Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2023.pdf
Tekst van het document
De raad van de gemeente Gouda;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2022, numm 6386; gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, onderdeel h, artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a van de Gemeentewet; besluit tot vaststelling van:
Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2023 Artikel 1
Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder: standplaats : een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurto woonwagen : een woonwagen als bedoeld in artikel 1, onderdeel I, van de Wet op de huurt huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats met toebehoren, waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijngeregeld; maand : een kalendermaand
Artikel 2
Belastbaar feit
Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor ee gen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden.
Artikel 3
Belastingplicht
Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degen standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewon aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Artikel 4
Vrijstelling
Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenko
Artikel 5
Belastingtarieven
Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze ver behorende tarieventabel.
Artikel 6
Belastingtijdvak
Het belastingtijdvak is een maand.
Artikel 7
Wijze van heffing
Het recht wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 1. 2.
3.
4.
Artikel 9 1. 2.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit la bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, dan wel de vrijstelling ge artikel 4 vervalt, wordt het tarief uit de tarieventabel vermenigvuldigd met een breuk waarvan de vermeldt het werkelijk aantal ingenomen c.q. gebruikte kalenderdagen en waarvan de noemer dertig. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel de vrijstelling gen artikel 4 van toepassing wordt, wordt het tarief uit de tarieventabel vermenigvuldigd met een waarvan de teller vermeldt het werkelijk aantal ingenomen c.q. gebruikte kalenderdagen en waa noemer vermeldt dertig. Belastingaanslagen van € 5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vori wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor belastingen of andere aangemerkt als één belastingaanslag.
Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden b uiterlijk 14 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.
Artikel 10
Kwijtschelding
Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11
Machtiging tot overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de tarieven die zijn opg in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 12
Overgangsrecht
De ‘Verordening staangeld 2022’ van 9 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artik tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing b belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 1. 2.
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
Artikel 14
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening staangeld 2023'.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 december 2022. De raad der gemeente voornoemd,
Tarieventabel behorende bij de Verordening staangeld 2023 Staangeld 2023 per maand: Oppervlakte standplaats: (geen berging, geen sanitair, geen HR combi-ketel) € 105,97 kleiner dan 145 m2 145 t/m 170 m2
€ 147,14
171 t/m 224 m2
€ 188,32
225 t/m 249 m2
€200,10
250 t/m 274 m2
€211,87
275 t/m 299 m2
€223,62
300 t/m 324 m2
€235,39
325 en meer m2
€247,16
In afwijking van bovenstaande tabel geldt voor de standplaatsen Eerste Moordrechtse Tiendweg 14, 28 en 34 (berging aanwezig: ja; sanitair aanwezig: ja) een staangeld van € 215,81 per maand tot het moment dat deze standplaatsen vrijkomen.