Bijlage 1 bestemmingsplan Trace Ring Zuid toelichting.pdf
Tekst van het document
In dit TB wordt de bomencompensatie voor beide geregeld. Aanvullende maatregelen die nodig zijn voor de gemeentelijke kapvergunning, bijvoorbeeld ten aanzien van het behoud van de monumentale status van bomen, worden niet in dit TB geregeld. Het doel is om de bomen- en houtopstand binnen het plangebied zoveel mogelijk in stand te houden. In lijn met de BEA wordt onderscheid gemaakt tussen bomen binnen en buiten ontwerp. Door de aanleg van het ontwerp verdwijnen er binnen het ontwerp (het talud van de weg) maximaal 838 bomen (waarvan - inclusief in houtopstand - 102 monumentaal en 135 potentieel monumentaal) en circa 76.244 m2 houtopstanden. In artikel 8 van de besluittekst is geborgd dat deze aantallen gecompenseerd kunnen worden. Deze aantallen zijn worst-case hoeveelheden. Er wordt naar gestreefd om bij de daadwerkelijke realisatie van de plannen zoveel mogelijk bomen te behouden. . Bijvoorbeeld voor de volgende locaties zijn er mogelijkheden om bomen binnen ontwerp te sparen ten opzichte van de geïnventariseerde aantallen: Gebied bij Papiermolen bij afrit vanaf de A28 naar Rijksweg 7 oost; vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 27
Het zoekgebied voor de voetgangersburg bij de Papiermolen; Ten westen van de A28 langs het Noord-Willemskanaal; Ten noordoosten van het Europaplein Lübeckweg; (Delen van) het onderliggend wegennet binnen de TB grens: Van Ketwich Verschuurlaan, Waterloolaan, Hereweg, Leonard Springerlaan, Winschoterdiep/Europaweg en Laan van de Vrede. Het daadwerkelijk aantal te verdwijnen en compenseren hangt af van de wijze van uitvoering door de aannemer. De aannemer heeft als eis meegekregen binnen het TB om zoveel mogelijk bomen te sparen. De bomen en houtopstanden die tijdens de realisatie daadwerkelijk moeten verdwijnen worden in het kader van de APVG één op één gecompenseerd. Twee houtopstanden dienen in het kader van de Boswet gecompenseerd te worden. De zoekgebieden voor compensatie van bomen en houtopstanden binnen het plangebied bieden in totaal ruimte voor 1.664 bomen en 96.000 m2 houtopstanden. Dit is voldoende ruimte voor compensatie van de kap van bomen en houtopstanden voor de realisatie van het ontwerp. In het gebied buiten het ontwerp (maar binnen de TB-grens) staan 418 bomen en 67.484 m2 aan houtopstand. Hiervan staat nog niet vast of kap nodig is. Indien kap nodig is, vindt hiervoor compensatie plaats, zoveel mogelijk ter plekke. 4.3
Water
Voor het TB is een Watertoetsprocedure worden doorlopen. De Watertoets is een procesinstrument waarmee ruimtelijke plannen en besluiten kunnen worden getoetst op waterhuishoudkundige aspecten. In overleg met de betrokken waterbeheerders worden voor het project relevante wateraspecten uitgewerkt. In het geval van dit project zijn dat waterkwantiteit (grondwater en oppervlaktewater) en waterkwaliteit (oppervlaktewater). De Watertoets is in overleg met de waterbeheerders uitgevoerd. Hierbij waren de waterschappen Hunze en Aa's en Noorderzijlvest en de gemeente Groningen als waterbeheerders betrokken. Er heeft afstemming plaatsgevonden over de te hanteren uitgangspunten voor het ontwerp van de weg en de maatregelen die worden genomen om de waterhuishoudkundige situatie te beschermen. In MER bijlage 7 (bijlage 4 van dit bestemmingsplan) is Deelrapport water opgenomen. Er is onderzoek gedaan naar: De effecten op grondwater (waterkwantiteit); De effecten op oppervlaktewater (waterkwantiteit en waterkwaliteit). Grondwater Uit het onderzoek komt naar voren dat uitvoering van ZRGII kan leiden tot effecten op het grondwater, door tijdelijke of permanente veranderingen van de grondwatersituatie. Op een aantal plekken komt het tracé dieper in de grond te liggen dan in de referentiesituatie, te weten bij de knooppunten Vrijheidsplein en Julianaplein en de verdiepte ligging.
Stromingen in het grondwater kunnen anders verlopen doordat obstakels in de bodem worden aangebracht. Ook kunnen de uitgevoerde vergravingen en het aanbrengen van extra verhard oppervlak leiden tot wijziging van de kwel- en infiltratiesituatie. Kwel is opwellen van grondwater uit de bodem, infiltratie is het intrekken van water in de bodem. Zowel tijdelijke als permanente grondwatereffecten kunnen gevolgen hebben voor de omgeving (bebouwing, natuur, bomen). In het natuuronderzoek komt naar voren dat het grondwaterpeil van het Sterrebos belangrijk is in verband met de effecten op bomen (afsterven van bomen), zodat de in het Sterrebos voorkomende soorten (vleermuizen en jaarrond beschermde vogels (blauwe reiger)) beschermd worden. Om deze negatieve effecten voor het grondwater zoveel mogelijk te voorkomen, wordt vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 28
conform de eisen van de waterschappen en de gemeente de weg zo aangelegd dat de gevolgen voor het grondwater en daarmee de invloed op de fysieke omgeving niet negatief zijn. Dat betekent dat de effecten op de grondwaterstanden en grondwaterstroming zodanig beheerst worden dat er voor bomen, natuur, infrastructuur en woningen geen negatieve gevolgen zijn. Dit geldt zowel tijdens de bouwfase als in de gebruiksfase. Op welke wijze negatieve grondwatereffecten vermeden worden, hangt van de door de aannemer gekozen uitvoeringswijze af. Mogelijke opties hiervoor zijn retourbemaling, bouwen `in den natte' en grondwater overhevelen. Het MER-onderzoek en het MER achtergrondrapport gaan hier ook verder op in.
