CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Werkwijze van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit

Commissie Bestuur 25 januari 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving (VFLO)639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werkwijze van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (versie Welstandsnota 2017, bijlage II) •

1. frequentie, openbaarheid en verslag van de vergaderingen

•

De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (grote commissie) vergadert in principe eens in de twee weken. Daarnaast adviseren elke twee weken maximaal twee gemandateerde leden van de commissie (kleine commissie) over kleine bouwplannen. Eén daarvan is een ‘monumenten/erfgoed-lid’, de ander een ‘nieuwbouw/architectuur-lid’. In bijzondere gevallen wijzen de gemandateerde leden een klein plan door naar de voltallige commissie.

•

De vergaderingen over omgevingsvergunningaanvragen voor bouwen, monumenten, slopen, reclame en principeplannen zijn openbaar. Van de vergadering wordt een verslag gemaakt. Bij negatieve adviezen, voorwaardelijke adviezen en als van de welstandsrichtlijnen afgeweken wordt, worden de adviezen gemotiveerd. Dit verslag geldt als advies aan het college. De aanvrager wordt schriftelijk geïnformeerd over de genoemde adviezen. Behandeling van stedenbouwkundige plannen, stedenbouwkundige randvoorwaarden, regieplannen, beeldkwaliteitplannen, plannen voor de inrichting van het openbaar gebied zijn niet openbaar. Deze voorstellen zijn ambtelijk en nog niet voorgelegd aan het college. Deze adviezen en ongevraagde adviezen zijn niet openbaar en worden als een besprekingsverslag geredigeerd. Ze worden pas na vaststelling in de eerstvolgende vergadering doorgeleid naar het college en degenen die bij het overleg aanwezig waren. De adviezen worden gevoegd bij het betreffende voorstel aan het college.

•

2. advisering over de plannen

•

Voordat een bouwplan, restauratieplan, herbestemmingsplan, inrichtingsplan of reclameplan aan de commissie voorgelegd wordt, is het plan getoetst aan het bestemmingsplan. Indien het plan niet voldoet aan het bestemmingsplan en dus een verzoek tot vrijstelling van het bestemmingsplan inhoudt, wordt het plan eerst door de ambtelijke dienst voorzien van een stedenbouwkundig en/of cultuurhistorisch advies. Indien blijkt dat het plan niet past binnen de gemeentelijke ruimtelijke visie, wordt geen advies aan de commissie gevraagd. Er is immers al een grond tot afwijzing en vanwege de samenhang van stedenbouw, cultuurhistorie en architectuur is adequate advisering dan niet mogelijk. De commissie kan de volgende adviezen geven: positief, positief onder voorwaarden, negatief, of het plan aanhouden en de ontwerper uitnodigen om een toelichting op het ontwerp te geven.

•

Een positief advies onder voorwaarden kan alleen worden gegeven als deze voorwaarden simpel en eenduidig zijn, toegevoegd kunnen worden aan de vergunning en aangetekend op de vergunningstekening. Het overleg van een ontwerper met de commissie heeft soms het karakter van collegiaal overleg, waarbij het plan in gewijzigde vorm nogmaals aan de

commissie ter beoordeling aangeboden wordt, voordat er een definitief advies afgegeven wordt. Toch is het wenselijk om beperkingen te stellen aan het aantal malen dat een plan in de commissie besproken wordt. In de regel zullen de aanvrager en de commissie binnen drie behandelingen tot afronding moeten komen. Bij de derde behandeling moet de commissie haar definitieve (gemotiveerde) advies geven. Alleen indien de ontwerper daar nadrukkelijk om verzoekt en de commissie van mening is dat er nog voortgang in het collegiale overleg zit, kunnen meer behandelingen mogelijk zijn. In enkele gevallen kan het zinvol zijn dat een van de commissieleden buiten de vergadering van de voltallige commissie om in overleg met de ontwerper gaat, omdat het plan nog onvoldoende kwaliteit heeft. Deze wijze van ontwerpbegeleiding wordt supervisie genoemd (niet te verwarren met supervisor). •

Bij een herhaalde behandeling van een plan zijn de eerder behandelde stukken en verslagen aanwezig en deze worden als uitgangspunt voor de verdere bespreking genomen. De stukken die in de welstandsvergadering besproken zijn, worden door de behandelende afdeling gearchiveerd.

•

Er zal behoefte blijven bestaan aan vooroverleg. Dit biedt de aanvrager meer zekerheid in een eerder stadium en daardoor lagere voorbereidingskosten. Gouda kent daarvoor het principeplan. Het principeplan wordt ook voorgelegd aan de commissie. De commissie geeft een gemotiveerd richtinggevend welstandsadvies. Dat advies kan ook inhouden een uitnodiging om het plan aan te passen of een uitnodiging voor nader overleg. Een advies op een principeplan is niet gericht aan het college maar aan de aanvrager en diens architect.

pagina 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=e550efca-7c16-4a51-8693-4025f2bb1b34