CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Belastingtarieven 2024.pdf

gemeenteraad 8 november 2023, gemeente GroningenBij agendapunt: c: Belastingtarieven 2024 (raadsvoorstel 28-9-23)2.899 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

EMBARGO tot donderdag 28 september, 10.00 uur Onderwerp

Belastingtarieven 2024

Steller/telnr.

Arjan Hageman / 70 92

Registratienummer Classificatie

Bijlagen 13

298608-2023 Openbaar

Portefeuillehouder

Wijnja

Langetermijn agenda (LTA) Raad

LTA ja: LTA nee:

Geheim

Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)

Maand november

Niet op LTA

Jaar 2023

Voorgesteld raadsbesluit

De raad besluit: I. de OZB-tarieven voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen vast te stellen op respectievelijk 0,1577%, 0,5503% en 0,4403% van de WOZ-waarde; II. vanaf 2024 in het Meerjarenbeeld de te realiseren OZB-opbrengst op te hogen met de te verwachten opbrengst van de OZB voor grote gemeentelijke projecten; III. de Verordening compensatie onroerende-zaakbelastingen in te trekken; IV. de tarieven van de afvalstoffenheffing voor éénpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens en drie- of meerpersoonshuishoudens vast te stellen op respectievelijk € 262,92, € 307,68 en € 373,44; V. tot 1 januari 2026 het maximumniveau van de voorziening afvalstoffenheffing van 4% van de omzet afvalstoffenheffing los te laten; VI. het tarief van de rioolheffing te verhogen van € 155,24 naar € 167,10; VII. de tarieven voor parkeervergunningen en voor het parkeren bij parkeerapparatuur te indexeren met 8,4% en de boete voor het rood staan bij parkeerapparatuur te verhogen van € 72,90 naar € 76,70; VIII. de legesverordening in overeenstemming te brengen met de Omgevingswet en de leges voor technische en ruimtelijke bouwactiviteiten met 17,07% te verhogen; IX. de derde en laatste tranche van het volledig kostendekkend maken van de horecaleges door te voeren;

Samenvatting

Dit raadsvoorstel bevat de voorstellen voor de belastingtarieven 2024. Het totaal van de woonlasten voor eigenaren (OZB + afvalstoffenheffing + rioolheffing) wordt geïndexeerd met 4,83%. De woonlasten voor huurders (afvalstoffenheffing) dalen met 0,29%. De Legesverordening is aangepast aan de nieuwe Omgevingswet. Het voorgestelde legestarief voor technische en ruimtelijke bouwactiviteiten samen stijgt t.o.v. het huidige tarief van de bouwleges met 17,07%. In 2021 is besloten om de leges voor de drank- en horecavergunning en de terrasvergunning in drie jaarlijkse stappen te verhogen tot volledige kostendekking. In 2024 wordt de laatste van de drie verhogingen doorgevoerd. De tarieven van de parkeerbelasting, begrafenisrechten, brug- en havengeld, marktgeld en de wegsleepregeling zijn geïndexeerd met 8,4%. Tenslotte stelt het college voor de kwijtscheldingsregeling te wijzigen. Het college wil de automatische kwijtschelding van de afvalstoffenheffing voor mensen met een individuele inkomenstoeslag beëindigen maar wil mensen die recht op kwijtschelding direct bij de eerste aanvraag al volledige kwijtschelding verlenen.

B&W-besluit d.d.: 26 september 2023

Vervolg voorgesteld raadsbesluit

X.

alle overige legestarieven, de begrafenisrechten, het brug- en havengeld, de marktgelden en de wegsleepregeling te indexeren met 8,4%; XI. de kwijtscheldingsregeling te wijzigen door de automatische kwijtschelding van de afvalstoffenheffing voor mensen met een individuele inkomenstoeslag te beëindigen maar iedereen die recht heeft op kwijtschelding direct in het eerste jaar al volledige kwijtschelding te verlenen; XII. de in ontwerp overgelegde belastingverordeningen met de daarin opgenomen tarieven voor het jaar 2024 vast te stellen en in werking te laten treden met ingang van 1 januari 2024; XIII. dit besluit bekend te maken via lokaleregelgeving.overheid.nl. Aanleiding en doel

Doel van dit voorstel is te komen tot vaststelling van de belastingtarieven voor 2024. Kader