Oppervlaktewater De ZRGII kent beperkte effecten op het oppervlaktewater. Voor een nadere motivatie voor de benodigde watercompensatie wordt verwezen naar de Verschillenrapportage milieueffecten (bijlage 2 (TB, bijlage H)). Ten eerste vindt als gevolg van het project demping van oppervlaktewater plaats (vijvers en sloten, circa 28.800 m2). Ten tweede is er een toename van het verharde oppervlak. Deze toename moet gecompenseerd worden door nieuw oppervlaktewater (circa 2.000 m2). Beide effecten worden volledig gecompenseerd door waterberging. Deze waterberging vindt plaats door middel van nieuwe vijvers aan de zuidkant van het Helperdiep, waterberging aan de noord- en zuidzijde van knooppunt Euvelgunne, een verbrede sloot bij de Europaweg, een vijver bij knooppunt Westerbroek en bermsloten aan de westzijde van het tracé. Ook worden sloten hersteld op diverse plaatsen langs het tracé. Ten derde betekent de aanleg van de verdiepte ligging en daarmee het afsluiten van het Oude Winschoterdiep een beperkt negatief effect voor de waterkwaliteit in het Oude Winschoterdiep. Het gebrek aan doorstroming van het Oude Winschoterdiep betekent een achteruitgang van de waterkwaliteit. Er vindt geen doorspoeling meer plaats en er ontstaan twee doodlopende einden.
Dit negatieve effect wordt gecompenseerd door een doorstromingsvoorziening bij het Oude Winschoterdiep die de waterkwaliteit handhaaft. De twee waterschappen en de gemeente Groningen hebben via de Watertoets ingestemd met de in het TB voorgestelde maatregelen. 4.4
Milieu
4.4.1 M.e.r.-beoordeling Voor de planstudie ZRGII is in de OTB fase een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het MER is opgesteld om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van dit TB. Mede op basis van deze informatie komt de besluitvorming tot stand. De wettelijke basis voor de m.e.r. procedure is de Wet milieubeheer. Voor ZRGII is de procedure gestart met een aanvangsbeslissing die door de minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (thans: de minister van Infrastructuur en Milieu) in 2009 is genomen (zie bijlage A bij deze Toelichting). Het project ZRGII is opgenomen in bijlage 2 van de Crisis en Herstelwet. Dit betekent ondermeer dat in het MER alleen de effecten van het project ZRGII (voorkeursalternatief) worden vergeleken met de huidige situatie van de Zuidelijke Ringweg Groningen inclusief de autonome ontwikkelen tot 2030. Bovendien is het niet meer verplicht de Commissie m.e.r. te raadplegen of een meest milieuvriendelijk alternatief (MMA) op te stellen. Overigens is volgens de Wet milieubeheer het opstellen van MMA ook niet verplicht. Ten opzichte van het OTB zijn in dit TB wijzigingen in het ontwerp en de maatregelen doorgevoerd. Hoofdstuk 12 geeft een overzicht van deze wijzigingen.
Aan de hand van vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 29
deze ontwerpwijzigingen is per thema opnieuw onderzoek gedaan naar de effecten. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de Verschillenrapportage milieueffecten (bijlage H). In deze rapportage wordt geconcludeerd dat voor twee onderdelen de MER beoordeling verandert. Ten eerste verandert de beoordeling voor het onderdeel verkeer, gebruik van het onderliggend wegennet (OWN). Uit de verkeersanalyse van het TB ontwerp blijkt dat de doorstroming verbetert ten opzichte van de referentiesituatie, alle in het MER genoemde knelpunten zijn opgelost danwel verlicht. Vanwege het oplossen van deze knelpunten zorgt het TB ontwerp voor een betere doorstroming op het onderliggend wegennet dan eerder in het OTB/MER het geval was. In het MER was het criterium `daling/stijging aantal wegvakken/kruispunten onderliggend wegennet met weinig/geen restcapaciteit ten opzichte van referentiesituatie' nog als neutraal beoordeeld (0). Op basis van de wijzigingen die in het TB zijn doorgevoerd, verandert deze score in een positief effect (+). Ten tweede wijzigt de beoordeling van het criterium bomen bij het onderdeel natuur. Doordat het ontwerp ten opzichte van de OTB fase gewijzigd en verruimd is, en tevens de plangrens is verruimd, is het aantal (mogelijk) te kappen bomen en de oppervlakte (mogelijk) te kappen houtopstanden groter dan voorzien in de OTB-fase.
De toename in aantallen is vrij substantieel. Er is daarom een nieuwe MER-score toegekend: deze komt uit op negatief tot zeer negatief (- tot - -). In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op de wijze waarop hiermee wordt omgegaan. In ieder geval worden alle te kappen bomen gecompenseerd (zie paragraaf 7.5.2). Voor de overige thema's zijn de MER scores onveranderd. In deze toelichting worden in de hierop volgende thema hoofdstukken de definitieve resultaten gepresenteerd. 4.4.1.1
Onderzochte alternatieven in het MER
In het MER zijn twee alternatieven onderzocht: ZRGII; De referentiesituatie. ZRGII Het voorkeursalternatief betreft de situatie wanneer de ZRGII gerealiseerd is. Op hoofdlijnen bestaan de maatregelen uit: Een (lijn)bus toe- en afrit op de Rijksweg 7 ter hoogte van Hoogkerk; Een ongelijkvloers Vrijheidsplein, met een ongelijkvloerse kruising Ring West (Laan 1940 – 1945) - Leonard Springerlaan, een directe aansluiting Ring West op Rijksweg 7 en aansluiting Ring West / Leonard Springerlaan op de botrotondes op Laan Corpus den Hoorn; Een ongelijkvloers Julianaplein met een aansluiting naar het centrum/stationsgebied en de Vondellaan; Een verdiepte ligging met drie overkluizingen tussen Julianaplein en Europaplein; Een verbindingsweg tussen Brailleweg en Hereweg; De aansluiting Europaweg kent een toerit naar het westen en een afrit vanuit het westen bij de aansluiting Europaweg; Een aansluiting bij Driebond/Eemspoort op de Rijksweg 7; Aanpassing functionaliteit (capaciteitsuitbreiding) aansluiting Westerbroek en capaciteitsuitbreiding Europaweg. Referentiesituatie Het referentiealternatief (ook wel nul-alternatief genoemd) is de huidige situatie van de Zuidelijke Ringweg Groningen inclusief autonome ontwikkelingen tot 2030.
