10-03-2021 verslag Politieke woensdag 16.00 uur Gronings model wijk en dorpsdemocratie.pdf
Tekst van het document
Mevrouw De Wrede: Ja, dat heeft u perfect onder woorden gebracht, meneer Koks. We kunnen concluderen dat de Partij van de Arbeid van mening is dat het zo moet blijven als het nu is en dat we zeker niet meer rechten of mogelijkheden aan burgers moeten toekennen om invloed uitoefenen op hun eigen wijk en wat daarin te gebeuren staat. 01:08:38
Voorzitter: Meneer Loopstra laat dat mooi over zich heengaan, geloof ik. We moeten naar de laatste twee bijdragen. Gaat uw gang. 01:08:47
Mevrouw Van de Giessen: Bedankt, Voorzitter. Bedankt aan de insprekers voor jullie bijdrage. Ik zal het kort houden. Wij zien hetzelfde als het college. We zien dat we moeten werken aan het vertrouwen in de overheid en ik denk dat dit een mooie eerste stap is om te zetten naar meer binding. Er zitten in het plan een heleboel ingrediënten die goed zijn. Het is goed om te kijken naar de wijken en hoe zij zichzelf willen organiseren en om niet iets op te dringen waar de wijken helemaal niet op zitten te wachten. Wij sluiten ons aan bij de vragen en opmerkingen van, onder andere, GroenLinks en de SP over de wijkoverstijgende zaken. Daar hebben wij zorgen over, want ook daar moet iedereen goed bij worden betrokken. Wat heel belangrijk is, is om de komende tijd te blijven werken aan het draagvlak. Dat hangt een beetje samen met de discussie die net werd gevoerd. We ontvangen nu te vaak signalen dat buurtbewoners zich niet betrokken voelen bij de plannen. Wil je straks met succes zoiets uit kunnen rollen dan moet je nu alvast aan dat vertrouwen werken. Blijf bewoners nu al betrekken ook al hebben we er nog geen systeem voor. We kunnen een heleboel voorbeelden noemen waar het goed is gegaan, maar we horen vaak van bewoners die iets anders laten merken. Daar wil ik het bij laten. 01:09:57
Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jakobs. 01:09:59
Mevrouw Jacobs: Dank u wel, Voorzitter. Een hele hoop dingen zijn al gezegd. Positieve- en negatieve dingen. Wat in ieder geval heel belangrijk is en wat door alle woordvoering heen komt is dat inwoners betrokken zijn bij hun leefomgeving, een mening hebben en zich in meer of mindere mate bezig willen houden met wat er in hun omgeving speelt. Het is goed dat de gemeente daarop inspeelt. We hebben de afgelopen periode veel geëxperimenteerd met democratische vernieuwing. Van groot naar klein en van projectmatig naar gestructureerd. Wat volgens mij ook heel belangrijk is, is dat het mogelijk moet zijn dat je je in mindere mate bezig wil houden met wat er speelt in de wijk. Het mag ook zo zijn dat je ervoor kiest dat de gemeente zijn ding doet. Daar heb ik in de beeldvormende sessie al een aantal woorden aan gewijd, omdat het belangrijk is. Daar sloeg mijn interruptie ten opzichte 23
van meneer Bosch op. Als bewoners er voor kiezen om niet mee te doen in een democratisch proces is dat, wat onze fractie betreft, oké. De vraag is altijd of het aan de gemeente is om ze met kop en schouders erbij te trekken of niet. 01:11:04
Voorzitter: De heer Koks wil daar graag op reageren. 01:11:08
De heer Koks: Dat vind ik ook, maar bent u met mij van mening dat op het moment dat er wat speelt, waar bewoners rechtstreeks mee te maken hebben in hun buurt of straat, ze dan wel degelijk de mogelijkheid moeten hebben om hun vinger op te steken om iets te melden, zonder dat ze meedraaien in een bewonersorganisatie? 01:11:26
Mevrouw Jacobs: De uitnodiging is altijd heel belangrijk en als er iets speelt en de bewonersorganisatie staat er niet om te springen om dat op te pakken, speelt er altijd nog het participatietraject waar ik een iets minder rooskleurig beeld van heb dan andere mensen hier in deze stad over de afgelopen tweeëntwintig of zeventig jaar. 01:11:48
