CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Financieel Meerjarenbeeld 2023 - 2026.pdf

gemeenteraad 13 juli 2022, gemeente GroningenBij agendapunt: *: Financieel Meerjarenbeeld 2023-20264.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Financieel Meerjarenbeeld 2023-2026

Gemeente Groningen, mei 2022

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2

2. Uitgangspunten in het meerjarenbeeld

3

3. Verschil met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2022

6

1

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

1. Inleiding In het financieel meerjarenbeeld geven we aan wat de verwachte financiële ontwikkelingen zijn in de komende jaren. We presenteren een financieel meerjarenbeeld in het voorjaar en een geactualiseerde versie in de gemeentebegroting 2023. In het voorjaar maken we een eerste schatting van de financiële ruimte. De financiële ruimte wordt beïnvloed door de ontwikkeling van het gemeentefonds, de loon- en prijsstijgingen, renteontwikkelingen, de opbrengst van de gemeentelijke belastingen en overige mee- en tegenvallers. Ook door de raad vastgestelde besluiten die gedekt worden uit de begroting 20231 worden opgenomen in het meerjarenbeeld. We vergelijken het actuele meerjarenbeeld met het meerjarenbeeld dat we in de gemeentebegroting 2022 aan uw raad hebben voorgelegd. De laatst bekende informatie vanuit het gemeentefonds (septembercirculaire 2021) is verwerkt in het meerjarenbeeld. Het meerjarenbeeld is daarnaast geactualiseerd met de rente effecten en de autonome ontwikkelingen (nominale compensatie, en dergelijke) die op de gemeente afkomen. Het financieel effect van de meicirculaire 2022 van het gemeentefonds kon in dit financiële meerjarenbeeld nog niet worden betrokken. Bij de actualisatie van het financieel meerjarenbeeld in de begroting 2023 zullen de financiële gevolgen van deze circulaire worden verwerkt.

Het verschil tussen het geactualiseerde meerjarenbeeld en het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2021 ziet er als volgt uit: (bedragen x € 1.000)

Saldo MJB bij begroting 2022 Actueel meerjarenbeeld

2023 0 42.522

2024 0 57.414

2025 0 70.670

2026 12.012 38.708

Verschil

42.522

57.414

70.670

26.696

Het financiële meerjarenbeeld is in 2023 verbeterd ten opzichte van het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2022. Dit wordt veroorzaakt door meerdere ontwikkelingen waarvan we de belangrijkste ontwikkelingen hier kort benoemen: - Vanaf de begroting 2020 is besloten om de septembercirculaire niet meer in de begroting te verwerken. De verwerking van septembercirculaire in dit meerjarenbeeld betekent een opwaartse bijstelling van 9,4 miljoen euro in 2023 oplopend tot 12,4 miljoen euro in 2026. - Daarnaast is er een forse stijging van de nominale compensatie. De nominale compensatie is bedoeld om de koopkracht van de gemeentelijke budgetten op niveau te houden. Zowel de ontwikkeling van de prijzen als de lonen is fors bijgesteld ten opzichte van de verwachtingen in de begroting 2022. Voor de meerjarige ontwikkeling volgen we de verwachtingen van het CPB in het CEP. Dit leidt voor de nominale compensatie tot een bijstelling van bijna 10 miljoen euro in 2023 oplopend tot ruim 36 miljoen euro in 2026. - Omdat de hoogte van onze belastingen de loon- en prijsontwikkelingen volgen ontstaat hier een voordelige bijstelling van 1,9 miljoen euro 2023 oplopend tot 6,9 miljoen euro in 2026. - Als gevolg van het nieuwe regeerakkoord en Voorjaarsnota Rijk neemt het accres in het gemeentefonds toe.

