21-04-2021 verslag Politieke woendag 17.00 uur - Huishoudelijke hulp – toekomstige opzet.pdf
Tekst van het document
De heer Brandsema: Voorzitter, tot slot het abonnementstarief. Dit heeft een aanzuigende werking op de huishoudelijke hulp via de gemeente, vooral bij inwoners met hoge inkomens. Om het geld in te kunnen blijven zetten bij die bewoners die het ook echt vanuit de gemeente nodig hebben, vinden wij de keuze van het College om hulp af te wijzen als een inwoner zijn of haar particuliere hulp heeft opgezegd een begrijpelijke keuze. Wij kijken uit naar de uitkomsten van de gesprekken die de gemeente de komende periode nog gaat voeren met de overige belanghebbenden. Dank u wel. 01:10:13
Voorzitter: Dank u, de heer Brandsema. Wie mag ik dan vervolgens het woord geven? Mevrouw Menger van 100% Groningen. 01:10:22
Mevrouw Menger: Dank u wel, Voorzitter. Allereerst wil ik de insprekers danken en ook de SP danken voor het initiatiefvoorstel dat zij inmiddels alweer hebben ingetrokken, maar desalniettemin. Niet in stemming gebracht. Excuses, meneer Koks. Inhoudshalve kan mijn fractie zich eigenlijk wel helemaal aansluiten bij de woordvoeringen van de meeste voorgaande sprekers. Toch nog wel even een puntje: huishoudelijke hulpverlening is een vak waarbij de menselijke maat wat ons betreft prioriteit nummer één is. Cliënten die gebruik moeten maken van huishoudelijke hulp zijn kwetsbaar. 01:11:12
Mevrouw Menger: Hulpen bouwen een vertrouwensband en een relatie op met de cliënten en in sommige situaties zijn hulpen het enige echte constante. Ik kan mij daarbij ook aansluiten bij wat de heer Pechler aangaf, ik ben zelf ook werkzaam geweest als huishoudelijke hulp en ik heb daar echt wel schrijnende situaties meegemaakt waarbij ik dacht: hoe is het mogelijk? Ja, dat heeft mij heel erg geraakt waardoor ik ook denk dat wij daar koste wat kost bovenop moeten zitten en zorgen dat het voor de mensen die er gebruik van moeten maken, dat wij het zo goed mogelijk regelen. Vanochtend inderdaad, wat de heer De Haan ook al aangaf bij het digitale werkbezoek van de WIJ, gaf de WIU ook aan: "Laat het indiceren bij voorkeur bij ons. 01:12:07
Mevrouw Menger: Wij hebben zicht op de groep die gebruik gaat maken van Wmohuishoudelijke hulp en die zal alleen maar groter worden. Nauwkeurigheid is belangrijk en 22
dat moeten wij ook gewoon borgen. Ten slotte, verschraling van de werkzaamheden en het inperken van de benodigde tijd als huishoudelijke hulp zijnde moet wat ons betreft te allen tijde ter discussie staan. Kosten moeten van ondergeschikt belang zijn en medemenselijkheid is van onschatbare waarde en onbetaalbaar. Dank u wel. 01:12:42
Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Menger. Vervolgens wil ik graag de heer Kaercher van de PVV het woord geven. Gaat uw gang. 01:12:50
De heer Kaercher: Voorzitter, dank u wel. De huishoudelijke hulpvoorziening moet opnieuw aanbesteed worden en daarmee staat er waarschijnlijk weer een wijziging van dit beleid op stapel. Een wijziging die hoogstwaarschijnlijk veel impact heeft op de gebruikers van deze voorziening alsmede op de hulpen die deze voorziening voorzien. Gelukkig hebben wij van de Adviesgroep Sociaal Domein Groningen, de ASDG, een overwegingsdocument mogen ontvangen en daarnaast ook het ongevraagde advies van de Cliëntenraad werk en inkomen en de vakbond FNV. Hiervoor onze dank aan alle drie de organisaties. 01:13:21
De heer Kaercher: De zorgen, aandachtspunten en overwegingen in deze drie brieven zijn niet mals en wij onderschrijven deze. Wij willen het college dan ook oproepen om hun adviezen ter harte nemen. Binnen onze fractie rijst dan ook, net als bij de drie organisaties, de vraag of er bij het opstellen van een nota en de drie varianten daarin echt gekeken is naar de inwoner c.q. gebruiker en zijn of haar hulpvraag. Of dat er meer naar kostenreductie en bezuinigingen is gekeken als criteria voor de toekomst van de huishoudelijke hulp in Groningen. Het zal u niet verbazen dat wij vinden dat de burger centraal moet staan en niet de kosten. 01:13:55
De heer Kaercher: Het Rijk heeft de gemeente opgezadeld met een bezuiniging op bezuiniging en daarnaast ook met het sluiten van de verzorgingshuizen. Hierdoor wonen de mensen langer thuis en hebben zij meer hulp nodig om dit voor elkaar te krijgen. Wij hebben de indruk dat zij deze ondersteuning voor de [onhoorbaar] moeten weghalen en dat de hulpen vermoeid en gefrustreerd op hun tandvlees lopen. Wij willen het college oproepen om naar de mens en niet naar de portemonnee te kijken en de eigen ambitie uit het coalitieakkoord na te streven, namelijk 'de mens centraal'. Voorzitter, wij vinden dat de stichting WIJ de toegang moet behouden en dat het niet naar commerciële indicatiestellers moet. 01:14:34
De heer Kaercher: De stichting WIJ kan tijdens de indicatiestelling vooraf al eventuele problemen signaleren en hierop inspelen zodat erger kan worden voorkomen. Daarnaast vinden wij het echt van wezenlijk belang dat het bestaan en de mogelijkheden van de onafhankelijke cliëntondersteuner groots onder de aandacht wordt gebracht. Het liefst zien wij dat de mogelijkheid om een onafhankelijke cliëntondersteuner in te zetten tijdens een gesprek altijd in een uitnodigingsbrief wordt benoemd en dat hier ook nog actief op wordt gewezen tijdens het hele traject. Ook het inzetten van werknemers die vallen onder de cao-
23
schoonmaak in plaats van de cao-VVT kan bij ons niet op steun rekenen want een huishoudelijke hulp is zoveel meer dan alleen een goede schoonmaker. 01:15:16
De heer Kaercher: Tot slot, Voorzitter, zijn wij blij dat het College de ontwikkelingen bij het Rijk op het gebied van het abonnementstarief streng in de gaten houdt en dat zult terugdraaien. Dank u wel, Voorzitter. 01:15:28
Voorzitter: Dank u wel, heer Kaercher. Dan gaan wij naar de heer Atema van de Stadspartij. 01:15:34
De heer Atema: Eerst even dank uitspreken voor de insprekers. Met name zijn wij onder de indruk van de hoge kwaliteit van het advies van de ASDG. Zij hebben enkele zorgpunten die wij ook hebben, bijvoorbeeld dat de huishoudelijke hulpen zelf buiten beeld blijven in dit stuk en dat geldt ook voor de impact op de gebruikers van de huishoudelijke hulp. Dit gezegd hebbende enkele opmerking over het stuk zelf. In de collegebrief worden gebruikers van huishoudelijke hulp omschreven als fysiek kwetsbare bewoners met een geringe zelf- en samenredzaamheid en geringe financiële mogelijkheden. 01:16:12
