CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsbesluit wijziging VFLO 2023 versie 9-12

Commissie Bestuur 25 januari 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving (VFLO)5.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

besluit van de gemeenteraad dossiernummer

6741

onderwerp

Wijziging Verordening fysieke leefomgeving Gouda

De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van 13 december 2022, gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet, artikel 3.16 van de Erfgoedwet, de artikelen 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 gelezen in samenhang met artikel 9.1 van de Erfgoedwet, de artikelen 2.1 en 2.2, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 8 van de Woningwet;

besluit: tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Gouda Artikel I De Verordening fysieke leefomgeving Gouda wordt als volgt gewijzigd: A. In de titel van afdeling 5.2 en artikel 2.5, 2.6, 2.10, 3.7, 3.11, 3.51, 3.52, 3.53, 3.54, 5.2 en 5.3 wordt ‘adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit’ en ‘Commissie Cultuurhistorie’ vervangen door ‘Adviescommissie Omgevingskwaliteit’. B. Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.1. Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als gemeentelijk monument bepalen, dat bouwhistorisch, cultuurhistorisch, tuinhistorisch, archeologisch onderzoek (archeologisch bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, opgraving) wordt verricht. 3. Dit artikel is niet van toepassing op: A. rijksmonumenten, en

Nieuwe tekst Artikel 2.1. Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als gemeentelijk monument bepalen, dat bouwhistorisch, cultuurhistorisch, tuinhistorisch, archeologisch onderzoek wordt verricht. 3. Dit artikel is niet van toepassing op: A. rijksmonumenten, en B. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een

B. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.

provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.

Toelichting De opsomming over archeologisch onderzoek is hier verwijderd, aangezien dit duidelijk terugkomt in de begripsbeschrijving, zoals al was opgenomen in bijlage I. C. Artikel 2.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.2. Aanwijzing als gemeentelijk beeldbepalend pand 1. Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, besluiten een monument, dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, aan te wijzen als gemeentelijk beeldbepalend pand. 2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing richt zich op de verschijningsvorm of de samenhang met het stedenbouwkundig of architectonisch beeld. 3. Het interieur wordt niet betrokken bij de aanwijzing van een beeldbepalend pand. 4. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als gemeentelijk monument bepalen, dat bouwhistorisch, cultuurhistorisch, tuinhistorisch, archeologisch onderzoek (archeologisch bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, opgraving) wordt verricht. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, b. gemeentelijke monumenten en c. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.

Nieuwe tekst Artikel 2.2. Aanwijzing als gemeentelijk beeldbepalend pand 1. Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, besluiten een monument, dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, aan te wijzen als gemeentelijk beeldbepalend pand. 2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing richt zich op de verschijningsvorm of de samenhang met het stedenbouwkundig of architectonisch beeld. 3. Het interieur wordt niet betrokken bij de aanwijzing van een gemeentelijk beeldbepalend pand. 4. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een pand als gemeentelijk beeldbepalend pand bepalen, dat bouwhistorisch, cultuurhistorisch, tuinhistorisch, archeologisch onderzoek wordt verricht. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, b. gemeentelijke monumenten en c. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. Toelichting In lid 3 is toegevoegd dat het om een gemeentelijk beeldbepalend pand gaat. In lid 4 is de onjuiste verwijzing naar een monument gecorrigeerd en is de opsomming over archeologisch onderzoek net als in het vorige artikel verwijderd.

pagina 2

D. Artikel 2.3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.3. Aanwijzing als gemeentelijk beeldbepalende structuur 1. Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, besluiten een (stedenbouwkundige) structuur die van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk beeldbepalende structuur. 2. De in het eerste lid bedoelde beschrijving van een structuur richt zich op een onroerende zaak die deel uitmaakt van het cultureel erfgoed vanwege zijn verschijningsvorm of zijn samenhang met het stedenbouwkundig of architectonisch beeld. 3. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als gemeentelijk monument bepalen, dat bouwhistorisch, cultuurhistorisch, tuinhistorisch, archeologisch onderzoek (archeologisch bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, opgraving) wordt verricht.

Nieuwe tekst Artikel 2.3. Aanwijzing als gemeentelijk beeldbepalende structuur 1. Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, besluiten een (stedenbouwkundige) structuur die van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk beeldbepalende structuur. 2. De in het eerste lid bedoelde beschrijving van een structuur richt zich op een onroerende zaak die deel uitmaakt van het cultureel erfgoed vanwege zijn verschijningsvorm of zijn samenhang met het stedenbouwkundig of architectonisch beeld. 3. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van gemeentelijk beeldbepalende structuur bepalen, dat bouwhistorisch, cultuurhistorisch, tuinhistorisch, archeologisch onderzoek wordt verricht.

