14-04-2021 verslag Politieke woensdag 16.45 uur - MJP Sport en bewegen.pdf
Tekst van het document
POLITIEK VRAGENUUR VAN WOENSDAG 14 APRIL 2021 16.45 UUR - TOPWEER Voorzitter: J. Sietsma (GroenLinks) Namens de raad: J. van Hoorn (GroenLinks), J.P. Loopstra (PvdA), J.S.R. Lo-A-Njoe (D66), L. Wobma (SP), J. Boter (VVD), G.B.H. Brandsema (ChristenUnie), J.D.P. de Haan (CDA), W.I. Pechler (PvdD), Y.P. Menger (100% Groningen), L.E.J. van der Laan (Stadspartij), S.R. Bosch (Student & Stad), S.A. Kaercher (PVV) Namens het college van B&W: wethouder I.M. Jongman Namens de griffie: W.H. Bierman
Meerjarenprogramma Sport en Bewegen (collegebrief 24-32021) 00:07:41
Voorzitter: Goedemiddag. Welkom bij deze meningsvormende bijeenkomst over het Meerjarenprogramma Sport en Bewegen. We hebben vorige week daarover een beeldvormende sessie gehad. Dan kunnen we vandaag echt de degens kruisen, voor zover nodig. Dus ik ben benieuwd. Digitaal doen er drie raadsleden mee. Dat wil zeggen, twee raadsleden en een commissielid: de heer Van Hoorn van GroenLinks, mevrouw Wobma SP, de heer Kaercher van de PVV. We hebben een inspreker, dat is mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge, u krijgt van mij drie minuten de tijd om uw verhaal te doen. Gaat uw gang. 00:17:03
mevrouw De Jonge: Ik spreek namens de werkgroep Toegankelijk Groningen. Wij vinden sport en beweging zo belangrijk, dat burgers en mensen met een handicap daar ook aan mee kunnen doen, dat we in de basis voor de Lokale Inclusie Agenda van gemeente Groningen daar nog een apart punt van gemaakt hebben. Jammer dat die Lokale Inclusie Agenda zo lang op zich laat wachten, anders had u kunnen lezen dat onze actiepunten prima passen in het Meerjarenplan Sport en Bewegen. In ieder geval, de intentie is al heel goed. Alleen zeg ik altijd: 'Ja, nu nog de praktijk en meedoen aan de Groningse sport, spel en gezonde leefstijlactiviteiten.' Dat is toch echt verre van vanzelfsprekend, als je ook een handicap meeneemt. Sowieso de Sport050-link, daar kunnen wij heel moeilijk passende sporten vinden. Ik heb geen idee waar dat aan ligt, maar dat is niet een goed zoeksysteem voor ons tot nu toe. Een ander voorbeeld is die Sport- en Cultuurhopper programma, waar je je onlangs voor kon intekenen. Vol vertrouwen ben ik daar ingedoken, want het zou nu ook voor volwassenen zijn. Helaas, dat is niet echt geslaagd. Als ik dan bij collega's vraag: 'Hebben jullie het ook geprobeerd?' Dan hoor je heel vaak: 'Dat wordt toch niks.' Je gaat niet naar de bakker als je weet dat het brood op is. Dat is bij ons een handicap extra.
Dat je op een gegeven ogenblik denkt: 'Nou, ik ga het ook maar niet meer proberen.' Ik dus wel. Een andere teleurstelling was de SamenGezond-app, waar ik laatst uitgeknikkerd ben onder het motto: moet kunnen hardlopen, wandelen of fietsen, want dat zijn de meest populaire sporten. Als minderheid leg je het vaak af bij de meerderheid, heb ik daar weer braaf zitten uitleggen. Daarom denk ik: ik vind deze nota qua intentie hartstikke goed, er zit voor ons ook veel ruimte in. Maar ik ben ook een beetje een voorzichtige burger geworden, in die zin, dat ik de woorden als inclusief voor iedereen en diversiteit heel mooi vind. Maar ik moet daarbij altijd denken: zijn wij allemaal in beeld? Heel vaak niet. Dan gaat het weer over een 1
minderheid. En dat is niet in deze sportnota zo, maar dat ligt wel heel erg op de loer. Dus ik denk: laten we daar heel alert op zijn. We willen ook graag dat mensen met een andere culturele achtergrond of seksuele geaardheid, dat die ook allemaal net zo goed mee kunnen doen. Want dat zijn wij soms ook. 00:20:13
Voorzitter: Mag ik u vragen af te ronden? 00:20:16
mevrouw De Jonge: Ik vind dit een mooie nota en nu de praktijk nog. Zullen we het daarop houden? 00:20:24
Voorzitter: Dank u wel. Uw oproep is denk ik gehoord. Zijn er nog vragen? De heer Lo-ANjoe. 00:20:38
de heer Lo-A-Njoe: Ja, dank u wel, Voorzitter. Mevrouw De Jonge, dank voor het inspreken. Ik deel uw mening dat in dit Meerjarenprogramma Sport en Bewegen er echt aandacht is voor inclusiviteit in brede zin. U heeft al opmerkingen over de uitvoering. U geeft ook aan: er is geen goed zoeksysteem. Heeft u dan het zoekplatform van Sport050 gebruikt? Of bent u wellicht doorgestuurd naar unieksporten punt nl, wat ook een zoekmachine is? 00:21:05
mevrouw De Jonge: Uniek Sporten gaat wat beter. Maar dan kom je heel snel tot de conclusie dat bijna altijd de afstanden in Groningen behoorlijk lastig zijn. Dan heb je wel een passende sport gevonden, maar die zit wel een heel eind verder. En ik als blinde kan en durf niet achter het stuur van een auto te kruipen. Ik ben ook niet gezegend met een partner die rijdt. Dus ik moet het binnen de actieradius van de gemeente Groningen vinden. 00:21:39
Voorzitter: Helder antwoord. Zijn er nog meer vragen? Dat is niet het geval. Mevrouw Wobma en heer Kaercher. Mevrouw Wobma eerst. 00:22:00
mevrouw Wobma: Dank u wel. Mevrouw De Jonge, hartelijk dank voor het inspreken. Ik vroeg me af of mevrouw De Jonge een concreet iets kan noemen, wat inclusiviteit heel sterk zou kunnen verhogen. Waar denkt mevrouw De jonge dan aan? 00:22:23
mevrouw De Jonge: Ik heb het heel erg voorzien op wat we nieuw gaan inrichten aan beweegplekken in de stad. Dat is het meest basale waar je echt enorm graag, en speldingen voor kinderen. Dat staat wel in de nota, maar dat dat ook echt gerealiseerd gaat worden. En verder, het minste wat je kunt doen is zorgen dat je ook de kantine en de locaties deelt. Kijk, af en toe gaat het technisch niet, samen sporten. Maar dan kun je ten minste naast elkaar sporten. Dat je elkaar tegenkomt. En als het even kan, ook bij grote evenementen van: ach, kijk even of ik erbij kan. Ik ben altijd al heel blij als er op zijn minst aan gedacht is, om het zo goed mogelijk te doen. Het is echt niet zo dat echt alles samen moet, want de realiteit is soms anders. Maar die dingen kosten niks. Dat is een kwestie van opletten, aandacht en creativiteit. Natuurlijk zou het heel mooi als ook de voorzieningen echt toegankelijk zijn, dat 2
je daar goed in kan komen, als je op wielen loopt of dat je je kan oriënteren als je slecht ziet. Al die dingen. Ik ben blij met kleine dingen die niks kosten. Daar kun je al heel veel mee scoren. 00:23:47
Voorzitter: Dank u wel voor uw antwoord. De heer Kaercher nog. 00:23:51
de heer Kaercher: Dank u wel Voorzitter. Mevrouw De Jonge, bedankt voor het inspreken. U benoemde net dat de Sporthopper voor u een teleurstellende ervaring was. Kunt u dat voor mij toelichten? 00:24:05
mevrouw De Jonge: Dat waren waren allerlei leuke activiteiten waar je aan mee kunt doen, om te kijken of het iets voor je is. Maar dan ga je kijken wat het aanbod is en voor mensen met een fysieke handicap, valt dan alles er buiten. Is er al niks. Voor kinderen is het iets beter. Dat is wel fijn, hoor. Ik heb geen zin om negatief te doen. 00:24:38
de heer Kaercher: Maar het ging mij ook om uw ervaring. 00:24:42
mevrouw De Jonge: Ik had bijvoorbeeld een clinic kano of zo wel leuk gevonden. Dat kan in het Stadspark, dan kun je ook niet verdrinken. 00:24:56
Voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Ik dank u voor uw bijdrage, mevrouw De Jonge. Dan gaan wij nu over tot de bijdrage van de fracties. U had drie minuten, maar ik denk dat ik iets strenger ga zijn, want anders zijn we niet om zes uur klaar. Mevrouw Menger, gaat uw gang! 00:25:18
mevrouw De Jonge: Dank u wel, Voorzitter. Allereerst wil ik mevrouw De Jonge bedanken voor haar inspraak. Volgens mij gaf zij ook hele relevante punten aan, waar wij als gemeente zeker wat mee moeten doen. Daarnaast wil ik als fractie 100% Groningen, de beleidsmedewerkers van Sport echt complimenten maken voor het Meerjarenplan. Dat is zo goed geschreven dat het volgende plaatsvond. Wij waren bezig met een aantal fracties een initiatiefvoorstel te schrijven. Alleen tijdens het lezen van het Meerjarenplan kwamen wij tot de ontdekking, dat er heel veel overlap in zit. Heel goed uiteraard. En de bevlogenheid en betrokkenheid van de beleidsmedewerkers spreekt ook uit het stuk, wat ik echt prijzenswaardig vindt. Dus chapeau daarvoor. Toch zijn er wel een aantal punten die ons zijn opgevallen en waarvan ik denk dat dat echt wel mist in het geheel. Dat is toch echt de verbinding, de goede samenwerking met sportondernemers, dus lokale sportondernemers. Ik denk dat de gemeente Groningen daar echt heel veel aan kan hebben. Wij hebben een aantal sportondernemers gesproken. Die zijn ontzettend enthousiast. Die willen daar ook vol motivatie mee bezig gaan. Dus ik denk dat we daar absoluut gebruik van moeten maken, zeker als wij als gemeente Groningen zeggen: 'Sport vinden wij zo belangrijk.' Op alle vlakken is het ook belangrijk: fysiek, mentaal en sociaal.
