10-03-2021 verslag Politieke woensdag 14.10 uur Meer experimenteerruimte bestrijding welzijnscrisis.pdf
Tekst van het document
De heer Brandenbarg : Dan over de jongeren. We begrijpen van alle groepen jongeren studenten, werkende jongeren, wie dan ook - de oproep en vraag om perspectief om meer te gaan doen. Maar wat ons betreft maken we dat ook dieper. Ik zei het in de interruptie richting GroenLinks ook: zeventig procent van de jongeren studeert niet. Die gaat naar een voorbereidende beroepsopleiding. Ook daar zien we een enorme achterstanden ontstaan. Dan mag ik dat misschien geen achterstand noemen van de heer Pechler van de Partij voor de Dieren, maar daar zien we dat mensen nu niet voorbereid worden op een beroep kiezen. Ze kunnen niet uitzoeken wat ze straks willen doen: zij het elektromonteur, zij het bouwvakker of treinschoonmaker, waar ik het vandaag al vaker over heb gehad. 01:09:25
De heer Brandenbarg : Die problemen wegen nog veel zwaarder door in de ogen van mijn fractie, omdat dat ook de toekomst van onze werkende jongeren en uiteindelijk van onze werkende ouderen bepaalt. Dus mijn vraag namens mijn fractie is ook wel: hoe kijkt het College daar tegenaan? Is er overleg met de scholen die deze jongeren een opleiding geven? Zijn daar mogelijkheden dat we daar als gemeente extra ondersteuning aan kunnen bieden? Wat ons betreft zou dat meer prioriteit moeten hebben dan een festival van dertig personen. 01:10:00
Voorzitter : Dank u wel, de heer Brandenbarg. U heeft nog een vraag van de heer Loopstra. 01:10:05
De heer Loopstra : Ik denk niet dat we dat als gemeente kunnen regelen. Maar vindt u dan 21
ook dat we een signaal aan Den Haag moeten geven om dat te gaan regelen wat betreft de ondersteuning van mensen die wat langere tijd nodig hebben om zulke zaken te doen? Laten we ook niet vergeten dat als voor iedereen straks gaat gelden dat we een half jaartje extra doen, de schade ook beperkt kan blijven. 01:10:32
De heer Brandenbarg : Voorzitter, ben ik het helemaal over eens met de heer Loopstra, ondanks dat die geen vraag stelde. 01:10:36
Voorzitter : Dat is opmerkelijk. 01:10:38
De heer Brandenbarg : Ja, maar ik ben het met hem eens. En dat dit een signaal naar landelijk is, laten we wel wezen, dit hele debat was een signaal naar de landelijke verkiezingen. 01:10:46
Voorzitter : Daar wil mevrouw Bloemhoff ook nog wat over zeggen. 01:10:50
Mevrouw Bloemhoff : Dank u wel, Voorzitter. Er was een soort experiment waarbij we af en toe mochten inbreken maar ik denk dat het ook even moet. Het gaat over de onderwijsraad en ik moet zo weer weg naar een ander debat van uw raad. Er is een nationaal plan onderwijs voor die extra ondersteuning en extra lang een opleiding doen. In het hoger onderwijs wordt daar ook in voorzien, volgens mij. Die krijgen extra studiefinanciering omdat ze ook extra lang les zouden moeten hebben. Als het gaat om de overgang van de groep achters naar de middelbare scholen, kijken we met kansrijk adviseren hoe we ze toch op een zo hoog mogelijk niveau kunnen laten instromen. Het vraagt ook echt wat voor middelbaar onderwijs. 01:11:34
Mevrouw Bloemhoff : Er zitten elementen in het nationaal plan onderwijs die hier zeer aan raken en waar we ook mee bezig zijn. Ik wou ook nog even van de gelegenheid gebruik maken om te reageren op die vragen voor ruimtes voor onderwijs en studie. Daar was vanuit de raad - terecht denk ik ook - aandacht voor. Op dit moment hebben we als gemeente geïnventariseerd welke grote locaties we mogelijk beschikbaar zouden kunnen stellen hiervoor. Het Forum is al eerder genoemd voor studieplekken. Maar ook Martiniplaza en Oosterpoort zijn bereid om ruimtes beschikbaar te stellen. Op dit moment wordt binnen het onderwijs geïnventariseerd - bij de middelbare scholen bijvoorbeeld - welke scholen hier gebruik van willen maken, zodat we leerlingen op middelbare scholen zoveel mogelijk fysiek naar school kunnen laten gaan. 01:12:21
Mevrouw Bloemhoff : Daarbij geef ik wel aan dat het heel lastig is om voldoende docenten te vinden. Het is niet alleen een ruimtegebrek, maar als je kleinere klassen hebt en je moet ook nog online lesgeven kunnen we niet zomaar een blik docenten opentrekken. Ik denk dat iedereen - die het onderwijs volgt - dit ook weet. Ik geef ook nog even door dat we vandaag gesproken hebben met de mbo-instellingen. Zij geven aan: "Gelukkig zijn we weer meer open, maar het is wel heel spannend om op dit moment voldoende docenten te krijgen voor 22
het hele mbo omdat de klassen kleiner zijn. We hebben meer mensen nodig". Daar zit op dit moment een spanningsveld. Maar geloof mij: er wordt op dit moment alles aan gedaan om zoveel mogelijk ruimtes te bieden zowel voor studieplekken als voor zoveel als mogelijk het kunnen openstellen van het middelbaar onderwijs. Dat zijn een paar zaken waar we nu mee bezig zijn, Voorzitter. 01:13:17
Voorzitter : Dank u wel, mevrouw Bloemhoff. Succes verder vandaag. 01:13:20
Mevrouw Bloemhoff : Dank u wel. 01:13:21
Voorzitter : Dan gaan we naar mevrouw Berenschot van Student en Stad. 01:13:26
Mevrouw Berenschot : Dank u wel, Voorzitter. Mijn fractie is - denk ik - begrijpelijkerwijs voorstander om alles op alles te zetten om te kijken hoe wij zo snel mogelijk dingen meer los kunnen laten om de inwoners van onze gemeente meer ruimte gegeven. Vanochtend in een sessie over het gezondheidsbeleid werd ook gezegd: "Waar ouderen vooral geraakt zijn door het virus, worden jongeren vooral geraakt door de pandemiemaatregelen". Een lockdownfeestje in een flatje in Selwerd is nu eenmaal anders dan in een vrijstaand huis in Helpman. Wij merken om ons heen dat de druk onder jongeren steeds meer oploopt. Een goed voorbeeld hiervan is de demonstratie die op dit moment gaande is op de Vismarkt, als die nog steeds gaande is trouwens. Maar ook al eerder is uit onderzoek gebleken dat veel studenten en andere jongeren hun leven op dit moment een dikke onvoldoende geven en meer angst- en depressieklachten ervaren. 01:14:11
Mevrouw Berenschot : Dit zijn dan de gemiddelde cijfers en dat zal niet voor iedereen gelden. Maar ik wil graag een poging doen uit te leggen hoe deze crisis zijn effect heeft op mijn generatiegenoten. Veel van mijn leeftijdsgenoten zitten al een jaar - bijna - vaak hele dagen op hun kamer en zien vooral huisgenoten, als ze die al hebben. Maar waar huisgenoten in de eerste lockdown echt nog werden gezien als gezelllig, hoor ik nu steeds vaker de ergernissen om me heen omdat ze al te lang op elkaars lip zitten. Zo vertelde een vriendin van mij dat ze maar even een paar dagen naar haar ouders ging, omdat ze helemaal gek werd van haar te luidruchtige huisgenoot. Een andere vriendin vertelde dat ze het lastig vindt dat haar huisgenoot altijd alles samen wil doen en zij af en toe liever met haar vriend of alleen is. Ik hoor ook van veel vrienden - die het afgelopen jaar zijn begonnen met werken - dat ze moeite hebben met hun draai te vinden in hun eerste baan omdat ze hun collega's niet zo goed kennen en niet op een makkelijke manier even een vraag kunnen stellen. 01:15:05