De referentiesituatie 2030 biedt geen oplossing voor de gestelde problematiek, maar maakt het mogelijk om ZRGII te onderzoeken en zichtbaar te maken hoe bijgedragen wordt aan vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 30
de oplossing van de problematiek en tegemoet wordt gekomen aan de randvoorwaarden die aan de Zuidelijke Ringweg zijn gesteld. De referentiesituatie kan kortweg worden omschreven als de situatie waarin er geen project uitgevoerd zou worden. De huidige situatie kenmerkt zich door een Zuidelijke Ringweg met diverse toe- en afritten en met verkeerslichten op het Julianaplein, die een belemmering (discontinuïteit) vormen voor het doorgaande verkeer. Dit blijft zo, ondanks de realisatie van fase 1 (ook wel Langman I-maatregelen genoemd). Voor de referentiesituatie is het uitgangspunt dat het wegennet van 2030 hetzelfde is als de huidige situatie, uitgebreid met de uitvoeringsprojecten uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (categorie 0 en 1), alsmede vastgestelde uitbreidingsplannen van het regionale wegennet. Dit zijn: De aanpassing van de aansluiting Laan Corpus Den Hoorn/Groningen West. Hierbij is de Laan Corpus Den Hoorn aangesloten op de Zuidelijke Ringweg.
De Laan van de Vrijheid is in tegenstelling tot in het basisjaar - niet meer direct aangesloten op de Zuidelijke Ringweg; Zuidelijke Ringweg Groningen fase 1; Realisatie van de Sontbrug; Realisatie van de Berlagebrug; Realisatie ongelijkvloerse kruisingen Ring Oost; Aanpak Ring West en Noord; Verbreding N33; Ombouw Knooppunt Joure; Aanleg Haak om Leeuwarden (N31); Reconstructie N31 Harlingen; Reconstructie Knooppunt Drachten; Reconstructie N381; Aanleg 'Centrale As'; Reconstructie N361. Ook wordt rekening gehouden met de plannen op het spoor, die zich vertalen in een nieuwe dienstregeling. Deze dienstregeling is opgenomen in de modellen. Relevante spoorprojecten zijn station Groningen Europapark, spoorlijn Groningen-Veendam en viersporigheid in Groningen. Daarnaast wordt rekening gehouden met ruimtelijke en economische ontwikkelingen. De algemene uitgangspunten hiervoor zijn afkomstig uit het Global Economy scenario (GE) van de 'Welvaart en Leefomgeving' (WLO) studie van
4.4.1.2
Uitkomsten van het MER
Het MER gaat uitgebreid in op de effecten die optreden als gevolg van ZRGII. In dit hoofdstuk wordt voor de verschillende thema's ingegaan op deze effecten, en de maatregelen die genomen worden. Voor de thema's verkeer, verkeersveiligheid, externe veiligheid en ruimtelijke kwaliteit zijn de effecten positief.
Doorstroming en bereikbaarheid ZRGII draagt bij aan deze geambieerde verbeterde bereikbaarheid. De verkeersprognoses tonen dat gemiddeld genomen zowel op het hoofdwegennet als het onderliggend wegennet de verliestijd per gereden kilometer als gevolg van het project daalt ten opzichte van de referentiesituatie 2030. Dit heeft onder meer als gevolg, dat de economisch belangrijke zones van Groningen (dynamo's) sneller en beter bereikbaar worden gemaakt. Een effect van het project is dat het verkeer op het onderliggend vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 31
wegennet anders verdeeld zal gaan worden. Op sommige plekken wordt het drukker, op andere delen juist rustiger. Met het oplossen van enkele knelpunten uit het OTB, levert het TB een positieve bijdrage aan de doorstroming op het onderliggend wegennet. Ook verbetert de doorstroming op de Zuidelijke Ringweg. Het ongelijkvloers maken van het Vrijheidsplein en Julianaplein dragen hier aan bij. Ook de snelheidsverhoging van 70 naar 80 kilometer per uur draagt bij aan een betere doorstroming. Een belangrijk gevolg is dat ZRGII een positief effect heeft op de reistijd, voertuigen zijn sneller op hun bestemming. In combinatie met de reistijdwinst en betere doorstroming op de Zuidelijke Ringweg levert dat een impuls aan de bereikbaarheid op. Zeker als in de toekomst meer verkeer gebruik gaat maken van de Zuidelijke Ringweg.
Veiligheid Het ontwerp van ZRGII, de inrichtingsmaatregelen en alle verkeersveiligheidsmaatregelen samen leveren een verbetering op voor de verkeersveiligheid van de Zuidelijke Ringweg. Het onderzoek laat zien dat het risicocijfer van het project ten opzichte van de referentiesituatie neutraal is. Tezamen met een kwalitatieve analyse van het wegontwerp en de verdere maatregelen die worden genomen ter bevordering van de verkeersveiligheid leidt dit tot een positieve beoordeling voor verkeersveiligheid. De verhoogde veiligheid is mede te verklaren vanuit ongelijkvloerse en daarmee veiligere knooppunten Juliana- en Vrijheidsplein, veilige oplossing tussen Vrijheidsplein en Laan Corpus den Hoorn, ongelijkvloerse fietskruising langs de Brailleweg/Vondellaan met de toe- en afritten van de A28, minder weefbewegingen en minder toe- en afritten. De ZRGII kenmerkt zich door een stedelijke rondweg met een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur. Door ontwerpkeuzes, inrichting en inpassing van de weg en verkeersveiligheidsmaatregelen wordt de weggebruiker geholpen veilig gebruik te maken van de weg. Deze maatregelen worden in paragraaf 5.4.3 besproken. Deze maatregelen strekken zich uit van een Motorway Traffic Management systeem voor het gehele tracé tot extra veiligheidsmaatregelen voor de verdiepte ligging.