Gemeentewet Argumenten en afwegingen

Indexering De belastingtarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de verwachte loon- en prijsstijgingen. In de begroting 2023 was voor de stijging van de tarieven van de OZB rekening gehouden met de hogere loon- en prijsontwikkeling ten opzichte van het voorjaar. Voor de overige tarieven was bij de begroting 2023 nog geen rekening gehouden met deze hogere loon- en prijsontwikkeling. Vandaar dat voor 2024 sprake is van twee percentages, t.w. 7,02% voor de OZB en 8,4% voor de overige tarieven. Hieronder treft u onze belastingvoorstellen voor 2024 aan. Het eerste deel ziet op de woonlasten (OZB, afvalstoffen- en rioolheffing). Het tweede deel bevat de overige belastingvoorstellen. 1.

Woonlasten

1.1. OZB Tariefindexering Naast de indexering van 7,02% stellen wij een aanvullende tariefverhoging van 0,33% voor. Vijf jaar na de oprichting van het Noordelijk Belastingkantoor is er een herberekening gemaakt van de uitvoeringskosten van onze belastingen. Een hogere toerekening van uitvoeringskosten aan de OZB leidt tot een nadeel van 377 duizend vanaf 2024. Ons uitgangspunt is dat de uitvoeringskosten gedekt moeten worden daar waar ze gemaakt worden. Met een verhoging van de OZB met 0,33% kunnen de hogere uitvoeringskosten van de OZB gedekt worden. Omdat minder uitvoeringskosten worden toegerekend aan afvalstoffen- en rioolheffing ontstaat er op dit punt geen effect op de woonlasten. Evenals vorig jaar zien we in de augustusraming van het CPB dat de prijzen forser zijn gestegen dan eerder in het voorjaar was geraamd (+ 1,26%). De augustusraming van het CPB verwerken we standaard niet in onze tarieven maar vorig jaar hebben wij voorgesteld om voor de OZB-tarieven eenmalig een uitzondering te maken. U heeft daarmee ingestemd. Ons voorstel is het effect dat voortvloeit uit de augustusraming dit keer niet mee te nemen in de OZB-tarieven voor 2024. In het audit committee willen we graag met u van gedachten wisselen over het al dan niet aanpassen van de systematiek.

Gemeentelijke projecten De komende jaren staan enkele grote gemeentelijke projecten op stapel zoals een nieuw muziekcentrum ter vervanging van De Oosterpoort, nieuwbouw voor kunstencentrum Vrijdag en renovatie van sportcentrum Kardinge. In de huidige systematiek voor de berekening van de OZB-opbrengst lekt de opbrengst van de grote gemeentelijke projecten weg via het OZB-tarief. Het OZB-tarief wordt namelijk gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling. Neemt de totale WOZ-waarde toe dan wordt het OZB-tarief verhoudingsgewijs evenveel verlaagd en omgekeerd. Blijven we deze lijn volgen dan leidt de OZB-aanslag voor gemeentelijke projecten niet tot een hogere OZB-opbrengst maar tot een forse tariefverlaging voor alle niet-woningen1. Hierdoor ontstaat per saldo een nadelig effect voor de gemeente. 1

De grote gemeentelijke projecten leiden al tot een OZB-opbrengst op het moment dat de bouw begint. De jaarlijkse opbrengst neemt toe naarmate de bouw vordert.

2

Dit willen we voorkomen door vanaf 2024 in het Meerjarenbeeld de te realiseren OZB-opbrengst op te hogen met de te verwachten opbrengst van de OZB voor grote gemeentelijke projecten. De toename van de totale WOZ-waarde leidt dan niet tot een lager OZB-tarief voor de categorie niet-woningen. OZB-tarieven 2024 Wij stellen voor 2024 de volgende OZB-tarieven voor: eigenarenbelasting woningen 0,1577% van de WOZ-waarde eigenarenbelasting niet-woningen 0,5503% van de WOZ-waarde gebruikersbelasting niet-woningen 0,4403% van de WOZ-waarde In de OZB-tarieven voor niet-woningen is een opslag van 6% begrepen voor het Fonds Ondernemend Groningen (Het Fonds). Voor de roerende-zaakbelasting gelden dezelfde tarieven als voor de OZB. Intrekking Verordening compensatie onroerende-zaakbelastingen Bedrijven in de oude gemeenten Haren en Ten Boer kregen na de herindeling te maken met een aanzienlijk hogere OZB. Uw raad heeft voor deze bedrijven een compensatieregeling vastgesteld waardoor zij in vijf jaarlijks gelijke stappen konden toegroeien naar het hogere OZB-niveau. Dit jaar was het laatste jaar van de compensatieregeling. De Verordening compensatie onroerende-zaakbelastingen kan daarom met ingang van 2024 worden ingetrokken. 1.2.