In de huidige situatie waarin we door corona verkeren, denk ik dat het echt een prioriteit is. Dus: 'Verbinden die handel.' Dat maakt ook dat wij afstappen van het initiatief om een initiatiefvoorstel in te gaan dienen. Dat we toch 3
zeggen: wij gieten het in een motie, waarin wij onze punten heel erg naar voren brengen, waarvan wij vinden dat dat echt belangrijk is. Daar bijgevoegd in hoofdlijnen nog wel het initiatiefvoorstel, maar in ieder geval willen wij heel graag dat de gemeente Groningen aangejaagd wordt in deze samenwerking. Dat was het. Dank u wel. 00:27:50
Voorzitter: Dank u wel. De heer Brandsema. 00:27:52
de heer Brandsema: Dank u wel, Voorzitter. Het Meerjarenprogramma Sport en Bewegen dat we vandaag bespreken, stemt mijn fractie positief. Zowel qua inhoud als qua proces bij het totstandkomen van dit programma. Zowel de adviescommissie voor de sport als de Sportkoepel, waren duidelijk positief over het proces. Dat beeld is bij sommigen ook wel eens anders geweest op het gebied van sport. Dus complimenten ook voor alle betrokkenen daarvoor. Voordat ik het vergeet: ook dank aan de inspreekster. Goed dat dit signaal naar voren komt en mooi om te horen dat mevrouw positief is, maar tegelijkertijd een oproep om scherp te blijven en niet achterover te leunen voor ons allen. Voorzitter, het college schetst de huidige positie van Groningen met betrekking tot sport. Die is positief. In de raad wordt door sommigen kritisch gekeken naar hoe het sportbeleid zich ontwikkelt, maar deze cijfers laten toch een heel mooi positief beeld zien. We zien bijvoorbeeld dat we de op de zevende plek staan op de lijst van sportiefste gemeente. Groningen heeft de vijfde sportbegroting van Nederland. Als enige grote gemeente hebben we bovengemiddeld veel sportaccommodaties per tienduizend inwoners en scoren we als een van de hoogste als het gaat om wekelijkse sportdeelname en verenigingslidmaatschap in vergelijking met andere grote steden. 00:29:03
de heer Lo-A-Njoe: U heeft een vraag van de heer Boter. 00:29:06
de heer Boter: De sport is af meneer Brandsema? U geeft nu zo'n flitsend betoog, dus ik ga ervan uit dat u nu zegt dat de sport klaar is in Groningen. 00:29:17
de heer Brandsema: Voorzitter, als de heer Boter luistert dan geef ik antwoord op die vraag. Voorzitter, vanuit die stevige basis, waar we ons ook bewust van mogen zijn, ligt er nu een mooi Meerjarenprogramma Sport en Bewegen in onze gemeente, die het de komende jaren verder kan brengen. Wat de ChristenUnie opvalt, is dat de focus aan het veranderen is. Tot nu toe gaat het veel over de vraag, of wij voldoende sportaccommodaties hebben. Daar zijn wel knelpunten, zeg ik ook tegen de heer Boter, bijvoorbeeld als het gaat om de binnensport. Dus het is zeker nog niet helemaal af, maar hoogover doen we het daar toch wel redelijk goed. Misschien moeten we langzaamaan wel meer gaan kijken naar wat we bereiken met onder andere de accommodaties die we hebben. Wat mijn fractie betreft helpt dit Meerjarenprogramma om die beweging in gang te zetten. Er is meer aandacht voor het bereiken van inwoners die vanuit zichzelf minder sporten, meer aandacht voor de sociale en samenbindende functie van verenigingen en sportparken in de wijken of het dorp waar ze staan. Meer aandacht voor het ontdekken welke sport bij je past, meer aandacht voor het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte. In deze beweging maakt ook 4
dat vanuit verschillende beleidsterreinen meer samengewerkt moet worden, om de verschillende actielijnen in het Meerjarenprogramma te doen slagen. Een punt dat de adviescommissie van de sport ook benoemt in haar reactie. Dit is niet iets wat automatisch gebeurt, doordat het nu op papier staat, maar vergt blijvende aandacht en inzet. Voorzitter, de ChristenUnie krijgt de indruk dat het Meerjarenprogramma is opgesteld door mensen met kennis en kunde. Een duidelijke visie is aanwezig, wat leidt tot logische keuzes voor de komende jaren. We hebben vertrouwen in het Meerjarenprogramma. Dank u wel. 00:30:50
Voorzitter: Dank u wel. De heer De Haan en dan de heer Loopstra. 00:30:57
de heer De Haan: Voorzitter, dank u wel. Ik proefde toch een beetje een klein sneertje van de heer Brandsema. Ook onder andere richting mijn fractie, omdat wij weleens wat harder ingaan op het gebied van sport. Volgens mij niet onterecht, maar om vandaag maar met de deur in-huis te vallen Voorzitter: dit meerjarenprogramma ziet er hartstikke goed uit. Complimenten aan een ieder die hieraan heeft gewerkt. Compliment aan de wethouder, zeker ook aan de ambtenaren. Wat ons betreft geeft het helder weer waar we de komende jaren naartoe willen. En kunnen we ook ons vinden in de ambities en doelstellingen. Ook fijn dat zowel de Sportkoepel als de adviescommissie tevreden terugkijken op dit proces. Zoals de heer Brandsema ook zei: 'Helaas hebben we dit wel eens anders gezien.' Gekozen is om de elf actielijnen te positioneren in een soort vier, drie, drie opstelling. Ik denk dat Johan Cruijff daar heel erg blij mee zijn. In mijn reactie op dit programma ben ik daar op verdergegaan, want deze elf actielijnen die zijn goed. We faciliteren sportverenigingen, we kijken verder hoe we Bslim kunnen ontwikkelen, we voegen spelen toe, we nemen drempels weg zodat iedereen kan sporten en we streven naar een veilige, positieve en inclusieve sportcultuur. Wat ons betreft is dat van de Champions League niveau.
