Bijlage 1 Beleidskader participatie 2025 versie 24-4-2025.pdf
Tekst van het document
SAMEN MAKEN WE GRONINGEN Beleidskader Participatie 2025
1
Inhoud
1.
2
Vooraf
4
Start
6
Wat is een beleidskader participatie? Waarom schrijven we dit beleidskader participatie? Voor wie is dit beleidskader participatie? Wat staat er in dit beleidskader participatie? Hoe is dit beleidskader participatie tot stand gekomen?
6 6 7 8 9
Visie op participatie
11
Wat verstaan we onder ‘participatie’? Soorten participatie Wat willen we met participatie bereiken? (Onze doelen) Wat is participatie niet? Wat vinden we waardevol in de manier waarop we participeren? (Onze waarden) Wat is het verschil tussen participatie en inspraak?
12 13 14 14 16
2.
Rollen bij participatie
19
Inwoners De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders De gemeentelijke medewerkers Inwonersparticipatie Overheidsparticipatie
21 23 23 23 24 30
17
3.
Onze werkwijze bij participatie
37
Uitgangspunt 1: W e kiezen voor participatie, t enzij. Uitgangspunt 2: W e kiezen een passende participatieaanpak Uitgangspunt 3: W e betrekken de inwoners zo vroeg mogelijk in het participatieproces Uitgangspunt 4: W e communiceren tijdens het participatieproces duidelijk van begin tot eind Uitgangspunt 5: We werken gebiedsgericht Uitgangspunt 6: We ondersteunen initiatieven van inwoners Uitgangspunt 7: We evalueren participatie om ervan te leren
40 42 43 44
4.
Wettelijke verplichtingen rondom participatie
51
Ruimtelijk domein Sociaal domein
52 53
45 47 49
3
Vooraf
We vinden het als gemeente Groningen belangrijk dat inwoners1 meer zeggenschap krijgen. Daarmee bedoelen we dat ze passende invloed hebben op wat er om hen heen gebeurt. Want alleen door samen te werken, kunnen we maatschappelijke problemen oplossen.
Zeggenschap voor inwoners vergroot de kwaliteit van de besluiten die we als gemeente nemen. In het coalitieakkoord willen wij op allerlei thema’s regie nemen, een sterke overheid zijn. Daar hoort zeggenschap van inwoners over het beleid dat wij voeren bij en dan gaat het om meer dan eens in de vier jaar je stem uitbrengen. Waar meer overheidsregie is en minder marktwerking, ontstaat meer ruimte voor zeggenschap van inwoners. Het is tegelijkertijd ook nodig om per traject helder te zijn over wat er in de participatie wel en niet kan, om duidelijke kaders te stellen. Samen kunnen we grote maatschappelijke problemen aanpakken. Participatie is hierbij heel belangrijk. We hebben de kennis en ervaring van onze inwoners nodig om onze doelen te bereiken. Inwoners kennen hun omgeving goed en hebben waardevolle ervaring. Als we in een vroeg stadium inwoners betrekken hebben we hier veel baat bij. Zo leren we als organisatie en kunnen we inwoners en initiatiefnemers aan elkaar koppelen. Een mooi voorbeeld is het project Sterk Hoogkerk, waar een burgerbegroting mensen samenbrengt om plannen te maken voor de toekomst.
1 Met ‘ inwoners’ bedoelen we ook groepen inwoners, organisaties, ondernemers, maatschappelijke instellingen en andere belanghebbenden.
4
Participatie is niet nieuw in Groningen. We werken al jaren aan het versterken van de lokale democratie, bijvoorbeeld met het Participatiewerkboek en de Stem van Groningen. Onze gebiedsteams spelen hierbij een belangrijke rol. Dit beleidskader brengt onze ervaringen, de goede voorbeelden en wat we daarvan geleerd hebben samen. Zodat we vanuit hetzelfde uitgangspunt werken en blijven leren en ontwikkelen. Belangrijk daarbij is dat we de participatie zo vroeg mogelijk in het besluit vormingsproces inzetten en zo samen werken aan de toekomst van Groningen.
Mirjam Wijnja Wethouder Gebiedsgericht werken & Democratische vernieuwing
5
Start
Om te beginnen zijn er enkele vragen die we willen beantwoorden. Wat bedoelen we met een ‘beleidskader participatie’? Waarom schrijven we dit? Voor wie is het bedoeld? Wat staat erin? En hoe is het tot stand gekomen?
Wat is een beleidskader participatie? Een beleidskader is een tekst waarin de gemeente haar beleid beschrijft. Het woord ‘kader’ geeft aan dat de tekst is bedoeld om het onderwerp duidelijk af te bakenen. Waar gaat het over? Wie zijn erbij betrokken? Wat hoort er wel bij en wat niet? Daarmee is een beleidskader vaak een startpunt. Het zorgt voor een goede basis. Dit beleidskader gaat over participatie. Participatie is kortgezegd het betrekken van inwoners bij het maken van het beleid. In hoofdstuk 1 leggen we verder uit wat we onder participatie verstaan.
Waarom schrijven we dit beleidskader participatie? Inwoners verwachten duidelijkheid over hoe zij met de gemeente mee kunnen denken en doen in een project of beleidsvraagstuk. Ook de bestuurders en ambtenaren van de gemeente hebben houvast nodig. In dit beleidskader participatie beschrijven we onze rol. Voor als we zelf initiatiefnemer zijn, maar ook als inwoners het initiatief nemen. Zo hebben alle betrokkenen van tevoren hetzelfde beeld over p articipatie. Dat zorgt voor realistische verwachtingen.
6
We vinden het belangrijk participatie goed te regelen. Ook landelijke wetten vragen dat van ons. Bijvoorbeeld de Omgevingswet en de wet ‘Versterking participatie op decentraal niveau’. Deze wetten verplichten ons als gemeente om de betrokkenheid van inwoners te vergroten. Aan de ene kant sluit deze nieuwe wetgeving aan op ontwikkelingen die we zelf al hebben ingezet. Aan de andere kant hebben deze nieuwe wetten veel impact op onze werkwijze en processen. Het vraagt extra tijd, geld en menskracht en een omslag in denken en doen.
Voor wie is dit beleidskader participatie? We schrijven het beleidskader participatie voor iedereen die betrokken is bij participatie in de gemeente Groningen. We schrijven het voor onze inwoners, voor medeoverheden en voor onszelf.
7
Wat staat er in dit beleidskader participatie? Dit document bestaat uit vier hoofdstukken. 1. Onze visie op participatie. We beginnen met een definitie van participatie, zodat duidelijk is wat we onder participatie verstaan. We beschrijven wat we met participatie willen bereiken (onze doelen) en we p roberen enkele misverstanden op te helderen (wat is participatie niet?). We beschrijven vervolgens wat we belangrijk vinden in de manier van participeren (onze waarden). Tot slot leggen we uit wat het verschil is tussen participatie en inspraak. 2. De rollen bij participatie. In hoofdstuk 2 vertellen we meer over de rollen bij participatie. De rol van inwoners, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en die van de ambtelijke organisatie. Die rollen verschillen afhankelijk van wie de eerste stap zet (de gemeente of de inwoners) en in welke fase een participatieproces zich bevindt. 3. Onze werkwijze bij participatie. In hoofdstuk 3 beschrijven we onze werkwijze. We hebben zeven uitgangspunten om de participatie zo goed mogelijk vorm te geven. 4. Verplichte vormen van participatie. In het laatste hoofdstuk leggen we uit waar en wanneer participatie verplicht is, zowel in het ruimtelijk als in het sociaal domein.
