Bijlage 1 Activiteitenplan 2021.pdf
Tekst van het document
ACTIVITEITENPLAN 2021 NIEUWE WAARDEN VOOR GRONINGEN
PROFIEL, MISSIE EN VISIE Agenderen, inspireren, stimuleren en beschouwen: dat doet GRAS. De stadsregio Groningen vormt ons werkveld. Daar vragen we aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving en de rol van het ontwerp. GRAS verkent, onderzoekt, legt verbanden tussen grote (en kleine) maatschappelijke opgaven, doordenkt ze op hun ruimtelijke consequenties, verbeeldt, houdt spiegels voor en brengt partijen bij elkaar. Een doel staat voorop: een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de plan- en beleidsvorming, de kwaliteit van de leefomgeving en een kritische blik van bewoners, gebruikers en de vakgemeenschap. Zo vergroten we de publieke belangstelling voor architectuur, stedenbouw en landschap en geven we een impuls aan de Groninger bouwcultuur. GRAS volgt de ruimtelijke ontwikkeling van Groningen Stad en Groninger Ommeland op de voet. We vieren successen en zijn kritisch waar het moet. Dat doen we altijd vanuit een opbouwende grondtoon. We dagen ontwerpers en andere stadmakers uit om zich te profileren en stelling te nemen. Daarnaast nemen we zelf positie: GRAS vindt wat. Zo voeden we het gesprek en maken we thema’s en onderwerpen concreet. Samen met onze partners slaan we een brug tussen denken en doen. Dat zorgt voor beweging en impact.
REFLECTIE
1
Sinds maart 2020 leven we in een onwerkelijke tijd. Waar de effecten van COVID-19 op de bouwsector vooralsnog beperkt zijn, is dat elders wel anders, ook in de culturele wereld. Beide sectoren zijn de onze: bouw, ontwerp en cultuur. Dat zorgt voor een spagaat. Alles wat met publiek te maken had en heeft, al onze samenwerkingen met culturele (festival)partners en grote publieksactiviteiten als de Dag van de Architectuur en Open Monumentendag: ze werden gecanceld, uitgesteld of substantieel omgekat. Dat is een groot verlies voor een instelling die het toch vooral moet hebben van de ontmoeting. Ondertussen bleven de grote ruimtelijke opgaven aan betekenis winnen. De druk op de woningmarkt is alleen maar toegenomen, de Groninger grond beefde door, de druk op de openbare ruimte nam door COVID-19 alleen maar toe en wederom een warme en droge zomer legde opnieuw bloot hoe essentieel de klimaatopgave is. We moeten aan de slag, en hoe! GRAS heeft in 2020 alles in het werk gesteld om ondanks de crisis het lopende programma zo goed als mogelijk uit te voeren. Maar: lang niet alles laat zich ‘verzoomen, verpodcasten of verfilmen’. Daardoor zijn doelen en thema’s blijven liggen; zaken die nog altijd verschrikkelijk relevant zijn. Sterker: COVID-19 heeft veel opgaven alleen maar hoger op de agenda geplaatst.
Neem de druk op de openbare ruimte, de torenhoge huren in de vrije sector en de afhankelijkheid van onze globale economie. Ook bracht het verhelderende inzichten. Thema’s als gezondheid, meer thuiswerken, het doorbreken van onze 9-17u maatschappij kregen een impuls. In veel steden binnen en buiten Nederland zorgt COVID-19 bovendien voor een versnelling in het denken over (auto)mobiliteit. Meer ruimte voor de fiets en de voetganger is het credo. Hoe ingrijpend de huidige coronacrisis ook is, het antropoceen heeft echt veel meer voor ons in petto. Afnemende biodiversiteit, klimaatverandering: Corona is peanuts
vergeleken met dat wat nog komen gaat. Daar komen nog talloze opgaven bij die te maken hebben met de verdeling van bezit en welvaart in onze (westerse) wereld; een wereld waarin we waarde toch vooral uitdrukken in geld. Toegankelijkheid en inclusiviteit brengen uitdagingen met zich mee. Juist daarom hebben we er in dit programma voor gekozen niet al te veel stil te staan bij Corona maar vooral bij al die andere grote opgaven die al op ons bord lagen of die door de coronacrisis alleen maar aan belang gewonnen hebben. Natuurlijk werkt Corona door op dit programma. We gaan ervan uit dat de COVID-19 maatregelen nog wel even aanhouden. Dat betekent dat we extra investeren in projecten die coronaproof zijn. Zo schalen we onze Redactie op en geven we een zwengel aan ons online magazine. Niet alleen vanwege de huidige pandemie overigens, ook omdat deze onderdelen van het GRAS-programma bijzonder kansrijk zijn. Voor publieksevenementen houden we alternatieven achter de hand zodat we snel kunnen schakelen naar meer, minder of geen publiek. Steeds proberen we zo dicht mogelijk bij ‘normaal’ te blijven. Onze doelstelling en ons publiek is immers gebaat bij ontmoeting, bij netwerken, bij context. De stad, onze dorpen en ons landschap laten zich niet ontwerpen vanachter een computerscherm met Google Streetview. Ze moeten eerst en vooral geproefd, gezien, gehoord en beleefd worden.
Tot slot: onze wereld is een trage wereld. Deze wereld van architectuur, stedenbouw, landschap en ‘stadmaken’ heeft een actualiteitsspanne van vijf tot tien jaar, zo niet langer. Niet van een maand of een jaar. Thema’s blijven lang relevant en het agenderen waard. Daarom is dit programma een logisch vervolg op eerdere GRAS-programma’s, specifiek die van 2020. Natuurlijk creëren we volop ruimte voor nieuwe vormen en nieuwe inzichten, en passen we bestaande formats aan. De vernieuwing zit vooral in onze houding, onze aanvliegroute, onze aanscherping en onze ambitie om het (vak)publiek nog beter te bedienen en uit te dagen, zeker in tijden als deze.
ONZE PARTNERS
GRAS doet niets alleen. Samenwerkingen binnen en buiten de stadsregio Groningen versterken onze projecten; daarvan zijn we overtuigd. Het zorgt voor een groter en breder bereik, vergroot de kans op verrassende inzichten en het helpt om onszelf en onze doelgroepen spiegels voor te houden. Ook productioneel betalen slimme samenwerkingen zich uit. Belangrijke partners binnen dit programma zijn Atelier Stadsbouwmeester (met wie we de samenwerking in 2021 verder intensiveren), Performing Arts Festival Noorderzon, Libau (het Groninger platform voor erfgoed en ruimtelijke kwaliteit), Forum Groningen en architectencollectief De Toeverlaat. Ook onderhouden we contacten met partners als de Academie van Bouwkunst, de Vereniging tot Bevordering der Bouwkunst (VBB), de Groninger Kennisinstellingen (Rijkuniversiteit en Hanzehogeschool Groningen en het UMCG) en het CBK Groningen. Ook de partijen die GRAS productioneel en inhoudelijk ondersteunen bij de organisatie en uitvoering van onze projecten zijn volwaardige partners. GRAS wil daarbij een goede en vooral ook inspirerende opdrachtgever zijn en kansen bieden aan talentvolle (jonge) makers. In de uitwerking van de verschillende onderdelen van dit programma noemen we zo veel mogelijk (potentiële) partners en andere betrokkenen.
ONZE DOELGROEP Onze doelgroep is breed. We richten ons op de volledige bouwkolom (bestuur, politiek, beleidsmakers, ontwikkelaars, ontwerpers en andere stadmakers), op de geïnteresseerde leek en natuurlijk op ‘de gewone Groninger’: de hoofdgebruiker van de Groninger leefomgeving. Natuurlijk worden we blij van een groot bereik, kwantiteit. Maar nog gelukkiger worden we van het juiste bereik, kwaliteit. Zo verhogen we de impact van ons programma. Hoewel ‘Groningers’ de hoofdmoot vormen, zijn er projecten waarmee we nadrukkelijk ook publiek willen bereiken buiten de gemeente- en provinciegrens. Dat gaat met name op voor ons GRAS-Magazine en het Boumasymposium. Onze projectformats worden altijd gemodelleerd naar het doel en de doelgroep. Graag zetten we in op de ontmoeting tussen verschillende doelgroepen. De stad maken we immers samen. In de verschillende onderdelen van dit activiteitenprogramma geven we steeds aan wie de primaire doelgroep is. Wat betreft de onderdelen waarvoor we subsidie aanvragen ligt de focus vooral op professionals. In ons bredere (basis)programma speelt een breed publieksbereik een grote rol zoals de activiteiten in en rond de Groninger Architectuurmaand en Open Monumentendag.
