CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze 18 TVW_Opm_en_vragen_mbt_de_bijlagen_met reactie

Raadsvergadering 8 december 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Transitie Visie Warmte Gouda 20213.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknr: 262036 In: 210908 Opmerkingen en vragen met betrekking tot de bijlagen bij de concept-TransitieVisie Warmte -Met betrekking tot Bijlage A Ad 04.38-05.41: Deze teksten zijn niet consistent ten opzichte van de tekst in paragraaf 1.2 van de concept-TVW. Reactie:

In beide stukken staan geen onwaarheden. Het kan zijn dat lezers de teksten iets verschillend interpreteren. Dit staat een succesvolle start van de uitvoering niet in de weg

Ad 04.05-06: Ten aanzien van de energietransitie is er naar mijn weten geen “vraag” vanuit de stad geweest. Hopelijk wordt in het definitieve voorstel aan de gemeenteraad hier een tekst opgenomen die ernaar verwijst dat de intentie van het gemeentebestuur is om rekening te houden met wat leeft in de stad. Reactie: Citaat uit het coalitieakkoord. Wordt niet binnen de TVW behandeld.

Ad 04.41-48: De invulling van regie die uit de context blijkt is dat de gemeente de trekkersrol, de sturende rol en de bepalende rol vervult. Dat lijkt sterk op voortzetting van de traditionele rol van overheden. Reactie: Er staat als laatste zin: “de visie hierop zal in de komende jaren ontwikkeld worden”. Intussen zijn er echter, juist ook vanwege grote maatschappelijke opgaven waarbij transitie van hele systemen aan de orde is, andere modellen ontwikkeld die ook bij de energietransitie toepassing kunnen vinden. Essentieel daarbij is dat de gewenste verandering de betrokkenheid van meerdere partijen vergt en samenwerking onontbeerlijk is. De gemeente is bij de energietransitie één van de direct betrokken partijen (onder meer vanwege eigen bezit, invloed op bezit van anderen -zoals schoolbesturen- en bepalende rol ten aanzien van plannen die aan de energietransitie zijn gerelateerd). De gemeente kan dus als één van de stakeholders worden beschouwd. Daardoor is het niet effectief als ‘de gemeente’ een zogezegd onafhankelijke rol claimt bijvoorbeeld ten behoeve van projectcoördinatie. Reactie:De nog vast te stellen participatiestrategie gaat uit van “betrokkenen worden partners”. Voor het overige: in bijlage A is weergegeven hoe tot dusver de overlegstructuur is geweest.

Hoe deze zich zal ontwikkelen is geen onderdeel van de TVW maar van de doorontwikkeling van het programma energietransitie en hangt af de uitwerking van een en ander in de praktijk.

Ook heeft de gemeente de mogelijkheden niet om naar alle betrokken partijen directief te handelen. Onder meer de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSBO) bepleit om de sturing vooral te richten op netwerken. Belangrijk daarbij is dat het nemen van ‘the lead’ in een proces in de praktijk niet leidt tot het niet meer nemen van eigen verantwoordelijkheid door andere deelnemende partijen en/of tot overname van die verantwoordelijkheid door de gemeente. In een artikel op de site van Binnenlands Bestuur is (gerelateerd aan de rol van de gemeente bij de zorgverlening) gepleit voor de vorm van zogeheten tandemregie. In een op het internet verschenen publicatie beveelt een managementadviseur aan om niet de bevoegdheden en verantwoordelijkheden centraal te plaatsen maar de vraag wie wat toevoegt aan de opgave en hoe dat optimaal kan worden georganiseerd. En dat “niet vanuit machtsdenken, maar vanuit gelijkwaardigheid. Dat betekent niet dat partners gelijk zijn, of dat er geen sprake is van macht in de samenwerking. ….. Basisprincipe is dat je zoekt naar de minimale balans van inspanning en gesmeerd lopen van de samenwerking en dat je niet in de gaten springt die ontstaan doordat partners hun verantwoordelijkheid niet nemen. • Regie vraagt de mogelijkheid om te sparren over strategie en interventies. Je hebt daarom

