Belastingtarieven 2023.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
EMBARGO tot vrijdag 30 september, 13.00 uur Onderwerp
Belastingtarieven 2023
Steller/telnr.
A. Hageman / 70 92
Registratienummer Classificatie
Bijlagen 10
492398-2022 Openbaar
Portefeuillehouder
Wijnja
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand 11 Jaar 2022 Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
de raad besluit: I. de OZB-tarieven voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen vast te stellen op respectievelijk 0,1471%, 0,5635% en 0,4511% van de WOZ-waarde; II. de tarieven van de afvalstoffenheffing voor éénpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens en drie- of meerpersoonshuishoudens vast te stellen op respectievelijk € 263,64, € 308,52 en € 374,52; III. met ingang van 2023 de werkelijk te betalen btw over de investeringen in het rioolstelsel op basis van een vierjaarsgemiddelde toe te rekenen aan de rioolheffing; IV. het tarief van de rioolheffing met 9,96% te verhogen van € 141,18 naar € 155,24; V. de tarieven van de parkeervergunningen te verhogen met de indexatie van 3,86% en de boete voor het rood staan bij parkeerapparatuur te verhogen van € 66,50 naar € 72,90; VI. de tweede van de drie verhogingen van de horecaleges door te voeren en het legestarief van de drank- en horecavergunning te verhogen van € 548,00 naar € 711,40 en het legestarief van de terrasvergunning te verhogen van € 542,00 naar € 585,40; VII. voor de vergunning opkoopbescherming een nieuw legestarief van € 379,92 vast te stellen;
Samenvatting
Dit raadsvoorstel bevat de voorstellen voor de belastingtarieven 2023. Zoals gebruikelijk hebben we de OZB-tarieven ook voor 2023 aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen. Bovendien verhogen we voor 2023 de OZB nog één keer met 1% (raadsbesluit uit 2020). Voor de afvalstoffen- en rioolheffing stelt het college een tariefverhoging voor met als doel deze tarieven ook in 2023 volledig kostendekkend te laten zijn. Het totaalbedrag van de woonlasten (OZB + afvalstoffenheffing + rioolheffing) stijgt in de collegevoorstellen met 5,78%. Op de tarieven van de precariobelasting, begrafenisrechten, brug- en havengeld, marktgeld en parkeervergunningen is een indexering van 3,86% toegepast. Vorig jaar zijn voorstellen gedaan om de kostendekkendheid van de horecaleges en de leges terrasvergunning in drie jaarlijkse stappen op te trekken naar het niveau van volledige kostendekking. In 2023 wordt de tweede van de drie verhogingen doorgevoerd. Tenslotte wordt voorgesteld de kwijtscheldingsregeling te verruimen door huishoudens eerder in aanmerking te laten komen voor volledige kwijtschelding van de afvalstoffenheffing.
B&W-besluit d.d.: 27-9-2022
Vervolg voorgesteld raadsbesluit
VIII. op alle overige legestarieven en op de begrafenisrechten, het brug- en havengeld, de marktgelden en de precariobelasting de indexatie van 3,86% toe te passen; IX. met ingang van 2023 bij nieuw uit te geven graven niet langer de mogelijkheid te bieden tot afkoop van de kosten van het grafonderhoud; X. de kwijtscheldingsregeling te verruimen door de periode van gedeeltelijke kwijtschelding te verkorten van drie naar twee jaar; XI. de in ontwerp overgelegde belastingverordeningen met de daarin opgenomen tarieven voor het jaar 2023 vast te stellen en in werking te laten treden met ingang van 1 januari 2023; XII. dit besluit bekend te maken via lokaleregelgeving.overheid.nl. Aanleiding en doel
Doel van dit voorstel is te komen tot vaststelling van de belastingtarieven voor 2023. Kader
Gemeentewet Argumenten en afwegingen
Hieronder treft u onze belastingvoorstellen voor 2023 aan. Het eerste deel ziet op de woonlasten (OZB, afvalstoffen- en rioolheffing). Het tweede deel bevat de overige belastingvoorstellen. 1.