Naast het hogere accres door extra uitgaven van het rijk stijgen de inkomsten door het (tijdelijk) schrappen van de opschalingskorting, hogere ruimte onder het plafond BCF en door de invoering van het nieuwe verdeelmodel vanaf 2023. Het voordeel bedraagt 37,9 miljoen euro in 2023 oplopend tot 44,2 miljoen in 2026. In hoofdstuk 3 worden de verschillen met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2022 toegelicht. 1

Dit betreft de Accommodatie ‘bij Van Houten’ en ‘Dierenbescherming en noodhulp’ 2

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

2. Uitgangspunten in het meerjarenbeeld Om te komen tot een eenduidig meerjarenbeeld is een aantal uitgangspunten vastgesteld. Deze uitgangspunten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Algemeen Als extra budget nodig is werkt dit kostenverhogend. Daarom wordt dit weergegeven als een negatief bedrag. Extra inkomsten en besparingen worden als positieve bedragen weergegeven. Alle bedragen in de tabellen zijn in duizendtallen tenzij anders wordt vermeld. Autonome ontwikkelingen Het uitgangspunt is dat in het meerjarenbeeld wordt aangegeven hoe de financiële ruimte zich ontwikkelt in de komende jaren bij ongewijzigd beleid van de gemeente. Alleen autonome ontwikkelingen worden in het meerjarenbeeld opgenomen. Voor autonome ontwikkelingen worden twee criteria gehanteerd: ▪ de ontwikkeling is, voor de gemeente, niet beïnvloedbaar; ▪ de (negatieve) financiële gevolgen van de ontwikkeling kunnen niet door de organisatie zelf worden opgevangen, bijvoorbeeld door het verhogen van de tarieven. Knelpunten (tekorten) bij de uitvoering van bestaand beleid dienen in principe te worden opgevangen binnen de betreffende sector. Dit is mogelijk als sprake is van een keuzemogelijkheid bij de uitvoering van het beleid (is het mogelijk het beleid aan te passen en daarmee kosten te besparen). In dat geval worden dergelijke knelpunten niet in het meerjarenbeeld opgenomen.

Ook de volgende posten worden niet in het Meerjarenbeeld opgenomen: • Prijsstijgingen; er wordt per directie een nominale vergoeding verstrekt • Organisatiekosten; deze dienen te worden bekostigd uit efficiencyverbeteringen • PM-posten; posten die niet kwantificeerbaar zijn, kunnen niet worden meegenomen. Extra beleid en hervormingen voorgaande jaren In het meerjarenbeeld is de inzet van de extra beleidsgelden en hervormingen uit voorgaande jaren voor de komende jaren verwerkt. Raming (incidentele) dekking In het meerjarenbeeld is een raming opgenomen van de (incidentele) dekkingsbronnen. In 2023 gaat het om het terugramen van een aantal incidentele posten die zijn opgenomen in de begrotingen van 2020, 2021 en 2022 en de middelen in de meerjarenbegroting voor de jaarschijven 2023-2026. Nominale ontwikkelingen De nominale ontwikkelingen geven weer wat de verwachte stijging van lonen en prijzen is. Deze is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van de verwachte loonontwikkeling en inflatie voor de komende jaren. Loonontwikkeling De CAO-stijging van 2,4% per 1 april 2022 werkt voor 0,6% door in de loonontwikkeling van 2023. Voor 2023 houden we voor de loonkosten conform het CEP2022 rekening met een ontwikkeling van 3,3%. De uitwerking van de thuiswerkvergoeding in 2022 is structureel verwerkt in de nacalculatie van 2021 en daarom ramen we deze in 2022 weer terug voor 0,23%.

Vanaf 2024 volgen we de ramingen van het CPB (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers).

3

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

Prijsontwikkeling De prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijsmutatie materiële overheidsconsumptie (imoc). Voor 2023 houden we conform de informatie van het Centraal Planbureau (CEP2022) rekening met een prijsontwikkeling van 2,3%. Nominale compensatie Voor de toekenning van de nominale compensatie telt de loonontwikkeling mee voor 80 procent en de prijsmutatie voor 20 procent. Dit leidt voor 2023 tot het volgende percentage voor de nominale compensatie: Nominale compensatie Loon Prijs Totaal

