Belastingtarieven 2026.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel EMBARGO tot vrijdag 3 oktober, 11.00 uur
Onderwerp
Belastingtarieven 2026
Telnr.
14 050
Registratienummer Classificatie
Bijlagen 17
273360-2025 Openbaar
Portefeuillehouder
Wijnja
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand 11 Jaar 2025 Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
De raad besluit: I. de OZB-tarieven voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen vast te stellen op respectievelijk 0,1473%, 0,5611% en 0,4488% van de WOZ-waarde; II. de tarieven van de afvalstoffenheffing voor éénpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens en drie- of meerpersoonshuishoudens vast te stellen op respectievelijk € 283,08, € 331,20 en € 402,12; III. het tarief voor recreatiewoningen en tweede woningen, waarbij de gebruiker niet op het adres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen, vast te stellen op € 283,08 (gelijk aan het tarief voor éénpersoonshuishoudens); IV. het tarief van de rioolheffing te indexeren met 3,52% van € 172,62 naar € 178,69; V. de legestarieven grotendeels te indexeren met 4,09%, en daarnaast enkele specifieke tariefwijzigingen door te voeren in verband met kostendekkendheid, wettelijke maxima en efficiëntie van dienstverlening, zoals toegelicht in de tarievennota; VI. de tarieven in de Wegsleepverordening te verhogen met 2,4% voor reguliere wegsleepkosten en met € 25,00 voor het overbrengen van niet-rijgeschikte motorrijtuigen; de bewaarkosten blijven ongewijzigd; VII. de begrafenisrechten, de marktgelden, het brug- en havengeld, de precariobelasting en de reclamebelasting te indexeren met 4,09%; VIII.
de tweede stap van invoering van de reclamebelasting, waarbij openbare aankondigingen groter dan 1 m² worden belast, uit te stellen tot 1 januari 2027, en met ingang van 1 januari 2026 een vrijstelling voor openbare aankondigingen die aanwezig zijn op sportparken en bij sportverenigingen toe te voegen;
Samenvatting
Het raadsvoorstel bevat de voorstellen voor de belastingtarieven 2026. Het totaalbedrag van de woonlasten voor eigenaren (OZB + afvalstoffenheffing + rioolheffing) stijgt met 4,01% ten opzichte van 2025. De woonlasten voor huurders (afvalstoffenheffing) stijgen met 4,09%. Het tarief afvalstoffenheffing voor recreatiewoningen wordt met ingang van 2026 gelijk aan het tarief voor een éénpersoonshuishouden in plaats van het tarief voor een tweepersoonshuishouden. In de verordening reclamebelasting 2026 is het nultarief voor openbare uitingen, tot en met 2 vierkante meter onveranderd gebleven en is de vrijstelling voor sport opgenomen. In de verordening parkeerbelastingen zijn de nieuwe parkeermaatregelen in Haren opgenomen en zijn de tarieven voor een bezoekersvergunning en maatschappelijke parkeervergunning verlaagd. In de kwijtscheldingsverordening is de kwijtschelding voor de OZB woningen, de RZB woonruimten en de rioolheffing opgenomen.
B&W-besluit d.d.: 30-9-2025
Vervolg voorgesteld raadsbesluit
IX.