per definitie een regieteam nodig met verschillende kwaliteiten. • Variatie in benodigde capaciteit zit vooral in de organisatie van de samenwerking en de communicatie. Grote en complexe samenwerkingsverbanden vragen veel capaciteit (waargenomen in de praktijk tot wel 10 fte). In simpele samenwerkingsverbanden blijft de capaciteit beperkt tot drie mensen (1,5 tot 2 fte).” Regie is dan “het spel van het invullen van goed opdrachtgeverschap en goed opdrachtnemerschap, zodat beide tot resultaat komen”. Tegen die achtergrond bepleit ik de inschakeling van onafhankelijke projectcoördinatoren en dat ambtenaren van de gemeente de “inhoudelijke” inbreng leveren die samenhangt met de “rol die de gemeente speelt in gebieds- en wijkontwikkelingen” en andere/specifieke belangen (bijvoorbeeld als gebouweigenaar). In samenhang daarmee bepleit ik de inschakeling van onafhankelijke personen voor het opmaken van verslaglegging op hoofdpunten, van besluitenlijsten en actielijsten. Reactie: Die onafhankelijke personen kunnen nooit helemaal onafhankelijk zijn want ze worden door een partij betaald. Waarschijnlijk werken deze onafhankelijke personen in opdracht van de gemeente.

De specifieke betekenis van de volzin op de regels 46-48 is onduidelijk in relatie tot de volzin op regel 41. Reactie: Niet duidelijk is om welke zinnen het hier gaat.

Ad 04.50-52: Ik vind het erg vaag als wordt gesteld dat de visie op de nieuwe taken in het kader van de nieuwe Warmtewet “in de komende jaren” ontwikkeld wordt. Het lijkt me logisch dat dat gebeurt zodra er voldoende informatie over die taken beschikbaar is. Reactie: Dat klopt. Ad 05.03-04: Als de gemeente de regie voert, zoals beschreven op blz. 4 regel 40-48, dan is het niet logisch dat de regiegroep “de keuzes (maakt) voor de transitievisie warmte”. Voor die bevoegdheid heb ik geen delegatiebesluit, genomen door de gemeenteraad en door B&W, kunnen vinden. De betreffende tekst behoeft wijziging of bronvermelding gekoppeld aan bijstelling van de tekst op blz. 4 regel 40-48. Reactie: De zin wordt gewijzigd in: <<Rol van de regiegroep is ambtelijke adviezen voor het college tbv de keuzes voor de transitievisie voor te bereiden>>

Ad 05.12-14: Op welke wijze is de informatie uit de kennismakingsgesprekken met de stakeholders, waaronder “bewoners”, verwerkt? Reactie: Deze informatie is mondeling verwerkt, de gesprekken hadden een informeel karakter.

Ad 05.34-40: Welke rol speelt deze werkgroep in relatie tot hetgeen is opgenomen in paragraaf 7.6 van de concept-TVW? Reactie: Dezelfde rol

Ad 05.42-06.19: Waarom is hier ? Ad 05.51-06.03: Zie hieromtrent mijn opmerkingen onder Ad 51.12-14 ten aanzien van de concept-TVW. Reactie:

Aangaande de “..volgende stappen in de supportstructuur”: Dit wordt nader uitgewerkt in de uitvoeringsfase. De TVW is een algemeen visie-document waarin geen concrete uitvoeringsstappen worden uitgewerkt.

Ad 06.11-14: Worden de andere partners/stakeholders daar op enigerlei wijze bij betrokken en zo ja, hoe? Reactie: Deze opmerking betreft waarschijnlijk de prestatieafspraken woningcorporaties. Vragen hierover worden niet binnen de TVW behandeld.

Ad 06.16-19: Het is niet duidelijk waarom de transitie inzake warmte verbonden is, en ook nog “uiteraard nauw”, met de transitie naar schone vormen van mobiliteit. Waarom wordt in een bijlage de beleidskeuze vermeld om ten aanzien van de transitie warmte en de transitie mobiliteit aparte beleidstrajecten te volgen terwijl die even eerder als nauw verbonden zijn gekenschetst? Reactie: Tekst wordt aangepast naar: <<Voor de warmtetransitie en de transitie naar schone vormen van mobiliteit worden aparte beleidstrajecten gevolgd. Daarom maakt duurzame mobiliteit geen onderdeel uit van de Transitievisie Warmte.

