02-02-2022, Politiek vragenuur en mededelingen college 15.30 uur - Radesingel.pdf
Tekst van het document
POLITIEKE WOENSDAG VAN WOENSDAG 02 FEBRUARI 2022 15.30 UUR Voorzitter: K. van Doesen (D66) Namens de raad: F. Folkerts (GroenLinks), J. Jones (GroenLinks), D. van der Meide (PvdA), T. Rustebiel (D66), W. Koks (SP), G. de Vries (VVD), G. Brandsema (ChristenUnie), J. de Haan (CDA), M. Sloot (Stadspartij+100%Groningen) Namens het college: I. Jongman (wethouder), P. Broeksma (wethouder), R. van der Schaaf (wethouder), B. Benjamins (wethouder), K. Schuiling (burgemeester) Namens de griffie: P. Kommerij
Politiek vragenuur en mededelingen college 00:15:13
Voorzitter: Welkom allemaal bij dit vragenuur. Er zijn veel vragen, dus we moeten zorgen dat we elkaar even strak in de tijd houden. Ik ga eerst even kijken of er ook een wethouder is die mededelingen heeft. De heer Benjamins. 00:15:28
De heer Benjamins: Ja, dank u wel, Voorzitter. Ja, zoals uw raad weet, is de nood voor heel veel ondernemers door de coronacrisis hartstikke hoog. Dat is u welbekend en daar hebben we het ook al vaker met u over gehad. Wij vinden het belangrijk om de daarvoor bestemde middelen zo snel mogelijk beschikbaar te stellen voor ondernemers. We zullen deze maand nog een regeling openstellen om ervoor te zorgen, dat de door het Rijk beschikbaar gestelde gelden, de zogenaamde CPB- gelden voor het coronatoegangsbewijs, laagdrempelig aan kunnen bieden. Deze regeling is bedoeld voor met name de horecasector, voor die ondernemers die extra inspanningen hebben moeten leveren om deze toegangscontroles na te leven. Wij zijn ons ervan bewust dat we hiermee echt niet alle problemen van ondernemers zullen oplossen of kunnen oplossen, maar we zorgen er wel voor dat het geld terechtkomt waar het hoort. Daarnaast zoeken we nu in het kader van het herstelplan 'Groningen Vooruit' naar nog meer manieren om ondernemers te steunen, ook breder dan alleen maar de horecasector. Binnenkort krijgt u uw raad daar meer duidelijkheid over en zullen wij dat u in uw richting communiceren. Dank u, Voorzitter. 00:16:32
Voorzitter: Fijn, dank u wel. Zijn daar vragen over aan de wethouder? Nee? Ik vroeg of de wethouders nog mededelingen hadden, maar ik moet ook even naar de burgemeester kijken. U heeft geen mededelingen? Nee, dan gaan we over naar de eerste vraag. Dat zijn vragen van de CDA-fractie over de spanning tussen behoud van bomen en groen en de aanleg van zonnepanelen op de daken. Meneer De Haan zal het even kort toelichten. 00:16:57
De heer De Haan: Ja, dat klopt, Voorzitter, dank u wel. Ik vervang mijn collega Ubbens, die ziek thuis zit. Het gaat inderdaad over de spanning tussen het behoud van bomen en de zonnepanelen. We kregen berichten van bewoners aan de Framaheerd en vandaag ook nog enkele berichten van bewoners in Vinkhuizen die graag zonnepanelen zouden willen, maar het niet kunnen vanwege te veel schaduw door bomen. Het gaat er niet om dat het CDA wil dat alle bomen weggaan, zodat we overal zonnepanelen kunnen plaatsen. Echter, wat we wel graag zouden willen en wat we graag van de wethouder zouden horen is: hoe kunnen 1
we nu met deze welwillende inwoners, die graag meedoen aan die energietransitie en die meedoen met een duurzaam Groningen, ondersteunen? Kunnen we bijvoorbeeld kijken naar bepaalde bomen op een bepaalde manier te kappen, zodat zonnepanelen wel rendabel zijn? Kunnen we kijken of er misschien toch kleinere bomen 00:17:52
Voorzitter: Meneer De Haan, ik denk dat uw vraag heel duidelijk is. 00:17:55
De heer De Haan: Mijn laatste vraag is: hoe houden we hier ook bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten rekening mee of wordt daar rekening mee gehouden? Dat zijn de vragen. 00:18:04
Voorzitter: Fijn. Dat hadden we allemaal kunnen lezen, maar het is fijn dat u het nog een keertje heeft opgelezen. Ik geef het woord aan de heer Broeksma. Hij zal het antwoord erop geven. 00:18:11
De heer Broeksma: Dank u wel, Voorzitter. We zijn op de hoogte van de geschetste situatie. Meerdere malen is zowel persoonlijk– ik persoonlijk ook – als ook per mail en telefonisch ambtelijk contact geweest over de kwestie in Beijum. Ik heb één van de mensen natuurlijk ook persoonlijk gesproken. We herkennen zeker het dilemma. Het dilemma tussen enerzijds de wens en ambitie voor veel groen en nieuw groen in de gemeente, anderzijds de noodzaak tot het lokaal produceren van hernieuwbare energie. Rond 2016 hebben we besloten dat bomen op publieke gronden niet wijken voor het verbeteren van de opwek van zonneenergie. Bomen in openbaar groen prevaleren daarom boven zonnepanelen. Op particuliere gronden is het overigens wel mogelijk om een kapvergunning aan te vragen, als zonnepanelen minimaal een derde minder opbrengsten hebben door schaduwwerking. Dit betekent niet dat we niet bezien welke alternatieven er wel mogelijk zijn. Zo bestaat er voor woningen die geen of onvoldoende mogelijkheden hebben om op eigen daken zonnepanelen te plaatsen, de mogelijkheid om mee te doen in collectieve zon op dak projecten, bijvoorbeeld in de postcoderoosprojecten. Hiervan zijn inmiddels enkele projecten succesvol gerealiseerd. Zo werken we in Beijum – daar vraagt u naar – samen met het bewonersinitiatief De Werkbij dat zich bezighoudt met verduurzaming en de energievoorziening van woningen.