8
Hoe is dit beleidskader participatie tot stand gekomen? Voor het opstellen van dit beleidskader participatie hebben we veel interne en externe documenten op het gebied van participatie bestudeerd. We hebben vooral gekeken naar wat we in de afgelopen jaren zelf al hebben geschreven en gedaan. Hierbij hebben we onszelf vragen gesteld zoals: ‘Wat werkt goed bij ons en elders?’ en ‘Is het compleet?’. In dit beleidskader participatie beschrijven we dus geen nieuw beleid, maar we bundelen wat er al is geschreven en wat we hebben geleerd op één centrale plek. Dit beleidskader is geschreven als startpunt voor verdere ontwikkeling van participatie. We willen graag samen leren en verbeteren. Dit beleidskader participatie is ook de basis voor de participatieverordening.
9
10
1 Visie op participatie
11
Visie op p articipatie In dit hoofdstuk beschrijven we wat we onder p articipatie verstaan en wat we ermee willen bereiken. Ook benoemen we wat we belangrijk vinden in de manier waarop we participeren. Dat zijn onze waarden.
De gemeente Groningen vindt het belangrijk dat de inwoners invloed hebben op de onderwerpen die hen aangaan. Want inwoners kennen hun omgeving als de beste. Als zij op een goede manier invloed hebben, kunnen we betere besluiten nemen. Daarom willen we de participatie verbeteren.
Wat verstaan we onder ‘participatie’? “Participatie betekent dat inwoners passende invloed hebben op gezamenlijke vraagstukken die hen aangaan.” In dit document gebruiken we veel het woord ‘inwoners’. Daarmee bedoelen we niet alleen de mensen die in de gemeente Groningen wonen. Maar ook bijvoorbeeld groepen inwoners, organisaties, o ndernemers en maatschappelijke instellingen die een relatie met Groningen hebben. Een ‘gezamenlijk vraagstuk’ is iets waarover de gemeente of de inwoners een beslissing moeten nemen. Of wat ze samen willen doen. Dat kan van alles zijn. Bijvoorbeeld een initiatief, een plan of een activiteit. Of de voorbereiding, de uitvoering of evaluatie van nieuw beleid. Wat ‘passend’ is, verschilt per vraagstuk. Soms is veel invloed passend, soms een beetje. Soms is invloed niet mogelijk. Wie bepaalt hoeveel invloed passend is? Vaak is dit een samenspel waarin je samen afspreekt wie welke rol heeft. En soms bepaalt de gemeente hoeveel invloed de inwoner heeft of andersom.
12
Soorten participatie Er bestaan verschillende soorten participatie. Het verschil is wie de eerste stap zet en de ander uitnodigt. 1. Inwonersparticipatie: de gemeente zet de eerste stap en betrekt inwoners bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid. 2. Overheidsparticipatie: de inwoner zet de eerste stap en betrekt de gemeente of andere inwoners bij zijn of haar ideeën of initiatieven. 3. Co-creatie: een mengvorm van inwoners- en overheidsparticipatie. Niet de gemeente of de inwoners zetten de eerste stap, maar alles gebeurt samen. We nemen dus samen het initiatief, we nemen samen een bepaalde rol aan en betrekken andere inwoners bij het initiatief. De gemeente en de inwoners hebben een gelijkwaardige rol.
Deze soorten van participatie hebben hetzelfde doel: samen oplossingen zoeken voor vraagstukken die inwoners aangaan. Tijdens het proces kunnen de inwoners en de gemeente afspreken de rollen te wijzigen, om de samen werking meer werkbaar te maken. Daarnaast zijn er initiatieven in de gemeente waar de gemeente in het geheel niet bij betrokken is, en waar dat ook niet nodig is. Inwoners hebben zich dan zelf georganiseerd en doen samen dingen die zij belangrijk vinden in hun buurt, wijk of dorp. Er is dan dus geen sprake van participatie door de gemeente.
13
Wat willen we met participatie bereiken? (Onze doelen) Met participatie willen we het volgende bereiken. • De invloed en betrokkenheid van inwoners vergroten. • Inwoners meer verantwoordelijkheid geven. Wat kunnen en willen inwoners zelf? • Kennis en ervaringen van inwoners toevoegen. Door participatie kunnen we beter gebruik maken van de kennis en ervaringen van de inwoners. We kunnen verschillende mogelijkheden (scenario’s) beter doordenken. Inwoners kunnen ook met (creatieve) oplossingen komen waar we zelf niet aan hadden gedacht. • Een beter beeld krijgen van alle verschillende belangen en perspectieven. Participatie maakt duidelijker wat de gevolgen van een beslissing zijn voor verschillende inwoners. • De ‘legitimiteit’ vergroten. Dat betekent dat de inwoners weten hoe de beslissing is genomen. Ook als ze het niet eens zijn met de beslissing.
Participatie is daarmee een middel om het proces van besluitvorming te verbeteren. Om zo betere beslissingen te kunnen nemen.
Wat is participatie niet? Hiervoor hebben we uitgelegd wat onze doelen met participatie zijn. We willen hier ook enkele misverstanden noemen. Dat maakt duidelijker wat participatie wel en niet is.
Participatie is niet… het voorkomen van ‘gedoe’ of het creëren van draagvlak. Gedoe voorkomen of draagvlak creëren zijn niet de doelen van participatie. Het is juist nodig om kritische tegengeluiden te horen. Door de inwoners in de beslissing mee te nemen en door verschillende belangen te horen, kan wel meer draagvlak o ntstaan. Dat is dan een logisch gevolg van participatie.
14
Participatie is niet… dat alle inwoners hun zin krijgen of alles mogen bepalen. Er zijn altijd meerdere belangen aanwezig. We hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn. Ook zal niet altijd iedereen tevreden zijn over het uiteindelijke besluit. We werken in ieder geval toe naar goed afgewogen besluiten.
Participatie is niet… altijd zoveel mogelijk invloed aan inwoners geven. We willen graag de gepaste mate van invloed bij het proces kiezen. Soms is maximale invloed niet mogelijk of wenselijk. De invloed is soms zelfs minimaal, omdat de gemeente een afweging moet maken tussen verschillende belangen. Daarom is maximale invloed niet het doel.
Participatie is niet… altijd mogelijk. Participatie kost geld, menskracht en tijd. Soms is dat er o nvoldoende. We starten geen participatieproces als er niet genoeg tijd, geld of ruimte is. We starten ook geen participatieproces als we van tevoren weten dat er niets met de uitkomst kan worden gedaan.
Participatie is niet… dat iedereen mee moet doen. Het is een illusie dat letterlijk iedereen meepraat. Niet elke inwoner wil of kan dat. Wel is het belangrijk om actief en gericht inwoners te benaderen die bij het onderwerp betrokken (willen) zijn. En dat de drempels zo laag mogelijk zijn. Zo kan iedereen die dat wil aan het gesprek deelnemen, online of fysiek. Daarbij is het een uitdaging voor ons om ook die inwoners te bereiken die zich minder vaak uitspreken. Dat geldt ook voor (belangen) groepen die ondervertegenwoordigd zijn in participatieprocessen. Bijvoorbeeld jongeren, ouderen, migranten en mensen met een beperking.