2
ACTIVITEITEN “Als we nog twintig jaar zo doorgaan, dan verwoesten we onze beschaving, laten we de klimaatverandering op z’n beloop, zullen we onze democratie degraderen tot een bizarre autocratie en verpesten we de wereldeconomie. En dat overleven we waarschijnlijk niet.” Filosoof, schrijver en kunstenaar Jaron Lenier schetst ons een dystopisch wereldbeeld in de Netflix documentaire The Social Dilemma. Is zijn boodschap nieuw? Nee, maar confronterend blijft het wel. We staan voor enorme opgaven op het vlak van klimaat, energietransitie, biodiversiteit, landbouw, gezondheid en de inrichting van onze samenleving. Daar komen de effecten van jarenlang neoliberaal (ruimtelijk) beleid nog bij. De balans tussen geld en waarde is verstoord. We kampen met een overspannen woningmarkt. Voor veel groepen is de stad simpelweg te duur. Inclusief, dat is de stad niet meer, ondanks alle ambities om de stad juist wél toegankelijk te houden voor iedereen. Overal in de wereld zien we de effecten, ook in Groningen. Sterker, in zekere zin is Groningen een bouillonblokje van wat is en van wat ons te wachten staat. De stad groeit stevig. Het behoort tot de drie snelst groeiende steden van Nederland. Dat succes toont steeds vaker z’n keerzijde. Ondertussen krimpt het omliggende land.
Een klein land met verre uithoeken; die titel gaf Floor Milikowski haar recente boek mee dat verhaalt over de groeiende kloof tussen kansarm en kansrijk, tussen centrum en periferie, tussen macht en onmacht. Nou, in Groningen liggen ze vlakbij elkaar. Het contrast kan soms niet groter zijn. En dan de antropocene opgave. Daarin is Groningen een voorland. 1 Hier komt zo ongeveer alles samen. Vrijwel al deze opgaven dragen een forse ruimtelijke component met zich mee. GRAS is ervan overtuigd dat ontwerpkracht hard nodig is in de zoektocht naar oplossingen. Het ontwerp is in staat te verbinden en bewoners op een positieve wijze mee te nemen in de veranderingen. Na jaren waarin ‘visie’ als een vies woord werd beschouwd, is het de hoogste tijd voor verbeeldingskracht en een uitdagend perspectief op de wereld van morgen. Plezier in de maakbaarheid van onze leefomgeving, liefdevol ontwerp en samen werken aan een vruchtbaar architectuurklimaat; daar is het ons om te doen. Dit veelkleurige programma is daarbij een oproep om de vele opgaven (weer) onderdeel te maken van onze cultuur, onze Groninger bouwcultuur. Willen we de komende tijd de juiste keuzes maken, dan is een heldere koers van belang.
Wat voor stad willen we zijn? Wat willen we met onze dorpen? Welke betekenis heeft het landschap? Wat is ons DNA? Hoe vertalen we dit naar beleid, stedenbouw en architectuur? Na jaren waarin Groningen toch vooral postzegelplanologie bedreef, mag er weer nagedacht worden over de dag van morgen. Onze wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling Roeland van der Schaaf dicht bovendien een belangrijke rol toe aan goed ontwerp. “Architectuur is geen overbodige luxe of niche-hobby voor politici en draait niet alleen maar om mooie plaatjes. Het dóét iets. In een goed ontworpen omgeving zijn mensen gelukkiger, voelen ze zich veiliger en gedragen ze zich beter. Reden genoeg om als overheid meer te sturen op goed ontwerp”, stelde hij recent in het Dagblad van het Noorden. Woorden naar ons hart.
1 Het project Voorland Groningen van Christian Ernsten, Marten Minkema en Dirk-Jan Visser, bestaande uit een boek en een serie wandelingen, biedt een prachtig verhalend inzicht in de antropocene opgave die vrijwel nergens in Nederland zo zichtbaar en voelbaar is: het stijgende water, de verschralende biodiversiteit, het verdwijnend erfgoed en de opwarmende aarde. In Voorland denken bewoners en experts mee over lokale oplossingen voor deze mondiale problemen.
Maar hoe staat het met het Groninger architectuurklimaat? Met het Forum op de voorkant van het nieuwe Jaarboek Architectuur in Nederland zouden we kunnen stellen dat het best goed gaat. En ja, we herkennen een trend voorwaarts. Dat zagen we onder andere aan de inzendingen voor de Groninger Architectuurprijs 2020. De kwaliteit van de architectuur zit in de lift. Ook de noodzaak van goed ontwerp staat bij verschillende partijen (weer) op de agenda, gelukkig niet alleen bij de wethouder. Maar een vanzelfsprekendheid: dat is het nog (lang) niet. Eén Forum op de voorkant van het Jaarboek maakt nog geen zomer. De gemeente Groningen geeft het goede voorbeeld met investeringen in de openbare ruimte en ambitieuze plannen voor nieuwe stadsdelen als Stadshavens en de Suikerzijde. Maar de lat mag echt hoger, in de stad en zeker in het landelijk gebied. Daar zorgt de versterkingsopgave voor rampen. Ze doen schade aan het eeuwenoude cultuurlandschap. Kansen worden gemist door een gebrek aan visie en liefdevol ontwerp. De stad blijft ondertussen last houden van een overspannen woningmarkt en een kleine groep investeerders die de vruchten plukken van het stedelijk succes. Zij denken vooral aan hun eigen portemonnee. En dat zien we terug in de kwaliteit van hun nieuwbouw en het beheer. De stad wordt uitgepond. Illustratief is de groei van de private huursector in Groningen.
Die groei bedroeg de laatste tien jaar 33%. Ook hebben we nog altijd last van een lange periode waarin de gemeente toch vooral postzegelplanologie bedreef. Aan goede stedenbouw met een duurzame visie op de toekomst werd nauwelijks wat gedaan. Een inhaalslag is hard nodig. Ook op het vlak van de (sociale) woningbouw mogen er wat tandjes bij. Typologisch blijft het aanbod arm: huisjes in rijtjes en huisjes op stapeltjes. Onze Gentse vakjury, die onder leiding van de Gentse stadsbouwmeester Peter Vanden Abeele afgelopen september de jaarlijkse oogst van de Groninger architectuur beoordeelde, was kritisch. De sociale woningbouw die de jury aanschouwde tijdens hun rondtocht vonden ze niet uitstijgen boven het niveau basiskwaliteit; geen nominatie waardig, laat staan een prijs. Eveneens opvallend: de woningbouw uit de markt ontstijgt dit niveau amper. Sterker: deze duikt regelmatig (ver) onder dit niveau. Zeker waar het om jongerenhuisvesting gaat. Ook de auto bepaalt veel te veel, en dat in een stad die zich afficheert als fietsstad: auto’s in versteende binnenruimten, auto’s in de openbare ruimte, auto’s op plekken die voortuinen hadden moeten zijn. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van de leefomgeving. Ook de stedenbouw verdient volgens de Gentenaren meer aandacht. Nieuwe inzichten voor ons? Nee, maar wel een bevestiging van zaken die we al langer agenderen.
En hoe meer dat gebeurt, hoe beter. De hoeveelheid opgaven die in en om Groningen speelt zou aanleiding kunnen zijn om in dit activiteitenplan scherpe keuzes te maken. Zo hadden we een heel programma kunnen schrijven over de klimaatopgave of over de woningbouw. Dat doen we heel bewust niet. We proberen in dit programma juist zo veel mogelijk te raken. De activiteiten vormen ondanks hun thematische rijkdom wel een eenheid. Het ene project dient als doorgeefluik voor het ander. Thema’s keren terug, steeds met een andere invalshoek, een ander doel en een andere doelgroep. Zo willen we de impact van dit programma vergroten.