De heer Atema: Dat betekent voor ons dat de aanvraag en toekenning van huishoudelijke hulp ook op deze groep afgestemd moet worden. Wij staan positief ten opzichte van het feit dat bestaande koppeltjes en inwonende hulp zo veel mogelijk in stand blijven en dat geselecteerd wordt op een beperkt aantal aanbieders. Immers, vier aanbieders hebben op dit moment toch al 80 procent van nul. Met betrekking tot de financiering hebben wij nog wel enkele vragen. De keuze ligt tussen inspanningskosten op basis van P maal Q met een urenplafond en de zogenaamde populatiekostenfinanciering. 01:16:50
De heer Atema: Ambtelijk nagevraagd en er zit geen verschil in de te verwachte kosten tussen beide financiële systemen. Echter, er zou wel een verschil kunnen zijn in de consequenties. Ambtelijk wordt ingeschat dat bij de P maal Q de aanbieder de neiging zal hebben bij te lage inschatting, om dat te korten op de voorzieningen, dus minder stofzuigen enzovoort. Dit zal geen risico zijn bij de populatiekostenfinanciering omdat in alle gevallen automatisch het budget verhoogd zal worden door de gemeente. Graag een toelichting op deze uitspraak. 01:17:27
De heer Atema: Wij staan negatief tegenover het voorstel om inwoners rechtstreeks toegang te geven bij de aanbieder. Wij denken dat de WIJ-aanbieders beter en objectiever in staat zijn om een indicatie op te stellen. Een bewoner die zich rechtstreeks tot de aanbieder richt valt voor ons ook buiten het zicht van de WIJ-organisatie en dat moet je niet willen. Ook uit de bijeenkomst van vanochtend krijg ik de indruk dat de directeur van WIJ hier geen voorstander van is. Graag een reactie. 01:18:00
De heer Atema: Dan een losse opmerking over 'powerful aging', ofwel krachtig ouder worden. Op zich een goede zaak. Voor lichte huishoudelijke hulp verwachten wij er niet zoveel van maar in algemene zin denken wij dat het van nut kan zijn voor onze oudere 24
inwoners en misschien kun je die als een soort van voorziening aan gaan bieden. Tenslotte nog de term 'bewust niet zelfredzaam' als afwijzingsgrond vooral bedoeld voor mensen met een hoog inkomen die hun hulp opzeggen omdat ze op deze manier goedkoper uit zijn. Daar kunnen wij ons geheel in vinden. Maar er zijn natuurlijk ook andere redenen om van een hulp afscheid te nemen en het kan niet zo zijn dat het vermoeden dat je geld hebt een reden kan zijn om die hulp af te wijzen. Graag een reactie. 01:18:49
Voorzitter: Dank u vriendelijk. Dan gaan wij voor de woordvoering naar mevrouw Jacobs van de VVD. 01:18:55
Mevrouw Jacobs: Dank u wel, Voorzitter. Uiteraard ook dank aan de insprekers. Ook dank u wel, mevrouw Van Doesen voor de oproep dat ouderen niet vooral geldverslindende lastige mensen zijn. Ik zou het ook nooit zo zeggen en zo zijn mevrouw Van Doesen het ook niet hoor maar dat was mijn korte weergave van wat zij bedoelde of wat zij zei. Wij hebben een aantal mensen horen zeggen dat bij huishoudelijke hulp geld geen rol mag spelen. Wat mijn fractie betreft kan dat natuurlijk niet want geld zou alleen geen rol kunnen spelen als je budget onbeperkt is en wij weten allemaal dat dat niet zo is. Wat bij mijn fractie heel belangrijk is, is dat bij huishoudelijke hulp het een hele lastige zoektocht is naar goede zorg aan de ene kant en betaalbaarheid vanuit de gemeentelijke financiën aan de andere kant. Ik zeg niet voor niets namens mijn fractie: een goede zorg aan de ene kant als eerste want dat is wat ons betreft wel het belangrijkste. Maar het is natuurlijk gewoon zo dat geld een rol speelt want het moet betaald worden door iemand zonder een oneindig budget. 01:19:52
Voorzitter: De heer Van der Meijden. 01:19:56
De heer Van der Meijden: Aan u heb ik ook dezelfde vraag die ik eerder heb gesteld. Er zijn mensen die in principe nu ook gebruik kunnen maken van de huishoudelijke hulpvoorziening voor 19 euro per maand, er zijn mensen die veel geld naast een AOW hebben, een pensioen of anderszins. Vindt u het ook gerechtvaardigd dat die mensen gebruik maken van onze maatschappelijke voorzieningen? 01:20:18
Voorzitter: Mevrouw Jacobs. 01:20:19
Mevrouw Jacobs: Dat is wat mij betreft een hele lastige situatie want dan is het de vraag wie veel geld hebben naast hun AOW. Volgens mij is veel geld een rekbaar begrip en volgens mij moet je er heel zorgvuldig naar kijken wie het hardst nodig heeft en wie het minder hard nodig heeft of wie het wel hard nodig heeft maar zelf kan financieren dan wel voor een deel kan bijdragen in de financiering. 01:20:41
Voorzitter: De heer Van der Meijden. 01:20:42
De heer Van der Meijden: Nu is het zo dat wat je ook bijverdient, je altijd voor 19 euro per 25
maand een huishoudelijke hulp kunt krijgen. Dat vinden wij onrechtvaardig, wij komen in de financiële problemen als gemeente want je hebt steeds meer mensen die daar gebruik van maken. Daar moeten wij iets aan doen en dan lijkt mij dit een hele voor de hand liggende mogelijkheid. U zegt het zelf ook al in uw partijprogramma: mensen die het goed hebben, hebben de overheid niet nodig. Dat zou in dit geval heel mooi kunnen gelden. 01:21:07
Voorzitter: Mevrouw Jacobs. 01:21:09
Mevrouw Jacobs: Ik heb in mijn partijprogramma nergens gelezen dat mensen die het goed hebben de overheid niet nodig hebben. Ik weet niet welk programma u gelezen heeft. 01:21:15
De heer Van der Meijden: Het is een hele korte samenvatting maar wel de waarheid. 01:21:17
Mevrouw Jacobs: Het is niet mijn waarheid maar volgens mij zijn daar inderdaad mogelijkheden toe om daarnaar te kijken, wat daar logisch in is en wat binnen de mogelijkheden van de gemeente het meest aanvaardbaar en rechtvaardig is, volgens mij zou je daar goed naar moeten kijken. Uiteindelijk is iedereen gebaat bij goede huishoudelijke hulp op het moment dat het huis op orde houden een opgave is of in het geheel niet gedaan kan worden. De heer Pechler heeft aangegeven dat het vooral niet leeftijdsgebonden is want zelfs hij is gebruiker geweest van dergelijke zorg. Dit kan voor een korte periode zijn, bijvoorbeeld naar aanleiding van een operatie, het stond echt in mijn woordvoering, ik heb het niet op u geschreven of het [onhoorbaar] lange duur als zelfredzaamheid niet of minder goed mogelijk is. 01:22:04