Vorig jaar hebben we daar ook een bijeenkomst over gehad. Een aantal initiatieven lopen daar. De vragen die u stelt, zijn ook toen, vorig jaar in februari, aan de orde geweest en ook beantwoord. Het blijft een lastige belangenafweging, maar in dit geval hebben we in onze regelgeving vastgelegd, dat groen in de openbare ruimte boven de groene energie prevaleert. Jaarlijks evalueren we dat beleid en bezien we of er redenen zijn tot aanpassing. De evaluatie is net afgerond. Ons standpunt is nog steeds geldig. Tot zover, Voorzitter. 00:19:58
Voorzitter: U wil daar nog even op reageren, meneer De Haan? 00:20:00
De heer De Haan: Ja, heel kort. Ik ben benieuwd of je nu met snoeien bijvoorbeeld nog kunt zorgen voor het meer rendabel maken van zonnepanelen en houden we bij nieuwbouw er 2
rekening mee. Ik noemde ook al even het voorbeeld dat wij signalen krijgen vanuit Vinkhuizen, dus dat het wel een breder probleem is, dan alleen in Beijum. 00:20:18
De heer Broeksma: Als het gaat over het snoeien van bomen, dan kijken we naar de staat van de boom. De gezonde boom, dus niet per se de reden dat deze meer of minder schaduw zou opleveren. Als het gaat over nieuwbouwprojecten. Waar het in Beijum over gaat is snelgroeiend hout. Op een gegeven moment kan dat ook vervangen worden. Niet per se voor zonnepanelen, maar wel omdat het einde levensduur van die boom is of dat die boom te zwak wordt. We vervangen dan door minder snelgroeiend hout; minder snelgroeiende bomen die wat lager blijven en dus langer meegaan. Overigens zijn, zoals u weet, veel meer daken niet geschikt voor zonnepanelen. Dat kan door constructie zijn, maar ook omdat ze op het noorden zijn, door een dakkapel, een beschermd dorpsgezicht of dat het een rijksmonument betreft. Ook voor al deze woningen, waarvoor het niet mogelijk is zonnepanelen aan te leggen, zijn dus die alternatieve initiatieven zoals de postcoderoosprojecten, waar ik net naar verwees. Tot zover. 00:21:12
Voorzitter: Fijn, dank u wel. Dan gaan we door met de volgende vraag. Dat zijn vragen van de VVD-fractie over de woningbouwopgave, maar Geeske de Vries is niet aanwezig. Er is ook verder niemand van de VVD aanwezig, ook niet digitaal, dus ik stel voor dat we deze vraag even overslaan. 00:21:33
Voorzitter: De volgende vraag is de vraag over MartiniZorg. De fractie van de SP, GroenLinks en Partij van de Arbeid hebben vervolgvragen gesteld naar aanleiding van vorige week. Ik kijk even rond. Zal ik de heer Koks eerst het woord geven om een korte toelichting te geven? 00:21:59
De heer Koks: Ja, een zeer korte toelichting, want we hebben vorige week al een aantal vragen gesteld over de gevolgen van het faillissement van MartiniZorg voor de bewoners in de Oosterparkheem. Ondertussen hebben we een aantal contacten gelegd of hebben mensen contact met ons gelegd, waardoor een aantal vervolgvragen zijn ontstaan en die willen we graag aan het college voorleggen. Ik wil niet al die vragen gaan herhalen, maar ik vat ze even samen in vier onderwerpen. We zijn benieuwd naar de gesprekken die de curator heeft gevoerd met bewoners en medewerkers van MartiniZorg, de vraag of het college bereid is een spreekuur voor bewoners en medewerkers in te richten en de vraag of het college de uitvoering van de zorg direct op de één of andere manier wil overnemen. Dat zijn de drie clusters, waar wij vragen over gesteld hebben en daar willen we graag een antwoord op. 00:22:55
Voorzitter: Ik begreep dat de heer Van der Meide daar nog een kleine toevoeging op had. 00:22:57
De heer Van der Meide: Ja, nog een korte aanvulling. Vraag drie gaat inderdaad vooral om een loket, waar mensen terechtkunnen en dan voor die zaken, waarvoor ze niet bij de curator terecht kunnen. Voor technisch en financiële zaken kun je natuurlijk goed bij de curator terecht, maar voor sociaal-emotionele zaken is dat niet het geval. Wij maken ons 3
daar zorgen over. Is er een loket daarvoor, waar we bewoners en medewerkers naar kunnen verwijzen? Overigens de suggestie in de pers van de SP, mijn buurman hiernaast, dat de WIJ wel even de zorg zou kunnen overnemen, vinden GroenLinks en PvdA te makkelijk om die suggestie over te nemen. Daar zijn we het niet mee eens, maar dat terzijde. 00:23:35
Voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Jongman. 00:23:40
Mevrouw Jongman: Dank u wel, Voorzitter. Ik zal de eerste paar vragen voor mijn rekening nemen en collega Diks zal het dan in de loop van de beantwoording overnemen. Allereerst over het huidige personeel van MartiniZorg. De meeste arbeidsovereenkomsten eindigen op 28 februari. Tijdens de personeelsbijeenkomst is afgesproken dat de werknemers tot deze datum daar werkzaam zijn voor MartiniZorg, ook om de zorg aan cliënten – waar u het vorige week ook over had – voort te kunnen zetten. Ik begrijp dat er zorgen zijn ten aanzien van het overnemen van werknemers, maar daar kan op dit moment nog niets over gezegd worden, omdat de curator bezig is om te kijken of een andere partij dat kan overnemen. Uiteraard wordt bij een eventuele overname gekeken naar het behoud van werkgelegenheid. Dan over de locatie Oosterparkheem. Daar levert MartiniZorg op dit moment alleen zorg in het kader van de Wlz, dat gaat om dertien bewoners, en Beschermd Wonen en dat gaat om drie bewoners. De rest van de bewoners daar vallen niet onder de zorg van MartiniZorg en huren zelfstandig woonruimte van Woonzorg. De curator heeft benadrukt dat de zorgverlening niet stopgezet zal worden, maar op dezelfde voet zal worden voortgezet.
