. Kernvastgoed: gebouwen voor de huisvesting van het gemeentelijk apparaat. g. Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Artikel 4. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per deelprogramma en beleidsveld weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per deelprogramma en beleidsveld weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting worden de nieuwe investeringen onderscheiden naar routine-investeringen en overige investeringen. 3. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten gepresenteerd.

Artikel 4. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per deelprogramma en beleidsveld weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per deelprogramma en beleidsveld weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting worden de nieuwe investeringen onderscheiden naar routine-investeringen en overige investeringen. 3. In de jaarstukken wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten gepresenteerd.

Artikel 12. Voortgangsrapportages

Artikel 12. Voortgangsrapportages

Wijzigingen FV 2023

1. Het college informeert de raad door middel van Voortgangsrapportages ten minste tweemaal per jaar (in voor- en najaar) over de verwachte realisatie van de begroting van het lopende boekjaar. 2. De inrichting van de voortgangsrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 3. De voortgangsrapportages gaan in op afwijkingen ten opzichte begroting na laatste wijziging voor zover groter dan 250 duizend euro en/of politiek relevant. In ieder geval wordt aandacht besteed aan afwijkingen op de algemene uitkering en de uitputting van de post onvoorzien. Daarnaast wordt inzicht gegeven in het verwachte besteedbaar resultaat. 4. Het college doet ten minste twee keer per jaar voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten. -

1. Het college informeert de raad door middel van Voortgangsrapportages ten minste tweemaal per jaar (in voor- en najaar) over de verwachte realisatie van de begroting van het lopende boekjaar. 2. De inrichting van de voortgangsrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 3. De voortgangsrapportages en jaarstukken gaan in op afwijkingen groter dan 500 duizend euro op deelprogramma ten opzichte begroting na laatste wijziging voor zover en/of politiek relevant. In ieder geval wordt aandacht besteed aan afwijkingen op de algemene uitkering en de uitputting van de post onvoorzien. Daarnaast wordt inzicht gegeven in het verwachte besteedbaar resultaat. 4. Het college doet ten minste twee keer per jaar voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten.

-

Artikel 13. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt door middel van de financiële verordening vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.

Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording

2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de toevoegingen aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan 475 duizend euro nader toegelicht voor zover deze niet vallen onder de acceptabele afwijkingen uit artikel 15 lid 4. -

Artikel 14. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks uiterlijk op 1 december ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving

Wijzigingen FV 2023

waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. -

Artikel 15 Begrotingsrechtmatigheid 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 6. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel / passend binnen het bestaande beleid aangemerkt in de volgende situaties: a. Overschrijding van de baten; b. Onderschrijding van de baten; c. Er is sprake van een overschrijding van lasten welke past binnen het bestaande beleid maar wordt veroorzaakt door een feit/gebeurtenis dat zich voordoet op een moment dat er geen begrotingswijziging meer door de raad kan worden vastgesteld. d. Er is sprake van een overschrijding op een openeinde regeling. e.

Budgetoverschrijdingen van lasten die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet. f. Onderschrijding van de lasten. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden). Indien deze grens niet wordt overschreden worden alle overschrijdingen boven de rapporteringtolerantie uit artikel 13 lid c, die niet passen binnen het bestaande beleid, toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering en de overige afwijkingen bij de betreffende deelprogramma’s.

-

Artikel 16 Misbruik en oneigenlijk gebruik

Wijzigingen FV 2023

1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Artikel 14 Waardering en afschrijving vaste activa 1. Activering: a. Kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie gebracht. b. Investeringen met een individuele aanschafwaarde onder de 10 duizend euro worden niet geactiveerd.

Uitgezonderd hiervan zijn investeringen met een aanschafwaarde onder de 10 duizend euro die worden gedaan als onderdeel van een investering waarvoor een investeringskrediet is verstrekt. c. Rente op investeringsprojecten voor gebouwen en parkeergarages wordt geactiveerd. Rente op overige investeringsprojecten wordt in beginsel niet geactiveerd tenzij hiertoe specifiek door de raad wordt besloten.