Deze maatregelen zorgen er mede voor dat er straks veiliger gebruik gemaakt kan worden van de Zuidelijke Ringweg Groningen. Voor het onderliggend wegennet binnen het plangebied van het project worden een passend ontwerp en inrichting bewerkstelligd om te zorgen voor een veiligheidsniveau dat past bij de functie van de betreffende weg. Daarnaast is er aandacht voor het onderliggend wegennet buiten het plangebied dat een veranderende veiligheidssituatie krijgt. Uit de berekeningen voor externe veiligheid (vervoer gevaarlijke stoffen) volgt dat de ZRGII voldoet aan de normen. Het groepsrisico daalt in ZRGII ten opzichte van de referentiesituatie, wat een verbetering betekent. Het overkluizen van de verdiepte ligging heeft tevens voor de omgeving een positief effect ten aanzien van de externe veiligheid.
Ruimtelijke kwaliteit Een belangrijk onderdeel van het project is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Hier wordt invulling aan gegeven door een verdiepte ligging met drie overkluizingen, een compacter ontwerp, een grotere bundeling van verkeersstromen en een goede inpassing van de weg. Door een aanpassing van bestaand tracé wordt invulling gegeven aan het compacte stad beleid van de gemeente Groningen en de verstedelijkingsdoelen uit het RSP. De ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp verbetert ten opzichte de referentiesituatie 2030. De landschappelijke/stedelijke inpassing voor de stad Groningen als geheel verbetert en kan een bijdrage leveren aan de beleving en identiteit van de stad. Voor de sociale veiligheid, barrièrewerking en visuele hinder treden verbeteringen op. Ook is er een positief effect op enkele cultuurhistorische gebieden en structuren; het Sterrebos, het beschermd stadsgezicht Oosterpoort Oost, de Hereweg en de voormalige Oosterweg. Het tegelijk met dit Tracébesluit gepubliceerde Inpassingsplan geeft de visie van het project vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 32
weer ten aanzien van de inpassing van de weg in de omgeving. Voor de stad als geheel verbetert de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ZRGII. Dit draagt mede bij aan de leefkwaliteit van de stad in relatie tot de Zuidelijke Ringweg. Er zijn ook enkele locaties waar de ruimtelijke kwaliteit een aandachtspunt is; het ongelijkvloerse Julianaplein, de nieuw te realiseren verbindingsweg tussen de Brailleweg en Hereweg en de herconfiguratie van het onderliggend wegennet met toenemende intensiteiten op sommige wegen. Het zorgen voor de juiste milieumaatregelen, maatregelen ten aanzien van verkeersveiligheid en een goede ruimtelijk-visuele inpassing van deze locaties zijn aandachtspunten in het verder uitwerken van dit Tracébesluit richting de (voorbereiding van de) realisatie.
Luchtkwaliteit, geluid en natuur Een ander onderdeel van leefbaarheid zijn de thema's luchtkwaliteit, geluid en natuur. Voor al deze thema's wordt, al dan niet na het nemen van de in dit Tracébesluit beschreven mitigerende en compenserende maatregelen, voldaan aan de wettelijke normen. Voor luchtkwaliteit wordt zowel in de referentiesituatie als in de projectsituatie voldaan aan de normen. Er zijn geen extra maatregelen nodig. Voor geluid worden diverse maatregelen getroffen zowel aan de bron (geluidreducerend asfalt) als overdrachtsmaatregelen in de vorm van geluidschermen. Met deze maatregelen is voldaan aan de wettelijke geluidsnormen. Na het treffen van deze maatregelen verbetert de geluidsituatie in de bebouwde omgeving. De ondervonden hinder neemt af. Het geluidsbelaste oppervlak blijft gelijk. Voor bepaalde woningen komt, ondanks de geluidmaatregelen, de verwachte geluidbelasting toch boven de wettelijke norm. Deze woningen komen in aanmerking voor een binnenwaarde onderzoek (hogere waarden en/of objecten geluidbelasting op de gevel hoger dan Lden GPP). Voor natuur betekent een grote ingreep als de ombouw van de Zuidelijke Ringweg Groningen dat er in eerste instantie negatieve effecten te verwachten zijn. Beschermde soorten (flora en fauna) en bomen worden verstoord.
Door middel van mitigerende en compenserende maatregelen wordt echter gezorgd dat alle soorten en boomsoorten in stand blijven. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke natuur eisen.
Zorg voor een goede uitvoering De ombouw van de Zuidelijke Ringweg is een complex en grootschalig project dat tijdelijke hinder zal veroorzaken tijdens de uitvoering. In voorbereiding op en tijdens de aanlegfase wordt de hinder voor omwonenden en weggebruikers zoveel mogelijk beperkt. Helemaal geen hinder tijdens de bouw is niet reëel, maar de hinder zoveel mogelijk beperken tot een acceptabel niveau wel.
