Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen2023 BVR 211222 getekend.pdf.pdf
Tekst van het document
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2022, nummer 6386; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening; besluit tot vaststelling van:
Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023,
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a) parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van e voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b) motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; c) houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; d) parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e) betaald parkeerplaats: een parkeerplaats welke is aangeduid met het (zonale) bord BW111 (handje/muntje) (publicatie 134 van het CROW, Richtlijnen parkeerbebording) en/of op de straat of stoep een tegel met daarop een handje/muntje; f) parkeermetervak: een parkeerplaats ten aanzien waarvan het parkeren wordt geregeld do een individuele parkeermeter; g) dagkaart: een bewijs waarmee het is
toegestaan te parkeren op parkeerplaatsen gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 24 uur; h) gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats waar alleen geparkeerd mag worden met een ge gehandicaptenparkeerkaart; i) vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachten welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen. j) centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer van het bedrijf o de instantie waarmee de gemeente Gouda een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voorde registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens de verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethou te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig h geparkeerd. 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belastin willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, he plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat: 1e. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst word overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; 2e. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3.
4.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voe het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertu heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning aangevraagd.
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verorden behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 5 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aang Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking ste van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aan
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkere tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschi door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunn wordt verleend.
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaa bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte word betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of an communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden beta op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
pagina 2
Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bed in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college v burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 9 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bed € 72,90. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening parkeerbelastingen 2022’ van 9 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij va toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen 2023'.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 december 2022. De raad der gemeente voornoemd,
pagina 3