Aanvullende vragen reclamebelasting VVD beantwoord def (002).pdf
Tekst van het document
Aanvullende vragen reclamebelasting 1. U geeft aan dat de naam van een sportpart ook onder de reclamebelasting valt. Op welke sportparken is de aankondiging van de naam van het sportpark van de gemeente en in welke gevallen is de aankondiging van de naam van het sportpark ' eigendom'. Van het sportpark? Kunt u hiervan voorbeelden geven? Het is niet eenvoudig om dit uit te zoeken. Indien de uiting van het sportpark gemeente-eigendom is, zal de gemeente de belasting dienen te betalen. Indien een huurder van het sportpark (bijvoorbeeld een vereniging) een uiting heeft (zichtbaar vanaf de openbare weg) zal de huurder belastingplichtig zijn. Uiteraard afhankelijk van de geconstateerde afmetingen of de hoeveelheid losse voorwerpen.
2. Kan het ook zijn dat een aankondiging van een bord op een sportpark van meerdere verenigingen is? Zo ja: Wie ontvangt dan de aanslag en wie is belastingplichtige? Wie zorgt dat alle vereniging naar evenredigheid bijdragen? Als er meerdere sportverenigingen één sportpark gebruiken, krijgt iedere vereniging een aanslag reclamebelasting voor de openbare aankondigingen met haar naam of logo. (voorzover die aankondiging groter is dan 2 m2). M.a.w. iedere sportvereniging is belastingplichtig voor haar aankondigingen, het is niet zo dat één vereniging de aanslag naar evenredigheid moet verdelen. In het voorbeeld van sportpark Esserberg waarvan we gisteren een foto hebben gestuurd, is de gemeente belastingplichtig voor de aankondiging ‘Sportpark Esserberg’, is Be Quick belastingplichtig voor het logo rechts van de ingang en Helpman voor het logo links van de ingang. Overigens vallen alle aankondigingen het eerste jaar onder de vrijstelling van 2 m². 3. U geeft aan dat u hebt gesproken met de ondernemersverenigingen. Kunt ook aangeven of u met de Sportkoepel heeft gesproken, zo ja wanneer en kunt u meer vertellen over de inhoud van de gespreken? Zo nee, waarom hebt u ervoor gekozen om de verenigingen niet op de hoogte te stellen van deze nieuwe belasting? Reclamebelasting is een algemene belasting die veel verschillende bedrijven/verenigingen/stichtingen etc. zal bereiken.
Het is ondoenlijk om hierover met iedereen in gesprek te gaan. Op verzoek van de ondernemersverenigingen zijn wij met hen in gesprek gegaan. Alhoewel de belasting niet uitsluitend opgelegd wordt aan ondernemers komt de belastingmaatregel voor het grootste deel wel terecht bij de groepen die deze verenigingen vertegenwoordigen. Uiteraard hebben wij wel aandacht voor de communicatie en zullen wij onze bekende contactlijnen gebruiken om hierover informatie te verstrekken. Verder geldt de algemene lijn van communicatie via de gebruikelijke middelen (media, sociale media, website etc.).
4. Kunt u de link aangeven met een aankondiging van de naam van een sportpark of naam van een vereniging en verrommeling in de openbare ruimte? Reclamebelasting is niet enkel ingegeven om verrommeling van de openbare ruimte tegen te gaan. Uiteraard geldt niet iedere openbare aankondiging standaard als ‘verrommelend’. De belasting is algemeen en maakt geen onderscheid in verschijningsvorm, enkel op objectief vast te stellen zaken als omvang (in m²) of in het aantal losse (reclame) voorwerpen. 5. Bovenstaande vragen gelden wat mij fractie betreft ook voor culturele instellingen religieuze instellingen. Kun u dan ook bovenstaande vragen beantwoorden voor deze instellingen? Er is voor gekozen om de belasting zo algemeen mogelijk te houden. Uit het raadsvoorstel: ‘Er is geen vrijstelling opgenomen voor openbare aankondigingen van culturele-, zorg- en onderwijsinstellingen om te voorkomen dat er een bepaalde vorm van subjectiviteit ontstaat en wij uitgaan van het principe van gelijke monniken, gelijke kappen. Wij vallen als gemeente ook gewoon onder de reclamebelasting, net als contractreclames (o.a. lichtmastreclames,
2signsborden, wisselframes en plakzuilen). Dit levert eveneens een bijdrage aan een efficiëntere uitvoering van de belastingheffing’. 6. Culturele instellingen: - om welke culturele instellingen gaat het, in welke gevallen is de gemeente belastingplichtige en ik welke gevallen de instelling? Denk hierbij aan bibliotheken, musea, theaters en podia zoals die van SPOT. De aanslag gaat daarmee naar degene die de reclame heeft en dat is in de meeste gevallen de gebruiker van een pand. Bij bedrijven en instellingen moet dat dan wel een rechtspersoon zijn. SPOT Groningen is dat bijvoorbeeld niet. Als de Stadsschouwburg openbare aankondigingen heeft die groter dan 2m2, gaat de aanslag daarvoor naar de organisatie achter SPOT en dat is de gemeente. - meerder instellingen, wie belastingplichtige, wie zorgt voor bijdrage naar evenredigheid Als er meerdere culturele instellingen in één pand gevestigd zijn, krijgt iedere instelling een aanslag reclamebelasting voor de openbare aankondigingen met haar naam of logo van de instelling. (voorzover die aankondiging in het eerste jaar groter is dan 2 m²). M.a.w. iedere instelling is belastingplichtig voor haar aankondigingen, het is niet zo dat één instelling de aanslag naar evenredigheid moet verdelen. - wanneer heeft u gesproken met de culturele instellingen, wat was de inhoud van de gesprekken.
Zo nee, waarom heeft u ervoor gekozen niet met deze instellingen te spreken? Er is ambtelijk niet gesproken met culturele instellingen, zie ook het antwoord op vraag 3 - In hoeverre sprake van verrommeling Zie antwoord op vraag 4 en 5 7. Religieuze instellingen: - om welke religieuze instellingen gaat het, in welke gevallen is de gemeente belastingplichtige en ik welke gevallen de instelling? We kunnen het gegevensbestand niet eenvoudig filteren op religieuze instellingen. Ook hier gaat het om openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. - meerder instellingen, wie belastingplichtige, wie zorgt voor bijdrage naar evenredigheid Als er meerdere culturele instellingen in één pand gevestigd zijn, krijgt iedere instelling een aanslag reclamebelasting voor de openbare aankondigingen met haar naam of logo van de instelling. (voorzover die aankondiging in het eerste jaar groter is dan 2 m²). M.a.w. iedere instelling is belastingplichtig voor haar aankondigingen, het is niet zo dat één instelling de aanslag naar evenredigheid moet verdelen. - wanneer heeft u gesproken met de religieuze instellingen, wat was de inhoud van de gesprekken.
Zo nee, waarom heeft u ervoor gekozen niet met deze instellingen te spreken? Er is ambtelijk niet gesproken met religieuze instellingen, zie ook het antwoord op vraag 3 - In hoeverre sprake van verrommeling Zie antwoord op vraag 4 en 5 Dit zijn -voorlopig- mijn aanvullende vragen Ietje Jacobs – Setz Fractievoorzitter VVD