Mevrouw Jacobs: Het is van belang om naar de behoefte van de gebruiker van de huishoudelijke hulp te kijken. Wat zijn of haar wensen en wat is nodig voor een goed huishouden? Aan de andere kant is het ook goed, aangezien toch de gemeente de betaler van de nota's is, om daarnaar te kijken. Hierbij is een indicatie vanuit de WIJ en een uurtarief dat betaalt dient te worden op basis van indicatie wel een lastige. De gemeente betaalt wel maar heeft iets minder invloed op wat er betaald moet worden. 01:22:28
Mevrouw Jacobs: Hiernaar kijkend zijn wij wel voor een gebiedsgerichte aanpak en een populatiebekostiging. Hiermee betaal je voor de te leveren zorg per gebied in plaats van de individuele zorg per gebruiker. Het kan een stimulering zijn voor de aanbieder van huishoudelijke hulp om vooral te kijken naar een goede en efficiënte inzet van huishoudelijke hulp. Het zal u niet verbazen dat wij in de regel voorstander zijn dat partijen zich kunnen melden. Anders dan mijn buurman, wilde ik zeggen. Maar hij wil iets zeggen. 01:22:54
Voorzitter: Uw buurman wilt heel graag reageren, de heer Koks. 01:22:59
De heer Koks: Het is die lumpsumfinanciering maar vaak zijn mensen die huishoudelijke hulp krijgen, dan denk ik aan mijn oude moeder van 86-87 die per definitie dankbaar is voor elk 26
uurtje hulp dat zij krijgt en als het een half uurtje wordt, dan is zij nog dankbaar. Oftewel, bent u niet bang dat de aanbieders vanwege financiële redenen bij deze kwetsbare mensen in staat zullen zijn om te beknibbelen? Hoe voorkom je dat? 01:23:31
Mevrouw Jacobs: Dat is mijn partij niet echt en daar kom ik in het vervolg van mijn woordvoering nog op en dan zal ik naar u refereren, als u het goed vindt. Ik zei al: in de regel zijn wij voorstander dat partijen zich kunnen melden, vooral ook als zij kwalitatief goede huishoudelijke hulp kunnen bieden en de gevraagde hulp ook kunnen verlenen. Wij zijn dan ook niet voor een beperking van doelgroep van aanbieders. Wij hebben een vraag aan het College: is het mogelijk om meerdere aanbieders toe te staan die dan uiteraard de samenwerking moeten zoeken en toch gebiedsgericht, dus GON-regio's, om daar de huishoudelijke hulp aan te bieden? 01:24:10
Mevrouw Jacobs: Onze fractie is er namelijk van overtuigd, meneer Koks, dat als de gemeente goed de kaders en regels stelt er wel degelijk marktpartijen zijn die kwalitatief goede en betaalbare huishoudelijke hulp kunnen bieden. Volgens mij kun je daar afspraken over maken en zou je dat als voorwaarde in de aanbesteding kunnen meenemen. Dan zou die beknibbeling niet meer nodig hoeven zijn. Tot zover. 01:24:31
Voorzitter: Dank u hartelijk, mevrouw Jacobs. Dan gaan we naar de heer Van der Meijden van de Partij van de Arbeid voor de woordvoering. 01:24:36
De heer Van der Meijden: Dank u wel, Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de vragen van ik dacht het CDA en de Partij voor de Dieren over het kwalitatieve onderzoek. Wij vinden het eigenlijk ook jammer dat het onder zo weinig mensen heeft plaatsgevonden en wij vragen ons af of het mogelijk is om daar toch nog meer informatie uit te krijgen wat er veranderd is de afgelopen jaren en waar verbeteringen mogelijk zijn vanuit de cliënten gezien. Ik loop alle punten even na. De toegang, ook wij zijn voorstander zoals bijna iedereen dat de WIJ die indicatie gaat doen. Dat is heel logisch. 01:25:10
De heer Van der Meijden: Als je aanbieders dat laat doen krijg je toch een soort constructie dat de slager bepaalt niet hoeveel vlees je koopt, dat kan niet-goede gevolgen hebben voor de gebruikers van de huishoudelijke hulp. Wij zijn ook voorstander van het zoveel mogelijk gebiedsgericht organiseren van de huishoudelijke hulp. Dat je dat samen met de WIJ doet, dat daar informatie uitgewisseld wordt en dat je dat ook goed met de zorgorganisaties afstemt. Die kan cliënten daarin beter helpen op individueel vlak maar ook richting de voorzieningen. Wat al mooi door de heer Pechler is gezegd en ook door anderen: de huishoudelijke hulp is meer dan huishoudelijke hulp. Het is meer dan schoonmaak. Daarom is het denk ik terecht dat wij naar de cao voor de Thuiszorg kijken. 01:26:07
De heer Van der Meijden: Ik denk zelf, tenminste als het op mijzelf betrekking zou hebben, dat als ik 86 zou zijn zoals de moeder van de heer Koks, dat ik eigenlijk dat praatje belangrijker vind dan dat mijn badkamer helemaal schoon is omdat juist die eenzaamheid, 27
weinig contacten volgens mij een groter probleem wordt dan hygiëne. Maar dat is mijn persoonlijke mening, ik ben niet zo heel erg netjes mijn huis. In die zin zou ik nu eigenlijk al een huishoudelijke hulp moeten hebben en dat betaal ik natuurlijk graag zelf. 01:26:36
De heer Van der Meijden: Wij vinden het idee van die informele PGB eigenlijk nog steeds een goed idee. Er zijn een aantal mensen die daar geen voorstander van zijn maar als mensen er zelf voor willen kiezen om bepaalde mensen hun te laten helpen, dan hebben wij daar geen moeite mee maar zij moeten het natuurlijk wel aankunnen en de WIJ moet dat beoordelen. Het idee van een herstelgerichte hulp vinden wij een heel goed initiatief en wij denken dat dat voor de bewoners en uiteindelijk ook voor de totale overheidskas een goede investering is maar wij vinden wel dat je ook moet kijken in dit geval of de ziektekostenverzekeraars daar eigenlijk niet ook een rol in gaan spelen. Wij zijn sowieso een voorstander van preventie zoals, ik weet niet meer precies wie over de preventie begon, de heer De Haan, dat eigenlijk ook voor een groot gedeelte wel bij die ziektekostenverzekeraars terecht zou moeten komen omdat zij er uiteindelijk ook van profiteren. 01:27:33
De heer Van der Meijden: U hebt een interruptie van mevrouw Van Doesen. 01:27:36
Mevrouw Van Doesen: Meneer Van der Meijden, als wij alles maar afschuiven op de ziektekostenverzekeraar, bent u bereid om die premieverhogingen te betalen? 01:27:45
De heer Van der Meijden: Als het een inkomensafhankelijke premie zou zijn, zou ik het helemaal niet zo gek vinden. Ik denk heel simpel: die ziektekostenverzekeraars kunnen ontzettend profiteren van preventie, dat vinden wij allemaal goed. Nou ja, misschien moet je daar ook een bijdrage leveren. Je ziet ook wel dat dat al gebeurt, dat ziektekostenverzekeraars dat doen. Maar nog even richting de heer De Haan, preventie is natuurlijk mooi, wij zijn zelfs de partij van de preventie zou ik bijna zeggen, maar aan preventie komt wel een einde. Daar kun je niet mee bezig blijven als iemand 86 is en niet meer het bed kan opmaken, dan heb je echt hulp nodig. 01:28:17