Voorzitter: Meneer Bosch wil u graag iets vragen. 01:11:52
De heer Bosch: Ik begrijp wat u zegt over dat u mensen die niet mee willen doen er niet bij wilt betrekken. Wil je dan helemaal niks doen aan bepaalde groepen die misschien wat minder snel betrokken zijn bij dit soort initiatieven of wel iets? 01:12:05
Mevrouw Jacobs: Mijn idee was dat je mensen wel uitnodigt. De ene heeft weinig uitnodiging nodig en de andere heeft een aantal uitnodigingen nodig, maar als je de uitnodiging afslaat is dat wel prima en dat is wat mijn fractie graag mee wil geven. Mijn fractie maakt zich zorgen dat er heel erg ingezet wordt op de bestaande structuur, wijkverenigingen en bewonersorganisaties. Deels snap ik dat, want die zijn er en die geven een bepaalde infrastructuur aan, maar laten we vooral niet vergeten dat er wijk- en buurtverenigingen zijn die op dit moment met een ander doel zijn opgezet en functioneren. Wijkverenigingen die verantwoordelijk zijn voor het runnen van een buurthuis en het organiseren van een feestweek kunnen niet zomaar een andere rol krijgen. De besturing daarvan is niet met het oog op bewonersparticipatie gekozen. Dat is, denk ik, goed om mee te nemen. Wat rond de participatie en het democratische proces een belangrijke rol speelt is om helder te zijn in de verwachtingen. Waar gaat de invloed over en waar kan het wel of niet toe leiden? Dat voorkomt een hele hoop teleurstelling. 01:13:18
Voorzitter: Zou u uw woordvoering willen afronden? 01:13:24
Mevrouw Jacobs: Ja, maar ik was nog lang niet aan mijn drie minuten. Laten we als bestuur en gemeente leren van minder geslaagde experimenten. Het is goed om je successen te vieren, maar ik hoop dat we ook leren van de minder geslaagde experimenten, zoals de noties die het A-kwartier aan ons meegeeft. Een laatste puntje wat, volgens mijn fractie, 24
natuurlijk niet uit kan blijven: Wij maken ons een klein beetje zorgen om de kosten die hiermee gemoeid gaan. Met de nadruk op een klein beetje, want ze zijn nog niet daadwerkelijk gespecificeerd. We moeten ervoor zorgen dat we er niet een moloch aan begeleiding opzetten en dat het buurtbudget in veelvoud naar ambtelijke ondersteuning gaat om mensen uit hun huis te trekken om betrokken te zijn, zodat er uiteindelijk weinig geld overblijft voor, bijvoorbeeld, de wipkip. Dat bedoel ik niet denigrerend, maar het gaat erom dat we moeten kijken dat het geld niet gaat naar de organisatie van de democratische vernieuwing, maar naar het daadwerkelijk teruggeven van de waarde in de wijk. De rest is door anderen gezegd. Dank u wel. 01:14:22
Voorzitter: Dank u wel. Dan tot slot de heer Mellies van 100% Groningen. 01:14:26
De heer Mellies: Dank u wel, Voorzitter. Ik kan het heel kort houden, want mevrouw Van der Giessen van het CDA heeft goed verwoord dat het stuk vertrouwen in een democratie heel belangrijk is en dat dit een goede opstap is naar dat proces toe. In deze notitie lezen wij niet veel van de zorgen die geuit worden terug. Dat moet gaan blijken in de uitwerking of de uitloop daarvan. De heer Brandsema gaf een hele goede opmerking, waarbij we ons kunnen aansluiten. We moeten niet te hard van stapel lopen. Ik bedoel niet dat het zozeer voor ons als raadsleden geldt en dat wij in het tijdsbestek zitten, maar dat de bewonersorganisaties kunnen wennen aan de nieuwe contacten die gelegd worden en aan de nieuwe bruggen die geslagen worden. Over dit voorstel zijn wij positief gestemd en we zien het graag tegemoet. 01:15:16