Voor het deel van de zorg in dit wooncomplex, waar MartiniZorg verantwoordelijk voor is, zal MartiniZorg – in dit geval ziet dan de curator daarop toe – moeten zorgdragen voor de veiligheid en continuïteit van deze zorg. Met Woonzorg zal afgestemd moeten worden, wie voor welk deel van het onderhoud en veiligheid van het pand verantwoordelijk is. De curator heeft hierover het volgende met ons gedeeld: de dagbesteding is niet gestopt, de toegang 's nachts is afgesloten en alleen mensen met een sleutel kunnen erin. Er is tevens camerabewaking en bewoners van andere gangen, die niet van MartiniZorg zijn, kunnen mensen binnenlaten, want het is immers ook hun woon- en leefomgeving en hun wooncomplex. 00:25:40
Mevrouw Jongman: Dan het volgende thema. Bewoners die van mening zijn dat de zorgkwaliteit niet toereikend is of zich onveilig voelen, kunnen altijd – of het nu gaat om cliënten of personeel van MartiniZorg of bewoners die woonruimte huren op de overige verdieping van dit complex, via Woonzorg – hun twijfels over zorg melden via ons Meldpunt Twijfels over Zorg. Dat is er al hele geruime tijd en ik heb begrepen vanaf 1997. Daarbij kunt u dan denken aan twijfels over de kwaliteit van zorg, over geschiktheid van personeel en misbruik van zorggeld. Uiteraard kan terugkerende overlast in de woon- en leefomgeving gemeld worden via het Meldpunt Overlast & Zorg. Na melding wordt ook samen met de melder gekeken naar mogelijkheden en eventueel ook informatie en advies gegeven. Het is echter goed om na te gaan of deze meldpunten voldoende kenbaar en voldoende zichtbaar zijn voor de betrokkenen in deze specifieke situatie, maar ook voor onze inwoners in algemene zin. We zijn bereid om in afstemming met de curator te kijken of er vanuit cliënten, bewoners en medewerkers, gezien het stadium van het faillissement, nog behoefte 4
is aan een andere vorm. Ik kan me voorstellen – want het Meldpunt Overlast & Zorg kent u allemaal goed en dat eerste meldpunt kennen denk ik iets minder mensen – dat we daar dus misschien wat PR voor moeten doen. Het feit is er en het is ook al eerder gemeld door inwoners om daar hun twijfels – in het eerdere stukje van de tekst, wat ik noemde – over kwaliteit van de zorg, geschiktheid personeel en misbruik zorggeld te melden. Daar is dus op dit moment al een meldpunt voor. De volgende beantwoording is aan wethouder Diks. 00:27:23
Mevrouw Diks: Ja, ik dacht even dat de heer Koks wat wilde, maar dat kunnen we misschien even gaandeweg ook doen. Ja, want in uw vierde vraag vroeg u of het mogelijk was om voor medewerkers iets in te richten, want het is wel heel helder dat de situatie rondom MartiniZorg ook een hele verdrietige situatie is. Het is helder dat de curator nu vanuit de systematiek en het aangevraagde faillissement gaat kijken wat hij verder nog kan organiseren voor MartiniZorg en hoe nu verder. Echter, collega Jongman en ik zijn natuurlijk ook begaan met de situatie, ook van de medewerkers daar, die zich ook steeds met hart en ziel hebben druk gemaakt om deze bewoners en nu ook ineens met deze situatie worden geconfronteerd. Wij kunnen ons dus heel goed voorstellen, dat ook zij hun verhaal kwijt willen. Collega Jongman heeft net al aangegeven dat we even gaan kijken, afgezien van alle methodieken of mogelijkheden die al bestaan, of er misschien nog meer nodig is. Dat we in ieder geval aan de curator aanbieden, dat wij daar ons voor willen inzetten, indien medewerkers daar behoefte aan hebben. Wij begrijpen dat dat zo is. U had nog een andere vraag gesteld, daar had de heer Van der Meide al een opmerking over gemaakt, of wij overwogen hebben om dan een deel van deze zorg ook over te brengen naar Stichting WIJ bijvoorbeeld.
Ja, ik geef u mee dat ik me wel een klein beetje kan voorstellen, dat u dat had bedacht, maar dat dat in de huidige situatie natuurlijk echt geen optie is met de grote vraag en de vele vragen die wij momenteel al aan WIJ stellen. Plus nog de inrichting van de basis jeugdhulp, waar WIJ natuurlijk ook druk mee bezig is, in overleg met ons. Wij zien dat dus momenteel niet als een oplossing. De curator moet nu zijn werk gaan doen om een doorstart of anderszins voor deze zorg mogelijk te maken. Daar kan de gemeente geen rol in spelen. 00:29:28
Voorzitter: Dank u wel. Ja. 00:29:30
De heer Koks: Ja, kijk die 26 februari komt natuurlijk razendsnel dichterbij, oftewel dat is over ongeveer drie weken. Op het moment dat het personeel daar weg is, is dus de de ondersteuning weg. Bent u zich al wel aan het voorbereiden op het feit dat de curator mogelijkerwijs geen opvolger weet vinden? Dat is vraag één. Op de tweede plaats, die informatie die ik nu hoor over allerlei meldpunten enzovoort -- Dit speelt natuurlijk wel op korte termijn bij mensen. Ik ga ervan uit, dat u ervoor zorgt dat op korte termijn mensen geïnformeerd worden over het bestaan van het ene meldpunt, waar ik zelf ook nog nooit van gehoord had. Dat dat onder de aandacht wordt gebracht van bewoners en medewerkers en dat dat op korte termijn gebeurt? Oké. 00:30:16
Voorzitter: Mevrouw Jongman. 5
00:30:17
Mevrouw Jongman: Het lijkt me duidelijk om dat zeker aan te geven. Nogmaals, we hebben dat aanbod ook net gedaan om, als mensen zich zorgen maken – wat wij ons echt heel goed kunnen voorstellen, want wij hebben ook de krant gelezen en de berichten gehoord – die mogelijkheid te bieden om het daarover te hebben. 00:30:35
De heer Koks: Ja, want wij krijgen bijvoorbeeld ook telefoontjes van familieleden van mensen die daar 00:30:38
Mevrouw Jongman: Ik snap het, want het is het één en het ander en het stapelt zich inderdaad op, maar het is goed dat er een punt is, waar je het erover kunt hebben en je zorgen neer kunt leggen. 00:30:51
De heer Koks: Oké, en die vraag over 26 februari? Die vraag stelde ik erbij. 00:30:58
Mevrouw Jongman: Ja, ik kan niet in de toekomst kijken, wat er gebeurt. Natuurlijk kijken we nauwgezet en is er ook nauwgezet in overleg met ons een terugkoppeling van welke stappen er genomen worden. Het uur U nadert. Dat zie ik net als u, daar hoeft niemand voor -- Dat klopt. Wij zijn daar nauw bij betrokken, maar ik kan niet vooruitlopen op de uitkomst, omdat de curator, zoals ik al aan had gegeven, nu in gesprek is met partijen. Partijen hebben zich ook gemeld, maar het betekent wel dat je in goed overleg die overgang moet bewerkstelligen. Uiteraard zien wij erop toe dat niet zomaar bij wijze van spreken de stekker eruit is en iedereen daar aan zijn lot wordt overgelaten. Daar hebben we natuurlijk ook onze zorgplicht voor, maar daar heeft de curator vanuit de faillissementswet ook zijn plichten voor en daarin zullen we elkaar nauw op de hoogte houden. 00:31:42
De heer Koks: Ja, dat begrijp ik ook, maar ik ga ook ervan uit dat u achter de schermen zich aan het voorbereiden bent op het eventuele noodscenario dat per 26 februari MartinZorg ermee stopt. 00:31:52