de tarieven voor parkeervergunningen, met uitzondering van de bezoekersvergunning en de maatschappelijke parkeervergunning, worden geïndexeerd met 4,09%, de tarieven voor parkeren bij parkeerapparatuur worden grotendeels niet geïndexeerd, en daarnaast worden de specifieke tariefwijzigingen doorgevoerd in verband met de harmonisatie van parkeermaatregelen in Haren, de verlaging van het tarief voor de bezoekersvergunning en het bijkooptarief, wettelijke maxima en overige wijzigingen zoals toegelicht in de tarievennota 2026; X. in de kwijtscheldingsverordening 2026 volledige kwijtschelding mogelijk te maken voor de rioolheffing, de onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor woningen en de roerende-zaakbelastingen (RZB) voor woonruimten; XI. de belastingverordeningen met de daarin opgenomen tarieven voor het jaar 2026 vast te stellen en in werking te laten treden met ingang van 1 januari 2026; XII. dit besluit bekend te maken via lokaleregelgeving.overheid.nl. Aanleiding en doel
Doel van dit voorstel is te komen tot vaststelling van de belastingtarieven voor 2026. Kader
Gemeentewet Argumenten en afwegingen
De belastingtarieven worden jaarlijks geïndexeerd ter dekking van de kosten van verwachte loon- en prijsstijgingen. Dit is structureel beleid. Uitgangspunt voor de indexering 2026 is een percentage van 4,09%. Het indexeringspercentage is onderbouwd in het raadsvoorstel ‘voorjaarsbrief 2025 en financieel meerjarenbeeld 2026-2029’ en is door uw raad op 9 juli 2025 vastgesteld. Voor een aantal tarieven stellen wij voor af te wijken van deze indexatie. Hieronder treft u onze belastingvoorstellen voor 2026 aan. Het eerste deel ziet op de woonlasten (OZB, afvalstoffen- en rioolheffing). Het tweede deel bevat de overige belastingvoorstellen. 1. Woonlasten OZB De totale waarde van woningen is met 10,74% gestegen ten opzichte van vorig jaar en de totale waarde van nietwoningen is met 3,95% gestegen ten opzichte van vorig jaar. De geraamde OZB-opbrengsten in de begroting 2026 zijn met 4,09% geïndexeerd. Wij stellen voor 2026 de volgende OZB-tarieven voor: Eigenaren woning 0,1473% van de WOZ-waarde Eigenaren niet-woningen 0,5611% van de WOZ-waarde Gebruikers niet-woningen 0,4488% van de WOZ-waarde
(in 2025: 0,1552%) (in 2025: 0,5630%) (in 2025: 0,4501%)
In de OZB-tarieven voor niet-woningen is een opslag van 6% inbegrepen voor het Fonds Ondernemend Groningen (Het Fonds). Voor de roerende-zaakbelastingen gelden dezelfde tarieven als voor de OZB. Afvalstoffenheffing Op basis van een realistische raming van de lasten en het aantal aansluitingen is een kostendekkend tarief berekend, die in eerste instantie leidde tot een stijging van het tarief van 5,86% ten opzichte van 2025. Het college vindt het belangrijk dat de voorziening afvalstoffenheffing wordt ingezet om de stijging van tarieven te beperken tot de reguliere indexatie. Hiermee wordt invulling gegeven aan het streven van het college om de bestaanszekerheid van inwoners te versterken en de lasten beheersbaar te houden, in lijn met het coalitieakkoord 2022–2026. Door een onttrekking van 660 duizend euro uit de voorziening afvalstoffenheffing kunnen we de stijging dempen en is het stijgingspercentage verlaagd naar 4,09%. Wij stellen voor 2026 de volgende tarieven voor: 1 persoonshuishouden 2 persoonshuishouden 3 of meerpersoonshuishouden
€ 283,08 € 331,20 € 402,12
(in 2025: € 271,92) (in 2025: € 318,24) (in 2025: € 386,28)
2
Wijziging verrekening systematiek afvalstoffenheffing Met deze wijziging wordt de verrekening systematiek in de verordening aangepast: in plaats van een berekening op dagbasis wordt de afvalstoffenheffing bij aanvang of beëindiging van de belastingplicht voortaan herleid op basis van volle kalendermaanden. Deze aanpassing betreft uitsluitend de onderdelen in de tarieventabel bij de verordening die zien op de heffing per perceel (onderdeel 1) en het in bruikleen hebben van extra containers (onderdeel 2). De wijziging sluit aan bij de modelverordening en draagt bij aan een eenduidige en uitvoerbare regeling. Recreatiewoningen In de tarieventabel behorende bij de verordening wordt een recreatiewoning gedefinieerd als een perceel dat op 1 januari van het belastingjaar, of bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt als recreatiewoning of tweede woning, waarbij de gebruiker niet op het adres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Voor alle adressen in de gemeente geldt dat het tarief voor afvalstoffenheffing wordt gebaseerd op huishoudgrootte, waarbij de exacte hoeveelheid afval per huishouden niet wordt gemeten. Tot nu toe werd voor recreatiewoningen het tarief van een tweepersoonshuishouden toegepast. Voorgesteld wordt om dit met ingang van 2026 te wijzigen naar het tarief van een éénpersoonshuishouden (€ 283,08).