Maar zoals de heer Loopstra ook zal weten, wil je als FC Groningen in de Champions League belanden, dan is alleen de doelstelling en de ambitie niet voldoende. Want Voorzitter, wat is nu het verschil tussen Ajax en FC Groningen? Ze spelen beide in een vier, drie, drie opstelling.Het verschil zit hem in geld en dat is waar het bij mijn fractie nog wel een beetje knelt, als we kijken naar het meerjarenprogramma. Willen we de mooie woorden uit dit stuk dan ook echt waarmaken, willen we uiteindelijk zoveel mogelijk Groningers aan het sporten krijgen, dan is er meer geld nodig. Het CDA pleit al jaren voor meer geld in de sportbegroting. Geld bijvoorbeeld om de tarieven voor verenigingen in Haren en Ten Boer niet te verhogen, zoals we een paar weken geleden hebben betoogd. Maar ook geld voor de binnensportaccommodaties, zodat alle clubs voldoende kunnen trainen en spelen. Maar ook geld voor de sportondernemers, waar mevrouw Menger het net over had, van 100% Groningen. Vanuit mijn kant nogmaals de complimenten richting mevrouw Menger. Zij complimenteerde net de bevlogenheid van de de ambtenaren, maar mevrouw Menger is zelf ook ontzettend bevlogen. Zij heeft de afgelopen weken met talloze sportondernemers in Groningen, maar ook door het hele land gesproken. Veel complimenten ook voor haar inzet vanuit deze kant.
Er is wel meer nodig om dit alles te bereiken, zodat die plannen van mevrouw Menger niet ten koste gaan van verenigingen, maar juist elkaar kunnen versterken. Dat meer geld, is niet iets wat we morgen met elkaar geregeld hebben, dat besef ik ook. Maar wat het CDA betreft, kijken we de komende jaren samen met alle partijen 5
richting de gemeenteraadsverkiezingen, hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de sportbegroting straks structureel kunnen uitbreiden, zodat het niet alleen bij mooie woorden zal blijven. 00:33:50
Voorzitter: U heeft daar een vraag over van de heer Brandsema. 00:33:53
de heer Brandsema: Dank u wel, Voorzitter. Ik ben benieuwd als het gaat om die vragen om extra geld. We hebben ook in de technische sessie wat gezien als het gaat over het aandeel wat naar accommodaties gaat en naar beleid. Een heel groot deel gaat nu naar accommodaties. Dat gaat relatief gezien best wel goed, laten we meer kijken naar het beleid. Vindt u dan ook, als CDA zijnde, dat dat extra geld voor sport meer richting die beleidskant zou moeten gaan of moet er nog meer richting accommodaties? 00:34:21
de heer De Haan: Wat denk ik heel belangrijk is op dit aspect, is dat we niet polariseren. Dat we niet het een tegen het andere gaan zetten, de vereniging tegenover de ondernemer. Dus als we het over geld hebben, dan denk ik dat het en-en moet zijn. Dat er structureel meer geld naar sport moet. Dat kan en naar verenigingen en wat mij betreft bijvoorbeeld naar de sportondernemer en naar de dingen waar u het net over had. Dus ik denk dat er bij beide nog een slag te winnen is. Dat we ook op andere terreinen, maar ook wellicht met geld van het Rijk en wellicht binnen onze eigen begroting, dat we er alles aan doen, om te kijken of we die sportbegroting met een aantal miljoenen kunnen ophogen. Dank u wel. 00:34:58
Voorzitter: De heer Loopstra. 00:35:01
de heer Loopstra: Dank u, Voorzitter. Mooi, die cijfers in het meerjarenprogramma al gerefereerd door de heer Brandsema en de heer De Haan. Daar sluit ik mij natuurlijk bij aan. Het staat allemaal mooi: zevende plaats van sportiefste gemeente, vijfde sportbegroting. Om de heer Boter voor te zijn: nee, het is niet af. Natuurlijk moeten we altijd weer verder. Daarom heeft onze fractie ook nog wat onderwerpen te bespreken. Daar hebben we ook vrage over. Maar wij voor het een mooi rapport en wij zijn ook blij dat de adviserende raad en de Sportkoepel ook overwegend positief waren. Wij zijn heel enthousiast over het nieuwe onderdeel spelen in het programma. Dat sluit ook aan bij de verlengde schooldag. Het is natuurlijk erg belangrijk dat kinderen ook na schooltijd naar buiten gaan. In mijn tijd gingen wij buiten spelen. Dan was je vanaf dat de school uit ging totdat je moest eten, was je buiten. Tegenwoordig is dat wel anders en om dat weer te veranderen, vinden wij het erg mooi dat het college daarmee is gekomen. Wel hebben wij daar een vraag over: welke activerende instrumenten zet het college in om dat spelen te bevorderen? Je kunt wel speeldingen neerzetten, maar kinderen moeten daar natuurlijk wel mee gaan spelen. Verder waren we benieuwd naar de beweegtuinen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld in de Hoornse meer. Daar zie je dat mensen uit de buurt daar heengaan.
Die vormen een groepje en die zijn druk bezig. Je merkt dat daardoor voor een heleboel mensen de eenzaamheid verdwijnt. Dat je toch mensen vindt om verder in de buurt mee op te trekken. Dat is belangrijk als je wijkgericht denkt, dus wij zijn benieuwd hoe het daar in andere wijken ook 6
aan toe gaat. Dan een onderwerp over geld. Wij hebben voor jongeren het over het algemeen goed geregeld hier. Jongeren uit minimagezinnen kunnen met sportspullen en contributie geholpen worden. Maar onze fractie hamert al jaren om ook ouderen die op dit moment geen geld hebben, om die ook behulpzaam te zijn. En het college heeft een jaar geleden al gezegd: 'Ja, daar zijn we mee bezig.' Alleen, ik lees nu weer: 'Daar zijn we mee bezig.' Wij willen daar graag wat actie op. We zijn benieuwd hoe het college daartegen aankijkt. Misschien dat het armoedebeleid daarvoor mede-ingezet kan worden. Kan de wethouder daarop reageren, wat daar de vorderingen zijn? Wij als Partij van de Arbeidfractie zien graag voorstellen daaromtrent tegemoet, omdat het belangrijk is dat ook mannen of vrouwen van veertig, vijftig, zestig die willen sporten, die mogelijkheid hebben. Het sportparkmanagement kan ook op steun rekenen. Je ziet altijd overdag de lege sportvelden in onze gemeente, waar niemand gebruik van maakt. Als dat nu anders gaat, dat het betrokken wordt bij de wijk, dat daar ook mensen kunnen gaan sporten vanuit de wijk, dat vinden wij een hartstikke goed idee en dat steunen wij ook. Dat was het. 00:38:30
Voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Laan. 00:38:36
de heer Van der Laan: Dank Voorzitter. De Stadspartij is blij dat met name ook de Sportkoepel tevreden is met de wijze waarop, ondanks de tijdsdruk, dit meerjarenplan tot stand is gekomen. Het CDA heeft er al een en ander over gezegd, wij blijven wij van mening dat er in het algemeen nog steeds te weinig geld beschikbaar is voor sport. Dat is jammer natuurlijk. 00:39:02
Voorzitter: De heer Brandsema wil daar iets over vragen. 00:39:05
de heer Brandsema: Dank u wel, Voorzitter. Een beetje dezelfde vraag als die ik aan het CDA stelde. Is dan het beeld van de Stadspartij dat qua extra geld, dat dat moet zitten in nog meer de hardware, dus de accommodaties? Of zouden we langzaamaan wat kritischer moeten kijken of er niet meer naar het beleid zou moeten gaan? Als we kijken naar hoe we het doen met het aantal accommodaties per tienduizend inwoners, dat het met een aantal knelpunten die er natuurlijk nog zijn, maar dat overall het accommodatieniveau best wel goed op orde is, maar dat we scherper moeten kijken van: welk beleid voeren we nu? 00:39:37
Voorzitter: Uw vraag is wel helder. De heer Van der Laan. 00:39:41
de heer Van der Laan: Dank Voorzitter. We zagen recent de discussie over het cofinancieringsfonds. Dan wordt er echt bijna met dubbeltjes en kwartje gerekend. En natuurlijk de harmonisatie van sporttarieven met name gemeente Haren. Ja, dat doet dan toch wel pijn. Dan zie je ook nog dat er nog steeds ruimte gezocht moet worden, om bepaalde budgetten nog te gaan invullen. Dan kun je toch spreken van een geldtekort voor sport. Als we dan zien wat er allemaal naar cultuurgelden gaat in, met name in deze stad, dan is daar wel een bepaalde disbalans in ontstaan. Een positief element is natuurlijk dat het speelelement wordt toegevoegd. Dat is nieuw in dit beleid. Als algemeen bestuurder van de 7
Speeltuincentrale en penningmeester van een speeltuinvereniging, word je daar blij van. Overigens was het nog niet bekend bij bijvoorbeeld speeltuin Speeltuincentrale dat het element spelen onderdeel van nieuw beleid gaat worden. Maar goed, ik zei ook: 'Het is nog niet een vastgesteld beleid.' Wellicht worden de communicatieschakels daar nog voor ingezet. Maar in ieder geval zien wij het vanuit de Speeltuincentrale, speeltuinvereniging, heel positief tegemoet. Men wil graag meedenken en meebouwen aan het hele fenomeen spelen. Want met zeventien speeltuinen onder leiding van de Speeltuincentrale, staat er al een heel bouwwerk qua speelelementen, met name in de stad Groningen. Verder laten we ons leiden door wat de Sportkoepel zegt. Die heeft natuurlijk nogal een aantal kritische punten genoemd. Bijvoorbeeld de initiële werkwijze voor wat betreft het harmonisatieproject wordt genoemd, waarbij een correct inzicht in de kostprijs van de accommodaties en de accommodatiekostenstructuur van verschillende type verenigingen nagestreefd wordt. Zodat er een goede discussie voor verenigingen kan worden gevoerd: hoe gaan die tarieven zich ontwikkelen de komende jaren? Dat daar een stukje duidelijkheid komt en dat verenigingen niet worden opgeschrikt met plotselinge verhogingen, zoals dat in Haren gebeurde, met substantiële hogere bijdragen.