Afvalstoffenheffing Per saldo stijgen de lasten van huisvuilinzameling en -verwerking in 2024 als gevolg van: - hogere salarissen en overige kosten (+ 4,94%); - lagere uitvoeringskosten bij het Noordelijk Belastingkantoor (- 0,85%); - lagere vuilverwerkingskosten (- 2,27%). Voor de berekening van de tarieven voor 2024 zijn we uitgegaan van de hiervoor weergegeven kostenontwikkeling en een onttrekking aan de voorziening afvalstoffenheffing van 950 duizend euro. De tarieven van de afvalstoffenheffing dalen in ons voorstel met 0,29% en komen uit op: 1 persoonshuishouden € 262,92 (in 2023: € 263,64) 2 persoonshuishouden € 307,68 (in 2023: € 308,52) 3 of meerpersoonshuishouden € 373,44 (in 2023: € 374,52) Voorziening afvalstoffenheffing We verwachten in 2023 een positief resultaat van 2,5 miljoen euro. De verwachte stand op 1 januari 2024 van de voorziening afvalstoffenheffing komt daarmee op 4,2 miljoen euro. We onttrekken in 2024 950 duizend euro aan de voorziening, 200 duizend euro voor dekking van de kosten van het initiatiefvoorstel afvalpreventie en 750 duizend euro om de afvalstoffenheffing te verlagen. Na onttrekking zal de verwachte stand op 1 januari 2024 van de voorziening afvalstoffenheffing 3,3 miljoen euro zijn. Uw raad heeft op 9 september 2020 besloten dat de voorziening afvalstoffenheffing maximaal 4% van de omzet afvalstoffenheffing mag zijn.

Dat betekent voor 2024 een maximum hoogte van 1,6 miljoen euro. We zijn bezig met de realisatie van een circulariteits HUB, het 3e afvalbrengstation. De prognose op dit moment is dat de bouw leidt tot een kostenverhoging van de afvalstoffenheffing van circa 16 euro per huishouden. Om de stijging van het tarief afvalstoffenheffing door de realisatie van de circulariteits HUB af te vlakken willen we in de periode 20252026 geld onttrekken aan de voorziening afvalstoffenheffing. Om dit mogelijk te maken en daarnaast voldoende middelen in de voorziening afvalstoffenheffing over te houden voor tegenvallers stellen wij voor om tot het jaar na realisatie van de circulariteits HUB de maximum hoogte van de voorziening afvalstoffenheffing los te laten. Afvalbrengstations In 2023 is het tarief voor het aanbieden van verbouwingsafval/bouw- en sloopafval bij de afvalbrengstations voor inwoners gelijk gesteld aan het tarief voor bedrijfsafval. Voor veel inwoners bleek dit een zware belasting. Door een nieuwe en gunstige aanbesteding van deze stromen kan het tarief aangepast worden. Gekozen is voor een vast bedrag per voertuig (personenauto, personenauto met enkelassige aanhanger of een personenauto met dubbelassige aanhanger). Daarnaast is in de verordening een omschrijving van ‘(breng)beurt’ opgenomen.

Uitgangspunt is dat een enkelassige aanhanger maximaal 3 m3 grof huishoudelijk afval of grof tuinafval kan vervoeren. Elk huishouden heeft vier gratis brengbeurten wat gelijk staat aan 12 m3 die gratis gebracht kan worden. Circa 65% van de huishoudens maakt gebruik van de milieustraat en de meerderheid van deze huishoudens komt 1 of 2 keer.