De reden hiervoor is dat bij recreatiewoningen geen inschrijving in de BRP plaatsvindt en er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de samenstelling van het huishouden, de bezetting gedurende het jaar en de hoeveelheid aangeboden afval. Het is bovendien niet efficiënt om deze gegevens per recreatiewoning te controleren of te monitoren. Daarom is gekozen voor een generiek, forfaitair tarief, gelijkgesteld aan het éénpersoonshuishouden tarief. Dit vormt een praktische en verdedigbare benadering bij onzekerheid over het gebruik. De gekozen systematiek is uniform, administratief eenvoudig en kostendekkend. Binnen de categorie recreatiewoningen worden alle gevallen gelijk behandeld, waardoor deze benadering in lijn is met het gelijkheidsbeginsel. Riool De lasten voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel stijgen in 2026 als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Per saldo nemen deze lasten toe met 3,52%. Uitgangspunt bij de rioolheffing is volledige kostendekkendheid. In ons voorstel stijgt het tarief daarom van € 172,62 naar € 178,69, een indexatie van 3,52%. Dit percentage ligt iets onder het gehanteerde indexatie-uitgangspunt, vanwege de grens van maximaal 100% kostendekkendheid. Woonlasten Het totaalbedrag van de woonlasten voor eigenaren (OZB + afvalstoffenheffing + rioolheffing) stijgt met 4,01% ten opzichte van 2025.
De woonlasten voor huurders (afvalstoffenheffing) stijgen met 4,09%. 2. Overige belastingvoorstellen Leges De meeste legestarieven zijn voor het jaar 2026 geïndexeerd met 4,09%. Bijzonderheden betreffen wijzigingen die niet voortkomen uit deze indexering of het toepassen van een door het Rijk vastgesteld maximumtarief. Deze worden hieronder afzonderlijk toegelicht. Voor bepaalde gemeentelijke diensten geldt een wettelijk maximumtarief. Daarnaast geldt voor de legesverordening als geheel dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten niet mogen overstijgen. Leges Burgerzaken Per 1 januari 2026 wordt een verlaagd tarief van € 16,00 geïntroduceerd voor de digitale verstrekking van BRPafschriften via OPENwoningcorporaties. Dit tarief sluit aan bij het streven naar een kostendekkende uitvoering en draagt bij aan een efficiënte dienstverlening binnen het bestaande dienstverleningsmodel. Met ingang van 1 januari 2026 wordt het tarief voor intensieve nasporing in registers gewijzigd van een uurtarief per kwartier naar een vast bedrag per aanvraag. Deze aanpassing bevordert de efficiëntie van het administratieve proces en sluit beter aan bij de gemiddelde tijdsbesteding per aanvraag. Het nieuwe tarief bedraagt € 61,00. De tarieven voor rijbewijzen zijn gebaseerd op de door het Rijk vastgestelde maximumtarieven.
Omdat deze ten tijde van het opstellen van de tarievennota 2026 nog niet bekend waren, zijn de huidige tarieven ongewijzigd opgenomen in
3
de legesverordening. Zodra het Rijk de nieuwe maximumtarieven bekendmaakt, zijn wij bevoegd om, conform artikel 9 van de legesverordening, de tarieven voor rijbewijzen hierop aan te passen. Leges Nul-emissiezone Groningen In samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en andere gemeenten zijn eenduidige landelijke regels opgesteld voor de invoering en uitvoering van nul-emissiezones. In dat kader is besloten om in 2026 de leges voor ontheffingsverzoeken niet te indexeren. Verder is bepaald dat in 2026 ontheffing wordt verleend voor dierenambulances tegen een vast tarief van € 25,00. Daarnaast worden er geen leges geheven voor aanvragen tot verlenging van een ontheffing wanneer deze verband houden met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig, of met een onvoldoende laadcapaciteit op de bedrijfslocatie als gevolg van netcongestie, totdat een verzwaarde netaansluiting is gerealiseerd. Leges Omgevingswet De legestarieven in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, betreffende dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet, zijn voor het jaar 2026 geïndexeerd. Daarnaast is in artikel 2.28 een nieuw tarief opgenomen voor de beoordeling van een aanmeldnotitie ten behoeve van een MER-beoordelingsbesluit. Deze beoordeling leidt tot een afzonderlijk besluit van het college en vergt aanzienlijk minder inzet dan een volledige MER-beoordeling.