Dus wellicht kan de wethouder daar een toezegging doen, dat dat transparanter wordt de komende jaren. Het is een heel epistel van de Sportkoepel en daar zijn we blij mee, want zij doen dat kritische voorwerk van ons. Ik rond af. 00:42:45
Voorzitter: De heer Bosch. 00:42:47
de heer Bosch: Dank u wel, Voorzitter. Wij zijn, net als de voorgaande partijen, erg tevreden over de voorgestelde Sportvisie. Als gemeente is er de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de beleidsprogramma's en op basis van landelijke indicatoren, scoren we erg goed. Ook in het huidige plan zien we weer goede pijlers, waar verder op gebouwd kan worden. Echter is het natuurlijk ook zo, dat we als gemeente erg jong zijn. Dus laten we ons niet rijk rekenen met cijfers. Over het algemeen sporten jonge mensen vaker. Dus plek zeven is hartstikke mooi, daar moeten we trots op zijn, maar als jonge gemeente is dat ook wel een plek waar we op zijn minst horen. Achteroverleunen is voor ons daarom ook geen optie. Het groeiende inwonersaantal dat we als stad kunnen gaan verwachten, daarmee is het heel erg belangrijk dat we het sportaanbod in de toekomst veilig gaan stellen. Ook de coronacrisis heeft natuurlijk de aandacht op het belang van sporten en fysieke en mentale gezondheid onderstreept. We zijn heel erg te spreken over de Bslim-monitor en de bijbehorende inspanningen. Die zijn in onze ogen heel waardevol: het aanleren van de basis vaardigheden. Laten zien hoe leuk sport kan zijn voor de jongste jeugd, is een perfecte basis. Ook een verlengde sportdag is een goed initiatief en platform Sport050 is hartstikke goed.
Waar de fractie van Student en Stad het heel erg belangrijk vindt, dat zo veel mogelijk mensen gaan sporten, is laagdrempelig sportaanbod ontzettend belangrijk. Wat de visie ook laat zien, is dat de capaciteit in het sportaanbod van binnensport, toch nog wel krap is. Dat levert in de praktijk op dat sommige mensen niet kunnen sporten op een dag die hen uitkomt en daardoor niet gaan sport en dan gaat die barrière omhoog. Of ze zouden tot heel laat in de sporthal staan. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat dat voor mensen een barrière is. Dus wat ons betreft is het de komende jaren tijd om te gaan zoeken naar geld voor een 8
structurele investering in een nieuwe binnensporthal, om dit te tackelen voor de komende jaren. 00:44:51
Voorzitter: De heer Boter heeft een vraag. 00:44:54
de heer Boter: U wilt investeren in die nieuwe hal. Zou u die koppeling willen maken met onderwerp wat hierna komt? Namelijk de hal bouwen naast Martiniplaza en die bijvoorbeeld ook gebruiken voor binnensporten? Om eens een voorbeeld te noemen. 00:45:13
de heer Bosch: Het is in ieder geval een interessante suggestie, maar als dat betekent dat we moeten indikken op Martiniplaza en daardoor minder capaciteit hebben voor cultuur, dan zien wij dat dat niet positief. Dus Martiniplaza moet niet kleiner worden, maar extra plek voor de binnensportcapaciteit vinden wij zeker belangrijk. Daarnaast vragen we ons ook af en dat is moeilijk om in te schatten, maar de monitor voor de capaciteit is gedaan in 2020. We vragen ons af: is dat representatief? Het is om de vier jaar, moeten we daar kijken of we dat misschien niet pas weer over vier jaar te doen, als deze niet representatief is? Dan hebben we misschien geen goede cijfers om goed beleid over te maken. Dus daarover graag een reactie van de wethouder. Tot slot sluiten wij ons aan bij de opmerking, of suggestie van de Partij van de Arbeid over de sporttuinen. In deze tijd zien we allemaal dat die heel erg goed gebruikt wordt. Wij denken als fractie dat dat zo zal blijven. Daarom hopen wij dat we daar echt extra op kunnen inzetten, omdat mensen heel erg zelfstandig daar kunnen sporten, op precies de tijd dat het ze uitkomt. En het tegen de eenzaamheid gaat, zoals de Partij van de Arbeid ook al noemde. Zijn wijken waarin we extra buitensporttuinen kunnen gaan bouwen in de komende jaren? Dank u wel. 00:46:29
Voorzitter: Dank u wel. De heer Boter. 00:46:34
de heer Boter: Dank u wel, meneer de Voorzitter. Onze fractie krijgt na lezing van het voorliggende meerjarenprogramma, zin om te sporten en te bewegen. Of het nu wandelen, fitnessen of een balletje slaan is. Dank voor het goede leesbare meerjarenprogramma dat voorligt, met plaatjes die ook gelijk tot sporten aanzetten. Als dit allemaal uitgevoerd wordt, gaat onze fractie juichend door stad en dorp en dan zouden wij dat calvé-jongetje zijn en dan worden wij helemaal blij. Maar zoals mevrouw De Jonge al zegt: 'Tussen theorie en praktijk zit nog altijd wel een hele wereld.' Daar wil ik toch nog wel wat punten over kraken, want twee weken geleden hebben wij dat ook gedaan. Daar had ik natuurlijk alle ruimte hier voor de vraag van de heer Brandsema gehad over geld, maar laat ik het maar niet over geld hebben, dan hoeft de heer Brandsema zijn vraag niet te stellen. Maar hier zit wel gelijk onze grootste zorg. De ambitie straalt uit, dat er sprake moet zijn van integraliteit, verschillende beleidsterreinen waarvan uitgewerkt wordt aan sport, bewegen, ambitie, wijk- en buurtgerichte aanpak. Mijn buurman heeft natuurlijk al wel wat gezegd over speeltuinen en dat lijkt ons een hele goede ontwikkeling. Die buurtgerichte aanpak voor verenigingen is wel een lastige.
