CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Verkennend en afperkend bodem- en asbestonderzoek Harderwijkweg 2-4

Raadsvergadering 11 december 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Harderwijkweg 2-4 , ontwerp omgevingsvergunning27.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Verkennend en afperkend bodem- en asbestonderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda

Blad 1 van 23

projectnummer 0210878.100 definitief revisie 00 23 december 2022

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Verkennend en afperkend bodem- en asbestonderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda Antea Nederland B.V. projectnummer 0210878.100 definitief revisie 00 23 december 2022

Auteur D. Gijsel

Opdrachtgever Gouda Harderwijkweg B.V. Arnhemse Bovenweg 35 3708 AA Zeist

Verantwoording toepassing beoordelingsrichtlijnen (BRL's) Zie betreffende bijlage rapport

Gecontroleerd ing. I. Westenbrink (protocol 2018)

datum 17 januari 2023

beschrijving definitief revisie 00

vrijgave S. Hammink

Blad 2 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Doel Onderzoeksstrategie en kwaliteit

5 5 5

2

Vooronderzoek

6

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

Algemeen Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Asbest PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en hypothese

6 6 7 7 8 9 9 10 10

3

Verrichte werkzaamheden

11

3.1 3.2

Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

11 12

4

Onderzoeksresultaten

14

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Asbest Grondwater

14 15 15 16 18 19

5

Conclusie en aanbevelingen

21

5.1 5.2

Conclusies Aanbevelingen

21 22

Bijlagen Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Bijlage 2 Vooronderzoek Bijlage 3 Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 4 Veldwerkfoto's

Blad 3 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Bijlage 5 Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming Bijlage 6 Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming Bijlage 7 Normen grond en grondwater Wet bodembescherming Bijlage 8 Toelichting normwaarden grond en grondwater Wet bodembescherming Bijlage 9 Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit Bijlage 10 Normen Besluit bodemkwaliteit Bijlage 11 Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit Bijlage 12 Analysecertificaten Bijlage 13 Toelichting toetsingskader asbest Bijlage 15 PFAS-toetsing Bijlage 16 Toelichting uitgevoerd PFAS-onderzoek Bijlage 17 Verantwoording uitvoering onderzoek Bijlage 18 Tekeningen

Blad 4 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

1

Inleiding In opdracht van Gouda Harderwijkweg B.V. is door Antea Group in november en december 2022 een verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Harderwijkweg 2-4 te Gouda.

1.1

Aanleiding De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie, waarbij de bestemming ‘kantoor’ naar de bestemming ‘wonen’ verandert. Na de sloop van twee kantoorpanden en (asfalt)verharding worden twee woontorens met een parkeerbak of parkeergarage gerealiseerd. De parkeergarage zal op de begane grond worden gerealiseerd. In het kader van de verkoop van het terrein heeft Tritium Advies in april 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 2004/145/NL-01, d.d. 24 april 2020). Tussen de kantoorpanden is in één boorpunt een sterke grondverontreiniging met minerale olie in de bodemlaag van 1,0 – 2,0 meter beneden maaiveld (m-mv.) aangetoond. De minerale olieverontreiniging is in het onderzoek van Tritium Advies niet afgeperkt en het grondwater is niet onderzocht.

1.2

Doel Het doel van het aanvullend bodem- en asbestonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen ten behoeve van toestemming tot de bestemmingswijziging en het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Het onderzoek geeft inzicht of op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met daarbij of sprake is van risico’s voor de volksgezondheid, ecologie en verspreiding.

1.3

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: 2016 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek). Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2: 2017 'Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond' en de NEN 5897+C2: 2017 'Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat'. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toepassingen. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 5 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740, de NEN 5707 en de NEN 5897 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: 

Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek

In dit hoofdstuk worden de bij de aanleiding behorende onderzoeksaspecten besproken. In de bijlage "Vooronderzoek" worden deze onderzoeksaspecten onderbouwd met de antwoorden op de verplichte onderzoeksvragen. Antea Group heeft eerder een losstaand historisch onderzoek uitgevoerd. Voor een vollediger vooronderzoek wordt verwezen naar dat specifieke rapport (Historisch vooronderzoek bodem, door Antea Group, 462136, 24-03-2020). Tevens heeft Antea Group een memo geschreven waarin wordt vermeld dat er een aanvullend onderzoek nodig is naast het eerder uitgevoerde onderzoek van Tritium, dat later in dit hoofdstuk vermeld wordt. In deze memo wordt een onderzoeksprogramma voorgesteld gebaseerd op voorinformatie. ODMH neemt ons advies uit deze memo over, derhalve dat dit onderzoek op dat onderzoeksprogramma is gebaseerd (Second opinion bodemonderzoek en onderzoeksvoorstel (indicatief), Antea Group, kenmerk: 465666.100, d.d. 22-12-2020). Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Bodemloket Bodeminformatiesysteem Omgevingsdienst Midden-Holland Topotijdreis.nl Grondwatertools

2.2

Website, contactpersoon of archief www.bodemloket.nl www.atlas.odmh.nl

Datum raadplegen November 2022 November 2022

www.topotijdreis.nl www.grondwatertools.nl

November 2022 November 2022

Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan de Harderwijkweg 2-4 te Gouda en is in gebruik als bedrijventerrein. Het onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van 5.758 m². De percelen staan kadastraal bekend als gemeente Gouda, sectie M, nummers 3138 en 3186 en hebben een oppervlakte van respectievelijk 3.570 en 2.215 m2. Het terrein rondom de kantoorpanden is verhard met klinkers en asfalt. Op het terrein zijn groenstroken aanwezig. Het onderzoeksgebied is gelegen nabij coördinaten 106850 en 448490 (RD). De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in de onderstaande tekening en in de tekening 0465666.100-S1.