Artikel 18 Waardering en afschrijving vaste activa 1. Activering: a. Kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie gebracht. b. Investeringen met een individuele aanschafwaarde onder de 10 duizend euro worden niet geactiveerd. Uitgezonderd hiervan zijn investeringen met een aanschafwaarde onder de 10 duizend euro die worden gedaan als onderdeel van een investering waarvoor een investeringskrediet is verstrekt. c. Rente op investeringsprojecten voor gebouwen en parkeergarages wordt geactiveerd. Rente op overige investeringsprojecten wordt in beginsel niet geactiveerd tenzij hiertoe specifiek door de raad wordt besloten.

2. Afschrijving: 2-1 Methode van afschrijving: Materiele vaste activa worden in principe lineair afgeschreven. Hiervan uitgezonderd zijn de hierna genoemde soorten vaste activa die annuïtair worden afgeschreven. a. Aanleg en vervanging van rioleringen; b. Investeringen in publieke parkeervoorzieningen; c. Investeringen met een specifieke (rijks-) regelgeving. d. Maatschappelijk vastgoed waarvoor door het college voor het desbetreffende object is

2. Afschrijving: 2-1 Methode van afschrijving: Materiele vaste activa worden in principe lineair afgeschreven. Hiervan uitgezonderd zijn de hierna genoemde soorten vaste activa die annuïtair worden afgeschreven. a. Aanleg en vervanging van rioleringen; b. Investeringen in publieke parkeervoorzieningen; c. Investeringen met een specifieke (rijks-) regelgeving. d. Maatschappelijk vastgoed waarvoor door het college voor het desbetreffende object is vastgesteld dat er sprake moet zijn van minimaal kostprijsdekkende verhuur

Wijzigingen FV 2023

vastgesteld dat er sprake moet zijn van minimaal kostprijsdekkende verhuur Immateriële activa worden als volgt afgeschreven: d. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden lineair in 5 jaar afgeschreven. e. Bijdragen in activa van derden worden lineair afgeschreven in maximaal de afschrijvingsduur die bij de derde voor de desbetreffende activa wordt gehanteerd. f. Op voorbereidingskosten van grondexploitaties wordt niet afgeschreven. Uiterlijk 5 jaar na investering vindt inbreng in de grondexploitatie plaats dan wel worden de geactiveerde kosten afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. 2-2 Startmoment van afschrijving Afschrijving gaat in met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin de investering gereed komt/ de verwerving plaatsvindt. 2-3 Afschrijvingstermijn: De materiële vaste activa worden afgeschreven in het aantal jaren zoals weergegeven in bijlage 1 Afschrijvingstermijnen bij deze verordening. Voor activa die niet met name genoemd zijn stelt het college de afschrijvingstermijn vast op basis van een realistische schatting van de levensduur. 2-4 Afschrijvingsbedrag: Uitgangspunt bij afschrijven is dat de volledige aanschafwaarde wordt afgeschreven. In uitzondering hierop wordt bij vastgoed met maatschappelijke functie afgeschreven tot aan de restwaarde.

De hoogte van de restwaarde wordt ingesteld afhankelijk van de functie van het vastgoed en dan alleen bij verwachte instandhouding van het vastgoed na afloop van de gebruiksduur. De restwaarde voor het bestaande bezit per 3112-2018 is gebaseerd op de stichtingskosten van fundering en ruwbouw van het referentiegebouw uit het Bouwkostenkompas. Daarbij is rekening gehouden met sloopkosten op basis van kengetallen uit het Bouwkostenkompas. Voor alle toekomstige vastgoedobjecten wordt de restwaarde per individueel object vastgesteld, rekening houdend met de verwachte sloopkosten. 2-5 Overige bepalingen: a. Vervanging van onderdelen van investeringen in vastgoed, dan wel aanpassingen in het vastgoed, wordt uitgevoerd via een voorziening voor groot onderhoud. b. Vernieuwingen aan een vastgoedobject (significante kwaliteitsverbetering/uitbreiding of

Immateriële activa worden als volgt afgeschreven: e. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden lineair in 5 jaar afgeschreven. f. Bijdragen in activa van derden worden lineair afgeschreven in maximaal de afschrijvingsduur die bij de derde voor de desbetreffende activa wordt gehanteerd. g. Op voorbereidingskosten van grondexploitaties wordt niet afgeschreven. Uiterlijk 5 jaar na investering vindt inbreng in de grondexploitatie plaats dan wel worden de geactiveerde kosten afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. 2-2 Startmoment van afschrijving Afschrijving gaat in met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin de investering gereed komt/ de verwerving plaatsvindt. 2-3 Afschrijvingstermijn: De materiële vaste activa worden afgeschreven in het aantal jaren zoals weergegeven in bijlage 1 Afschrijvingstermijnen bij deze verordening. Voor activa die niet met name genoemd zijn stelt het college de afschrijvingstermijn vast op basis van een realistische schatting van de levensduur. 2-4 Afschrijvingsbedrag: Uitgangspunt bij afschrijven is dat de volledige aanschafwaarde wordt afgeschreven. In uitzondering hierop wordt bij vastgoed met maatschappelijke functie afgeschreven tot aan de restwaarde.