15
Wat vinden we waardevol in de manier waarop we participeren? (Onze waarden) Hieronder beschrijven we wat we als gemeente Groningen waardevol vinden in de manier waarop we participeren. We noemen dit onze waarden. Deze bepalen ons gedrag. Ze gelden voor de burgemeester, de wethouders, de leden van de gemeenteraad en de ambtenaren. 1. We zijn open en eerlijk. • We leggen duidelijk uit hoe een beslissing tot stand komt. Wie neemt de beslissing? En wanneer en hoe? • We vertellen eerlijk waar de inwoners geen invloed op hebben. En waarom dat zo is. • We maken helder wat er gebeurt met de inbreng en ideeën van de inwoners. Wat nemen we wel over en wat niet? En waarom? Dat laten we weten aan de mensen die erbij betrokken zijn. • We laten onszelf als mens zien. Daar hoort ook gevoel bij. We hebben een hoofd én een hart. 2. We geven vertrouwen aan inwoners. • We stimuleren dat inwoners zelf met initiatieven en ideeën komen. • We zetten ons in om onze vakkennis en ervaring te verbinden aan de ervaringskennis van de inwoners. 3. We blijven leren en verbeteren. • We evalueren en vragen feedback en betrekken dit bij nieuwe plannen of nieuw beleid. • We geven fouten toe en leren ervan. • We vieren successen. 4. We willen iedereen de mogelijkheid geven mee te doen. • We zetten ons actief in om inwoners te bereiken die zich niet zo snel laten horen.
• We bieden ruimte aan tegenspraak en mensen met een andere mening. • We zetten onze vooroordelen opzij. • We zorgen voor een open en toegankelijk gesprek. We zorgen voor passende taal en een passende vorm, zodat iedereen in staat is om mee te doen.
16
5. • • •
We investeren in onze relatie met de inwoners. We zijn zichtbaar en benaderbaar in de buurten, wijken en dorpen. We luisteren naar de inwoners en organiseren het goede gesprek. We stellen ons dienstverlenend op.
6. We zijn doelgericht. • We kijken steeds goed naar het doel dat we met participatie willen bereiken. • We bekijken samen of de verwachte opbrengsten opwegen tegen de tijd, geld en energie die iedereen erin steekt.
Wat is het verschil tussen participatie en inspraak? We hebben uitgelegd wat participatie wel en niet is. Maar er is ook nog inspraak. Participatie en inspraak zijn niet hetzelfde. Verschil tussen participatie en inspraak Participatie betekent dat inwoners passende invloed hebben op gezamenlijke vraagstukken die hen aangaan. De gemeente informeert, luistert en/of gaat op zoek naar antwoorden. En andersom: de initiatiefnemer gaat in gesprek met belanghebbenden en/of gemeente. Inspraak is een wettelijk recht. Inwoners kunnen hun mening geven over een voorstel van de gemeente, voordat het college of de gemeenteraad een besluit neemt. Zo’n mening noemen we ook wel een zienswijze. In de wet staat wie recht op inspraak heeft. Inspraak is wettelijk verplicht bij bijvoorbeeld een wijziging van beleid of plaatselijke regels, zoals het Omgevingsplan. Het college of de gemeenteraad kunnen ook zienswijzen vragen op een ontwerpbesluit, zonder dat de wet dat voorschrijft. Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan op dit beleidskader.
Bij het nemen van een beslissing komt participatie bijna altijd eerder dan inspraak. Participatie vindt vaak al plaats in de fase waarin een plan wordt uitgedacht. Inspraak is de formele, afrondende fase van een plan. Bij participatie is er meestal meer ruimte om het plan te beïnvloeden dan bij inspraak.
17
18
2 Rollen bij participatie
19
Rollen bij participatie In dit hoofdstuk gaan we eerst in op de rol van inwoners, de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie bij participatie. Hoe de rol wordt ingevuld, dat staat niet altijd vast. Dat hangt af van het initiatief en de mate van invloed die gemeente en inwoners hebben. Dat laten we vervolgens zien met voorbeelden.
Participatie is een samenspel waarbij iedereen bijdraagt aan een goed participatieproces. Voor goede participatie is het belangrijk om elkaars rollen en taken te kennen, zodat iedereen weet wat ze van elkaar kunnen verwachten.
20
Inwoners Door participatie kunnen inwoners meedoen, meedenken, meepraten en meeweten. Bijvoorbeeld over nieuw gemeentelijk beleid, een plan, een project of een activiteit. Andersom kunnen inwoners ook zelf een idee voor de eigen buurt hebben. Inwoners hebben dus een rol in participatie als initiatiefnemer, als belanghebbende en als geïnteresseerde deelnemer aan de samenleving. Initiatiefnemers We kennen verschillende soorten initiatiefnemers. Bijvoorbeeld een groep inwoners die iets wil in de straat, buurt of wijk. Of een vereniging (bijvoorbeeld een sportvereniging), een ontwikkelaar of woningcorporatie, een ondernemer, een maatschappelijke instelling, een bewonersorganisatie of andere overheden. Belanghebbenden Belanghebbenden zijn mensen of organisaties die de gevolgen ervaren van het beleid, het plan, het project of de activiteit. Het maakt hiervoor niet uit of de gevolgen positief of negatief zijn. Bijvoorbeeld mensen die zorg willen ontvangen of zorg willen leveren. Of woningzoekenden of omwonenden bij woningbouwprojecten. Belanghebbenden kunnen zich hebben georganiseerd. Denk aan milieuorganisaties, patiëntenplatforms of bewonersorganisaties. Bewonersorganisaties zijn belangrijk in de samenwerking van de gemeente met de wijken en dorpen. Zij vertegenwoordigen de inwoners uit een buurt, wijk of dorp.
De gemeente werkt bij gebiedsgericht werken (zie hoofdstuk 4, uitgangspunt 5) nauw samen met de bewonersorganisaties. We gebruiken het Gronings model voor wijk- en dorpsdemocratie om de bewonersbetrokkenheid en het zeggenschap te vergroten. (Nieuwe) bewonersorganisaties kunnen zich op deze manier ontwikkelen tot verschillende vormen van belangenbehartiging, zeggenschap of initiatiefnemer. In 2008 hebben we een bewonersconvenant opgesteld. Hierin hebben we vastgelegd dat zaken die in een wijk spelen altijd vooraf met de vertegenwoordigingen van de wijk worden afgestemd.
21
Er zijn ook belanghebbenden die zich (nog) niet kunnen uitspreken. Denk aan toekomstige generaties of bijvoorbeeld de natuur. We kunnen het participatieproces zodanig organiseren dat zij ook een stem krijgen.