3
1 DE REDACTIE: GRAS MAGAZINE De Redactie verzorgt de content van ons online magazine. Hier voeden we het gesprek over de ontwikkeling van Groningen met longreads, reportages, essays, interviews, columns en (bewegend) beeld. De toon is positief kritisch met hier en daar een ‘gestrekt been’. De doelgroep is breed, al ligt de focus op de vakgemeenschap, bestuur, politiek en de geïnteresseerde leek. De redactie bestaat uit geëngageerde (stad)makers. GRAS schrijft zelf ook en vervult de rol van hoofd- en eindredacteur. De thema’s van dit jaarprogramma vormen de basis voor de content. Natuurlijk hebben de redacteuren daarnaast volop ruimte voor eigen fascinaties en inzichten. Anderhalf jaar is het magazine nu online. Het wordt boven verwachting goed gelezen. Regelmatig gaat het aantal lezers van een artikel binnen een paar dagen na plaatsing richting de duizend of zelfs daaroverheen. Opvallend: de lezers komen niet alleen uit Groningen Stad en omgeving. We zijn blij met dit bereik. Nog gelukkiger worden we van de impact. Meningen en analyses worden regelmatig ‘geadopteerd’. Het magazine draagt zo in hoge mate bij aan het Groninger vakdebat en werkt door op beleid en praktijk. Dit was (en is) precies wat we beogen met het magazine, al heeft ook de impact ons positief verrast.
Klaarblijkelijk stilt het magazine een stevige honger naar nieuwe inzichten, kennis, meningen, visies en debat. Illustratief zijn de artikelen over de nut en noodzaak van een nieuw cultuurcentrum, een kritische recensie van de nieuwe Woonvisie en de lopende serie over de zoektocht naar de nieuwe stadsbouwmeester waarin het natuurlijk vooral gaat over zijn of haar agenda. Het magazine en het werk van De Redactie zijn sinds anderhalf jaar een belangrijke pijler van ons programma. Maar in tijden van corona zijn we extra blij met het werk dat binnen de redactie wordt verzet. Hier, op ons online Magazine, kunnen we, niet gehinderd door verplichte fysieke afstand, het gesprek over Groningen blijven voeden. We zouden haast kunnen stellen dat door corona dat belang alleen maar is toegenomen. Het succes smaakt naar meer, maar vooral naar beter. De website krijgt in 2021 een opfrisser, zowel grafisch als qua functionaliteit. We verhogen de leesbaarheid en verleiden lezers om langer te blijven hangen: niet alleen voor dat ene, op dat moment actuele artikel. Ook trekken we lessen uit de site-statistieken. Die leren dat kritische reflecties op de actualiteit het goed doen. Hetzelfde geldt voor artikelen die agenderen en richting geven. De frequentie van dit soort bijdragen gaat omhoog, net als die van het aantal korte inhoudelijke stukken.
Om dit te bewerkstelligen hebben we in 2021 vers en extra bloed nodig. Ook maakt GRAS zelf meer tijd vrij om te schrijven en creëren we extra ruimte voor externe auteurs, zeker waar het om de grotere thema’s gaat. We starten met de huidige bezetting: geograaf Jorrit Albers, fotograaf Janna Bathoorn, architectuurhistoricus Erik Dorsman, filosoof Bram Esser, fotograaf en grafisch vormgever Peter de Kan en architect en onderzoeker Maartje ter Veen. Met hen gaan we op zoek naar twee extra redacteuren en, op termijn, vervangers van de huidige bezetting. Eén vacature betreft een talentvolle (jonge) auteur met een (onderzoeks) journalistieke achtergrond, de ander een inhoudelijk persoon met de nodige autoriteit. Vernieuwing van de redactie is geen doel op zich. De chemie is goed en de inspiratie nog lang niet opgedroogd. We vergroten de ruimte voor artistieke content: foto’s, video’s, illustraties en grafisch werk. Daartoe intensiveren we de contacten met (jonge) talentvolle ontwerpers en
HET GRAS MAGAZINE
4
illustratoren, zoals het collectief Knetterijs (knetterijs.com) en Mooiedingenmakers (mooiedingenmakers.nl). Dit komt de verbeelding ten goede. Bovendien geeft GRAS graag een platform aan jong talent in de creatieve sector. Ook het team van Atelier Stadsbouwmeester betrekken we nauwer, als (co-)auteurs en agenderende bron. Verder versterken we de samenwerking met journalistieke partners: van landelijke dag- en weekbladen tot tijdschrift Noorderbreedte en het Dagblad van het Noorden. Zo vergroten we het bereik en voeden we deze media – zeker laatstgenoemde – met ruimtelijke thematiek. Wat betreft de landelijke pers zijn er goede contacten via (regio)correspondenten als Mark Middel (NRC), Jurre van den Berg (Volkskrant), Karin Sitalsing (Trouw) en onderzoeksjournalisten Sam Gerrits (o.a. Follow the Money, NRC Handelsblad) en Parcival Weijnen (o.a. Investico, Vers Beton, De Groene Amsterdammer). Samenwerkingen zijn zeker relevant bij thema’s die een nationale uitstraling en betekenis hebben; zaken waarin Groningen voorloper en/ of juist uniek is. Dat kan gaan om de versterkingsopgave maar ook om klimaat en energietransitie: opgaven waar Groningen als voorland dient. Dat dit een goede uitwerking kan hebben, bleek een paar jaar terug tijdens een goede samenwerking tussen GRAS en De Groene waarbij Floor Milikowski een artikel schreef over de problemen op de Groninger woningmarkt.
Op een aantal thema’s zetten we komend jaar stevig in. Dit leidt tot tenminste twee longreads die ook met externe auteurs tot stand kunnen komen. Ze diepen de thema’s in dit activiteitenprogramma uit en dienen tevens als inhoudelijke voeding voor vervolgprojecten, waaronder het Boumasymposium waarmee GRAS het jaar traditioneel afsluit. Vijf thema’s zijn kandidaat voor deze longreads. Al zal van ‘afvallers’ niet echt sprake zijn want alle onderstaande thema’s dienen als voeding voor onze redactie (en onszelf):
— Stad = kassa Grote (en kleine) investeerders hebben hun bezit de afgelopen jaren enorm vergroot. Dat wreekt zich o.a. op de woningmarkt en binnen het winkelvastgoed. Huren zijn torenhoog en leiden tot verdringing en verarming van het aanbod. Het is een van de schaduwzijden van het succes van de stad. Diverse partijen die hun geld verdienen in de commerciële verhuur nemen het niet zo nauw met kwaliteit. De enige waarde waarin ze denken is geld. Zeker in Groningen is dit zichtbaar: de stad staat in de nationale top drie qua overspannen woningmarkt. Dat maakt onze stad tot een interessante en vooral ook representatieve casus. Doorgewinterde onderzoeksjournalisten Sam Gerrits en Parcival Weijnen onderzoeken voor en met GRAS de wijze waarop geld de afgelopen twee decennia de stad Groningen steeds meer in z’n greep gekregen heeft en hoe dit heeft doorgewerkt op de kwaliteit van de architectuur, erfgoedwaarden en het leefklimaat als geheel. Zij bouwen in deze schets van de neoliberale stad voort op projecten die GRAS het afgelopen jaar al heeft ingezet rond de invloed van geld op de kwaliteit en inclusiviteit van Groningen. Publicatie geschiedt behalve in het GRAS Magazine ook op een landelijk platform waar beide geregeld voor (en op) publiceren. — De staat van de volkshuisvesting Decennialang stond Nederland bekend om z’n hoogwaardige volkshuisvesting.
Ook Groningen heeft een eer hoog te houden. Helaas liggen die gloriejaren (ruim) achter ons. In de stad is het niveau nog wel acceptabel maar in de bredere stadsregio gaat het vaak mis. (Sociale) woningbouw lijkt geen ontwerpopgave. Veel oogt liefdeloos. Architecten komen er nauwelijks aan te pas, laat staan goede. Zeker in de bevingsregio leidt dit tot een forse aantasting van bestaande waarden. En dat in het oudste cultuurlandschap
van West-Europa, want dat is het Groninger Hogeland. In dit essay nemen we de stand op van de Groninger volkshuisvesting. Het benoemt de huidige staat maar laat nadrukkelijk ook zien hoe het beter kan: woningbouw en zeker ook sociale woningbouw als culturele daad, als onderdeel van onze bouwcultuur. Het essay wordt geschreven door een of meer van onze redacteuren en heeft een link met de projecten De Nieuwe Normaalwoning en Bouw Gronings (zie verderop). Daarnaast slaan we een coalitie met landelijke media, zeker waar het om de kwaliteit van de woningen binnen de versterkingsopgave in het bevingsgebied gaat. — Post 65: nieuw erfgoed en de inhaalslag Vaak wordt wat laatdunkend gedaan over de architectuur uit de periode 1965 – 1990. En ja, misschien waren het niet de hoogtijdagen van de Nederlandse bouwkunst. Laat onverlet dat er zeker ook parels tussen de zogenoemde Post 65 architectuur zitten. Met dit essay vragen we aandacht voor de Groninger Post 65. Welke parels verdienen aandacht en bescherming? Het essay doet bovendien een oproep tot een inhaalslag wat betreft het (vroeg) naoorlogs erfgoed: ‘pre-65’. Daar is het nodige al beschermd, maar nog (lang) niet alles dat van waarde is. Zo gaat de markante Noordwand van de Grote Markt – vol schoonheden uit de vroege jaren vijftig – nog altijd nagenoeg onbeschermd door het leven.