4.4.2 Zonering bedrijventerrein Het oosterlijk deel van het bestemmingsplan ligt de geluidszone van het industrieterrein Groningen-zuidoost en voor een deel binnen de grenzen van het gezoneerd industrieterrein Groningen-zuidoost.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 33
Op deze afbeelding staat de huidige contour van de maximale grenswaarde voor industrielawaai (55 dB(A)). Binnen deze contour, die gedeeltelijk over het plangebied heen ligt, zijn geen geluidsgevoelige objecten mogelijk, tenzij de gevels waar de 55 dB(A)-grens wordt overschreden als dove gevel worden uitgevoerd. Binnen het bestemmingsplan worden echter geen geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt, waardoor deze zoneringen geen belemmeringen geven voor dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 wordt de juridische context van deze zoneringen gegeven. 4.4.3 Geluid (industrie, spoor en weg) Voor geluid waren op het moment van het TB de volgende regelingen van toepassing: Wet milieubeheer, hoofdstuk 11 (hoofdwegennet); Wet geluidhinder (onderliggend wegennet); Besluit geluid milieubeheer en Regeling geluid milieubeheer (onder meer het doelmatigheidscriterium); Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (rekenregels voor het akoestisch onderzoek). Daarnaast is sprake van vaste jurisprudentie (rechterlijke uitspraken) waarmee rekening gehouden moet worden bij de uitvoering van een akoestisch onderzoek. De Wet milieubeheer, hoofdstuk 11 is van toepassing op het hoofdwegennet (Rijkswegen) binnen het plangebied. Deze wet is in 2012 in werking getreden en vervangt voor het hoofdwegennet de Wet geluidhinder.
De Wet geluidhinder is nog wel van toepassing op het onderliggend wegennet binnen het plangebied. Het TB bevat de resultaten van een akoestisch onderzoek en een aanduiding van de te treffen geluidreducerende maatregelen. Ook bevat het: Nieuwe en verplaatste referentiepunten en nieuwe en gewijzigde geluidproductieplafonds (bijlage 1 bij TB); Vastgestelde hogere waarden (bijlage 2 bij TB)) Voor het TB 'A7/N7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2' is een akoestisch onderzoek vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 34
uitgevoerd. Dit akoestisch onderzoek inclusief bijlagen is opgenomen in bijlage 2 (als bijlage D van het TB). Ook voor de wijzigingen in 2016, 2017 en 2019 zijn hernieuwde onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd voor de: maatregelen voor het hoofdwegennet binnen plangebied; maatregelen voor het onderliggend wegennet binnen plangebied; cumulatie-effecten; effecten voor wegen buiten het plangebied. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kan geconcludeerd worden dat er verschillende maatregelen benodigd zijn. De maatregelen bestaan uit: het aanbrengen van wegdekken aangeduid waar geluidreducerend asfalt van een bepaald type wordt gerealiseerd (of geluidreducerend asfalt dat ten minste dezelfde geluidreducerende eigenschappen heeft); het plaatsen van geluidschermen over een bepaalde lengte met een (indien benodigd) voorgescherven hoogte, waarbij de geluidschermen worden absorberend uitgevoerd; het vaststellen van hogere waarde bij geluidgevoelige objecten, indien de vorige twee maatregelen niet afdoende zijn. Jaarlijks monitort Rijkswaterstaat of de geluidproductie binnen de geldende geluidproductieplafond is gebleven. Bij (dreigende) overschrijding moet een maatregelen onderzoek worden ingesteld. 4.4.4 Luchtkwaliteit Bij het ontwerp TB ZRGII is onderzoek verricht naar de effecten van aanpassing van de Rijksweg 7 op de luchtkwaliteit.
De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in bijlage 5 (deel II MER: bijlage 4). In dit onderzoek wordt het effect op de luchtkwaliteit in beeld gebracht voor de volgende jaren: Huidige situatie: 2014; Referentiesituatie: 2021, 2030; ZRGII na realisatie: 2021, 2030. Het toetsjaar is het eerste jaar na openstelling van de weg, 2021. Het zichtjaar is 2030. De grootte van het studiegebied is bepaald conform het gestelde in artikel 17, eerste lid van de Tracéwet. In het onderstaande figuur zijn het studiegebied en de wegvakken die in het onderzoek zijn betrokken weergegeven.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 35
Voor het berekenen van de verkeersbijdrage maakt het STACKS+ rekenmodel gebruik van verkeersgegevens, wegkenmerken en omgevingskenmerken. De gegevens met betrekking tot de verkeersintensiteiten en congestiefactoren voor het hoofdwegennet zijn afkomstig uit het NRM verkeersmodel. Voor het onderliggend wegennet is gebruik gemaakt van gegevens afkomstig uit het GroningenPlus model. Geconcluderend kan worden gesteld dat, in zowel de huidige situatie, de referentiesituatie als de projectsituatie langs het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet geen sprake van overschrijding is van de normen voor NO2 en PM10. Voor alle beschouwde jaren en situaties wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer (artikel 5.16, eerste lid onder a). Er zijn dan ook geen mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig.
4.4.5 Externe Veiligheid (transport, bedrijven/instellingen en buisleidingen) Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vastgelegd in de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Er is uitgegaan van de meest recente versie van deze circulaire. Rijkswaterstaat heeft deze richtlijnen vertaald in het Kader Externe veiligheid ten behoeve van planstudies. Voor het aspect externe veiligheid worden twee criteria onderscheiden: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die permanent en onbeschermd zou verblijven in de directe omgeving van een inrichting of transportroute overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen in die inrichting of op die route. Het GR is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in het invloedsgebied van een transportroute komt te overlijden als direct gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen op die route. Het GR is een indicatie van de mogelijke maatschappelijke impact van een ongeval. Voor het TB kan worden geconcludeerd dat voor het aspect externe veiligheid geen normen worden overschreden.
Tevens neemt het groepsrisico af, waardoor geen verantwoording van het groepsrisico nodig is. Ook het plaatsgebonden risico toont een vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 36
beter beeld in de omgebouwde Zuidelijke Ringweg. De ombouw naar een volwaardige snelweg met ongelijkvloerse kruisingen zorgt voor deze verbeteringen. De verdiepte ligging brengt geen extra externe veiligheidsrisico met zich mee.