Blad 6 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Figuur 2.1: Situatietekening

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 5.1. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld:  Freatische grondwaterstand: 1,0 m –mv.  Regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: noordelijk  Verticale grondwaterstroming tot 10 m-mv: kwel  Voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: ja, in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn meerdere watergangen aanwezig.  Voorkomen van brak/zout grondwater: nee  Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee  Ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend? nee  Is het grondwatersysteem beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie)? nee De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGVTNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.

2.4

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bodemonderzoeken/beschikkingen Op de onderzoekslocatie zijn eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze zijn hieronder samengevat. 

Nazorgrapportage 2016 (inclusief evaluatie nazorg), door Bodemzorg, 210351-017, d.d. 20-06-2017 Vanaf 1938 tot ca. 1975 hebben hier diverse stortactiviteiten plaatsgevonden, waarbij naast huisvuil mogelijk ook bouw- en sloopafval, bedrijfs- en chemisch afval is gestort. De locatie is gesaneerd en in de nabijheid van de huidige onderzoekslocatie is een deklaag van minimaal 1,5 meter dikte aangebracht. Briefrapportage oriënterend bodemonderzoek Harderwijkweg 2 en 4 te Gouda, door Tritium, 2004/145/NL-01, d.d. 24-10-2020

Blad 7 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Ter plaatse van boring 15 uit het onderzoek van Tritium is een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond. Deze is niet voldoende afgeperkt. Het is onduidelijk tot hoever de verontreiniging zich uitstrekt, in horizontale en verticale zin. Gebiedsgerichte kwaliteit en/of gebiedsgericht beleid (voor zowel grond als grondwater) In de Nota bodemkwaliteit bij bouwen heeft de Omgevingsdienst Midden Holland haar beleid omtrent de noodzaak van bodemonderzoek bij bouwwerkzaamheden omschreven. In paragraaf 3.1, lid 2 staat beschreven dat bij interne verbouwingen zonder dat de grond wordt geroerd zonder functiewijziging geen bodemonderzoek noodzakelijk is. In het geval dat er wel een functiewijziging plaats vindt naar een gevoeligere bestemming is onderzoek naar de gesteldheid van de bodem noodzakelijk. In hoofdstuk 4 (Het Historisch onderzoek) is beschreven dat in het geval een locatie op basis van het historisch onderzoek conform de NEN 5725 onverdacht is op bodemverontreiniging, de aanvrager wordt vrijgesteld van het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740. Tankarchief De onderzoekslocatie komt wel/niet voor in het tankarchief. Bouwarchief In het streekarchief Midden Holland zijn voor de locatie meerdere bouwdossiers bekend:  0468. 11164, Gouda, Harderwijkweg 2, d.d. 1978  0468. 12627, Gouda, Harderwijkweg 4, d.d. 1981  0468.

14890, Gouda, Harderwijkweg 4, d.d. 1989 Deze dossiers zijn niet ingezien vanwege de COVID-19 maatregelen destijds. Het is dan ook onduidelijk of er informatie bekend is over toepassingen met asbest. Daar de huidige bebouwing uit de jaren 1978 en 1981 stamt, is het mogelijk dat hierin asbest is toegepast. Bodemkwaliteitskaart (BKK) De onderzoekslocatie is gelegen in de zone 14; lichte industrie en bedrijven van de bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Midden Holland. In deze zone is de gemiddelde ontgravingskwaliteit klasse Wonen. Bodemfunctieklassekaart De onderzoekslocatie ligt binnen een gebied met een functieklasse ‘Industrie'. Overige historische gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbranding of stort van afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, verkaveling, (sloot)dempingen, ontgrondingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal, de verwachting ten aanzien van archeologische waarden, de verwachting van niet gesprongen explosieven en onbetrouwbaarheden of tegenstrijdigheden.

2.5

Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Archieven Op basis van TopoTijdreis is sinds 1981 bebouwing aanwezig. Voor deze tijd bestaat de omgeving uit een polderlandschap. Op de onderzoekslocatie zijn watergangen zichtbaar welke

Blad 8 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

zijn gedempt ten behoeve van de aanleg van de huidige bebouwing. De TopoTijdreis kaarten zijn toegevoegd aan bijlage 2. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Wel is een stortplaats aanwezig geweest op het terrein ten oosten van de onderzoekslocatie. Enige invloed van deze stortplaats zou verwacht kunnen worden ter plaatse van de onderzoekslocatie. Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie wel/geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden. Luchtfoto’s Op beschikbare luchtfoto’s van de periode tussen 2009 en 2019 zijn geen wijzigingen zichtbaar ten opzichte van het gebruik van de locatie. Toekomstig gebruik In de toekomst zal de locatie worden herontwikkeld, waarbij de bestemming ‘kantoor’ naar de bestemming ‘wonen’ verandert. Na de sloop van twee kantoorpanden en (asfalt)verharding worden twee woontorens met een parkeerbak of parkeergarage gerealiseerd. De parkeergarage zal op de begane grond worden gerealiseerd.

2.6

Asbest Gezien het bouwjaar van de huidige bebouwing op de locatie is het mogelijk dat asbest is toegepast in en aan de bouwwerken en ondergrondse objecten. Ook is er sprake van demping van meerdere voormalige sloten op het terrein. Voor zover bekend is geen puin op de locatie toegepast.

2.7

PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 2 juli 2020 is de recentst geactualiseerde versie van het Tijdelijk Handelingskader verschenen, welke een aantal vragen beantwoordt uit de vorige versie. Tevens zijn de toepassingsnormen van PFAS-houdende grond verhoogd, voor gebieden waar geen gebiedsspecifiek PFAS bodembeleid is opgesteld. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (<25m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties is tabel 1 en bijgaande tekst in het Handelingskader voor PFAS van Expertisecentrum PFAS (Expertisecentrum PFAS (2018, 25 juni) “Een handelingskader voor PFAS”, beschikbaar via https://www.expertisecentrumpfas.nl/documenten.html) gehanteerd. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s met een verdenking tot het verspreiden van PFAS voorkomen.