Woonlasten
1.1. OZB De opbrengst van de OZB stijgt in 2023 van 97,94 miljoen euro naar 105,59 miljoen euro (toename 7,65 miljoen euro). Deze toename is het gevolg van een tariefverhoging (5,9 miljoen euro) en een toename van het bouwvolume (1,75 miljoen euro). Tariefverhoging Het percentage van de tariefstijging baseren we op de ramingen van het CPB van maart. De tarieven worden aangepast met de loon- en prijsontwikkelingen gecorrigeerd met de nacalculaties over de twee voorgaande jaren. Het stijgingspercentage 2023 is zonder nacalculatie 3,40%. Dit percentage gecorrigeerd met de nacalculaties over 2021 en 2022 komt uit op 3,86%. Door het CPB is in augustus een raming gepubliceerd (voor 2021 t/m 2023) met een geactualiseerde loon- en prijsontwikkeling. Daarin zien we dat de prijzen aanmerkelijk forser stijgen dan eerder was geraamd in het voorjaar. Deze augustusraming van het CPB verwerken we standaard niet in de tarieven omdat een algehele doorrekening van de nieuwe cijfers gezien het moment in het begrotingsproces niet meer mogelijk is. Deze mutaties worden wel in het volgende begrotingsjaar als nacalculatie meegenomen. Voor de OZB maken we voor 2023 eenmalig een uitzondering omdat de OZB een algemeen dekkingsmiddel van onze begroting is. De tariefverhoging OZB komt door de sterke prijsontwikkeling voor 2023 dan uit op 5,24%.
Door uit te gaan van dit percentage en voor het restant alvast rekening te houden met een hoger accres in het gemeentefonds (septembercirculaire 2022) kunnen de hogere lasten neutraal worden opgenomen in het financieel meerjarenbeeld. Samen met de stijging van 1% voor de jaren 2021 - 2023 waartoe u bij de begroting 2020 heeft besloten, is de tariefstijging van de OZB 6,24%. Toename bouwvolume We verwachten dat de woningvoorraad de komende jaren sterker toeneemt dan tot nu toe werd aangenomen. In verband hiermee hebben we in het meerjarenbeeld de opbrengststijging door volumegroei opgehoogd naar 900 duizend euro (+ 300 duizend euro). Daarnaast realiseren we in 2023 een extra OZB-opbrengst van 850 duizend euro omdat het Forum in 2023 voor het eerst in de OZB betrokken wordt. In 2013 heeft het toenmalige college besloten om gedurende de grondexploitatie geen OZB te heffen. De grondexploitatie eindigt binnenkort. Wij stellen voor 2023 de volgende OZB-tarieven voor: eigenarenbelasting woningen 0,1471% van de WOZ-waarde eigenarenbelasting niet-woningen 0,5635% van de WOZ-waarde gebruikersbelasting niet-woningen 0,4511% van de WOZ-waarde In de OZB-tarieven voor niet-woningen is een opslag van 6% begrepen voor het Fonds Ondernemend Groningen (Het Fonds).
Voor onze reactie op de motie 'Uitwerken OZB voor eigenaren niet-woningen’ die u op 13 juli jl. bij de bespreking van de Voorjaarsbrief 2022 heeft aangenomen, verwijzen we u naar de brief die we u gelijktijdig met dit voorstel hebben gestuurd. 1.2. Afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing geldt een vast tarief naar huishoudengrootte (1 persoon, 2 personen en 3 of meer personen). In 2023 stijgen de aan de afvalstoffenheffing toe te rekenen lasten als gevolg van de volgende factoren: een verwachte toename van het aantal kwijtscheldingen als gevolg van de door ons in onderdeel 2.7 van dit voorstel voorgestelde verruiming van de kwijtscheldingsregeling (0,35 miljoen euro); een bijstelling van het aantal verwachte kwijtscheldingen op basis van de ervaringscijfers over het jaar 2021 (0,35 miljoen euro); hogere kapitaallasten, met name door meer investeringen gerelateerd aan de afvalinzameling zoals afvalcontainers en afvalinzamelvoertuigen (0,5 miljoen euro); stijging lasten materieel, onder meer energielasten, huur materieel en externe deskundigheid (0,5 miljoen euro). Hiertegenover staat een daling van de vuilverwerkingskosten (incl. verbrandingsbelasting) met per saldo 0,1 miljoen euro. Enerzijds dalen deze lasten door een tariefverlaging van vuilverwerker Omrin (0,5 miljoen euro).