4.4.6 Bodem In het kader van de Wbb (Wet bodembescherming) is voor het TB bodemonderzoek verricht. Er is onderzoek gedaan naar de bodemkundige opbouw (aardkundige waarde) en naar de bodemkwaliteit. Hieronder worden de resultaten van het onderzoek beschreven. Voorts wordt verwezen naar het Achtergrondrapport Bodem (bijlage 4 (MER bijlage 8)). Ook wordt verwezen naar de Verschillenrapportage milieueffecten (bijlage 2 (TB bijlage H)).
Bodemopbouw De bodemopbouw ter plaatse van het hoger gelegen middendeel van het plangebied (de Hondsrug) bestaat vanaf maaiveld uit een opeenvolging van (lemig) dekzand, een (zandige) keileemlaag met daaronder een groot watervoerend pakket van fijne zanden, onderbroken door kleilaag. De bodemopbouw ter plaatse van de lager gelegen 'flanken' bestaat vanaf maaiveld uit een opeenvolging van een Holocene deklaag met daaronder een groot watervoerend pakket. De Hondsrug is een duidelijk herkenbaar geologisch profiel in het gebied met een profiel van een hoger gelegen rug en lager gelegen voormalige beekdalen. De ligging van de huidige Zuidelijke Ringweg, op een talud, heeft de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Hondsrug doen afnemen. Bij realisatie van ZRGII wordt de Hondsrug doorsneden door de oost-west liggende verdiepte ligging. Deze bodemingreep leidt tot een lokale aantasting van de fysieke aardkundige waarde van de Hondsrug (weggraven oorspronkelijke bodemprofiel). Hierbij moet worden aangetekend dat de Hondsrug doorloopt tot aan Emmen, zodat op de schaal van de hele Hondsrug de aantasting beperkt is. Aan de andere kant wordt het bestaande talud waarop de Rijksweg 7 ligt verwijderd. Hierdoor kan de beleving van de Hondsrug enigszins verbeteren; het verschil tussen hoog en laag wordt weer beter waarneembaar.
De aantasting van de Hondsrug als aardkundige waarde valt niet te voorkomen of te verzachten.
Bodemkwaliteit Uit het bodemonderzoek komen diverse locaties naar voren waar mogelijk bodemingrepen ten behoeve van de aanleg van het project plaatsvinden en waar een bodem- of grondwaterverontreiniging speelt. Bekende plekken van bodemverontreiniging die met het tracé mogelijk geraakt gaan worden: Het aanpassen van de taluds ter hoogte van Corpus den Hoorn en ter hoogte van Driebond-Eemspoort waar bekende verdachte locaties van bodemverontreinigingen zijn die gangbaar zijn voor wegbermen/wegtaluds; Verontreinigingen bij bedrijventerrein Driebond op een locatie waar aanpassingen aan het onderliggende wegennet zijn voorzien. Er is geen directe aanleiding om aan te nemen dat er op deze locaties sprake is van "gevallen van ernstige bodemverontreiniging" (als bedoeld in de Wet bodembescherming). Alle locaties met bekende of de mogelijkheid van bodemverontreiniging zijn opgenomen in het Achtergrondrapport Bodem. In aanvulling op dit Achtergrondrapport is in de TB fase additioneel onderzoek gedaan naar de effecten van het TB ontwerp. Hieruit kwam naar voren dat bij locatie 25 (Osloweg 123 op bedrijventerrein Driebond) bij de werkzaamheden rekening moet worden gehouden met eventueel aanwezige (rest)verontreiniging. In het TB ontwerp is een nieuwe waterpartij voorzien op korte afstand ten zuiden van locatie vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 37
25. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden wordt specifiek rekening gehouden met de in het Achtergrondrapport Bodem en hierboven additioneel genoemde locaties van (mogelijke) bodemvervuiling. Ook bij bodemingrepen op andere delen van het tracé bestaat de mogelijkheid dat verontreinigde grond en (in het geval van grondwaterbemaling) verontreinigd grondwater vrijkomt. Verontreinigde grond zal volgens de geldende regels ofwel worden afgevoerd ofwel worden toegepast op een locatie met een vergelijkbare bodemkwaliteit. Vanuit oogpunt van duurzaamheid is hergebruik in hetzelfde werk wenselijk (geen nieuwe grondstoffenwinning nodig, beperking transportafstanden). Door deze maatregelen verbetert de kwaliteit van de grond ter plaatse. Eventueel aangetroffen verontreinigd grondwater zal worden afgevoerd en gezuiverd. Op die manier wordt gezorgd dat ZRGII geen nadelige effecten heeft voor de bodemkwaliteit. Naast het volgen van de geldende regels voor bodemafvoer, zijn geen mitigerende of compenserende maatregelen nodig voor bodemkwaliteit. 4.5
Kabels, leidingen en straalpaden
In het plangebied bevinden zich de volgende kabels en leidingen die als dubbelbestemming op de verbeelding en in de regels zijn opgenomen of bevinden zich geen ruimtelijk relevante leidingen: een hogedrukgasleiding van de Gasunie met een diameter van 6 inch en een ontwerpdruk van 40 bar. In de externe veiligheidsstudie voor dit bestemmingsplan is het effect van deze leiding op zijn omgeving beschreven. Aangezien het aantal mensen dat binnen het invloedsgebied van deze leiding verblijft, gering is en door vaststelling van het bestemmingsplan niet wordt verhoogd, is een nadere uitwerking van het veiligheidsrisico niet aan de orde. Een bovengrondse hoogspanningsverbinding van TenneT van 110 kV (Vierverlaten Hunze). De verbinding heeft een indicatieve zone van 2 x 50 meter. Omdat binnen deze zone geen nieuwe gevoelige functies kunnen worden gerealiseerd, kan op de verbeelding volstaan worden met opname van de zakelijk rechtstrook. Deze meet voor deze verbinding 2 x 25 meter. Binnen deze zone mag alleen gebouwd worden ten behoeve van de verbinding, of anders uitsluitend na toestemming van de leidingbeheerder. In het geval dat deze leidingen in de wegzone van de Zuidelijke Ringweg of andere aan te passen wegen liggen, moeten ze veelal worden verlegd of vervangen.