Daarom wordt voorgesteld hiervoor een lager tarief van € 2.000,00 op te nemen, naast het bestaande tarief van € 7.600,00 voor een volledige MER. Leges Economische Zaken De legestarieven voor de vergunningstelsels binnen het domein van Economische Zaken (horeca, prostitutie en winkeltijden) zijn geïndexeerd met 4,09%. Voor horeca- en prostitutiebedrijven waren de tarieven eerder kostendekkend, maar door uitsluitend te indexeren is dat nu niet langer het geval. De leges voor een aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat waren tot nu toe gebaseerd op het wettelijk maximum jaartarief van € 22,50, terwijl de vergunning vier jaar geldig is. Het onderdeel van het tarief dat hierop gebaseerd is, wordt aangepast naar € 90,00 per vergunning (4 × € 22,50), naast het bestaande deel per kansspelautomaat. Overige wijzigingen De tarieven in artikel 1.1 (verstrekken van informatie) en artikel 1.28 (plan- of kaartinformatie) zijn geactualiseerd op basis van het Besluit maximumtarieven open overheid. Hiermee wordt aangesloten bij de landelijke normering voor het verstrekken van overheidsinformatie. De aanpassing zorgt voor transparantie en uniformiteit in de legesheffing en voorkomt dat tarieven hoger zijn dan wettelijk toegestaan. Gemeenten mogen bij achteraf ingediende aanvragen een verhoging van leges toepassen, bijvoorbeeld wanneer zonder vergunning is gebouwd of gehandeld.
Deze verhoging fungeert als prikkel tot naleving van de vergunningsplicht en moet proportioneel zijn. In artikel 1.47 (achteraf ingediende aanvraag ligplaatsvergunning of -ontheffing) en 2.29 (achteraf ingediende aanvraag omgevingsvergunning) wordt de bestaande verhoging van 100% aangepast naar een verhoging van 10%, met een maximum van € 250,00 voor ligplaatsvergunningen of -ontheffingen en € 1.000,00 voor omgevingsvergunningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan het proportionaliteitsbeginsel. De vangnetbepaling in artikel 1.2 en 3.18 van de Legesverordening geldt voor aanvragen zonder specifiek tarief, die vaak maatwerk en veel ambtelijke inzet vergen. Het huidige tarief van € 15,00 is niet kostendekkend. Een tarief van € 100,00 sluit beter aan bij de werkelijke kosten, voorkomt willekeur en zorgt voor een evenwichtige bijdrage aan gemeentelijke dienstverlening. Wegsleepverordening Vanwege gestegen contractprijzen zijn de tarieven voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten met 2,4% verhoogd. Daarnaast zijn de tarieven voor het overbrengen van motorrijtuigen die onvoldoende rijgeschikt zijn (zoals autowrakken) of waarvan de kentekenplaten ontbreken of niet goed zichtbaar zijn, verhoogd met € 25,00. De tarieven voor het in bewaring stellen van deze motorrijtuigen blijven ongewijzigd.
Begrafenisrechten Wij stellen u voor de tarieven van de begrafenisrechten te indexeren met 4,09%. Marktgelden Wij stellen u voor de tarieven van de marktgelden te indexeren met 4,09%.
4
Brug- en havengeld Wij stellen u voor de tarieven van het brug- en havengeld te indexeren met 4,09%. Precariobelasting Wij stellen u voor de tarieven van de precariobelasting te indexeren met 4,09%. Reclamebelasting Wij stellen u voor de tarieven van de reclamebelasting te indexeren met 4,09%. Uitstel tweede fase invoering Uw raad heeft in 2023 gekozen voor een gefaseerde invoering van de reclamebelasting, mede op verzoek van ondernemers. Daarmee is bewust ruimte gecreëerd voor zelfregulering: ondernemers, instellingen en organisaties krijgen de gelegenheid om zelf maatregelen te bedenken en door te voeren om het aantal en de omvang van reclame-uitingen in de openbare ruimte te beperken. Wij stellen voor om de tweede fase van de invoering – het belasten van openbare aankondigingen groter dan 1 m² – uit te stellen tot 1 januari 2027. Dit uitstel versterkt de eerder geboden ruimte voor zelfregulering en biedt ondernemers extra tijd om hun eigen aanpak verder uit te werken en in praktijk te brengen. In het kader van herinrichtingsprojecten is het gesprek over reclame-uitingen inmiddels op gang gekomen. Wij hebben ondernemers uitgenodigd om met passende oplossingen te komen. Wij hebben aangeboden hierin mee te denken en te faciliteren. In dat verband zijn wij ook in gesprek met de Groningen City Club over een pilot.