Geïnteresseerde deelnemers aan de samenleving De gemeente wil een zo goed mogelijk beeld hebben van de wensen en behoeften van inwoners. Daarom vragen we verschillende groepen hun ervaringen met de gemeente te delen. Zoals de Werkgroep Toegankelijk roningen, die zich inzet voor gelijke rechten en kansen voor mensen G met een beperking. Zo kennen we meer adviesraden: bijvoorbeeld op het gebied van kunst, verkeer en vervoer of data en technologie. De Adviesgroep Sociaal Domein (het ASDG) en de Cliëntenraad Werk en Inkomen zijn adviesraden in het sociaal domein met een verplichtend karakter (zie hoofdstuk 4). In Groningen bestaat ook een inwonerspanel voor alle inwoners van de gemeente: Groningen Gehoord. Leden van het inwonerspanel geven via korte online enquêtes hun mening over wat er speelt in de gemeente. Daarnaast geven inwoners van het burgerschouwpanel elk voor- en najaar hun mening over het onderhoud van de openbare ruimte. Alle inwoners kunnen hieraan meedoen. Elke twee jaar wordt de leefbaarheids- en veiligheidsenquête gehouden om te weten hoe het met inwoners en hun leefomgeving gaat. We gaan ook regelmatig in gesprek met jongeren en werken met hen samen. We betrekken jongeren bij onze beleidscyclus en (het ontwerp van) participatieprocessen. Belangrijk, want zij zijn de toekomst van onze gemeente.
22
De gemeenteraad De gemeenteraad stelt de algemene kaders voor participatie vast. Dat gebeurt in dit beleidskader participatie. Ook kan de raad via de gemeentebegroting budget beschikbaar stellen om initiatieven vanuit de samenleving te stimuleren. Achteraf controleert de gemeenteraad of hierbij het beleidskader participatie goed is toegepast. Dat kan via de reguliere Planning & Control cyclus of eenmaal per raadsperiode via het participatieverslag. Kortom: de raad ziet er op gepaste afstand op toe dat de participatieprocessen goed verlopen. De gemeenteraad kan ook onderwerpen benoemen waarbij de raad actief bij het participatieproces betrokken wil zijn. In die gevallen kan de rol van de gemeenteraad groter zijn dan normaal. De raad kan dan bijvoorbeeld vastleggen wie erbij betrokken wordt. Of hoeveel invloed de participanten hebben. Meestal is het college van burgemeester en wethouders het ‘bevoegd bestuursorgaan’. Dat betekent dat het college dan bepaalt of, wanneer en hoe er participatie is.
Het college van burgemeester en wethouders De burgemeester en de wethouders (samen het ‘college’) zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van beleid. Dus ook voor de uitvoering van dit beleidskader. Zij geven sturing aan de aanpak en het verloop van de participatieprocessen. Dit gebeurt binnen de kaders die de raad stelt. In besluiten van het college is altijd aandacht voor participatie.
De gemeentelijke medewerkers De medewerkers van de gemeente zijn betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het participatieproces. Zij zijn tijdens het participatieproces de voornaamste gesprekspartners van de inwoners en spreken namens het college. Zij bereiden de besluitvorming voor, zorgen voor communicatie en terugkoppeling en houden de formele procedures in beeld. De betrokken ambtenaren hebben zowel een ondersteunende, uitvoerende als een adviserende rol. De raad en het college kunnen ambtenaren ook opdragen om namens hen besluiten te nemen. Het gebiedsteam hoort en ziet wat er in de gebieden speelt.
23
Inwonersparticipatie
Als wij als gemeente initiatief nemen rondom vraagtstukken die inwoners aangaan, betrekken we hen op een passende manier. Dat noemen wij i nwonersparticipatie. (zie hoofdstuk 1). Welke rol de gemeente en de inwoners hierbij hebben, hangt af van de hoeveelheid invloed. Hieronder beschrijven we vijf mogelijkheden waarin de mate van invloed en de rol van inwoners toeneemt. Dit laten we zien door middel van een ‘participatie schuif’. Hoe verder je naar rechts verschuift, hoe groter de rol en de mate van invloed van inwoners (zie tabel). De gemeente kan inwoners informeren en ruimte geven om hun zorgen of vragen kenbaar te maken. Dan hebben de inwoners weinig invloed. De mate van invloed neemt toe wanneer we inwoners hun mening vragen of advies vragen. Ook kan de gemeente besluiten samen te werken met de inwoners of zelfs samen te beslissen.
Informeren Mening en luisteren vragen
Advies vragen
Samen doen
Samen beslissen
Grotere rol inwoner
In dit hoofdstuk leggen we uit wat de rol is van de gemeente en van de inwoners.
24
Informeren Mening en luisteren vragen
Advies vragen
Samen doen
Samen beslissen
Grotere rol inwoner
Informeren en luisteren Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente informeert inwoners (pro)actief, toegankelijk en op maat over veranderingen in hun directe leefomgeving. De gemeente luistert naar vragen, zorgen en maakt kenbaar wat hiermee wordt gedaan. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Informeren vraagt in principe geen actieve rol van inwoners. Soms is zo’n actieve rol ook niet mogelijk of nodig. De gemeente verwacht wel van inwoners dat ze de informatie van de gemeente volgt. Bijvoorbeeld door de gemeentelijke publicaties goed bij te houden. Dat voorkomt ongewenste verrassingen. Ook is er dan nog kans om tijdig bezwaar te maken. Waarom willen we dit? De gemeente wil inwoners op de hoogte stellen van wat er in de leefomgeving speelt. Inwoners moeten kennis kunnen nemen van de voorgenomen veranderingen in de directe leefomgeving. Inwoners kunnen op die manier tijdig hun vragen en zorgen over die veranderingen kenbaar maken. De gemeente Groningen is in sommige gevallen wettelijk verplicht om in een publicatieblad melding te maken van besluiten die zij genomen heeft of van plan is om te nemen. Voorbeelden • Gaan we in een straat werken, dan informeren we de inwoners via een brief.
Bij de grootschalige ombouw van de Zuidelijke Ringweg heeft Groningen Bereikbaar bijvoorbeeld gecommuniceerd over de wegwerkzaamheden via advertenties, website en langs de weg. • Bij een kortingsactie op een regenton bieden we informatie over deze actie op onze website, op sociale media of in de nieuwsbrief van de gemeente Groningen.
25
Informeren Mening en luisteren vragen
Advies vragen
Samen doen
Samen beslissen
Grotere rol inwoner
Mening vragen Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente vraagt inwoners hun mening en weegt alle belangen tegen elkaar af. Ze koppelt haar keuze terug. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Inwoners geven hun mening bij gemeentelijke plannen. Waarom willen we dit? De gemeente wil de mening van inwoners in haar keuze meewegen, want meer invalshoeken en belangen maken de afweging sterker.
Voorbeelden • Bij de herinrichting van de openbare ruimte vraagt de gemeente inwoners om hun mening. De gemeente gaat in gesprek met inwoners wat zij belangrijk vinden, bijvoorbeeld tijdens een informatiebijeenkomst of digitaal via de Stem van Groningen. • Inwoners kunnen kiezen uit een aantal ontwerpen, zoals bij het ontwerp van het Forum Groningen is gebeurd. Groningers en niet-Groningers mochten kiezen uit 7 ontwerpen.
26
Informeren Mening en luisteren vragen
Advies vragen
Samen doen
Samen beslissen
Grotere rol inwoner
Advies vragen Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente vraagt inwoners advies op haar plan. Ze vertelt wat ze met het advies doet en welke afweging er is gemaakt. Als de gemeente afwijkt van het advies, legt ze uit waarom. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Inwoners adviseren bij plannen van de gemeente. Dit doen ze vanuit hun kennis als inwoner van de gemeente, dorp, wijk of straat of vanuit hun ervarings deskundigheid op andere, specifieke terreinen (zoals armoede, zorg of welzijn). Waarom willen we dit? De gemeente wil gebruik maken van ervaring en kennis van inwoners. Dit maakt het proces en/of plan beter.