De nieuwe locatie wordt in overleg met de beheerders van deze kabels en leidingen in de voorbereiding op de bouw van de weg vastgesteld. Dit wordt geregeld via vergunningen van het bevoegd gezag, de gemeente. De effecten van de verleggingen worden meegenomen in deze vergunningsprocedures. Het uitgangspunt is dat de weg en de kabels en leidingen elkaar niet in het functioneren belemmeren. Onderhoud en vervanging van kabels en leidingen moeten zoveel mogelijk worden uitgevoerd zonder dat hierbij het wegverkeer wordt gehinderd. Kabels en leidingen van derden worden zoveel mogelijk buiten de wegzone gelegd. Kruisende kabels en leidingen worden zoveel mogelijk gebundeld onder het tracé door gevoerd. Voor ZRGII zijn samen met de netwerkbeheerders verleggingsplannen opgesteld. Een beperkt deel van de kabels en leidingen wordt vooraf verlegd. Het gaat om die kabels en leidingen die door de netwerkeigenaren zelf verlegd worden (de zogenaamde categorie 1 kabels en leidingen).
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 38
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
Het bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor beheer en ontwikkeling van het plangebied. Het is een plan op basis van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee kunnen met direct recht omgevingsvergunningen worden verleend. De gekozen bestemmingen en de daarbij behorende regels geven helder aan welke functies op welke plaats zijn toegestaan. Om de nodige flexibiliteit te waarborgen zijn tevens afwijkingsbevoegdheden opgenomen. Dit bestemmingsplan is gemaakt conform SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) en het standaardbestemmingsplan van de gemeente Groningen. Daarin zijn de regels gestandaardiseerd. De bestemmingsregels zijn opgemaakt in een vaste indeling en bevatten in principe voor elke bestemming achtereenvolgens: een bestemmingsomschrijving, bouwregels, nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels, en waar nodig een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bestemmingsplan is digitaal gemaakt. De digitale verbeelding is variabel in schaal doordat kan worden in- en uitgezoomd, en bezit een meetfunctie. Het digitale plan is raadpleegbaar via het internet (gemeente.groningen.nl/projecten-en-bestemmingsplannen of www.ruimtelijkeplannen.nl).
Daar zijn de digitale bestanden ook te downloaden. Ook zal een papieren (analoge) verbeelding ter beschikking worden gesteld. Deze verbeelding is getekend conform de PRABPK 2012 (Praktijkrichtlijn Analoge Bestemmingsplankaart). De verbeelding geeft in samenhang met de regels de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied aan. 5.2
Geldende bestemmingsplannen en overige regelingen
In het plangebied vigeren momenteel de onderstaande bestemmingsplannen. Deze worden gedeeltelijk door het voorliggend bestemmingsplan vervangen.
Nr.
Bestemmingsplan
Vastgesteld
562
Hoogkerk-Zuid 2016
29 maart 2017
504
Kranenburg Stadspark
26 juni 2013
458
Corpus Den Hoorn
21 mei 2009
457
La Liberté
23 april 2009
582
Oud Zuid
24 juni 2010
592
Openbaar Vaarwater 2019
9 september 2019
455
De Wijert
24 april 2010
449
Kempkensberg – Engelse Kamp e.o.
14 september 2009
480
Oosterpoort
29 mei 2013
527
Europapark
25 september 2013
442
Openbaar Vaarwater
14 februari 2010
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 39
390
De Brink / De Meeuwen
17 augustus 1999
521
Sontweggebied-Damsterdiep
26 juni 2013
516
Bedrijventerrein Zuidoost
26 juni 2013
465
Bedrijventerrein Driebond
9 september 2011
444
Herziening Eemspoort -Hunzezone
31 maart 2010
Naast de bovenstaande bestemmingsplannen geldt voor het plangebied momenteel een aantal aanvullende bestemmingsplan, die (nagenoeg) betrekking hebben op het gehele projectgebied: Nr.
Bestemmingsplan
Vastgesteld
558
Herziening Bestemmingsregels Wonen
19 april 2017
591
Herziening Bestemmingsregels Wonen 2
1 april 2020
557
Facetherziening Parkeren
8 juni 2016
5.3
Toelichting op de artikelen
Inleidende regels De artikelen 1 tot en met 3 bevatten achtereenvolgens de in het plan gebruikte begrippen en hun definitie, de wijze waarop moet worden gemeten en de manier van omgaan met uitmetingsverschillen. Bestemmingsregels Artikel 4 Groen De bestemming Groen omvat de hoofdgroenstructuur in het plangebied. De als zodanig aangeduide gronden zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen, het parklandschap van het Zuiderplantsoen bermen en beplantingen, recreatieve voorzieningen, wegen, fiets- en voetpaden. Artikel 5 Verkeer De bestemming Verkeer omvat de hoofdverkeersstructuur in het plangebied. Het gaat hier om de N7, de A28 en bijbehorende aansluitingen op het provinciale en gemeentelijke verkeersnetwerk Binnen de bestemming zijn verder onder meer toegestaan bruggen ten behoeve van kruisend wegverkeer, kunstwerken en spoorwegverkeer en andere voorzieningen ten behoeve van de verschillende vormen van verkeer, de waterhuishouding en waterstaatsdoeleinden, zoals sluis- en brugwachtershuisjes. In deze bestemming zijn tevens nutsvoorzieningen geregeld die de vergunningvrije maatvoering (15 m² en 3 meter bouwhoogte) te boven gaan. Artikel 6 Water De bestemming Water omvat de waterstructuur in het plangebied. De met deze bestemming aangewezen gronden zijn in de eerste plaats bestemd voor water, waterhuishouding, waterstaatsdoeleinden, waterberging en scheepvaartverkeer.