De heer Van der Meijden: Over die populatiebekostiging, daar hebben wij ontzettende vraagtekens bij of dat nou verstandig is omdat wij toch denken dat daar voor de bedrijven een reden kan zijn om toch minder tijd te besteden bij de mensen thuis. Wij twijfelen daar zeer aan, graag een reactie daarop van de wethouder. 01:28:44
Voorzitter: U hebt een interruptie. 01:28:47
Voorzitter: [onhoorbaar] 01:28:47
Mevrouw Jacobs: Ik had nog een vraag en dat ging over de kwaliteit van de opdracht of van de medewerker, ik had het over het sociaal aanbesteden. Kunt u dat idee ondersteunen om dat te onderzoeken of daarin de positie van de medewerker ook iets...? 28
01:29:07
De heer Van der Meijden: Nou, ik vind dat op zich sowieso... Volgens mij ga je toch sowieso aanbesteden en als je dan sociaal aanbesteedt lijkt mij dat helemaal niet zo gek. Ik denk wel dat je moet oppassen om met heel veel partijen dat te doen. Als je in een gebied werkt, dan zou ik ook zeggen: selecteer wat aanbieders maar dat kan je ook sociaal selecteren. Met sociaal heb ik geen enkel probleem. Wat ik al eerder heb aangegeven is dat wij die financiële draagkracht van belang vinden. Wij vinden het eigenlijk onacceptabel dat mensen die het zelf kunnen betalen, dat zij dat niet betalen. Ik vind ook dat wij als complete Raad, want wij zijn als gemeente met onze financiën de dupe van deze regeling die het Rijk heeft bedacht. Het Rijk bedenkt wel vaker dingen waarvan je denkt: is dat nou wel zo goed? Dus ik stel voor dat wij met z'n allen richting Den Haag gaan, er rijdt een trein. De heer De Haan gaat al mee, het wordt sowieso gezellig. 01:30:03
Voorzitter: Dat punt is al gepasseerd. Anders gaan we grapjes maken... Er gaan mensen mee. U hebt een interruptie van de heer Atema. 01:30:12
De heer Van der Meijden: Oké. 01:30:14
De heer Atema: Als juist is wat de ambtenaar beweert, dat als de aanname te laag is bij de populatiekostenvoorzieningen, dat automatisch de gemeente het budget verhoogt. Bent u daar dan wel voor? 01:30:25
De heer Van der Meijden: Dan begrijp ik het nut van populatiebekostiging niet als dat het geval is. Misschien kan de wethouder het uitleggen maar ik begrijp dat niet zo. Ik heb toch de middelbare school afgemaakt. Eigenlijk is dat wel het belangrijkste wat ik wilde zeggen. Dank u wel. 01:30:43
Voorzitter: Dank u hartelijk, heer Van der Meijden. Dan kort nog mevrouw Berenschot, Student en Stad. 01:30:51
Mevrouw Berenschot: Dank u wel, Voorzitter. Dank ook aan alle insprekers en de Adviesgroep en de Cliëntenraad voor de uitgebreide inhoudelijke inbreng. Er valt duidelijk veel te kiezen als het op de huishoudelijke hulp aankomt en als ik de insprekers hoor staat er ook behoorlijk wat op het spel. Het lijkt ons hierbij belangrijk dat de kwaliteit van de geleverde hulp en de ervaring van cliënten voorop blijft staan. Wij kunnen ons goed vinden in de visie dat de huishoudelijke hulp ook een nodige sociale functie kan hebben en daar ook de tijd voor zou moeten krijgen. Dit betekent wat ons betreft dus ook dat vaste koppeltjes van cliënten en hulpen moeten kunnen blijven bestaan. 01:31:29
Mevrouw Berenschot: Daarnaast lijkt het ons ook nuttig dat de indicering in ieder geval niet volledig bij de uitvoerende organisaties ligt en de WIJ er dus verantwoordelijk voor blijft om, zoals de Partij voor de Dieren al aangaf, de onafhankelijkheid te waarborgen. Voorzitter, als ik zo naar de cijfers van de groei van de populatie ouderen en hulpbehoevenden kijk, word ik 29
toch ook wel een beetje zenuwachtig. Ik zit hier namens Student en Stad en voor ons is het ook belangrijk vooral nu te kijken hoe wij dit soort zorgkosten efficiënt kunnen organiseren zodat de kosten voor de toekomstige generaties ook nog te dragen zijn en zij hier straks ook nog gebruik van kunnen maken. 01:32:00
Mevrouw Berenschot: Wat mijn fractie betreft is het niet zo gek dat er in deze stukken veel aandacht uitgaat naar de financiële inrichting van dit systeem. Vandaar ook dat wij herstelgerichte hulp zien als een uitermate goede aanvulling op het aanbod. Wij steunen het College bij variant nummer drie, echter hebben wij nog wel een kleine kanttekening: zoals het College aangeeft moet het niet zo zijn dat het financiële risico alleen bij de aanbieders ligt en zij geeft aan de criteria hiervoor nader te willen bepalen en wij zien deze criteria dus nog graag tegemoet voordat wij een definitief oordeel vellen. Ook willen wij graag weten hoe het College bij populatiebekostiging blijft waarborgen dat er niet te veel op de kwaliteit van de hulp bespaard gaat worden. Dank u wel, Voorzitter. 01:32:43
Voorzitter: Kunt u voor mij verduidelijken wat u vraagt? Want het is een collegebrief, voordat u een oordeel velt, mij is niet helemaal duidelijk wat u vraagt. 01:32:54
Mevrouw Berenschot: Dat was geen vraag. Er staat in het stuk dat de criteria nader bepaald gaan worden en wij zijn wel benieuwd hoe dat precies in zijn werk gaat, wat dat uiteindelijk dan gaat worden. 01:33:09
Voorzitter: Duidelijk. Dan gaan wij voor de beantwoording van de vragen en natuurlijk de woordvoering van de wethouder naar het College. Wethouder Jongman. 01:33:20
Mevrouw Jongman: Dank u wel, Voorzitter. Een aantal van u hebben al het belang toegelicht van de huishoudelijke hulp. Op het moment dat je tijdelijk of chronisch ziek bent of de powerful ouderen die mevrouw Van Doesen aangaf maar er zijn ook minder powerful ouderen. Daarom is het ook de visie van de gemeente op het sociaal domein dat alle inwoners meedoen en ertoe doen. Wij ondersteunen inwoners als dat nodig is bij hun zelfredzaamheid zodat zij aan de samenleving kunnen blijven meedoen, zodat je ook nog mensen kunt ontvangen. Daarmee geven wij uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning en ik wil benadrukken dat de nota 'Toekomst huishoudelijke hulp' niet alleen uit puur financieel oogpunt is geschreven. 01:34:04
Mevrouw Jongman: Wij zien dat er verschillende opgaven tegemoet komen in de toekomst waaronder langer thuis wonen, meer alleenstaanden, minder mantelzorgers, een grote groei van 75-plus, een aantal van u benoemde dat ook al, en ook de aanzuigende werking van het abonnementstarief wat twee jaar geleden is ingevoerd. Om ervoor te zorgen dat onze inwoners gebruik kunnen blijven maken van kwalitatief huishoudelijke hulp in de toekomst, alle hulde overigens voor alle huishoudelijke hulpen die er in onze gemeenten zijn in reactie op één van de insprekers, wij zijn er heel blij mee dat u zich daarvoor inzet.