En vooral buiten de stad staat veel erfgoed dat nog geen enkele bescherming geniet. Met dit essay reageren we onder meer op doelstellingen van het recente Bestemmingsplan voor gebouwd erfgoed waarmee de gemeente Groningen al een goede stap zet richting een steviger bescherming. Ook haken we aan op het groeiende besef dat erfgoedwaarden ook in het buitengebied beter beschermd moeten worden. We stellen de ambities scherper, maken het concreter en brengen de boodschap ook over aan het Ommeland.
— Een zonnige toekomst Warmer en droger: de toekomst ziet er zonnig uit, letterlijk. Naast perioden van hitte en droogte zal het van tijd tot tijd juist ook vele malen natter zijn. Dat heeft grote gevolgen voor de stad en het omliggende land. De stad is niet ingericht op aanhoudende hitte. Op warme dagen kookt de stad. En wanneer het bij bakken uit de hemel valt, stromen bepaalde delen letterlijk over. Het systeem kan het niet aan. Toch is het niet verstandig dat water zo snel mogelijk af te voeren. Niet in de stad en zeker niet in het landschap. Klimaatadaptief, dat moeten we worden. Dat betekent meer groen, meer buffercapaciteit, zuiniger omgaan met het zoete water. Want de schaarste op dat vlak dient zich al aan. Hoe kunnen we zo’n klimaatadaptieve stad en zo’n klimaatadaptief landschap ook ten goede laten komen aan andere opgaven, bijvoorbeeld op het vlak van openbare ruimte, landbouw, natuur en toerisme? In de interviewserie Een zonnige toekomst duikt GRAS in de resultaten van de ontwerpmanifestatie Act & Adapt waarbij acht toonaangevende landschapsbureaus plannen maken voor een klimaatadaptief Groningen. We interviewen de curatoren Yttje Feddes en Peter Veenstra en diverse betrokken ontwerpers van bureaus als B+B, Flux, More, West 8, de Franse bureaus Agence TER en List, het Vlaamse LAMA en het Deense Tredje Natur.
— De zieke stad We hadden het graag gewild, maar om COVID-19 kunnen we niet heen. Corona heeft al geleid tot veel reacties vanuit het ontwerpveld. De een schetst een doembeeld en stelt dat het een enorme invloed zal hebben op de wijze waarop onze steden zich ontwikkelen. De komende decennia zijn aan het platteland, zo kakelde menigeen. In de New York Times kwaakte hoogleraar Richard J. Williams, o.a. auteur van het boek Why Cities Look the Way They Do, zelfs dat het concept van Corbusiers Ville Contemporaine nu toch best aantrekkelijk oogt.2 Anderen zijn genuanceerder. Zo hamert Wouter Veldhuis van MUST op het feit dat de pandemie geen directe ontwerpopgave is. Wel legt het (stedelijke) opgaven bloot die allang op de agenda staan of hadden moeten staan. In dit essay neemt RUG-hoogleraar architectuur en stedenbouwgeschiedenis Cor Wagenaar stelling. Hij gaat in op de relatie tussen stad en gezondheid en de rol van de ontwerper. Hij plaatst de pandemie in historisch perspectief en schetst welke lessen we al dan niet kunnen (en moeten) leren van COVID-19. Groningen, een stad die net als veel andere historische steden in het verleden veelvuldig werd geteisterd door epidemieën, dient als casus. Naast de genoemde grote thema’s speelt GRAS met een handvol vragen, zorgen en ‘losse flodders’. Deze dienen eveneens als input voor onze Redactie.
Ook kunnen ze doorwerken op andere projecten zoals GRASMEST en de Linkse Mannen Lossen het op. Het gaat om: — De gemeente Groningen denkt na over de oprichting van een Gemeentelijk Ontwikkelbedrijf. Dat vehikel kan van waarde zijn om meer grip op vastgoed te krijgen en gaten te vullen die de markt laat liggen, bijvoorbeeld op het vlak van woningbouw. Een prachtidee, vindt GRAS. Maar er is wel lobbywerk nodig om het ook echt van de grond te krijgen. Er zijn risico’s. En daar zijn verschillende partijen in de raad huiverig voor. GRAS wil vooroplopen in de lobby. Onder meer door te leren van voorbeelden van elders, zoals Sogent, het gemeentelijk ontwikkelbedrijf van de stad Gent. Bovendien vragen we aandacht voor de rol van goed ontwerp bij een dergelijk ontwikkelbedrijf. Juist dat kan voor waarde zorgen.
5
STAD = KASSA: STUDENTENSTUDIO’S OOSTERSINGEL
2 Richard D. Williams, Will You Want to Go Straight Back Into the Crowd? New York Times, May 5 2020.
— Lang zat de (gemeentelijke) overheid in een faciliterende rol. De markt kon het wel doen. Ergens een opvatting over hebben: dat was niet aan de overheid. GRAS vindt dat ouderwets en vooral een beetje dom. Bovendien is het opportunistisch gebleken. Juist de overheid moet een opvatting hebben over de kwaliteit van onze leefomgeving. Dat gaat niet over mooi of lelijk maar over dat wat het beste is; duurzaam en verstandig op de lange termijn. Met de enorme opgaven die op ons afkomen is een opportunistische houding van dagkoersen niet wat we moeten willen. Heb een opvatting, kijk vooruit, heb ambitie, wees scherp en kritisch. Die boodschap verkondigt GRAS met liefde richting de noordelijke overheden. — Grote delen van de binnenstad zijn binnenkort busvrij. Op een aantal plekken is dat al zo. Dat heeft geleid tot een kwaliteitssprong met veel ruimte voor voetgangers en fietsers. Het Zuiderdiep zit nog niet in de plannen. Maar het succes smaakt naar meer.
Moet de hele binnenstad niet gewoon bus- en autovrij? Kan dit de opmaat zijn om ook in de schilwijken rond de binnenstad de auto er steeds verder ‘uit te drukken’? En niet onbelangrijk: moeten we niet wat kritischer zijn op het gebruik van de nu verworven ruimte? De reeds op de auto en bus teruggewonnen straten worden in rap tempo gevuld met reclame en andere ondernemersprularia waardoor voetgangers en fietsers er nog steeds bekaaid vanaf afkomen. Hoe zorgen we na de transitie voor een zorgvuldig en gelijkwaardig gebruik van de openbare ruimte? — Te lang hebben we in Groningen postzegelplanologie bedreven. Dat betaalt zich nu op verschillende plekken in verkeerde munt uit, bijvoorbeeld in de Reitdiepzone waar kans op kans wordt gemist. GRAS vindt dat de stedenbouw weer vol in het zadel moet en dan niet alleen bij de grote ontwikkellocaties als de Suikerzijde en Stadshavens waar duizenden nieuwe woningen gebouwd gaan worden. Ook in de dorpen en in het landelijk gebied zijn landschap en stedenbouw van essentieel belang. Dat vraagt een investering in uren en bemensing binnen het Atelier Stadsbouwmeester en binnen de afdeling stedenbouw van de gemeente. — Groningen is van oudsher op zichzelf gericht. Een goede relatie tussen Stad en Ommeland is niet vanzelfsprekend. Veel grote ruimtelijke opgaven zijn juist gebaat bij een goede onderlinge relatie.