Mevrouw Jongman: Wij zouden geen knip voor onze neus waard zijn, als we daar niet van bewust zouden zijn. 00:31:57
Voorzitter: Dit was een mooie afronding van deze reeks vragen, maar er is nog een vraag van de Partij voor de Vrijheid en dat gaat over dat MartiniZorg niet bereikbaar is. Misschien kan één van u daar even op reageren? 00:32:17
Mevrouw Jongman: Dat is een vraag van de PVV inderdaad en deze informatie heeft ons nog niet eerder bereikt. We weten ook niet wat daar de oorzaak van is. Het is zeker ook in deze onzekere en roerige tijden van belang dat de familie met vragen terecht kan bij MartiniZorg. We hebben dit ook onder de aandacht gebracht van de curator en deze heeft ook aangegeven dat de familie te allen tijde contact kan opnemen met de 6
eerstverantwoordelijke verzorgende via telefoon of via de mail. De contactgegevens van deze eerstverantwoordelijke, zoals in alle zorgcasussen gebruikelijk is, zijn ook bij de familie bekend. Wij zouden daarnaar terug willen verwijzen, maar dat is door de curator dus nogmaals onder de aandacht gebracht bij MartiniZorg. 00:32:59
Voorzitter: Fijn, dank u wel. Ik ga even weer een bladzijde terug, want ik zie dat mevrouw De Vries ondertussen is aangeschoven, digitaal weliswaar. Zij heeft vragen gesteld over de woningbouwopgave en het benaderen van de ontwikkelaars. Ik hoop dat de heer Van der Schaaf ook aanwezig is. Hij zit hier digitaal niet voor de camera. Misschien dat Roeland zich even kan melden? Ja, hij heeft het misschien wel opgegeven. We gaan even door naar de volgende vraag en ondertussen zal iemand de heer Van der Schaaf activeren, zodat we straks aan uw vraag toekomen. 00:33:48
Voorzitter: Dan ga ik naar de vraag van de Stadspartij over de aankoop van de gronden in Haren. 00:33:55
Mevrouw De Vries: Die zijn denk ik ook voor Roeland van der Schaaf? 00:34:02
Voorzitter: Ja, dat is ook voor Roeland van der Schaaf en mevrouw Sloot heeft problemen om digitaal aan te schuiven, dus deze vraag draaien we nog eventjes door. Dan gaan wij door naar de vragen van de fractie van GroenLinks over darkstores en flitsbezorgers. Mevrouw Nieuwenhout zal even een korte toelichting op deze vragen geven. 00:34:40
Mevrouw Nieuwenhout: Dat ging inderdaad even wat sneller dan verwacht, maar het klopt. Eigenlijk is de directe aanleiding wat er in Amsterdam gebeurde met de flitsbezorgers. We weten dat het nu in Groningen nog een veel minder groot probleem is dan in Amsterdam, maar toch zien we dat dit wel een onwenselijke ontwikkeling kan zijn voor een gebied. Daarom hebben wij een aantal vragen voor de wethouder, die ik niet helemaal specifiek zal herhalen, maar waar ik wel graag antwoord op zou willen. 00:35:10
Voorzitter: De heer Benjamins. 00:35:12
De heer Benjamins: Dank u wel, Voorzitter. Ja, om te beginnen benaderen wij de ondernemers in onze gemeente met een optimistische blik, dus uw negatieve inleiding delen wij niet helemaal. We gaan echter wel inderdaad in de retailvisie – dat zijn de antwoorden op de vragen één en twee, die bundel ik eventjes gemakshalve – die u onlangs heeft vastgesteld in op het thema bezorgeconomie en we willen de negatieve aspecten ervan op de openbare ruimte verminderen en wegnemen en hier echt meer grip op krijgen. Daarbij zijn we ons ervan bewust, dat we te maken hebben met een nieuw type ondernemerschap, dat voldoen aan een bepaalde vraag van de consument. Dit is ook de achtergrond van dat we ons in eerste instantie richten op het voorkomen van overlast en negatieve effecten. We gaan en zijn daarover dan ook met deze ondernemers in gesprek. Vraag drie gaat over de 7
maatregelen van Amsterdam en of wij een risico zouden lopen, als het gaat om het tegengaan van deze bedrijven. Het antwoord op die vraag is: de marktpotentie van Groningen zit voor dergelijke bedrijven in onze huishoudenssamenstelling, in onze inkomens en in potentie voor gemaksbezorging. Die bezorgdiensten hebben dus de waarde van Groningen voor hun bedrijfsmodel allang ontdekt. Dit verandert niet, doordat Amsterdam geen nieuwe initiatieven meer toestaat. Vraag vier gaat over een level playing field onder andere. Met onze aanpak op de bezorgeconomie richten wij ons met name op de impact op de openbare ruimte en het verblijfsklimaat in de binnenstad. Daarnaast verkennen we de mogelijkheden om met name het kernwinkelgebied te beschermen. We onderzoeken bijvoorbeeld de mogelijkheid om de hiervoor bestemmingen -- Oh, dit is wel een beetje vage zin, een kromme zin. Dat ga ik even anders doen. We zijn nu bezig om de bestemmingen te checken en aan te scherpen om toch een beetje grip te krijgen op de functie die bezorgdienst heet. Na het besluit van de gemeente Amsterdam om de vestiging van darkstores te bevriezen en de samenwerking daaromtrent -- Alle grote gemeenten hebben te maken met dit fenomeen.
Wij werken heel erg nauw samen met de grotere gemeenten in Nederland, in G6-verband – dus de G4, de grote vier steden en Eindhoven en Groningen – en wij kennen uiteraard het besluit van Amsterdam. Echter, Amsterdam heeft uitsluitend een voorbereidingsbesluit genomen en nog geen inhoudelijke overwegingen uitgewerkt. Dat gaan zij het komende jaar doen. Wij zijn al bezig met wat inhoudelijkere overwegingen, dus wij willen – het antwoord op vraag zes is dat –zo snel mogelijk de APVG gaan gebruiken om de overlast tegen te gaan. Daarvoor zullen wij een handhavingsaanpak inrichten. Eén van de maatregelen is juist de APVG aan te scherpen teneinde het bedrijfsmatig stallen van bedrijfsvervoermiddelen in de openbare ruimte tegen te kunnen gaan. Dit met het oog op het voorkomen en het tegengaan van overlast door gestalde vervoermiddelen in de openbare ruimte, op het trottoir, op het voetpad of op de shared space. Het gaat daarbij om álle bezorgdiensten. Aanpassing van de APVG is uiteraard een raadsbevoegdheid en daar komen wij bij u zo spoedig mogelijk op terug. Dat was het, Voorzitter. 00:38:41
Voorzitter: Dank u wel. Ja, mevrouw Nieuwenhout. 00:38:44
Mevrouw Nieuwenhout: In ieder geval ook namens Benni Leemhuis hartelijk dank voor deze eerste antwoorden. Met betrekking tot het laatste nog even een verduidelijkende vraag, want zo snel mogelijk is natuurlijk lastig gezien de verkiezingen en andere dingen die ook nog spelen. Kunt u misschien een indicatie geven, wanneer we dat ongeveer in het jaar zouden kunnen verwachten? 00:39:09
De heer Benjamins: Het college an sich is nog niet in verkiezingsstand – in tegenstelling tot u waarschijnlijk – dus wij werken hard door. We zijn hier heel druk mee bezig, dus dit kunt u binnen een halfjaar sowieso verwachten. Dit moet gewoon. Hier moeten we mee aan de slag. 00:39:28
Voorzitter: Dank u wel. Ik zag nog meneer De Haan. Hij had nog een korte vraag hierover.