30
01:34:39
Mevrouw Jongman: Maar met al die kwalitatieve aspecten ook voor de toekomst is het ook nodig om nu na te denken over toekomstbestendige varianten. De huishoudelijke hulp moet daarbij wel betaalbaar blijven voor de gemeente en ook toegankelijk voor degenen die het nodig hebben. Wij zien overigens bij een aantal andere gemeenten dat de kosten voor huishoudelijke hulp onbetaalbaar worden, mede door het abonnementstarief, daar ga ik zo nog wat over zeggen. Een aantal gemeenten, waaronder de gemeente Amsterdam, hebben zich al genoodzaakt gezien om wachtlijsten in te voeren en dat heeft direct grote gevolgen voor de toegankelijkheid van zorg aan inwoners. 01:35:14
Mevrouw Jongman: Daarom is het van belang dat je goed nadenkt over hoe je de zorg betaalbaar kunt houden. En over het Rijk, een aantal van u noemde dat, ik zit zelf in de Commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs van de VNG en daar zijn wij ook direct in contact met het Rijk hoe wij dat in ieder geval kunnen oplossen, los van alle verkiezingsprogramma's die dat ook beschreven hebben en waarbij het ook een punt van onderhandeling gaat worden wat mij betreft. 01:35:37
Voorzitter: Mevrouw Jongman, u heeft een vraag van de heer Koks. 01:35:41
De heer Koks: Ik begrijp het financiële verhaal wat u eigenlijk om de nota heen vertelt. Bij de nota op zich, want u zei net dat het niet alleen een bezuinigingsnota is maar meer, maar dat bezuinigingselement in deze nota of die kostenbesparingskant in deze nota, even los van alle abonnementstarieven enzovoort die er natuurlijk ook omheen spelen, die zie ik niet zo erg in de kostenbesparingskant. Zou u dat nog kunnen toelichten? 01:36:11
Mevrouw Jongman: Ik schets slechts waarom wij nu op dit moment ook een keuze gaan maken voor de toekomst. [Onhoorbaar] een aantal dingen die ik nu heb aangegeven. Maar deze nota is niet de nota die wij twee jaar geleden hadden toen wij naar maatwerk overgingen. Fijn dat u mij bevestigt in dat beeld maar ik wil wel de context aangegeven waarin we dit plaatsen. Het is niet puur huishoudelijke hulp, het is ook een heel samenspel in al die factoren die er zijn waarin wij willen dat mensen in onze gemeente die of chronisch ziek of ziek zijn of ouder worden, dat zij in staat worden gesteld om nog een goed leven thuis te kunnen leiden. De heer Van der Meijden heeft ook een vraag. 01:36:46
De heer Van der Meijden: Zeker. Dat ging over het abonnementstarief natuurlijk. Wij hebben nog wel even de tijd want van onze nieuwe plannen gaan in per 2023, het kabinet is er nog niet, zij zullen in onderhandeling gaan. Ik zou het zonde vinden als wij nu als gemeente een richting inslaan waarbij wij eventueel niet rekening houden met gevolgen van gewijzigd Rijksbeleid. Ik weet niet hoe dat in de planning zit maar ik neem aan dat u daar rekening mee houdt en dat u daar bij het definitieve voorstel waarschijnlijk meer informatie over heeft. 01:37:15
Mevrouw Jongman: Uiteraard is dat nodig om te wegen waarbij het, denk ik, overwegend zal 31
zijn -maar dat is even hardop filosoferend vanuit mijzelf- dat vooral de mensen die het voorheen zelf konden betalen, daar kijken wij nu al enigszins naar. In algemene zin zal het zo zijn dat mensen die nu denken: 19 euro, lekker goedkoop bij de gemeente, ik zeg het maar even heel populair, dat die mensen weer zelf hun hulp gaan inkopen wat ze misschien tot drie jaar geleden ook deden. In die zin moeten wij dat dan zeker opnieuw meewegen. Los daarvan blijft natuurlijk de vergrijzing en een aantal elementen blijven doorgaan. Daarom is het ook belangrijk dat wij in het maatwerkgesprek aangeven wat iemand nodig heeft en op goede wijze ook zorg kunnen verlenen aan de inwoner. 01:37:58
Mevrouw Jongman: U hebt een heel aantal punten benoemd en aangegeven en ik ga daar een beetje puntsgewijs bij langs. Ik hoop dat ik daarmee recht doe aan alle vragen. Er is een vraag over koppeltjes: hoe gaat het op het moment dat er een nieuwe aanbieder of nieuwe aanbieders of een nieuwe variant is voor de toekomst met de gebiedsgerichte aanbesteding? Het is zo dat op dit moment het gros van de inwoners ondersteuning ontvangt van twee tot drie grote partijen. Als wij zouden gaan selecteren zijn de risico's op grote mutaties beperkt. 01:38:32
Mevrouw Jongman: Daarin kun je ook nog werken met het systeem van onderaannemers, wellicht ook een beetje een reactie op de VVD, waarin je dat systeem van de koppeltjes niet gaat doorbreken. Je kunt ook in de aanbesteding aangeven dat je eisen stelt aan aanbieders zodat dat je aan hen ook vraagt: hoe gaat u die koppeltjes borgen en hoe gaat u dat doen op het moment dat u ...? Gaat u beschrijven in uw aanbesteding hoe u dat gaat doen? Dat is ook één van de criteria waarop je kunt selecteren. 01:39:01
Voorzitter: De heer Koks. 01:39:02
De heer Koks: Is het ook niet een element in het in stand houden van die koppeltjes dat werknemers van verliezende zorgaanbieders hun personeel overdragen naar de winnenden? 01:39:16
Mevrouw Jongman: Dat was precies mijn volgende zin. De Wmo verplicht tot overleg tussen komende en vertrekkende aanbieders over de overname van betrokken personeel, dus dat is een punt wat daarmee duidelijk is en ook beantwoord wordt. De indicatie WIJ of aanbieders. Ik was vanochtend ook bij uw werkbezoek aanwezig en het is zo dat dit niet de eindstand is. Wij zijn op weg naar die nieuwe aanbesteding, dus wij gaan het nog zeker bespreken met de aanbieders en wij gaan het nog bespreken met de WIJ. Je kunt op twee manieren redeneren. Je kunt redeneren vanuit de inwoner. Een aantal inwoners hebben ook in het onderzoek aangegeven: "Wij vinden het best wel een hoop gedoe, indicaties." En je kunt ook zeggen, je wilt goed indiceren dus die brede blik van WIJ heb je daarin nodig om het goede te doen. 01:40:17