Voorzitter: Dank u, meneer Mellies. U heeft een korte vraag van de heer Sijbolts. 01:15:20
De heer Sijbolts: Dank u, Voorzitter. Een vraag aan de heer Mellies van 100% Groningen . Wat vindt u van de huidige staat van inspraak? U heeft gehoord dat diverse fracties hebben aangehaald dat verschillende bewonersorganisaties en individuele bewoners vaak in de problemen komen wanneer het wijkoverstijgende zaken betreft en dat is, wat mij betreft, gerelateerd aan inspraak dus ik ben benieuwd naar uw reactie en visie daarover. 01:15:49
De heer Mellies: Wat dat betreft herkennen wij ons niet zozeer in de situatie die geschetst wordt. Bij wijkoverstijgende problemen is het lastig als je daarover op wijkniveau wilt meepraten. Dat kan wel in de vorm van inspraak. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij de A2 met het geluid van het akoestische gat en daar is goede inspraak over geweest. Dat was weliswaar in de loop van het proces, maar het is wel binnen het vangnet en de middelen die we hebben. Zoals het nu geregeld is kunnen we daar voldoende rekening mee houden. Onze raadsagenda staat behoorlijk vol en ik kan me voorstellen dat bewonersorganisaties niet bij elk groot project geïnformeerd kunnen worden. We herkennen het dus niet zozeer als een groot punt wat hierbij betrokken hoeft te worden. 01:16:34
Voorzitter: Dank u wel, meneer Mellies. Ik ben me ervan bewust dat ik jullie erg achter de broek heb gezeten. Ik vind dat niet leuk om te doen en ik hoop dat het gesprek er niet al te erg onder geleden heeft. Er staan ondertussen, buiten de klapdeuren, mensen naar mij te 25
gebaren dat we nog vijf minuten hebben, omdat deze vergadering om twintig over vijf zou zijn afgelopen. De volgende vergadering start om half zes en we gaan nu naar de reactie van het college. Dat betekent dat wij vijftien minuten hebben om te luisteren naar de bijdrage van het college en de eventuele reactie van u daarop voordat wij deze zaal verlaten binnen die tijd. Anders brengen wij de volgende groep in dezelfde situatie als waar wij nu inzitten. Dus een laatste oproep om het bondig met elkaar af te sluiten. 01:17:20
De heer De Rook: Voorzitter, dan sla ik de eerste twee delen van mijn inleiding over en verwacht ik dat ik het binnen een kwartier kan doen. Voorzitter, het vergroten van het vertrouwen in de overheid is één van de grote opgaven waar wij voor staan. De opkomst waarmee deze gemeenteraad gekozen is - en daarmee ik ook, want ik ben er onderdeel van - was de afgelopen keer vierenveertig procent. Minder dan de helft van de mensen heeft de moeite genomen om naar de stembus te gaan om deze raad te kiezen die uiteindelijk beslist over alles wat onze gemeente aangaat. Uit een onderzoek uit de Volkskrant, dat onlangs is gepubliceerd, blijkt dat iets meer dan de helft van Nederland nog vertrouwen heeft in haar overheid. Daar moeten we van schrikken en het bovenaan onze agenda zetten dat dat percentage de komende jaren weer omhoog moet. Dat is niet nieuw, want daar werken we al een aantal jaren aan en dat is hier ook gememoreerd. In 2014 zijn we begonnen met wijkwethouders en gebiedsteams en dat was toen een experiment, een pilot. Ik ben blij dat iedereen aangeeft dat het goed heeft gewerkt en we zijn nu toe aan de volgende fase. 01:18:16