Voorbeelden • De gemeente Groningen kent meerdere adviesraden die meedenken en meepraten over de plannen voor de gemeente. Bijvoorbeeld: Adviesgroep Sociaal Domein gemeente Groningen (ASDG) en Werkgroep Toegankelijk Groningen. In geval van plannen of projecten op wijkniveau worden inwonersorganisaties gevraagd mee te denken. • Bij de uitvoering van het programma ‘Doorwaadbare Stad’ vragen we advies aan inwoners om meer ruimte te realiseren op diverse plekken in de stad voor groen, voetgangers en fietsers.
27
Informeren Mening en luisteren vragen
Advies vragen
Samen doen
Samen beslissen
Grotere rol inwoner
Samen doen Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente stelt inwoners in staat om samen te werken aan de uitvoering van de taak. De gemeente stelt zich constructief op en maakt dingen bespreekbaar. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Inwoners zijn samenwerkingspartner en werken mee aan de uitvoering van een publieke taak. We zetten ons samen in voor een goed proces. Inwoners stellen zich constructief op en maken dingen bespreekbaar. Waarom willen we dit? Dankzij het (lokale) netwerk en de kennis en ervaring van de inwoners, kan de gemeente haar publieke taak beter uitvoeren. De gemeente en de inwoners werken samen vanuit ieders verantwoordelijkheid.
Voorbeelden • Samen met buurtbewoners, eigenaren en ondernemers wordt gewerkt aan verschillende visies. Bijvoorbeeld bij de totstandkoming en realisatie van de Toekomstvisie A-kwartier. • De gemeente Groningen organiseert samen met vele vrijwilligers bestaande uit bewoners, instellingen en bedrijven elk jaar de Open Monumentendag. Tijdens deze dag openen verschillende Groningse monumenten hun deuren voor het grote publiek.
28
Informeren Mening en luisteren vragen
Advies vragen
Samen doen
Samen beslissen
Grotere rol inwoner
Samen beslissen Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente faciliteert en/of begeleidt het proces zoals afgesproken. De gemeente geeft zeggenschap uit handen over het besluit over een thema of (delen van) de wijk- en dorpsagenda. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Inwoners zijn mede-beslisser en mede-uitvoerder. Zij werken mee aan het ontwerpen van het proces. De gemeente gebruikt de kennis en het netwerk in het dorp of de wijk om te kijken of alle belangen in beeld zijn. Waarom willen we dit? We ontwerpen en bewaken samen een goed proces, waarbij alle betrokkenen hun stem kunnen laten horen. Als tijdens het proces blijkt dat de situatie vraagt om nieuwe afspraken, maken we die samen.
Voorbeelden • De burgerbegroting Sterk Hoogkerk is een voorbeeld van samen beslissen. Het is bedoeld voor iedereen die in Hoogkerk en omliggende wijken woont. De gemeente Groningen stelt een budget beschikbaar dat inwoners samen mogen besteden.
© Peter de Kan
29
Overheidsparticipatie
Inwoners kunnen zelf initiatiefnemer zijn en kunnen bij hun initiatief anderen betrekken. Dat kunnen andere inwoners zijn maar ook de gemeente. Als de gemeente een rol speelt in deze initiatieven spreken wij van overheids participatie (zie hoofdstuk 1). De gemeente kan dan op verschillende manieren participeren. De gemeente kan kaders bewaken (toetsen), de leiding nemen, het initiatief mogelijk maken, aanmoedigen of zich er niet mee bemoeien. We beschrijven 5 mogelijkheden van mate van invloed. Hoe verder je naar rechts schuift, hoe groter de rol van inwoners (zie de tabel). Hoe groot de mate van invloed voor inwoners is, gaat in overleg met de initiatiefnemers.
Kaders bewaken
Leiding nemen
Mogelijk maken
Niet mee Aanmoedigen bemoeien
Grotere rol inwoner
Dit leggen we in dit hoofdstuk verder uit.
30
Kaders bewaken
Leiding nemen
Mogelijk maken
Niet mee Aanmoedigen bemoeien
Grotere rol inwoner
Kaders bewaken (toetsen) Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente maakt de afweging of het initiatief wel of niet is toegestaan, en of het binnen de vastgestelde kaders en doelstellingen past. Zo niet, dan beslist de gemeente of het zo waardevol is dat van de kaders mag worden afgeweken. Wanneer de kaders wijzigen, doet de gemeente dat zorgvuldig. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) De initiatiefnemer verkent met de gemeente of het initiatief passend is of passend kan worden gemaakt. In onderling overleg wordt bekeken of medewerking van de gemeente wenselijk of nodig is. Waarom willen we dit? De initiatiefnemers willen iets bereiken. De gemeente zegt of het mag en onder welke voorwaarden.
Voorbeelden • Naar aanleiding van een motie van de raad is samen met een groep initiatiefnemers het Tiny Houses Westpark tot stand gekomen. De gemeente heeft kaders vastgesteld en de initiatiefnemers hebben daarna zelf de benodigde vergunningen geregeld, het terrein ontwikkeld en de huisjes gebouwd en geplaatst.
31
Kaders bewaken
Leiding nemen
Mogelijk maken
Niet mee Aanmoedigen bemoeien
Grotere rol inwoner
Leiding nemen Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente pakt ideeën en suggesties vanuit de samenleving op. Daarna neemt de gemeente zelf de leiding om inwoners erbij te betrekken. De gemeente ziet erop toe dat alle belangen in beeld zijn. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Inwoners ontwerpen en bewaken samen met de gemeente het proces. Alle betrokkenen kunnen hun stem laten horen. Daarbij gebruiken inwoners hun kennis en netwerk. Inwoners stimuleren anderen om samen met de gemeente een maatschappelijk doel te realiseren. Waarom willen we dit? Soms is het wenselijk als de gemeente de regie voert. Het blijft echter het initiatief van de initiatiefnemer. Deze houdt een actieve rol en laat zich door de gemeente begeleiden. Voorbeelden • Op initiatief van een aantal jongeren in de leeftijd van 16 tot 25 jaar is een Freerunning locatie aan de Vrydemalaan ontworpen en gerealiseerd. De gemeente heeft hierin de leiding genomen. • Op verzoek van inwoners maakt de gemeente de straat op plaatsen groener door middel van bloembakken, bijvoorbeeld door het plaatsen van twee plantenbakken in de Turfstraat.
32
Kaders bewaken
Leiding nemen
Mogelijk maken
Niet mee Aanmoedigen bemoeien
Grotere rol inwoner
Mogelijk maken Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente ondersteunt initiatiefnemers in het proces en stelt zich constructief op. De gemeente stelt expertise en/of middelen beschikbaar om het initiatief mogelijk te maken. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Inwoners hebben een idee en hebben de gemeente nodig om het uit te voeren. Inwoners stellen daarom de gemeente in staat om samen te werken. De gemeente en de inwoners behouden hun eigen verantwoordelijkheid. Waarom willen we dit? De gemeente wil de kracht van de samenleving benutten. Inwoners kunnen daarom de gemeente vragen om initiatieven mogelijk te maken. De gemeente kijkt óf en hoe ze kunnen aansluiten bij het initiatief. Voorbeelden • Er zijn diverse initiatieven van inwoners in de gemeente op het gebied van duurzaamheid waarbij de gemeente helpt deze te bevorderen of mogelijk te maken. Voorbeelden zijn de Zelfoogsttuin in Ten Boer, een coöperatie van duurzame initiatieven zoals Woldwijk, en een project voor elektrische deelauto’s in Haren voor inwoners en ondernemers. • Het Odensehuis in Beijum is een voorbeeld van een initiatief waarbij de gemeente heeft bijgedragen aan de realisering. Het Odensehuis is een ontmoetingsplek voor iedereen die te maken heeft met geheugenproblemen of dementie.