Ad 07: a. “1-op-1 gesprekken met potentiële stakeholders”: Wat is de betekenis van “potentiële” in deze zin? Reactie: Het woord potentiële betekent hier “mogelijke of beoogde”. Voor de duidelijkheid wordt de tekst aangepast. b. “Bewonersbijeenkomsten in alle 4 verkennings(woon)buurten vanuit gemeente met overzicht van analyse met warmtetool”: vermeldenswaard is dat de (ingewikkelde) informatie ter plekke is overgebracht en er geen gestand is gedaan aan een toezegging dat die informatie vooraf bekend zou zijn. c. 25 jan. 2021 “Raadswerkgroep: presentatie en gesprek”: Tegen het onderdeel “gesprek” teken ik op basis van het bepaalde in artikel 82 van de Gemeentewet bezwaar aan. Reactie: Valt buiten de scope van de TVW d. 21 jun. 2021 “Werksessie TVW in raadsbrede werkgroep”: In het geval bij de werksessie ook feitelijk sprake was van overleg met (leden van) het college van B&W teken ik op basis van het bepaalde in artikel 82 van de Gemeentewet bezwaar aan. Zie wat betreft de rol van de Raadsbrede Werkgroep ook mijn opmerkingen onder Ad 07.28 ten aanzien van de concept-TVW. Reactie: Zie antwoord hiervoor. Ad 08-10: Tegen het betrekken van de uitkomsten van de ‘gemeentelijke’ enquête teken ik bezwaar aan. Zie mijn opmerkingen onder Ad 38.28-29 ten aanzien van de concept-TVW.

- Met betrekking tot Bijlage B Ad 11.01-12.61: Ik vind het een omissie dat geen beschrijving is opgenomen over - hoe het geven van waardering aan de criteria heeft plaatsgevonden - hoe het afwegingsproces zelf heeft plaatsgevonden, dat vanwege de veelheid en ongelijksoortigheid van de criteria complex moet zijn geweest (en dus niet triviaal is). Op welke wijze kunnen de belanghebbenden beschikken over de hier in het geding zijnde informatie? Reactie: De MCA is in te zien via maakgoudaduurzaam.nl. De MCA is geen basis om businesscases mee af te wegen; de MCA is gebruikt om alle input die er is te kunnen afwegen ten opzichte van elkaar. Het is een werkdocument, een hulpmiddel waarin data is verwerkt, net zoals bijvoorbeeld landelijk de Startanalyse Leidraad van PBL ook zo’n hulpmiddel is. Het behoeft toelichting in hoeverre de criteria allemaal zijn gebruikt om te toetsen of een techniek “geschikt is om toe te passen in een bepaalde buurt” (zie de tekst onder figuur 3) en/of ook nog gebruikt zullen worden in het kader van de nadere onderzoeken die per stadsdeel zullen worden uitgevoerd vanaf 2022.

Mochten er al “robuuste businesscases” zijn opgesteld en mee afgewogen dan is het van belang dat de belanghebbenden die alsnog kunnen inzien en dat gelijk de vraag oproept waarom die businesscases dan niet zijn gedeeld bij de besprekingen begin 2021 in de toe zogeheten verkenningsbuurten. Ad 11.03-27: Wat is de relatie tussen de hier genoemde criteria en wat landelijk, met name in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken, is ontwikkeld? Reactie: De Startanalyse van PBL is verrijkt met lokale data. De hoofdpunten in het afwegingskader zijn afkomstig van landelijke platforms zoals ECW en Platform31. De invulling is tot stand gekomen door gesprekken met stakeholders en regiegroep Ad 11.39-40: Ik vind het een omissie dat geen motivatie is opgenomen waarom niet alle uitstoot in relatie tot warmte is bekeken. Reactie: Valt buiten de doelstelling van de TVW. Daarnaast is landelijk veel discussie over het vinden van goede indicatoren als het gaat om CO2 en andere uitstoot. Het is niet de bedoeling om in de TVW Gouda daarvoor het wiel uit te vinden