Vrijstelling voor sportverenigingen In reactie op de motie “Sportverenigingen belangrijk voor saamhorigheid en gezondheid” hebben wij uw raad bij brief van 9 juli 2025 geïnformeerd over de mogelijkheden om sportverenigingen vrijstelling te geven van de reclamebelasting. Met ingang van 1 januari 2026 worden openbare aankondigingen die aanwezig zijn op sportparken of bij sportverenigingen vrijgesteld van reclamebelasting, met uitzondering van openbare aankondigingen van commerciële aard die uitdrukkelijk zijn gericht op de openbare weg. Parkeerbelasting Op 10 juli 2024 stelde uw raad het voorstel met betrekking tot het ‘Pakket parkeermaatregelen’ vast. Een deel van de maatregelen betreft 2026. We benoemen kort de maatregelen die nu gewijzigd worden in de verordening parkeerbelastingen gemeente Groningen 2026. Haren De parkeermaatregelen voor Haren worden per 1 januari 2026 ingevoerd. Met deze maatregelen wordt de parkeerregelgeving in Haren geharmoniseerd aan de parkeerregelgeving in de stad Groningen. Voor verdere onderbouwing verwijzen we naar het raadsvoorstel van 10 juli 2024 en het bijbehorende ‘Pakket parkeermaatregelen'. Kortparkeertarieven Haren Centrum Op parkeerterreinen de Brinken, Oldehof en Voorhorst voeren we de ‘dorpscentrumzone’ in. In principe is dat hetzelfde regime als de ‘wijkcentrumzone’. Er kan dan de eerste anderhalf uur voor € 0,50 geparkeerd worden.
Nu betaalt men nog € 1,40. Na het verstrijken van de anderhalf uur bedraagt het tarief € 2,70 per uur. Parkeervergunningen Haren Centrum Bewoners en bedrijven van het parkeergebied Haren Centrum kunnen alle parkeervergunningen afnemen die ook in de stad al langer vergeven worden. Het betekent enerzijds dat men in aanmerking komt voor de bezoekersvergunning, de mantelzorgvergunning of de laadvergunning. Voorheen was dit nog niet mogelijk. Ook betekent het dat het tarief voor een eerste bewonersvergunning of bedrijvenvergunning omlaag gaat. Het tarief voor een tweede of opvolgende parkeervergunning voor bewoners en bedrijven gaat wel omhoog. Parkeervergunningen Haren Vergunninghouders In het parkeergebied Haren schil geldt dat er alleen geparkeerd mag worden met vergunningen. Dit zijn op dit moment enkel nog fysieke passen die vergunninghouders op het dashboard leggen. We gaan nu over naar digitale vergunningen. We hebben een vijfde zone gecreëerd en daaraan Haren Vergunninghouders toegevoegd. Voorhorst De parkeerplaatsen in de parkeervoorziening de Voorhorst maken onderdeel uit van het openbare straatparkeren. Net zoals elders in Haren, hebben we het voormalige beleid en tarievenstructuur van de voormalige gemeente Haren hier
5
overgenomen. Daardoor betalen bewoners en bedrijven die langparkeren een hoger tarief. Omdat nu nieuw parkeerbeleid is vastgesteld in Haren, stellen we voor om deze ongelijkheid ook aan te passen. Bedrijven en bewoners gevestigd nabij de voorziening kunnen vanaf 1 januari 2026 een vergunning afnemen waarmee ze in het parkeergebied Voorhorst kunnen parkeren tegen de reguliere vergunningstarieven. Villabuurt-Oost Op 24 september besloot uw raad over betaald parkeren in de Villabuurt. In dit voorstel wordt de verordening parkeerbelasting hierop aangepast. Kortparkeertarieven parkeerregimes Vorig jaar en dit jaar introduceerden we nieuwe parkeerregimes met een aangepast kortparkeertarief. Het betreft de wijkcentrumzones (Selwerd, Helperplein, Overwinningsplein en van Lenneplaan) en de parkeergebieden Oosterhoogebrug en Stadspark. Het kortparkeertarief is hier lager, omdat we bezoekers aan de voorzieningen van deze gebieden niet op de kosten willen drijven. Om technische redenen is op 1 oktober 2025 het enigszins bijzondere tarief van € 0,36 per uur voor de eerste drie uur in het Stadspark ingevoerd. Met ingang van 2026 is er een software update gerealiseerd, waardoor de technische redenen komen te vervallen. We kunnen daarom de verschillende kortparkeertarieven weer op elkaar afstemmen.