Mevrouw Berenschot : Als laatste zeggen studenten echt veel last te hebben van de avondklok omdat juist de avond voor hen een moment is om naartoe te werken overdag. Ze halen daar dan ook de motivatie vandaan om te studeren. Overdag hard werken aan je studie wordt beloond door lekker te ontspannen 's avonds met huisgenoten of met vrienden. Als je om negen uur 's avonds thuis moet zijn, wordt dat wat lastiger. Deze verhalen hoor ik niet alleen van studenten en starters, maar ook mijn scriptiebegeleidster uit 23
haar zorg over de eerstejaars die zij lesgeeft. Voor de studenten die vanuit zichzelf al wat extraverter zijn, levert online les niet direct zoveel problemen op. Maar juist voor de wat introvertere studenten is het online moeilijker om contact te maken met medestudenten of de docent, waardoor het risico op sociaal isolement of achterstand in studie best wel wordt vergroot. 01:15:54
Mevrouw Berenschot : Als laatste wil ik ook nog benoemen dat het meespeelt dat er bij veel studenten en jongwerkenden, ook al zorgen waren voor corona over de toekomst. Juist deze doelgroep wordt dus wel extra hard geraakt - wat ons betreft - door de continue stroom van negativiteit over de verscheidende crisis, waar zij mogelijk voor moet opdraaien. Voor velen van hen zou het dus helpen als ze vanuit de overheid wat meer zouden horen dat ze op steun van de overheid kunnen rekenen en dat alles op alles gezet gaat worden om hen te ontzorgen. Dat zou voor nu bijvoorbeeld betekenen dat je actief gaat kijken hoe we zoveel mogelijk kunnen versoepelen, met name voor de groepen die het het hardst nodig hebben. Zo zijn studenten in Groningen bijzonder goed georganiseerd, dus ik zou me kunnen voorstellen dat je met verenigingen in gesprek gaat hierover. Dat differentiëren in beleid lijkt misschien voor sommigen wat oneerlijk, maar doet -wat ons betreft - vooral recht aan de verschillen in leefomstandigheden en mentale weerbaarheid van de verschillende groepen. 01:16:50
Voorzitter : U hebt een vraag van mevrouw Jacobs. 01:16:53
Mevrouw Jacobs : Dank u wel, Voorzitter. Ik ben benieuwd wat u verstaat onder differentiëring en wanneer u dat dan voor u ziet? Volgens mij laat de Rijksoverheid op dit moment geen differentiatie toe. Bent u het met mij - en een aantal anderen - eens dat het onhandig is om te zeggen wie het meest getroffen is, omdat er in alle groepen mensen zijn die heel hard getroffen zijn? 01:17:18
Voorzitter : Mevrouw Berenschot. 01:17:19
Mevrouw Berenschot : Ik kan me voorstellen dat dat wel vervelend is om te horen. Zoals ik wel al uitlegde, vind ik het wel een verschil - en ik geloof dat iemand anders dat hier ook al benoemde - in hoe je met dit soort dingen om kan gaan. Als je het jonger bent, is dat toch vaak wel wat lastiger omdat je nog niet die mentale weerbaarheid hebt. Ik geloof zelfs dat we dat op dit moment in zeker mate ook al doen. We hebben sowieso meer vrijheden voor kinderen, jongeren onder de achttien. Dus wat mij betreft, trekken we die lijn wat te hard. Ook als je achttien of negentien bent, is het niet zo makkelijk te stellen dat je er dan veel beter mee om kan gaan. Ook sporten doen we nu wel tot en met zesentwintig, geloof ik. Ik denk dat het dus wel mogelijk is, maar het is wel een politieke wil. 01:18:22
Voorzitter : U heeft een vraag van de heer Brandenbarg. 01:18:26
De heer Brandenbarg : Dank Voorzitter. U zegt: "Misschien moeten we met bepaalde verenigingen gaan kijken of we hen kunnen betrekken bij mogelijkheden tot 24
versoepelingen". Dan doelt u op studentenverenigingen. Nu hebben wij één studentenvereniging in Groningen die toch - in het afgelopen half jaar tot jaar - heeft laten zien dat ze niet zo nauw neemt met het naleven van de coronaregels. Vindt u dat nu daadwerkelijk - en dan heb ik het natuurlijk over Vindicat voor de mensen thuis - een goede partner om mee te gaan kijken hoe we meer mogelijk kunnen maken? Hoe gaan we om met al die studenten die niet zijn aangesloten bij een vereniging? 01:19:03
Voorzitter : Mevrouw Berenschot. 01:19:07
Mevrouw Berenschot : We hebben ongeveer tweehonderd studentenverenigingen in Groningen. Dan heb ik het niet over studenten- en gezelligheidsverenigingen, maar ook over sportverenigingen, studieverenigingen, allerlei studentengenootschappen. Het lijkt me oneerlijk als de rest zou worden afgerekend op het gedrag van eentje. Het lijkt mij juist mooi om met die mensen in gesprek te gaan, want die hebben heel erg goed zicht op deze doelgroep. Afgelopen week was - volgens mij - in het nieuws dat C-verenigingen in de RUG hebben opgeroepen om wat meer ruimte te geven. De RUG heeft daar ook naar geluisterd en meer plekken opengesteld in de UB bijvoorbeeld. Ik denk dat dat best wel goede manieren zijn om te kijken hoe we die jongeren nu verder gaan helpen. 01:19:48
Voorzitter : De heer Brandenbarg nog. 01:19:50
De heer Brandenbarg : Dan begrijp ik de vraag van mevrouw Berenschot wat beter. Dan kan ik me er wel deels in vinden, maar zullen we dan ook concluderen dat we Vindicat daar niet bij uitnodigen? 01:20:01
Mevrouw Berenschot : Dat zou ik niet zo snel zeggen. Je kan altijd met ze in gesprek gaan. Dat zou ik ook graag een keer van de SP willen zien, want dat hebben ze volgens mij nog niet gedaan. We kunnen daarna nog besluiten wat we doen. 01:20:12
Voorzitter : De heer Brandenbarg. 01:20:14
De heer Brandenbarg : Dat is niet waar. Mijn fractievoorzitter - Jimmy Dijk - is bij Vindicat geweest. Heeft in dat hol van hun gezeten. Heeft met ze gesproken naar aanleiding van de zaken die destijds in de pers zijn geweest. Dus dit is de grote flauwekul die mogelijk is. 01:20:28
Voorzitter : Mevrouw Berenschot, vervolgt u uw betoog. 01:20:32
Mevrouw Berenschot : Ik ben blij dat te horen. Dat vind ik een goede beweging van de heer Dijk. Om nog even bij Vindicat te blijven: zij hebben tweeduizend leden en om ze dan volledig uit te sluite, lijkt me misschien ook weer wat hard. Ik denk dat het vooral goed is om te horen of zij zelf misschien goede oplossingen kunnen vinden. Dat was mijn woordvoering.