Deze lijst is gebaseerd op de eerder genoemde tabel 1 van het handelingskader PFAS, van het expertise centrum PFAS en de huidige beschikbare kennis. Gezien de afwezigheid van op PFAS verdachte puntbronlocaties in de directe omgeving, wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem

Blad 9 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

en water kan leiden. Derhalve wordt aangenomen dat er op deze locatie geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

2.8

Terreinverkenning Op 1 december 2022 is direct voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk een terreininspectie uitgevoerd door de betrokken veldwerkers van bodembureau B-MKV. Tijdens de terreininspectie zijn bijzonderheden aangetroffen. Foto’s van de terreininspectie zijn opgenomen in bijlage "Foto’s onderzoekslocatie en veldwerk".

2.9

Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Wel wordt verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed (voormalige stortplaats). Tevens is een deel van de locatie verdacht op verontreinigingen met minerale olie en asbest. In overleg met de opdrachtgever zijn op de oostrand van het perceel 3 peilbuizen geplaatst om te verifiëren of de naastgelegen stort de grondwaterkwaliteit op de onderzoekslocatie nadelig heeft beïnvloedt. Op basis van het vooronderzoek is voor de onderzoekslocatie de strategie voor een onverdachte/ onverdachte niet-lijnvormige (ONV-NL) aangehouden. Voor het afperkende onderzoek wat betreft minerale olie wordt de NTA 5755 aangehouden. Voor het asbestonderzoek wordt de strategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging aangehouden. Op basis van het vooronderzoek zijn de in onderstaande tabel opgenomen deellocaties te onderscheiden. Tabel 2.2: Onderzoeksopzet deellocaties (Deel)locatie Hypothese

Strategie (*1)

Grond en grondwater

ONV-NL

Onverdacht

Minerale olie verontreiniging

Verdacht

NTA 5755

Asbest

Verdacht

VED-HE-NL

Blad 10 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 1 en 8 december 2022 door de heer J. Brussee van het veldwerkbureau B-MKV (certificaatnummer VB-07617). Op 1 december zijn de boringen en asbestgaten geplaatst en zijn grond- en asbestmonsters genomen. Op 8 december heeft de grondwaterbemonstering plaatsgevonden. Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage "Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000" is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000.

Tabel 3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boring Inspectiegat (diepte in m -mv) (l x b x d in m) 101 (2,00) G102 (0,31 x 0,31 x 0,56) 102 (0,58) G103 (0,31 x 0,30 x 0,58) 103 (0,58) G104 (0,32 x 0,32 x 0,51) 104 (0,50) G105 (0,32 x 0,30 x 0,50) 105 (2,00) G106 (0,32 x 0,30 x 0,51) 106 (2,00) G107 (0,33 x 0,30 x 0,58) 107 (0,58) G108 (0,31 x 0,32 x 0,50) 108 (0,50) G109 (0,32 x 0,32 x 0,51) 109 (0,50) G110 (0,32 x 0,31 x 0,50) 110 (2,00) G111 (0,31 x 0,30 x 0,50) 111 (1,00) G112 (0,34 x 0,32 x 0,55) 112 (0,58) G113 (0,33 x 0,32 x 0,50) 113 (1,00) G114 (0,32 x 0,30 x 0,50) 114 (1,00) G115 (0,33 x 0,31 x 0,50) 115 (0,50) G116 (0,31 x 0,31 x 0,50) 116 (0,50) G117 (0,32 x 0,32 x 0,53) 117 (0,58) G118 (0,31 x 0,31 x 0,54) 118 (0,58) G119 (0,31 x 0,31 x 0,55) 119 (0,58) 120 (2,50) 121 (2,50) 122 (2,50) 123 (2,50) 124 (2,50) 125 (2,10) 126 (2,00) 127 (2,00)

Peilbuis (filtertraject in m -mv) 101 (1,00-2,00) 120 (1,00-2,00) 125 (1,10-2,10) 126 (1,00-2,00) 127 (1,00-2,00)

Bij aanvang van de veldwerkzaamheden is geen visuele inspectie van het onderzoeksterrein uitgevoerd. Het uitvoeren van de voor asbestonderzoek voorgeschreven maaiveldinspectie, was niet mogelijk door de aanwezige verharding. Het uitvoeren van een maaiveldinspectie wordt gebruikt om te beoordelen of er binnen de onderzoekslocatie gedeelten aanwezig zijn die als onverdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest kunnen worden aangemerkt. In het geval geen inspectie mogelijk is wordt de gehele onderzoekslocatie conform de strategie voor een heterogeen verdachte locatie onderzocht.

Blad 11 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Het bij het asbestonderzoek opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de verdachte bodemlagen zijn representatieve monsters samengesteld van de gezeefde fractie (<20mm). Na inspectie en monsterneming zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal. Bij het doorboren van het inspectiegat is, gezien de aanwezigheid van kabels/leidingen, gebruik gemaakt van een grondboor met een diameter van ca. 7 cm. Formeel gezien is dit een afwijking op de BRL SIKB 2000, protocol 2018, omdat hierin een boor met een diameter van minimaal 12 cm wordt voorgeschreven. Aangezien de ondergrond niet als asbestverdacht wordt beschouwd, betreft dit geen kritische afwijking. Betreffende puinmonsters zijn bemonsterd voor asbest in puinonderzoek conform de NEN 5897. Afwijkingen BRL SIKB 2000 Bij de veldwerkzaamheden is afgeweken van de BRL SIKB 2000. De afwijkingen die als niet-kritiek zijn beoordeeld zijn opgenomen in de bijlage Verantwoording uitvoering onderzoek.