8
00:39:33
De heer De Haan: Ja, Voorzitter, dank u wel. Misschien ben ik dan bij de verkeerde wethouder beland, maar als we het dan toch hebben over die openbare ruimte en de last die mensen hebben van bezorgscooters, dan doet me dat ook wel denken aan de deelscooters die natuurlijk overal in de openbare ruimte staan en die ook wel voor problemen zorgen. 00:39:49
Voorzitter: Meneer De Haan 00:39:49
De heer De Haan: Hoort dit daar dan ook bij of niet? 00:39:54
De heer Benjamins: Nee. 00:39:57
Voorzitter: Duidelijk. In het vervolg vind ik het wel prettig, als mensen zich tot het onderwerp beperken, waar de vraag over gaat. Dit ging heel kort gelukkig, dus we hebben hierdoor geen schade opgelopen in de tijd. Ik ga nu weer terug, want ik zie dat mevrouw De Vries er is, Roeland van der Schaaf is er en mevrouw Sloot is er. We gaan nu eerst naar de vragen van de VVD over de woningbouwopgave en het benaderen van ontwikkelaars. Mevrouw De Vries, mag ik u het woord geven voor een korte toelichting hierop? 00:40:34
Mevrouw De Vries: Zeker, dank u wel. Excuses, ik was op het werk en de afspraak daar liep uit. Het is een beetje combineren vandaag. Ik zal het kort houden. Er moet in Groningen veel gebouwd worden en dat kunnen we als gemeente niet alleen. Dat doen we natuurlijk ook al samen met een hele hoop partijen, zowel corporaties als marktpartijen. Volgens mij is het gedeelde idee ook dat we daar de komende jaren mee bezig moeten blijven, omdat het tekort nog niet opgelost is. Wij begrepen dat in Amsterdam hele constructieve gesprekken gaande zijn tussen vertegenwoordigers van ontwikkelaars en de gemeente Amsterdam, dus dat heeft ons wat aan het denken gezet. We hebben ook wat rondgevraagd bij ontwikkelaars, hoe dat nu gaat en wat voor gesprekken er gaande zijn. Wij denken dat daar misschien nog wel wat snelheid te behalen is. Wat ons betreft kunnen er intensievere gesprekken komen tussen ontwikkelaars en gemeente. Daar hebben we een aantal vragen over opgesteld en ik ben benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. 00:41:37
Voorzitter: Fijn, dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Schaaf. 00:41:42
De heer Van der Schaaf: Ja, dank u wel, Voorzitter. Dank u wel ook voor de vragen van mevrouw De Vries. Ook namens mij excuus. Ik was er wel. Tenminste, ik zag u wel en ik zat te zwaaien en geluid te maken, maar er was geen contact. Nu ben ik er wel voor de vragen van de VVD over de woningbouwopgave. We zijn het helemaal met de VVD eens dat marktpartijen, zowel aannemers, bouwers, ontwikkelaars en beleggers – ook grotere beleggers, pensioenbeleggers bijvoorbeeld – van groot belang zijn bij de enorme woningbouwopgave die we hebben. Sterker nog, als je kijkt naar door wie wordt het meest 9
ontwikkeld – ondanks dat in Groningen natuurlijk veel gedaan wordt door corporaties –zijn het toch vooral marktpartijen in alle soorten en maten die het meeste bouwen. Naar onze verwachting zal dat de komende jaren niet anders zijn. We laten dat ook zien in de samenwerking die wij hebben, soms op concrete locaties. Soms ook in echt grote samenwerkingsverbanden, zoals bij Stadshavens bijvoorbeeld, waar we het binnenkort over hebben of bij de eerste fase van de Suikerzijde, waar we ook marktpartijen voor selecteren. Op allerlei manieren werken wij dus samen met ontwikkelaars. Op uw vraag, hoe zou u de relatie tussen de gemeente Groningen en de ontwikkelaars willen kenschetsen? Het is lastig om de ontwikkelaars over één kam te scheren. Je hebt grote en kleine en je hebt ontwikkelaars, waar we inderdaad weleens mee in de clinch liggen. Daar hebben wij denk ik ook redenen voor. Echter, over het algemeen grote investerende partijen in Nederland, in de woningbouw, hebben een uitstekende relatie met de gemeente Groningen. Dat is niet, omdat we het altijd eens zijn of dat wij zo makkelijk zijn, maar wel omdat wij in onze contracten een hoge mate van professionaliteit hebben en heel veel waarde hechten aan goed opdrachtgeverschap.
Dat krijg ik ook altijd terug van partijen; de gemeente Groningen is misschien wel een partij die veel eisen stelt, dat zijn dan de eisen die u als raad vaststelt, maar er valt altijd wel met ons te werken op een professionele manier. Misschien de beste manier, waarop zich dat uit, is het feit dat wij onlangs natuurlijk de NEPROM-prijs voor projectontwikkelaars voor de ontwikkeling van de Oostzijde hebben gekregen. We doen echter wel meer. U vraagt ook, hoe kunnen we verder gaan om op een goede en constructieve manier met ontwikkelaars samen te werken. Eén van de zaken waar we op dit moment aan werken, waarbij niet alleen ontwikkelaars maar ook corporaties bij zijn betrokken, is om te komen tot een soort woonakkoord. We hebben ook aangegeven, dat er al veel gesprekken over zijn geweest. Dat zijn hele inspirerende en goede gesprekken en die worden heel regelmatig gevoerd. Daar willen we ook tot een soort gezamenlijk akkoord komen met ontwikkelaars, met corporaties en met wie ook maar iets wil bouwen in Groningen om niet alleen die samenwerking goed te laten verlopen om die woningbouwopgave te realiseren, maar ook om de ambities die u uiteindelijk als gemeenteraad heeft, op zo goed mogelijke manier in alles wat er gebouwd wordt te realiseren. De contacten die u vraagt, die zijn er op wekelijkse basis.