Samen met andere partners is ervoor gezorgd dat het Odensehuis van start kon.
33
Kaders bewaken
Leiding nemen
Mogelijk maken
Niet mee Aanmoedigen bemoeien
Grotere rol inwoner
Aanmoedigen Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente moedigt inwonersinitiatieven aan. Dit kan ze doen door haar kennis, ervaring of netwerk te delen of initiatiefnemers aan elkaar te verbinden. De gemeente stimuleert initiatiefnemers om een inwonersinitiatief op te zetten en in stand te houden. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Inwoners ondernemen initiatieven. Ze laten zien dat het initiatief de samenleving beter en mooier maakt en levensvatbaar is. Waarom willen we dit? De gemeente vindt het belangrijk dat het eigenaarschap en de betrokkenheid bij inwoners ligt. Zij ervaren met het initiatief dat ze invloed hebben op hun directe omgeving. Voorbeelden • De gemeente Groningen moedigt verschillende inwonersinitiatieven aan op gebied van ontmoeting. Bijvoorbeeld initiatieven van inwoners voor een Leefstraat, waarbij een straat wordt omgetoverd tot een plek van ontmoeting, spelen en ontspanning. Of een plek in een wijk waar mensen op een laagdrempelige wijze samen kunnen komen zoals in De Oude Bieb in Lewenborg. • De Buurtmoeders in Lewenborg lopen (herkenbaar in roze hesjes) ‘s avonds in tweetallen door de wijk om een oogje in het zeil te houden, contact te maken met jongeren, en te bemiddelen bij conflicten zoals ruzies en pesten. Ze streven ernaar de
34
veiligheid en sociale cohesie in Lewenborg te verbeteren. De gemeente stelt zich op als verbinder/facilitator, stelt budget beschikbaar, deelt kennis en vergroot de zichtbaarheid.
Kaders bewaken
Leiding nemen
Mogelijk maken
AanNiet mee moedigen bemoeien
Grotere rol inwoner
Niet mee bemoeien Rol gemeente (wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente?) De gemeente bemoeit zich niet met de inhoud of het proces. Als het initiatief is toegestaan, kunnen de initiatiefnemers hun gang gaan. Rol inwoners (wat verwacht de gemeente van inwoners?) Initiatiefnemers organiseren zelfstandig de inhoud en het proces. Inwoners hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Waarom willen we dit? Het initiatief behoort niet tot een gemeentelijke taak, maar draagt wel bij aan een betere en mooiere samenleving.
Voorbeelden • Een speeltuin op eigen terrein. • Het inrichten van een buurthuiskamer voor ouderen in een eigen pand. • De Diaconale Raad in Haren doet samen met gemeenteleden mee aan de landelijke actie Vakantietas van Kerk in Actie. De donaties gaan naar kinderen van behoeftige gezinnen via de voedselbank.
35
36
3 Onze werkwijze bij participatie
37
Onze werkwijze bij participatie: zeven uitgangspunten In dit hoofdstuk beschrijven we op hoofdlijnen hoe we te werk gaan. We gebruiken daarbij zeven uitgangspunten. We noemen de zeven uitgangspunten eerst en leggen ze daarna één voor één uit.
38
De zeven uitgangspunten
1
We kiezen voor participatie, tenzij.
2
We kiezen een passende participatieaanpak.
3
We betrekken de inwoners zo vroeg mogelijk
4
We communiceren tijdens het participatieproces duidelijk, van begin tot eind.
5
We werken gebiedsgericht.
6
We ondersteunen initiatieven van inwoners.
7
We evalueren participatie om ervan te leren.
39
Uitgangspunt 1:
We kiezen voor participatie, tenzij. We vinden het van belang dat we vooraf een goede afweging maken: kiezen we wel of niet voor participatie. Met andere woorden, is participatie m ogelijk en w enselijk? Deze afweging maken we als we als gemeente zelf initiatiefnemer zijn. Bijvoorbeeld in de voorbereiding van beleid. Denk hierbij aan de Omgevingsvisie, Mobiliteitsvisie of het Armoedebeleid. Of bij de uitvoering van beleid via projecten en activiteiten. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het herinrichten van straten of wegen. Of het aanleggen van speeltuinof groenvoorzieningen. Ook bij de evaluatie van beleid is het uitgangspunt dat participatie wordt toegepast.
40
Soms werkt de gemeente samen met andere overheden. Bijvoorbeeld bij de aanpak van provinciale wegen om Groningen heen. Dan besluiten we vooraf samen over de participatie. Participatie is niet in alle gevallen noodzakelijk of wenselijk. Soms is er weinig ruimte voor participatie, bijvoorbeeld door onvoldoende tijd. Dan kunnen we kiezen voor een ingekort participatieproces. In enkele gevallen is er helemaal geen ruimte voor participatie. Er is bijvoorbeeld geen mogelijkheid om het beleid of plan aan te passen, de kosten wegen niet op tegen de baten of er is vanwege urgente redenen geen tijd voor participatie. Het gaat er hoe dan ook om dat we een zorgvuldige en bewuste afweging maken.
41
Uitgangspunt 2:
We kiezen een passende participatieaanpak Wanneer we kiezen voor participatie, stellen we voorafgaand een participatieaanpak vast. De participatieaanpak is toegankelijk, duidelijk en passend bij het vraagstuk. We gebruiken hiervoor een interne leidraad. Het bepalen van de participatieaanpak is maatwerk.
Deze vragen zijn hierbij belangrijk: • Wie wordt betrokken, op welke wijze en met welk doel? • Waarop is invloed mogelijk en hoeveel invloed is er? • Zijn er inhoudelijke, financiële of juridische kaders voor participatie? Of andere kaders? • Hoe krijgt de participatie vorm en welke mate van invloed geven we? • Wat zijn de kosten van het participatieproces? • Wat doet de gemeente met de uitkomsten van het participatieproces? • Hoe evalueren we het participatieproces? In de participatieaanpak stellen we onze waarden uit hoofdstuk 1 voorop. Deze vormen de basis voor onze participatieaanpak en bepalen de manier waarop we participeren. Als afronding van het participatieproces maken we een eindverslag. Afhankelijk van de omvang van het proces, kan het onder meer het volgende bevatten: • Een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen. • Een lijst van de betrokkenen. • Een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces. • De reactie van de gemeente op de uitkomsten en de wijze waarop de g emeente de inbreng heeft benut. • Een evaluatie van het participatieproces met de belangrijkste geleerde lessen.
42
Uitgangspunt 3:
We betrekken inwoners zo vroeg mogelijk in het participatieproces Als we kiezen voor participatie, betrekken we onze inwoners zo vroeg mogelijk. Dat kan aan het begin van het hele proces zijn of aan het begin van een fase. Participatie is mogelijk bij zowel de voorbereiding, de uitvoering als de evaluatie.