Toelichting In lid 3 is de onjuiste verwijzing naar een monument gecorrigeerd. Daarnaast is wederom de opsomming over archeologisch onderzoek verwijderd. E. Artikel 2.4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.4. Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 2.1, 2.2 of 2.3 maakt het college schriftelijk bekend aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voert het college overleg met de eigenaar van de kerk over het voornemen.

Nieuwe tekst Artikel 2.4. Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 2.1, 2.2 of 2.3 maakt het college schriftelijk bekend aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een kerkelijk gebouw als monument wordt aangewezen, voert het college overleg met de eigenaar van de kerk over het voornemen. Toelichting De tekst van lid 2 is aangepast, aangezien in deze procedure sprake is van de aanwijzing van een kerkelijk gebouw als monument.

pagina 3

F. Artikel 2.10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.10 Aanwijzing als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2. Het college zendt het voorstel voor een aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht voor advies aan de Commissie Cultuurhistorie. 3. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. 4. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt zo snel mogelijk opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 5. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen stads- of dorpsgezicht een beschermend bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een stadsen dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 6. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld. 7.

Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen. 8. Dit artikel is niet van toepassing op stadsof dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Nieuwe tekst Artikel 2.10 Aanwijzing als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, gebieden aanwijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2. Het college zendt het voorstel voor een aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht voor advies aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. 3. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. 4. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt zo snel mogelijk opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 5. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen stads- of dorpsgezicht een beschermend bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 6. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld. 7.

Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen. 8. Dit artikel is niet van toepassing op stadsof dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Toelichting In lid 1 is de eerste verwijzing naar ‘stads- en dorpsgezichten’ gewijzigd naar gebieden. Dit geeft een betere weergaven van hetgeen kan worden aangewezen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.

pagina 4

G. Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.1 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het belang van monumentenzorg; b. het belang van godsdienstuitoefening in een kerkelijk monument; c. het belang van het behoud van archeologische waarden.

Nieuwe tekst Artikel 3.1 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het belang van het behoud van cultureel erfgoed; b. het belang van godsdienstuitoefening in een kerkelijk monument; c. het belang van het behoud van archeologische waarden. Toelichting In sub a is het oogmerk gewijzigd naar ‘het behoud van cultureel erfgoed’. Dit geeft een betere weergave van de beoogde bescherming en sluit beter aan bij de terminologie van de verordening.

H. Artikel 3.7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.7 Advies omgevingsvergunning gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of beeldbepalende structuur 1. In geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning, anders dan voor het geheel of gedeeltelijk afbreken van een beschermd gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of beeldbepalende structuur vraagt het college advies aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit voordat het beslist op de aanvraag. 2. In geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het geheel of gedeeltelijk afbreken van een beschermd gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of structuur vraagt het college advies aan de Commissie Cultuurhistorie voordat het beslist op de aanvraag. 3. Binnen vier weken na de adviesaanvraag brengt de desbetreffende commissie schriftelijk advies uit aan het college.

Nieuwe tekst Artikel 3.7 Advies omgevingsvergunning gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of beeldbepalende structuur 1. In geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beschermd gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of beeldbepalende structuur vraagt het college advies aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit voordat het beslist op de aanvraag. 2. Binnen vier weken na de adviesaanvraag brengt de desbetreffende commissie schriftelijk advies uit aan het college.

Toelichting Dit artikel is aangepast aan de samenvoeging van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Commissie Cultuurhistorie. De Commissie Omgevingskwaliteit adviseert over alle aanvragen met betrekking tot een gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of beeldbepalende structuur.

pagina 5

I. Artikel 3.10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.10 Omgevingsvergunning gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 2. De artikelen 3.6 en 3.8 zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.

Nieuwe tekst Artikel 3.10 Omgevingsvergunning gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. Het is in een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 3. De artikelen 3.6 en 3.8 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet. Toelichting Het eerste lid is toegevoegd aangezien deze was weggevallen bij de vorige vaststelling van de verordening. De artikelleden zijn overeenkomstig vernummerd.