Die zijn op structurele basis door middel van het woonakkoord en op basis van ontwikkelingen zijn ze ook bijna dagelijks, als de situatie dat nodig acht. Uiteraard zitten we ook in landelijke netwerken, van de G40 tot de Vereniging van Grondbedrijven tot Platform31, waarin we op allerlei manieren samen met andere gemeenten contacten onderhouden met diverse ontwikkelaars en marktpartijen, die in ons land en ook in Groningen willen bouwen. Tot slot vraagt u, bent u bereid om een soort structureel ontwikkelaarsoverleg in het leven te roepen? Ik zei net al, eigenlijk hebben we dat, want we hebben op allerlei manieren contacten met de ontwikkelaars, ook weleens op een hoger of abstract niveau. Echter, het woonakkoord en de afspraken die daaruit voorkomen zou denk ik heel goed voldoen aan die concrete vraag en daar verwachten we ook op korte termijn op terug te komen, dus u hoort nog van ons straks wat dat betreft. 00:45:28
Voorzitter: Fijn, dank u wel. Mevrouw De Vries, u wil hier nog even op reageren?
10
00:45:33
Mevrouw De Vries: Ja, één korte aanvullende vraag of verduidelijkende vraag. Bij dat woonakkoord en de gesprekken die wat structureler gevoerd worden, worden daar ook heel expliciet ontwikkelaars in betrokken, die niet horen bij die club grote investerende partijen, waar u het eerder over had? Zijn dat ook wat kleinere beleggers en ontwikkelaars en nieuwe partijen, die misschien ook hele goede en nieuwe ideeën voor Groningen hebben? Het kan natuurlijk best wel lastig zijn om in contact te komen met de gemeente en om de plannen die je hebt ook verder te brengen. Het is natuurlijk heel mooi, als daar een faciliterende en open gemeente tegenover staat, zodat er ook ruimte is om die plannen te bespreken. 00:46:14
De heer Van der Schaaf: Het antwoord daarop is: ja. We hebben ook voorbeelden van nieuwe ontwikkelaars die zich melden bij ons en waar we ook tegen gezegd hebben, kom eens kijken bij een gesprek over het woonakkoord. 00:46:24
Voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij over naar de vragen van de Stadspartij over de aankoop van gronden in Haren. Mevrouw Sloot, mag ik u even het woord geef voor een korte toelichting. 00:46:35
Mevrouw Sloot: Goedemiddag, Voorzitter, dank u wel. Mede naar aanleiding van het voornemen van het college vorig jaar om de gronden van de Hortus botanicus en de Biotoop in Haren aan te kopen, heeft een delegatie van de gemeenteraad hier in augustus een bezoek aan gebracht. Het college heeft indertijd aangegeven, dat er een voorstel tot aankoop eind 2021 aan de raad zou worden voorgelegd en dit is nog niet gebeurd. Daar hebben de Stadspartij en 100% Groningen een aantal vragen over gesteld. Wilt u dat ik die even voorlees? 00:47:08
Voorzitter: Nee, dank u wel, we hebben ze allemaal gelezen. 00:47:10
Mevrouw Sloot: Dat dacht ik wel. 00:47:11
Voorzitter: Omwille van de tijd denk ik dat ik het woord geef aan de heer Van der Schaaf, zodat hij de vragen kan beantwoorden. 00:47:20
De heer Van der Schaaf: Ja, dank u, Voorzitter. U vraagt terecht aandacht voor dit proces. Ik kan daar vrij kort over zijn. De reden dat we nog niet met een voorstel naar u gekomen zijn, is simpelweg omdat we nog in gesprek zijn – overigens een heel goed gesprek zeg ik daarbij – met de universiteit om te komen tot die aankoop. We gaan er van uit dat op korte termijn, daar akkoord voor komt en wat uiteraard uw kant op zal komen als raad. Wij hopen dat dat echt binnen enkele weken het geval zal zijn, maar er zijn wel twee partij voor nodig en die moeten het met elkaar eens zijn. Het college moet akkoord gaan met het voorstel en dat geldt ook voor het college van de universiteit. Intussen voeren we ook gesprekken met andere belanghebbenden rond de Hortus en de Biotoop. Wanneer er duidelijkheid over is, 11
wanneer de witte rook er is, zullen we u terstond informeren over de uitvoering van dit voornemen. 00:48:18
Voorzitter: Mevrouw Sloot, bent u tevreden met de antwoorden op de vragen? 00:48:22
Mevrouw Sloot: Helemaal. Dank u wel, Voorzitter. 00:48:26
Voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij over naar – we springen er een beetje doorheen vandaag, ik moet even goed kijken of ik nu de goede heb – vraag zeven en dat zijn de vragen van GroenLinks over de registratie en oproep tot stemmen aan niet-Nederlandstaligen. Ik geef hiervoor eerst even het woord aan mevrouw Jones van GroenLinks of zij die vragen even kort wil toelichten. 00:49:03
Mevrouw Jones: Dank u wel, Voorzitter. De aanleiding voor deze vragen is onder andere de lage opkomst bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen. De opkomst was maar 44 procent. Op basis van cijfers van 2021 waren er een kleine 59.000 westerse migranten en nietwesterse migranten in Groningen. Daar wil ik wel bij toevoegen dat dat de groep is die niet helemaal kiesgerechtigd is. Er zullen misschien wat mensen jonger zijn dan 18 et cetera, maar het is toch een hele grote groep die in onze gemeente woont. Het is natuurlijk ook goed, zeker met zo een lage opkomst, om alle kiesgerechtigden te bereiken. Het college heeft deze groep mensen of de internationale Groninger specifiek genoemd en uitgelicht in het raadsvoorstel, dus vandaar mijn vragen. Ik zal ze niet allemaal opnoemen, maar de vraag is kort gezegd, de stand van zaken omtrent het bereiken van deze groep. 00:50:06
Voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat ik hier het woord geef aan de heer Schuiling. 00:50:11
De heer Schuiling: Dank u zeer. De niet-Nederlandstaligen en de komende gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart hebben uiteraard volop onze aandacht. Een kleine – ja, het is toch wel een opmerkelijk getal – 15.000 niet-Nederlanders die in onze gemeente wonen, zijn dan kiesgerechtigd. Dat is dus een enorm aantal en een hoop zetels. Velen daarvan weten dat niet en daarom is er in de aanloop naar de verkiezingen een speciale campagne om deze groep van internationals bij de verkiezingen te betrekken. Om te mogen stemmen, moet je wel geregistreerd zijn, anders kunnen ze geen stempas krijgen en kunnen wij die dus ook niet sturen. Daarom hebben we vorige week op verschillende manieren aandacht gevraagd voor de mensen die net verhuisd zijn; let erop en geef je verhuizing voor 31 januari door. Aandacht voor de internationals is er de komende weken volop met een speciale campagne die wordt gevoerd op onder meer de sociale media en met andere uitingen, zoals borden op straat. In het Engels wordt uitgelegd dat veel internationals mogen stemmen voor de gemeenteraad van Groningen, waarom dat belangrijk is en ook hoe dat in zijn werk gaat. Kiesgerechtigde internationals krijgen dus een stempas thuis. Bij de stempas zit een brief, nota bene van de burgemeester, met op de achterkant Engelstalige informatie. Nu, hoe mooi wil je het hebben.