Mevrouw Jongman: [onderbreking] 01:40:22
Mevrouw Jongman: In die zin is het iets wat wij gaan aangeven. Ik heb goed gehoord wat u 32
zegt, want eigenlijk zegt u, het merendeel: De WIJ staat midden in die samenleving, de WIJ weet wat er leeft en speelt en wij willen dat de hulp op een goede manier wordt aangeboden en wij willen ook niet dat een aanbieder uit willekeur naar zichzelf toe redeneert. Misschien mag ik het dan zo samenvatten. Wij hebben vanochtend ook in het gesprek gehoord vanuit de WIJ dat wel wordt aangegeven: misschien kunnen wij kijken hoe wij iets makkelijker kunnen indiceren en dat het systeem ook nog enigszins toekomt aan wat de inwoners aangeven lastig te vinden. Wij gaan daarover in gesprek met de aanbieders en de WIJ en het laatste woord is daar in die zin nog niet gezegd. Dat bedoel ik positief hoor, dat klinkt negatief. 01:41:10
Mevrouw Jongman: Herstelgerichte zorg of hulp, powerful aging en hoe gaat het met de inwoner? Wij weten vanuit andere plekken in het land waar gewerkt wordt met deze interventie, dat daar hele positieve effecten zijn bereikt. Dat betekent eigenlijk dat je bij de inwoner... Als iemand echt niet kan, dan zijn wij de laatste om te zeggen dat het moet. Maar als iemand misschien best nog iets kan en ook zegt: misschien krijg je wat handreikingen om daarmee jezelf ook wat meer in je kracht te zetten. Dat is een woord wat ik letterlijk weet van anderen dat dat ook zo werkt, dan is dat denk ik voor die persoon goed. Die persoon kan misschien weer meer, die persoon gaat ergens naartoe en wordt daar op een fijne manier geholpen en krijgt misschien ook weer een soort boost voor zichzelf. Op het moment dat dat echt niet kan en echt niet gaat, uiteraard ligt dan de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp ook zeker voor handen. 01:42:16
Mevrouw Jongman: Wij hebben op basis van een protocol wat ook helemaal juridisch is gecertificeerd en aangegeven is dat dat de manier is waarop... U hebt ook heel veel vragen gesteld. 01:42:36
Voorzitter: De heer Atema heeft ook nog iets van een vervolgvraag. 01:42:39
Mevrouw Jongman: Ik maak deze zin af. Wij maken gebruik van een protocol dat alle juridische toetsen heeft doorstaan en dit protocol is ook letterlijk niet alleen juridisch tot stand gekomen maar ook met een thuishulp en in woningen, om aan de hand daarvan te meten en te kijken hoe bepaalde activiteiten gemiddeld zouden moeten duren. Ik wil absoluut aangeven dat in het protocol wat wij hebben het kopje koffie onderdeel uitmaakt van het geheel. Dus wij hebben aangegeven in het protocol: drink ook vooral koffie want het is ook een sociaal gebeuren dat de hulp bij jou in huis is. 01:43:12
Voorzitter: De heer Atema. 01:43:13
De heer Atema: Dankjewel. Dat powerful aging, krachtig ouder worden, een mooie term. Ziet u ook mogelijkheid om dit aan te bieden buiten de huishoudelijke hulp om, als een instrument? 01:43:32
Mevrouw Schuitemaker: De wethouder. 33
01:43:33
Mevrouw Jongman: Er zijn landelijk ook wat, reablement heet dat dan. In Denemarken is het heel gebruikelijk als je 80 bent en je bent een echtpaar en de man of de vrouw, één van de twee kan het huishouden niet, die moet dan verplicht op training. Het is een beweging die je wel ziet en ik denk ook in Nederland onderdeel uitmaakt. Ik zou zeggen: waarom niet? Laten we dat misschien voor de toekomst verkennen. Het cliëntervaringsonderzoek. Wij hebben altijd een reguliere cliëntervaringsonderzoek. Elk jaar, het is ook een wettelijke plicht om daar standaard een aantal vragen te stellen. 01:44:14
Mevrouw Jongman: Wij hebben vorig jaar gezegd, juist ook door corona waarin het wat lastig was om de goede vragen te stellen: "Laten wij nu een verdiepend onderzoek doen" en daarvoor hebben wij 21 mensen gevraagd en bij die 21 mensen, dat was een heel diepgaand en ook tijdrovend en energievragend project. Maar met die 21 mensen hebben wij best wel waardevolle informatie naar boven weten te krijgen. Als wij dan kijken naar het aantal indicaties wat wij hebben afgegeven, dat waren er 3000, daar hebben wij 50 bezwaren van binnengekregen. In die zin is dat ook een indicatie, elke is er één te veel maar op het totaal valt het best mee. Ook dit jaar gaan wij weer het reguliere cliëntervaringsonderzoek doen, waarin wij ook weer terug kunnen vragen aan de mensen: Wat vond u? Hoe is de hulp? Hoe is het aangeboden geweest in de afgelopen periode? 01:45:12
Voorzitter: De heer Van der Meijden. 01:45:15
De heer Van der Meijden: Neemt u dan de uitkomst van dat onderzoek wat dit jaar nog plaatsvindt mee in uw voorstel voor huishoudelijke hulp of is dat dan te laat? 01:45:24
Mevrouw Jongman: Ik weet niet of dat qua timing helemaal bij elkaar komt. 01:45:28
De heer Van der Meijden: Want anders hebben wij er niet zoveel aan. 01:45:30
Voorzitter: Ik wil nog even over die 21, misschien dat u zegt: op 3000 is het heel weinig. Het is echt een intensief onderzoek geweest. Door de coronatijd konden wij ook lastig mensen bereid vinden om een een-op-een gesprek... 01:45:41
De heer Van der Meijden: Dat ik begrijp ik heel goed. U zegt nu net: "Wij gaan dit jaar wel weer een kwantitatief onderzoek doen. Mijn vraag is dan gewoon simpel: wordt het kwantitatief onderzoek meegenomen bij het voorstel wat u straks gaat doen? Is daar tijd voor? Hoeft u nu niet te beantwoorden, het kan ook later. Niet heel erg. 01:46:00
Voorzitter: Ja. 01:46:00