De heer De Rook: Het is dus niet zo dat dat allemaal verspilde moeite was. Ik ben het eens met mevrouw Paulusma. Door het werk dat toen gedaan is zijn we nu in staat om, dankzij die pilots en experimenten, op te kunnen opschalen om de wijk- en dorpsdemocratie en de hele organisatie te gaan verankeren. Wat het college betreft is dit plan daar een onderdeel van. Het college wil niet zeggen dat daarmee alles af is, want er is nog veel meer voor nodig. Daar ga ik zometeen op in. Dit is een stad en als het gaat over een cultuurverandering - waar iedereen van aangeeft dat het erom gaat dat het de essentie is van houding en gedrag hoe je als gemeente, collegeleden, raadsleden en ambtenaren je werk doet - is het lastige dat wij dat niet kunnen besluiten als raad of college. Het is niet zo, dat als wij volgende maand een besluit nemen dat die cultuur er niet meer is, hij er dan niet meer is. Dat is waarschijnlijk een traject van jarenlang werk. Een structuur kan wel helpen en wij hopen dat deze aanpak gaat helpen om ervoor te zorgen dat wij, wat er in onze wijken en dorpen leeft meer centraal kunnen stellen en dat het ertoe leidt dat we meer van het gemeentelijk beleid in die dorpen en wijken kunnen vaststellen. 01:19:20
De heer De Rook: Maar ook, dat het ertoe leidt dat onze organisatie meer op die wijken georiënteerd gaat zijn en dat we op deze manier, op een aantal onderwerpen, onze inwoners meer centraal stellen dan nu het geval is. Zoals ik al zei, er is veel meer voor nodig. Houding en gedrag is al geadresseerd. Volgende week hebben wij als college een gebiedsconferentie, waarbij we niet aan de hand van de programma's zoals we dat gewend zijn, maar aan de hand van de gebieden de ontwikkelingen doorspreken. De gebieden centraal zetten om te kijken wat we nu in de rest van onze organisatie doen om aan te sluiten bij wat er in die gebieden leeft en speelt. Dat is een voorbeeld van de interventie die 26
wij als college doen om de organisatie aan te jagen. De organisatie is ook bezig met een nieuw missie- en visietraject, waarbij we zeggen: "Wat vraagt het nu om ambtenaar te zijn in deze tijd?" en waar alle aspecten die u heeft genoemd, als raad, bij aan de orde moeten komen. Dat kunnen we als college niet afdwingen. Dat is een traject waar we doorheen moeten, maar daar is de aandacht en prioriteit volledig op gericht. 01:20:16
De heer De Rook: Een ander element dat in veel woordvoeringen terugkwam is - wat ik vanuit de verschillende bewonersorganisaties hoor, maar ook in mijn eigen portefeuille, zeker toen ik nog verkeer en vervoer in mijn portefeuille had - hoe ga je als wijk- of bewonersorganisaties om met wijkoverstijgende thema's? Dat is een heel interessant thema, omdat daar waar een bewonersorganisatie of een aantal omwonenden zich niet meegenomen voelen in een bepaald besluit, zich niet gehoord voelen of zich niet serieus genomen voelen, heeft dat, in mijn ervaring, drie oorzaken. Of het klopt. Het gebeurt dat ze daar een punt hebben dat het niet goed genoeg gebeurd is. Wat ook nog weleens zo is, is dat het over een verschil van belang gaat. Ik kan me heel goed voorstellen dat de omwonenden van een bepaalde bovenwijkse weg of -voorziening niet per se op die voorziening zitten te wachten, maar dat was niet onze reden om het daar aan te leggen. Dat is natuurlijk, omdat we vinden dat er gemeentelijk een aantal dingen moeten gebeuren. Dus soms is het een verschil van belang. We moeten ons goed realiseren dat, hoe we het daar ook organiseren, we het niet helemaal honderd procent oplossen, maar het kan wel beter. Laten we daar helder over zijn. 01:21:24
De heer De Rook: Soms is het een mismatch in timing. Mijn ervaring, wat ik vaak merkte bij verkeersprojecten, is dat er een soort negatieve correlatie zit tussen de ruimte die er is om mee te praten en de bereidheid van mensen om dat te doen. Daarmee wil ik zeggen dat er in de beginfase van een project veel ruimte is voor iedereen om mee te denken over hoe het project eruit moet komen te zien, alleen zijn dan de gevolgen nog niet zo concreet. Op het moment dat de gemeente verder is in het project en er een keuze wordt gemaakt, waarbij het eindelijk duidelijk wordt wat dat op straatniveau betekent, zeggen veel mensen: "Ja, maar hier had ik over mee willen spreken!" Toen dat kon was de bereidheid wat minder en dat is heel logisch. Toen was de mogelijkheid er wel, maar is er in de praktijk niet genoeg opgetreden. Die planprocessen blijven lastig en er zijn een aantal dingen over zeggen. 01:22:09