J. Artikel 3.11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.11 Advies omgevingsvergunning gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. In geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning in een gemeentelijk stads- en dorpsgezicht, anders dan voor het afbreken van een bouwwerk, vraagt het college advies aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit voordat het beslist op de aanvraag. 2. In geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het afbreken van een bouwwerk in een gemeentelijk stads- en dorpsgezicht, vraagt het college advies aan de Commissie Cultuurhistorie voordat het beslist op de aanvraag. 3. Binnen vier weken na de adviesaanvraag brengt de desbetreffende commissie schriftelijk advies uit aan het college.

Nieuwe tekst Artikel 3.11 Advies omgevingsvergunning gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. In geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning in een gemeentelijk stads- en dorpsgezicht vraagt het college advies aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit voordat het beslist op de aanvraag. 2. Binnen vier weken na de adviesaanvraag brengt de desbetreffende commissie schriftelijk advies uit aan het college.

Toelichting Dit artikel is aangepast aan de samenvoeging van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Commissie Cultuurhistorie. De Commissie Omgevingskwaliteit adviseert over alle omgevingsvergunning in een gemeentelijk stadsen dorpsgezicht, daardoor zijn de eerste twee leden samengevoegd.

pagina 6

K. Artikel 3.12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.12 Instandhoudingsplicht en omgevingsvergunning archeologische waarden en verwachtingen 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning of in strijd met de bij de vergunning gestelde voorschriften werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aanwezen als hoogwaardige locatie met bijzondere waarde. Dit is niet van toepassing indien het een gemeentelijk archeologisch monument betreft en om die reden voor deze werkzaamheden op grond van artikel 3.5 reeds een omgevingsvergunning is vereist. 2. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning of in strijd met de bij de vergunning gestelde voorschriften werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aanwezen als hoogwaardige locatie, tenzij: a. de werkzaamheden die het bodemarchief verstoren een oppervlakte van minder dan 50 m² betreffen, of b. er gewerkt wordt volgens de Richtlijn Archeologievriendelijk Bouwen (zie bijlage V bij deze verordening). 3.

Het is verboden werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren te verrichten op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als hoogwaardige locatie, verstoord tot 1,5 meter onder het maaiveld zonder een omgevingsvergunning, tenzij: a. de werkzaamheden die het bodemarchief verstoren een oppervlakte van minder dan 50 m² betreffen, of b. de werkzaamheden die het bodemarchief verstoren niet dieper gaan dan 1,5 meter onder het maaiveld, of c. er gewerkt wordt volgens de Richtlijn Archeologievriendelijk Bouwen (zie bijlage V bij deze verordening). 4. Het is verboden werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen

Nieuwe tekst Artikel 3.12 Instandhoudingsplicht en omgevingsvergunning archeologische waarden en verwachtingen 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning of in strijd met de bij de vergunning gestelde voorschriften werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aanwezen als hoogwaardige locatie met bijzondere waarde. Dit is niet van toepassing indien het een gemeentelijk archeologisch monument betreft en om die reden voor deze werkzaamheden op grond van artikel 3.5 reeds een omgevingsvergunning is vereist. 2. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning of in strijd met de bij de vergunning gestelde voorschriften werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aanwezen als hoogwaardige locatie, tenzij: a. de werkzaamheden die het bodemarchief verstoren een oppervlakte van minder dan 25 m² betreffen, of b. er gewerkt wordt volgens de Richtlijn Archeologievriendelijk Bouwen (zie bijlage V bij deze verordening). 3.

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren te verrichten op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als hoogwaardige locatie, verstoord tot 1,5 meter onder het maaiveld, tenzij: a. de werkzaamheden die het bodemarchief verstoren een oppervlakte van minder dan 25 m² betreffen, of b. de werkzaamheden die het bodemarchief verstoren niet dieper gaan dan 1,5 meter onder het maaiveld, of c. er gewerkt wordt volgens de Richtlijn Archeologievriendelijk Bouwen (zie bijlage V bij deze verordening). 4. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen pagina 7

verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een hoge verwachting zonder een omgevingsvergunning, tenzij: a. deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 100 m² betreffen. 5. Het is verboden werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een hoge verwachting vanaf 2 meter onder het maaiveld zonder een omgevingsvergunning, tenzij: a. deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 100 m² betreffen of b. deze werkzaamheden niet dieper gaan dan 2 meter onder het maaiveld. 6. Het is verboden werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een lage verwachting l zonder een omgevingsvergunning, tenzij deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 10.000 m² betreffen. 7. Het is verboden werkzaamheden te verrichten in waterwegen als bedoeld in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV zonder omgevingsvergunning, voor zover het gaat over: a. baggerwerkzaamheden, b. het uitzeven van de bodems van waterwegen, c. werkzaamheden die op andere wijze de archeologische waarde van de bodems van waterwegen aantasten.

verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een hoge verwachting, vanaf 0,5 meter onder maaiveld, tenzij: a. deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 100 m² betreffen. 5. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een hoge verwachting vanaf 2 meter onder het maaiveld, tenzij: a. deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 100 m² betreffen of b. deze werkzaamheden niet dieper gaan dan 2 meter onder het maaiveld. 6. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een lage verwachting l, tenzij deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 10.000 m² betreffen. 7. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten in waterwegen als bedoeld in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV, voor zover het gaat over: a. baggerwerkzaamheden, b. het uitzeven van de bodems van waterwegen, c. werkzaamheden die op andere wijze de archeologische waarde van de bodems van waterwegen aantasten.

Toelichting Conform het raadsvoorstel is hier de vrijgestelde oppervlakte in lid 2 en lid 3 verlaagd van 50 m² naar 25 m². Dit sluit beter aan bij de te beschermen waarden en zal voor de meeste (kleine) ontwikkelingen geen gevolgen hebben. Daarnaast is met het oog op de leesbaarheid meer uniformiteit aangebracht in de teksten van de verschillende artikelleden. De artikelleden beginnen nu allemaal met de zinssnede: ‘het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten…’

pagina 8

L. Artikel 3.16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.16 Wijzigen kwalificatie van een locatie Op grond van een melding als bedoeld in artikel 5.10 van de Erfgoedwet en op grond van de resultaten van archeologisch bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek kan het college de kwalificatie van een locatie wijzigen.

Nieuwe tekst Artikel 3.16 Wijzigen kwalificatie van een locatie Op grond van een melding als bedoeld in artikel 5.10 en artikel 5.11 van de Erfgoedwet en op grond van de resultaten van archeologisch onderzoek kan het college de kwalificatie van een locatie wijzigen. Toelichting Als correctie is hier ook de verwijzing naar artikel 5.11 van de erfgoedwet opgenomen. Daarnaast is de verwijzing naar de verschillende vormen van archeologisch onderzoek gewijzigd naar de overkoepelende term.

M. Paragraaf 3.2.4 wordt hernoemd tot ‘Beheer en bescherming van de openbare ruimte’ en na artikel 3.37 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 3.37a Verbod oplaten ballonnen 1. Het is verboden een ballon, van welk materiaal dan ook, door middel van helium of enig ander gas dat lichter dan lucht is, op te laten in de buitenlucht zonder dat deze op enige wijze met het aardoppervlak verbonden is. 2. Het verbod is niet van toepassing op luchtvaartuigen als bedoeld in de Wet luchtvaart. Toelichting Conform raadsvoorstel is deze bepaling ongewijzigd overgenomen uit de APV.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 3.37b Verbod gebruik confetti en serpentine Het is verboden confetti en serpentine, van een ander materiaal dan afbreekbaar papier, op een openbare plaats te gebruiken. Toelichting Conform raadsvoorstel is deze bepaling ongewijzigd overgenomen uit de APV.

N. Artikel 3.52 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.52 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1. De behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen door of onder verantwoordelijkheid van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit is openbaar. De agenda voor de vergadering van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien het college - al dan niet op verzoek van

Nieuwe tekst Artikel 3.52 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1. De behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen door of onder verantwoordelijkheid van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit is openbaar. De agenda voor de vergadering van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit wordt uiterlijk één dag voor de vergadering gepubliceerd op de website van de gemeente Gouda. Indien het college - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot nietopenbare behandeling, dan dienen het pagina 9

de aanvrager - een verzoek doen tot nietopenbare behandeling, dan dienen het college daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag heeft verzocht, wordt deze door of namens de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3. In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, ontvangt de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4. Belanghebbenden hebben geen spreekrecht.

college daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag heeft verzocht, wordt deze door of namens de Adviescommissie Omgevingskwaliteit in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3. In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, ontvangt de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4. Belanghebbenden hebben geen spreekrecht. Toelichting De wijze van bekendmaking van de agenda van de commissie zoals opgenomen in het eerste lid, is aangepast. De agenda wordt uiterlijk één dan voor de vergadering gepubliceerd op de website van de gemeente Gouda.