Perc. 3,67% 2,30%

Factor 80% 20%

Percentage 2,94% 0,46% 3,40%

Tarieven De tarieven (waaronder de OZB) worden aangepast met de nominale ontwikkelingen gecorrigeerd met de nacalculaties over de twee voorgaande jaren. Stijging tarieven Tariefstijging 2023 Nacalculatie 2022 (1,70% i.p.v. 1,48%) Nacalculatie 2021 (4,06% i.p.v. 3,82%) Totaal tariefstijging 2022

2023 3,40% 0,22% 0,24% 3,86%

Rente Voor 2023 worden de volgende rentepercentages gebruikt: Gehanteerde rentepercentages 2023 Rente langlopende leningen 2,00% Rente omslag percentage (ROP) 1,55% Grondexploitatie (Grex) rente 1,64% Bij de bepaling van het ROP is als uitgangspunt gehanteerd een verwacht resultaat van nul voor 2023. De percentages van 2023 worden ook toegepast op de volgende jaren. Algemene uitkering De actualisatie van de algemene uitkering is gebaseerd op de laatst ontvangen gemeentefonds circulaire. De laatst ontvangen circulaire betreft de septembercirculaire 2021. De gevolgen van de septembercirculaire 2021 zijn verwerkt in dit financieel meerjarenbeeld. Vooruitlopend op de meicirculaire 2022 is wel in het meerjarenbeeld rekening gehouden met de effecten van de maartbrief 2022 en het accres gemeentefonds zoals opgenomen in de Voorjaarsnota van het Rijk.

4

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

3. Verschil met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2022 Het laatste meerjarenbeeld is opgesteld bij het opstellen van de gemeentebegroting 2022. Het actuele meerjarenbeeld wijkt af van de vorige raming. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste verschillen toegelicht. Het financiële meerjarenbeeld is in 2022 verbeterd ten opzichte van het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2022. De grotere mutaties betreffen de ontwikkeling van het gemeentefonds bij de septembercirculaire 2021, de effecten van het regeerakkoord op basis van de Startnota/ Voorjaarsnota Rijk en bijstelling van de nominale compensatie. Saldo MJB bij begroting 2022 Actueel meerjarenbeeld

2023 0 42.522

2024 0 57.414

2025 0 70.670

2026 12.012 38.708

Verschil

42.522

57.414

70.670

26.696

De afwijkingen per jaar bestaan uit de volgende onderdelen en deze worden daarna toegelicht.

2 3 4 5 6 7 8 9a 9b

Nieuwe ontwikkelingen Correctie activering BTW riolering Actualisatie correctie activering BTW riolering Brandverzekering Verkiezingen Proceskostenvergoedingen belastingen Legesinkomsten reisdocumenten Wet kwaliteitsborging bouw Invoeringskosten omgevingswet Meeropbrengst logiesbelastingen Gemeentefonds - Maartbrief 2022 Gemeentefonds - Voorjaarsnota Rijk 2022

10 11

Voorbeslag Dierenbescherming en -noodhulp Accommodatie ‘bij Van Houten’

12 13a 13b 14a 14b 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25

Jaarlijkse ontwikkelingen Gemeentefonds, septembercirculaire 2021 Bijstelling BUIG-budget Bijstelling BUIG-budget Nominale compensatie Verhoging minimum uurloon naar 14 euro Belastingen Rente-effecten Dividend Enexis Holding Areaalontwikkeling Terugloop kapitaallasten Voorziening afkoopsom graven Investeringsprojecten - kapitaallasten GR – PG&Z GR – Noordelijke belastingkantoor GR – Groninger Archieven GR – Veiligheidsregio Groningen