3.2

Laboratoriumonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 3.2: Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject Monstersamenstelling (m -mv) (meetpunt + traject in m -mv) Grond MMBG01

0,00-0,58

105 (0,08-0,30) 107 (0,08-0,58) 112 (0,08-0,58) 116 (0,00-0,50) 118 (0,08-0,58) MMBG02 0,08-0,58 117 (0,08-0,58) 119 (0,08-0,58) MMOG01 0,50-1,00 101 (0,50-0,70) 105 (0,50-0,70) 106 (0,50-0,80) 110 (0,50-1,00) 111 (0,50-0,70) 114 (0,50-1,00) 123 (0,55-1,00) Afperking minerale olie verontreiniging 120-4 0,80-1,10 120 (0,80-1,10) 120-5

1,10-1,50

120 (1,10-1,50)

120-6

1,50-2,00

120 (1,50-2,00)

120-7

2,00-2,50

120 (2,00-2,50)

121-3

1,00-1,50

121 (1,00-1,50)

122-4

1,10-1,60

122 (1,10-1,60)

123-4

1,00-1,50

123 (1,00-1,50)

123-5

1,50-2,00

123 (1,50-2,00)

124-4

1,30-1,80

124 (1,30-1,80)

Blad 12 van 23

Laboratoriumanalyse

Standaardpakket grond incl. LUOS (1)

Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1)

Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40)

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Monsternaam

Traject (m -mv)

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Laboratoriumanalyse

Asbest AMM1

0,20-0,50

Asbest Puin NEN5898 2016 ext

AMM2

0,00-0,50

AMM3

0,00-0,50

AMM4 AMM5

0,08-0,50 0,08-0,58

G105 (0,30-0,50) G106 (0,20-0,50) G111 (0,20-0,50) G114 (0,25-0,50) G115 (0,20-0,50) G105 (0,08-0,30) G107 (0,08-0,50) G110 (0,35-0,50) G112 (0,08-0,50) G116 (0,00-0,50) G104 (0,00-0,50) G108 (0,00-0,50) G109 (0,00-0,50) G115 (0,00-0,20) G113 (0,08-0,50) G103 (0,20-0,58) G117 (0,08-0,58) G118 (0,08-0,58) G119 (0,08-0,58)

PFAS Grond PFAS01

0,00-0,58

Lutum + Organische stof PFAS (28) Handelingskader

PFAS02

0,00-0,50

102 (0,08-0,58) 103 (0,08-0,20) 106 (0,08-0,20) 110 (0,08-0,35) 111 (0,08-0,20) 114 (0,08-0,25) 120 (0,05-0,40) 121 (0,00-0,50) 123 (0,08-0,20) 124 (0,05-0,30) 101 (0,00-0,50) 104 (0,00-0,50) 108 (0,00-0,50) 109 (0,00-0,50) 115 (0,00-0,20) 122 (0,00-0,40) 126 (0,00-0,50) 127 (0,00-0,50)

Grondwater 101-1-1 120-1-1

1,00-2,00 1,00-2,00

101 (1,00-2,00) 120 (1,00-2,00)

Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1)

Asbest Grond NEN5898 2016 ext

Asbest Grond NEN5898 2016 ext

Asbest Puin NEN5898 2016 ext Asbest Grond NEN5898 2016 ext

Lutum + Organische stof PFAS (28) Handelingskader

Perceelgrens (t.b.v. stortplaats) 125-1-1 1,10-2,10 125 (1,10-2,10) Standaardpakket grondwater (1) 126-1-1 1,00-2,00 126 (1,00-2,00) Standaardpakket grondwater (1) 127-1-1 1,00-2,00 127 (1,00-2,00) Standaardpakket grondwater (1) Toelichting 1: voor de samenstelling van het standaardpakket wordt verwezen naar bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek'.

Laboratorium afwijkingen Op enkele analysecertificaten zijn afwijkingen gemeld. De afwijkingen die als niet-kritiek zijn beoordeeld zijn opgenomen in de bijlage Verantwoording uitvoering onderzoek.

Blad 13 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 'Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen'. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem afwisselend uit zand of klei bestaat. Vanaf ca. 1,0 m -mv is op sommige locaties een veenlaag aanwezig. De veldwaarnemingen zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1: Veldwaarnemingen Boring Diepte (einddiepte, m -mv) (m -mv) 103 (0,58) 0,20-0,58 105 (2,00)

0,08-0,30 0,30-0,50

106 (2,00)

0,20-0,50

107 (0,58)

0,08-0,58

108 (0,50) 110 (2,00)

0,00-0,50 0,35-0,50

111 (1,00)

0,50-2,00 0,20-0,50

112 (0,58)

0,08-0,58

113 (1,00)

0,08-0,50

114 (1,00)

0,25-0,50

115 (0,50)

0,20-0,50

116 (0,50)

0,00-0,50

117 (0,58)

0,08-0,58

118 (0,58)

0,08-0,58

119 (0,58)

0,08-0,58

120 (2,50)

1,10-1,50 1,50-2,50 1,00-1,50

123 (2,50) -: geen bodem

Waarneming

Grondsoort

zwak puinhoudend, zwak slakkenhoudend zwak slakkenhoudend, brokken betoncement uiterst cementgebonden, slakken houdend volledig cementgebonden, slakken zwak slakkenhoudend, brokken betoncement sporen slib zwak slakkenhoudend, betoncement brokken resten slib volledig cementgebonden, slakken zwak slakkenhoudend, resten betoncement volledig puin, brokken baksteen, zwak slakkenhoudend uiterst slakkenhoudend

zand

uiterst slakkenhoudend, cementresten zwak slakkenhoudend, brokken betoncement zwak slakkenhoudend, zwak puinhoudend sporen puin, zwak slakkenhoudend zwak puinhoudend, zwak slakkenhoudend zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie

zand

zand klei zand zand

zand

zand zand zand zand zand zand zand

De grondwatergegevens zijn weergegeven in de onderstaande tabel 'Veldgegevens grondwater'. Tabel 4.2: Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 101 (1,00-2,00) 0,61 120 (1,00-2,00) 0,48