Want als je gaat kijken, dan spelen Oosterparkers VVK, VV Helpman wel in Groningen, maar zeker niet meer in de wijk waar ze ooit zijn gesticht. Dus de verbinding 9
tussen de clubs en bijvoorbeeld de wijk- en buurtbetrokkenheid is dan wel een lastige. Of zie ik daar, en dat is dan de vraag aan het college, wat over het hoofd als het gaat over praktijk en theorie? Een ander punt van integraliteit is dat wij in een eerdere periode maar wel bij onderwijs, samen met D66, een motie hebben ingediend over de bouwplannen bij de Brinkschool voor een wat grotere sporthal. Aangezien de binnensportaccommodaties toch wel krap zijn en is er ook een sporthal die er niet meer staat. Dat gaat dan niet door. Ook daar zie je dat praktijk dan niet meer doorgaat, terwijl de theorie daar mooie dingen over zegt. Kortom, integraal en wijk- en dorpsgericht werken in de sport, sociaal domein, inrichting van de ruimtelijk domein, mogelijk in de omgevingsvisie en het onderwijs is fantastisch. Daar zijn wij ook voor. Daar vindt de wethouder ons ook aan onze zijde, maar het is wel een lastige. Het is wel de sleutel tot meer jaren sport, bewegen, plezier en gezondheid. Als afsluiting wil ik inderdaad de complimenten die de heer De Haan had gegeven, ook geven aan 100% en aan mevrouw Menger voor haar inzet voor het initiatiefvoorstel, wat wij heel erg steunen. Daar zit wel een praktijkslag in. Ook vanuit de theorie, die echt briljant is, dus daarover geen kwaad woord.
Maar het gaat over ondernemerschap, versterken van de sociale functie in bepaalde wijken, ook voor de doelgroep waar de heer Loopstra het over had: ook ouderen. Want ook eenzaamheid bij ouderen, bewegen kan er ook juist voor zorgen dat je elkaar ontmoet en dat je daardoor zelfvertrouwen krijgen, dat je weer lekker in je vel zit. Dus dat proberen we er ook in te doen. Dat zullen wij indienen, samen met 100%, CDA en D66. 00:49:20
Voorzitter: Dank u wel, wie kan ik het woord geven? De heer Kaercher PVV. 00:49:29
de heer Kaercher: Voorzitter, dank u wel. Allereerst onze complimenten aan de opstellers. Voor ons ligt een goed en duidelijk Meerjarenprogramma Sport en Bewegen, waar volgens ons veel tijd en energie in is gestoken. Een leven lang sporten en bewegen voor iedere Groninger. Dat is het ideaalbeeld wat benoemd wordt in het meerjarenprogramma. Er wordt veel geschreven over kinderen en jongeren die in het vroege begin van hun leven met sport en beweging in aanraking moeten komen, om zo hun leven lang te blijven sporten en bewegen. Er wordt benoemd hoe we dat willen bereiken, wie en wat we daarbij moeten betrekken en hoe dat gefinancierd moet worden. Helemaal prima en daar staan wij vanzelfsprekend achter. Maar op bladzijde elf, staat dat het belangrijk is om aandacht te hebben voor leeftijdsgroepen, waarbij de sportdeelname over het algemeen afneemt: pubers, jonge ouders en senioren. Juist over deze groepen hebben wij niet zo heel veel terug kunnen lezen in dit meerjarenprogramma. Pubers wel wat meer, niet met die bewoordingen, maar meer gezien het voornemen van het op jonge leeftijd beginnen met sport en bewegen, en dat dan dus in de puberteit proberen vast te houden. Maar de jonge ouders dan? Hoe willen we die aan het sporten krijgen, naast alle nieuwe verantwoordelijkheden? We konden het niet teruglezen.
En de senioren, daar vinden wij het meerjarenprogramma ook niet echt duidelijk in. In het sportnetwerk op bladzijde tweeëndertig is geen enkele ouderenorganisatie, verzorgingshuis, dagbesteding of ontmoetingsplek, te bespeuren. En dat terwijl er vanochtend in de beeldvormende sessie over de huishoudelijke hulp, juist op ons hart werd gedrukt dat fysieke fitheid van ouderen bijdraagt aan de zelfredzaamheid en daarbij aan kostenreductie op het gebied van 10
huishoudelijke hulp. Misschien dat de wethouder daar een verhelderende uitleg over kan geven, waarom dit niet nader benoemd wordt in het meerjarenprogramma. Ik wil ook nog benoemen, dat wij naast alle andere mooie initiatieven zoals Bslim, de Sporthopper een mooi en veelbelovend initiatief vinden, juist voor deze twee doelgroepen. We zijn er dan ook erg blij mee dat dit gebouwd gaat worden en er ook meer bekendheid aan gegeven gaat worden. Wel zouden wij graag de woorden van de inspreker, mevrouw De Jonge, als aandachtspunt mee willen geven aan het college, zodat ook mensen met een beperking van de sporthal gebruik kunnen maken en niet teleurgesteld worden. Tot zover, dank u wel. 00:51:51
Voorzitter: Dank u wel. De heer Lo-A-Njoe en daarna mag de heer Pechler. 00:52:00
de heer Lo-A-Njoe: Dank u wel, Voorzitter. Inhoudelijk borduurt dit prachtige MJP enerzijds logisch voort, op het recent vastgestelde document Sport en Beweegvisie 2021. Ik sluit me aan bij de complimenten die aan de schrijvers zijn gemaakt en aan het college voor dit 'state of the art' programma. Ik sluit mij ook direct welgemeend aan bij de complimenten die door de collega's van het CDA en VVD al zijn gedaan over iets wat wij heel belangrijk vinden, namelijk nieuw vrouwelijk leiderschap. Wij zijn echt voortgetrokken door mevrouw Menger in een idee, wat we dus niet in de initiatiefnota zullen aanbieden, maar mogelijk in een motie. Dus daarvoor dank. Het MJP borduurt logisch voort, omdat in de visie op sportief kapitaal wordt ingezoomd en dan is het logisch dat je bij de jeugd uitkomt. En dus zijn zaken in actielijn als Bslim, en Gelijke Kansen en pilots met De Rijke schooldag. Daar zijn we erg positief over. We hebben bij de bespreking van de visie naast waardering ook meer aandacht gevraagd en inzet gevraagd voor wat betref de winst die nog te boeken valt, als het gaat om inclusiviteit in de lokale sportwereld. Ik heb zelf met mijn toen nog fractiegenoot Wieke Paulusma al voor de coronapandemie gesprekken over een inclusief sportklimaat gevoerd en lijntjes gelegd met onder andere de John Blankenstein Stichting en met ambtenaren.
Dat dit nu handen en voeten krijgen in actielijn vier, die gericht is op een veilig, positief en inclusief sportklimaat, is geweldig wat ons betreft. Als we mevrouw De Jonge zo horen, ook nodig. We zijn er in de praktijk nog niet. Op het gebied van diversiteit, blijft de kritische reflectie door sportaanbieders en met name in de georganiseerde sport namelijk wel vaak achter op de ontwikkelingen in de maatschappij. Ook gisteren was er weer in de Volkskrant een kritisch artikel van onderzoekster Agnes Helling, over een positief rapport van PwC in opdracht gemaakt van de KNVB. Dat rapport blinkt uit in blinde vlekken voor misstanden binnen de sport op het gebied van racisme, homofobie en integriteitsproblemen. Ook dat is maatschappelijke impact. Ik ben er trots op dat deze gemeente hier nu concreet op inzet. Maar actie is vooral ook noodzakelijk vanuit de sportwereld zelf. We zijn er nog niet op deze gebieden wat betreft sport. Dan ten slotte, we verkeren in coronatijden en het zijn met name de kwetsbaren in onze samenleving, bij wie we zien dat de sportparticipatie achterblijft en dat de gezondheidsverschillen toenemen. En de kansenongelijkheid was al groot. Daarvoor is er vanuit het Rijk een subsidie op poten gezet, om juist op die inactiviteit in te spelen.