1

Totaal verschil

5

2023

2024

2025

2026

-780 -49 -658 -375 -200 -8 -255 1.079 200 20.950 18.600

-490 -32 -658 -325

-440 31 -658 -325

-410 19 -658 -325

165 -255 687 200 35.750 29.100

142 98 785 200 43.950 39.300

240

200 21.150 24.700

-50 -108

-50 -108

-50 -108

-50 -108

9.442 4.401 600 -9.792 -864 1.852 -2.245 1.195 -109 2 -3

8.856 4.128 650 -19.575 -914 3.740 -3.181

10.582 3.974 650 -28.282 -964 5.407 -3.330

12.402 3.974 650 -35.981 -964 6.890 -3.813

168 -1 -5

234 -4 -3

-100 149 175 -528

-103 95 142 -569

-105 87 115 -615

349 -9 -1 -942 -116 8 95 -603

42.522

57.414

70.670

26.696

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

1. Correctie activering BTW riolering We hebben in december 2021 per brief (kenmerk 593724-2021) uw raad geïnformeerd over de onjuiste verwerking van de BTW op rioolinvesteringen. Dit betekent dat we in de rekening 2021 een balanscorrectie moeten maken maar ook dat onze meerjarenraming moet worden gecorrigeerd. Het financiële effect van deze correctie bedraagt 780 duizend euro nadelig in 2023 en dit loopt af naar 410 duizend euro nadelig in 2026. Actualisatie van de afdracht leidt nog tot een beperkte bijstelling van -49 duizend euro in 2023, -32 duizend euro in 2024, +31 duizend euro in 2025 en +19 duizend euro in 2026. 2. Brandverzekering Alle opstallen en inventarissen in eigendom zijn tot eind 2022 verzekerd onder een uitgebreide brandpolis. De optie om het verzekeringscontract met nog eens drie jaren te verlengen is door de verzekeraar niet gebruikt. De uitkomst van de nieuwe aanbesteding leidt tot een hogere premie voor de brandverzekering door ontwikkelingen als stijgende bouwkosten en klimaatverandering. Het nadeel vanaf 2023 bedraagt 658 duizend euro. Van dit nadeel heeft 281 duizend euro betrekking op onderwijshuisvesting. 3. Verkiezingen Voor de uitvoering van een reguliere verkiezing is een budget beschikbaar van 550 duizend euro. Door autonome ontwikkelingen is dat niet meer voldoende om de kosten van een huidige verkiezing te dekken.

Als dekking van de gestegen kosten is 325 duizend euro per jaar extra nodig vanaf 2023. In de begroting 2020 is een besparing van 50 duizend euro opgenomen voor 2021 t/m 2023. Deze besparing kan niet worden gerealiseerd zodat er 375 duizend euro voor 2023 extra nodig is. 4. Proceskostenvergoedingen belastingen Het bedrag aan uitgekeerde proceskostenvergoeding is sterk gestegen. Het aantal bureaus dat namens woningeigenaren bezwaarprocedures tegen de WOZ-waarde voert, neemt toe. Deze bureaus werken gratis (‘no-cure-no-pay’). Vanaf 2022 is de begroting al opgehoogd van 130 duizend euro structureel naar 305 duizend euro structureel. Op basis van de meest actuele cijfers verwachten we totaal 500 duizend euro aan uitgekeerde proceskostenvergoedingen in 2023. Dat is een toename van zo’n 200 duizend euro. Vanaf 2024 hopen we dat de VNG in overleg met de betrokken ministeries en belangenverenigingen met een oplossing komt. 5. Legesinkomsten reisdocumenten In 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Als gevolg hiervan lopen de inkomsten terug. Een deel van de derving van inkomsten wordt goedgemaakt door de personele capaciteit aan te passen aan de productie. De inschatting is geactualiseerd en leidt tot een nadeel van 8 duizend euro en in 2023 en een voordeel oplopend tot 240 duizend euro in 2026. 6.

Wet kwaliteitsborging bouw (WKB) Gelijktijdig met de omgevingswet wordt ook de wet kwaliteitsborging bouw ingevoerd. De regels rond het verlenen van een vergunning gaan daardoor enorm veranderen. Er wordt een zgn. knip gezet in de vergunning zoals we die nu kennen. Vanaf het in werking treden van deze wetten kennen we de bouwtechnische vergunningen en de omgevingsplan vergunningen. De kosten die daarmee gemoeid zijn kunnen worden gedekt onder bouwleges. Dit geldt echter niet voor een bepaalde groep bouwwerken die gaan vallen onder de bouwmelding (de zgn. gevolgklasse 1 bouwwerken). We willen in de eerste 2 jaar bezien wat de effecten nu precies zijn en wat structureel nodig is. Er zal door de WKB ook minderwerk ontstaan. Voor 2023 en 2024 zijn de verwachte kosten vanwege extra personele inzet 353 duizend euro. Daarnaast is (in de startnota) door de minister van BZK compensatie toegezegd bij de Voorjaarsnota. De ontvangst voor 2023 t/m 2025 is naar verwachting 98 duizend euro per jaar.