Daarnaast is er in het Winschoterdiep twee keer een aanduiding voor woonschepen vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 40
opgenomen. Dit betreffen twee bestaande locaties waar deze woonschepen al jaren liggen. Bij deze woonschepen zijn ook de bestaande bijbehorende voorzieningen toegestaan (ook binnen de aansluitende bestemmingen). Dubbelbestemmingen Artikelen 7 tot en met 12 bevatten dubbelbestemmingen die als aanvulling op de enkelbestemmingen doorwerken. Artikel 7 voorziet in een regeling voor het gebruik en de bescherming van de bestaande gasleidingen in het gebied. Artikel 8 beschermt de hoogspanningsleiding in het oosten van het plangebied (industrieterrein Euvelgunne). Artikel 9 is van toepassing op de ondergrondse 110kV-kabelverbinding tussen de Hunze en Bloemsingel. Artikel 10 is van toepassing op de verschillende waterkeringen langs de kanalen die door het plangebied lopen. De artikel 11 is van toepassing op de archeologische dubbelbestemming. Algemene regels Artikel 12 Dit artikel bevat de anti-dubbeltelregel. De redactie is conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze bepaling is ervoor om te voorkomen dat dezelfde grond meer dan eens betrokken wordt bij de toets van de aanvraag om een omgevingsvergunning en daarmee meer gebouwd kan worden dan is toegestaan.
Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Artikel 13 regelt dat bij activiteiten rekening moet worden gehouden met de geluidzone industrieterein, gezoneerd industrieterrein, hoogspanningsverbindingen en plasbrandaandachtsgebieden.
Artikel 14 Algemene bouwregels 14.1 Parkeren In dit artikel is geregeld dat in een omgevingsvergunning voor bouwen of verbouwen in het plangebied moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de beoogde functie. Het toetsingskader dat hierbij wordt gehanteerd zijn de Beleidsregels Parkeernormen van de gemeente Groningen die op het moment van aanvragen van de vergunning gelden. De verwijzing naar deze beleidsregels is toegestaan op grond van artikel 3.1.2 tweede lid onder a. van het Besluit ruimtelijke ordening. In principe dient op eigen terrein in de parkeerbehoefte te worden voorzien. Voor gevallen waarin dit door bijzondere omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd, of wanneer elders aan de parkeerbehoefte kan worden voldaan, kunnen burgemeester en wethouders gebruik maken van de opgenomen afwijkingsmogelijkheid. 14.2 Ruimte tussen bouwwerken De bepalingen omtrent dit onderwerp zijn overgenomen uit de inmiddels uit de Woningwet geschrapte stedenbouwkundige bepalingen van de (in dit geval) Groninger Bouwverordening. Artikel 15 Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de gebruiksregels die op alle bestemmingen van toepassing zijn. In het voorliggend bestemmingsplan zijn geen seksinrichtingen toegestaan.
Reden is, dat de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, de raad gehoord, hebben besloten seksinrichtingen te concentreren in één concentratiegebied binnen de Diepenring. Daarbuiten wordt vestiging van prostitutie-inrichtingen tegengegaan. Het gemeentelijk beleid heeft onder meer ten doel om het woon- en leefklimaat te beschermen. De strijdigheid met de woonfunctie ontstaat door de ruimtelijke uitstraling door bijvoorbeeld aanstootgevende of storende uiterlijke kentekenen, en/of door de mogelijke verkeers- en parkeeroverlast. Artikel 16 Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevat een afwijkingsbevoegdheid, die op alle bestemmingen in het plangebied vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 41
van toepassing zijn. Bedoeling van de bepaling is om relatief kleine afwijkingen van het bestemmingsplan toe te staan, zowel qua omvang als qua functie. Artikel 17 Voorrangsregels Artikel 17 regelt de voorrang tussen de diverse dubbelbestemmingen in het plangebied. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 18 Dit artikel regelt het overgangsrecht. De redactie is conform de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 19 Dit artikel bevat de zogenaamde slotregel, die bedoeld is voor een eenduidige vastlegging van de naam van het bestemmingsplan.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 42
Hoofdstuk 6 6.1
Participatie, inspraak en overleg
Inspraak
Dit bestemmingsplan betreft een uitvoering van een wettelijke verplichting (Tracéwet), waarbij het besluit van de minister wordt overgenomen en waarbij geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. De Algemene inspraakverordening Groningen 2005 (hierna: AIVG) stelt dat geen inspraak wordt verleend, indien er sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan nauwelijks of geen beleidsvrijheid heeft (art. 2, lid 4, sub b.). Aan deze voorwaarde van het AIVG wordt voldaan. 6.2
Overleg
In het kader van het vooroverleg is het plan toegezonden aan de vaste overlegpartners. Vanuit de Provincie en Waterschappen zijn geen opmerkingen gemaakt. Tennet heeft verzocht tot het opnemen van de twee ondergrondse 110kV-leidingen die onder het viaduct Beneluxweg/Europaweg liggen. Gasunie heeft verzocht om een voorrangsregeling in de regels voor de dubbelbestemming Leiding - Gas. Aan beide verzoeken is tegemoet gekomen. 6.3
Zienswijzen
Op grond van artikel 13 lid 11 van de Tracéwet stelt de gemeenteraad binnen een jaar nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening overeenkomstig het tracébesluit vast. Voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het tracébesluit kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerpplan. In overleg met Tennet is de verbeelding nog nog aangepast voor haar assets onder het viaduct A7/Europaweg.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 43
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 44
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid / exploitatie
Onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen heeft in het algemeen betrekking op nieuwe ontwikkelingen waarvoor bestemmingsveranderingen nodig zijn en die door de gemeente worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen heeft grotendeels betrekking op een reeds bebouwd deel infrastructuur van de gemeente. Voor het project zijn in 2017 een aantal woningen gesloopt. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwbouw van woningen of andere hoofdgebouwen mogelijk. Er is dus geen sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijkelijk ordening. Dit betekent dat er geen exploitatieplan vastgesteld hoeft te worden.
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Tracé Ring Zuid Groningen 45