Voorzitter: Voordat u dat doet gaan we naar de heer Koks. 01:22:12
De heer Koks: Voorzitter, die twee situaties zijn een gegeven. Dat is nou eenmaal de werkelijkheid en daar moet je als politiek mee dealen hoe je het ook wendt of keert. 01:22:22
De heer De Rook: Dat is helemaal waar. Ik ga in op de vraag van de heer Sietsma: "Wat kun je daar mee doen?" De heer Sietsma signaleert dat er soms veel verschillen lijken te zijn hoe dat gebeurt bij het ene project en bij het andere project en bij een plan en dergelijke. Wij werken als gemeente met de inspraakverordening. Daar ging ook het interruptiedebat met de heer Loopstra over. De inspraakverordening zegt: "Nou, ik heb dit plan klaar en dan mag 27
iedereen zes weken meepraten over wat men ervan vindt en dan beantwoordt de gemeente al die vragen". Eigenlijk doen we dat al jaren niet meer. We gaan al jaren veel verder dan onze inspraakverordening, omdat we eerder mensen proberen mee te nemen in wat zij nodig en belangrijk vinden. We werken wel met wetgeving en een verordening die al jaren oud is. Wat we willen gaan doen - daar is ook landelijk beweging op, want de Omgevingswet komt eraan - is toegaan naar een participatieverordening. Ik vind dat een beetje een ambtelijke term, maar het gaat erom dat wij beter inzichtelijk willen maken, ook voor uw raad, hoe wij dat doen. Allerlei verschillende planprocessen, beleidsnota's en dergelijke moeten op een moderne manier, waarbij meer inspraak en meedoen aan de voorkant is geregeld, zodat dat achteraf allemaal minder wordt. 01:23:30
De heer De Rook: Met dat traject zijn we nu mee bezig en ik stel voor dat we het toevoegen aan de LTA, zodat we uw raad goed meenemen in wat erin staat. Dat wordt niet alleen maar een tabel met 'wanneer gebeurt wat', maar we moeten het aankleden met de aspecten die u heeft gezegd, zoals houding en gedrag en wat we verwachten van mensen, maar ook met de vraag vanuit het college: "Wanneer vindt u dat we het goed gedaan hebben?" Het moet niet zo zijn dat de vraag of een participatietraject goed is gegaan wordt bepaald door of er aan het eind iemand wel of niet boos is. Het moet erover gaan of we vinden dat we het met de juiste intentie en houding hebben gedaan en of we de juiste mogelijkheden hebben geboden om uiteindelijk een voldragen besluit te kunnen nemen als raad van de gemeente Groningen, omdat we weten dat er altijd belangentegenstellingen zijn. 01:24:20
Voorzitter: Meneer Sijbolts heeft een dringende vraag. 01:24:22
De heer Sijbolts: Ik ben het eens met het laatste punt van de wethouder, maar dat betekent een honderdtachtig graden wijziging ten opzichte van de huidige werkwijze. Inspraak leidt tot wijsheid en draagvlak. De heer Koks had het net over uw opmerking dat het pas tastbaar wordt als mensen pas zien wat er gaat gebeuren in hun straat of wijk en dan willen ze meer dan daarvoor kon. Ik heb die discussie ook weleens met u gehad toen u nog wethouder van verkeer was. Ik constateer dat er in al die jaren nooit een oplossing is gekomen voor dat probleem. Bij de Zuidelijke Ringweg, mevrouw De Wrede had het daar al over, was hetzelfde probleem, maar misschien op een iets andere manier. Op het moment dat het zichtbaar en tastbaar wordt hebben we een probleem. Ik wil graag weten hoe de wethouder dat tussen nu en volgend jaar denkt op te lossen? 01:25:14