- Met betrekking tot Bijlage C Algemeen: in het licht van transparantie bepleit ik bronvermeldingen bij aanduidingen waar dat nog niet staat of niet uit de context blijkt, zoals bij: “een analyse” op blz. 13 in regel 91 Reactie: Toegevoegd wordt: “(Startanalyse PBL”) “het gemeten gasverbruik” op blz. 13 in regel 99 Reactie: Toegevoegd wordt: “(Klimaatmonitor”) de foutmeldingen op blz. 14 in de regels 05-06 en op blz. 15 regel 26 Reactie: Zijn ambtshalve aangepast “wordt voor alle bedrijfspanden een besparing van 30% geschat”op blz. 14 regel 47 Reactie: Dit is het landelijk gemiddelde. Wordt toegevoegd in de tekst. Ad 14.14-16: Het behoeft toelichting waarop de temperatuur waarop wordt gedoeld betrekking heeft. Reactie: Toegevoegd wordt: “…van de alternatieve warmtevoorziening” Ad 14.55-56: Als wordt gesteld dat er op individueel niveau gekeken “moet” worden naar een goede warmtevoorziening voor bedrijfspanden dan is het logisch om, primair in de TVW zelf, op te nemen dát dat zal gebeuren en hoe dan. Reactie: Het woordje “moet” is in deze zin van minder grote betekenis dan het woord “individueel”. De tekst gaat erover dat een collectieve oplossing daar minder voor de hand ligt. Ad 15.61: Dit kan in deze globale vorm niet worden aangemerkt als bronverwijzing omdat de betreffende informatie op deze wijze beslist niet is te vinden.

Reactie: Het is in dit geval niet noodzakelijk dat de betreffende informatie bij de bron hervindbaar is; tijdens de uitvoeringsfase worden deze gegevens op gebouwniveau per gebouw bekeken.

- Met betrekking tot Bijlage D Algemeen: - het is voor mensen buiten De WarmteTransitie Makers (DWTM) lastig dat in dit gemeentelijke document herhaaldelijk wordt gesproken over de “eigen” analyse waar op de analyse door DWTM wordt gedoeld. Reactie: PBL geeft bij de startanalyse aan dat “….gemeenten de startanalyse kunnen verrijken met eigen data”. Hierop wordt gedoeld waar staat “eigen analyse”. Leidt niet tot aanpassing. - het is naar mijn mening van belang de vergelijking van de modellen ook op te nemen in de overzichten die per onderscheiden stadsdeel zijn en worden opgemaakt. Reactie: Dit maakt de TVW minder makkelijk leesbaar en voegt voor het onderzoek geen nieuwe informatie toe. Ad 16.42-43: Mede in relatie tot figuur 5 komt de vermelding van Oud-Achterwillens als “buitengebied van de stad” of “nieuwbouwgebied” waar “individuele oplossingen voor de hand liggen” vreemd over. Ad 16.45-47: Het ontbreekt aan een motivatie waarom “in deze warmtedichtheidsanalyse alleen is gekeken naar de warmtevraag van woningen” en het ontbreekt aan een beschrijving of en zo ja, wanneer “utiliteit en industrie hierbij (worden) meegenomen”. Af 17.01-56: Waarom worden in deze ‘paragraaf” niet alle onderscheiden stadsdelen besproken? Reactie: Het gaat in deze bijlage niet om de informatie over de stadsdelen, maar over de vergelijking tussen de verschillende rekenmodellen.