25
01:21:06
Voorzitter : Dan voor de woordvoering, de heer De Haan, CDA. 01:21:08
De heer De Haan : Voorzitter, ik kan het wel kort houden. De meeste punten die ik had, had ik wel ongeveer tijdens mijn interrupties verbruikt. U heeft daarin ook wel kunnen merken dat mijn fractie wat voorzichtig is op dit vlak. Ik kan me op zich ook wel goed vinden in het verhaal van de heer Loopstra en ook wel een beetje in een combinatie met de heer Brandenbarg. Zij laten beiden wel zien dat alle groepen er last van hebben. Dat we het niet per se vandaag alleen maar over de jongeren moeten hebben. De heer Loopstra heeft ook een goed en mooi betoog gehad over - volgens mij - de negenentwintig procent alleenstaanden die er ook zijn. Alleen klopt het rekensommetje volgens mij net niett helemaal. 01:21:49
De heer De Haan : Maar mijn fractie is dus iets voorzichtiger en ik denk dat het belangrijk is dat we het vandaag erover hebben, ook om die urgentie te laten zien naar al die mensen die het moeilijk hebben in ons land: de ondernemers en ook de jongeren. Ik denk dat het positief is dat we als overheid al een hele hoop doen. Er zijn voor ondernemers gigantische steunpakketten - wat natuurlijk niet voldoende is om alle schade te beperken - maar er wordt verschrikkelijk veel geld uitgegeven. Over het sporten heb ik het ook al gehad: het is nu weer mogelijk. Je ziet dat een hele hoop jongeren er weer van genieten en het is fijn om met elkaar lekker op het veld te staan, in ieder geval bij mij voetbalclub. 01:22:36
De heer De Haan : Er wordt vandaag heel veel over experimenten gesproken. Ik denk dat we moeten uitkijken dat niet straks alles een experiment wordt. We moeten zorgen dat we de besmettingscijfers - vandaag gehoord dat ze de gunstige kant opgaan - zo kunnen houden, zodat we ook weer sneller kunnen gaan versoepelen. Ik vond dat de burgemeester het ook wel goed zei. Waarschijnlijk nog vier maanden de tanden op elkaar. Wat mijn fractie betreft, is dat ook wel een beetje het gevoel. Ik wil ook waardering uitspreken voor onze burgemeester. Het zou voor de burgemeester makkelijk zijn om wat populistische dingen te gaan roepen: "Alles kan en dingen kunnen openen". Ik zie dat de burgemeester niet altijd de makkelijke weg kiest door te kiezen om sommige dingen niet te doen om ons te beschermen. Dat vind ik ook wel weer een mooi signaal. 01:23:31
Voorzitter : U heeft een interruptie van de heer Nieuwenhuijsen. 01:23:33
De heer Nieuwenhuijsen: Ik houd het heel kort, Voorzitter. De heer De Haan zegt: "We moeten opletten dat we niet volop gaan experimenteren". Deze situatie is één groot experiment: de sociale beperkingen en de maatregelen die we allemaal moeten nemen. We weten helemaal niet wat daar allemaal de gevolgen van zijn. We hebben het er hier met elkaar over. Maar het is niet zo dat de keuzes die gemaakt worden of laten we zeggen, de status quo, geen keuze is. Daar is ook al eerder aan gerefereerd en wil ik wel eventjes benadrukken. Ik wil daar ook even uw reactie op vragen: bent u het met mij eens dat dit alles - wat we nu in stand houden - ook een keuze is? 26
01:24:15
Voorzitter : De heer De Haan. Ik ben dat met de heer Nieuwenhuijsen eens. Ik zag wel een tendens tijdens de discussie. Het schaatsen was een experiment. Het frituurlopen was een experiment. Er was een experiment voor voetbal, voor horeca. Alles werd een experiment. In het land lopen er al een aantal mooie experimenten op het gebied van evenementen. Laatst was er een mooi dancefeest en een voetbalwedstrijd. Er gebeurt al van alles. Ik denk dat we moeten uitkijken om niet alles - wat we hier straks in Groningen gaan doen - onder het mom van een experiment gooien. Die tendens zag ik een beetje. Dus vandaar mijn punt. 01:24:54
Voorzitter : U heeft een interruptie van de heer Moerkerk. 01:24:57
De heer Moerkerk: Dank u, Voorzitter. Meneer De Haan, u geeft aan dat er een welzijnscrisis is. Maar wat gaat u als lokaal politicus met uw lokale bevoegdheden die u heeft nu concreet doen aan een oplossing te zoeken om verlichting te brengen? 01:25:16
Voorzitter : De heer De Haan. 01:25:17
De heer De Haan : Als lokaal politicus hebben we samen - en ook al vragen gesteld - met het College gekeken naar die website - waar het College nu mee bezig is - waar alle activiteiten zijn. Tuurlijk kijken we ook naar wat er wel kan. Maar laten we vooral binnen de grenzen van landelijk blijven. Laten we ook niet doorslaan in alles een experiment te noemen. Dat is mijn hele punt. Voor de rest denk ik dat ik alles wel heb gezegd. 01:25:42
Voorzitter : Dank u wel, de heer De Haan. 01:25:45
De heer Loopstra : Voorzitter. 01:25:46
Voorzitter : Nee, ik ga naar de heer Sijbolts voor zijn woordvoering. 01:25:49
De heer Sijbolts : Dank u wel, Voorzitter. Iedereen wordt getroffen door de coronacrisis en dat heeft impact op iedereen. Niemand wordt daarbij ontzien. Het is dan ook goed dat er hier aandacht gevraagd wordt voor de impact op de samenleving. Het gesprek moet daarover gevoerd worden en dat is via dit debat ook alleen maar goed. Nu hebben we het er als raad een keer wat breder over en die behoefte was er, is er en zal er ook blijven. Wat mijn fractie betreft - en ook wat mij persoonlijk betreft - is het in dat opzicht goed dat de gemeenteraad zich hier in meerderheid niet tegen de landelijke maatregelen uitspreekt. Die niet in twijfel trekt, maar juist zoekt met elkaar naar wat wel kan en wat mogelijk is. Daarbij hebben wij als gemeenteraad ook oog voor de verschillende signalen uit de samenleving. 01:26:43
De heer Sijbolts : Daarbij is geen ranking nodig of mogelijk, want dat leidt uiteindelijk ook niet tot een inclusieve samenleving. Ja, we moeten samen uit de crisis maar daarmee moeten we niet in hokjes gaan denken. In die zin sluit ik me ook wel aan bij wat de heer 27
