Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.pdf
Tekst van het document
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2022, numm 6386; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15:33 v Wet milieubeheer; besluit tot vaststelling van:
Verordening op de heffing reinigingsrechten 2023 Hoofdstuk I
en
de
invordering
van
afvalstoffenheffing
en
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b, reinigingsrechten.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. ‘gebruik maken’ in Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15:33 milieubeheer. 2. Perceel: Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt: a. hetgeen in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaa aangemerkt; b. een roerende zaak; c. een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk g worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daa dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaa Hoofdstuk II
AFVALSTOFFENHEFFING
Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artik van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt geheven ter zake van het gebru van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubehee verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, wordt de belasting tevens geheven ter zake aanbieden ter lediging van een 240 liter of een 140 liter minicontainer voor restafval dan wel ter zake v ontgrendelen van een inzamelcontainer met behulp van een afvalpas of ter zake van het aanbied plastic zak voor restafval van maximaal 60 liter. 4. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden, wordt de belasting tevens geheven ter zak belastbare feiten die zijn genoemd in artikel 5, lid 5.
Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordee krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzam van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 2, bedraagt per perceel per belastingjaar €3 2. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 3, bedraagt: a. per aanbieding van een plastic zak voor restafval van maximaal 60 liter € 1,5 b. per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter voor restafval € c. per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter voor restafval € 3 d. per ontgrendeling met behulp van een afvalpas van een ondergrondse verzamelcontainer waarin zakken van maximaal 60 liter kunnen worden aangeboden € 1,5 e. per ontgrendeling met behulp van een afvalpas van een ondergrondse verzamelcontainer waarin zakken van maximaal 30 liter kunnen worden aangeboden € 0,7 3. Het in lid 2 onder b tot en met e bedoelde aantal aanbiedingen of ontgrendelingen wordt geste
a.
voor het geval de in artikel 4 bedoelde belastingplichtige het gehele jaar voorafgaand belastingjaar gebruik heeft gemaakt van het perceel ten aanzien waarvan de belasting wordt het totaal aantal in het jaar voorafgaand aan het belastingjaar met betrekking tot dat geregistreerde aanbiedingen of ontgrendelingen; b. voor het geval de in artikel 4 bedoelde belastingplichtige niet het gehele jaar voorafgaan belastingjaar, maar wel tenminste de laatste zes maanden daarvan, gebruik heeft gemaakt perceel ten aanzien waarvan de belasting wordt geheven: het totaal aantal in de tweede he jaar voorafgaand aan het belastingjaar met betrekking tot dat perceel geregistreerde aanbie ontgrendelingen, vermenigvuldigd met twee; c.
voor het geval de in artikel 4 bedoelde belastingplichtige niet het gehele jaar voorafgaan belastingjaar en ook niet ten minste de laatste zes maanden daarvan, gebruik heeft gemaak perceel ten aanzien waarvan de belasting wordt geheven, maar wel tenminste zes maanden heeft gemaakt van een ander perceel binnen de gemeente waarbij voor de inzameling van re dit andere perceel gebruik werd of kon worden gemaakt van hetzelfde inzamelmiddel (onde container of minicontainer) als bij het perceel ten aanzien waarvan de belasting wordt gehe totaal aantal in de laatste zes maanden dat de betreffende belastingplichtige gebruik heef van dat andere perceel, met betrekking tot dat andere perceel geregistreerde aanbied ontgrendelingen, vermenigvuldigd met twee; d. in alle overige gevallen: een gemiddeld aantal aanbiedingen of ontgrendelingen, dat word 1. 7 aanbiedingen, indien bij het betreffende perceel voor het verwijderen van het restafval wordt gemaakt of kan worden gemaakt van een minicontainer van 240 liter; 2. 12 aanbiedingen, indien bij het betreffende perceel voor het verwijderen van het restafva wordt gemaakt of kan worden gemaakt van een minicontainer van 140 liter; 3.
30 ontgrendelingen, indien bij het betreffende perceel voor het verwijderen van het r gebruik wordt gemaakt of kan worden gemaakt van een ondergrondse inzamelcontaine zakken van maximaal 60 liter kunnen worden aangeboden; 4. 60 ontgrendelingen, indien bij het betreffende perceel voor het verwijderen van het r gebruik wordt gemaakt of kan worden gemaakt van een ondergrondse inzamelcontaine zakken van maximaal 30 liter kunnen worden aangeboden; 4. Belastingaanslagen van € 5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vo wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor belastingen of andere aangemerkt als één belastingaanslag.