Het betrekken van inwoners begint meestal met luisteren naar de betrokkenen, zodat we hen beter leren kennen. Welke wensen en behoeften leven er bij de inwoners? Welke ideeën en zorgen zijn er? Welke perspectieven hebben inwoners die wij nog niet hebben? Op deze manier kunnen we de kennis, ervaring en perspectieven van inwoners zo goed mogelijk meenemen in de dingen die we doen.
43
Uitgangspunt 4:
We communiceren tijdens het participatieproces duidelijk van begin tot eind Participatie en communicatie zijn nauw met elkaar verbonden. We vinden het als gemeente belangrijk dat we tijdens het participatieproces duidelijk communiceren. Van begin tot eind.
Wanneer we een participatieproces starten, benoemen we het vraagstuk, de doelstelling en de ruimte voor participatie. Ook benoemen we eventuele juridische trajecten. We informeren inwoners via welke kanalen en middelen we communiceren, zodat zij het proces goed kunnen volgen. We voorzien betrokkenen vroegtijdig van informatie over het onderwerp, zodat zij goed hun mening kunnen vormen. We geven aan hoe we de inbreng van de inwoners meenemen in de besluitvorming. We luisteren en koppelen terug wat er met de inbreng is gedaan, hoe dat is gedaan en waarom.
44
Uitgangspunt 5:
We werken gebiedsgericht De buurten, wijken en dorpen in de gemeente Groningen zijn heel verschillend. Daarom werkt de gemeente Groningen gebiedsgericht.
We onderscheiden momenteel zeven gebieden (zie figuur 1). Onze aanpak kan per gebied verschillen. Het gebiedsgericht werken passen we toe op zowel ons beleid, onze programma’s als onze thema’s. Voor elk gebied gelden specifieke opgaven. Gebiedsgericht werken doen we samen met de inwoners. De gemeente is nabij, doordat we werken met bijvoorbeeld gebiedsteams en wijk- en dorpswethouders.
Figuur 1: In Groningen onderscheiden we deze zeven gebieden: ■ Centrum, ■ Oude Wijken, ■ Zuid, ■ West, ■ Oost, ■ Haren en ■ Ten Boer.
Gebiedsgericht werken en participatie zijn niet hetzelfde, maar er zijn veel overeenkomsten. Dat geldt voor onze rol, houding en voor ons gedrag. De meerwaarde van gebiedsgericht werken is dat we de verschillende vraagstukken en oplossingen in een gebied in samenhang bekijken. En we brengen de leefwereld van de inwoners en de systeemwereld van de gemeente dichter bij elkaar. Inwoners zijn zo meer betrokken en hebben meer invloed. Onze ervaringen met gebiedsgericht werken zijn positief.
45
Wat is gebiedsgericht werken? “Gebiedsgericht werken is een aanpak waarbij de gemeente werkt aan de opgaven in een specifieke buurt, wijk of dorp. Bij deze aanpak worden de opgaven in samenhang bekeken en worden de inwoners nauw betrokken. De schaal waarop vraagstukken worden aangepakt, is afhankelijk van het specifieke vraagstuk.”
Gemeentelijke en gebiedsgerichte opgaves Meestal is ons beleid generiek, dat wil zeggen: bedoeld voor de hele gemeente. Gebiedsgericht werken stelt de gemeente in staat verschillen te maken in de aanpak per gebied, wijk, dorp of buurt. Sommige vraagstukken kunnen we namelijk beter aanpakken op de schaal van het dorp of de wijk. We kunnen bijvoorbeeld samen met de inwoners verkeersmaatregelen treffen in een woonerf waar veel snel fietsverkeer langskomt. Per gebied leggen we de specifieke opgaves vast in de gebiedsagenda. Bij de aanpak houden we rekening met het karakter van het gebied, de samenstelling van de wijken en dorpen en de behoeften van inwoners. Het maakt verschil of een gebied groen en landelijk is of dichtbevolkt en stedelijk. Is de wijk bijvoorbeeld kinderrijk of juist vergrijsd? Welke plannen zijn er al voor een gebied? En het is belangrijk om te weten wat inwoners zelf als problemen en kansen ervaren. Vaak zijn de verschillende opgaves in een gebied met elkaar verbonden. Dit heeft veel invloed op de participatieaanpak.
Gebiedsteams De gebiedsteams zijn een belangrijk onderdeel van het gebiedsgericht werken. Een gebiedsteam is een groep medewerkers van de gemeente die zich op één gebied richt. De teamleden komen uit verschillende onderdelen van de gemeentelijke organisatie. De gebiedsteams zorgen voor samenhang met het generieke beleid. De wijk- of dorpswethouder is het gezicht en aanspreekpunt voor de wijken en dorpen. Hij of zij kan vraagstukken en opgaven onder de aandacht brengen bij de organisatie of het college. De gebiedsteams hebben kennis van het gebied en ze weten wat er speelt en leeft. Ze zijn het eerste aanspreekpunt voor bewoners. Zo kunnen ze onder steuning bieden bij ideeën van inwoners om zelf aan de slag te gaan in de buurt, de wijk of het dorp. De gebiedsteams kennen de inwoners en samen werkingspartners en onderhouden hiermee contact. Dankzij deze duurzame relaties kunnen we participatie zo passend mogelijk maken. Dan hebben we het over de rol, houding en het gedrag (zie vorig hoofdstuk) van de organisatie en andere betrokken partijen.
46
Uitgangspunt 6:
We ondersteunen initiatieven van inwoners We vinden het belangrijk om als gemeente initiatieven van inwoners te ondersteunen en aan te moedigen. Voorwaarde is dat deze initiatieven bijdragen aan de doelstellingen van ons gemeentelijk beleid, aan de gebiedsagenda of dat ze een positieve maatschappelijke bijdrage leveren aan onze samenleving. Initiatieven kunnen klein zijn, bijvoorbeeld kleinschalige buurtactiviteiten die door een aantal inwoners worden ingediend. Het kan ook gaan om initiatieven met een grotere omvang die vanuit samenwerkingsverbanden met inwoners tot stand zijn gekomen. Initiatieven kunnen aanvullend zijn of in de plaats komen van activiteiten die de gemeente zelf uitvoert.
We kennen twee soorten inwonersinitiatieven: 1. inwonersinitiatieven met een (overwegend) maatschappelijk karakter. Hier gaat het om initiatiefnemers die het algemeen belang dienen. Inwoners zijn zelf de initiatiefnemer en kunnen andere inwoners maar ook de gemeente betrekken bij hun initiatief. Het gaat om initiatieven in het belang van de samenleving en vaak gericht zijn op onderwerpen zoals duurzaamheid, vergroening, gezondheid, (verkeers-)veiligheid of gezelligheid. Ze versterken de sociale basis. In het hoofdstuk 2 is dit onder het kopje ‘Overheidsparticipatie’ met voorbeelden uitgewerkt. 2. inwonersinitiatieven met een (overwegend) zakelijk karakter. Hier gaat het om initiatiefnemers met commerciële of privé belangen (in het kader van de Omgevingswet) zoals: • Commerciële activiteiten die winst voor de initiatiefnemer genereren, een zakelijk belang dienen zoals initiatieven van een ontwikkelaar of woningcorporatie, een ondernemer of een maatschappelijke instelling. • Initiatieven van particulieren die vooral gericht zijn op het privé belang.