Ad 17.16: Het behoeft toelichting wat de betekenis is “de verschillende versies van de Leidraad” in relatie tot het aanhalen van wat lijkt op één van de versies in regel 3 (voetnoot 7). Reactie: Van belang in deze zin is niet het feit dat er verschillende versies van de Startanalyse zijn, maar dat uit de verschillende modellen blijkt dat het gaat om heterogene buurten waar veel verschillende opties mogelijk zijn, met vergelijkbare kosten. Het toelichten van een term die van ondergeschikt belang is maakt de tekst minder goed leesbaar. Ad 17.17-18: Het komt onbegrijpelijk over dat blijkende grote verschillen “wijst” op heterogene buurten. Reactie: Dit is tijdens buurtbijeenkomsten uitgelegd. Voor belangstellenden kan het ook mondeling uitgelegd worden Ad 17.31-37: Het behoeft toelichting waarom de gemeente resp. DWTM meent dat het. In tegenstelling tot wat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aanhoudt, “meer zeer de vraag is of er daadwerkelijk groen gas beschikbaar is voor deze buurten”. Reactie: Technisch is groengas beschikbaar voor alle buurten, maar het is voorlopig zeer beperkt beschikbaar voor de gebouwde omgeving. Het is zeker nog niet duidelijk of voor de genoemde buurten groen gas beschikbaar zal komen. De tekst is dus juist en behoeft geen nadere toelichting.

Ad 17.39-55: Het behoeft toelichting wat wordt bedoeld met “het warmtealternatief” zoals dat zowel in regel 40-41 als in regel 52 wordt gebruikt.

Reactie: Het belangrijkste woord in deze zin is niet “het” maar “warmtealternatief”. De warmtealternatieven staan genoemd in de legenda van figuur 6. Ad 18.01: Het zogeheten openingsbod specifiek voor de gemeente Gouda is voor burgers niet op te roepen. Reactie: Dat klopt. Stedin beheert dit systeem en geeft op aanvraag mogelijk toegang. Ad 19.40: Het behoeft toelichting wat de aanleiding is geweest van de berekeningen door CE Delft. Reactie: Dit staat benoemd in de voetnoot Ad 19.42: Het behoeft toelichting waarom het basisscenario “het meest realistisch (lijkt)”. Reactie: Er staat hier “lijkt vooralsnog het meest realistisch”, wat slaat op “geen beschikbaarheid van groen gas en restwarme uit de Rotterdamse haven” Ad 19.44-45: Het behoeft toelichting wat de betekenis is van renovatie “naar NoM”. Reactie: Zal worden aangevuld met voluit geschreven tekst Ad 19.49: De bronverwijzing met betrekking tot “IF studie 2020” ontbreekt (en daardoor ook de betekenis van IF). Reactie: Wordt aangevuld met “Potentiestudie geothermie Midden-Holland in het kader van de Regionale Energiestrategie - IF Technology 2020

- Met betrekking tot Bijlage E Ad 21.03-07: Zie mijn opmerkingen onder ALG02. Ad 22.02-05: Het ontbreekt aan een verantwoording hoe de keuze van de betreffende criteria tot stand is gekomen. Reactie: Het is een hulpmiddel geweest en heeft geen leidende functie in het totale onderzoek Ad 22.05: Het ontbreekt aan een verantwoording wie de scores heeft bepaald, met name in de gevallen waarbij geen strikte kwantiteiten zijn of konden worden gebruikt (zoals bij ‘draagvlak’, waar -mijns inziens terecht- is aangegeven “is moeilijk meetbaar en per definitie dynamisch”). Reactie: de scores zijn in onderling overleg in onder meer de regiegroep afgesproken Ad 22.06: Juist vanwege het gebruik van (meer) kwalitatieve resp. moeilijk tot niet meetbare factoren is het naar mijn mening ten onrechte om de formuleren dat op basis van “feiten” een eerste selectie is gemaakt. Zie overigens ook mijn opmerkingen onder ALG10. Reactie: Aldaar beantwoord Ad 22.06-08: Deze weergave geeft een vertekend beeld. a. De door mij op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur verkregen Multi Criteria Analyse (MCA) zoals die is voorgelegd aan de Regiegroep was iets anders van opzet. De inmiddels aangepaste opzet met alleen scores van +, 0 en – doet mijns inziens overigens veel meer recht aan de wijze waarop scores kunnen worden bepaald en vooral niet bij elkaar worden opgeteld.