De heer Koks: Die 21, diepgaand onderzoek. Maar wat er wel uit naar boven komt drijven, in ieder geval voor ons, is dat mensen moeite hebben met de snelheid van 34
indicatiewisselingen. Vroeger kreeg je bij wijze van spreken 10 jaar langer indicatie en die termijnen zijn steeds korter geworden. Dat en dat mensen voor meerdere takken van sport indicaties moeten doorgaan. Bent u het met mij eens dat dat eigenlijk niet meer zou moeten, die hoeveelheid indicaties en snel achter elkaar enzovoort? 01:46:32
Mevrouw Jongman: Ik denk dat dat ook alleen voor de gemeente zou kunnen spreken en dat je ook zou kunnen kijken hoe je dat veel efficiënter kan doen. Dus in die zin, als iemand iets heeft, dat hoeft hij niet altijd... Iemand heeft een bepaalde ziekte en dan is het niet altijd aannemelijk dat de ziekte naar drie jaar over is als het een chronische ziekte is veelal. Aan de andere kant hebben wij ook gemerkt bij het heronderzoek dat een aantal mensen die eigenlijk nog hulp hadden en niet meer nodig hadden, want wij willen het uitgeven aan de mensen die het wel nodig hebben, dat dat ook op dat moment aangaf dat een aantal mensen onterecht nog hulp hadden gekregen. Het vergt een soort afweging tussen het juiste momentum, ik denk dat u daar een beetje naartoe wilt. Waar zou je wel en waar zou je niet? Zou je dat hele proces niet wat kunnen afschalen in plaats van altijd maar weer het jaarlijkse? 01:47:20
De heer Koks: Ja, tegen de achtergrond dat mensen daar onzeker van worden en ook dat het behoorlijk belastend kan zijn voor mensen. 01:47:26
Mevrouw Jongman: Dat snap ik en dat herken ik en het stond ook inderdaad in het cliënttevredenheidsonderzoek, dus dat maakt ook zeker daar onderdeel van uit. 01:47:32
Voorzitter: De heer Pechler nog even. 01:47:34
De heer Pechler: Dank, Voorzitter. Nog even over dat aanstaande kwantitatieve cliëntervaringsonderzoek. Wordt daar dan ook specifiek de vraag in meegenomen hoe zij de herindicaties hebben vernomen? 01:47:43
Mevrouw Jongman: Nee, dit jaar hebben wij dus dat eigen inhoudelijke diepere onderzoek gedaan. Wij gaan nu over naar het wettelijke, wat wij elk jaar moeten doen. Door corona hoefden wij dat niet meer te doen, het was wettelijk aangegeven: u hoeft het dit jaar niet te doen. Dus wij hebben zelf een eigen onderzoek in plaats daarvan gedaan en wij gaan nu weer over naar het reguliere cliëntentevredenheidsonderzoek. 01:48:06
De heer Pechler: Dat snap ik. Wij waarderen ook zeker een kwalitatief diepgaand onderzoek maar dat kan geen vervanging zijn als het gaat over zo'n ingrijpende en omvangrijke operatie als die herindicaties in onze ogen voor een kwantitatief onderzoek naar alle gebruikers. 01:48:22
Voorzitter: Ik snap wat u zegt. Dan is het ook zo dat over die 3000 herindicaties die wij gedaan hebben, dat wij 50 bezwaren hebben gekregen. Dat is een indicatie, want sommige boxen lopen anders vol en deze... Er zijn 50 mensen die daar bezwaar hebben gemaakt. Dan 35
zit ik meer op de lijn van de heer Koks waarin je zegt: die herindicatie, hoe doe je dat voor de toekomst? Hoe gaan wij dat vormgeven zodat mensen de zenuwen die zij dan soms hebben minder ervaren? 01:48:49
De heer Pechler: Als ik nog mag, Voorzitter, over die bezwaren. Ik snap wel dat er weinig waren want ik had ook cliënten die bezwaar hebben ingediend en dat was toch best wel een lastig proces, dat is ook weer iets waar de drempel hoog voor is. Maar dat terzijde. Ik had ook nog een vraag over dat kopje koffie want de wethouder die zei dat in het protocol staat dat dat erbij hoort. Maar dat kan wel in het protocol staan, in de praktijk blijkt gewoon dat je daar de tijd niet voor hebt. Dus wat is uw visie daarop? 01:49:17
Mevrouw Jongman: In die zin, het maakt onderdeel uit van het protocol. Ik kan niet bij al die mensen die hulp aanbieden op dat moment erbij zijn en zeggen: doe niet de koelkast en doe wel het kopje koffie. Het is hun eigen afweging. Wij hebben wel in het protocol aangegeven dat het onderdeel ervan uitmaakt en het was ook onderdeel van het debat dat wij toen hadden bij de overgang naar maatwerk. Ik kan dus niet in die schoonmaakafwegingen treden, hoewel ik het me misschien soms ook best kan voorstellen dat je denkt: ik wil nog gauw even dit en dan is er geen tijd meer. Maar juist ook dat onderdeel van even die ontmoeting of even dat gesprek, en ik weet ook wel van hulpen die het tussentijds doen. Dan zit iemand erbij op de stoel en gaat ondertussen door, dat gebeurt ook wel. Maar nogmaals, ik ga niet over de hulpen zelf in hun keuzes maar ik zou er wel voor willen pleiten dat het absoluut onderdeel uitmaakt van de urenindicaties die er zijn. 01:50:11
Mevrouw Jongman: Er was nog een vraag over de onafhankelijke cliëntondersteuning. Bij elke brief die wij sturen wordt dat ook zeker aangeboden, het maakt standaard onderdeel uit van het gesprek, voordat wij een gesprek voeren en de uitnodiging die wij sturen. Wij zien ook dat het in de aantallen enorm toegenomen is en dat er ook goed gebruik van wordt gemaakt, meer dan ooit. 01:50:33
Voorzitter: Dank u wel. De heer Koks. 01:50:42
Mevrouw Schuitemaker: Nog even over die uren, indertijd heeft daar een onderzoek aan ten grondslag gelegen uit Utrecht geloof ik, dat er berekend werd dat in 1,9 uur per week of zo het huis gemiddeld schoongehouden moet kunnen worden, behalve bijzondere omstandigheden, daar is die tweeëneenhalf uur ook op gebaseerd. Wordt die norm nog eens een keertje geëvalueerd? Of die norm zoals het in het protocol staat, of dat protocol overeenkomt met de werkelijkheid? Of daadwerkelijk het huis schoon en op orde gehouden kan worden in die 1,9 uur? 01:51:17