De hoogte van de restwaarde wordt ingesteld afhankelijk van de functie van het vastgoed en dan alleen bij verwachte instandhouding van het vastgoed na afloop van de gebruiksduur. De restwaarde voor het bestaande bezit per 31-122018 is gebaseerd op de stichtingskosten van fundering en ruwbouw van het referentiegebouw uit het Bouwkostenkompas. Daarbij is rekening gehouden met sloopkosten op basis van kengetallen uit het Bouwkostenkompas. Voor alle toekomstige vastgoedobjecten wordt de restwaarde per individueel object vastgesteld, rekening houdend met de verwachte sloopkosten. 2-5 Overige bepalingen: a. Vervanging van onderdelen van investeringen in vastgoed, dan wel aanpassingen in het vastgoed, wordt uitgevoerd via een voorziening voor groot onderhoud. b. Vernieuwingen aan een vastgoedobject (significante kwaliteitsverbetering/uitbreiding of om te voldoen aan wet- en regelgeving) worden geactiveerd als vast onderdeel van het vastgoedobject (bedrag investering vernieuwing

Wijzigingen FV 2023

om te voldoen aan wet- en regelgeving) worden geactiveerd als vast onderdeel van het vastgoedobject (bedrag investering vernieuwing wordt op de aanschafwaarde van het vastgoed bijgeboekt). Afschrijving op dit totaalbedrag vindt plaats over de restant afschrijvingstermijn van de oorspronkelijke investering. c. Indien de situatie onder lid b daartoe aanleiding geeft dan kan de resterende afschrijvingstermijn van het vastgoedobject, op basis van de notitie activeren, afschrijven en levensduurverlenging, worden aangepast aan de nieuwe situatie. 3. Waardering: De raad besluit op voordracht van het college de indeling van vastgoed naar maatschappelijke dan wel bedrijfseconomische functie. Vastgoed met een maatschappelijke functie, waarvoor niet (langer) een intentie tot duurzame exploitatie is en waarbij de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde, worden afgewaardeerd tot die directe opbrengstwaarde. 4. Erfpacht Afkoopsommen bij voortdurende erfpacht worden via de resultaatbestemming aan de bestemmingsreserve afkoopsommen toegevoegd. Aan zowel de bestemmingsreserve afkoopsommen als aan de erfpachtgronden waarvoor afkoopsommen zijn ontvangen, wordt geen rente toegerekend. Aan erfpachtgronden waar jaarlijks een canon voor wordt ontvangen, wordt wel rente toegerekend.

wordt op de aanschafwaarde van het vastgoed bijgeboekt). Afschrijving op dit totaalbedrag vindt plaats over de restant afschrijvingstermijn van de oorspronkelijke investering. c. Indien de situatie onder lid b daartoe aanleiding geeft dan kan de resterende afschrijvingstermijn van het vastgoedobject, op basis van de notitie activeren, afschrijven en levensduurverlenging, worden aangepast aan de nieuwe situatie. 3. Waardering: De raad besluit op voordracht van het college de indeling van vastgoed naar maatschappelijke dan wel bedrijfseconomische functie. Vastgoed met een maatschappelijke functie, waarvoor niet (langer) een intentie tot duurzame exploitatie is en waarbij de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde, wordt afgewaardeerd tot die directe opbrengstwaarde. 4. Erfpacht Afkoopsommen bij voortdurende erfpacht worden via de resultaatbestemming aan de bestemmingsreserve afkoopsommen toegevoegd. Aan zowel de bestemmingsreserve afkoopsommen als aan de erfpachtgronden waarvoor afkoopsommen zijn ontvangen, wordt geen rente toegerekend. Aan erfpachtgronden waar jaarlijks een canon voor wordt ontvangen, wordt wel rente toegerekend.