6

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

7. Invoeringskosten omgevingswet In de startnota is door het Rijk een bijdrage opgenomen voor gemeenten voor de invoeringskosten omgevingswet. Er wordt landelijk in 2023 t/m 2025 respectievelijk 110 miljoen euro, 70 miljoen euro en 80 miljoen euro beschikbaar gesteld. Ons aandeel bedraagt 1,079 miljoen euro in 2023, 687 duizend euro in 2024 en 785 duizend euro in 2025. Opgaven met betrekking tot de invoeringskosten Omgevingswet kunnen vanuit deze middelen worden gedekt. 8. Meeropbrengst logiesbelastingen Op verzoek van de hotelsector worden de tarieven van de logiesbelasting niet jaarlijks maar driejaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen. Hierdoor is er stabiliteit in de tarieven. De voorgestelde tariefverhoging leidt tot een extra opbrengst van 200 duizend euro vanaf 2023. 9a. Gemeentefonds, Maartbrief 2022 Per brief is door de minister van BZK een eerste beeld gegeven van de gevolgen voor individuele gemeenten van de belangrijkste maatregelen uit het coalitieakkoord op het gemeentefonds. Ook gaat deze brief in op het besluit om vanaf 2023 de nieuwe verdeling van het gemeentefonds in te voeren. Hieronder zijn de effecten van de maartbrief samenvattend opgenomen: Accres bijstelling – Maartbrief 2022 Behoedzaamheidsraming accres ( -20%) Opschorten opschalingskorting Hervormingsagenda Jeugd Invoering nieuwe verdeelmodel GF

2023 13.600 -2.700 6.600 1.700 1.750 20.950

2024 25.100 -5.000 8.700 1.700 5.250 35.750

2025 28.400 -5.700 10.800 1.700 8.750 43.950

2026 13.400 -2.700 1.700 8.750 21.150

- De Startnota presenteert relatief hoge accressen voor de periode 2023-2025. Het CPB waarschuwt voor het risico dat het rijk minder uitgeeft dan geraamd. Omdat de algemene uitkering is gekoppeld aan de uitgaven van het Rijk, kan daardoor de algemene uitkering ook lager uitvallen. We houden daarom rekening met een behoedzaamheidsraming van 20% op de accressen uit de startnota. - De opschalingskorting wordt tijdelijk geschrapt tot en met 2025. In 2026 staat de opschalingskorting weer volledig opgenomen (structureel en voor het volledige bedrag). - We houden rekening met 100% van de aanvullende middelen zoals opgenomen in de uitspraak van de arbitrage commissie. We gaan er dus vanuit dat de aanvullende besparing die is opgenomen in het coalitie akkoord van het rijk kan worden gerealiseerd of als deze niet kan worden gerealiseerd door het rijk aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld. - Het nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds wordt vanaf 2023 ingevoerd met een ingroeipad voor maximale herverdeeleffecten per inwoner. Op basis van dit ingroeipad verwachten we extra inkomsten in 2023 t/m 2025. De effecten van de maartbrief worden door het rijk in de meicirculaire 2022 verwerkt. 9b.