Ook op het vlak van de overspannen stedelijke woningmarkt kan de bredere stadsregio verlichting
6
brengen. GRAS maakt zich sterk voor een meer regionale benadering van de woonopgave waarbij bestaande kansen en kwaliteiten als kapstok kunnen dienen voor de creatie van nieuwe woonmilieus die duidelijk annex zijn ten opzichte van dat wat de stad en het Ommeland nu al biedt. — Steeds meer jonge gezinnen zoeken hun woonheil elders. De overspannen woningmarkt is een reden. Komt bij dat het nieuwbouwaanbod behalve onbetaalbaar typologisch ook weinig interessant is. De gemeente ziet de noodzaak van het versnellen van de productie. Meer aanbod. Maar het moet zeker ook ander aanbod zijn. De corporaties kunnen hier (weer) een rol in vervullen. Maar de vraag is of dat voldoende is. Het stimuleren van coöperatieve vormen is ook nodig. Plannen liggen al lang op tafel. Het is nu echt de tijd om het ook te gaan doen en durf te tonen. Wat betreft de typologie wil GRAS de gemeente en opdrachtgevers uitdagen om meer te doen dan de spreekwoordelijke huisjes in rijtjes en op stapeltjes. Ook binnen de stedenbouw liggen kansen. Zo pleiten we voor de creatie van echte eenentwintigste-eeuwse stadswijken met een mix van wonen en werken die aantrekkelijk zijn voor een brede doelgroep, waaronder ook genoemde (jonge) gezinnen. — De kwaliteit van het opdrachtgeverschap vraagt continue aandacht, in de stad en zeker ook daarbuiten.
De gemeente Groningen geeft op veel plekken het goede voorbeeld met ontwikkelingen als de Kunstwerf, de aanpak van de openbare ruimte en de upgrade van het centraal station. Ook corporaties als Nijestee en Patrimonium profileren zich, net als een markpartij als MWPO. Eenzelfde engagement zien we graag elders terug: bij de markt en bij andere (semi) publieke partijen zoals de Groninger kennisinstellingen, de andere corporaties in stad en regio en Openbaar Onderwijs Groningen. Kennisuitwisseling en het opbouwend kritisch volgen van elkaar kan hier van grote waarde zijn. Dat willen we faciliteren. — Groningen is onderdeel van een grotere stadsregio. In de Ommelanden gebeurt veel. Bovendien is onze gemeente sinds 2019 veel meer dan alleen Stad. Het omvat honderd vierkante kilometer landelijk gebied met talloze dorpen, sommige groot, andere klein. Dat is nog wennen, ook voor GRAS zelf. We willen onszelf en onze eigen gemeente scherp houden in de focus op meer dan alleen die stad. Dorpen en het landschap verdienen minstens zoveel (ontwerpende) aandacht.
PARKEERNORM VERSUS LEEFBARE WOONOMGEVING
LINKSE MANNEN BRAM DOUWES EN WILBERT VAN DE KAMP
2 DE LINKSE MANNEN LOSSEN HET OP
7
De Linkse Mannen Lossen het op is een agenderend live magazine in vrijmibo-setting, gepresenteerd door Wilbert van de Kamp en Bram Douwes. Samen met het Magazine is het dé plek waar we ruimtelijke thema’s voor vak- en algemeen publiek ontsluiten, bespreekbaar maken en van vuur en inhoud voorzien. Voorbij de sectorale aanpak is het credo. Ontwerpkracht: daar is het om te doen. De naam knipoogt naar het zittende college van B&W van Groningen: het meest progressieve in jaren. In elke aflevering staat een thema centraal, relevant voor de ruimtelijke ontwikkeling van Groningen. Het kan gaan om een actueel thema of om zaken die meer (ontwerpende) aandacht verdienen. De oplossingsgerichte insteek maakt De Linkse Mannen bijzonder. Bewust gaan we het debat niet aan. We leggen een opgave op tafel, analyseren dit en lossen het met onze gasten op. Dat doen we in een uur. Een naïeve gedachte? Jazeker. Maar we zijn ervan overtuigd dat juist deze oplossingsgerichte insteek een broodnodige zwengel kan geven aan de grote opgaven waar Groningen voor staat. Visie, geloof en verbeeldingskracht zijn van essentieel belang. Vanuit het credo ‘vreemde ogen kijken anders’ hechten we veel waarde aan de blik van buiten. Daarom komen onze gasten van binnen én buiten Groningen. Wie die gasten zijn? Iedereen die de stad maakt, met een focus op ontwerpers, ontwikkelaars, wetenschap, bestuur en politiek.
De ‘buitenstaanders’ vervullen de rol van visiting critic. Zij worden intensief gebriefd en krijgen de kans om Groningen vooraf te bezoeken en het thema zo goed te verkennen. Dit versterkt de reflectie.
Na een succesvol eerste seizoen met volle zalen en de nodige impact gingen we in 2020 op voor seizoen twee. Dat kwam om begrijpelijke reden in maart abrupt tot stilstand. Voor 2020 stelden we ons al tot doel om het format beter te maken: meer aandacht voor de inhoudelijke voorbereiding, meer ‘voorgekookte oplossingen’ als munitie voor de gesprekken, nooit meer dan vier gasten op de rol en hooguit twee gespreksblokken. En mocht er meer tijd nodig zijn om door te praten, dan zouden we dat doen binnen een nieuw format: de podcast Grasduinen. Deze doelen blijven relevant. Op basis van een meer dan geslaagde eerste aflevering van 2020 voegen we daar nog wat aan toe. Zo wordt iedere aflevering voortaan ingeluid met een agenderend essay dat gepubliceerd wordt op ons magazine. Daarmee zorgen we vooraf voor reuring en draaien we de motor warm. Het komt de impact ten goede en helpt ook om scherper te zijn tijdens het daadwerkelijke gesprek. Het stuk wordt geschreven door onze Redactie, een gastredacteur of de visiting critic(s). Ook hebben we meer aandacht voor de nazorg. Oplossingen worden voortaan geadresseerd. En bij iedere volgende aflevering wordt verslag gedaan van hoe het ‘de oplossing’ is vergaan. Ook gaan we waar mogelijk ‘series’ maken. Onderwerpen die goed bij elkaar passen, programmeren we na elkaar. Zo kan de ene aflevering input leveren voor de volgende.
Het concept van De Linkse Mannen Lossen het op werkt het best in een bomvolle kroeg. Of dat komend jaar gaat lukken is de vraag. Daarom houden we een corona-proof variant achter de hand. Dat betekent een aflevering met (veel) minder publiek waarbij de focus meer ligt op de registratie dan op de live-component. Dat vraagt meer aandacht voor de opname en zeker ook de bewerking achteraf. Het moet van een registratie uitgroeien tot een volwaardige, goed gemonteerde podcast. Daarnaast houden we de ruimte open om afleveringen volledig door te schuiven naar het Grasduinen-format (zie verderop).
Wat betreft de thema’s wordt het dringen. Zeker twintig thema’s stonden op onze longlist: opgaven die schreeuwen om een (ontwerpende) oplossing. Een deel van de thema’s springt over vanuit het programma van 2020. Simpelweg omdat ze zijn blijven liggen. Onder voorbehoud van actualiteit en nieuwe inzichten denken we in ieder geval aan de volgende thema’s: — Plattelandsweemoed Terwijl de druk op de stad onverminderd aanhoudt was daar in februari 2019 ineens Rem Koolhaas met zijn tentoonstelling Countryside, The Future in het Guggenheim. Hoewel de tentoonstelling meer vragen stelt dan antwoorden geeft, kreeg Koolhaas’ verhaal door de coronapandemie forse meewind. Na een paar decennia van stedelijke hoogtij zou de toekomst zo maar eens aan het platteland kunnen zijn, ronkten diverse (Nederlandse) media. Maar ligt het niet een stuk genuanceerder? Hebben de stad en het platteland elkaar niet meer dan ooit nodig om de enorme opgaven op het vlak van klimaat, energietransitie, biodiversiteit en water op te vangen? Sterker: hebben ze elkaar niet altijd keihard nodig gehad? Te gast is emeritus-hoogleraar architectuur en stedenbouwgeschiedenis Auke van der Woud, auteur van het recent verschenen Het landschap, de mensen. Daarnaast schuift planoloog Rik van Nijenhuis aan: de kersverse en ambitieuze directeur van de Stichting Groninger Dorpen.