Belucht? nee nee

pH (-) 6,76 6,81

Blad 14 van 23

EC (µS/cm) 1.788 2.229

Troebelheid (NTU) 10 12

Geur -

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Peilbuis Grondwaterstand Belucht? (filter, m -mv) (m -mv) 125 (1,10-2,10) 0,58 nee 126 (1,00-2,00) 0,23 nee 127 (1,00-2,00) 0,29 nee Toelichting - : geen gegevens bekend/geen geur waargenomen

pH (-) 6,71 6,83 6,71

EC (µS/cm) 1.649 1.435 1.468

Troebelheid (NTU) 11 15 -

Geur -

In het bemonsterde grondwater uit alle peilbuizen is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld, of is geen troebelheid vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Bij het voorliggende onderzoek wordt voor geen van de onderzochte matig/slecht oplosbare organische parameters de interventiewaarde overschreden. De eventuele overschatting van de concentratie als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De zuurgraad (pH) en het elektrische geleidingsvermogen (EC) wijken niet af van een natuurlijke situatie.

4.2

Analyseresultaten

4.2.1

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage "Analyseresultaten grondmonsters met overschrijding normwaarden" en bijlage "Analyseresultaten grondwatermonsters met overschrijding normwaarden". De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage "Analysecertificaten ". De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage "Normwaarden grond en grondwater". Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage "Toelichting op normwaarden grond en grondwater". Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I). Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt.

Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek. De analyseresultaten van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 'Toelichting toetsingskader asbest' en zijn getoetst aan het huidige beleid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dit beleid is beschreven in bijlage Toelichting toetsingskader asbest'.

Blad 15 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage "(Indicatieve) toetsing Besluit bodemkwaliteit". In bijlage "Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit" is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen. PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in bijlage PFAS-toetsing. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage "Analysecertificaten". De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS (conform Besluit bodemkwaliteit). Voor PFAS zijn in de Wet bodembescherming geen normen en/of toetsingsmogelijkheden bekend. Tijdelijk Handelingskader PFAS geeft voor grond echter wel invulling aan de zorgplicht aan de toepassingsnormen voor grond. Het toetsingskader is uitgewerkt onder bijlage "Toelichting uitgevoerd PFAS onderzoek". Voor grondwater zijn op dit moment geen normen opgenomen in het Tijdelijk handelingskader.

Daarom wordt voor grondwater terug gevallen op de Circulaire bodemsanering waarin is bepaald dat de detectiegrens voor een niet genormeerde stof, zoals de stoffen uit de PFAS groep, de bepalingsgrens voor verontreiniging is. Omgevingswet Op termijn treedt de Omgevingswet in werking. Dit betekent dat de Wet bodembescherming wordt ingetrokken en niet meer van kracht is. Op het moment van opstellen van dit document is geen zicht op een afwijkende normstelling/ toetsingskader bij het inwerking treden van de OW. Aangenomen wordt dat bij de start van het inwerking treden van de OW gebruik wordt gemaakt van de normering opgenomen in het invoeringsbesluit “bruidsschat”. In de bruidsschat is geborgd dat de Rijksregels van kracht zijn in omgevingsplannen en de waterschapsverordeningen, indien deze niet zijn opgenomen/ vastgesteld door de gemeente of het waterschap. Het Wbbtoetsingskader is in de bruidsschatregels overgenomen. Dit toetsingskader maakt hierdoor automatisch onderdeel uit van het Omgevingsplan of Waterschapsverordening. Deze normering blijft van kracht, totdat de gemeente of het Waterschap nieuwe normen vaststelt. Het Besluit bodemkwaliteit blijft onder de Omgevingswet bestaan. Er zal echter een deel van dit besluit worden opgenomen in de OW. Het deel wat betrekking heeft op het bepalen van de kwaliteit van een partij blijft vallen onder het Besluit bodemkwaliteit.

Toepassingsregels voor grond, zoals opgenomen zijn in gebiedsspecifiek beleid en de meldingen vallen onder de OW.

4.2.2

Grond In de onderstaande tabel zijn de grondmonsters weergegeven, met per monster de parameters waarvan de gehalten de achtergrond- of interventiewaarde overschrijden. Voor de parameters die de achtergrondwaarde overschrijden is daarnaast aangegeven of ze een index hebben groter dan 0,5. In de laatste kolom is een conclusie op monsterniveau weergegeven voor zowel de Wet bodembescherming (Wbb) als het Besluit bodemkwaliteit (Bbk).