Ook in de verkiezingskrant, die begin maart in de bus van alle kiesgerechtigden valt, staat Engelstalige informatie. Uitgebreide Engelstalig informatie 12
komt ook op de website van de gemeente, gemeente.groningen.nl/elections – ja, hoe kan het ook anders – en daar verwijzen ook de uitingen naar en daar is Engelstalige informatie over de deelnemende partijen te vinden. Verder is er straks, naast de traditionele Nederlandstalige stemwijzer, ook een Engelstalige variant. Op verschillende manieren proberen we internationals in het Engels bij de verkiezingen te betrekken, waarbij ook nog contact wordt gezocht met bijvoorbeeld studentenorganisaties, de universiteit en de Hanzehogeschool. In de voorbereiding op de campagne hebben studenten International Communication van de Hanzehogeschool onderzoek gedaan naar hoe internationale studenten betrokken kunnen worden bij de gemeenteraadsverkiezingen. Dat is input voor de campagne, waar ook door internationals aan wordt gewerkt, onder andere uit Letland, Tsjechië, Polen en Iran. We kunnen het als gemeente natuurlijk niet alleen. Daarom is het goed te zien dat ook bijvoorbeeld vanuit de studenten zelf al veel initiatieven zijn. Zo is er op 28 februari in het Forum Groningen een verkiezingsdebat voor internationals georganiseerd door het SIB. Tot slot, zie ik vol vertrouwen uit naar de verkiezingskranten van uw eigen politieke partijen. Ik ga ervan uit dat alle verkiezingscampagnes en kranten in het Engels zijn. In het Duits, Frans, Engels en natuurlijk ook in het Chinees.
U bent dus ook zelf aan zet, maar wij als gemeente doen er alles aan wat we kunnen verzinnen. Dank u zeer. 00:53:47
Voorzitter: Nu, dan maar hopen dat ons Engels net zo goed is als dat van u, burgemeester. 00:53:53
De heer Schuiling: [onhoorbaar] 00:53:54
Voorzitter: Dat antwoord verwachtte ik al. Mevrouw Jones, bent u tevreden met het antwoord op de vragen of had u nog een opmerking? 00:54:02
Mevrouw Jones: Ja, ik had nog een korte opmerking en dat ging onder andere om mensen oproepen om te registreren. Voor Nederlandstaligen in het bezit van een DigiD is dat een vrij snelle handeling die in een koffiepauze 's ochtends of bij het ontbijt snel gedaan kan worden, maar de niet-Nederlandstaligen of de 'internationals' moeten een afspraak maken op de Kreupelstraat. De opmerking in de campagne afgelopen vrijdag om te registreren en binnen een paar dagen, was voor Nederlanders net wat makkelijker te doen dan voor onze nietNederlandstalige inwoners. Dat is dus misschien nog wel een punt voor de volgende verkiezingen, dat er soms net een andere route voor geldt en dat dat misschien in het tijdspad meegenomen kan worden. 00:54:55
Voorzitter: Ik kijk de heer Schuiling aan en hij knikt heel bemoedigend; we gaan het doen. Dank u wel. Dan gaan wij door naar de laatste vraag, volgens mij. Dat is de vraag van de SPfractie over de grootse armoedeplannen van wethouder Diks. Meneer Dijk, wilt u een korte toelichting geven? 00:55:19
De heer Dijk: Zeker. Heel kort, Voorzitter. Ik wacht al heel lang met smart, want ik heb allerlei verhalen gehoord, vooral buiten dit gemeentehuis, over een SIEX en over een nieuw maatschappelijk akkoord. Allemaal plannen, waar ik niet op kan wachten om ze te gaan 13
bespreken, maar ik heb ze nog niet gezien. De hele simpele vraag is dus: waar zijn de plannen en wanneer gaan we die bespreken? 00:55:47
Voorzitter: Dank u wel. Dan zal ik denk ik nu maar het woord aan mevrouw Diks geven. 00:55:51
Mevrouw Diks: Ja, helemaal goed. Dank u wel, meneer Dijk, dat u deze vragen stelt en vooral ook fijn dat ook u denkt dat het om 'grootse' armoedeplannen gaat, want dat is ook zeker het geval. Ik heb u al meermaals aangegeven dat de systematiek, die we nu aan het uitwerken zijn, die SIEX de Sociale Investeringsexploitatie, dat dat een ingewikkelde methodiek is. Het structureel en duurzaam aanpakken van armoede is een ambitie die we met elkaar stellen en die natuurlijk nooit in een paar weken even met elkaar bedacht kan worden. Dat is ook één van de redenen, waarom dit een traject is dat zich een beetje beweegt – min of meer – buiten de normale gang van zaken binnen de gemeente. Er is een aantal situaties, zal ik maar zeggen, ingezet. We hebben een projectgroep ingericht. Daar heb ik u volgens mij al meermaals over bijgepraat. We hebben gekeken, hoe dit met een zo breed mogelijke projectgroep ingericht kan worden. Dat doen we ook niet alleen, dat weet u ook, daar is ook de Rijksuniversiteit bij betrokken. Daar is IPW bij betrokken, daar is KAW bij betrokken. Een aantal partijen is dat nu aan het berekenen en wat ik zei, dit is natuurlijk een best ingewikkelde methodiek. We zijn daar nog druk mee bezig, of beter gezegd, ze zijn daar nog druk mee bezig en zoals ik u ook al eerder heb meegedeeld, 28 februari zullen we dit presenteren. Dan ligt er een uitgewerkte SIEX.