Graag horen we van de wethouder, op welke wijze deze coronamiddelen voor ons gaan landen in de plannen voor Sport en Bewegen. We zouden net als mevrouw Menger van 100% Groningen graag zien dat de kracht van de ondernemende sportaanbieders in de wijk.... 11
00:54:51
Voorzitter: U moet nu echt afronden. Het woord is aan de heer Pechler. 00:54:59
de heer Pechler: Dank, Voorzitter. Dank ook aan mevrouw De Jonge voor haar inspraak. Op weg naar hier, naar het provinciehuis, zag ik bij de sportplekken van Kardinge en de Vrydemalaan allemaal mensen enthousiast bewegen in het zonnetje. Als ik straks terugfiets langs de Eemskanaal, zie ik op die beweegplekken ongetwijfeld ook mensen sporten. Druk bezig met het opbouwen en vasthouden van hun sportief kapitaal. Actielijn nummer negen in actie, nu al. Voorzitter, ik kan me ook aansluiten bij de lovende woorden van vorige sprekers. Er ligt een mooi programma voor ons. Het is ook fijn om te lezen dat de samenwerking met de Sportkoepel dit keer goed is verlopen en dat ook de adviescommissie voor de Sport tevreden over het proces terugkijkt. Mijn fractie is vooral erg blij, het is net ook genoemd, met de ruime aandacht voor een veilig en inclusief sportklimaat in dit meerjarenprogramma. Zeker als ik naar mezelf en mijn ervaringen kijk. Als jongetje durfde ik niet op voetbal, want de jongens die al op voetbal zaten, die scholden mij tijdens schoolsporten uit voor watje, of mietje of de klassieker: 'Ben je soms een meisje?' Als het allemaal agressief en stoer moet en ik word uitgelachen om hoe ik ren of praat, laat dan maar zitten, dacht ik. Die voetbalverenigingen daar voelde ik me niet welkom.
Toen ben ik gaan turnen en ging ik op atletiek en daar heb ik fijne jaren gehad en voelde ik me wel geaccepteerd. Maar als je dan kijkt naar hoe het er nu voorstaat, twintig jaar later. Tegenwoordig staan de praatprogramma's over voetbal nog steeds strak van het racisme, de misogynie en de homofobie. Nog steeds zijn homofobe spreekkoren bij voetbalwedstrijden aan de orde van de dag. Nog altijd durft er bijna geen profvoetballer uit de kast te komen. Natuurlijk spelen deze problemen niet alleen bij voetbal, maar bij meer sporten en meer verenigingen. Ongetwijfeld zijn er ook heel veel verenigingen al wel goed en proactief mee bezig. Maar als ik de verhalen uit de media lees en in dit programma lees, dat er nog veel verenigingen zijn zonder geformuleerde gedragsregels of een protocol rondom wangedrag, dan is er duidelijk een wereld te winnen. Sociale uitsluiting, gesloten culturen, schelden, pesten en onsportief gedrag in de sport tegengaan is terecht een van de prioriteiten van dit meerjarenprogramma. Het is echt heel fijn om dit allemaal benoemd te zien worden met stappen om deze problemen aan te pakken, zodat kinderen en volwassenen in de toekomst hopelijk niet meer een sportkeuze hoeven te maken op basis van waar ze wel of niet uitgescholden of gepest worden, maar gewoon elke sport kunnen doen die ze leuk vinden. Daar geaccepteerd worden en er echt bij horen.
Wat betreft de inclusiviteit in het kader van mensen met een functiebeperking, vraag ik de wethouder om op de opmerking van mevrouw De Jonge in te gaan en de overige actielijnen zien er goed uit. We zijn benieuwd naar de reactie van het college over de opmerking van de Sportkoepel over het ontbreken van Groningse ervaringscijfers en een onderzoek naar de niet-sporters. 00:57:29
Voorzitter: Ik onderbreek u even want de heer Loopstra heeft een vraag. 00:57:31
de heer Loopstra: Ja, want ik vind het hele wijze en mooie woorden van meneer Pechler, die sprak over discriminatie en dergelijke. Mijn vraag is heel praktisch: wat zijn nu instrumenten om daaraan te gaan doen? Want je kunt wel mooie protocollen opstellen als vereniging en 12
allemaal daar in geloven. Maar in de praktijk merk ik ook bij FC Groningen dat er altijd idioten zijn die de meest afschuwelijke dingen zeggen. Wat ziet u als oplossing om dit helse probleem aan te pakken? 00:58:03
de heer Pechler: Een terechte maar hele lastige vraag. Ik denk dat het toch wel begint met eerst het opstellen van protocollen en het instellen van een vertrouwenspersoon. En dan ook bij die verenigingen ervoor zorgen dat die protocollen worden nageleefd en dat die vertrouwenspersoon echt te vertrouwen is. Dat mensen daar naartoe gaan. Wat betreft in de professionele sportwereld, ja die gekken die dan zo'n spreekkoor beginnen, het lijkt mij dat je die een tijdelijk stadionverbod oplegt. Dan leren ze het vanzelf. 00:58:29
Voorzitter: Dank u wel. Uw tijd zit er ook op. Dan kijk ik nog even naar mevrouw Wobma en de heer Van Hoorn. De heer Van Hoorn, GroenLinks. 00:58:39
De Heer Van Hoorn: Dank u wel, Voorzitter. Met veel plezier heb ik het meerjarenprogramma Sport en Bewegen gelezen. Niet alleen omdat, zoals al eerder gezegd is, erg prettig geschreven is, maar vooral ook vanwege de mooie ambities en richtingen die worden beschreven voor de Groningse sport. Ik ga er toch enkele kort toelichten. Er komen natuurlijk een aantal dingen terug, die al eerder beschreven zijn maar die nog steeds aandacht verdienen: het activeren van de jeugd en Bslim bijvoorbeeld. Alles in het kader van het opbouwen van sportief kapitaal. Ook de experimenten met de verlengde schooldag volgens Scandinavisch model, kan ook op veel enthousiasme rekenen van mijn fractie. Sporten en bewegen is een wezenlijk en belangrijk onderdeel van het leven in Groningen. Dit zou vanzelfsprekend moeten zijn voor iedereen. De komst van de beweegcoach inclusief sporten, de alliantie [onhoorbaar] een bredere inzet van de Cultuur- en Sporthopper en ook de samenwerking met de werkgroep Toegankelijk, zijn allemaal stappen die deze vanzelfsprekendheid dichterbij brengen. Natuurlijk zijn er ook dingen te verbeteren. Zoals mevrouw De Jonge net al aangaf: binnen de Cultuur- en Sporthopper en überhaupt het sportaanbod, is het nu nog niet altijd inclusief en toegankelijk.
Daarom is juist deze uitgebreide en expliciete aandacht voor een veilig en inclusief sportklimaat in heel Groningen zo belangrijk. Want dit geeft mij het vertrouwen dat dergelijke zaken in de toekomst, snel gesignaleerd kunnen worden en ook hersteld kunnen worden. Zo maken we samen sporten en bewegen, echt iets voor iedereen. Persoonlijk kan ik alleen maar, net als de heer Pechler zojuist, beamen hoe belangrijk dit is voor mensen voor wie erbij horen en meedoen bij het sporten niet vanzelfsprekend is. Voorzitter, afrondend, het zal u niet verbazen, GroenLinks is blij met het meerjarenprogramma zoals die nu voor ons ligt. Er is veel gedaan, er is ook nog veel te doen en daarom is juist een uitgebreid en ambitieus programma als deze zo belangrijk. Dank u wel. 01:00:44
Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Wobma, wilt u nog een bijdrage leveren? 01:00:50
mevrouw Wobma: Dank, heel graag. Hartelijk dank voor het meerjarenprogramma en inderdaad ook goed te zien dat het proces overwegend goed is verlopen. Wij sluiten ons aan 13
bij de PvdA over het sporten van ouderen en de tegemoetkoming voor geld. Ook bij de inspreker, mevrouw De Jonge, over de toegankelijkheid en over de inclusiviteit van de heer Pechler. Naast alle goede dingen die al zijn genoemd, valt mijn fractie bij lezing toch op, dat er veel over kinderen wordt geschreven en dat is heel goed, maar wel veel minder over jongeren. De PVV stipte daar ook al iets over aan. Dat klopt natuurlijk wel als je kijkt naar het thema: sportief kapitaal dat op jonge leeftijd moet worden aangemaakt. Maar in de eerste plaats willen kinderen over het algemeen al best wel sporten. Het probleem is, zoals de opstellers zelf ook al aangaven, dat ze als ze in de puberteit komen, vaak afhaken. Dat lijkt haaks te staan op het idee: jong geleerd, oud gedaan, of als puber gedaan. Het tegenstrijdige die de adviesraad Sport ook al eens heeft geconstateerd. Onze vraag is dan toch nog een keer of de hele aanname wel klopt. Als je dat als kind maar vaak genoeg doet, dat je dan blijft doen. Ik zou daar toch nog graag een antwoord van de wethouder op krijgen. Verder denken wij: is het sowieso niet beter om veel meer op jongeren in te zetten, en dan vooral op sporten die aansluiten bij hun belevingswereld en interesse? Zoals de Urban Sports.