Brandenbarg van de SP heeft gezegd als het gaat over ZZP'ers en ondernemers: door de landelijke regelgeving worden zij gedupeerd. Die riep op tot een ruimhartige vergoeding en daar kan ik mij wel achter scharen. Maar uiteindelijk moet iedereen ruimhartig vergoed worden en daarom liever geen ranking. Er is het een en ander gezegd over fieldlabs experimenten. We zijn het daarmee eens: dat biedt perspectief. Maar richting de heer Van Kesteren zou ik willen zeggen: "Dat gaan wij niet afdwingen". Dat heeft niet onze voorkeur want daar zitten risico's aan en daar kom ik daar straks op terug. 01:27:48
De heer Sijbolts : De wil van de burgemeester is geen wet. Zolang we binnen de landelijke kaders en regelgeving blijven, kan deze raad ook best besluiten om iets anders te vinden dan wat de burgemeester vindt. Meer ruimte mag, maar niet afwijkend van de landelijke regels. Want dan lopen we niet alleen kans op bijvoorbeeld een aanzuigende werking wanneer wij hier experimenteren met leuke evenementen, maar er is ook een risico op verspreiding en vergroting van het aantal besmettingen. Zeker wanneer het vaccinatieprogramma nog niet eens op de helft van het verwachte aantal inentingen is. Hoe gaan we verder wanneer er ruimte is voor lokaal perspectief? Dat is nodig, maar vooral lastig om nu te gegeven. Wij denken dat we niet moeten kijken naar wat niet kan, maar naar wat wel kan. En ik denk dat dit debat daar al een goede bijdrage toe levert. Dank u wel. 01:28:48
Voorzitter : U heeft nog een vraag van de heer Van Kesteren. 01:28:53
De heer Van Kesteren : Voorzitter, ik zou de Stadspartij willen vragen: als we van dat afwingen nu eens maken dat we het College verleiden, zou dat wat zijn? 01:29:04
Voorzitter : De heer Sijbolts. 01:29:07
De heer Sijbolts : Ik houd niet zo van politieke verleiding, moet ik eerlijk zeggen. Daar word je volgens mij niet altijd gelukkiger, gezonder en groener van. Dat laatste zal de heer Van Kesteren niet erg vinden dat dat niet gebeurt. Op zich begrijp ik wel wat u wil. U wil kijken wat we lokaal extra kunnen doen om onze inwoners en ondernemers tegemoet te komen. U heeft daar de laatste raadsvergadering ook een Motie over ingediend om een half uurtje gratis parkeren. Als u aan dat soort dingen denkt, willen wij daar graag aan meewerken want dat levert - wat ons betreft - geen risico's op. Ja, we hebben een discussie gehad over de financiële risico's maar die zien wij niet. We zien het als een compensatie die de gemeente makkelijk zou kunnen doen. Dus als u in die richting denkt, doen wij daar graag aan mee. 01:29:58
Voorzitter : Nog even kort, de heer Van Kesteren en dan gaan we naar het College. 01:30:01
De heer Van Kesteren : Voorzitter, ik denk in die richting. Misschien kunnen de Stadspartij en de PVV - en andere parijten - de koppen bij elkaar steken zodat we dan ook tot zaken komen. Dat lijkt mij hartstikke mooi. Voelt u daar wat voor? Misschien de heer Loopstra van de PvdA ook? Dat is de grootste partij en die hebben we nodig dan. 28
01:30:19
De heer Sijbolts : Mijn ervaring is dat het met de heer Van Kesteren meestal prima zaken doen is. Maar helaas zijn er wel eens partijen die dat anders zien. Ik bedoel: de goede ideeën die wij dan in zo een Motie voeren, worden niet altijd aangenomen. Maar we hebben nog bijna vier weken, dus dit zou toch moeten lukken. 01:30:37
De heer Van Kesteren : Helaas dualisme. 01:30:39
Voorzitter : Dank u wel de heer Van Kesteren. Dank u wel de heer Sijbolts. We gaan naar het College. Wie mag ik van het College het eerste het woord geven? Mevrouw Diks, gaat uw gang. 01:30:59
Mevrouw Diks: Ik zal ook - waar dat van toepassing is - een aantal dingen aangeven vanuit de portefeuille van mevrouw Jongman. Ze heeft een aantal dingen meegegeven en ze is hier vanmiddag niet bij, wat u wellicht opgevallen zal zijn. Het is goed om aan te geven dat wij als College - en dat heeft de burgemeester straks ook al aangegeven - ons enorm goed kunnen inleven in de zorgen die ook bij de raad leven: de gevolgend en de situatie rondom corona. Op zich is dat helemaal geen nieuwtje. Net als iedereen - denk ik eerlijk gezegd, we gaan geen contest beginnen over wie het het ergste heeft - zijn ik en mijn collega's - en ik spreek even voor mijn collega's - het ook allemaal zat met die coronasituatie. Alle maatregelen en beperkingen zijn ingewikkeld en die zijn voor iedereen ingewikkeld. 01:31:54
Mevrouw Diks: Misschien een opmerking over de portefeuilles waar ik me ook druk over maak als het gaat om jongeren: ik denk dat we in die zin wel een soort van onderscheid - als je dat al zou willen -zouden kunnen maken. Ik redeneer even vanuit mezelf: ik ben vijfenvijftig. Of ik iets meemaakte op mijn éénenvijftigste, drieënvijftigste of vijfenvijftigste, is voor mij nu wel een soort een grijze blur. Daarmee bedoel ik te zeggen dat het allemaal een soort van dezelfde jaren zijn. Dat is echt geen vergelijking met als je vijftien, zestien of zeventien bent. Dat zijn jaren die niet meer terugkomen. Je kunt niet op je drieëntwintigste je zestiende over gaan zitten doen. Dat vind ik in die zin - nogmaals niet om de ene zieliger te vinden dan de andere - wel een periode in je leven wat je niet opnieuw kan doen. 01:32:44
Mevrouw Diks: Ik, wij kunnen - zoals we hier zitten - wel terugkijken. Wij zijn al uit eten geweest. Wij hebben al gereisd. Wij hebben al die dingen al gedaan. Als je - nogmaals - een puber of een jongvolwassene bent, ging je net op weg om die dingen te doen en word je gestuit door corona. In die zin zie ik daar wel een verschil. Dat is ook één van de redenen waarom we met z'n allen - het Kabinet overigens ook - zo ontzettend inzetten op jongeren, om ze toch actief bij de samenleving te houden. Ze kansen en mogelijkheden te geven om toch - met al die beperkingen die er zijn - in actie te kunnen komen. Om een redelijk relatieve vrijheid te hebben. Eén van de dingen waar we ons mee bezig hebben gehouden, is het oprichten van die website Gron. Ik heb u daar al eerder op gewezen. Dat was een actie/een mogelijkheid om jongeren nog meer te betrekken bij de samenleving vanuit de kerstperiode. Ook op aanraden - instigatie zelfs - van uw raad. We hebben gezien dat het na 29
de kerstperiode nog niet klaar was en hebben we het verlengd. Gaandeweg hebben we gezegd: "Dit is een hartstikke leuk platform voor mensen om elkaar te ontmoeten. Om aan nieuwe activiteiten mee te doen". 01:34:01