O. Artikel 3.96 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.96 Omgevingsvergunning kappen 1. Het is verboden om een houtopstand te vellen of te doen vellen zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op houtopstanden buiten de openbare ruimte met een dwarsdoorsnede van de stam tot 30 centimeter gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld; 3. Het eerste lid is niet van toepassing op houtopstand die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 3.99 en 3.100.

Nieuwe tekst Artikel 3.96 Omgevingsvergunning kappen 1. Het is verboden om een houtopstand te vellen of te doen vellen zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op houtopstanden buiten de openbare ruimte met een dwarsdoorsnede van de stam tot 30 centimeter gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld; 3. Het eerste lid is niet van toepassing op houtopstand die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het college, waarbij de artikelen 3.99 en 3.100 van overeenkomstige toepassing zijn.

pagina 10

b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud en het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen.

b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud en het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen. c. houtopstand die met toestemming van het college wordt geveld vanwege dreigend gevaar voor de directe omgeving, indien vanwege spoed de normale vergunningsverlening procedure niet kan worden afgewacht, waarbij de artikelen 3.99 en 3.100 van overeenkomstige toepassing zijn. Toelichting In lid 4 sub a is de verwijzing naar de Plantenzieketewet gewijzigd naar Plantgezondheidswet en is de verwijzing naar artikel 3.99 en 3.100 gewijzigd, zodat duidelijker is dat deze artikelen ook hier van toepassing zijn. Deze artikelen gaan over de herbeplantingsplicht en de mogelijkheid tot het opnemen van voorschriften. Aan lid 4 is sub c toegevoegd. Hierin is conform raadsvoorstel de mogelijkheid voor kap met toestemming van het college opgenomen. Dit is alleen mogelijk onder de genoemde voorwaarden en hier zijn ook artikel 3.99 en 3.100 van toepassing.

P. Artikel 7.1 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 7.1 Intrekking, vervallen bepalingen en hernoeming Bomenverordening 1. De volgende verordeningen worden ingetrokken: a. de Erfgoedverordening Gouda 2017; b. de Marktverordening Gouda 2009; c. de Bouwverordening Gouda 2019; d. de Vaartuigenverordening Gouda 2009; e. de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Gouda 2009; f. de Verordening naamgeving en nummering adressen Gouda 2012. 2. De volgende artikelen vervallen: a. de artikelen 1 tot en met 9 en 15 van de Bomenverordening 2010;

Nieuwe tekst Artikel 7.1 Intrekking, vervallen bepalingen en hernoeming Bomenverordening 1. De volgende verordeningen worden ingetrokken: a. de Erfgoedverordening Gouda 2017; b. de Marktverordening Gouda 2009; c. de Bouwverordening Gouda 2019; d. de Vaartuigenverordening Gouda 2009; e. de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Gouda 2009; f. de Verordening naamgeving en nummering adressen Gouda 2012. 2. De artikelen 1 tot en met 9 en 15 van de Bomenverordening 2010 vervallen.

pagina 11

b. de artikelen 2:3, 2:4, 2:6, 4:1, 4:2, 4:3, 4:4, 4:5, 4:6, 4:7, 4:8, 4:9, 4:10, 4:11, 4:12, 4:13, 5:9, 5:10, en 5:11 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020. 3. De Bomenverordening wordt hernoemd als Subsidieverordening monumentale bomen. Het college voorziet de Subsidieverordening monumentale bomen van een doorlopende nummering.

3. De Bomenverordening wordt hernoemd als Subsidieverordening monumentale bomen.

Toelichting De APV is inmiddels vernummerd. De onder b vermelde artikelen in het tweede lid zijn daarom niet vervallen. De Subsidieverordening monumentale bomen is van een doorlopende nummering voorzien. Q. Artikel 7.2 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 7.2 Overgangsbepalingen 1. Besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als omgevingsvergunningen genomen krachtens deze verordening. 2. Aanvragen voor vergunningen en ontheffingen op het gebied van de fysieke leefomgeving waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist worden afgehandeld krachtens deze verordening. Aanwijsbesluiten genomen op basis van de Erfgoedverordening worden eveneens aangemerkt als aanwijsbesluiten krachtens deze verordening. 3. Handhavings- en gedoogbesluiten op basis van de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als handhavings- en gedoogbesluiten genomen krachtens deze verordeningen. 4. Aanwijzingsbesluiten van toezichthouders bij of krachtens de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als aanwijsbesluiten van toezichthouders genomen krachtens deze verordening. 5. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 7.1 genoemde regels wordt beslist met inachtneming van deze verordening. 6.

Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning krachtens deze afdeling. 7. Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het

Nieuwe tekst Artikel 7.2 Overgangsbepalingen 1. Besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als omgevingsvergunningen genomen krachtens deze verordening. 2. Aanvragen voor vergunningen en ontheffingen op het gebied van de fysieke leefomgeving waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist worden afgehandeld krachtens deze verordening. Aanwijsbesluiten genomen op basis van de Erfgoedverordening worden eveneens aangemerkt als aanwijsbesluiten krachtens deze verordening. 3. Handhavings- en gedoogbesluiten op basis van de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als handhavings- en gedoogbesluiten genomen krachtens deze verordeningen. 4. Aanwijzingsbesluiten van toezichthouders bij of krachtens de in artikel 7.1 genoemde regels worden aangemerkt als aanwijsbesluiten van toezichthouders genomen krachtens deze verordening. 5. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 7.1 genoemde regels wordt beslist met inachtneming van deze verordening. 6. Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning krachtens deze afdeling. 7.

Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het pagina 12

vierde lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan zij de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college nadere informatie over de leiding dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen.

zesde lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan zij de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college nadere informatie over de leiding dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen. Toelichting Hiermee wordt een verkeerde verwijzing hersteld.

R. Artikel 7.3 wordt geschrapt. Bestaande tekst Artikel 7.3 Samenloopbepaling 1. Indien het raadsvoorstel nr. 4221 van 25 augustus 2020 tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 niet tot verordening is verheven worden de volgende artikelen van de onderhavige verordening ingetrokken: a. artikel 7.1, tweede lid, onder b. b. de artikelen 3.17 tot en met 3.45 en artikel 4.7. 2. Het college zorgt in dat geval voor een doorlopende nummering van de onderhavige verordening en naar een correcte verwijzing naar de bepalingen als gevolg van de in het vorige lid ingetrokken artikelen.

Nieuwe tekst Artikel 7.3 Samenloopbepaling Vervallen.

Toelichting Deze bepaling is niet langer vereist, omdat op 11 november 2020 de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 door de raad is vastgesteld. S. Artikel 7.4 wordt geschrapt. Bestaande tekst Artikel 7.4 Vernummering Indien het raadsvoorstel nr. 4221 van 25 augustus 2020 tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 tot verordening is verheven zorgt het college voor een vernummering van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020.

Nieuwe tekst Artikel 7.4 Vernummering Vervallen.

Toelichting Deze bepaling is niet langer noodzakelijk omdat het college de APV met ingang van 1 januari 2021 heeft vernummerd.

pagina 13

Artikel II Bijlage I wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Bijlage l - Begrippen

Bijlage l - Begrippen

Algemene begrippen - Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit: integrale adviescommissie voor het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en tevens welstandscommissie als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet;

Algemene begrippen - Adviescommissie Omgevingskwaliteit: adviescommissie voor integraal omgevingskwaliteitsbeleid, als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet, tevens commissie monumenten en cultuurhistorie als bedoeld in de Erfgoedwet; - Goede omgevingskwaliteit: aspecten die zorgdragen voor de leefbaarheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de breedste zin van het woord; - Omgevingsoverleg: (voor)overleg met een initiatiefnemer voorafgaand aan een vergunningsaanvraag; Toelichting De begripsbepaling van de adviescommissie wordt aangepast aan de nieuwe terminologie. Daarnaast worden twee begrippen toegevoegd die voorkomen in het nieuwe reglement van orde op de Commissie Omgevingskwaliteit.

Artikel III A. Bijlage VII Reglement van orde op de Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit wordt vervangen door het Reglement van orde op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, zoals opgenomen in bijlagen. B. Bijlage VIII Werkwijze van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit komt te vervallen. Artikel IV Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2023.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 februari 2023. De raad van de gemeente voornoemd, griffier

voorzitter

mr. drs. E.J. Karman-Moerman

mr. drs. P. Verhoeve

pagina 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=6ffd9ebc-ddd0-4dc2-b9b4-1ab7bf7ebc7b