Anderzijds leidt de stijging van de tonnages tot een stijging van de vuilverwerkingskosten met 0,4 miljoen euro. Tot slot leiden tot overige kleinere effecten tot lagere lasten van 0,1 miljoen euro Voor een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing moeten de tarieven als volgt vastgesteld worden: 1 persoonshuishouden € 263,64 (in 2022: € 254,88) 2 persoonshuishouden € 308,52 (in 2022: € 298,20) 3 of meerpersoonshuishouden € 374,52 (in 2022: € 362,04) 1.3. Rioolheffing De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een rioolheffing verhaald. De opbrengst van de rioolheffing heeft als uitgangspunt 100% kostendekkendheid. De belangrijkste functie is dus het genereren van inkomsten om de voorzieningen mogelijk te maken en in stand te houden. De rioolheffing wordt aan de eigenaar opgelegd. Stelselwijziging toerekenen btw op investeringen aan tarief riolering Als we voor de rioleringszorg diensten of goederen inkopen, betalen wij daarover btw. Deze btw mogen gemeenten als kosten1 in de rioolheffing opnemen (art. 228a van de Gemeentewet). Het opnemen als kosten in de rioolheffing mag omdat destijds bij invoering van het btw-compensatiefonds in 2003 de gemeenten zijn gekort in de algemene uitkering uit het Gemeentefonds met een btw-component. De in de rioolheffing in rekening gebrachte btw vloeit daarom in principe terug naar de algemene middelen.
Elk jaar vanaf 2003, het jaar van invoering van het btw-compensatiefonds, rekenden we de btw toe aan de rioolheffing op basis van de kapitaallastenmethode. Dat wil zeggen dat we kapitaallasten van de btw (op basis van 55 jaar annuïtair afschrijven) van de voor dat jaar geraamde investeringen toerekenen aan de rioolheffing. Door deze methode stijgt het tarief jaarlijks een beetje en financiert de gemeente de btw-kosten jarenlang voor. De commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en Rioned, de koepelorganisatie voor waterbeheer, hebben aangegeven dat het ook mogelijk is om jaarlijks in de rioolheffing de btw die daadwerkelijk wordt betaald over de jaarlijkse uitgaven en investeringen (de te betalen btw over de investeringen methodiek), toe te rekenen. Deze methode is eenvoudiger, voorkomt gemeentelijke voorfinanciering, zorgt dat het tarief vanaf 2024 jaarlijks minder stijgt en draagt er zo aan bij dat de rioolheffing ook op langere termijn betaalbaar blijft. Wij stellen daarom voor in het vervolg deze methode van btw-doorberekening te hanteren. Deze stelselwijziging leidt eenmalig tot een structurele kostenverhoging. Om te zorgen voor een redelijk stabiel tarief nemen we voor de investeringen in de op deze manier berekende rioolheffing de gemiddelde btw op van de geraamde investeringen van de komende 4 jaar.
In de bijlage worden de kapitaallasten- en de te betalen btw over de investeringen methode uitgebreider toegelicht. Aan de lastenkant is er ten opzichte van 2022 sprake van een stijging van 2 miljoen euro. De lasten stijgen met 500 duizend euro door hogere rente- en afschrijvingslasten als gevolg van nieuwe investeringen in het riool, 300 duizend euro door hogere salariskosten en 400 duizend euro door stijging van de overige kosten. Daarnaast stijgt het toe te rekenen btw-bedrag ad 810 duizend euro (stelselwijziging). Om de stijging van de lasten op te vangen stellen wij u voor het tarief van de rioolheffing in 2023 te verhogen van € 141,18 naar € 155,24 (+9,96%). 1
Extracomptabel, buiten de boekhouding om.
1.4. Woonlasten Hieronder zijn de woonlasten in 2022 en 2023 weergegeven: Woonlasten OZB (gemiddeld) Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale woonlasten
2022 561,50 141,18 362,04 1.064,72
2023 596,54 155,24 374,52 1.126,30
2. Overige belastingvoorstellen Onze tarieven worden jaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen. Voor 2023 rekenen we met een tariefstijging van 3,86%. Dit percentage zal in 2024 en 2025 in de nacalculatie betrokken worden. 2.1. Parkeerbelasting De tarieven voor de parkeervergunningen zijn geïndexeerd met 3,86%. Het wettelijke maximum voor de boete die gemeenten in rekening mogen brengen voor het rood staan bij parkeerapparatuur wordt met ingang van 1 januari 2023 verhoogd van € 66,50 naar € 72,90. Wij volgen de verhoging van het wettelijk maximum. In de tarieventabel bij de Verordening parkeerbelastingen is een onderbouwing van de kosten van de parkeercontroles opgenomen. 2.2. Leges Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft ingrijpende gevolgen voor gemeentelijke legesverordeningen. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, moeten gemeenten hun legesverordening daaraan aangepast hebben. De geplande datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2023 maar op het moment dat wij dit tarievenvoorstel vaststelden, was nog niet zeker of de Omgevingswet inderdaad op die datum in werking zou treden. Een definitief besluit over de inwerkingtreding wordt waarschijnlijk in november genomen. Vanwege de onzekerheid over de inwerkingtreding van de Omgevingswet leggen wij nu geen Legesverordening 2023 aan u voor. Dat doen we in december.