Mevrouw Diks: Een bijzonder voorbeeld en zeer succesvol op de website, is de escape room die ook met allerlei teams en clubjes wordt gedaan. Het is zeer aan te bevelen en is niet per se alleen voor jongeren. Er zijn genoeg mogelijkheden en daarstraks in de persconferentie hebben we aangegeven dat we dat nu gaan verleggen tot aan de zomer. We roepen ook allerlei clubs en organisaties in onze gemeenschap op: bijvoorbeeld de Jimmy's, Vrijdag of studentenverenigingen. Daar zit geen limiet aan en iedereen met een goed idee voor de website, kan zich ook aanmelden en wordt daar door ons van harte voor uitgenodigd. Daar is extra geld beschikbaar voor gesteld en dat kunnen we - du moment- gaan inrichten. 01:34:47
Mevrouw Diks: Dat is een zaak die we met elkaar kunnen doen. Ik snap heel goed dat een aantal van u zegt: "Het zou zoleuk zijn als de terrassen en de horeca weer open konden". Ik merk dat dat ook wel een enorm gemis is in sociaal opzicht. U zult begrijpen dat dit College en de burgemeester heeft het daarstraks ook al gezegd - niets gaat doen wat niet past binnen het Rijksbeleid. Dat zal voor u geen verrassing zijn. Wat wel zo is, is dat u een oproep doet om alles klaar te zetten voor het moment dat er eventueel weer wat meer kan. Stel: je kan met grotere groepen bij elkaar zitten of komen, je kan buiten wat meer doen. Met al dat soort varianten - die u daarstraks genoemd hebt - zijn wij intern op allerlei plekken mee bezig om aanhoudend in de startplekken te staan. Dus wij staan klaar om alles op dat moment voor te bereiden. 01:35:47
Mevrouw Diks: De heer De Rook zal daar verder op ingaan en heeft daar ook een aantal voorbeelden voor, zodat we niet - op het moment dat het één en ander weer mag - nog met elkaar moeten gaan bedenken hoe we dat gaan doen. We zorgen dat we klaarstaan. Eén van de zaken die vanuit de portefeuille van mevrouw Jongman mag meegeven, is dat er heel veel sportverenigingen op allerlei manieren in de problemen zijn gekomen, ook financieel. Er is een sportloket in het leven geroepen en verenigingen kunnen daar zich aanmelden. Ik roep hen op en ook u in uw netwerk: wijs hen op die mogelijkheid zodat ze niet voor zichzelf gaan zitten tobben. Wij hebben in de organisatie heel veel mensen klaarstaan om verenigingen, ondernemers, burgers te helpen met vragen en adviezen. 01:36:41
Mevrouw Diks: We proberen zo goed als mogelijk dat sportaanbod in stand te houden. We stellen ook geld beschikbaar om verenigingen te ondersteunen en laat verenigingen - die in nood zijn of op weg zijn naar in financiële nood zittten - zich alsjeblieft melden bij deze gemeente, want dan gaan we met elkaar kijken. 01:37:01
Voorzitter : U heeft een vraag van de heer De Haan. 01:37:03
De heer De Haan : Dank u, Voorzitter. Een korte vraag: weet u ook van mevrouw Jongman hoeveel verenigingen zich al hebben aangemeld? 30
01:37:11
Mevrouw Diks: Dat is nu weer heel gemeen van u. Het is een beetje voor mij voorbereid wat ik hierover zou kunnen zeggen en dit specifieke punt staat er niet bij. Maar het is - denk ik goed als we daar even schriftelijk bij u op terugkomen. U heeft ook een aantal zaken gevraagd aan ons. Ik stel voor dat wij de vragen - waar we nu geen antwoord op kunnen geven - heel snel schriftelijk aan u doen toekomen of over een aantal weken in een vergelijkbaar debat. Waarbij we u misschien ook wat mee kunnen nemen in wat er allemaal al gebeurd is. U weet dat het Kabinet heel veel steunpakketten beschikbaar heeft gesteld. In december nog die achtenvijftig miljoen specifiek voor jeugd en jongeren. Laatst weer die tweehonderd miljoen voor onderwijsachterstanden, voor jeugd en welzijnsactiviteiten. Daarvan is nu nog niet bekend hoeveel Groningen daarvan krijgt. 01:38:08
Mevrouw Diks: Intern zijn wij al aan het bedenken wat wij daar ongeveer mee zouden willen doen, maar dat kunnen we nu nog niet specifiek aangeven. Voor het sociale domein hebben we een zogenaamde impactanalyse gemaakt en die gaan we ook aan uw raad beschikbaar stellen om u zo mee te nemen in al die getallen. Dat deze helder zijn in deze gemeente en waar wij al mee bezig zijn als het gaat om: de participatiewet, de Buig, jeugd, enzovoort. Dat zou ik graag voor u willen doen. We komen terug op de specifieke vraag van de heer De Haan. Misschien nog één opmerking mijnerzijds en dan graag snel door naar andere: daarstraks hebben we de TONK gepresenteerd, Tijdelijke regeling Ondersteuning Noodzakelijke Kosten. Wij doen aan alle kanten ons best om inwoners in alle varianten - ook ondernemers - zo goed mogelijk te ondersteunen, door: TOZO, NOW en nog allerhande regelingen. Toch zien we dat een aantal mensen nog door het ijs zakt. 01:39:18
Mevrouw Diks: Dat komt omdat de bodem van de schatkist bij de meeste ondernemers ondertussen al volop in beeld kwam. Tot mijn schrik hoor ik van veel mensen dat ze ook al aan de studiepotten van hun kinderen begonnen zijn. Dat moeten we allemaal niet hebben. Dat zag het Kabinet natuurlijk ook en daarom is er voor deze gemeente één komma zeven miljoen beschikbaar gesteld daarom is er in ieder geval voor deze gemeenten 1,7 miljoen euro beschikbaar gesteld voor noodzakelijke kosten van bestaan om mensen - bovenop alle regelingen die er al bestaan - te ondersteunen. Die noodzakelijke kosten weten we min of meer te specificeren. Daar hoort een draagkrachtregeling bij. We baseren het op de bijzondere bijstand. We hoeven niets nieuw in te richten en we kunnen vandaag beginnen met die TONK. Dus aan iedereen die in financiële problemen zit of dreigt te komen: meldt u zich bij de gemeente. We zullen ook straks even de link naar die website twitteren. 01:40:18
Mevrouw Diks: Deze specifieke TONK-regeling werkt vanaf één januari. We werken dus met terugwerkende kracht. U hoeft niet per se vandaag al te reageren en het loopt tot één juli. Wij doen aan alle kanten ons best om ondernemers en inwoners zoveel mogelijk te ondersteunen, maar alles binnen het kader dat het Rijk ons heeft gesteld. Dit wat mij betreft. 01:40:42
Voorzitter : Ik ga gauw naar wethouder De Rook.