Artikel 22 Incidentele baten en lasten Het grensbedrag voor het opnemen van de incidentele baten en lasten in het verplichte overzicht incidentele baten en lasten in jaarrekening en begroting bedraagt 500 duizend euro. Aanvullend worden ook incidentele baten en lasten met politieke relevantie opgenomen in het overzicht.

Artikel 22 Incidentele baten en lasten Het grensbedrag voor het opnemen van de individuele incidentele baten en lasten in het verplichte overzicht incidentele baten en lasten in jaarrekening en begroting bedraagt 500 duizend euro. Aanvullend worden ook incidentele baten en lasten met politieke relevantie opgenomen in het overzicht.

Artikel 23: Bedrijfsvoering Als informatie neemt het college in de begroting en de jaarstukken naast de onderdelen die op grond van het BBV verplicht zijn voor de bedrijfsvoering, in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de budgetten voor de griffie, de rekenkamer en de ombudsfunctie

Artikel 27: Bedrijfsvoering Als informatie neemt het college in de begroting en de jaarstukken naast de onderdelen die op grond van het BBV en de gemeentewet verplicht zijn voor de bedrijfsvoering, in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de budgetten voor de griffie, de rekenkamer en de ombudsfunctie

Artikel 29. Intrekken oude verordening De Financiële verordening gemeente Groningen 2021 wordt ingetrokken.

Artikel 33. Intrekken oude verordening De Financiële verordening gemeente Groningen 2022 wordt ingetrokken.

Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 34. Inwerkingtreding en citeertitel

Wijzigingen FV 2023

a. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2022. b. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Groningen 2022.

a. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2023. b. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Groningen 2023.

Bijlage 1 Afschrijvingstermijnen

Bijlage 1 Afschrijvingstermijnen

I. Investeringen met economisch nut:

I. Investeringen met economisch nut:

5 jaar

Instrumenten Communicatiemiddelen\-apparatuur Parkeermeters Zonnevoetpad Scanzuilen / toegangspoorten

5 jaar

7 jaar

Bromfietsen/scooters

7 jaar Bromfietsen/scooters (benzine en elektrisch)

8 jaar

Personenauto’s en bestelauto’s (inclusief leasing aan derden) CO2 Aanhangers Veegmachines klein (tot 4 m³) Tuin- en parkmachines Werktuigdragers

8 jaar

9 jaar

Vrachtauto’s, kranen, shovels CO2 Veegmachines groot (vanaf 4 m³) Zijbeladers Tractoren CO2

9 jaar

Instrumenten Communicatiemiddelen\-apparatuur Parkeermeters Zonnevoetpad Scanzuilen / toegangspoorten Prototype (Retrofit1) zware bedrijfswagens, veegmachines en bestelauto’s H2

Personenauto’s en bestelauto’s (inclusief leasing aan derden) GTL en benzine Aanhangers Veegmachines klein (tot 4 m³) GTL Tuin- en parkmachines GTL en benzine Werktuigdragers GTL Vrachtwagens, kranen en shovels elektrisch en H2 af fabriek Vrachtauto’s, kranen, shovels GTL Veegmachines groot (vanaf 4 m³) GTL Zijbeladers GTL Tractoren GTL

10 jaar Meubilair, inrichting en inventaris van gebouwen Telefoonvoorzieningen Parkeerautomaten Portaalauto’s Kolkzuigers Boten Bovengrondse afvalinzamelmiddelen Laadpalen e-auto’s

10 jaar Meubilair, inrichting en inventaris van gebouwen Telefoonvoorzieningen Parkeerautomaten Portaalauto’s GTL Kolkzuigers GTL Boten Bovengrondse afvalinzamelmiddelen Laadpalen e-auto’s

11 jaar Kraakperswagens Ondergrondse afvalinzamelmiddelen Materieel winterdienst

11 jaar Kraakperswagens Ondergrondse afvalinzamelmiddelen Materieel winterdienst GTL

1 Retrofit betekent letterlijk 'achteraf inbouwen' en staat voor het toevoegen van nieuwe technologie of functies aan

oudere systemen.