De belasting voor het aanbieden van restafval in plastic zakken van maximaal 60 liter op € 1,50 het afvalbrengstation bedraagt per zak: 1 De belasting voor het ophalen van grof huisvuil tijdens de reguliere inzamelroute bedraagt €40,00 per m3: 2 De belasting voor het aanbieden van grof huisvuil op het gemeentelijk afvalbrengstation 3 bedraagt voor: €6,00 a. een personenautoband met velg, per stuk b. schoon puin (vanaf 2 m3), per 0,25 m3
€ 10,00
c. schoon A-hout (vanaf 2 m3), per 0.25 m3
€ 10,00
d. schoon B-hout (vanaf 2 m3), per 0,25 m3
€ 10,00
e. gips (vanaf 2 m3), per 0,25 m3
€ 10,00
f. C-hout (bielzen, verduurzaamd hout), (vanaf 2 m3), per 0,25 m3
€20,00
g. dakbedekking (vanaf 2 m3), per 0,25 m3
€20,00
h. gemengd verbouwingsafval, per 0,25 m3
€20,00
Artikel 6 Vrijstellingen 1. Belastingplichtigen door wie blijkens een schriftelijke verklaring van een huisarts of medisch specia een kopie van een afleverbon/factuur/recept als gevolg van een chronische ziekte of handicap va of van personen die behoren tot zijn huishouden extra afvalstoffen van substantiële omvang aangeboden ontvangen de volgende vermindering op het aantal aanbiedingen: a. maximaal 12 aanbiedingen als belastingplichtige gebruik maakt van een minicontainer van 24 b. maximaal 21 aanbiedingen als belastingplichtige gebruik maakt van een minicontainer van 14 c. maximaal 50 aanbiedingen als belastingplichtige gebruik maakt van een ondergrondse c waarin zakken van maximaal 60 liter kunnen worden aangeboden; d. maximaal 100 aanbiedingen als belastingplichtige gebruik maakt van een ondergrondse co waarin zakken van maximaal 30 liter kunnen worden aangeboden;
2. Ingeval de belastingplichtige voldoet aan het gestelde in lid 1 en het restafval op vastgestelde daartoe aangewezen plastic zakken van 60 liter op straat mogen worden aangeboden, wo kalenderjaar compensatie verleend in relatie tot maximaal 50 daartoe aangewezen plastic zakken liter. 3. Belastingplichtigen die in aanmerking willen komen voor het bepaalde in het eerste en tweede lid daartoe een verzoek indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeent 4. Per huishouden wordt slechts één vermindering verleend.
Artikel 7 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalend
Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 5, leden 1 en 2, onder b tot en met e, wordt bij wege van aanslag g met dien verstande dat per grondslag een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2. De belasting bedoeld in artikel 5, lid 2, onder a, en onder lid 5, wordt geheven door middel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderd wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingsch bekendgemaakt.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1 De belasting bedoeld in artikel 5, leden 1 en 2, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar o later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3 Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaa bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar versc belasting, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden ove 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeen en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5. De belasting bedoeld in artikel 5, lid 5, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de belasting als bedoeld in a 8, eerste lid, worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de twe maanden later. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aan verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, m € 75,--, doch minder dan € 10.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automa betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maxim termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk volgende termijnen telkens één maand later. 3. De belasting als bedoeld in artikel 8, tweede lid, moet worden betaald: a. Ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; b. Ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 30 dagen na de dagtekening daarvan 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijn Hoofdstuk III
REINIGINGSRECHTEN
ArtikelH Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven voor zowel het genot van door het g bestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebe werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 12 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de di verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 13 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. Het recht bedraagt voor het verwijderen van bedrijfsafval op dezelfde wijze als het huisvuil: a. per aanbieding van een plastic zak van maximaal 60 liter bestemd voor bedrijfsafval € 2,1 b. per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter bestemd voor bedrijfsafval € 4
c. per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter bestemd voor bedrijfsafval € d. per ontgrendeling met behulp van een afvalpas van een ondergrondse inzamelcontainer waarin zakken van maximaal 60 liter kunnen worden aangeboden € 2,10 e. per ontgrendeling met behulp van een afvalpas van een ondergrondse inzamelcontainer waarin zakken van maximaal 30 liter kunnen worden aangeboden € 1,05 2. De tarieven voor bedrijfsafval worden nog verhoogd met de wettelijk verplichte belasting toegevoegde waarde. 3. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid
Artikel 14 Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een af aanslag kan worden opgelegd.
Artikel 15 Termijnen van betaling 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden b binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aan verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, m € 75,--, doch minder dan € 10.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automa betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in max termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en el volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijn Artikel 16 Kwijtschelding Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Hoofdstuk IV
AANVULLENDE BEPALINGEN
Artikel 17 Overgangsrecht De ‘Verordening reinigingsheffingen 2022’ van 9 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van artikel 18, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toe blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 18 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 190 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening reinigingsheffingen 2023'.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 december 2022. De raad der gemeente voornoemd, voorzitter