31
01:40:45
De heer Loopstra : Even nog. 01:40:46
Voorzitter : Heeft u een korte vraag? 01:40:48
De heer Loopstra : Een informerende vraag aan de wethouder. Er is een fonds wat aansluit bij de bijzondere bijstand voor mensen die nu extra in de problemen komen. Dat vind ik prima. Alleen: wordt er een onderscheid gemaakt? Er zijn natuurlijk ook mensen in deze gemeente die op andere gronden in financiële problemen komen. Is er straks een verschil tussen mensen die door corona in problemen komen en mensen die op een andere manier in problemen komen? 01:41:21
Mevrouw Diks: Het allerkortste antwoord is: nee. Deze TONK-regeling staat open voor iedereen die nu in de problemen komt en noodzakelijke kosten van bestaan niet meer kan dragen. Het maakt niet of je ondernemer bent en of je heel rijk bent. Het heeft niets met inkomen te maken. Het kan zijn dat je nog voldoende assets hebt: een huis en allerlei eigendommen. Ook dan kijken we of je noodzakelijke kosten van bestaan hebt die je niet kan dragen. De clu van deze TONK-regeling is voor een deel ook om ervoor te zorgen dat mensen die nu nog een onderneming hebben, niet de bedrijfsmiddelen van die onderneming gaan verkopen om eten te kopen. We willen dat du moment we weer open en verder kunnen, mensen hun bedrijf nieuw leven in kunnen blazen en niet vervolgens al hun machinerie of anderszins hebben verkocht. Ik denk dat dit op zich voldoende is. Op de website wordt het ook nog uitgeduid en anders kunnen we daar schriftelijk nog eens op terugkomen. 01:42:20
Voorzitter : Wethouder De Rook. 01:42:20
De heer De Rook : Voorzitter, ik zou graag willen beginnen met een beetje een persoonlijke noot bij dit debat. Met name over het experimenteren en het thema mentaliteit. Ik zou iets concreets willen zeggen over de vragen die gesteld zijn over het Forum en over de studieplekken. Voor ik antwoord geef op al uw vragen, denk ik dat dit debat van grote waarde is. Als gemeentebestuur hebben we op verschillende fracties gezegd. Er zijn nu een aantal landelijke richtlijnen waar we ons allemaal aan te houden hebben. Tegelijkertijd hebben wij als bestuursorgaan - uw raad en wij als College - een positie, maar welke eigen positie heb je daar nog in? Wij voeren uit wat er van ons gevraagd wordt, maar tegelijkertijd horen, zien en beleven wij ook van alles. De vraag: hoe doe je dat goed met al die signalen die uit de samenleving komen en zich lang niet altijd verhouden met het landelijke beleid? Hoe zorg je ervoor dat je tegelijkertijd de wet netjes naleeft en invulling geeft aan de solidariteit die past bij de corona-aanpak die Nederland heeft? Dat we allemaal moeten meedoen is ook één van de meest ingewikkelde puzzels. 01:43:25
De heer De Rook : We ervaren die allemaal zelf, ook ik dagelijks in mijn eigen werk. Het is niet goed dat we die puzzel allemaal individueel proberen te leggen. Het is niet goed dat we 32
allemaal proberen om die puzzel te leggen en de buitenwereld er niet zoveel van hoort. Dit gesprek draagt er aan bij dat men ook ziet welke dilemma's er op het lokaal bestuur afkomen en tussen welke dingen we moeten laveren. Het mag allemaal niet, maar we zien wel dat het nodig is. We hebben ook nog allemaal onze eigen ideeën over hoe het slimmer en beter zou kunnen. Dat is nu het ingewikkelde. Ik denk dat het heel erg goed is dat we dat naar elkaar uitspreken, zodat de buitenwereld ook ziet hoe de lokale politici daarmee worstelen. En ook invulling geven aan die verschillende verantwoordelijkheden die hierin samenkomen. 01:44:06
De heer De Rook : De burgemeester heeft het ook al gezegd en dat geldt voor het hele College: "Wij zijn terughoudend om publiekelijk onze eigen opvattingen te ventileren over corona en het Kabinet van onze eigen regering. Is dat omdat het College daar geen opvatting over heeft? Nee, dat is niet zo. Maar wij zien dat een onderdeel van die aanpak - ik noemde net de solidariteit al - niet gebaat is bij allerlei burgemeesters, wethouders en andere lieden die publiekelijk - in talkshows en kranten - gaan vertellen dat het allemaal niet deugt. Over het algemeen verandert er weinig aan de aanpak, maar het draagvlak, de woede en het onbegrip neemt alleen maar toe. Vanuit de verantwoordelijkheid die we ook hebben over welzijn, steun en perspectief zien, is dat net een destructieve aanpak. 01:44:45
De heer De Rook : De heer De Haan zei dat: "Je hebt dan een mooie artikeltje in de krant", en dan zeggen de lokale ondernemers misschien wel: "Wat fijn dat die burgemeester zo voor ons gaat staan". Maar uiteindelijk hollen we onze gezamenlijke aanpak uit. Dat is niet goed, maar wil niet zeggen dat wij daar zelf ook geen opvattingen over hebben. We proberen om het evenwicht tussen wat kan en wat niet, zo goed mogelijk te vinden. Het mentale aspect begint nu echt meer en meer een rol te spelen. Wethouder Diks zei net al - terecht - dat heel veel ondernemers en particulieren aan het einde van hun reserves beginnen te komen. De rek daar is er al uit. Maar ook de rek in het mentale aspect - dat je er nog zin in hebt, perspectief ziet, door wil gaan - zie ik ook bij heel veel ondernemers uit mijn portefeuille in het gedrang komen. 01:45:34