Voorzitter: Daar zijn we allemaal heel benieuwd naar. 01:25:16
De heer De Rook: Voorzitter, het punt dat ik zojuist gemaakt heb is dat wij dit niet honderd procent gaan oplossen. Er zijn verschillen van inzicht en het is belangrijk - ik ben ook raadslid geweest - dat de raad daar zijn rol goed in speelt. Aan de ene kant om ervoor te zorgen dat zij kijken of het proces goed is verlopen, maar aan de andere kant- Als het gaat over de bewonersorganisaties voor wijkoverstijgende thema's: daar kiezen de inwoners van onze gemeente elke vier jaar een stel mensen voor en dat bent u! Dus als het gaat over wat de 28
bewoners van deze wijkoverstijgende thema's vinden zit het college dat hier, in dit gremium, aan u te vragen. Dat is eigenlijk hoe het zit. Als het gaat over wijkoverstijgende thema's is het aan de gemeenteraad om daar van te zeggen hoe u dat wilt hebben en dat werken wij, volgens mij, uit volgens de werkwijze die de heer Loopstra zegt. Iedereen is vrij om te adviseren over dat soort wijkoverstijgende thema's, maar de instemming ligt niet bij de wijkorganisatie. Die ligt hier in de gemeenteraad, want dat is de rol die u als volksvertegenwoordiging en als kaderstellend orgaan van deze gemeente heeft. 01:26:13
Voorzitter: Ik kan mij voorstellen dat hier op gereageerd gaat worden. De heer Koks. 01:26:19
De heer Koks: Voorzitter, maar het gaat erom wat daaraan voorafgaat. Natuurlijk is het zo dat wij hier - dan heb ik tenminste ook wat te zeggen - de beslissingen nemen over wijkoverstijgende zaken, maar daaraan vooraf moet er van alles en nog wat gebeuren, waar direct belanghebbenden collectief hun opvattingen kenbaar kunnen maken. 01:26:37
De heer De Rook: Wat ik zeg is dat ik de behoefte zie bij de raad om wat meer inzicht te krijgen in hoe de gemeente dat nu doet en dan niet per dossier, maar overkoepelend. Wanneer speelt wie nu welke rol? Wat verwachten wij van het college als het gaat over het organiseren van inspraak en betrokkenheid van inwoners op een dossier? Wij hebben er als college ook belang bij om dat aan de voorkant te doen, zodat we daar achteraf niet de discussie over hoeven te voeren, omdat we er dan niks meer aan hebben, want dan is het allemaal al gebeurd. Dus ik zou zeggen: "vooraf!" Ik snap het punt helemaal, dus ik wil u toezeggen dat wij, op het moment dat wij met die participatieverordening aan de slag gaan, uw raad daar goed bij betrekken en dat we dat niet smal doen, maar breed als het gaat over hoe wij mensen meenemen bij dit soort wijkoverstijgende thema's. Ik kan me goed voorstellen dat bij de opdracht voor de begeleidingscommissie we wellicht de participatieverordening, als onderdeel van dit thema, daaraan toevoegen. 01:27:34
De heer De Rook: Voorzitter, ik denk dat ik bij de insprekers het begin, want die hebben een aantal vragen gesteld. Meneer Eldering staat hier als eerste op mijn lijstje en hij heeft een aantal goede punten gemaakt. Hij heeft gevraagd om betrokken te worden bij de verdere invulling. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van deze aanpak om onze wijken en dorpen daarbij te betrekken, dus u ook. Zowel als bewonersorganisatie maar ook in de breedte voor initiatiefnemers en mensen die aan de gang zijn in hun wijk. Die willen we het komend jaar in deze aanpak aan het woord laten. Het pleidooi voor houding en gedrag is helemaal terecht. Dat heeft meneer Van der Kellen ook aangegeven en die zegt: "Ik zie in de praktijk vaak dat de houding en gedrag anders is dan op papier staat". U zou nu een hele waslijst met voorbeelden kunnen geven waar het goed gaat, maar dat vind ik eigenlijk niet zo interessant. Ik vind het veel interessanter om te kijken waar het nog beter kan. Dat gaat ook over de dienstverlening en de loketten, zeg ik tot de heer Van der Kellen. Daar komen we binnenkort met uw raad over te spreken. 01:28:34