Visiting critics zijn landschapsarchitecten Peter Veenstra en Yttje Feddes: de curatoren van de ontwerpmanifestatie Act & Adapt waarbinnen acht toonaangevende ontwerpbureaus studeren op klimaatgerelateerde opgaven in de stad en provincie Groningen. — Huizen in rijtjes, huizen op stapeltjes “U spreekt over woningen als product. En de woningen die worden gebouwd? Een enkele villa of hippe loft daargelaten getuigen die van typologische armoede.” Dat stelt stadsredacteur Erik Dorsman in zijn essay Geachte Woonvisie dat deze zomer in ons magazine verscheen. Hij heeft een punt. Meer diversiteit is van groot belang om Groningen aantrekkelijk te houden voor een brede groep woningzoekenden. Zij zijn nu vaak aangewezen op een standaard gezinswoning of appartement. Gelukkig biedt diezelfde nieuwe Woonvisie ‘een kapstok voor anders’. Met een handvol manifestaties wil de gemeente o.a. de gezinswoning heruitvinden, en dat dan in een stedelijke context. In deze aflevering voeden we die ambitie.
Waar vinden we inspiratie? Wat kunnen we leren van andere steden en van de bestaande voorraad? En hoe krijgen we het van de grond? Te gast zijn de auteurs van het recent verschenen boek Experimentele woningbouw in Nederland 1968 – 1980, directeur vastgoed Jan Jaap Vogel van woningcorporatie Nijestee, ontwikkelaar Kristiaan Capelle van MWPO en architect Annet Ritsema die al geruime tijd pleit voor (en werkt aan) meer doelgroepgerichte woningbouw.
8
— Multipolair In de omgevingsvisie The Next City kiest Groningen voor één centrum: het bestaande historische centrum. Wie de geschiedenis van Groningen kent – de gemeente is zo ongeveer getrouwd met het idioom van de compacte stad – snapt die keus. Volgens The Next City mag de binnenstad best een beetje uitdijen maar daar blijft het dan ook bij. Is dat niet wat ouderwets? En is dat wel vol te houden nu de stad hard doorgroeit naar 250.000 inwoners en de druk op het bestaande centrum al stevig is? Doen we er niet goed aan meer multipolair naar Groningen te kijken? Kansen zijn er te over, alleen al rond de (beoogde) stationslocaties bij het Noorderstation, Europapark en het enorme nieuwe stadsdeel Suikerzijde. Hoe zit het met de
kernen Haren, Hoogkerk en Ten Boer? Wat voor kansen liggen daar? En wellicht zouden we zelfs op grotere schaal multipolair naar de stadsregio moeten kijken. Te gast zijn wethouder Roeland van der Schaaf, stedenbouwer Ruben Wiersma van Atelier Stadsbouwmeester en Betty de Boer, directeur van de Regio Groningen Assen. Visiting critic is spoorbouwmeester Eric Luiten die vanuit zijn functie veel ervaring heeft met de vaak stormachtige ontwikkeling van stationslocaties in de spreekwoordelijke ‘voorstad’. — Winschoten Groningen is een van de snelst groeiende steden van Nederland. Maar iets verderop heerst krimp. Winschoten is exemplarisch. Het ooit charmante centrum van de gemeente Oldambt lijdt onder de krimp. Dat werkt door in het voorzieningenniveau, de kwaliteit van de openbare ruimte en de omgang met bestaande waarden. Het ruimtelijk beleid is reactief en angstig. Uitgaan van bestaande kwaliteiten is niet aan de orde. Zo blijven kansen liggen, voor Winschoten en de stadsregio Groningen.
Op welke manier krijgen we Winschoten en plaatsen als Appingedam, Veendam en Hoogezand mee in de slipstream van de stad? Kunnen we op regionale schaal multipolair gaan denken? Welke bestaande waarden zouden als startpunt kunnen dienen? En vooral: hoe leggen we de lat hoger en geven we een injectie aan de bouwcultuur? Te gast zijn stedenbouwer Jeroen de Willigen van De Zwarte Hond en wethouders Annalies Usmany-Dallinga (gemeente Appingedam) en Gert Engelkens (gemeente Oldambt). Visiting critic is Floor Milikowski, auteur van Een klein land met verre uithoeken waarin zij Nederland presenteert als een lappendeken van winnaars en verliezers: ofwel de groeiende stad naast de krimpende regio die in Groningen wel heel dicht bij elkaar liggen. Waar deze aflevering plaatsvindt? In Winschoten natuurlijk. — Bouwen op maagdelijk land Bouwen, bouwen en nog eens bouwen: dat is het antwoord op de forse druk op de woningmarkt. Als vanzelf komt een oude discussie boven: doen we dat binnen of buiten de stad? Voor Groningen is er maar een weg. Een stad die zich sinds jaar en dag profileert als ‘compact’ moet bouwen binnen de bestaande grenzen. Toch blijft de gemeente inzetten op twee grote suburbane ontwikkelingen, waaronder de laatste authentieke groene stadsrand boven de dorpen Middelbert en Engelbert.
Is de waarde van die groene corridor niet veel te groot? Hebben we die ruimte nodig? En als er al een suburbane opgave is, is die dan niet beter op z’n plek in de randgemeenten? Te gast zijn architectuurhistoricus Marinke Steenhuis, die onderzoek deed naar de cultuurhistorie van Engelbert en Middelbert en architect Reimar Von Meding (KAW) die pleit voor een heel andere kijk op nieuwbouw. Niet de eeuwige reflex op bouwen in het weiland, maar juist binnen de stad, en dan vooral in de naoorlogse wijken waar ruimte zat is. Sterker, daar zijn extra woningen zeer welkom voor het op peil houden van winkels en andere voorzieningen. Ook krijgt wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling Roeland van der Schaaf een uitnodiging. — De auto Op veel plekken in de stad bepaalt de auto het aanzien van de openbare ruimte. Bij nieuwbouw is de parkeernorm vaak leidend. Dat leidt lang niet altijd tot een aangename woonomgeving. Auto’s staan in de voortuin of worden ‘weggewerkt’ op versteende binnenterreinen. Voor de Gentse jury van de Groninger Architectuurprijs 2020 was het dan ook even schrikken tijdens hun bezoek aan de stad in september dit jaar. Hoe kan Groningen zich als zelfbenoemde fietsstad zo laten dicteren door de auto,
vroeg de jury zich af. Gelukkig is beterschap op komst. In de nieuwe woonvisie Een (t)huis voor iedereen wordt de ambitie uitgesproken om de impact van de auto op de leefomgeving terug te dringen. In deze aflevering gaan we op zoek naar aantrekkelijke vergezichten van autoluwe of zelfs autovrije stadswijken. Daarmee voeden we ook de nieuwe mobiliteitsvisie waar de gemeente in 2021 een start mee maakt. Aan tafel zitten wethouder Verkeer en Vervoer Philip Broeksma, verkeerskundige Hans Vissers en stedenbouwer Jaco Kalfsbeek. Visiting critics zijn Wim Voogt en Giuliana Sibilia van OKRA Landschapsarchitecten die in Utrecht werken aan de volledig autovrije woonwijk Merwede in Utrecht.
de ontwikkeling van en rond De Linkse Mannen Lossen het op. We gaan uit van minimaal twee afleveringen in 2021, al dan niet aangevuld met afleveringen die tot stand komen als ‘Linkse Mannen COVID-19-achterwacht’.
In 2021 gaan we voor zes reguliere afleveringen, drie voor de zomer en drie erna. Onze home base is, heel passend, Café Wolthoorn & Co: vaak bestempeld als het rode bolwerk van Groningen. We laten ons daarnaast graag verleiden tot afleveringen op locatie, zeker waar dat het thema (en de oplossing) ten goede komt. Ook staan we open voor een koppeling aan de programma’s van festivals als Noorderzon en Let’s Gro. Hiermee verbreden we het publieksbereik. Na afloop wordt iedere aflevering zo snel mogelijk gedeeld op de ‘podcast-kanalen’ van GRAS: als registratie of in een volwaardige podcast. Zo vergroten we het bereik al verder.