Hiermee volgen we het advies van de VNG. Wel leggen we nu alvast de legesvoorstellen aan u voor die niet Omgevingswetgerelateerd zijn. De technische uitwerking van uw besluiten op deze voorstellen verwerken we in de Legesverordening 2023. Hieronder de desbetreffende voorstellen: Leges drank- en horecavergunning en leges terrasvergunning Vorig jaar heeft u besloten deze legestarieven in drie jaarlijkse stappen volledig kostendekkend te maken. Per 2023 voeren we de tweede tranche van de verhoging door. Het legestarief voor de drank- en horecavergunning stijgt van € 548,00 naar € 711,40 en het legestarief voor de terrasvergunning stijgt van € 542,00 naar € 585,40. Door deze tariefverhogingen neemt de legesopbrengst met 35 duizend euro toe. Leges verhuurvergunning opkoopbescherming Sinds 1 maart 2022 geldt er in onze gemeente een opkoopbeschermingsregeling. Deze regeling houdt in dat het verboden is om zonder vergunning nieuw aangekochte woningen in het goedkope en middeldure segment binnen vier jaar na aankoop te verhuren. Wij stellen u voor om voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verhuurvergunning opkoopbescherming een kostendekkend legestarief van € 379,92 in rekening te brengen. Overige leges Op alle overige legestarieven passen we de indexatie van 3,86% toe. 2.3. Begrafenisrechten Voor de begraafplaatsen is het uitgangspunt volledige kostendekking.
Daartoe worden de tarieven ten opzichte van 2022 verhoogd met de indexering van 3,86%. In de voorgestelde Verordening begrafenisrechten voor 2023 zijn verder enkele aanpassingen doorgevoerd. De belangrijkste daarvan is het afschaffen van de mogelijkheid om het grafonderhoud af te kopen voor nieuw uit te geven graven. Het grafonderhoud voor 30 jaar of onbepaalde tijd kon altijd worden afgekocht voor respectievelijk 25 en 50 maal het jaartarief. Door de lage rente van tegenwoordig en de jaarlijkse inflatie zijn de feitelijke onderhoudskosten over 30 jaar of over onbepaalde tijd echter beduidend hoger dan de opbrengst uit deze afkoopsommen. In de huidige economische tijd met onzekerheid over renteontwikkeling en inflatie, lijkt het ons binnen het principe van kostendekkendheid niet langer verantwoord om de mogelijkheid tot afkoop van grafonderhoud in stand te houden en we stellen dan ook voor deze af te schaffen. Verder zijn in de Verordening begrafenisrechten 2023 onder andere enkele tariefbeschrijvingen verduidelijkt en zijn tarieven voor urnengraven op het vrije veld opgevoerd.
2.4. Brug- en havengeld Wij stellen u voor de tarieven van het brug- en havengeld te indexeren met 3,86%. 2.5. Marktgelden Wij stellen u voor de tarieven van de marktgelden te indexeren met 3,86%. 2.6. Reclame- en precariobelasting In ons coalitieakkoord hebben we aangegeven dat we het maken van reclame in de openbare ruimte willen belasten met een reclamebelasting. Daarbij gaat het o.a. om gevelreclames, uithangborden, raamreclames en vlaggen. De reclamebelasting is niet per 2023 al in te voeren omdat we met deze nieuwe belasting vanaf nul moeten beginnen. Voordat we u een Verordening reclamebelasting met tarieven kunnen voorleggen, moeten we alle reclame-uitingen in de gemeente in beeld brengen en vastleggen in een database die als basis moet gaan dienen voor de belastingheffing. Bij de precariobelasting willen we toe naar progressieve tarieven. Wie minder openbare ruimte gebruikt, betaalt minder, wie meer gebruikt, betaalt naar verhouding meer. De reclamebelasting en precariobelasting zijn complementair omdat met beide belastingen het gebruik van de openbare ruimte belast wordt. Beide belastingen moeten daarom goed op elkaar afgestemd worden. We gaan het komende jaar de reclamebelasting en de progressieve tariefstelling bij de precariobelasting in 2023 verder uitwerken.