De heer De Rook: Het gaat over wat je doet en in welke volgorde. Wij hebben ervoor 29
gekozen om eerst aan de raad te vragen - dit is tevens een antwoord op de vraag van de heer Sijbolts - "Vindt u dit een goede aanpak?" om vervolgens met de bewonersorganisaties in de wijken aan de slag te gaan en daarna weer bij deze raad terug te komen. Dit is niet het einde van die aanpak, maar dit is het begin. Het is juist de bedoeling om de opdracht bij deze raad op te halen om uiteindelijk met u - zeg ik tot de heer Van der Kellen, de heer Eldering en de heer Noordam vanuit de VWH - aan de slag te gaan. Tegen de heer Noordam zeg ik dat het de bedoeling is dat deze exercitie gaat leiden tot een vervanging van het convenant, waarvan het mijn verwachting is dat die veel ruimer wordt en meer ruimte geeft aan bewonersorganisaties dan het oorspronkelijke convenant. Ik hoop dat we met het VWH aandacht hebben voor welke rol een wijk kan spelen bij de gemeente, maar ook breder in de richtingen die de heer Noordam daarover schetst. Volgens mij is de VWH een goed voorbeeld van hoe dat er in de praktijk uit kan zien. 01:29:32
Voorzitter: Ik denk dat er nog een paar vragen liggen van raadsleden waar we nu naartoe moeten gaan voor de afronding. 01:29:37
De heer De Rook: Ik heb hier als eerste de brief van de Stadspartij. De heer Sijbolts zegt: "We vinden dat het allemaal lang duurt en waarom zijn de bewonersorganisaties er niet eerst bij betrokken?" Wij hebben een jaar nodig, omdat wij een jaar lang met alle bewonersorganisaties en iedereen die in de wijk actief is willen gaan spreken. Als u zegt: "Doe dat maar niet", dan kan het veel sneller, maar het lijkt mij bij deze aanpak passen dat we de wijken en dorpen aan het stuur laten. Daar hebben we tijd voor nodig, onder andere omdat we vaak te maken hebben met vrijwilligers die dat doen. De VVD heeft gevraagd naar pluriformiteit in de wijken en al die verschillende facetten. We willen daar in deze aanpak recht aan doen. Er komt niet één blauwdruk dat iedereen hetzelfde moet doen. De wijk moet ons vertellen hoe zij het willen hebben. Wij willen aansluiten bij wat men daar wil en voor zich ziet, waarbij we ervoor zorgen dat de proportionaliteit van de kosten ook aan de orde is. De realisatiekracht moet erover gaan dat als een wijk veel van ons overneemt daar ondersteuning bij moet. 01:30:30
De heer De Rook: Dat was een vraag van meneer Koks en vanuit de VWH. Voor een wijk die zegt dat ze heel 'lean and mean' aan de slag willen hoeven we niet veel ondersteuning te organiseren. Ik ben het op dat punt helemaal eens met mevrouw Jacobs. Dan Student en Stad over inclusiviteit. Ook dat is een vraag aan de wijken zelf. Hoe gaan zij dat organiseren? Het is de bedoeling dat wij, als de wijken ons hebben verteld wat zij willen, als college, maar ook u als raad, kan zeggen: "Ja, wij vinden eigenlijk dat op het punt van inclusiviteit dat toch wat anders moet. Dat kan misschien wel beter". Het is de bedoeling om dat gesprek goed te organiseren. De vraag van de heer Bosch is hoe je dat dan precies doet. De hoop van het college is dat uiteindelijk de wijkorganisaties in de nieuwe vorm voor ons een betere gesprekspartner kunnen zijn om dit thema te adresseren. Hoe doen we dat nu? Hoe kunnen we dat beter maken? Hoe betrekken we die studenten erbij? Volgens mij hebben we allemaal de oplossing niet, dus is het een thema dat we moeten we blijven adresseren. 01:31:25