Gemeentefonds, Voorjaarsnota Rijk 2022 Op 20 mei verscheen de Voorjaarsnota van het Rijk met informatie over de ontwikkeling van het accres gemeentefonds en de verwachte onderuitputting onder het plafond van het BCF. Het accres ligt hoger dan bij de Maartbrief door de verwerking van de loon- en prijsontwikkelingen conform het Centraal Economisch Plan van het CPB. Ook ligt het niveau van de rijksuitgaven hoger waardoor het accres toeneemt. Vanwege mogelijke onderbesteding van het rijk hebben we ook hier rekening gehouden met een behoedzaamheidsraming van 20% op het accres. Volgens de Voorjaarsnota neemt de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds toe. In onze meerjarenraming houden we rekening met de vrijval onder het BCF-plafond. Op basis van deze 7

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

informatie houden we alvast gedeeltelijk rekening met extra ruimte onder het plafond BCF van 1 miljoen euro per jaar. Bij het raadsvoorstel meicirculaire 2022 komen we hierop terug. Accres bijstelling – voorjaarsnota Rijk 2022 Behoedzaamheidsraming accres ( -20%) Plafond BCF onderuitputting

2023 22.000 -4.400 1.000 18.600

2024 35.100 -7.000 1.000 29.100

2025 47.900 -9.600 1.000 39.300

2026 29.600 -5.900 1.000 24.700

10. Dierenbescherming en -noodhulp Onze wettelijke taken voor dieren en dieren in nood laten we uitvoeren door de Dierenbescherming waarbij het “Basisarrangement Dierennoodhulp” het uitgangspunt is. Een nieuwe overeenkomst leidt tot 50 duizend euro hogere kosten omdat we nu ook de wettelijke taken in Haren en Ten Boer uitvoeren. Met raadbesluit 424469-2021 is besloten de meerkosten als voorbeslag ten laste van de Gemeentebegroting 2023 te nemen. 11. Accommodatie ‘bij Van Houten’ Bij Van Houten is een initiatief van vier bewonersorganisaties in de Oosterparkwijk voor de terugkeer van een groot buurtcentrum in de Oosterparkwijk. We willen de voormalige Van Houtenschool en de voormalige Vensterschool Oosterpark transformeren tot een volwaardige grote buurtaccommodatie door deze te renoveren, verduurzamen, toegankelijk maken en verbinden door middel van een nieuwe entree en een horecafunctie toe te voegen. De exploitatielasten van 281 duizend euro worden deels gedekt uit het Accommodatiebudget en uit het budget Werk & Participatie. Voor de dekking van de resterende 108 duizend euro vindt voorbeslag op de begroting plaats (raadsbesluit 41620-2022). 12. Gemeentefonds, septembercirculaire 2021 De raming van het gemeentefonds is geactualiseerd op basis van de septembercirculaire 2021. Het geraamde accres is ten opzichte van de meicirculaire 2021 fors opwaarts bijgesteld.

Dit komt zowel door een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling in de Macro Economische Verkenning (MEV-raming) van het Centraal Planbureau als door een positieve volumeontwikkeling. Het kabinet heeft vanaf 2022 aanvullende middelen uitgetrokken voor een aantal beleidsterreinen, waaronder voor klimaatmaatmaatregelen. Daarnaast zijn de kosten voor het compenseren van de gedupeerden van de kinderopvangtoeslag opwaarts bijgesteld. Ook andere uitgaven zoals die in de zorg en de EUafdrachten zijn opwaarts bijgesteld. Tot slot is de ontwikkeling van de maatstaven geactualiseerd op basis van actuelere informatie. Per saldo ontstaat een voordeel van 9,4 miljoen euro in 2023 oplopend tot 12,4 miljoen euro in 2026. 13. BUIG Het ministerie van SZW heeft op 1 oktober 2021 het definitieve budget BUIG 2021 en het voorlopig budget BUIG 2022 bekend gemaakt. Dit leidt tot een voordelige bijstelling die met name ontstaat doordat ons aandeel in het macrobudget is toegenomen. Per brief (kenmerk: 505679-2021) is uw raad hierover geïnformeerd. Het effect van de bijgestelde raming betekent een voordeel van 4,4 miljoen euro in 2023 aflopend tot 4 miljoen euro vanaf 2025. De bekendmaking van het voorlopig budget BUIG 2022 leidt tot verbetering van het meerjarenbeeld. Het voordeel in 2023 bedraagt 600 duizend euro en vanaf 2024 is dit 650 duizend euro per jaar.