Wijzigingen FV 2023

Elektrisch aangedreven auto’s & machines

Elektrisch en H2 af fabriek aangedreven personen- en bestelauto’s & machines

12 jaar Bovenbouw kunstgrasvelden

12 jaar Bovenbouw kunstgrasvelden

15 jaar Houten hulplokalen Ondergrondse betonputten voor afvalcontainers Pompen Beregeningsinstallaties natuurgrassportvelden Blaashal tennisvelden Skatepark

15 jaar Houten hulplokalen Ondergrondse betonputten voor afvalcontainers Pompen Beregeningsinstallaties natuurgrassportvelden Blaashal tennisvelden Skatepark

20 jaar Aanleg parkeerterreinen Zonnepanelen Ledverlichting Armaturen lichtmasten op sportparken

20 jaar Aanleg parkeerterreinen Zonnepanelen Ledverlichting Armaturen lichtmasten op sportparken

24 jaar Onderbouw kunstgrasvelden (zandpakket, drainage)

24 jaar Onderbouw kunstgrasvelden (zandpakket, drainage)

25 jaar Bouw en inrichting kleedgebouwen (steen)

25 jaar Bouw en inrichting kleedgebouwen (steen)

30 jaar Aankoop gebouwen uitgezonderd aankoop kernvastgoed Aanleg van sportvelden

30 jaar Aankoop gebouwen uitgezonderd aankoop kernvastgoed Aanleg van sportvelden

40 jaar Nieuwbouw gebouwen uitgezonderd kernvastgoed Schoolgebouwen van na 1 januari 2000 Aanleg en uitbreiding van begraafplaatsen Aanleg van havens Lichtmasten op sportparken

40 jaar Nieuwbouw gebouwen uitgezonderd kernvastgoed Schoolgebouwen van na 1 januari 2000 Aanleg en uitbreiding van begraafplaatsen

Maximaal 40 jaar: Levensduur verlengende investeringen in gemeentelijk vastgoed (niet zijnde kernvastgoed)

Maximaal 40 jaar: Levensduur verlengende investeringen in gemeentelijk vastgoed (niet zijnde kernvastgoed)

50 jaar Parkeergarages Aankoop en nieuwbouw gebouwen behorend tot het kernvastgoed

50 jaar Parkeergarages Aankoop en nieuwbouw gebouwen behorend tot het kernvastgoed

Maximaal 50 jaar: Levensduur verlengende investeringen in kernvastgoed

Maximaal 50 jaar: Levensduur verlengende investeringen in kernvastgoed

55 jaar Aanleg centrale riolering

55 jaar Aanleg centrale riolering

60 jaar Schoolgebouwen van voor 1 januari 2000

60 jaar Schoolgebouwen van voor 1 januari 2000

Voor Automatisering:

Voor Automatisering:

Aanleg van havens Lichtmasten op sportparken

Wijzigingen FV 2023

4 jaar 5 jaar

Tablets en Smartphones Lokaal netwerk actief

4 jaar 5 jaar

Tablets en Smartphones Lokaal netwerk actief

8 jaar

Applicaties (afhankelijk van werkprocessen tussen 3 en 8 jaar) Gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur die ineens in rekening worden gebracht (afhankelijk van werkprocessen tussen 3 en 8 jaar)

8 jaar

Applicaties (afhankelijk van werkprocessen tussen 3 en 8 jaar) Gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur die ineens in rekening worden gebracht (afhankelijk van werkprocessen tussen 3 en 8 jaar)

10 jaar Lokaal netwerk passief

10 jaar Lokaal netwerk passief

15 jaar Gronet passief

15 jaar Gronet passief

II. Investeringen met maatschappelijk nut: 10 jaar Verkeersregelinstallaties Straatmeubilair Speelvoorzieningen

II. Investeringen met maatschappelijk nut: 10 jaar Verkeersregelinstallaties Straatmeubilair Speelvoorzieningen

20 jaar Openbare verlichting 40 jaar Bruggen, viaducten en tunnels Waterwegen en waterbouwkundige werken Wegen, straten, pleinen, fietspaden, voetpaden Parken en plantsoenen Ondergrondse kabels

20 jaar Openbare verlichting 40 jaar Bruggen, viaducten en tunnels Waterwegen en waterbouwkundige werken Wegen, straten, pleinen, fietspaden, voetpaden Parken en plantsoenen Ondergrondse kabels