Daar zijn ontzettend veel ontwikkelingen in die wij niet terug zien komen in dit meerjarenplan, terwijl het prima aansluit bij de goede aandachtspunten van sporten in de openbare ruimte, buitenspelen, bewegen in de stad, Gelijke Kansen. Dan buitensporten en dan vooral in de wijken op straat, is gratis, dus toegankelijk voor iedereen en vergroot de sociale cohesie. Het is ook denkbaar dat er dan minder ingezet hoeft te worden, bijvoorbeeld via Bslim, omdat jongeren dan zelf al een intrinsieke motivatie hebben, om te bewegen. De vraag aan de wethouder is: is eigenlijk wel in beeld over hoe deze Urban Sports worden beoefend en door hoeveel in onze gemeente. En waar is behoefte aan, om deze te kunnen beoefenen? Weet de wethouder dat? En hoe kijkt de wethouder er tegenaan, om hier veel meer op in te zetten om zodoende de uitval in de puberteit tegen te gaan. Dank u wel. 01:03:37
Speaker 2: Dank u wel. Ik constateer dat u nog een aantal meer technische vragen stelt, maar we merken wel of de wethouder daar antwoord op kan aangeven. Het woord is aan de wethouder. 01:03:53
mevrouw Jongman: Dank u wel Voorzitter. Allereerst dank voor alle complimenten die zijn uitgesproken en die ik bij deze ook doorgeef aan de harde werkers die dit programma mogelijk hebben gemaakt. Die u voor de schermen vorige week allemaal heeft kunnen zien wie dat zijn, die daar aan gewerkt hebben. Het is denk ik heel mooi dat we het nu ook over dit programma hebben, omdat we eerst de visie hebben vastgesteld en met die visie geef je aan waar je naartoe wilt. Dit meerjarenprogramma geeft natuurlijk heel duidelijk aan van: dit zijn de actieprogramma's die we voor ogen hebben en dit zijn de lijnen die we de komende periode volgen. Het was een van u die opmerkte: 'Is sport af?' Nee, volgens mij sporten nooit af. Sport is elk jaar misschien ook wel veranderen van de opstelling soms. Want het is het team van dit jaar, wat volgend jaar anders is. Alhoewel men zegt: 'Never change a winning team' zie je vaak elk jaar weer een nieuw team ontstaan en daardoor allerlei nieuwe dynamieken ontstaan. Het veld van de Euroborg blijft natuurlijk elk jaar staan. Dat is de accommodatie van waar je uitgaat en van waaruit je ook je sportbeleid verder uit bouwt. Dus in die zin zijn die accommodaties natuurlijk heel hard nodig voor de toekomst, voor onze inwoners en ook de groei van de stad die daarin zit. Iemand noemt de 14
binnensport, daar is in het capaciteitsonderzoek inderdaad aangegeven dat er krapte is. Dat heeft het college ook zeker onderkent en als u de tekst ook heeft gelezen, dan zitten daar ook een aantal punten in waarop we ook aan willen haken, op gebiedsontwikkelingen, op mogelijkheden om sporten te combineren met ook vooral wijken. Een punt wat ook door een aantal van u terecht genoemd genoemd is, zodat je niet solitaire voetbalterreinen hebt of solitaire sport- en bewegenplekken of waar dan ook. Maar juist als onderdeel van beweging in de wijk en ook juist in verbinding met de wijk. Ik ga even aantal opmerkingen van u af. Ik begin bij de inspreker die natuurlijk ook een terecht punt had en die we ook bij onze webinars gesproken hebben. Wij danken haar ook steeds voor haar inbreng daarin. We zijn net begonnen met een beweegcoach: Uniek Sporten. Vanuit het Sportakkoord is die personen van start gegaan. En de Sportopper was nu ook de eerste keer voor volwassenen. Om in die Sporthopper misschien voor de volgende keer ook wat specifiekere aandachtspunt mee te geven, om daar ook een meer aangepast aanbod in mee te geven. Misschien ook wel de uitdaging die mevrouw De Jonge formuleerde: 'Ik wil best ook een keer roeien, zou dat niet mogelijk zijn?' Misschien kunnen we eens met die ogen daarnaar kijken. Dus dank voor uw input daarin.
100% gaf aan: die verbinding en samenwerking, dan gericht op commerciële sportondernemers. We willen graag in verbinding staan, want nogmaals, we hebben ook beschreven: het sportbeleid doe je niet alleen, dat doe je met elkaar, want wij kunnen van alles faciliteren, maar op het moment dat er niks gebeurt met verenigingen of met sportaanbieders, dan gebeurt er natuurlijk helemaal niks. Behalve dat mensen natuurlijk altijd zelf in beweging kunnen komen, hebben we elkaar nodig. Dat zit hem ook juist in het woord 'sportclubs' wat in de tekst genoemd wordt. Sportclubs zijn uiteraard verenigingen, maar sportclubs is een breder woord dan alleen sportverenigingen. Daarmee geven wij ook aan, dat we hen zeker nodig hebben. En dat geldt ook bijvoorbeeld voor het lokale Sportakkoord wat we afgesloten hebben. Ook daar waren commerciële sportaanbieders die ook in die beweging heel graag met ons mee willen optrekken. Dus in die zin is dat zeker aan ons geadresseerd en in die zin wil dat toch zeker met hen oppakken. En ik kom dan op het andere punt, wat meneer Lo-A-Njoe noemde, zo nog op terug. Spelen en bewegen, dat activerende ook met die speeltuinvereniging. Natuurlijk gaan we in overleg met de Speeltuincentrale hoe we dat vorm gaan geven. Dus we weten alvast dat het men daar zeker toebereid is.