8

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

14a. Nominale compensatie De nominale compensatie is bedoeld om de koopkracht van de gemeentelijke budgetten op niveau te houden. De nominale compensatie wordt bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de verwachte loon- en prijsontwikkeling. We hebben in onze raming de prijsontwikkeling conform het CEP bijgesteld. Dit is een prijsstijging van 2,3% (2023), 2,4% (2024 en 2025) en 1,90% (2026). Voor de loonontwikkeling zijn de CAO-afspraken voor 2021 en 2022 verwerkt. Voor de ontwikkeling van de lonen zijn de ramingen van het CEP geactualiseerd vanaf 2023 overgenomen. Dit betekent een loontonwikkeling van: 3,30% (2023), 3,90% (2024), 3,80% (2025) en 3,60% (2026). De bijstelling van de loon- en prijsontwikkeling leidt ten opzichte van de begroting 2022 tot een neerwaartse bijstelling van 9,8 miljoen in 2023 euro oplopend tot 36 miljoen euro in 2026. Samengevat is de loon- en prijsontwikkeling t.o.v. de begroting 2022: Ontwikkeling van de nominale compensatie - Inschatting begroting 2022 - Actuele inschatting MJB2023-2026

2023 1,90% 3,40% +1,50%

2024 1,74% 3,60% +1,86%

2025 1,98% 3,52% +1,54%

2026 1,98% 3,26% +1,28%

14b. CAO-effect minimumloon 14 euro/uur Eén onderdeel van de Cao-afspraken 2021-2022 is dat het minimumloon minimaal 14 euro per uur bedraagt. Voor de gemeente Groningen is het financiële nadeel ingeschat op 864 duizend euro in 2023 oplopend tot 964 duizend euro vanaf 2025. Ongeveer de helft van dit nadeel heeft betrekking mensen met een afspraakbaan. Dit betreft reeds bestaande afspraken én de groei van afspraakbanen door vervanging van SW-medewerkers bij Stadsbeheer. Daarnaast moeten inleenkrachten van uitzendbureaus gelijkelijk beloond worden als eigen personeel waardoor een verwacht jaarlijks nadeel van 458 duizend euro per jaar ontstaat. 15. Belastingen Het tariefstijgingspercentage wordt berekend op basis van de nominale compensatie. Als gevolg van een hogere nominale compensatie ten opzichte van het vorige meerjarenbeeld, stijgt het percentage waarmee de tarieven stijgen. Op basis van een voorlopige inschatting betekent dit in 2023 een tariefstijging van 3,86% (raming begroting 2022: 1,9%). We verwachten een toename van de opbrengsten van 1,9 miljoen euro in 2023 oplopend tot 6,9 miljoen euro in 2026. 16. Rente-effecten Het rentenadeel bedraagt 2,2 miljoen euro in 2023 en loopt op tot 3,8 miljoen euro in 2026. Dit nadeel bestaat uit een aantal componenten: - we hebben onze verwachting van de lange termijnrente voor nieuwe leningen verhoogd van 0,75% naar 2,00%.

Dit leidt tot hogere rentelasten; - op basis van onze financiële verordening waarderen we verliesvoorzieningen voor grondexploitaties op contante waarde. De rente die we daarvoor moeten hanteren bedraagt verplicht 2% per jaar (eerder hanteerden we een lagere GREX-rente). - in de begroting hanteren we een taakstelling van 950 duizend euro die werd ingevuld met korte mismatchfinanciering (financiering vaste activa met kortlopende leningen). In verband met de toegenomen renterisico’s en het in verband daarmee eerder aantrekken van langlopende leningen, hebben we dit voordeel gehalveerd tot 475 duizend euro; - een nadeel van 400 duizend euro ontstaat vanaf 2023 omdat de verhoging van de ROP van 1,50% naar 1,55% leidt tot een hogere kapitaallast op onze investeringen. 17. Dividend Enexis In 2022 is sprake van een incidenteel voordeel omdat we het verwachte dividend over onze Enexis aandelen van 1,2 miljoen euro hebben verwerkt. (Het dividend is incidenteel geraamd omdat we in ons weerstandsvermogen rekening hebben gehouden met de opbrengst van een eventuele verkoop).