3 GRASDUINEN
9
0rasduinen is een (coronaproof) spin-off van de Linkse Mannen. Het biedt ruimte om ‘door te akkeren’ over thema’s waarvoor een uur Linkse Mannen toch niet genoeg bleek. De gast(en) gaat/gaan in gesprek met een van de twee Linkse Mannen: Bram Douwes of Wilbert van de Kamp. Het format biedt volop ruimte voor verdieping. Het wordt als podcast opgenomen en gemonteerd. Daarbij zijn we niet gebonden aan ‘de studio’. Waar het ten goede komt aan de boodschap trekken we er op uit en bezoeken we de plek of plekken die het aangesneden thema illustreren. Zo bouwen we het gesprek uit tot een verhaal en (dus) een volwaardige podcast.Het aantal podcasts is, zeker nationaal, de laatste jaren sterk gegroeid. Corona deed daar nog een schepje bovenop. Hoewel de aandacht voor het medium groot is, kan het leiden tot een overaanbod. Daarom vinden we het belangrijk bij Grasduinen coalities te slaan met partijen die zich al bewezen hebben binnen het medium en/of vergelijkbare plannen hebben. Als we het doen, doen we het goed. Contacten zijn in het lopende jaar gelegd met de producenten van Plattegrond die al een podcast-jaargang achter de rug hebben. We profiteren graag van hun opgedane kennis. Andersom bieden wij hen nieuwe content en een andere doelgroep. Ook zoeken we contact met tijdschrift Noorderbreedte.
Zij hebben de ambitie om naast het tijdschrift hun verhalen ook elders te vertellen, onder meer via het podcast-medium. Samen optrekken kan van waarde zijn, thematisch en qua bereik; waar GRAS zich richt op de stadsregio Groningen kijkt Noorderbreedte naar de drie noordelijke provincies en ligt het zwaartepunt op het landschap. Ook qua doelgroep is winst te halen. Hoewel sprake is van enige overlap, behoren de lezers van Noorderbreedte wat meer tot de doelgroep ‘geïnteresseerde leek’. Het GRAS-publiek is bij ons magazine en projecten als De Linkse Mannen wat ‘professioneler’ (en jonger) van aard. Welke thema’s gaan we behandelen? Dat is in dit stadium moeilijk te zeggen, behalve dan dat alle onderwerpen zullen voortvloeien uit de inhoud als genoemd in de Linkse Mannen en De Redactie. Bovendien hangt het samen met
(VOOR)EXPEDITIE TASMAN OP GRASNAPOLSKY
4 VERGEZICHTEN Verhalen vertellen, visie uitdragen, verbeelden en enthousiasmeren: het zit in de genen van GRAS. De oproep van Rijksbouwmeester Floris Alkemade – die gelukkig nog een jaartje extra blijft – om de verbeelding volop in te zetten en ontwerpkracht voorop te stellen is ons dan ook uit het hart gegrepen. Zo leggen we een goede basis voor de beste oplossingen. Het vormt de inspiratie voor twee bijzondere producties, waarbij we talentvolle noordelijke makers koppelen aan de thema’s die de agenda’s van onze (ontwerpende) vakgemeenschap de komende jaren zullen bepalen. We zoeken in de eerste plaats naar grafisch vormgevers, illustratoren en audiovisuele makers. Hen vragen we om een vergezicht, een blik op een mogelijke toekomst van Groningen. Die mag utopisch of dystopisch zijn. Als het maar aanzet tot reflectie en nieuwe inzichten. De producties kunnen iedere willekeurige vorm aannemen. Wel zetten we in op een verhalend format: een
audiovisuele productie, een animatie, een performance of een audiotour. We zijn gecharmeerd van deze vorm(en), zeker na twee succesvolle producties die we in het lopende jaar (noodgedwongen) ontwikkelden. Zo maakten we voor het Noorderzomerfestival de coronaproof gps-audiotour Het water onder je voeten over de relatie tussen de stad en het water. Iets vergelijkbaars deden we tijdens Open Monumentendag waar we met een bijzondere audiotour aandacht vroegen voor de historische relatie tussen stad, ziekte en gezondheid. De verhalende opzet prikkelt de verbeelding. Bovendien helpt het om een breed en groot publiek te bereiken en te betrekken bij de opgaven waar Groningen mee te maken heeft. GRAS gaat zelf op zoek naar (jonge) talentvolle kandidaten. We struinen ons netwerk af, buurten bij de kunstopleidingen en laten ons adviseren door een platform als Mooiedingenmakers. Daarnaast laten we ons graag verrassen. Dat doen we door gelijktijdig met onze eigen zoektocht een open oproep uit te doen. Ook zoeken we samenwerking met kunstenaarsinitiatief Het Resort. Zij organiseren met hedendaagse kunstenaars bijzondere activiteiten, tentoonstellingen en performances op ‘uncanny’ plekken in en om Groningen. Voor de makers – en dus ook de open oproep – dienen de thema’s uit dit jaarprogramma als vertrekpunt.
Hoewel we het te vroeg vinden om ons nu al vast te leggen, denken we vooral aan thema’s rond de antropocene opgave. Klimaat, biodiversiteit, energie, de noodzakelijke transitie van de landbouw, onze manier van wonen, de omgang met erfgoedwaarden in een bevend Ommeland: ze zullen alle de transitie van onze
10
PARTICIPATIETRAJECT WOONVISIE: EEN (T)HUIS VOOR IEDEREEN
leefomgeving gaan bepalen. Juist hier is verhalende verbeeldingskracht essentieel. Ook zien we aanknopingspunten op het vlak van de groeiende betekenis van het publieke domein, de toegankelijkheid dan wel inclusiviteit daarvan en de transitie van de (stedelijke) openbare ruimte die door corona alleen maar verder scherp is gesteld. Hier raken we meteen ook aan het grote thema van geld en publieke waarde dat een van de centrale lijnen vormt in dit programma. De briefing wordt geschreven door GRAS in samenwerking met het team van Atelier Stadsbouwmeester. GRAS en ASBM helpen en voeden de geselecteerde makers bij de inhoudelijke lading. GRAS ondersteunt productioneel en organisatorisch. Zeker op het vlak van klimaatadaptatie kan belangrijke input komen uit de nu lopende Klimaatmanifestatie Act & Adapt. Binnen dat kader werken acht prominente landschapsarchitecten uit binnen en buitenland aan eenzelfde aantal opgaven in de stad en de provincie: B+B, Flux, het Vlaamse LAMA, More, West 8, de Franse bureaus Agence TER en List en het Deense Tredje Natur. GRAS en Atelier Stadsbouwmeester zijn als mede-initiatiefnemers nauw betrokken bij deze manifestatie. De vergezichten laten we het liefst landen op een of meer van de Groninger Festivals waarmee GRAS zich verbonden voelt zoals Noorderzon, Grasnapolsky of Festival Hongerige Wolf.
Met hen hadden we afgelopen jaar al een samenwerking opgetuigd die om bekende reden strandde. Ook denken we graag na over een samenwerking binnen de programmering van Het Resort. De onzekerheid rond Corona maakt dat we ons nog niet echt willen en kunnen vastleggen. In alle gevallen maken we de producties zo dat ze ‘flexibel’ kunnen landen, waaronder ook louter digitaal.
5 DE NIEUWE NORMAALWONING Op 2 september 2020 sloten minister Kajsa Ollongren, Maxime Verhagen van Bouwend Nederland en Nationaal Coördinator Groningen (NCG) Peter Spijkerman het Bouwakkoord. Insteek: het versnellen van de versterkingsopgave. Dat is nodig. Als we doorgaan in het huidige tempo zijn we pas over twintig jaar klaar, zo bleek uit recente berekeningen. Dat betekent niet dat er niks gebeurt. Op veel plekken worden de resultaten van de versterking zichtbaar. Bij scholen en dorpscentra gaat het redelijk. Maar binnen de woningbouw is kwaliteit ver te zoeken. Natuurlijk, hier en daar verschijnt best eens een geslaagd voorbeeld zoals die van Mint Architecten in het dorp Leermens dat het recente Jaarboek Architectuur haalde. Maar liefdeloze aannemersarchitectuur die overal had kunnen staan bepaalt toch het beeld. Hoe dat komt? Vanaf het begin is de versterkingsopgave een bal van ingenieurs, aannemers, de NAM en NCG. Architecten zitten nauwelijks aan tafel. Illustratief is de inhoud van het Bouwakkoord. Dat handelt over bouwen, aantallen en efficiëntie. Kwaliteit: daar wordt niet over gesproken. En de opdrachtgevers? Die zijn nauwelijks geëquipeerd voor zo’n grootschalige operatie. Als dit ons voorland is, dan staan ons nog veel tranen te wachten. We zouden haast kunnen stellen dat we de aardbevingen niet nodig hebben om de waarden van het Groninger land teniet te doen.