Initiatieven van inwoners zijn van grote waarde voor ons als gemeente. We kunnen als gemeente ervoor kiezen initiatieven van inwoners te ondersteunen of aanmoedigen. Voorwaarde is dat deze initiatieven bijdragen aan de doelstellingen van ons gemeentelijk beleid, aan de gebiedsagenda of dat ze een positieve maatschappelijke bijdrage leveren aan onze samenleving.
47
Als we initiatiefnemers ondersteunen, zien we wat er speelt in lokale gemeenschappen. Het netwerk van actieve inwoners wordt groter. Inwoners zijn (meer) betrokken bij hun leefomgeving en oefenen invloed uit op wat zij belangrijk vinden. Wanneer we initiatieven goed ondersteunen, kan dat het vertrouwen in de gemeente vergroten. Ondersteuning of aanmoediging kan op veel verschillende manieren. We kunnen geld beschikbaar stellen, expertise leveren of bijvoorbeeld ruimtes aanbieden. Daarmee maken we het initiatief mogelijk. Soms heeft de gemeente een actieve rol, soms moet de gemeente (leren) loslaten en vertrouwen geven (zie hoofdstuk 2). Ook kunnen we verschillende initiatiefnemers aan elkaar verbinden, zodat ze van elkaar kunnen leren. Inwonersinitiatieven bevorderen de sociale cohesie. Ze stimuleren ontmoeting en samenwerking tussen inwoners en dragen bij aan het beter en mooier maken van onze gemeente.
48
Uitgangspunt 7:
We evalueren participatie om ervan te leren We willen graag leren van ervaringen uit de praktijk. Daarom vragen we tussentijds of na afloop hoe inwoners de participatie (hebben) ervaren. We evalueren het participatieproces en delen onze ervaringen met elkaar, om ervan te leren.
Hoe doen we dit? We evalueren door samen terug te gaan naar de opdracht en te kijken naar de uitkomst. Deze vragen kunnen ons hierbij helpen: • Wat ging er goed? En wat ging er minder goed? • Was het participatieproces goed georganiseerd? • Hoe ging de samenwerking tussen gemeente en inwoners? Was de samenwerking constructief? • Was er in de gesprekken ruimte voor iedereen om aan het woord te komen? • Hebben we onze eigen waarden voor de participatie goed toegepast? Deze evaluaties zijn vooral voor de betrokkenen van belang. Ook gemeente breed willen we lessen trekken uit de verschillende evaluaties. Daarom gaan we minimaal eenmaal per raadsperiode de manier bespreken waarop de gemeente de participatieprocessen heeft georganiseerd. Het is zinvol als bij dit gesprek vertegenwoordigers aanwezig zijn van de verschillende betrokken rollen. Dus inwoners, ambtenaren, college en gemeenteraad. Zo kunnen ons participatiebeleid en onze werkwijze meegroeien met de kennis en inzichten uit de praktijk.
49
50
4 Wettelijke verplichtingen rondom participatie 51
Wettelijke verplichtingen rondom participatie Participatie is soms wettelijk verplicht. In de wet staat dan vaak ook omschreven hoe de participatie eruit moet zien. In het ruimtelijk domein gaat het om de Omgevingswet. In het sociaal domein is participatie een verplicht onderdeel in de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Ruimtelijk domein Nederland kent veel regels die zorgen voor een prettige en veilige woon- en werkomgeving. Bijvoorbeeld regels over natuur, milieu, wonen en bouwen. Door de vele regels is het soms ingewikkeld om plannen of projecten van de grond te krijgen. Om alle regels eenvoudiger te maken, is de Omgevingswet ingevoerd. In de Omgevingswet staan regels over participatie. De wet zegt dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor participatie. We moeten aangeven hoe de inwoners betrokken zijn, wat de uitkomsten waren en wat hiermee is gedaan. Dat wordt de motiveringsplicht genoemd. Deze motiveringsplicht geldt bij de vaststelling van de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en omgevingsplanwijzigingen. Bij een wijziging van het omgevingsplan geldt ook een kennisgevingsplicht. Meer over de omgevingswetinstrumenten kunt u lezen op onze website. Om deze participatie goed vorm te geven, hebben wij een werkwijze ontwikkeld. Ook inwoners kunnen de initiatiefnemer zijn van een plan waarvoor de Omgevingswet geldt. Vragen zij een omgevingsvergunning aan, dan toetsen wij als gemeente of ze aan participatie hebben gedaan. In specifieke gevallen is participatie door de initiatiefnemer verplicht. Wij beoordelen of de participatie voldoende is geweest aan de hand van onze beleidsregels.
In ieder geval moet de initiatiefnemer aantonen wie hij bij participatie heeft betrokken, op welke manier en wat de resultaten ervan zijn.
52
De Omgevingswet schrijft niet voor welke vorm de participatie moet hebben. Daar zijn de gemeente en de initiatiefnemer vrij in. Ze kunnen hun eigen keuzes maken voor de inrichting van een participatieproces. Logisch, want de locatie, het soort besluit, de omgeving en de betrokkenen zijn elke keer anders. En ook het moment waarop de participatie start, verschilt per situatie. Wij als gemeente Groningen zetten ons in om initiatiefnemers te stimuleren en te motiveren om participatie uit te voeren. Hiertoe hebben wij een handreiking participatie gemaakt.
Sociaal domein Bij drie grote wetten in het sociaal domein is participatie een verplicht onderdeel. In deze wetten staat wat de gemeente minimaal moet doen om de inwoners (in dit geval cliënten of hun vertegenwoordigers) te betrekken bij de uitvoering. Deze drie grote wetten zijn: 1. De Participatiewet 2. De Jeugdwet 3. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Bij alle drie wetten hebben cliënt- en adviesraden het recht om gevraagd en ongevraagd advies te geven. Bijvoorbeeld over beleidsvoorstellen, verordeningen en de uitvoering. Net als veel andere gemeenten hebben wij een Adviesgroep Sociaal Domein gemeente Groningen (het ASDG) en een Cliëntenraad Werk, Inkomen en Participatie. De gemeenteraad heeft in verordeningen regels vastgesteld voor de werkwijze van het ASDG en de Cliëntenraad. Als de gemeente een beleidsnota maakt over een onderwerp binnen het sociaal domein, moeten we de cliënt- of adviesraad om advies vragen. Als deze raden een ongevraagd advies geven, denken ze in een vroeg stadium mee. Of ze proberen aandacht te vragen voor bepaalde beleidsof uitvoeringszaken. De gemeente kan het advies overnemen. Wanneer we het advies niet overnemen, moeten we dit toelichten (‘motiveren’).
53
De gemeente hoeft niet over iedere kleine beleidswijziging of iedere aanpassing van de verordeningen om advies te vragen. Maar bijvoorbeeld wel over belangrijke kadernota’s, zoals de periodieke beleidsplannen die in de Wmo en de Jeugdwet staan genoemd.
Tot slot Participatie daagt ons als gemeente uit om nog dichter bij de inwoners te komen staan. Zo kunnen we de afstand tussen inwoners en de gemeente verkleinen. Wij geloven in het probleemoplossend vermogen van de samenleving. Inwoners kennen hun omgeving als de beste en hebben op veel gebieden ervaring. Door kennis en ervaring bij elkaar te brengen, maken we samen beter beleid en betere plannen en projecten. En daarmee een mooiere gemeente.
54
55
56