Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2023 BVR 211222 getekend.pdf.pdf
Tekst van het document
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2022, numm 6386; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit tot vaststelling van:
Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2023
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. week : een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand : een kalendermaand; d. kwartaal : een kalenderkwartaal; e. jaar : een kalenderjaar; f. vergunning : een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebb
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebb voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of g deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht 1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoev dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemee aanwezig zijn. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verlee het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aange degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onde boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt, met uitzondering van het bepaalde in de tarieventabel onder 10, niet ge zake van: 1. voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onde van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; 2. voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt rec uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; 3. het hebben van borden, masten, palen en dergelijke voorwerpen, aangebracht in verban verkiezingen voor publiekrechtelijke lichamen; 4. het hebben van voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk, de provincie of de ge uitsluitend voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak zijn aangebracht of geplaatst; 5. brievenbussen, openbare telefooncellen en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor h ten dienste van de posterijen en telefonie; 6. het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de ANWB, de K.N.A.C. en van and overeenkomstige instellingen; 7. het hebben van buisleidingen, dienende voor de afvoer van water en rioolstoffen; 8. het hebben van erkers, balkons, stoepen, pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieri bloembakken, goten, regenpijpen, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en dergelijke; 9.
het hebben van een zonnescherm of markies aan een, uitsluitend tot bewoning bestemd, per 10. het hebben van vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam; 11. het hebben van een fietstegel, -blok, -standaard of -rek mits niet voorzien van reclameopschrift; 12. het hebben van halteborden voor busondernemingen, mits hierop geen reclame wordt gevoe 13. het hebben van openbare aankondigingen en voorwerpen betreffende tijdelijke activiteiten, commerciële doeleinden, van charitatieve instellingen; 14. met toestemming (vergunning) van de gemeente geplaatste voorwerpen en aankondiginge kader van buurt gerelateerde niet-commerciële evenementen.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze ve behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.
Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 9 wordt voor de berekening van de precariobelast gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerk 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend, n oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwe voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, word berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geva aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenhed opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest vo wijze. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a.
indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of we is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand; c. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een jaartarief, maar geen dag- , we maandtarief is opgenomen, een gedeelte van een jaar gelijkgesteld met een jaar. 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opg en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of ee omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdva
Artikel 7 Belastingtijdvak 1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van he of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegron belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is kalenderjaar. 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kale gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet voorgedaan. Artikel 8 Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 1. 2.
3
4.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar jaartarieve geheven precariobelasting In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanv het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak versch belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderma overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op o voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplic volle kalendermaanden overblijven. Belastingaanslagen van € 5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vor wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor belastingen of andere aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld voor de niet in artikel 9 genoemde gevallen Andere precariobelasting dan die bedoeld in artikel 9 is verschuldigd bij de aanvang van het belas tenzij deze over een belastingtijdvak wordt geheven.
Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekenin aanslagbiljet is vermeld. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde ter
Artikel 13 Overgangsrecht De ‘Verordening precariobelasting 2022’, van 9 december 2021 en de ‘Verordening precariobelastin eerste wijziging’, van 15 juni 2022 worden ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, gen datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 14 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening precariobelasting 2023'.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 december 2022. De raad der gemeente voornoemd,