Het overzicht wordt dan als volgt: Overzicht tarieven speciale zones Wijkcentra/dorpscentra Oosterhoogebrug Stadspark
Tarief vanaf 1 januari €0,50 per anderhalf uur €0,50 per anderhalf uur €0,50 per anderhalf uur (voor de eerste 3 uur)
Kortparkeertarieven straat Normaliter indexeren we elke twee jaar de kortparkeertarieven op straat. Op 1 januari 2025 voerde uw raad echter een groot pakket aan parkeermaatregelen door in meerdere parkeergebieden. Daarom stellen we voor om dit alleen in het parkeergebied Binnenstad (Diepenring) het kortparkeertarief te verhogen naar € 5,00 per uur. De afgelopen twee jaar is het tarief hier, in tegenstelling tot andere gebieden, ongewijzigd gebleven. Dagtarief Martiniplaza Rondom Martiniplaza is het mogelijk om op straat te parkeren. Daar geldt op dit moment een dagtarief van € 13,00. Dit is aanzienlijk goedkoper dan het dagtarief van de parkeergarage Martiniplaza. Daar geldt namelijk het dagtarief van € 17,00. Om te stimuleren dat men kiest voor parkeren in de voorziening in plaats van op straat, stellen we voor om het dagtarief op straat te verhogen naar € 18,00. Bezoekersvergunning We informeerden uw raad recent over de voortgang van het pakket parkeermaatregelen. Onderdeel van deze parkeermaatregelen is de bezoekersvergunning. Overeenkomstig met de argumenten gesteld in de brief en het technische rapport stellen we nu voor om de tarieven van de bezoekersvergunning te verlagen. Het vergunningstarief verlagen we van € 37,50 naar € 25,00. Het bijkooptarief verlagen we van € 0,50 naar € 0,40. Het startsaldo willen we gelijk houden aan 150 uur.
Passen we dit startsaldo aan, dan dienen vergunninghouders (vanwege technische redenen) per 1 januari 2026 opnieuw een vergunning aan te vragen. Daardoor zouden inloggegevens en opgeslagen kentekens verloren raken. We stellen daarom voor om een extra verlaging door te voeren in de tarieven. Deze verlaging heeft in feite hetzelfde (financiële) effect als het verhogen van het startsaldo. Maatschappelijke parkeervergunning Het parkeren met een maatschappelijk belang willen we zo goed mogelijk faciliteren via parkeervergunningen. In de evaluatie met de maatschappelijke parkeervergunning kwam naar voren dat het tarief door organisaties nog best hoog bevonden wordt. Daarom wordt voorgesteld de vergunningstarieven voor de maatschappelijke parkeervergunning te halveren.
6
Naheffingsaanslag parkeerbelasting De kosten van een naheffingsaanslag parkeerbelasting stijgen van € 78,80 naar € 82,00. Dit is het wettelijk maximum in 2026. Kwijtschelding In reactie op de motie ‘Meer vrijstellingen voor een solidair Groningen’ hebben wij uw raad bij brief van 2 juli 2025 geïnformeerd over de mogelijkheden tot verruiming van het kwijtscheldingsbeleid binnen de geldende wettelijke kaders. Op basis daarvan wordt voorgesteld om in de kwijtscheldingsverordening 2026 volledige kwijtschelding mogelijk te maken voor de rioolheffing, de onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor woningen en de roerende-zaakbelastingen (RZB) voor woonruimten. Hiermee wordt binnen de bestaande wettelijke kaders de toegang tot kwijtschelding verbreed voor inwoners die daarvoor in aanmerking komen. Maatschappelijk draagvlak en participatie
N.v.t. Financiële consequenties
De financiële effecten van de tariefvoorstellen zijn verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Overige consequenties
N.v.t. Vervolg
De besluiten van uw raad worden bekend gemaakt via lokaleregelgeving.overheid.nl en treden op 1 januari 2026 in werking. Lange Termijn Agenda
November 2025
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,
burgemeester, Roelien Kamminga
secretaris, Sander Gerritsen
Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.
7