Mevrouw Jongman: Het protocol is niet zo juridische bedacht, het is ook in de praktijk getoetst of dat mogelijk is. Volgens mij maakt dat ook, maar ik ga het even voor u na wat precies daar de herhalingscyclus in is. Daar kom ik even op terug, want ik wil dat echt even duidelijk aan u aangeven hoe dat precies zit. 36
01:51:38
Voorzitter: Mevrouw Van Doesen. 01:51:39
Mevrouw Van Doesen: Dank u wel, Voorzitter. Ik had nog een vraag gesteld over het sociaal aanbesteden maar omdat ik niet zo lang in deze branche zit, hoor ik allemaal berichten over een protocol. Heeft dat iets met elkaar te maken of ga je dat nog uitzoeken of dat kan, dat sociaal aanbesteden? 01:52:00
Mevrouw Jongman: De SROI kun je bijvoorbeeld wel in de aanbesteding aangeven maar ik weet niet of dat is wat u bedoelt. Ik zal even bij u op de lijn komen wat u precies bedoelt en dat even opleggen op het protocol. 01:52:13
Mevrouw Van Doesen: Eigenlijk is het geïntroduceerd hier in de Raad bij het in dienst nemen van de huishoudelijke dienst, van de huishoudelijke medewerkers, de schoonmakers bij de gemeente. Toen hebben wij erover gesproken omdat het in dienst nemen een verbetering van de arbeidspositie zou zijn van de werknemer en werd erover gesproken dat wij ook het alternatief van een sociale aanbesteding zouden kunnen hanteren. Ik vond het eigenlijk wel een heel interessante gedachte die helaas geen vorm heeft gekregen. Ik dacht: misschien is het in dit geval ook een idee om te kijken of wij het sociaal kunnen aanbesteden. Mijn vraag was aan u om dat te onderzoeken. 01:52:56
Mevrouw Jongman: Bij de huishoudelijke hulp is de invulling van de SROI heel goed mogelijk en daar kunnen aanbieders ook weer invulling aan gegeven. Dus dat is op die manier het antwoord. 01:53:06
Mevrouw Van Doesen: Krijgen wij dat ook van tevoren te zien? 01:53:10
Mevrouw Jongman: U krijgt de uitkomsten van [onhoorbaar]. 01:53:12
Mevrouw Van Doesen: Ja, van het SROI. 01:53:13
Voorzitter: De heer Koks. 01:53:19
De heer Koks: Ik ben niet zo helemaal thuis in dit onderwerp, dus ik weet niet precies wat er nu verder gaat gebeuren. Er is een collegebrief en vervolgens? 01:53:26
Voorzitter: Dat ga ik zo meteen concluderen, wat wij gaan doen. U wilt ook het vervolgproces geschetst krijgen vanuit het College, neem ik aan? 01:53:37
De heer Koks: Ja, precies. Dat is de vraag.
37
01:53:44
Voorzitter: Komt eraan hoor. 01:53:50
Voorzitter: Volgens mij staat in de brief beschreven, u bent benieuwd naar het proces, ik wil het even voorlezen, daar help ik u graag bij. Wij hebben vandaag de meningsvormende bespreking. Dan gaan wij naar de aanbieders van de huishoudelijke hulp en naar de WIJ toe om dit geheel ook weer te verkennen. Dan maken wij rond de zomervakantie de eindbalans op en nemen wij ook een besluit over de toekomstige opzet van de huishoudelijke hulp. Ook inderdaad met landelijke ontwikkelingen, misschien weten wij dan al wat meer, meneer Van der Meijden had het heel goed gelezen. Maar ook de toenemende kosten voor de uitvoering van de Wmo, daarover gaan wij ook opnieuw in gesprek met de Adviesraad die hier ook bij aanwezig zijn. Wij informeren uw Raad na de zomervakantie van 2021 en dan kan daarna een inkooptraject starten. En rond de jaarwisseling informeren wij uw raad over de uitwerking van de koers voor de toekomst in het inkooptraject. 01:54:51
De heer Koks: Maar ik bedoel, komt er ook een systeemverandering? 01:54:54
Mevrouw Jongman: Er staat nog wel bij: afhankelijk van de financiële uitwerking is mogelijk besluitvorming van de Raad nodig. 01:55:05
Voorzitter: Ik denk dat het checken er nog in zit maar dat die nog niet duidelijk is, of het nou wel of niet een raadsbesluit zou moeten zijn. Ik denk dat het zo werkt. De vraag is derhalve, want het is een collegebrief nu met een collegebevoegdheid. Ik hoorde de heer Pechler maar het is mij even ontschoten wat de achterliggende gedachte van de motie was. 01:55:32
De heer Pechler: Dat gaat over het vervolgproces, dus niet nu bij de collegebrief. 01:55:35
Voorzitter: Precies, dus die hoeven wij niet nu zo meteen bij de raadsvergadering als motie vreemd aan de orde van de dag te hebben. De heer Van der Meijden. 01:55:43
De heer Van der Meijden: Nog even voor de helderheid. Wij krijgen uiteindelijk als Raad een voorstel van het college waar wij nog een definitieve uitspraak over kunnen doen. Dan heb ik daar toch een probleem mee, want als het niet binnen het budget past en u gaat bijvoorbeeld toch niet de WIJ als indicator nemen, dan zullen wij als partij daar een motie over gaan indienen, dat dat wel zou moeten gebeuren. Dus in die zin... 01:56:15
Voorzitter: Op het moment dat het een systeemverandering is, dan wordt het een raadsbesluit en dan wordt het ook anders, daar wordt het anders van. 01:56:29
De heer Van der Meijden: Ik schat nu in dat het anders wordt. 01:56:31
Voorzitter: Ik denk niet dat u zich daar op dit moment zorgen over hoeft te maken maar ik 38
zou wel vinger aan de pols houden. Volgens mij heeft de wethouder ook een toezegging gedaan over een aantal dingen waar zij nog op terug zal komen, dus ik zou daar ook even op letten. Maar voor nu denk ik dat ik kan concluderen dat wij met de bespreking van deze collegebrief en de input die u allen gegeven heeft, dat het college daarmee verder... Met dat gegeven wil ik u hartelijk bedanken voor uw inbreng en wil ik de insprekers nogmaals dankzeggen, wil ik de digitale aanwezigen dankzeggen en wil ik ook de fysiek aanwezigen dank zeggen. Dan wil ik u een fijne avond wensen en een mooie maaltijd.
39