De heer De Rook : Ze zien het einde van de horizon niet meer. "Nog een paar maanden op de tanden bijten", ik snap dat dat de opgave is. Mensen zeggen ook tegen mij: "Dat is leuk, maar dat hoorden we al vier keer. Wanneer stopt het nu eens?". Het mentale aspect begint een steeds grotere rol te spelen. Wij hopen dat het pakket wat wij vandaag gelanceerd hebben - de regelingen die mevrouw Diks heeft toegelicht - er onderdeel van kunnen zijn. We gaan nu al een plan lanceren voor de terrassen. We gaan ook met de winkeltijden aan de slag. We bieden ondersteuning. We gaan onze dienstverlening aanpassen. We zijn nu ook al bezig met campagnes voor als het straks weer mag. We willen iedereen helpen om na te denken over het lol hebben in dat het straks weer kan en weer aan de slag kunnen. 01:46:18
De heer De Rook : Dat mentale is een hele belangrijke. De heer Brandenbarg vroeg: kunnen we die ballen nog bespreken? Die hebben we vandaag neergelegd, dus als uw raad daar nog opmerkingen over heeft, kan u dat via de normale weg met ons delen. Ik pak er één specifieke vraag van de heer Pechler uit: waarom dan nu al éénendertig december? Gewoon 33
omdat men ontzettend veel behoefte heeft aan perspectief en ruimte. Vandaar dat we voor die lange horizon hebben gekozen. Maar dat wil niet zeggen dat we ondertussen niet met ondernemers in gesprek gaan over hoe je handig doet als het gaat om je winterterrassen. De ondernemers zitten niet te wachten op grote investeringen te doen in allemaal nieuwe technologieën en apparatuur. Ik wil tegen de heer Pechler zeggen dat het niet is tot éénendertig december en daarna iedereen maar doet wat die wil. Wij hebben aandacht voor het thema duurzaamheid in de horeca. Dat blijft belangrijk. 01:47:10
De heer De Rook : We weten ook dat het goedkoper is om minder energie te verbruiken. Hier is het een win-win die we ook samen met die ondernemers gaan oppakken. Ik wil daarmee zeggen dat dat elkaar niet uitsluit. Er werd nog een vraag gesteld over de evenementen. Alle grote evenementen zijn geannuleerd tot één juli, wat overigens ook landelijk de lijn is. Dat betekent wel dat op het moment er iets mag, er ruimte is om opnieuw te kijken naar evenementen. Ongeacht het beleid, wil het niet zeggen dat er niets mogelijk is tot één juli. Met de kennis van nu zijn die evenementen geannuleerd. Er was veel behoefte aan duidelijkheid bij ondernemers en evenementorganisatoren om dit nu van de gemeente al te hebben. Dat geeft hen ook de ruimte om nu al evenementen te verplaatsen, waardoor ze ook minder kosten hoeven te maken. 01:47:54
De heer De Rook : Vandaar dat er daarvoor gekozen is, maar dat wil niet zeggen dat als er straks misschien meer mogelijk is - misschien eind mei - dat we dan zeggen: "Sorry, het was verboden tot één juli". Dan bewegen we gewoon mee, maar dit besluit is er nu. 01:48:06
Voorzitter : De heer Moerkerk. 01:48:09
De heer Moerkerk: Dank u, Voorzitter. Sorry voor de onderbreking. Is het zo dat evenementenaanvragen wel in behandeling worden genomen? Stel: iemand wil een evenement organiseren op tien juni, wordt dat in behandeling genomen en onder voorwaarden afgegeven? Of moeten we eerst wachten tot er ergens een groen licht komt in mei, waardoor evenementen pas in augustus misschien weer aan de rol gaan? Hoe wordt daarmee omgegaan? 01:48:31
De heer De Rook : Ik weet de exacte gang van zaken nu niet. Mijn beleving zou zijn: iemand dient dat nu in, dan wordt er bij gezegd dat we op dit moment geen toestemming geven voor evenementen. Wat wel kan, is dat wij alvast meedenken over hoe het wel zou kunnen. Er wordt nu geen toestemming verleend. We gaan nu geen evenementen plannen voor juni, omdat het simpelweg nog niet is toegestaan. Overigens is de ervaring dat er maar weinigen zeggen: "Ik wil graag kosten maken voor een evenement". Misschien in juni al iets meer, maar in mei zullen mensen dat nog niet zeggen: "Ik ga een paar duizend euro stukslaan om een evenement te organiseren". Men is nog echt aan het wachten. 01:49:04
De heer De Rook : We hebben ook nog iets anders gedaan, tegen ons beleid in, maar we hebben de evenementenkalender van 2022 al geopend. We staan daar nu ook al 34
inschrijvingen op toe, zodat mensen voor die langere horizon ook alweer aan de slag kunnen gaan. Voorzitter, dan ga ik naar het experimenteren. Mevrouw Jacobs zei daarover: "Groningen als experimenteer hoofdstad en voorloper van Nederland". Dat perspectief spreekt mij heel erg aan. Zo presenteren wij onszelf ook vaak: "Als de innovatie en experimenteer hoofdstad van Nederland". Ik wil bijna zeggen dat wij dit op het gebied van testen en experimenteren al heel lang zijn. De eerste XL testlocatie was hier in Groningen, in Martiniplaza. De pilot over het sneltesten met studenten, begon ook hier in Groningen. Met Eurosonic Noorderslag hebben we één van de grootste evenementen met sneltesten - tot dan toe - in Nederland georganiseerd. Dat is een beetje onder de radar gebleven - hebben we heel bewust gedaan - maar dat kan ik er nu wel over zeggen. 01:49:59
De heer De Rook : Ongeveer vijfhonderd acts zijn hier in een aantal dagen naar Groningen gekomen. Door middel van sneltesten hebben we die hier kunnen laten optreden. Eurosonic is hierdoor - weliswaar online - wel kunnen doorgaan. Richting de heer Van Kesteren zeg ik: "Ik weet niet de exacte cijfers van de sneeuwpret", we hebben niet voor en na getest. Dat is het aardige van ongeorganiseerde evenementen. Van Eurosonic Noorderslag weten we dat er nauwelijks besmettingen naar voren zijn gekomen, tenminste voor zover wij dat weten. Het was ontzettend succesvol. 01:50:29