3

1.3. Rioolheffing De reële stijging van de kosten van beheer en onderhoud van het rioolstelsel in 2024 is 7,64%. Per saldo stijgen de lasten van beheer en onderhoud van het rioolstelsel in 2024 als gevolg van: - lagere uitvoeringskosten bij het Noordelijk Belastingkantoor (- 0,43%); - hogere elektriciteitskosten (+ 1,96%); - hogere afschrijvingslasten (+ 1,47%); - hogere salarissen en overige kosten (+ 4,64%). Uitgangspunt bij de rioolheffing is volledige kostendekking. Wij stellen u daarom voor de stijging van de kosten van beheer en onderhoud van het rioolstelsel door te berekenen in het tarief. Het tarief stijgt in ons voorstel van € 155,24 naar € 167,10. 1.4. Woonlasten Het totaal van de woonlasten voor eigenaren (OZB + afvalstoffenheffing + rioolheffing) wordt geïndexeerd met 4,83%. De woonlasten voor huurders dalen met 0,29%. 2.

Overige belastingvoorstellen

2.1. Parkeerbelasting De tarieven voor parkeervergunningen en voor het parkeren bij parkeerapparatuur zijn geïndexeerd met 8,4%. Het wettelijke maximum voor de boete die gemeenten in rekening mogen brengen voor het rood staan bij parkeerapparatuur wordt met ingang van 1 januari 2024 verhoogd van € 72,90 naar € 76,70. Wij volgen deze verhoging. In de tarieventabel bij de Verordening parkeerbelastingen is een onderbouwing van de kosten van de parkeercontroles opgenomen. 2.2. Precariobelasting In ons coalitieakkoord hebben we aangegeven dat we toe willen naar een meer progressieve precariobelasting. Ons voorstel om de precariobelasting anders in te richten leggen we samen met ons voorstel tot invoering van de reclamebelasting aan u voor. De vormgeving van de reclamebelasting stemmen we af met een afvaardiging van de ondernemersverenigingen. We verwachten onze voorstellen over de reclame- en precariobelasting voor de begrotingsraad aan u voor te kunnen leggen. 2.3. Logiesbelasting In de Verordening logiesbelasting hebben we twee redactionele wijzigingen aangebracht. In de begripsbepalingen is ter verduidelijking een definitie van ‘jongerenhotel’ opgenomen en de vrijstelling voor zorginstellingen is in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wet Toelating Zorginstellingen. De tarieven worden iedere drie jaar aangepast aan de nominale loon- en prijsontwikkelingen.

De eerstvolgende tariefaanpassing moet 1 januari 2026 ingaan. 2.4. Leges Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen op 1 januari 2024 heeft gevolgen voor de legesheffing: In onze huidige Legesverordening heffen we leges voor het voeren van vooroverleg. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt voor meer complexe vergunningaanvragen de omgevingstafel geïntroduceerd. We hebben de legesheffing hierop toegespitst door onderscheid te maken tussen vooroverleg waarbij gebruik gemaakt wordt van de omgevingstafel en vergunningaanvragen waarbij dat niet het geval is zoals vergunningaanvragen voor een aan- of uitbouw, schuurtjes en dakkapellen. De Omgevingswet maakt een knip tussen de ruimtelijke en technische bouwactiviteit. Dit maakt dat er ook een knip komt in de leges. Waar de bouwleges nu nog bestaan uit één deel, wordt dit onder de Omgevingswet verdeeld in leges voor de technische bouwactiviteit en de ruimtelijke bouwactiviteit (zie paragraaf 2.3 van de bij dit voorstel gevoegde Legesverordening 2024). Voor eenvoudige bouwwerken zoals grondgebonden eengezinswoningen en bedrijfspanden van maximaal twee bouwlagen vervalt de technische bouwvergunning. Dit wordt een melding. Voor deze melding mogen geen leges geheven worden. Een inhoudelijke toets vindt dan plaats door de kwaliteitsborger.

Onder het huidige wettelijke regime is het niet toegestaan voor milieuvergunningen leges te heffen. Onder de Omgevingswet is die mogelijkheid er wel. Wij hebben de keuze gemaakt om voor milieubelastende activiteiten leges te gaan heffen (zie paragraaf 2.5 van de bij dit voorstel gevoegde Legesverordening 2024).

4

-

De aanvragen voor milieuvergunningen worden inhoudelijk beoordeeld door de Omgevingsdienst Groningen (ODG). De ODG heeft de tarieven bepaald en gedeeld met de deelnemende gemeenten. In onze huidige Legesverordening geldt voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op monumenten het reguliere legestarief voor bouwactiviteiten. In de Legesverordening hebben we hiervoor een apart tarief opgenomen.