Blad 16 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster Boring Waarneming Overschrijdingen (m -mv) (m -mv) > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig MMBG01 105 (0,08-0,30), zwak (0,00-0,58) 107 (0,08-0,58), slakken112 (0,08-0,58), houdend, 116 (0,00-0,50), sporen puin 118 (0,08-0,58) MMBG02 117 (0,08-0,58), zwak (0,08-0,58) 119 (0,08-0,58) slakkenhoudend, zwak puinhoudend MMOG01 101 (0,50-0,70), resten slib (0,50-1,00) 105 (0,50-0,70), 106 (0,50-0,80), 110 (0,50-1,00), 111 (0,50-0,70), 114 (0,50-1,00), 123 (0,55-1,00) Afperking minerale olie verontreiniging 120-4 120 (0,80-1,10) (0,80-1,10)

>I (i > 1) sterk -

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

120-5 (1,10-1,50)

120 (1,10-1,50) zwakke olie- water reactie

-

-

120-6 (1,50-2,00)

120 (1,50-2,00) zwakke olie- water reactie

-

-

120-7 (2,00-2,50)

120 (2,00-2,50) zwakke olie- water reactie

-

-

121-3 (1,00-1,50)

121 (1,00-1,50) -

-

-

-

122-4 (1,10-1,60)

122 (1,10-1,60) -

-

-

-

123-4 (1,00-1,50)

123 (1,00-1,50) zwakke olie- minerale olie water reactie

-

-

123-5 (1,50-2,00)

123 (1,50-2,00) -

-

-

-

124-4 (1,30-1,80)

124 (1,30-1,80)

-

-

-

Geen waarneming/geen overschrijding

Blad 17 van 23

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

Toelichting :

Conclusie monster(*)

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Monster (m -mv)

Boring (m -mv)

AW, I, i

:

**

:

Waarneming Overschrijdingen Conclusie > AW > AW & <= I >I monster(*) (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) (i > 1) licht matig sterk AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uitleg bij AW, I en index Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl één individuele stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2).

PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) In de volgende tabel zijn voor de stoffen de PFOA, PFOS en overige PFAS de overschrijdingen in grond weergegeven. Tabel 4.4: Analyseresultaten PFAS in grond Monster Boring Overschrijdingen (m -mv) (m -mv) Maximale waarde Landbouw / Natuur PFAS01 102 (0,08-0,58), (0,00-0,58) 103 (0,08-0,20), 106 (0,08-0,20), 110 (0,08-0,35), 111 (0,08-0,20), 114 (0,08-0,25), 120 (0,05-0,40), 121 (0,00-0,50), 123 (0,08-0,20), 124 (0,05-0,30) PFAS02 101 (0,00-0,50), (0,00-0,50) 104 (0,00-0,50), 108 (0,00-0,50), 109 (0,00-0,50), 115 (0,00-0,20), 122 (0,00-0,40), 126 (0,00-0,50), 127 (0,00-0,50) Toelichting - : Geen overschrijding

4.2.3

Maximale toepassingsnorm -

PFOS (9.2 µg/kg) PFOA (15.4 µg/kg) perfluor-1hexaansulfonaat (6.1 µg/kg)

Indicatieve Overschrijding toetsing Besluit INEV-waarden bodemkwaliteit Landbouw/natuur -

Niet toepasbaar

-

Asbest De resultaten van het asbestonderzoek zijn weergegeven in de onderstaande tabellen.

Blad 18 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Tabel 4.5: Analyseresultaten asbest in grond en puin (fractie < 20 mm) Monster Inspectiegat(en) Veldwaarneming Gehalte asbest (mg/kg ds) (m -mv) (m -mv) Gemeten Serpentijn Amfibool AMM1 (0,20-0,50) G105 (0,30-0,50) uiterst <0,4 G106 (0,20-0,50) cementgebonden, G111 (0,20-0,50) slakkenhoudend G114 (0,25-0,50) G115 (0,20-0,50) AMM2 (0,00-0,50) G105 (0,08-0,30) zwak slakhoudend, <0,5 G107 (0,08-0,50) brokken G110 (0,35-0,50) betoncement G112 (0,08-0,50) G116 (0,00-0,50) AMM3 (0,00-0,50) G104 (0,00-0,50) sporen slib <0,4 G108 (0,00-0,50) G109 (0,00-0,50) G115 (0,00-0,20) AMM4 (0,08-0,50) G113 (0,08-0,50) volledig puin, <0,3 baksteen brokken, zwak slakkenhoudend AMM5 (0,08-0,58) G103 (0,20-0,58) zwak puinhoudend, <0,4 G117 (0,08-0,58) zwak slakhoudend G118 (0,08-0,58) G119 (0,08-0,58) Toelichting - : Geen veldwaarneming/geen asbest aangetoond

Gewogen Totaal <0,4

<0,4

<0,5

<0,5

<0,4

<0,4

<0,3

<0,3

<0,4

<0,4

Conform de NEN 5707+C2 en de NEN 5897+C2 dient het aangetroffen asbesthoudende materiaal (fractie > 20 mm) en het gehalte aan asbest in de fijne fractie (< 20 mm) te worden omgerekend naar een totaal gewogen gehalte in mg/kg ds. Aangezien er geen asbest is aangetoond en in de grove fractie geen asbestverdachte materialen zijn waargenomen wordt van deze berekening afgezien. De in de tabel genoemde gehalten zijn tevens de eindgehalten.

4.2.4

Grondwater In de onderstaande tabel zijn de grondwatermonsters weergegeven, met per monster de parameters waarvan de concentraties de streef- of interventiewaarde overschrijden. Voor de parameters die de streefwaarde overschrijden is daarnaast aangegeven of ze een index hebben groter dan 0,5. De laatste kolom is een conclusie op monsterniveau. Tabel 4.6: Overschrijdingstabel grondwater Monster Peilbuis Overschrijdingen (filter, m -mv) > S (i <= 0,5) licht 101-1-1 1 zink, (1,00 - 2,00) barium 120-1-1 1 barium (1,00 - 2,00) 125-1-1 1 barium (1,10 - 2,10) 126-1-1 1 barium (1,00 - 2,00) 127-1-1 1 barium, (1,00 - 2,00) naftaleen, dichloormethaan Toelichting : Geen overschrijding

> S & <= I (0,5 < i <= 1) matig -

>I (i > 1) sterk -

-

-

-

-

-

-

-

-

Blad 19 van 23

Conclusie monster

Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Monster

S, I, i

:

Peilbuis (filter, m -mv)

Overschrijdingen Conclusie >S > S & <= I >I monster (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) (i > 1) licht matig sterk S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uitleg bij S, I en index