Dat betekent ook een hele trits van misschien, als je vanaf een peuter bekijkt tot aan een puber, dat spelen en bewegen leuk is. Daar kun je vanaf jonge leeftijd al mee beginnen en dat wil je graag meenemen in de leeftijden van de jeugd totdat ze opgroeien. Dat wijkgerichte, dat noemde de Partij van de Arbeid, daar hebben we ook een subsidie voor gekregen. Als je dan openbare sportplekken hebt of openbare beweegplekken, hoe krijg je dan voor elkaar dat die mensen daar ook gebruik van maken? Daar is in Vinkhuizen ook een subsidie voor, om dat te activeren en er zijn meer middelen voor beschikbaar in verschillende wijken. Het loopt overal een beetje anders, want in de ene wijk ontstaat iets op een bepaalde manier of op andere manier. Soms is de aansluiting bij een sportclub, als we het hebben over sportwijken of sportparkmanagers, die we weer in sportwijken met elkaar willen verbinden. Dat is een lijn die loopt in het Sportakkoord en zo zien we echt die verbinding her en der ontstaan. We kunnen niet alles in één keer doen, want dat vraagt tijd en energie en inzet. Maar juist in die samenwerking, om ervoor te zorgen dat ook de ouderen daar gaan sporten, daar willen we dat ook zeker in betrekken. Het volgende punt: krapte binnensport. Het capaciteitsonderzoek hebben we nu voor vier jaar gedaan. In 15
principe wordt dat elke vier jaar ook herhaald, om daarmee ook een keer in de vier de thermometer erin te hebben, van: wat leeft er en wat speelt er? Mocht daar aanleiding toe zijn om dat eerder te doen, dan doen we dat. In principe is het echt een heel intensief onderzoek wat gedaan wordt. Ook in overleg met heel veel sporters, aanbieders, verenigingen, enzovoorts, dat in principe de cyclus vier jaar is. Mocht daar aanleiding toe zijn, dan gaan we dat ook zeker eerder doen. Zoals eerder gezegd: de urgentie bij binnensport is door het college ook beantwoord naar aanleiding van het capaciteitsonderzoek. De de ouderen: in die zin heb ik dat beantwoord in de zin dat wij sportparkmanagement en sportwijken aan het oprichten zijn. Ook sportclubs kunnen helpen om nieuwe doelgroepen te betrekken op andere momenten van de dag. Daar hebben we ook bedoeld, dat we daar ook ouderen in willen betrekken. Je hebt bijvoorbeeld het fenomeen Walking Football. Daar is FC Groningen ook actief mee de boeren op aan het gaan, om op die manier ook ouderen bij sporten en bewegen te betrekken. En als we hebben over de sportfonds, dat is er eentje waar wij inderdaad nog proberen aan te sluiten bij het landelijke initiatief. Wij proberen dat nu ook lokaal te vertalen, inderdaad met middelen. We hebben ook beschreven in de brief dat we daar op dit moment nog geen middelen voor hebben.
Dat is ook een nieuwe ambitie, dus daar is nog geen geld voor, maar we willen wel bij de begroting van 2022 daarnaar kijken, om dat vorm en inhoud te geven. Zodat we daar ook zeker mee van start kunnen gaan. Dat vergt binnen het armoedebeleid ook zeker weer overleg. Dus daar is het college op dit moment ook naar aan het kijken. De maatschappelijke impact van corona, wat aangegeven werd, waar mevrouw Menger een heel mooi idee over had met een aantal partijen in gezamenlijkheid. We zijn op dit moment ook zeker bezig om te kijken hoe we een soort sociaal perspectiefplan na corona kunnen opstellen, want je ziet aan de cijfers dat mensen minder zijn gaan sporten en bewegen, om daar met aandacht juist voor die kwetsbare groepen, hoe we de middelen die daarvoor beschikbaar zijn, kunnen inzetten. En hoe we daar ook extra middelen die we vanuit het Rijk hebben gekregen vanuit het Sportakkoord, om daar in combinatie het goede voor de inwoners te doen, zodat we het meedoen aan sport kunnen bevorderen, en daar ook op die manier vorm aan kunnen geven. Dat wie er ook mee bezig wil zijn, willen aanmoedigen, om daar vooral aan mee te doen. Maar we willen ook proberen om lijnen die al lopen, want voordat je een nieuw programma hebt lopen, kost ook tijd en inzet, om juist wat al goed loopt, om zo'n programma bijvoorbeeld te versterken.
Maar daar komen we bij uw raad zeker op terug, wat dat programma gaat inhouden. Dat is een breder programma, binnen het sociaal domein. Veiligheid binnen de sport is ook een belangrijk thema, net als toegankelijkheid wat mevrouw De Jong al aangaf. Iedereen moet zich veilig voelen om te kunnen gaan sporten. We zijn al bezig met de LHBTI-plus programma, met de John Blankenstein Foundation. Het centrum voor veilige sport, daar zijn ook instrumenten voor om daar stappen in te zetten. Daar gaan we ook mee bezig, want dat is het thema veilig sportklimaat zoals we dat ook in het programma hebben benoemd. Daarvoor hebben we nog geen cijfers, maar op het programma staat, daar in 2022 met een nulmeting te beginnen, om te kijken: heeft het beleid wat in hebben gezet effect? En dat betekent ook dat iedereen op een veilige manier en op een prettige manier moet kunnen sporten. Iedereen moet zich veilig kunnen voelen. Jongeren die niet meer kunnen sporten en Urban Sports. Bslim is een programma dat loopt tot en met vijftien jaar. We zijn wel met het mbo in gesprek, wat we met die doelgroep kunnen doen. We zijn inderdaad bezig met Urban 16
Sports, zoals in het programma staat, waarbij we onder andere City Legends gaan introduceren in Groningen. Dat is een app, waar jongeren van alle Urban faciliteiten gebruik kunnen maken. We hebben ook gesprekken met de skaters en meer groepen die daarin actief zijn, dus dat is een punt, waar wij zeker mee aan de slag willen. Om ook de jongeren, misschien tijdelijk ,met de Urban Sports actief te kunnen houden. Dan nog het punt geld en middelen. Dat is een thema wat vaker in deze raad aan de orde is. Ook een terecht punt, want zonder euro's kun je niet zoveel. Ik wil toch benoemen op basis van de feiten, wat daar in gaande is. Als je kijkt naar de begroting vanaf 2017, in 2017 hadden we een eenenzeventig euro per hoofd van de gemeente Groningen bevolking. Dit is gestegen naar zesentachtig euro in 2021 dus. Dat is een behoorlijke stijging van bijna zes miljoen euro structureel meer voor geld in sport. Daarom zie je de stijgende lijn. Zijn we daarmee klaar en af? Nee, maar we hebben wel een stijgende lijn te pakken en we proberen met al die dingen die we nu aan het doen zijn, de sport steeds een beetje beter te maken. 01:15:31
Voorzitter: Dank u wel. Is de wethouder prangende vragen vergeten? Het moet wel echt een dringende vraag zijn. De heer Van der Laan. 01:15:41
de heer Van der Laan: Wat de Sportkoepel aangeeft over het vervolg voor die initiële werkwijze van het harmonisatietraject, om de berekening dusdanig toekomstbestendig te maken dat verenigingen van tevoren weten hoe zij hun kostprijs richting de leden moeten vertalen. En daar niet door worden verrast. Of de wethouder daar een toezegging wil doen, om dat in ieder geval beter te doen. 01:16:05
mevrouw Jongman: Verrassen kan nooit aan de orde zijn. Op het moment dat je het tarief aangeeft, heb je ook altijd een bepaalde periode om verenigingen in de gelegenheid te stellen, om op een ledenvergadering dat aan te kondigen. Dus wij zijn nooit van: 1 september en morgen gaat het tarief omhoog. Los daarvan zijn er al zeker afspraken, ook met de Sportkoepel, om daar in gezamenlijkheid naar te kijken de komende tijd. Dus dat hadden we al afgesproken, maar dan kan ik u bij deze ook aangeven. 01:16:33
Voorzitter: De heer Lo-A-Njoe. 01:16:34
de heer Lo-A-Njoe: Ik denk dat ik het antwoord gemist heb op de vraag die ik gesteld had. Namelijk hoe de coronamiddelen landen in de plannen voor sport en bewegen. Klopt dat? 01:16:45
mevrouw Jongman: Ik heb aangegeven dat we een heel breed pakket aan het samenstellen zijn voor perspectief na corona, binnen het sociaal domein. Daar maakt sport zeker onderdeel van uit. Dus dat is het brede plan. En daarnaast zijn de middelen binnen het lokaal Sportakkoord verdubbeld, om mensen meer aan sport en bewegen te krijgen. En ik kom daar bij uw raad op terug, wat dat inhoudt. Ik heb daarbij aangegeven, dat we ook het aanbod wat er ligt van bijvoorbeeld commerciële sportaanbieders of wat er al ligt, om dat programma te versterken. In ieder geval daar extra inzet op te plegen, dus daar komen we zeker bij u op terug. 17
01:17:24
Voorzitter: Ik stel voor dat we de beraadslagingen beëindigen. Het is een collegebrief. Er is in ieder geval een motie aangekondigd. Dat wordt dan een motie vreemd. Ik weet niet of er nog meer moties volgen? Nee. Er komt in ieder geval een motie. Dan kunnen we hiermee de bespreking beëindigen. Ik dank u voor uw bijdrage. Wel thuis en fijne avond.
18