De heer De Rook: Dan de PVV over onafhankelijkheid. Ja, zeker als het erover gaat dat het 30
niet te politiek moet zijn. Als een wijkorganisatie dingen mag verdelen en mag zeggen wat de prioriteiten zijn is dat politiek. Het moet niet - daar zijn we het heilig over eens partijpolitiek zijn. Het moet niet afhankelijk zijn van wie er in het college of in de raad zit, maar als de wijk ertoe in staat is, als zij willen verdelen, om dat te kunnen doen. Dat is politiek, maar dat moet onafhankelijk van de gemeenteraad of het college kunnen. Dat ben ik met mevrouw Blauw eens. De ChristenUnie heeft gezegd: "Kijk naar wat er is". Dat is onderdeel van deze aanpak, maar het is wel en-en. We kijken ook welke dingen er nog niet zijn georganiseerd, zodat we die een plek kunnen geven. Rustig starten: we hebben aangegeven dat we in eerste instantie bij drie beginnen en we hopen snel door te schakelen. Ik hoop dat als we met de eerste drie beginnen er allerlei wijken ongeduldig aan de poort rammelen om te vragen of ze ook met ons dat gesprek mogen voeren. 01:32:16
De heer De Rook: Kan de organisatie dit aan? Het idee is dat als we deze verandering doen het er uiteindelijk toe leidt dat het werk makkelijker wordt. Dus dat kan zeker. In de tussentijd is het een extra druk die op onze organisatie komt te liggen, maar zoals het college net zei, is de prioritering van dit onderwerp ontzettend hoog. Wij vinden dat het een opgave voor onze organisatie is, ook als dat ergens anders tijd kost. De vierde variant van de SP: Mijn gevoel was dat het meer over die wijkoverstijgende dingen ging. Daar heb ik over gezegd dat we het in de participatieverordening een goede plek moeten zien te geven. 01:32:52
Voorzitter: Ik dacht dat de klok onverbiddelijk was, maar meneer Bolle komt nu ook binnenlopen. We moeten echt naar een afronding. 01:32:57
De heer De Rook: Voorzitter, wat betreft de Partij van de Arbeid heb ik al een aantal dingen gezegd. De oproep om de hele organisatie hierin mee te nemen is, volgens mij, precies onze aanpak. 01:33:09
Voorzitter: Hartelijk dank voor deze inhoudelijk gedegen, maar toch snelle bijdrage. Ik wil tot slot nog graag aan jullie vragen: - ik voel me net een middelbare schoolleraar, want er worden tassen gepakt enzo - Hoe gaat dit door naar de raad? Is er iemand die behoefte heeft aan bespreking van dit stuk? Wordt er een motie ingediend? [onhoorbaar] Nee, dat klopt, we hebben meer dan de beschikbare tijd gebruikt. [onhoorbaar] Meneer Sietsma. 01:33:38
De heer Sietsma: Voorzitter, we hebben het model dat wij er een tweede bijeenkomst aan kunnen wijden. Ik geloof dat er volgende week nog ruimte is dus misschien is dat beter, zodat we herhaling in de raad kunnen voorkomen. 01:33:52
Voorzitter: Een tweede meningsvormende sessie? 01:33:54
Mevrouw Paulusma: Maar, Voorzitter, gaan we dan niet herhalen wat we nu ook gezegd hebben?
31
01:34:01
Voorzitter: Als we het meningsvormend doorleiden naar de raad, van wie kan ik dan bespreekpunten verwachten? Van een drietal partijen en er wordt ook een motie aangekondigd. Kunt u iets zeggen over wat de strekking daarvan zal zijn? 01:34:23
De heer Bosch: Om na te denken over de inclusie en hoe we dat gaan doen. 01:34:25
Voorzitter: Dan dank ik u allemaal hartelijk en nogmaals dank richting de insprekers en hun bijdragen. We spreken elkaar hierover weer in de raad. 01:34:35
De heer Sijbolts: Voorzitter, ik kan niet in de agenda van de wethouder kijken, maar ik voel op zich wel voor het voorstel van de heer Sietsma. 01:34:42
Voorzitter: Ja, maar daar gaan we niet in mee. Bij meerderheid is besloten dat we dat niet op die manier gaan doen.
32