9

Financieel meerjarenbeeld 2023-2026

18. Areaalontwikkeling De benodigde budgetten voor het onderhoud aan de openbare ruimte door ontwikkelingen in het areaal is geactualiseerd ten opzichte van de begroting 2022. In 2023 leidt dit tot een nadeel van 109 duizend euro, een voordeel van 168 duizend euro in 2024, een voordeel van 234 duizend euro in 2025 en een voordeel van 349 duizend euro in 2026. 19. Terugloop kapitaallasten Dit betreffen specifieke investeringen waarvan de afnemende kapitaallasten terugvallen ten gunste van het meerjarenbeeld. De impact is beperkt en loopt op tot een nadeel van 9 duizend euro in 2026. 20. Voorziening afkoopsom graven Het afgekochte grafonderhoud loopt via een voorziening, conform voorschriften van het BBV. Jaarlijks vindt er een onttrekking aan de voorziening plaats ter hoogte van het in dat jaar benodigde onderhoudsbedrag. Daarnaast storten we jaarlijks een bedrag bij voor een (nieuw tiende) jaar. De hoogte van deze jaarlijkse bijstorting wordt elk jaar, bij het opstellen van de begroting, geactualiseerd op basis van gedetailleerde overzichten van al het afgekochte onderhoud. De voorziening moet in de jaarrekening van voldoende omvang zijn om de kosten voor de komende tien jaren te kunnen dekken. Dit betekent een beperkt hogere jaarlijkse dotatie aan de voorziening. 21.

Investeringsprojecten – kapitaallasten In de begroting zijn in voorgaande jaren investeringsprojecten opgenomen bij de opgaven waarvan de kapitaallasten jaarlijks toenemen. In de begroting 2022 is daarnaast dekking beschikbaar gesteld voor het MJOP Martiniplaza dat doorloopt t/m 2030. Binnenstad (begroting 2019) 180 duizend euro (oploop jaarlijks t/m 2027) Stadshavens (begroting 2019) 200 duizend euro (oploop jaarlijks t/m 2029) Suikerunie (begroting 2019) 460 duizend euro (oploop jaarlijks t/m 2029) Martiniplaza (opgave 87, begroting 2022) 102 duizend euro (oploop t/m 2030) 942 duizend euro 22. GR – Publieke Gezondheid & Zorg (PG&Z) Op basis van de ontwerpbegroting 2023 van PG&Z hebben we onze bijdrage geactualiseerd. In de begroting 2022 was er rekening gehouden met een meerjarige loon- en prijsontwikkeling van 2,5%. De reeks vanaf 2024 is in de ontwerpbegroting 2023 ongewijzigd maar voor het jaar 2023 is het bijgesteld van 2,5% naar 3,81%. Dit betekent naar verwachting een hogere bijdrage van zo’n 100 duizend euro per jaar. 23. GR - Noordelijk belastingkantoor (NBK) De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd. De bijdrage is gebaseerd op de ontwerpbegrotingen van de verbonden partijen. Het betreft de loon- en prijsontwikkelingen en mutaties in verdeelsleutels.

Dit leidt in 2023 tot een voordeel van 149 duizend euro aflopend tot 8 duizend euro in 2026. 24. GR – Groninger Archieven De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd. Door lagere huurlasten ontstaat een meerjarig voordeel. De hogere loon- en prijsontwikkeling dempt dit voordeel in latere jaren. 25. GR – Veiligheidsregio Groningen De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd. Op basis van voorlopige gegevens van de GR leidt dit tot een nadelige bijstelling van 528 duizend euro in 2023 oplopend tot een nadelige bijstelling van 603 duizend euro in 2026. De nadelige bijstelling vloeit voort uit actualisatie van de indexering, de opgenomen uitzetting voor informatieveiligheid en huisvesting conform de kaderbrief en de herziene verdeelsleutel voor openbare orde en veiligheid. 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4491/documents/70021