Daar kunt u vervolgens in uw gesprekken en onderhandelingen over de nieuwe raad met elkaar het gesprek aangaan over hoe u dat verder vorm wenst te gaan geven. Zal ik even mijn verhaal afmaken? 00:57:41
Voorzitter: Meneer Dijk wil even daarop reageren. 00:57:45
De heer Dijk: Voorzitter, een korte vraag: 28 februari, wat wordt er dan waar gepresenteerd? Is dat hier? Kan ik daarover met u in debat of met iemand anders? 00:57:54
Mevrouw Diks: Ja, ik snap dat u niet kunt wachten om met ons in debat te gaan. Echter, wat we aan het doen zijn met de SIEX is niet zozeer een debat met elkaar, om elkaar van een zeker gelijk te overtuigen. Ik denk dat de SIEX, die we gaan presenteren, een methode is om armoede structureel uit te gaan bannen en daar moeten we met elkaar natuurlijk het gesprek over gaan voeren. Het is niet zo, dat wij een SIEX neerleggen en zeggen, dit gaan we morgenochtend doen. Wij werken dit zo ver mogelijk uit voor de gesprekken, natuurlijk voor de college-onderhandelingen en voor de nieuwe raad. Daarna moet natuurlijk het nieuwe college en de nieuwe raad daar een opvatting over hebben, hoe zij dit in hun nieuwe akkoord willen invoegen. 00:58:39
Voorzitter: De heer De Haan wil u daar even over bevragen, geloof ik. 00:58:41
De heer De Haan: Ja, Voorzitter, dit vind ik wel heel apart. Waarom presenteert u het dan op 14
28 februari, twee weken voor de verkiezingen? U zegt, we willen het meegeven aan de nieuwe college-onderhandelingen. Dan kunt u toch net zo goed, als die onderhandelingen beginnen, het dan presenteren? Hoe u het nu zegt, twee weken voor de verkiezingen, voelt het namelijk wel heel erg als een campagnepraatje of een campagnestunt. Dan kun je toch net zo goed dat dossier even twee weken langer in de tas houden en dan presenteer je het als de nieuwe coalitie bezig is met de onderhandelingen. Dat is toch veel wijzer. 00:59:14
Voorzitter: Mevrouw Diks. 00:59:15
Mevrouw Diks: Nu, over wat wijs is -- Kijk, we werken natuurlijk met elkaar in een systeem dat we Toekomst met Perspectief hebben genoemd. Het ingewikkelde aan Toekomst met Perspectief is dat het alleen maar een beleidsplan was. Er zat geen uitvoeringskader bij. Dat beleidsplan heeft u eind 2019 vastgesteld en daarna zijn we met elkaar aan het werk gegaan met wat gaan we hier nu van maken? Wat is de structuur, waarin we intergenerationele armoede kunnen beëindigen, want dat is natuurlijk de grondslag van uw eigen beleid. Daar zijn wij heel druk mee bezig. Daar hebben we die SIEX op bedacht en dat loopt natuurlijk gewoon zijn traject. Dat is op enig moment klaar. Ik begrijp zelfs nog, denk ik, dat u denkt dat dat alleen maar met de verkiezingen te maken heeft. Dat is niet waar, want wij doen dit natuurlijk met de hele stad. We zijn met een heleboel externe partijen, 'de coalition of the willing', aan het onderzoeken hoe dit vorm en inhoud zou kunnen krijgen. 01:00:17
Voorzitter: De heer Dijk. 01:00:20
De heer Dijk: Ja, Voorzitter, ik heb me heel erg voorgenomen om heel rustig te blijven in dit debatje en dat zal ik ook echt zeker blijven doen. Niet zoals de vorige keer. De heer De Haan heeft natuurlijk volledig gelijk. Waarom zou je in vredesnaam zo een plan twee weken voor de verkiezingen – niet hier, maar ergens anders – gaan presenteren? Dat zal vast op een locatie zijn die ook nog geld gaat kosten. Dat kan haast niet anders. Ja, ik vind dit echt een hele rare werkwijze en ik ga ook met de voorzitter van deze gemeenteraad hierover in overleg, want het zou echt ronduit krankzinnig zijn, als andere politieke partijen dit niet ook als vreemd ervaren. Volgens mij heeft u meerdere malen ook aangegeven in de publiciteit, dat dit plan in februari naar de gemeenteraad kwam en dat we dat niet gaan presenteren ergens buiten, dus volgens mij -- U hoeft mij geen antwoorden meer te geven op deze vragen. Ik vind het heel goed, zoals de heer De Haan zegt, dat de coalitie de uitwerkingen die er tot dan toe zijn met elkaar gaat bespreken. Of misschien vlak na de gemeenteraad, dat vind ik prima, maar ik heb er niet zoveel behoefte aan dat 28 februari het college nog een soort verkiezingspraatje gaat houden ergens. Ik mag hopen dat ook de voorzitter van de gemeenteraad het gek vindt, dat dit niet in februari is besproken en dat we dat maximaal daarna nog een keer gaan doen. 01:01:46
Voorzitter: Dank u wel, meneer Dijk. Wilt u daar nog op reageren? 01:01:49
Mevrouw Diks: Ja, daar zou ik wel graag op willen reageren, want ik vind de insteek die u 15
kiest heel jammer. Als u het zo ver vernauwt, dat u het fundamenteel aanpakken van armoede in Groningen alleen maar binnen de verkiezingscontext zou kunnen bekijken, dan zou ik dat echt bijzonder betreuren. We zijn – wat ik net aangaf – met een heleboel externe partijen, die helemaal niets met mijn partij en misschien in een aantal gevallen ook niets met het college te maken hebben, in gesprek over hoe je dit zou kunnen doen. Daar zijn we al weken of maanden mee in gesprek. Het loopt natuurlijk. Het spijt me en dat is het excuus wat ik u moet aanbieden, dat ik de SIEX niet eerder heb bedacht. Dat is eigenlijk het verwijt dat nu wordt gemaakt en dat vind ik heel spijtig. Ik heb dat op enig moment verzonnen. Daarna zijn we daarover met een veel bredere groep intern en extern in gesprek gegaan en ik nodig u echt uit om met ons daarover mee te gaan denken en natuurlijk wordt de gemeenteraad daarbij betrokken. Dat heb ik u ook al, denk ik, drie of vier keer aangegeven in eerdere gesprekken, die we hierover hebben gehad. Het gaat niet zozeer om de verkiezingen en hoe nu verder. Het gaat mij om de invulling van 01:02:53
Voorzitter: Ik denk dat het duidelijk is, mevrouw Diks. De heer De Haan wil nog een kleine vraag stellen. 01:03:02
De heer De Haan: Dan wil ik echt de wethouder vragen, als u die plannen juist alle eer wil geven en juist wil dat het niet gaat over of dit nu een verkiezingsstunt is of niet. Dat u wil, dat het over de inhoud gaat, dan is het toch helemaal niet moeilijk om zeventien dagen te wachten en het plan even in de tas te houden. Als we juist met elkaar over de inhoud wil hebben, is dat niet -- De politieke realiteit is nu eenmaal, dat er verkiezingen aankomen en dat het dan hoogst ongelukkig is, als er tijdens de campagne juist zo een groots plan wordt gepresenteerd. Mijn verzoek is, wat is het probleem om even zeventien dagen te wachten? Dat is toch geen probleem. 01:03:40
Voorzitter: Een kort antwoord graag. 01:03:42
Mevrouw Diks: Het lijkt mij toch dat het juist twee weken voor de verkiezingen – laten we het dan in die context zien – heel verstandig is om het te presenteren, want dan kunt u het er de hele verkiezingstijd nog over hebben of u dit wel of niet een goed plan vindt. 01:03:54
Voorzitter: Ik denk dat dat ook juist het punt is, waarom wij er toch zo ongelukkig mee zijn. Dank u wel. 01:04:02
Voorzitter: Volgens mij zijn we aan het einde van deze vergadering komen. Alle vragen zijn beantwoord. We hebben nog even tien minuten en dan gaan we hier verder met de volgende vergadering.
16