Het voorgestelde legestarief voor de technische en ruimtelijke bouwactiviteit samen is 17,07% hoger dan het huidige tarief van de bouwleges. Deze verhoging bestaat uit de indexatie van 8,4% en een aanvullende verhoging om de verwachte vermindering in opbrengst in verband met de invoering van de Wkb te compenseren en om een extra opbrengst te genereren om tot 100% kostendekking van de hoofdstukken 1 en 2 van de Legesverordening te komen (amendement ‘Kostendekkendheid leges van 11 november 2020). Leges drank- en horecavergunning en leges terrasvergunning Twee jaar geleden heeft u besloten de legestarieven voor de drank- en horecavergunning en de terrasvergunning in drie jaarlijkse stappen te verhogen tot volledige kostendekking. Per 2024 voeren we de laatste tranche van de verhoging door. Overige leges Alle overige legestarieven hebben we met 8,4% geïndexeerd. 2.5. Begrafenisrechten Wij stellen u voor de tarieven van de begrafenisrechten te indexeren met 8,4%. 2.6. Brug- en havengeld Wij stellen u voor de tarieven van het brug- en havengeld te indexeren met 8,4%. 2.7. Marktgelden Wij stellen u voor de tarieven van de marktgelden te indexeren met 8,4%. 2.8. Wegsleepregeling Wij stellen u voor de tarieven van de wegsleepregeling te indexeren met 8,4%. 2.9.

Kwijtschelding In 2006 heeft uw raad besloten om aan mensen met een individuele inkomenstoeslag (IIT) automatisch volledige kwijtschelding van de afvalstoffenheffing te verlenen. Dit houdt in dat mensen met een IIT kwijtschelding krijgen zonder dat aan de wettelijke kwijtscheldingsnormen getoetst wordt of zij daar wel recht op hebben. Het feit dat iemand een IIT ontvangt, is voldoende om kwijtschelding te krijgen. Uit een toetsing die dit voorjaar is uitgevoerd door het Inlichtingenbureau kwam naar voren dat 23% van de mensen met een IIT geen recht op kwijtschelding bleek te hebben. Hun inkomen of banksaldo lag boven de wettelijke kwijtscheldingsnorm. Wij hebben de kwijtschelding voor deze mensen dit jaar nog wel gecontinueerd maar wij stellen u voor om met het oog op de rechtmatigheid van het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid met ingang van 2024 te stoppen met deze automatische kwijtschelding. Er valt dan structureel ca. 450 duizend euro aan kwijtscheldingsmiddelen vrij. Dit bedrag zou ingezet kunnen worden voor een verlaging van de afvalstoffenheffing (- 1,15%) of voor een ruimere kwijtscheldingsregeling door niet na twee jaar maar al na één jaar gedeeltelijke kwijtschelding over te gaan tot volledige kwijtschelding. In dat geval is er ook nog ruimte voor een lichte verlaging van de afvalstoffenheffing (- 0,7%).

Maar onze voorkeur gaat uit naar een nog verdergaande verruiming van de kwijtscheldingsregeling. Kwijtschelding is cruciaal voor mensen die moeite hebben om rond te komen. Deze groep mensen wordt steeds groter. Het is dan belangrijk dat de lasten eerlijk verdeeld worden en een ruimhartig kwijtschelding draagt daaraan bij. Wij stellen u daarom voor om mensen die recht op kwijtschelding hebben niet na twee of na één jaar gedeeltelijke kwijtschelding maar al direct in het eerste jaar volledige kwijtschelding van de afvalstoffenheffing te verlenen. We kennen dan geen gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing meer. De extra kwijtschelding die we dan verlenen kan volledig gedekt worden uit de vrijval van 450 duizend euro. Het tarief voor de afvalstoffenheffing hoeft hiervoor niet verhoogd te worden. De eenmalige uitzondering die voortvloeit uit het amendement ‘Bestaanszekerheid bieden aan lagere inkomens door lagere lasten’ dat vorig jaar door u is aangenomen, krijgt in ons voorstel een structureel karakter. Maatschappelijk draagvlak en participatie

-

5

Financiële consequenties

De financiële effecten van de tariefvoorstellen zijn verwerkt in de begroting 2024. Overige consequenties

Vervolg

De besluiten van de raad worden bekend gemaakt via lokaleregelgeving.overheid.nl en treden op 1 januari 2024 in werking. Lange Termijn Agenda

November 2023

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,

burgemeester, Koen Schuiling

secretaris, Christien Bronda

Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4691/documents/77230