De heer De Rook : Ik sluit mij helemaal aan bij de partijen die hebben gezegd: "Wij kunnen als gemeente - dat zei mevrouw Diks net ook - niet iets doen wat niet mag". Wat we wel kunnen zeggen, en ik denk dat mevrouw Jacobs dat ook bedoelt: "Laten we er in ieder geval klaar voor zijn". Op het moment dat het Kabinet zegt: "Ja, we gaan met die sneltesten aan de slag", dat het nadenken daarover niet dan pas begint. Dat we zo snel mogelijk denken: als het kan, hoe gaan wij dat hier dan organiseren? Dat is altijd ingewikkeld want je wil mensen ook niet blij maken met een dooie mus of verwachtingen scheppen die je niet kan waarmaken. Ik sta er wel heel erg voor open om - nu de versoepelingen weer een beetje in beweging lijken te komen - daarmee aan de slag te gaan. Om na te denken over dat experimenten en dat testen. Hoe zou dat er in Groningen uit kunnen zien? 01:51:11
De heer De Rook : Niet om dat op eigen houtje maar te gaan doen, maar wel om ervoor te zorgen dat - als het straks mag - we snel klaar zijn om hier iets te laten draaien. Die uitdaging ga ik graag aan. 01:51:25
Voorzitter : Een heel korte vraag van de heer Van Kesteren. 01:51:27
De heer Van Kesteren : Ik wil de wethouder vragen: in het overleg met de Veiligheidsregio en ook in het landelijk overleg, is dat een eenrichtingsverkeer van bovenaf? Heeft het College daarin ook nog ruimte om suggesties en aanbevelingen te doen zodat daar ook iets in veranderd kan worden? Ik neem aan dat u daar ook wel ideeën over hebt. Dat heeft u ook zelf aangegeven. Ik vraag me af hoe dat gaat. 01:51:50
De heer De Rook : Voor mij is dat wel enigszins eenrichtingsverkeer, want ik zit er niet bij. 35
Onze burgemeester doet dat. Maar daar wordt zeker gepraat over de landelijke lijn. Wij geven dat ook aan. Wat ik zeg: "Wij kiezen ervoor om onze eigen opvattingen - die er ook zijn - via dat soort kanalen erin te steken". Dat is de plek en het moment. Over die evenementen wil ik ook nog dit zeggen: het beeld is niet - ook over die eredivisiewedstrijden - dat in Nederland niemand wil experimenteren. Elke voetbalclub zegt: "Laat ons maar het eerste experiment zijn voor een voetbalwedstrijd met een vol stadion". Dat is het punt niet. Alleen is het nu dat die fieldlabs landelijk worden georganiseerd. Die vinden plaats daar waar ze plaatsvinden mits toestemming één der Ministeries. Ik weet niet precies de welke. 01:52:34
De heer De Rook : Maar het zegt iets over hoe ontransparant dat proces soms is. Daar heeft de burgemeester ook iets van gezegd. Maar die zijn dus toegestaan. Gemeenten melden zich aan en een aantal daarvan worden toegestaan. Op dit moment hebben de Oosterpoort en het Martiniplaza - met een sportwedstrijd - zich aangemeld om landelijk mee te draaien in het evenementenprogramma. Zij staan op de landelijke lijst. U heeft dat niet gezien, maar wij hebben ons wel aangemeld. De keuze over wat wel en wat niet, vindt niet door ons plaats maar landelijk door fieldlabs en de Ministeries. Wij hebben dat niet zelf in de hand. Maar neem van mij aan: wij steken onze vinger op en doen graag mee en als we toestemming krijgen, gaan we er zeker mee aan de slag. Onze instellingen staan ook klaar. Dus die bereidheid is er absoluut. 01:53:18
De heer De Rook : Voorzitter, dan ga ik nog even naar de specifieke vragen die gesteld zijn over de studieplekken en het openen van het Forum voor jongeren. Wethouder Bloemhoff heeft er al iets over gezegd. Er zijn daar ontwikkelingen die ik graag met u deel. Gisteren hebben we in het College tegen elkaar gezegd: "Op basis van de landelijke regelingen die er zijn, hebben we meer aandacht voor de jongeren. We voelen dat we meer ruimte moeten bieden voor kwetsbare jongeren en dat we daarin meer stappen gaan zetten". We hebben met het Forum overleg gevoerd over onze ambitie, namelijk: het Forum op zeer korte termijn weer openen voor kwetsbare jongeren. Wie kwetsaar is, gaan we niet allemaal zelf bepalen. Wij zullen dat vragen aan WIJ en als zij signalen krijgen is dat voor hun een mogelijkheid. 01:54:05
De heer De Rook : Tegen de heer Brandenbarg zeg ik: het is niet alleen maar voorbehouden aan de Rijksuniversiteit en de Hanzehogeschool, maar geldt ook voor de ROC's en - daar waar van toepassing - voor het voortgezet onderwijs, als zij jongeren zien waarvan zij zeggen: "Voor hen zou het echt even goed zijn, dat zij een plek hebben waar ze aan de slag kunnen en iets kunnen doen". Het Forum staat er ook voor open om te kijken of er nog andere activiteiten mogelijk zijn. Het is onduidelijk of dat mag. We willen zo snel mogelijk het Forum voor die jongeren weer gaan openen. We gaan dat de komende tijd organiseren, liefst voor éénendertig maart als ons dat lukt. 01:54:42
De heer De Rook : Ik verwacht wel dat dat goed gaat komen. Hetzelfde geldt ook voor de Oosterpoort en wethouder Bloemhoff noemde ook het Martiniplaza. We gaan op die manier naar dat soort plekken kijken, want we zien dat de behoefte groot is. Dit is één van de dingen die we naast al die andere dingen doen. Hopelijk kunnen we dit op korte termijn 36
doen, zodat we toch kunnen bijdragen aan een verzetje of een plek om even te ontluchten. Misschien ook om iemand even vanuit de verte te kunnen zien. Voor die doelgroep zou dat al heel veel winst zijn, en dat willen we snel proberen te organiseren. 01:55:12
De heer Nieuwenhuijsen: Dank u wel, wethouder De Rook. U allen, bedankt voor uw inbreng, opmerkingen, vragen en discipline. Ik vraag u nogmaals om discipline, want wij moeten deze zaal verlaten binnen drie minuten.
37