Blad 20 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

5

Conclusie en aanbevelingen

5.1

Conclusies In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 en de NTAde milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707 en de NEN 5897. Grond In de grond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. De gehalten van de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd. Het sterk verhoogde gehalte uit eerder onderzoek is niet meer aangetoond. Het betrof vermoedelijk een spotverontreiniging. PFAS In het kader van de Wet bodembescherming is tot op heden geen beleid opgesteld ten aanzien van PFAS. Het Tijdelijk Handelingskader PFAS geeft echter wel invulling aan de zorgplicht uit de Wet bodembescherming (Wbb). De gemeten gehalten aan PFAS in mengmonster PFAS02 in de grond overschrijden de maximale toepassingswaarden zoals opgenomen in het geactualiseerde Tijdelijk handelingskader (versie van juli 2020). Het bevoegd gezag bepaald uiteindelijk of hergebruik van verontreinigde grond op locatie geoorloofd is, dat afvoer van de verontreinigde grond benodigd is en of nader onderzoek naar de PFAS verontreiniging benodigd is. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat bijna alle monsters voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse ‘AW2000’.

Het monster 123-4, geplaatst ten behoeve van de afperking van de eerder aangetoonde minerale olie verontreiniging, voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Deze indicatieve toetsing is mogelijk niet geschikt/voldoende ten behoeve van het hergebruiken van de grond. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. PFAS toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het geactualiseerde Tijdelijk handelingskader van 2 juli 2020. Dit wordt bepaald door de het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit of de eisen van de acceptant. De omvang en samenstelling van de partij en bijvoorbeeld de aan- of afwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan kunnen aanleiding zijn de grond conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te onderzoeken. Asbest Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de bovengrond is analytisch geen asbest aangetoond.

Blad 21 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

De uitgevoerde analyses geven geen uitsluitsel over de mogelijke toepassing van asbest in gebouwen. Hiervoor dient een asbestinventarisatie te worden uitgevoerd. Een asbestinventarisatie valt buiten de scope van dit bodemonderzoek. Grondwater De grondwaterstand was op 8 december 2022 variërend tussen 0,23 tot 0,61 m -mv. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan zink, barium, naftaleen en dichloormethaan aangetoond. De concentraties van de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd. De licht verhoogde concentraties aan zware metalen die over de gehele onderzoekslocatie voorkomen zijn vermoedelijk verhoogde natuurlijke achtergrondwaarden. De licht verhoogde concentratie aan dichloormethaan die is aangetoond in een enkele peilbuis aan de rand van de onderzoekslocatie is vermoedelijk te relateren aan de aangrenzende voormalige stortplaats. Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'onverdachte locatie’ voor de monsters die zijn onderzocht op het standaardpakket wordt formeel gezien verworpen. Er zijn licht verhoogde concentraties aan zink en barium in het grondwater aangetoond. De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ voor de monsters die zijn onderzocht op asbest wordt verworpen. Er is analytisch geen asbest aangetoond.

De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ voor de monsters die zijn onderzocht op minerale olie wordt formeel gezien aangenomen. Er is in een enkel monster een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond.

5.2

Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. Wel moet er aandacht besteed worden aan de gehalten PFAS in de grond. Deze overschrijden de maximale toepassingswaarden. Het bevoegd gezag bepaald uiteindelijk of afvoer van grond noodzakelijk is of dat hergebruik van grond mogelijk is. De overige resultaten vormen ons inziens geen milieuhygiënische belemmering voor het gebruik van de locatie als bestemming ‘wonen’. De uiteindelijke beslissing hiertoe is aan het bevoegd gezag. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.

Blad 22 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Omgevingswet Indien het voorliggende document wordt ingediend bij het bevoegd gezag na 1 juli 2023, is de Omgevingswet (OW) als toetsend kader van kracht. Alleen wanneer de locatie niet onder de overgangsregeling valt, dient de toetsing dan plaats te vinden aan de hand van de normering welke is opgenomen in het Omgevingsplan of de waterschapsverordening. In het geval de bruidsschatregels van toepassing zijn en daarmee het Wbb-toetsingskader wordt gehanteerd, blijven de bovengenoemde conclusies van toepassing. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan indiening na te gaan of in het vigerend omgevingsplan of waterschapsverordening afwijkende toetswaarden of onderzoekseisen zijn vastgesteld. Indien afwijkende waarden of regels zijn vastgesteld, kan dit van invloed zijn op de hierboven genoemde beoordeling en conclusies. Antea Group, Deventer December 2022

Blad 23 van 23

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Hierbij wordt opgemerkt dat werkzaamheden verricht conform de NEN 5707 vallen onder de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven.

De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group is uitgevoerd volgens de NEN 5740. Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.

Toelichting op het uitgevoerde onderzoek Verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd met als richtlijn de NEN 5740+A1. Doorgaans is bij een onderzoek voor NUTS-bedrijven op basis van het vooronderzoek gekozen voor een onderzoeksstrategie voor een lijnvormige locatie (verdacht of onverdacht). Voor tracé's met een beperkte lengte kan de strategie verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern ('VEP') zijn toegepast, wegens de geringe omvang van het graafwerk. Bij de keuze voor strategie 'VEP' zijn wel de criteria voor boordiepte en plaatsing van een peilbuis voor lijnvormige locaties aangehouden. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn boringen verricht. De opgeboorde grond is beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen, beschreven en bemonsterd. Indien het grondwater zich nabij of binnen de ontgravingsdiepte van de werkzaamheden bevindt, is een peilbuis geplaatst ten behoeve van de monstername van het grondwater. De peilbuis is direct na plaatsing grondig afgepompt en minimaal één week later, na nogmaals goed afpompen, bemonsterd voor laboratoriumonderzoek. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid gemeten.

Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is de grond onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op: • Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, molybdeen, koper, kwik, lood, nikkel en zink); • Polychloorbifenylen (PCB's; som 7); • Minerale olie (GC; inclusief voorbehandeling); • Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-totaal, 10 stuks volgens VROM); • Percentages lutum, organische- en droge stof. De selectie van de grond(meng)monsters is gebaseerd op monsterdiepte, bodemtype en veldwaarnemingen. Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is het grondwater onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op: • Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, xylenen, styreen en ethylbenzeen) en naftaleen; • Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCL); • Minerale olie (GC). Verkennend asbestonderzoek Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden dient een visuele inspectie van het onderzoeksterrein te worden uitgevoerd. Hierbij wordt de toplaag van het terrein afgezocht naar asbestverdacht materiaal en puinrestanten. In voorkomende gevallen is visuele maaiveldinspectie zeer beperkt of niet mogelijk vanwege de aanwezigheid van verharding en/of

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

vegetatie. Het uitvoeren van een maaiveldinspectie wordt gebruikt om te beoordelen of er binnen de onderzoekslocatie gedeelten aanwezig zijn die als meer of minder verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest kunnen worden aangemerkt. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn één of meerdere gaten gegraven van circa 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m -mv (meter beneden maaiveld). In één of meerdere van deze gaten zijn boringen verricht tot enkele decimeters onder de voorgenomen graafdiepte of verdachte laag. De opgeboorde grond is beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen, beschreven en bemonsterd. Het opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Na inspectie en monsterneming zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal. De posities van de gaten met boringen zijn ingemeten en weergegeven op de situatietekening.

Bepaling veiligheidsklassen Vooral hetgeen in branchepublicaties is aangegeven wordt door de Nederlandse Arbeidsinspectie beschouwd als 'de stand der techniek' en dient derhalve zorgvuldig te worden nagekomen.

De veiligheidsklasse die in dit onderzoek is vastgesteld, betreft de voorlopige veiligheidsklasse. Bij het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklasse zijn aannamen gedaan met betrekking tot de omstandigheden tijdens de uitvoer van de werkzaamheden. Wanneer het werk een geraamde duur van meer dan 30 mensdagen beslaat en er meer dan 20 werknemers op de locatie tegelijk werkzaam zijn, of indien de geraamde duur van het werk meer dan 500 mensdagen beslaat, dan dient eveneens via een kennisgeving aan de Nederlandse Arbeidsinspectie het voornemen tot het tot stand brengen van het werk te worden gemeld.

Toelichting op de toetsingskaders Toetsingskader achtergrond-, streef- en interventiewaarden Hieronder wordt uitgebreider op de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarden en hun betekenis ingegaan. Bij de toetsing wordt een uitspraak gedaan op parameterniveau én op monsterniveau. Met betrekking tot het bepalen van de achtergrondwaarden kan in sommige gevallen de overallconclusie op monsterniveau afwijken ten opzichte van de conclusie op parameterniveau als gevolg van de toetsregel die in artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit staat. In dit artikel wordt beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging.

De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant en dier heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd. In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m³ grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m³ bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde zich voordoet kan in een eerste onderzoek

Verkennend en afperkend onderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda projectnummer 0210878.100 23 december 2022, revisie 00

meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het al dan niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval. Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW (of S) ) / (I - AW (of S) ). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding tot het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Met een nader bodemonderzoek kunnen de ernst en de spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een geval van ernstige bodemverontreiniging kan zich ook voordoen zonder dat de interventiewaarden worden overschreden.

Als een verontreiniging zich zodanig in een ander milieucompartiment (bijv. het grondwater) of objecten (bijv. consumptiegewassen) verspreidt dat daar schadelijke effecten kunnen optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ook als het bij puntbronnen van verontreinigingen (bijv. op grond van berekeningen) waarschijnlijk is dat zonder maatregelen op korte termijn (binnen maximaal enkele maanden) een verontreiniging van eerder genoemde 25 of 100 m³ bodemvolume kan optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij de toetsing worden de gemeten gehalten in grondmonsters aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organisch stof en lutum gevalideerd omgerekend middels BOTOVA naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Indien de gehalten of concentraties in grond- en grondwatermonsters lager zijn dan de gerapporteerde rapportagegrens worden deze gevalideerd herberekend middels BOTOVA tot een gestandaardiseerde meetwaarde (gerapporteerde rapportagegrens maal 0,7). Deze gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) worden vergeleken met de normwaarden. Barium In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 is aangegeven dat de norm voor barium tijdelijk is ingetrokken. Gebleken is namelijk dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt.

Indien sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (voor standaardbodem). Analyses op barium dienen wel nog te worden uitgevoerd, maar de resultaten hoeven dus niet meer getoetst te worden, tenzij een duidelijke antropogene bron aanwezig is. Toetsingskader asbest De resultaten van het NEN 5707+C2 onderzoek worden conform het huidige overheidsbeleid getoetst aan de interventiewaarde uit de Circulaire bodemsanering. De interventiewaarde voor asbest in bodem, grond en baggerspecie bedraagt 100 mg/kg ds, waarbij is uitgegaan van het zogenaamde 'gewogen gehalte' (het gehalte serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal het gehalte amfiboolasbest). Het gewogen gehalte asbest dat aan de interventiewaarde wordt getoetst, is het berekende totaal van asbesthoudend materiaal (grootte > 20 mm) en asbest in de fijne fractie (< 20 mm). De uitgangspunten voor de berekening zijn: o Het soortelijke gewicht van grond is gesteld op 1.700 kg per m³. o Het soortelijke gewicht van puin is gesteld op 2.000 kg per m³.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=d3afed24-6892-4415-927b-5d5821e07a1a