Vanuit de constatering dat kwaliteit nauwelijks een rol speelt in de versterkingsopgave nam GRAS samen met architecten Paul van Bussel en Rob Hendriks het initiatief tot De Toeverlaat. Dit collectief van Groninger architecten vraagt sinds 2018 aandacht voor de inzet van ontwerpkracht binnen de versterkingsopgave.3 Doel is om de traditionele rol van de architect nieuw leven in te blazen en weer een stevige positie te krijgen tussen de aannemers en constructeurs die nu aan het roer zitten. Dat leidde in het dorp Overschild – dat nagenoeg geheel tegen de vlakte gaat – tot een geslaagde pilot. Diverse bewoners hebben samen met De Toeverlaat, en in opdracht van NCG, hun nieuwe woning laten ontwerpen. De bouw is aanstaande. Maar één geslaagde pilot en een mooie woning in Leermens is echt onvoldoende: het is een druppel op de gloeiende plaat. Op te veel plekken rolt de nieuwbouw uit catalogi of verrijst armoedige seriematig geproduceerde woningbouw. En dat in het oudste cultuurlandschap van West-Europa: het Groninger Hogeland. Die seriematige bouw komt veelal uit de koker van corporaties als Het Groninger Huis, Wierden en Borgen, Wold & Waard en Acantus. En met alle respect: ze bakken er weinig van. Niet vreemd want deze veelal kleine corporaties hebben nauwelijks een opdrachtgeversklimaat.
Dat is best een probleem wanneer je ineens wordt geconfronteerd met een enorme sloop-nieuwbouwopgave. Die lage kwaliteit van de (sociale) seriematige woningbouw: dat moet anders. Daarom initiëren GRAS en De Toeverlaat De Nieuwe Normaalwoning. Met het project laten we zien dat het anders en vooral béter kan. De naam is een knipoog naar de vroeg-naoorlogse Normaalwoningen die op initiatief van het Rijk werden gebouwd. Ze verrezen vooral in kleine plattelandsgemeenten. De Groninger varianten
11
3 De Toeverlaat maakt serieus werk van de versterkings- en vernieuwingsopgave. Het initiatief richt zich op de eigenaren van beschadigde panden, veroorzaakt door de aarwdgaswinning. De leden opereren onafhankelijk, vrij en ongebonden. Alle leden hebben op persoonlijke titel zitting. GRAS vervult een ondersteunende rol. De Toeverlaat bestaat uit de volgende ontwerpers: Rob Hendriks (DAAD), Paul van Bussel (De Unie) Tjalling Zondag (Zofa), Allart Vogelzang (Vector-i), Beatrice Montesano (KAW), Wim Barneveld (OVT), Erik Roerdink (De Zwarte Hond), Jochem Koster (Specht), Sjoerd Tasseron (DAAD), Arnold Venema (VDP) en Geir Eide (REIDAR).
kwamen alle tot stand in een coalitie tussen lokale architecten en aannemers. Deze vroege voorbeelden van seriematige woningbouw kenmerken zich door een liefdevolle, streekgebonden architectuur. Dat is precies wat we ook nu weer hard nodig hebben. Samen met de Toeverlaat ontwikkelt GRAS een diverse catalogus met Nieuwe Normaalwoningen: contextbewust, ontsproten aan ontwerpkracht, typologisch interessant en seriematig te produceren. Dat doen we met aannemers die al actief zijn in de versterkingsopgave: Geveke, Kooi, Trebbe en Vriesbouw. Veel van deze partijen hebben hun medewerking al toegezegd. Insteek is om op basis van bestaande bouwsystemen te komen tot volwaardige alternatieven voor de huidige liefdeloze bouw. Met De Nieuwe Normaalwoning investeren we in het Groninger bouwcultuur. We dagen ontwerpers en aannemers uit om vanuit kwaliteit en context antwoord te geven op de opgaven die in het aardbevingsgebied spelen. We starten met een coalitie tussen aannemers en architecten. GRAS organiseert en faciliteert de workshops waarin de mogelijkheden worden afgetast. In lijn met de collegiale opzet van de Toeverlaat wisselen architecten en aannemers kennis en ervaringen uit. Zo versterken we elkaars producten. Bewust beginnen we klein. We bouwen aan een doortimmerd verhaal en een goed plan.
Gaandeweg het traject betrekken we ook potentiële opdrachtgevers bij het project, waaronder de genoemde woningbouwcorporaties en NCG. Waar nodig betrekken we ook kennis en kunde van de stedelijke woningcorporaties. Hier ligt de kwaliteitslat over het algemeen een stuk hoger. Dit helpt bij de doorwerking. Door geleidelijk te bouwen aan een coalition of the willing zorgen we dat het niet blijft bij louter papieren plannen. Ultiem doel is doorwerking op de (grootschalige) sloopnieuwbouwopgaven waaronder de wijk Opwierde Zuid in Appingedam waar 1500 woningen gesloopt en vervangen zullen worden. Doorwerking op de praktijk is als gezegd het doel. Daarnaast landen de resultaten in een kleine (online) publicatie die het verhaal vertelt van de normaalwoningen en de wijze waarop dit een inspiratie is geweest voor een nieuwe generatie. De publieke presentatie van de resultaten is onderdeel van het Boumasymposium. Rond het thema zal GRAS bovendien regelmatig publiceren op het GRAS Magazine. Ook hechten we het project aan het initiatief Bouw Gronings waarbinnen GRAS samen optrekt met Libau.
6 GRASMEST “Waarom doen we dit niet veel vaker?” was de reactie na het traject Van Woonwijk naar Leefwijk waar GRAS de afgelopen twee jaar bij betrokken was. Binnen het project dachten corporaties, gemeente en commerciële ontwikkelaars na over de grote opgaven in de wijkvernieuwing en de rol die het ontwerp daarbij kan spelen. De normaalste zaak van de wereld, zou je zeggen. Niet dus. Dergelijke projecten, waarbij de vakgemeenschap collegiaal over elkaars schouder meekijkt en kritisch maar opbouwend het gesprek voert, zijn zeldzaam. En zo laten we enorme kansen liggen. Deze constatering was al een belangrijke reden om de samenwerking tussen GRAS en Atelier Stadsbouwmeester te intensiveren. Aansluitend maakt GRAS nu een platform waar in gezamenlijkheid en niet gehinderd door sectorale en organisatorische grenzen gewerkt en gedacht kan worden aan/over grote (en kleine) ruimtelijke opgaven in Groningen. GRASMEST wordt een plek waar de bouwkolom elkaar op reguliere basis ontmoet, kennis uitwisselt, reflecteert en elkaar scherp houdt. Daarnaast is het een kraamkamer en
KICK-OFF GRONINGER ARCHITECTUURMAAND 2020
proefkeuken voor initiatieven die gezamenlijk uitgedacht en op smaak gebracht worden: cross-sectoraal. Zo moet GRASMEST de plek worden waar de opvolgers van projecten als het Groninger Woongenootschap en Van Woonwijk naar Leefwijk het levenslicht zien. Bovendien is het de plek voor het gesprek met bestuur, politiek en opdrachtgevers. Doel is om de bouwcultuur in Groningen te stimuleren, plannen beter te maken en te profiteren van elkaars kennis en kunde. GRASMEST put uit een ‘inner circle’ bestaande uit vertegenwoordigers van de Groninger bouwkolom en aanverwante instellingen en creatieven. Dat zijn personen die zich al roeren in het gesprek over ruimtelijke kwaliteit en personen waarvan we vinden dat ze dat (meer) zouden moeten doen. De inner circle bestaat uit 25 tot 30 architecten, stedenbouwers, landschapsarchitecten, ontwikkelaars, ambtenaren en andere stadmakers, en heeft bewust overlap met andere netwerken en initiatieven, zoals bijvoorbeeld De Toeverlaat4. Iedereen heeft op persoonlijke titel zitting voor een periode van tenminste vier jaar. Zo zorgen we dat er een hecht team kan ontstaan. Per jaar organiseren we drie tot vier sterk inhoudelijke sessies, steeds rond een thema dat ontwerpende aandacht en/of concrete actie vraagt. Deze sessies bieden ook een platform voor het doen ontstaan en laten rijpen van