Door de geheel andere werkwijze kan echter nu niet meer worden bepaald of de keuze van verkenningsbuurten, zoals die toen werden genoemd, anders zou zijn uitgevallen als de huidige wijze van scoren zou zijn gebruikt. En met andere verkenningsbuurten zouden er wellicht andere verkenningsblokken zijn geselecteerd. Reactie: De weergave geeft een beeld van de situatie zoals die er uiteindelijk uitziet. Het klopt dat wanneer een andere werkwijze was toegepast er theoretisch andere buurten uit hadden kunnen komen. Reactie: De MCA is openbaar toegankelijk via www.maakgoudaduurzaam.nl b. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat aan zowel de Transitietafel als tijdens buurtbijeenkomsten de uitkomsten van de MCA ter vergadering zijn gepresenteerd. Zoals duidelijk mag zijn is de MCA vanwege aard en omvang van de gebruikte criteria complex. Tegen die achtergrond vind ik het niet passend om te vermelden dat de selectie is “voorgelegd” aan de Transitietafel en bewoners van de verschillende buurten, waarbij het ook nog alleen ging om de 4 verkenningsbuurten + 1 bedrijventerrein. Reactie: In dit stadium gaat het nog niet om detailberekeningen die leiden tot een exacte uitkomst. Dat is een onjuiste veronderstelling.

In dit proces was het van even groot belang om het gesprek te voeren, te zien en voelen waar de kansen lagen en deze “zachte” gegevens te combineren met meer “harde” gegevens zoals cijfers Ad 22.11-12: Als de MCA alleen ondersteunend en zelfs niet leidend was bij de keuze van de verkenningsbuurten, dan behoeft het uitleg wat dan wél leidend was en wat eventueel verder nog is gebruikt bij het maken van een keuze. Reactie: Het gesprek dat tussen alle betrokkenen is gevoerd is leidend geweest. Zie hiervoor ook de beschrijving van het participatieproces Ad 22.12-13: Nu er kennelijk nog een “verdere analyse” is gemaakt ontbreekt een verantwoording daarvan.

Reactie: Dit betreft de Warmtetool, ontwikkeld door Greenvis, en gepresenteerd in onder meer de buurtbijeenkomsten. Met deze tool is een aantal cases doorgerekend.

- Met betrekking tot Bijlage H Ad 40.05-10: Uit de tekst blijkt niet a. in welke zin de uitkomsten van de Startanalyse en van de Warmtetool in relatie tot elkaar zijn gebruikt en tot het resultaat hebben geleid dat bij de kostenvergelijking is gebruikt. b. wat het verschil is tussen de Startanalyse en de Warmtetool, temeer omdat de Startanalyse juist is opgesteld om de ‘nationale kosten’ te berekenen. Het behoeft toelichting waarom in regel 5 beide instrumenten worden genoemd en in regel 12 alleen nog maar de Warmtetool. Reactie: Dat zou de tekst voor de gemiddelde lezer niet verduidelijken; de Startanalyse wordt in bijlage D beschreven, zie de verwijzing achter de tekst. Bijlage H gaat over de Warmtetool. Ad 40.12: Intussen is voor het meenemen van de eindgebruikerskosten bij de te maken keuzes wél een tool beschikbaar: het Dashboard Eindgebruikerskosten. Ik bepleit dat op basis daarvan wordt berekend welke verschillen dat oplevert ten opzichte van de doorrekeningen met gebruikmaking van de Warmtetool en dat die informatie wordt verwerkt in het bijgestelde ontwerp van de TVW dat aan de gemeenteraad ter vaststelling zal worden aangeboden. Reactie: Meer specifieke doorrekeningen zullen tijdens de uitvoeringsfase worden gemaakt. De concept TVW is opgesteld op basis van de op dat moment beschikbare informatie. Nieuwe informatie zal altijd beschikbaar komen.

In die zin zullen beleidsnota’s altijd in zeker mate “achter de feiten aanlopen”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=3b24c5da-d26f-4b8f-9e63-c72fabd15a78