Wijzigingen FV 2023

Toelichting artikelen

Toelichting artikelen

Artikel 12: Voortgangsrapportages De Voortgangsrapportages zijn onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad. Op basis van Voortgangsrapportages wordt de raad geïnformeerd over de uitputting van budgetten en de voortgang van de uitvoering van het beleid. Er is gekozen voor twee Voortgangsrapportages, waarvan de eerste op tijd is om te gebruiken als input voor de Voorjaarsnota. Het tweede lid bevat bepalingen over de inrichting van de rapportage. Het derde lid bepaalt welke afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging het college in de Voortgangsrapportages moet toelichten. Tevens is hier bepaald dat de raad via de Voortgangsrapportages geïnformeerd wordt over de begrotingswijzigingen op deelprogrammaniveau.

Artikel 12: Voortgangsrapportages De Voortgangsrapportages zijn onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad. Op basis van Voortgangsrapportages wordt de raad geïnformeerd over de uitputting van budgetten en de voortgang van de uitvoering van het beleid. Er is gekozen voor twee Voortgangsrapportages, waarvan de eerste op tijd is om te gebruiken als input voor de Voorjaarsnota. Het tweede lid bevat bepalingen over de inrichting van de rapportage. Het derde lid bepaalt welke afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging het college in de Voortgangsrapportages en jaarstukken moet toelichten. Tevens is hier bepaald dat de raad via de Voortgangsrapportages geïnformeerd wordt over de begrotingswijzigingen op deelprogrammaniveau.

Wijzigingen FV 2023

-

Artikel 13 Uitgangspunten rechtmatigheidsverantwoording Bij de verantwoording over rechtmatigheid wordt gekeken naar negen criteria. Burgemeester en wethouders leggen verantwoording af over alle negen criteria in de jaarrekening. Zie Kadernota rechtmatigheid 2023, oktober 2023, voor de criteria en bijbehorende toelichting. De eerste zes criteria zijn niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Deze betreffen verantwoording met betrekking tot getrouwheid en rechtmatigheid. Ze komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringcriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium. Daarnaast is er een aantal criteria waarbij de verantwoording specifiek gaat over rechtmatigheid. Deze komen wel tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording: - begrotingscriterium: de financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting; - voorwaardencriterium: voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden; - misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: er vindt een toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats, met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Eerste lid In relatie tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is in het eerste lid opgenomen dat de raad bij aanvang van iedere raadsperiode vaststelt op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken geïnformeerd wil worden over rechtmatigheid (Kadernota rechtmatigheid 2023, oktober 2023). Tweede lid In het tweede lid stelt de raad de verantwoordingsgrens vast, waarboven burgemeester en wethouders moeten rapporteren aan de raad (Kadernota rechtmatigheid 2023, oktober 2023). Deze grens moet tussen 0 en 3% liggen van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Derde lid Het derde lid geeft aan boven welk bedrag afzonderlijke afwijkingen nader moeten worden toegelicht (rapportagegrens).

Wijzigingen FV 2023

-

-

-

Artikel 14 Voorwaardencriterium Eerste lid In het eerste lid wordt de definitie weergegeven van het voorwaardencriterium, het zogenaamde “normenkader”. Tweede lid Artikel 14 geeft aan dat jaarlijks het normenkader ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording door de gemeenteraad moet worden vastgesteld en voor een bepaalde datum aan de raad moet worden aangeboden. Artikel 15 Begrotingsrechtmatigheid Eerste lid Artikel 15 gaat expliciet in op de begrotingsrechtmatigheid. In het eerste lid wordt het begrip begrotingsrechtmatigheid gedefinieerd. Tweede lid De baten en lasten moeten zich bewegen binnen de door de raad goedgekeurde en vastgestelde budgetplafonds. Indien er een overschrijding plaatsvindt is er in principe sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Dat is geregeld in het tweede lid. Artikel 16 Misbruik en oneigenlijk gebruik Eerste lid Dit artikel voorziet in het zogenaamde “misbruik en oneigenlijk gebruik criterium”. In het eerste lid wordt het criterium gedefinieerd. Tweede lid Aan Burgemeester en wethouders wordt opgedragen om regels op stellen voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Artikel 33: Intrekken oude verordening en overgangsrecht Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening moet de oude worden ingetrokken.

Artikel 33: Intrekken oude verordening Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening wordt de oude ingetrokken.

Wijzigingen FV 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4693/documents/78255