Zowel de reclamebelasting als de aanpassingen in de precariobelasting willen we per 1 januari 2024 in laten gaan. Voor 2023 stellen wij u voor de tarieven van de precariobelasting te indexeren met 3,86%. 2.7. Kwijtschelding Huishoudens die recht hebben op kwijtschelding van de afvalstoffenheffing krijgen eerst drie jaar achtereen gedeeltelijke kwijtschelding (57%). Na die periode van drie jaar hebben ze recht op volledige kwijtschelding. In ons coalitieakkoord hebben we aangegeven de kwijtscheldingsregeling te willen verruimen door al na twee jaar in plaats van na drie jaar volledige kwijtschelding te verlenen. Om dit te bekostigen verhogen we de afvalstoffenheffing met € 3,00 per huishouden (zie 1.2). Maatschappelijk draagvlak en acceptatie
Financiële consequenties
De financiële effecten van de tariefvoorstellen zijn verwerkt in de begroting 2023. Overige consequenties
Vervolg
De besluiten van de raad worden bekend gemaakt via overheid.nl en treden op 1 januari 2023 in werking. Lange Termijn Agenda
November 2022
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,
burgemeester, Koen Schuiling
secretaris, Christien Bronda
Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.
Bijlage stelselwijziging rioolheffing De lasten die aan de rioolheffing worden toegerekend verschillen niet bij de kapitaallasten- en de te betalen btw over de investeringen methode. Het enige verschil zit hem in het onderdeel toerekening btw van de investeringen. In onderstaande overzichten worden de totale lasten en baten van de rioolheffing 2023 weergegeven. Het eerste overzicht geeft de opbouw weer conform de kapitaallastenmethode en het tweede overzicht conform het kasstelsel. Kapitaallastenmethode Bij de kapitaallastenmethode wordt de kapitaallast berekend over de btw die drukt op de gerealiseerde en begrote investeringen tot en met 2023. De totale investeringen tot en met 2023 zijn 133,9 miljoen euro. De btw die daarover is of wordt betaald is 21 miljoen euro. De berekende kapitaallast op basis van 55 jaar afschrijven (annuïteit) is 706 duizend euro. Op basis van 132.150 aansluitingen zal het tarief 2023 149,08 euro zijn. Begroting 2023 rioolheffing kapitaallastenmethode (* 1.000) Lasten Directe- en indirecte lasten
17.900
BTW exploitatie
1.145
BTW investeringen
706
Baten
Overige baten
50
Aansluitingen * tarief Totaal
19.701 19.751
19.751
De te betalen btw over de investeringen methode Bij de te betalen btw over de investeringen methode wordt de geraamde betaalde btw over de investeringen in het begrotingsjaar als last toegerekend aan de rioolheffing. Om het tarief niet teveel te laten schommelen nemen we de gemiddelde btw-last van de komende 4 jaar (zie overzicht gemiddelde investeringen 2023-2026 hieronder). De totale geraamde investeringen voor de komende vier jaar is 37,9 miljoen euro. De btw-last over de gemiddelde investeringen van 9,5 miljoen euro is 1,516 miljoen euro. We gaan in 2023 en 2024 monitoren of de geraamde investeringen van 2022, 2023 en 2024 wel worden gerealiseerd. Is dat onvoldoende het geval dan zullen we bij de tariefberekening 2024 en of 2025 een vierjaarsgemiddelde van de investeringen gebruiken die ook gebaseerd is op de realisatiecijfers van de afgelopen jaren in plaats van alleen geraamde investeringen. Op basis van 132.150 aansluitingen zal het tarief 2023 155,24 euro zijn. Begroting 2023 rioolheffing kasstelmethode (* 1.000) Lasten Baten Directe- en indirecte lasten
17.900
BTW exploitatie
1.145
BTW investeringen
1.516
Overige baten
50
Aansluitingen * tarief Totaal
20.511 20.561
20.561
Gemiddelde investeringen 2023-2026 BTW investeringen kasstelsel Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
bron: meerjareninvesteringsplan Investering
Gemiddelde investeringen
BTW 9.903 8.682 9.666 9.666
1.584 1.389 1.547 1.547
9.479
1.516
Meerjarenbegroting riooltarieven 2023-2026 In onderstaand overzicht zijn de verwachte riooltarieven 2023 tot en 2026 opgenomen als alle andere lasten helemaal gelijk blijven. Dat is natuurlijk niet realistisch maar daardoor wordt het verschil tussen beide methoden wel duidelijk. Bij de kapitaallastenmethode gaan we ervan uit dat jaarlijks 40 duizend euro kapitaallast extra aan het rioolheffing wordt toegerekend. 2023
2024
2025
2026
Tarief kapitaal
149,08
149,38
149,69
149,99
Tarief te betalen Btw over investeringen
155,24
155,24
155,24
155,24
In bovenstaand overzicht is op tariefniveau zichtbaar (het verschil tussen beide tarieven) welk bedrag de gemeente elk jaar voorfinanciert bij de huidige kapitaallastenmethode.